CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek

Raadsvergadering 16 maart 2023, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan Poederoijen27.122 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT: Diverse bodemonderzoeken Nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen

PROJECTNUMMER: B19.7639 Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen

PROJECTNUMMER: B19.7639 Versie 01

OPDRACHTGEVER: Kwekerij Waalzicht B.V.

DATUM: 8 januari 2020

Auteur:

Autorisatie:

J.P.G. Boerakker Projectmedewerker Verhoeven Milieutechniek B.V.

ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B19.7639/R7639-01/JB De informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2 SAMENVATTING Kwekerij Waalzicht B.V. heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest, inclusief historisch vooronderzoek, ten behoeve van nieuwbouw ter plaatse van de onderzoeklocatie gelegen aan de Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen. De aanleiding tot de onderzoeken is de nieuwbouw op de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017, de NEN 5740:2009/A1:2016 en de NEN 5707:2015/C2:2017. De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest), om te bepalen of en in welke mate belemmeringen bestaan tegen de nieuwbouw. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies historische gegevens Uit de historisch gegevens kan het volgende worden geconcludeerd:  Van de onderzoekslocatie zelf zijn geen gegevens bekend van de bodemkwaliteit;  Van de nabije omgeving is een nulsituatie onderzoek bekend (1998), waarbij een bovengrondse olietank en een opslag van bestrijdingsmiddelen en kunstmeststoffen zijn onderzocht.

Hierbij zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor zware metalen en olie aangetoond. De locaties van de bovengrondse olietank en de opslag van bestrijdingsmiddelen en kunstmeststoffen zijn niet gewijzigd en aanwezig ten zuiden van de onderzoekslocatie;  Op de locatie is een glastuinbouwcomplex aanwezig geweest en momenteel is de onderzoekslocatie nog in gebruik voor de bloementeelt, waardoor de teeltlaag aanvullend onderzocht dient te worden op OCB. Tevens is de bodem verdacht op PFAS, op aangeven van de ODR;  Op basis van het historisch kaartmateriaal is naar verwachting één gedempte watergang aanwezig;  Op de onderzoekslocatie is een glastuinbouwcomplex aanwezig geweest, welke in circa 2009 is gesloopt. Derhalve is de locatie verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem;  Zover als bekend zijn verder geen bodembedreigende activiteiten op de eigenlijke onderzoekslocatie aanwezig (geweest). In verband met de voorgenomen herontwikkeling dient op basis van bovengenoemde gegevens een verkennend bodemonderzoek, inclusief teeltlaagonderzoek naar OCB en een onderzoek naar PFAS, uitgevoerd te worden conform de NEN5740 om de actuele bodemkwaliteit vast te leggen. Tevens wordt geadviseerd om een onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 uit te voeren om te bepalen of en in welke mate een asbestverontreiniging aanwezig is.

Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

3 Resultaten, conclusies en aanbevelingen Resultaten verkennend bodemonderzoek Voor de onderzoekslocaties is voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Algemene kwaliteit Uit de resultaten van het verkennend en aanvullend analytisch onderzoek blijkt dat voor wat betreft de algemene NEN-kwaliteit maximaal licht verhoogde gehalten aanwezig zijn in de boven- en ondergrond en in het grondwater ten opzichte van de achtergrond- en streefwaarden. Op basis van de direct uitgevoerde extra boringen en analyses is daarnaast in voldoende mate vastgesteld dat voor wat betreft de waargenomen zwakke oliegeuren in de ondergrond geen sprake kan zijn van ernstige olieverontreinigingen. De licht verhoogde gehalten voor minerale olie in de grond betreffen slechts marginaal verhoogde gehalten van de achtergrondwaarde (index <0,1). Voor vluchtige aromaten zijn in de grond geen verhoogde gehalten van de achtergrondwaarden aangetoond. In het grondwater zijn voor minerale olie en vluchtige aromaten eveneens geen verhoogde gehalten aangetroffen ten opzichte van de streefwaarden.

Op basis van de beschikbare uitgebreide onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese voor de algemene kwaliteit ons inziens worden verworpen, aangezien in de boven-, ondergrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse parameters zijn aangetoond, die de interventiewaarden niet overschrijden. Teeltlaag In de oorspronkelijke teeltlaag is maximaal een licht verhoogd gehalte aangetoond voor OCB, waardoor kan worden geconcludeerd dat de voormalige boomgaarden niet hebben geleid tot een ernstige verontreiniging. Op basis hiervan kan de verdachte hypothese worden verworpen en is de teeltlaag niet langer verdacht op het voorkomen van OCB. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden. De interventiewaarden worden niet overschreden. PFAS In de onderzochte grondmengmonsters MMPFAS01 en MMPFAS02 van de bovengrond (klei) zijn voor PFOS (respectievelijk 1,2 en 1,5 µg/kg d.s.) en PFOA (respectievelijk 0,54 en 0,24 µg/kg d.s.) verhoogde gehalten ten opzichte van de detectielimiet van het laboratorium aangetoond.

De aangetoonde gehalten voor PFOS liggen boven de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde), uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond, maar voldoen conform het verkennend onderzoek aan de functieklasse “wonen” en “industrie” bij toepassing boven grondwaterniveau, buiten grondwaterbeschermingsgebieden en op de landbodem. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze toetsingswaarde door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Voor de overige PFAS zijn geen gehalten boven de detectiegrens aangetoond. Resultaten verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest is uitgegaan van een verdachte locatie. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen. In de samengestelde grondmonsters is zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest aangetroffen. Over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige obstakels op het maaiveld.

Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

4 Conclusies en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ten behoeve van de nieuwbouw aan de Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen, ons inziens, in voldoende mate vastgesteld. In de bovengrond worden de indexen van 0,5 plaatselijk overschreden voor cadmium, koper en/of lood, waardoor formeel gezien een nader grondonderzoek noodzakelijk is. Op basis van de volgende argumenten is, ons inziens, een nader grondonderzoek echter niet noodzakelijk:  Op basis van de resultaten van het uitgebreide aanvullend analytisch onderzoek ter plaatse van de 19 afzonderlijke boringen is vastgesteld dat in de bovengrond maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond voor diverse zware metalen. Gemiddeld genomen liggen de gehalten ruim onder de index van 0,5, aangezien slechts bij 3 van de 19 boringen de indexen van een 0,5 worden overschreden voor enkele metalen;  In de bovengrond is geen sprake van ernstige grondverontreinigingen met metalen, waardoor humane risico’s niet aan de orde zijn;  In de ondergrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond, waarbij de index van 0,5 eveneens niet wordt overschreden;  Aangezien geen sterke grondverontreinigingen zijn aangetroffen, zijn wettelijk gezien geen sanerende maatregelen van toepassing.

Zoals eerder aangegeven en onderbouwd leiden de aangetroffen oliegeuren ook niet tot een ernstige bodemverontreiniging. Wel wordt geadviseerd om in de toekomst, bij beëindiging van de bodembedreigende activiteiten, in de werkruimte een eindsituatie onderzoek uit te voeren. Op basis van de bovenstaande argumenten zijn, ons inziens, geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb en bestaan er derhalve geen bezwaren tegen de voorgenomen nieuwbouw. Geadviseerd wordt om, na verwijdering van de momenteel aanwezige belemmering op het maaiveld, nog aanvullend een maaiveldinspectie naar asbest uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone. Op basis van de PFAS resultaten kan, voor wat betreft de bovengrond (klei), worden aangetoond dat de gehalten voor PFAS onder de functieklasse ‘wonen’ en ‘industrie’ vallen. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd.

Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

5 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 6

2.

DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK .......................................................................................... 6

3.

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.2. HISTORISCHE GEGEVENS (NEN5725) ........................................................................................................ 6

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 8 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 8 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 8

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 8

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 9 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIE............................................................................................................................ 9 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................. 9

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 12 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 12 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 13

8.

ANALYSES EN RESULTATEN .............................................................................................................. 14 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 14 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 14 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 18

9.

RESULTATEN, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................... 20 9.1 RESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK .................................................................................... 20 9.2. RESULTATEN VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST ......................................................................... 20 9.3 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................................................................ 21

BIJLAGEN 1.

Situering in de regio

2.

Situatieschets met boringen, proefgaten en peilbuis

3.

Boorprofiel beschrijvingen

4.

Analysecertificaten grond, grondwater en asbest

5.

Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater (tabellen toetsingswaarden)

6.

Veldwerkformulieren onderzoek naar asbest

7.

Historische informatie

Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

6

1.

INLEIDING Kwekerij Waalzicht B.V. heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest, inclusief historisch vooronderzoek, ten behoeve van nieuwbouw ter plaatse van de onderzoeklocatie gelegen aan de Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen. De aanleiding tot de onderzoeken is de nieuwbouw op de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], de NEN 5740:2009/A1:2016 [2] en de NEN 5707:2015/C2:2017 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest), om te bepalen of en in welke mate belemmeringen bestaan tegen de nieuwbouw.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1. Algemene gegevens De locatie betreft een (voormalige) glastuinbouw locatie gelegen aan de Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen en staat kadastraal bekend als gemeente Brakel, sectie N, nummer 1545 (ged.). De locatie betreft een voormalige glastuinbouwcomplex welke in circa 2009 is gesloopt. Momenteel is de onderzoekslocatie in gebruik voor de bloementeelt. De onderzoekslocatie heeft een totale oppervlakte van maximaal 5.000 m2. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2. Historische gegevens (NEN5725) Ten behoeve van het opstellen van de onderzoeksopzet is in de periode november-december 2019 door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) een historisch onderzoek conform de NEN 5725-richtlijnen uitgevoerd. Bij de ODR zijn de historische gegevens opgevraagd en verkregen (d.d. 15-11-’19). Door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn tevens de websites www.topotijdreis.nl en www.bodemloket.nl bekeken. Alle beschikbare informatie is door VMT bestudeerd. De relevante historische informatie is opgenomen in bijlage 7. Voormalig en huidig gebruik De onderzoekslocatie heeft voor zover bekend altijd een agrarische functie gehad. In het verleden landbouwgrond en later voor glastuinbouw.

In circa 2009 is het glastuinbouwcomplex op de onderzoekslocatie gesloopt en momenteel is de is de locatie in gebruik voor de bloementeelt Toekomstig gebruik Het voornemen is om op een deel van de onderzoekslocatie nieuwbouw te realiseren.

Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

7 Bodemkwaliteitsgegevens Door de ODR is een adviesbrief opgesteld met de historische informatie van de Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen. Van de onderzoekslocatie zelf zijn geen bodemonderzoeken bekend. Wel is er nabij de onderzoekslocatie een nulsituatie onderzoek uitgevoerd (CBB, kenmerk 5052352, d.d. 21-121998), waarbij een bovengrondse olietank en een opslag van bestrijdingsmiddelen en kunstmeststoffen zijn onderzocht. Hierbij zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor zware metalen en olie aangetoond. Door de adviseur van de opdrachtgever is aangegeven dat de locaties van de bovengrondse olietank en de opslag van bestrijdingsmiddelen en kunstmeststoffen niet zijn gewijzigd en niet ter plaatse van de onderzoekslocatie aanwezig zijn. Voor zover bekend zijn er geen verdachte puntbronnen voor PFAS op de onderzoekslocatie. Wel is de locatie verdacht op het voorkomen van PFAS in verband met het mogelijke gebruik van bestrijdingsmiddelen op de onderzoekslocatie. Historisch kaartmateriaal Uit het historische kaartmateriaal van www.topotijdreis.nl blijkt dat op de onderzoekslocatie naar verwachting één voormalige watergang aanwezig is geweest. Daarnaast is bekend dat op de locatie een glastuinbouwcomplex aanwezig geweest (sinds de jaren ‘70), waardoor de teeltlaag verdacht is op bestrijdingsmiddelen (OCB).

Boven- en/of ondergrondse brandstoftanks Volgens de adviesbrief van de ODR zijn er geen boven- en ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie aanwezig. Op www.bodemloket.nl wordt de aanwezigheid van de bovengrondse brandstoftank wel bevestigd, zoals ook reeds is vastgesteld tijdens het nulsituatie bodemonderzoek. Verder zijn geen olietanks aanwezig (geweest), zover als bekend. Asbest Op de locatie is een kas aanwezig geweest, welke in circa 2009 is gesloopt. Derhalve is een onderzoek naar asbest noodzakelijk. PFAS Op 8 juli 2019 de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van toepassing verklaard. Dit heeft gevolgen voor de acceptatie van grond en baggerspecie bij grondbanken en verwerkers. Dus zodra er grond/slib van de locatie moet worden afgevoerd dient onderzoek plaats te vinden naar PFAS (30 parameters) en/of GenX. Aangezien de onderzoekslocatie verdacht is op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen, dient rekening gehouden te worden met aanvullend onderzoek van de verdachte grondlaag (bovengrond) op PFAS. GENX betreft geen verdachte parameter voor deze regio.

Locatiebezoek Tijdens het locatiebezoek, voorafgaand aan de veldwerkzaamheden, is bevestigd dat de bovengrondse olietank en de opslag van bestrijdingsmiddelen en kunstmeststoffen niet ter plaatse van de onderzoekslocatie aanwezig zijn, maar ten zuiden ervan. De locaties zijn ingetekend op bijlage 2, ten zuiden van de onderzoekslocatie. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen kas meer aanwezig. Verder zijn geen overige bodembedreigende activiteiten en andere bijzonderheden (geen puin of asbestverdachte materialen op maaiveld) waargenomen ter plaatse van de onderzoekslocatie.

Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

8 Conclusies historische gegevens Uit de historisch gegevens kan het volgende worden geconcludeerd:  Van de onderzoekslocatie zelf zijn geen gegevens bekend van de bodemkwaliteit;  Van de nabije omgeving is een nulsituatie onderzoek bekend (1998), waarbij een bovengrondse olietank en een opslag van bestrijdingsmiddelen en kunstmeststoffen zijn onderzocht. Hierbij zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor zware metalen en olie aangetoond. De locaties van de bovengrondse olietank en de opslag van bestrijdingsmiddelen en kunstmeststoffen zijn niet gewijzigd en aanwezig ten zuiden van de onderzoekslocatie;  Op de locatie is een glastuinbouwcomplex aanwezig geweest en momenteel is de onderzoekslocatie nog in gebruik voor de bloementeelt, waardoor de teeltlaag aanvullend onderzocht dient te worden op OCB. Tevens is de bodem verdacht op PFAS, op aangeven van de ODR;  Op basis van het historisch kaartmateriaal is naar verwachting één gedempte watergang aanwezig;  Op de onderzoekslocatie is een glastuinbouwcomplex aanwezig geweest, welke in circa 2009 is gesloopt. Derhalve is de locatie verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem;  Zover als bekend zijn verder geen bodembedreigende activiteiten op de eigenlijke onderzoekslocatie aanwezig (geweest).

In verband met de voorgenomen herontwikkeling dient op basis van bovengenoemde gegevens een verkennend bodemonderzoek, inclusief teeltlaagonderzoek naar OCB en een onderzoek naar PFAS, uitgevoerd te worden conform de NEN5740 om de actuele bodemkwaliteit vast te leggen. Tevens wordt geadviseerd om een onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 uit te voeren om te bepalen of en in welke mate een asbestverontreiniging aanwezig is.

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE 4.1. Bodemopbouw Op de onderzoekslocatie is een circa 8 meter dikke deklaag aanwezig. De deklaag is een slechte waterdoorlatende complexe eenheid van holocene afzetting en bestaat uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand . Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerende pakket is circa 17 meter dik en bestaat voornamelijk uit midden en grof zand van de Formaties van Kreftenheye en Sterksel. Het eerste watervoerende pakket wordt van het tweede watervoerende pakket gescheiden door een circa 2 meter dikke scheidende laag, voornamelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand van de Formatie van Sterksel. Hieronder bevindt zich het tweede watervoerend pakket tot circa 57 m-mv [4]. 4.2. Geohydrologie Naar verwachting is het oppervlakte water in zuidwestelijk gericht, richting de Afgedamde Maas. De stromingsrichting van het ondiepe grondwater kan worden beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De locaties zijn voor zover bekend niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied.

