CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4.1 toelichting

Raadsvergadering 16 maart 2023, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan De Wielewaal, Zaltbommel14.955 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Echter, omdat het vervangende nieuwbouw betreft van een al bestaand woonzorgcentrum, en het aantal bewoners niet toeneemt, hoeft er geen verantwoording plaats te vinden. Verantwoording groepsrisico Ingevolge artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes is desondanks een beperkte verantwoording gegeven van het groepsrisico. In deze paragraaf worden hiervoor elementen aangedragen. De gemeente Zaltbommel kan deze gebruiken bij de besluitvorming. De beperkte verantwoording omvat: Het beschouwen van de zelfredzaamheid van de gebruikers van het plangebied. De mogelijkheden tot het bestrijding van een incident met gevaarlijke stoffen bij de bron. Bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid vanwege Rijksweg A2 Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. Daarnaast heeft de zelfredzaamheid betrekking op de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. In ieder geval worden de bewoners van de zorgappartementen beschouwd als niet of verminderd zelfredzame personen. De zorgappartementen liggen op circa 400 m van respectievelijk de rijksweg A2. Een ongeval, waarbij een toxische stof vrijkomt op de Rijksweg A2, is het meest relevant is voor de beoordeling van deze aspecten.

Een dergelijk incident kan door de brandweer bestreden worden door een eventueel lek te dichten, een eventuele vloeistofplas met schuim af te dekken en toxische gassen af te schermen met waterschermen. Hiervoor is veel personeel/materieel en (blus)water nodig. Het knelpunt zit hier vooral in de bluswatervoorziening met name bij de rijksweg A2. De personen binnen de ontwikkeling hebben inpandig een behoorlijke mate van bescherming tegen het binnendringen van giftige gassen of rook. Voorwaarde hiervoor is wel dat ventilatieopeningen gesloten (kunnen) worden. Bij langdurige blootstelling kan het voorkomen dat de kwaliteit van de binnenlucht zodanig verslechtert dat ontruiming naar een alternatieve locatie een beter alternatief is. Personen in de buitenlucht lopen een groter risico. Het is van levensbelang dat men zo snel mogelijk naar een binnenlocatie of naar benedenwinds gebied vlucht. De volgende maatregelen kunnen genomen worden om de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij calamiteiten met gevaarlijke stoffen te verhogen: Voor de gebouwen in het plangebied is het gewenst dat er met de projectering van de vluchtroutes rekening gehouden wordt met de EV-scenario's. Dit om veilig van de bron af te kunnen ontvluchten. Personen kunnen in eerste instantie het beste schuilen in het gebouw.

Handmatig uitschakelbare ventilatiesystemen kunnen er voor zorgen dat de personen langer kunnen schuilen in het gebouw. Het is noodzakelijk dat een calamiteitenplan/ontruimingsplan en de BHV-organisatie voor de zorgappartementen afgestemd gaan worden op incidenten met gevaarlijke stoffen die van buitenaf komen. Het aspect 'externe veiligheid' vormt met inachtneming van deze aandachtspunten geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.7 Waterhuishouding

file:///G:/Realisatie en Beheer NIEUW/Projecten/Projecten Derden/Zaltbommel, Wielewaal/bestemmingsplan/3 vaststelling/NL.IMRO.0297.ZBM… 19/30

13-02-2023 08:48

Zaltbommel, De Wielewaal: Toelichting

4.7.1 Regelgeving Een watertoets is een essentieel onderdeel van ieder ruimtelijk plan en is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke belangen. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Algemeen De watertoets, die wettelijk is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening, is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan en het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. De watertoets verplicht tot het opnemen van een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit hoofdstuk geeft daar uitvoering aan.

