Bijlage 3a. Brief gedeputeerde Van der Meer
Tekst van het document
Geachte heer Posthouwer, beste Willem,
Ik begrijp dat er vorige week donderdag in een commissievergadering is gesproken over de 'Actualisatie Notitie uitgangspunten RES Fruitdelta Rivierenland' en dat er bij sommige raadsleden vragen zijn over de provinciale rol bij windenergieprojecten. Graag geef ik daarover een toelichting ten behoeve van de besluitvorming over de notitie. Dit najaar hebben Gedeputeerde Staten Provinciale Staten geïnformeerd over hoe zij de provinciale rolneming bij windenergieprojecten zien in relatie tot de afspraken die we in de Gelderse RES'en hebben gemaakt en op welke wijze wij daar praktisch invulling aan willen geven.
RES Met de RES zijn we een langjarige samenwerking aangegaan. Net als onze partners hebben wij ook de verplichtingen op ons genomen om de bijbehorende doelstellingen te realiseren. Dit is in lijn met de ambities uit ons coalitieakkoord en de provinciale omgevingsvisie.
De Regionale Energie Strategie (RES) vormt het kader waarbinnen de RES-partners afspraken maken over zonne- en windprojecten. De RES is voor een deel nog op hoofdlijnen en gericht op het formuleren van een gezamenlijke ambitie. Deze ambitie is enerzijds opgebouwd uit concrete projecten die al lopen of gerealiseerd zijn en bestaat anderzijds uit zoekzones. Om de RES-ambities te kunnen realiseren moeten de zoekzones richting RES 2.0 verder worden uitgewerkt en verankerd in de instrumenten van de Omgevingswet (omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en omgevingsvergunning). De gemeenten zijn hiervoor in eerste instantie verantwoordelijk. De provincie kan hier vanuit een provinciaal belang invloed op uitoefenen en kaders voor stellen. De provincie is, zoals verwoord in de notitie uitgangspunten, bevoegd gezag voor windprojecten (5-100 MW). In de praktijk wordt deze bevoegdheid overgedragen aan gemeenten (als deze dat willen) zoals we in het onderstaande zullen toelichten.
Momenteel zitten we in de fase van RES 1.0 naar RES 2.0, die medio 2023 klaar moet zijn. De realisatie van de RES-ambities gaat niet vanzelf en vergt een actieve rol van gemeenten, waterschappen en provincie.
Het borgen van de RES in het ruimtelijk beleid van provincie, gemeenten en waterschap Er zijn veel ontwikkelingen die om ruimte vragen. Daarom moeten als we als provincie (samen met onze partners) zorgvuldig en integraal keuzes maken. Daarbij streven we naar:
- Tijdige vergunningverlening (voor 1-1-2025); - het zo laag mogelijk houden van maatschappelijke kosten voor de benodigde aanpassingen van de netinfrastructuur om zon- en windprojecten te kunnen aansluiten; - duidelijkheid voor overheden en derden over status (rechtsbetekenis/doorwerking/procedures) van de RES; - het realiseren van regionale samenhang en integrale afweging in zoekgebieden van de RES; - invulling van de rol van de provincie als bevoegd gezag bij windprojecten (5-100 MW) in lijn met de afspraken in de RES.
Herijking van provinciaal windbeleid Het huidige provinciale windbeleid stuurt niet op locaties, zoals we in de RES doen, maar richt zich op ruimtelijke belemmeringen en mogelijkheden. We willen ons windbeleid daarom in lijn gaan brengen met de afspraken die gemaakt zullen worden in de RES 2.0. Dit om te voorkomen dat we, op basis van de elektriciteitswet, gedwongen worden om aan initiatieven mee te werken die indruisen tegen de afspraken in de RES. De afspraken in de RES 2.0 worden dan vertaald in provinciaal en gemeentelijk beleid dat de juridische basis vormt om projecten toe te staan én projecten buiten de RES te kunnen weigeren of on hold te zetten.
Onze visie op samenwerking met gemeenten in windenergieprojecten Samenwerken met gemeenten is ons uitgangspunt bij de realisatie van windprojecten. Optrekken als partners betekent ook samen het RES-bod realiseren. De Regionale Energie Strategie (RES) is daarbij het vertrekpunt. Tegelijkertijd zoeken we flexibiliteit om te kunnen inspelen op nieuwe inzichten en nieuwe ontwikkelingen die bijdragen aan het tijdig halen van de doelen of een betere zon/windenergie-verhouding als dat nodig is.
We hebben een stappenplan ontwikkeld voor een goede afweging in deze fase, waarin we ons beleid nog niet hebben aangepast aan de RES en zich wel initiatieven aandienen. De aanpak kan bij de RES 2.0 onderdeel uit gaan maken van de samenwerkingsafspraken die opgenomen worden in de RES. De werkwijze is gevat in een stroomschema, de zogenaamde 'windladder' (zie bijlage).
De windladder laat zien dat we gemeenten graag als eerste aan zet zien op het moment dat een initiatiefnemer zich meldt. Als de gemeente de ruimtelijke procedure wil vormgeven
dan dragen wij onze bevoegdheid over. Op dat moment maken we ook afspraken over de wijze van samenwerken en de ondersteuning met kennis en kunde vanuit de provincie. Ook de regio heeft een plek in het schema. We zien de regio niet als besluitvormend orgaan, maar als de plek waar de RES-partners met elkaar afstemming zoeken over de te volgen strategie en de realisatie daarvan. Als het gaat om het afgeven van vergunningen zijn bevoegdheden geregeld in het huis van Thorbecke.
Ik hoop dat uit het voorgaande spreekt met welke intenties we samen met onze RESpartners optrekken in het traject richting RES 2.0 en hoe we de gezamenlijke ambities willen omzetten in resultaten.
Met vriendelijke groet,
Jan van der Meer Gedeputeerde Energie en Klimaat, Milieu en Gezondheid en Openbaar Vervoer