5.

HYPOTHESE Op basis van de beschikbare informatie wordt voor de algemene kwaliteit uitgegaan van verdachte locaties met betrekking tot de aanwezigheid van een grond- en asbestverontreiniging, waarbij de voormalige watergang een aandachtspunt vormt. Voor bestrijdingsmiddelen en PFAS wordt eveneens uitgegaan van een verdachte locatie.

Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

9 6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategie

Verkennend bodemonderzoek, teeltlaagonderzoek en aanvullend onderzoek naar PFAS Voor de algehele bodemkwaliteit is uitgegaan van de NEN 5740/A1 voor een verdachte nietlijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL) met een maximale totale oppervlakte van 5.000 m2. Aanvullend zal de teeltlaag onderzocht worden volgens de heterogene niet-lijnvormige strategie (VED-HE-NL). Aanvullend dient voor de onderzoekslocatie aandacht te worden besteed aan de aanwezigheid van de voormalige watergang middels het plaatsen van één dwarsraai van boringen tot circa 2,0 m-mv haaks op de slootdemping. Vooralsnog is hiervoor geen extra analyse opgenomen. In verband met de voormalige aanwezigheid van een kassencomplex worden alle boringen minimaal doorgezet tot 1,0 m-mv. Twee diepe boringen en de diepe boring met peilbuis worden gesitueerd in de directe omgeving van de werkruimte met de bovengrondse olietank en de bovengrondse opslag van bestrijdingsmiddelen en kunstmeststoffen. Aangezien op de onderzoekslocatie een glastuinbouwcomplex aanwezig is geweest en de locatie momenteel nog in gebruik is voor de bloementeelt, dienen de boven- en ondergrond (tot 1,0 m-mv) te worden onderzocht op PFAS conform strategie VED-HO (maximaal 1 ha).

In totaal zijn derhalve twee analyses voor PFAS in grond opgenomen, waarbij de bovengrond (0-0,5 m-mv) als meest verdachte grondlaag wordt beschouwd. Verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest wordt uitgegaan van de NEN 5707/C2 voor een diffuse locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging (maximaal 5.000 m2). Ten behoeve van het onderzoek naar asbest worden minimaal 17 proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv, waarvan minimaal 3 proefgaten moeten worden doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels drie analyses te worden geverifieerd. De werkzaamheden van het onderzoek naar asbest wordt zoveel als mogelijk gecombineerd uitgevoerd met het verkennend bodemonderzoek. 6.2. Veldwerkzaamheden Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (certificatienr: EC-SIK20250 geldig tot 20-06-2022, afgegeven door Normec Certification).

De werkzaamheden worden door een ervaren en geregistreerde medewerker uitgevoerd conform de geldende NEN/NPRnormen en de BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001: het plaatsen van boringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 6) en protocol 2018: locatieinspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). De peilbuizen zijn na een standtijd van minimaal één week, bemonsterd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schep en Edelmanboor.

Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

10 In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data

Bedrijf

28 en 29 november 2019

Verhoeven Milieutechniek BV

Gecertificeerde medewerker(s) De heer M.A.H. van Baal

6 december 2019

Verhoeven Milieutechniek BV

De heer M.A.H. van Baal

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)

Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Grond Ten behoeve van algemene bodemkwaliteit zijn in totaal 25 boringen (B01 t/m B19) geplaatst, verspreid over de onderzoekslocatie. De diepe boringen B08, PB09 en B16 zijn in de directe omgeving van de werkruimte geplaatst. In verband met een waargenomen zwakke oliegeur ter plaatse van boring PB09 zijn direct de afperkende boringen B09A-D geplaatst tot een diepte van 1,5 m-mv. Tevens zijn steekbussen genomen. De peilbuis is derhalve in de meest verdachte boring PB09 geplaatst met een filter conform NEN 5740. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden per onderzoekslocatie weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden per onderzoekslocatie Circa 1,0 m-mv B01, B02, B04 t/m B07, B10 t/m B15, B17 t/m B19

Circa 1,5 m-mv B09A-D

Boringen / peilbuizen Circa 2,0 m-mv B03A-C, B08, B16

Peilbuis (filterstelling m-mv) PB09 (1,5 - 2,5)

Ter plaatse van de vermoedelijke ligging van de voormalige watergang is de dwarsraai B03A-C geplaatst. Grondwater Het grondwater uit peilbuis PB09 is op 6 december 2019, na een standtijd van minimaal een week en twee keer afpompen, bemonsterd. De bemonsteringen hebben plaatsgevonden volgens de techniek van lage-troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het onderzoek naar asbest ter plaatse van de onderzoekslocatie dient op de locatie allereerst een locatie- en maaiveldinspectie te worden uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de onderzoekslocatie bedekt is met verhardingen, vegetatie en worteldoek (totaal 70 %) en er daarnaast goederen liggen opgeslagen (totaal 10 %). Er heeft derhalve, in afwijking van de BRL 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie ( > 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Mogelijk zijn hierdoor de resultaten beïnvloed. Op het maaiveld zijn desondanks, rekening houdend hiermee, geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn in totaal 18 proefgaten (0,3 m x 0,3 m) tot circa 0,5 m-mv gegraven. De proefgaten zijn gegraven met behulp van een schep.