Het waterbeleid is per overheidsniveau in de onderstaande beleidsdocumenten verankerd: Europees beleid: Kaderrichtlijn Water; Rijksbeleid: Nationaal Waterplan, Waterbeheer 21e eeuw, Nationaal Bestuursakkoord Water, Waterwet; Provinciaal waterbeleid: Omgevingsvisie- en verordening; Waterschapsbeleid: Waterbeheerprogramma 2022 - 2027 Versterken, verbinden, vergroenen; Gemeentelijk waterbeleid: Water en Rioleringsplan Bommelerwaard 2017-2021. Kaderrichtlijn Water Door de Europese Kaderrichtlijn Water heeft Nederland een resultaatverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit en ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde waterlichamen, zijn hiertoe bindende doelen opgesteld. De maatregelen om de doelen te bereiken worden uitgewerkt in de stroomgebiedprocessen. Voor de overige wateren geldt het stand-still principe. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen. Waterbeheerprogramma 2022 - 2027 Het Waterbeheerprogramma 2022 - 2027 'Versterken, verbinden, vergroenen' beschrijft wat Waterschap Rivierenland in de planperiode 2022 - 2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheerprogramma zijn voor het waterbeheer de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd.

De visie van Waterschap Rivierenland is vertaald in 8 hoofdthema's: beschermen tegen overstromingen; water eerlijk verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; toewerken naar circulariteit. Water- en Rioleringsplan (WRP) Bommelerwaard 2017 - 2021 Het WRP is een gezamenlijk plan van de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel en Waterschap Rivierenland). Het WRP beschrijft breed gedragen de beleidsvoornemens en de maatregelen voor inzameling, transport en de (lokale) verwerking van afval-, hemel- en grondwater in de Bommelerwaard voor de periode 2017 - 2021. Watertoets In overeenstemming met het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) en de Kaderrichtlijn Water (KRW) moet bij elke ontwikkeling rekening worden gehouden met de gevolgen voor de waterkwantiteit en waterkwaliteit door middel van een watertoets. Deze watertoets is een (proces)instrument om ruimtelijke plannen en besluiten te toetsen, op de mate waarin rekening is gehouden met waterhuishoudkundige aspecten.

Het gaat daarbij onder meer om aspecten als: voldoende ruimte voor water (berging, infiltratie, aan- en afvoer); voorkomen van wateroverlast en afwenteling van wateroverschotten op anderen; voldoende aandacht voor effecten op de ecologische waterkwaliteit (biologisch gezond); het garanderen van de veiligheid (overstroming); het voorkomen van te lage of te hoge grondwaterstanden. Afhankelijk van de omvang van de ontwikkelingen in de plangebieden stelt het waterschap Rivierenland eisen voor compensatie.

4.7.2 Doorvertaling bestemmingsplan Watercompensatie Er is een verhardingsbalans opgesteld om te laten zien hoe de bestaande situatie en de toekomstige situatie zich tot

file:///G:/Realisatie en Beheer NIEUW/Projecten/Projecten Derden/Zaltbommel, Wielewaal/bestemmingsplan/3 vaststelling/NL.IMRO.0297.ZBM… 20/30

13-02-2023 08:48

Zaltbommel, De Wielewaal: Toelichting

elkaar verhouden: Dakoppervlak (m²)

Terreinverharding (m²)

Onverhard (m²)

Totaal (m²)

Bestaande situatie

3.360

3.295

1.630

8.285

Toekomstige situatie

2.675

2.765

2.845

8.285

Verschil

- 685

- 530

+ 1.215

Uit de verhardingsbalans blijkt dat de hoeveelheid verhard oppervlak met circa 1.215 m² afneemt ten opzichte van de bestaande situatie. De 36 openbare parkeerplaatsen van 12,5 m² per stuk achter het gebouw, met een gezamenlijke oppervlakte van 36 x 12,5 = 450 m², worden bovendien voorzien van halfverharding in de vorm grasbetonstenen. De oppervlakte van deze parkeervakken telt daarom maar voor de helft mee in de verhardingsbalans, voor 225 m² verhard oppervlak. In totaal is daarmee sprake van circa 2.765 m² terreinverharding in de toekomstige situatie. Vanwege de afname aan verhard oppervlak is er geen watercompensatie noodzakelijk. Alle gebouwen en de omliggende terreinverharding in het plangebied worden aangesloten op het gescheiden hemel- en afvalwatersysteem. Er heeft ten behoeve van de omliggende nieuwbouwontwikkeling enkele jaren geleden een gehele vernieuwing van de hemel- en afvalwatersysteem plaatsgevonden rondom het plangebied. Met de uitwerking wordt water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing genomen en wordt hemelwater op een duurzame wijze verwerkt. De ontwikkeling is daarmee hydrologisch neutraal. Grondwater Het plangebied wordt gekenmerkt door een bepaalde grondwaterstand. De drooglegging van het gebied is hiervoor medebepalend. Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het straatniveau of het bouwpeil boven het oppervlaktewaterpeil ligt.

Doorgaans geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,7 m, voor het straatpeil een drooglegging van 1,0 m en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 m. Voldoende drooglegging is nodig om grondwateroverlast te voorkomen. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek blijkt dat de grondwaterstand op circa 1,8 m onder het maaiveld is gelegen. Daarmee is er in het plangebied sprake van voldoende drooglegging. Riolering Aansluiting van de riolering uit het plangebied wordt in een later stadium in overleg met de gemeente uitgedetailleerd. Het afvalwater wordt daarbij op het gescheiden gemeentelijke rioolstelsel aangesloten. Waterkwaliteit Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die het hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is. Ook komt dit de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede.

Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van het inzamelings- en transportstelsel van afvalwater, kortom de riolering, ligt bij de gemeente. Het waterschap is verantwoordelijk voor de zuivering van het aangeleverde afvalwater. Klimaatadaptatie Met onderhavig plan wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met klimaatadaptatie. Er wordt een vergroeningsslag doorgevoerd rondom het nieuwe gebouw. Bij de inrichting van de tuin en het omliggende openbaar gebied wordt rekening gehouden met klimaatadaptie, onder meer door het aanplanten van verschillende bomen en het toepassen van halfverharding. Hiermee wordt hittestress zoveel mogelijk tegengegaan. Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.8 Ecologie 4.8.1 Regelgeving Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder file:///G:/Realisatie en Beheer NIEUW/Projecten/Projecten Derden/Zaltbommel, Wielewaal/bestemmingsplan/3 vaststelling/NL.IMRO.0297.ZBM… 21/30

13-02-2023 08:48

Zaltbommel, De Wielewaal: Toelichting

die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Het gaat om de volgende beschermingsregimes: 1. Vogels (paragraaf 3.1): alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn; 2. Dieren en planten (paragraaf 3.2): alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; 3. Overige soorten (paragraaf 3.3): soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen. De verboden en afwijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen in de paragrafen 3.1 en 3.2, zijn direct overgenomen uit de genoemde richtlijnen en verdragen. Deze bepalingen zijn dus ook uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit deze richtlijnen en verdragen. De bepalingen in paragraaf 3.3 zien op de “overige soorten” die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb. Laatstgenoemde groep is te vergelijken met de Tabel 2-soorten uit de Flora- en faunawet.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming De Wnb brengt voor de bescherming van soorten in ieder geval de volgende drie voor de praktijk belangrijke wijzigingen met zich: 1. Allereerst is onder de Wnb niet langer de minister van Economische Zaken, maar zijn gedeputeerde staten van de provincies het bevoegd gezag voor het verlenen van ontheffingen. 2. Ten tweede kunnen de in de praktijk gehanteerde 'tabelsoorten' niet langer gebruikt worden. In plaats daarvan wordt met de nieuwe indeling van de Wnb gewerkt. 3. Ten derde is de inhoud van de verboden en de ontheffingsgrondslagen gewijzigd. In de Wet natuurbescherming zijn de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw-, sloop- en eenmalige aanlegactiviteiten, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen, in het kort de bouwvrijstelling.