Voor de inspectie van de ondergrond zijn alle proefgaten met behulp van een Edelmanboor met een brede diameter (12 cm) doorgezet tot minimaal 1,0 m-mv. Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is per boring/proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn geen asbestverdacht (plaat)materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen. Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

11 Ter verificatie zijn drie grondmonsters samengesteld ten behoeve van het onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde monsters en de zintuiglijke waarnemingen is in hoofdstuk 8, tabel 8.6 weergegeven. De situatieschets met de geplaatste boringen, peilbuis en gegraven proefgaten is opgenomen als bijlagen 2. De veldwerkformulieren van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 6.

Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

12

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1. Grond/grondwater De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde - achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid:  Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd.  Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit [6] tot die tijd moet het tijdelijk handelingskader van hergebruik van PFAS houdende grond (meest recente versie 29 november 2019), worden gehanteerd.

Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

13 In het tijdelijk handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOS een toepassingsnorm van 0,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 0,8 μg/kg d.s.. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Op basis van de huidige inzichten ontstaan er bij deze gehalten geen onaanvaardbare risico’s voor mens en milieu. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. 7.2. Asbest De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering.

Indien tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 eveneens geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels SEM analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707.

Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.

Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

14

8.

ANALYSES EN RESULTATEN 8.1. Zintuiglijke waarnemingen Op de onderzoekslocatie bestaat de bodem vanaf het maaiveld verharding tot de maximaal geboorde diepte van maximaal 2,5 m-mv hoofdzakelijk uit zwak tot sterk siltige klei, waarvan de eerst 0,5 m zwak humeus is en plaatselijk sterk zandig. Zintuiglijk zijn enkel zwakke oliegeuren waargenomen, zoals weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen Boring

Proefgat

PB09 B09B

Ja Nee

Diepte boring (m -mv) 2,50 1,50

Traject (m -mv) 0,50 - 1,50 0,50 - 1,50

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Klei Klei

zwakke oliegeur zwakke oliegeur

Verder zijn tijdens de veldwerkzaamheden geen overige waarnemingen in de grond gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging (zoals olie-water reacties, slib, puin bijmengingen en asbestverdachte (plaat)materialen > 20 mm). De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. 8.2. Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De analyseresultaten zijn indicatief getoetst aan het Besluit Bodemkwaliteit. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Het analytisch onderzoek naar PFAS is uitgevoerd door het laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. die gevalideerd is voor het uitvoeren van deze analyses conform de Duitse norm DIN 38414-14.

Aangezien deze parameters vooralsnog niet conform AS3000 en/of AP04 kunnen worden erkend is dit het hoogste haalbare en zijn de analyseresultaten representatief voor het uitgevoerde bodemonderzoek. In tabel 8.2 is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd. Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaat -nummer Grond 13156548

13156574

Monster

Parameter

Opmerking

Toelichting

MM06, MM08

PCB28

MM09

PCB 138

Aangezien de som parameter voor PCB de index van 0,5 voor nader onderzoek niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.

MMOCB01, MMOCB03

GammaHCH

Het resultaat voor PCB 28 is mogelijk valspositief verhoogd door de aanwezigheid van PCB 31 Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot. Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.

Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

Aangezien gamma-HCH de index van 0,5 voor nader onderzoek niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.

15 Vervolg tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaat -nummer Grondwater 13160831

Monster

Parameter

Opmerking

Toelichting

PB09

Naftaleen

Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.

Aangezien naftaleen de index van 0,5 voor nader onderzoek niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.

Toelichting bij de tabel: PCB Polychloor bifenylen; OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen.

Grond Op basis van de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden en de onderzoeksopzet zijn grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. In verband met de waargenomen zwakke oliegeuren is geen risico genomen en zijn direct meerdere steekbussen geselecteerd van zowel de grondlaag met zwakke oliegeuren als de extra geplaatste omliggende boringen. De steekbusmonsters zijn geanalyseerd op minerale olie en vluchtige aromaten (inclusief organische stof). Op basis van de tussentijdse resultaten (licht verhoogde gehalten welke de index van 0,5 overschrijden voor diverse zware metalen in de bovengrond) zijn de mengmonsters MM06 t/m MM08 uitgesplitst en zijn de deelmonsters separaat geanalyseerd op zware metalen. Daarnaast zijn extra grondmonsters van de bovengrond geanalyseerd op zware metalen om beter te kunnen vaststellen of sprake is van grond met heterogeen licht verhoogde gehalten voor metalen, waar plaatselijk sprake is van een verhoging van de index van een 0,5 of dat sprake is van grond met (heterogeen) ernstige verontreinigingen voor zware metalen. Aangezien uiteindelijk alle bovengrond monsters afzonderlijk zijn geanalyseerd op metalen, kan hierover uiteindelijk een goede uitspraak worden gedaan. Van de teeltlaag zijn tevens 3 afzonderlijke mengmonsters samengesteld voor onderzoek op OCB.

De grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in de tabellen 8.3 en 8.4 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (NEN en OCB) Mengmonster

Omschrijving

Algemene kwaliteit M01 (steekbus) Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwakke oliegeur M02 (steekbus) Ondergrond, klei Zintuiglijk: M03 (steekbus) Ondergrond, klei Zintuiglijk: M04 (steekbus) Ondergrond, klei Zintuiglijk: M05 (steekbus) Ondergrond, klei Zintuiglijk: MM061 Bovengrond, klei Zintuiglijk: MM071

Bovengrond, klei Zintuiglijk: -

MM081

Bovengrond, klei Zintuiglijk: -

Boringen (traject deelmonster)

Analysepakket

PB09 (0,50 - 0,70)

MO, BTEXN en H MO, BTEXN en H MO, BTEXN en H MO, BTEXN en H MO, BTEXN en H NEN, L en H

MO

-

-

-

MO

-

-

-

-

-

Cd*, Cu*, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn, PAK, PCB

-

NEN, L en H

Cd, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn, PCB

-

NEN, L en H

Cd*, Cu*, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn*, PCB

-

PB09 (1,50 - 1,70) B09A (0,50 - 0,70) B09C (0,50 - 0,70) B09D (0,50 - 0,70) B01 (0,00 - 0,50) B02 (0,00 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50) B12 (0,00 - 0,50) B06 (0,00 - 0,50) B07 (0,00 - 0,50) B08 (0,00 - 0,50) B10 (0,00 -0,50) B13 (0,00 - 0,50) B14 (0,00 - 0,50) B16 (0,00 - 0,50) B18 (0,00 - 0,50)

> AW < I

Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

Resultaten >I

16 Vervolg tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (NEN en OCB) MengOmschrijving monster Algemene kwaliteit MM09 Ondergrond, klei Zintuiglijk: -

Boringen (traject deelmonster)

B01 (0,50 -1,00) B03-B (1,00 - 1,50) B05 (0,50 - 1,00) B08 (1,00 - 1,50) B10 (0,50 - 1,00) B13 (0,50 - 1,00) B16 (1,50 - 2,00) B18 (0,50 - 1,00) Uitsplitsing MM06, MM07, MM08 en extra analyses ZM B01-1 Bovengrond, klei B01 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B02-1 Bovengrond, klei B02 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B03-B-1 Bovengrond, klei B03-B (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B04-1 Bovengrond, klei B04 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B05-1 Bovengrond, klei B05 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B06-1 Bovengrond, klei B06 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B07-1 Bovengrond, klei B07 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B08-1 Bovengrond, klei B08 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: PB09-1 Bovengrond, klei PB09 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B10-1 Bovengrond, klei B10 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B11-1 Bovengrond, klei B11 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B12-1 Bovengrond, klei B12 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B13-1 Bovengrond, klei B13 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B14-1 Bovengrond, klei B14 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B15-1 Bovengrond, klei B15 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B16-1 Bovengrond, klei B16 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B17-1 Bovengrond, klei B17 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B18-1 Bovengrond, klei B18 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B19-1 Bovengrond, klei B19 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: Teeltlaag MMOCB01 Teeltlaag, klei B02 (0,00 - 0,30) Zintuiglijk: B03-B (0,00 - 0,30) B11 (0,00 - 0,30) B12 (0,00 - 0,30) MMOCB02 Teeltlaag, klei B05 (0,00 - 0,30)

Zintuiglijk: B06 (0,00 - 0,30) B08 (0,00 - 0,30) PB09 (0,00 - 0,30) MMOCB3 Teeltlaag, klei B13 (0,00 - 0,30) Zintuiglijk: B15 (0,00 - 0,30) B17 (0,00 - 0,30) B19 (0,00 - 0,30)

Analysepakket > AW < I

Resultaten >I

NEN, L en H

Cd, Co, Mo, Ni, PCB

-

ZM, L en H

Cd, Pb

-

ZM, L en H

Cd

-

ZM, L en H

-

ZM, L en H

Cd, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn Cd*, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn Cd, Cu, Hg, Pb, Mo, Zn Cd, Pb, Mo, Zn

ZM, L en H

Cd

-

ZM, L en H

Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn Cd, Hg, Pb, Mo, Zn Cd, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn Cd*, Cu*, Hg, Pb*, Mo, Ni, Zn Cd, Pb

-

Cd, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn Cd*, Cu*, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn Cd, Cu, Hg, Pb, Mo, Zn Cd, Cu, Hg, Pb, Mo, Zn Cd, Cu, Hg, Pb, Ni, Zn Cd, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn Cd, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn

-

OCB en H

HCB, gammaHCH, Drins

-

OCB en H

HCB, Drins

-

OCB en H

HCB, gammaHCH, Drins

-

ZM, L en H ZM, L en H

ZM, L en H ZM, L en H ZM, L en H ZM, L en H ZM, L en H ZM, L en H ZM, L en H ZM, L en H ZM, L en H ZM, L en H ZM, L en H

Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

-

-

-

17 Toelichting bij tabel 8.3: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (GC); L Lutum; H Organische stof (humus); ZM De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn]; OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen; HCB Hexachloorbenzeen; Drins Aldrin, Dieldrin en Endrin; DDT Dichloordifenyltrichloorethaan; * De gestandaardiseerde meetwaarde overschrijdt de index van 0,5; 1 Mengmonster is uitgesplitst en de deelmonsters zijn separaat geanalyseerd op ZM; AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets waargenomen/aangetoond.