Er is een knip gemaakt tussen de bouw en het gebruik van een bouwwerk. De milieubelasting tijdens de bouw is tijdelijk, terwijl het gebruik een permanent karakter heeft. Vanwege de vrijstelling is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies te toetsen op stikstof. Dit betekent dat voor het aspect stikstof alleen nog de depositie in de gebruiksfase een rol speelt. De vrijstelling geldt expliciet alleen voor

file:///G:/Realisatie en Beheer NIEUW/Projecten/Projecten Derden/Zaltbommel, Wielewaal/bestemmingsplan/3 vaststelling/NL.IMRO.0297.ZBM… 22/30

13-02-2023 08:48

Zaltbommel, De Wielewaal: Toelichting

stikstof en niet voor andere negatieve effecten die tijdens de bouwfase als gevolg van geluid, licht en trillingen op Natura 2000-gebieden kunnen optreden.

4.8.2 Doorvertaling bestemmingsplan Er is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd in het plangebied. Dit onderzoek is als bijlage 4 bij de toelichting gevoegd. Soortenbescherming Er moet aanvullend onderzoek uitgevoerd worden naar de volgende soorten of soortgroepen: laatvlieger, gewone- en ruige dwergvleermuis. Het plangebied is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, amfibieën, insecten die niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) of een vrijstelling geldt onder de Wet natuurbescherming. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli). Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Er is wel een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd voor de gebruiksfase. Dit onderzoek is als bijlage 5 bij de toelichting gevoegd. De berekening van het projecteffect van de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 2020). Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden ten gevolge van de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar.

Bij een dergelijke projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) benodigd is voor het aspect stikstof. Houtopstanden In het plangebied zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Te zijner tijd (vanaf voorjaar 2022) zal daarom een nader onderzoek naar vleermuizen worden uitgevoerd. Gezien het voorgaande onderzoek is er geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen voor vleermuizen, mits de juiste maatregelen worden getroffen, er sprake is van een gedegen alternatievenafweging en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zouden kunnen worden. De beoogde ontwikkeling in het plangebied is uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Het aspect ecologie vormt, mits de resultaten van het vleermuizenonderzoek passend zijn, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.9 Archeologie & cultuurhistorie 4.9.1 Regelgeving In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging wordt de huidige Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Daarbij is voorzien in overgangsrecht. De bedoeling is dat in de Erfgoedwet een betere integratie met verschillende soorten erfgoed komt. Daarnaast worden de procedures uniformer en daarmee overzichtelijker. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Hierbij wordt wel als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet.

De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat gepland voor na 2021. Voor de onderdelen die in de Omgevingswet zullen worden opgenomen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016 - 2019. De

file:///G:/Realisatie en Beheer NIEUW/Projecten/Projecten Derden/Zaltbommel, Wielewaal/bestemmingsplan/3 vaststelling/NL.IMRO.0297.ZBM… 23/30

13-02-2023 08:48

Zaltbommel, De Wielewaal: Toelichting

bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente.

4.9.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie Er is een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 6 bij de toelichting gevoegd. Het plangebied bevindt zich op de stroomgordel van de Waal en/of Gameren. De Gameren stroomgordel is actief geworden in de late Bronstijd. Vanaf dit moment zijn de oeverafzettingen van de stroomgordel in theorie bewoonbaar. De Gameren stroomgordel is weer inactief geworden rond 90 v.Chr. Vanaf dit moment is de stroomrug van de Gameren in theorie bewoonbaar, maar deze zal door zijn relatief lage ligging in de Romeinse Tijd pas een gunstige bewoningslocatie worden. Eerst moest de stroomrug doormiddel van differentiële klink hoger in het landschap komen te liggen. Archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Midden-Bronstijd zijn waarschijnlijk verspoeld/geërodeerd door de Gameren stroomgordel. Om deze reden geldt voor de periode Laat-Paleolithicum – Midden-Bronstijd een lage archeologische verwachting. In de omgeving van het plangebied zijn bij archeologische onderzoeken voornamelijk archeologische resten aangetroffen uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd, maar archeologische resten uit eerdere perioden zijn niet op voorhand uit te sluiten. Archeologische resten worden verwacht in de intacte top van de oeverafzettingen.

Op basis van historische kaarten is in ieder geval vanaf 18111832 bebouwing aanwezig in het plangebied. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de periode Late Bronstijd – Nieuwe Tijd. Eventueel aanwezige archeologische resten kunnen verstoord zijn geraakt bij de bouw van de (voorganger van de) huidige bebouwing in het plangebied. Uit het veldonderzoek blijkt dat de bodemopbouw in het plangebied bestaat uit bedding- en oeverafzettingen van de Gameren stroomgordel. Beddingafzettingen van deze stroomgordel zijn aangetroffen vanaf 150 tot 170 cm -Mv (+2,2 en +2,05 m NAP) en 210 cm -Mv (+1,4 m NAP). Oeverafzettingen zijn aangetroffen vanaf 155 tot 60 cm -Mv (+2,35 en +3,05 m NAP) en deze afzettingen zijn tussen de 15 en 110 cm dik. Deze wisselende dikte is ontstaan door een verstoring van de oeverafzettingen waarna het aangetroffen ophogingspakket is aangebracht. Alleen in boring 5 zijn de oeverafzettingen (grotendeels) intact aangetroffen op 60 cm -Mv (+3,05 m NAP), getuige de begraven bouwvoor die aanwezig is. Het aangetroffen ophogingspakket is niet archeologisch relevant, aangezien deze waarschijnlijk is opgebracht voor de bekende historische bebouwing in het plangebied vanaf 1962. Het puin waarop boring 4 is gestuit is waarschijnlijk afkomstig van deze bebouwing.

Gezien de ondiepe ligging van de intacte top van de oeverafzettingen, zoals deze is aangetroffen in boring 5 (60 cm -Mv (+3,05 m NAP), is deze top niet meer intact aanwezig onder de huidige bebouwing. Ook zal deze top verstoord zijn door de voorganger van de huidige bebouwing. Om deze reden geldt alleen nog voor de zuidoostzijde van het plangebied ter hoogte van boring 5 nog een hoge archeologische verwachting (circa 275 m²). Gezien de wisselingen in diepte van de top van de oeverafzettingen in relatie tot het maaiveld en de NAP in de rest van het plangebied, is vastgesteld dat de oeverafzettingen in het plangebied maximaal 95 cm zijn afgetopt of anderzijds verstoord. Dit betekent dat de meeste eventueel aanwezige archeologische resten niet meer (intact) in het plangebied aanwezig zijn. De aangetroffen indicatoren wijzen er echter wel op dat deze archeologische resten aanwezig zijn geweest. Om deze redenen wordt de archeologische verwachting in de rest van het plangebied bijgesteld naar laag. Op basis van dit onderzoek is in het plangebied sprake van verschillende verwachtingszones, die op navolgende kaart zijn weergegeven:

file:///G:/Realisatie en Beheer NIEUW/Projecten/Projecten Derden/Zaltbommel, Wielewaal/bestemmingsplan/3 vaststelling/NL.IMRO.0297.ZBM… 24/30

13-02-2023 08:48

Zaltbommel, De Wielewaal: Toelichting

Het overgrote gedeelte van het plangebied kent een lage archeologische verwachting in verband met de vastgestelde verstoring van de oeverafzettingen. In het zuidoosten van het plangebied is een zone van 275 m² aanwezig met een hoge archeologische verwachting. In deze zone is een intacte begraven bouwvoor aangetroffen in de top van de oeverafzettingen. Deze zone is echter dusdanig klein dat verder archeologisch onderzoek in dit gedeelte van het plangebied geen meerwaarde heeft. Daarom adviseert Transect om het gehele plangebied vrij te geven voor de beoogde ontwikkeling. Los hiervan zullen er aan deze zijde van het plangebied geen nieuwbouwwerkzaamheden plaatsvinden. Het gebouw aan deze zijde blijft staan en wordt intern verbouwd. Mochten er toch onverhoopt archeologische resten worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Zaltbommel). Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig met een formele cultuurhistorische waardekwalificatie. Wel is aan de andere zijde van de Marten van Rossemsingel de historische binnenstad van Zaltbommel aanwezig in de vorm van een singel met direct daarachter de binnenstad zelf.