Tabel 8.4: Overzicht grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten (PFAS) Meng-monster Omschrijving MMPFAS01

Bovengrond: klei Zintuiglijk: -

MMPFAS02

Bovengrond: klei Zintuiglijk: -

Boring (traject in m -mv) B01 (0,00 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50) B12 (0,00 - 0,50) B14 (0,00 - 0,50)

Analysepakket

B07 (0,00 - 0,50) B10 (0,00 - 0,50) B18 (0,00 - 0,50) PB09 (0,00 - 0,50)

PFAS

PFAS

Meetwaarden PFAS* (µg/kg d.s.) PFOS: 1,2 PFOA: 0,54 Overige PFAS: < 0,10 PFOS: 1,5 PFOA: 0,24 Overige PFAS: < 0,10

Toelichting bij de tabel: * Geen toetsingsnorm aanwezig, de toepassingsnorm voor de functieklasse “wonen” en “industrie” bedraagt voor PFOA: < 7 µg/kg d.s., PFOS: < 3 µg/kg d.s. en de overige PFAS: < 3 µg/kg d.s.; PFAS Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); PFOS Perfluoroctaansulfonzuur; PFOA Perfluoroctaanzuur; Niets waargenomen.

Grondwater Het grondwatermonster met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten is in tabel 8.5 weergegeven. Tabel 8.5: Peilbuis met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis PB09

Filterdiepte (m-mv) 1,50 - 2,50

GWS (m-mv) 0,26

pH 6,5

EC (µS/cm) 907

Troebelheid (NTU) 134

Analysepakket NEN

>S<I Ba, Ni, naftaleen

Resultaten >I -

Toelichting bij de tabel: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.

De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) en de geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het genomen grondwatermonster uit de peilbuis PB09 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid (NTU) verwacht wordt (<10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis minder dan 50 cm (niet belucht) is gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater).

Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

18 Asbest Op het maaiveld en in de opgeboorde en opgegraven grond zijn geen bodemvreemde bijmengingen en asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen zijn drie grondmonsters samengesteld, welke conform onderzoeksopzet alle drie zijn aangeboden aan het lab ter analyse op asbest (fractie < 20 mm). De samenstelling van de onderzochte grondmonsters en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.6 weergegeven. Tabel 8.6: Samenstelling grondmonsters asbest MonsterProefgaten Zintuiglijke waarnemingen Traject code (m -mv) MMASB01 B01, B03, B10, B17 0,00 - 0,50 MMASB02 B13, B15, B16, B18 0,00 - 0,50 MMASB03 B05, B07, B08, B09 0,00 - 0,50 Toelichting bij de tabel: 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm.

Soort

Analysepakket

Grond Grond Grond

Asbest in grond (>10 kg) 1 Asbest in grond (>10 kg) 1 Asbest in grond (>10 kg) 1

De resultaten van de geanalyseerde asbestverdachte grondmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.7. Tabel 8.7: Overzicht onderzochte grondmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode

Soort materiaal

Hechtgebonden

Type

Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2

Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2

MMASB01 MMASB02 MMASB03 Toelichting bij de tabel: * Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine asbest) zijn een amfiboolasbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd; Niets aangetoond.

8.3.

Interpretatie analyseresultaten

Grond Algemene kwaliteit In steekbus M01 van de ondergrond met een zwakke oliegeur (klei) is een licht verhoogd gehalte voor minerale olie aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt marginaal de betreffende achtergrondwaarde (index 0,08) en blijft ruim beneden de interventiewaarde alsmede de index van 0,5 voor nader onderzoek. Voor de vluchtige aromaten zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In de steekbussen M02, M04 en M05 van de zintuiglijk schone ondergrond (klei) zijn geen verhoogde gehalten voor minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In steekbus M03 van de zintuiglijk schone ondergrond (klei) is een licht verhoogd gehalte voor minerale olie aangetoond, welke tevens marginaal verhoogd is (index 0,04) ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Voor de vluchtige aromaten zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In de mengmonsters MM06 en MM08 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei) zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK en/of PCB aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden, waarbij de gehalten voor cadmium, koper en/of zink de index van 0,5 overschrijden.

Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

19 In mengmonster MM07 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei) zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink en PCB aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In mengmonster MM08 van de zintuiglijk schone ondergrond (klei) zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, kobalt, molybdeen, nikkel en PCB aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uitsplitsing MM06, MM07, MM08 en extra analyses ZM Op basis van de tussentijdse resultaten, licht verhoogde gehalten voor zware metalen waarbij voor cadmium, koper en/of zink de index van 0,5 wordt overschreden, zijn alle grondmonsters van de bovengrond separaat geanalyseerd op zware metalen. Dit is gedaan om beter te kunnen vaststellen of sprake is van grond met heterogeen licht verhoogde gehalten voor metalen, waar plaatselijk sprake is van een verhoging van de index van een 0,5 of dat sprake is van grond met (heterogeen) ernstige verontreinigingen voor zware metalen.

In de separate grondmonsters van de bovengrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse zware metalen aangetoond, waarbij ter plaatse van de boringen B04, B11 en B14 de index van 0,5 wordt overschreden voor cadmium, koper en/of lood. De interventiewaarden worden niet overschreden, waardoor geen sprake is van ernstige verontreinigingen voor metalen. Teeltlaag In de mengmonster MMOCB01 tot en met MMOCB03 van de zintuiglijk schone teeltlaag (klei) zijn licht verhoogde gehalten voor hexachloorbenzeen, gamma-HCH en/of drins aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Voor de overige onderzochte OCB parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. PFAS In de onderzochte grondmengmonsters MMPFAS01 en MMPFAS02 van de boven- en ondergrond (klei) zijn verhoogde gehalten voor PFOS en PFOA ten opzichte van de detectielimiet van het laboratorium aangetoond. De aangetoonde gehalten voor PFOS (respectievelijk 1,2 en 1,5 µg/kg d.s.) liggen boven de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde), uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond, maar voldoet conform het verkennend onderzoek aan de functieklasse “wonen” en “industrie” bij toepassing boven grondwaterniveau, buiten grondwaterbeschermingsgebieden en op de landbodem.