De binnenstad is aangewezen als beschermd stadsgezicht. Met de beoogde planopzet worden de aanwezige kwaliteiten ter plaatse versterkt door aan de zijde van de Marten van Rossemsingel het gebouw iets verder van de singel af te plaatsen, evenwijdig aan de straat, in een groene voet. Qua architectuur wordt aangesloten bij de architectuur van de omliggende bebouwing. Daarnaast is het nieuwe woongebouw op voldoende afstand van het naastgelegen pand op de hoek van de Marten van Rossemsingel en de Johan de Wittstraat geplaatst. Tussen deze gebouwen is aan de singelzijde een groene tussenruimte gecreëerd. Tenslotte is het nieuwe woongebouw aan de zijde van J van Oldenbarneveldtstr evenwijdig aan de straat gepositioneerd, gelijk aan de oriëntatie van het voormalige schootsveld ter plaatse. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.10 Leidingen 4.10.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch

file:///G:/Realisatie en Beheer NIEUW/Projecten/Projecten Derden/Zaltbommel, Wielewaal/bestemmingsplan/3 vaststelling/NL.IMRO.0297.ZBM… 25/30

13-02-2023 08:48

Zaltbommel, De Wielewaal: Toelichting

relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”.

4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, aardgas, brandstof en/of hoogspanningsverbindingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones dienen te worden opgenomen.

4.11 Vormvrije MER-beoordeling 4.11.1 Regelgeving Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Deze vormvrije m.e.r.beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.

4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Aangezien het aantal (zorg)wooneenheden slechts met vier toeneemt, is er geen m.e.r.-beoordeling conform het Besluit m.e.r. noodzakelijk. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.beoordeling'. De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.

file:///G:/Realisatie en Beheer NIEUW/Projecten/Projecten Derden/Zaltbommel, Wielewaal/bestemmingsplan/3 vaststelling/NL.IMRO.0297.ZBM… 26/30

13-02-2023 08:48

Zaltbommel, De Wielewaal: Toelichting

In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere bestemmingsplannen van de gemeente. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningsvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.

5.1.1 Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

5.1.2 Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Specifieke gebruiksregels In deze bepaling wordt genoemd wat strijdig gebruik is binnen de specifieke bestemming.

5.1.3 Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene gebruiksregels In deze bepaling wordt genoemd wat in ieder geval verboden gebruik is, welke regels gelden voor parkeren en welke regels voor laden en lossen. Algemene afwijkingsregels Deze bepaling bevat een afwijkingsmogelijkheid van de in de regels gegeven maten met betrekking tot het bouwen. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

5.1.4 Overgangs- en slotregels Overgangsregels Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling file:///G:/Realisatie en Beheer NIEUW/Projecten/Projecten Derden/Zaltbommel, Wielewaal/bestemmingsplan/3 vaststelling/NL.IMRO.0297.ZBM… 27/30

13-02-2023 08:48

Zaltbommel, De Wielewaal: Toelichting

houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.2 Bestemmingsplan In het plangebied komen de volgende (dubbel)bestemmingen voor: Artikel 3 Gemengd Binnen de bestemming 'Gemengd' kunnen zowel reguliere woningen, alsmede woonzorg-voorzieningen en/of verpleeg- of zorginstellingen worden gerealiseerd met daaraan ondergeschikte of ondersteunende kantoren, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening en detailhandel. Er is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarmee burgemeester en wethouders onder voorwaarden (parkeren) meer reguliere woningen kunnen toestaan. Artikel 4 Waarde - Archeologie 2 Ter borging van de mogelijk aanwezige archeologische waarden in de bodem is in voorliggend bestemmingsplan de archeologische dubbelbestemming overgenomen uit de geldende beheersverordening, voor zover uit het archeologisch onderzoek blijkt dat deze gehandhaafd moet blijven.