Voor de overige PFAS zijn geen gehalten boven de detectiegrens aangetoond. Grondwater In het grondwater uit peilbuis PB09 zijn licht verhoogde gehalten voor barium, nikkel en naftaleen aangetoond. De gehalten overschrijden de streefwaarden, maar blijven beneden de interventiewaarden alsmede de index van 0,5 voor nader onderzoek. Voor de overige geanalyseerde parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Asbest Tijdens het onderzoek naar asbest zijn op zowel het maaiveld als in de opgeboorde en opgegraven grond zintuiglijk geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen (fractie > 20 mm). In de onderzochte grondmonsters MMASB01 t/m MMASB03 van de zintuiglijk schone bovengrond is analytisch geen asbest aangetoond (< 2 mg/kg d.s.).

Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

20

9.

RESULTATEN, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1 Resultaten verkennend bodemonderzoek Voor de onderzoekslocaties is voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Algemene kwaliteit Uit de resultaten van het verkennend en aanvullend analytisch onderzoek blijkt dat voor wat betreft de algemene NEN-kwaliteit maximaal licht verhoogde gehalten aanwezig zijn in de boven- en ondergrond en in het grondwater ten opzichte van de achtergrond- en streefwaarden. Op basis van de direct uitgevoerde extra boringen en analyses is daarnaast in voldoende mate vastgesteld dat voor wat betreft de waargenomen zwakke oliegeuren in de ondergrond geen sprake kan zijn van ernstige olieverontreinigingen. De licht verhoogde gehalten voor minerale olie in de grond betreffen slechts marginaal verhoogde gehalten van de achtergrondwaarde (index <0,1). Voor vluchtige aromaten zijn in de grond geen verhoogde gehalten van de achtergrondwaarden aangetoond. In het grondwater zijn voor minerale olie en vluchtige aromaten eveneens geen verhoogde gehalten aangetroffen ten opzichte van de streefwaarden.

Op basis van de beschikbare uitgebreide onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese voor de algemene kwaliteit ons inziens worden verworpen, aangezien in de boven-, ondergrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse parameters zijn aangetoond, die de interventiewaarden niet overschrijden. Teeltlaag In de oorspronkelijke teeltlaag is maximaal een licht verhoogd gehalte aangetoond voor OCB, waardoor kan worden geconcludeerd dat de voormalige boomgaarden niet hebben geleid tot een ernstige verontreiniging. Op basis hiervan kan de verdachte hypothese worden verworpen en is de teeltlaag niet langer verdacht op het voorkomen van OCB. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden. De interventiewaarden worden niet overschreden. PFAS In de onderzochte grondmengmonsters MMPFAS01 en MMPFAS02 van de bovengrond (klei) zijn voor PFOS (respectievelijk 1,2 en 1,5 µg/kg d.s.) en PFOA (respectievelijk 0,54 en 0,24 µg/kg d.s.) verhoogde gehalten ten opzichte van de detectielimiet van het laboratorium aangetoond.

De aangetoonde gehalten voor PFOS liggen boven de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde), uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond, maar voldoen conform het verkennend onderzoek aan de functieklasse “wonen” en “industrie” bij toepassing boven grondwaterniveau, buiten grondwaterbeschermingsgebieden en op de landbodem. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze toetsingswaarde door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Voor de overige PFAS zijn geen gehalten boven de detectiegrens aangetoond. 9.2. Resultaten verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest is uitgegaan van een verdachte locatie. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen. In de samengestelde grondmonsters is zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest aangetroffen. Over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige obstakels op het maaiveld. Diverse bodemonderzoeken, nieuwbouw Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen Rapportnr.: B19.7639 versie: 01 datum: 8 januari 2020

21 9.3 Conclusies en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ten behoeve van de nieuwbouw aan de Egter van Wissekerkeweg 14 te Poederoijen, ons inziens, in voldoende mate vastgesteld. In de bovengrond worden de indexen van 0,5 plaatselijk overschreden voor cadmium, koper en/of lood, waardoor formeel gezien een nader grondonderzoek noodzakelijk is. Op basis van de volgende argumenten is, ons inziens, een nader grondonderzoek echter niet noodzakelijk:  Op basis van de resultaten van het uitgebreide aanvullend analytisch onderzoek ter plaatse van de 19 afzonderlijke boringen is vastgesteld dat in de bovengrond maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond voor diverse zware metalen. Gemiddeld genomen liggen de gehalten ruim onder de index van 0,5, aangezien slechts bij 3 van de 19 boringen de indexen van een 0,5 worden overschreden voor enkele metalen;  In de bovengrond is geen sprake van ernstige grondverontreinigingen met metalen, waardoor humane risico’s niet aan de orde zijn;  In de ondergrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond, waarbij de index van 0,5 eveneens niet wordt overschreden;  Aangezien geen sterke grondverontreinigingen zijn aangetroffen, zijn wettelijk gezien geen sanerende maatregelen van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12491835/1