5.3 Handhaving Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. Er zijn twee vormen handhaving te onderscheiden: preventieve handhaving; repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen en regelmatige gebiedscontroles.

Vervolgens worden in het kader van preventieve handhaving duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels opgesteld en aandacht besteed aan communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijk actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primaire doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels. Vertaling naar bestemmingsregeling In dit bestemmingsplan is aangesloten bij de actuele maatschappelijke behoefte voor wat betreft bouwen en gebruik. Vervolgens is via het opnemen van diverse flexibiliteitsbepalingen (algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingen) in voldoende mate ingespeeld op eventuele toekomstige ontwikkelingen. De verbeelding, de regels en de toelichting zijn, tot slot, zodanig op elkaar afgestemd dat interpretatieproblemen en problemen met betrekking tot de uitvoering zo veel mogelijk worden voorkomen, en dus handhavingssituaties worden voorkomen.

file:///G:/Realisatie en Beheer NIEUW/Projecten/Projecten Derden/Zaltbommel, Wielewaal/bestemmingsplan/3 vaststelling/NL.IMRO.0297.ZBM… 28/30

13-02-2023 08:48

Zaltbommel, De Wielewaal: Toelichting

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro): de bouw van één of meer woningen; de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofdgebouw met tenminste 1.000 m² of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 m² bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m². Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Alle kosten die gemaakt moeten worden voor het opstellen van het bestemmingplan zijn voor rekening van de initiatiefnemer.

Hiervoor is een overeenkomst afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade is geregeld. Daarmee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente afdoende geregeld.

6.2 Overleg In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het plan onder andere besproken worden met de volgende partijen: Provincie Gelderland; Waterschap Rivierenland. Er zijn geen vooroverlegreacties ingediend.

6.3 Inspraak Op donderdag 10 juni 2021 hebben zorgorganisatie BrabantZorg en woningcorporatie Habion een inspiratiebijeenkomst over de toekomst van De Wielewaal gehouden voor betrokkenen (bewoners, cliëntenraad e.d.). Betrokkenen werden in deze bijeenkomst uitgenodigd om mee te denken over wat er nodig is om fijn oud(er) te kunnen worden in De Wielewaal. Vanwege de maatregelen van het RIVM in verband met Covid-19 konden hierbij 30 mensen aanwezig zijn. In totaal zijn er 615 wensen opgehaald tijdens deze bijeenkomst. Ongeveer een maand later is er op 12 juli 2021 een terugkomdag gerealiseerd waarop de resultaten van de inspiratiebijeenkomst zijn teruggekoppeld. De belangrijkste wensen hadden betrekking op drie categorieën: wonen, reuring en zelfbepaling: Woning met aparte slaapkamer en balkon; Verbinding en contact met de buurt; Samen activiteiten doen, gezelligheid; Keuzevrijheid, eigen regie; Veiligheid.

6.4 Zienswijzen file:///G:/Realisatie en Beheer NIEUW/Projecten/Projecten Derden/Zaltbommel, Wielewaal/bestemmingsplan/3 vaststelling/NL.IMRO.0297.ZBM… 29/30

13-02-2023 08:48

Zaltbommel, De Wielewaal: Toelichting

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 17 november 2022 tot en met woensdag 28 december 2022 voor iedereen ter inzage gelegen. Er is één zienswijze ingediend. Deze zienswijze is in de nota zienswijzen van een gemeentelijke reactie voorzien (zie bijlage 7).

file:///G:/Realisatie en Beheer NIEUW/Projecten/Projecten Derden/Zaltbommel, Wielewaal/bestemmingsplan/3 vaststelling/NL.IMRO.0297.ZBM… 30/30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12491992/1