Bijlage 3. Procesnota Nederhemert, Kapelstraat De Meander (1)
Tekst van het document
Alleen A-watergangen worden opgenomen in bestemmingsplannen en in de legger van het waterschap. B- en C-watergangen worden vastgelegd in de legger maar vallen nog steeds onder de Keur. Voor alle werkzaamheden binnen de beschermingszone van een watergang is een vergunning noodzakelijk. Dit instrument biedt ruim voldoende middelen om ontwikkelingen te verbieden die een goede werking of goed beheer van de watergangen belemmeren. Het waterschap onderhoudt de A-watergangen. Het onderhoud van B- en Cwatergangen vindt plaats door de betreffende eigenaren. Jaarlijks vindt er een schouw plaats van de B-watergangen. Zijn watergangen niet goed bereikbaar voor onderhoud en toezicht, dan kan het waterschap binnen de Keur handhaven. Voor A-watergangen geldt een beschermingszone van 4 m en voor B-watergangen is dat 1 m. Indien er problemen ontstaan met het waterafvoerend vermogen dan kan het waterschap binnen de Keur ageren. Het is daarbij niet nodig om dit ook planologisch vast te leggen.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. b. Aangegeven is dat het Waterschap een positieve vooroverlegreactie heeft afgegeven. Deze ontbreekt echter in bijlage 13. Op deze wijze kan dan ook niet beoordeeld worden of en hoe de reactie van het Waterschap past in het bestemmingsplan.
De reactie van het Waterschap Rivierenland zal als bijlage in het bestemmingsplan worden opgenomen.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. c.
De effecten van een te specificeren ophoging van (een deel van) het maaiveld voor omliggende percelen moet nader onderzocht worden en er dient gewaarborgd worden dat er geen overlast ontstaat.
Een lagere ligging hoeft niet tot wateroverlast te leiden. De ontwikkeling mag op basis van artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek geen overlast veroorzaken. Bij de aansluiting van nieuwe inrichting op de bestaande achtertuinen moet de ontwikkelaar in overleg met de eigenaren maatregelen treffen om afstroming van hemelwater naar de achtertuinen te voorkomen. Dit is een technische uitwerking die geen invloed heeft op de bestemmingsplanprocedure en die verder al in het Burgerlijk Wetboek geregeld is. Verwerking van hemelwater dient op eigen terrein te gebeuren, het is niet de bedoeling dat dit bij de aanliggende percelen terecht komt. Met de ontwikkeling van het plan is nauwkeurig vastgelegd hoeveel water gecompenseerd/geborgen moet worden in verband met de toename aan verharding en hoe dit water wordt afgevoerd in het omliggende watersysteem zonder dit watersysteem extra te belasten.
20/25
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. d. Een groot deel van het plangebied is gelegen in een beschermingszone van een waterkering. Uit de toelichting blijkt niet hoe met peilafwijkingen - als gevolg van bestemmingsplanwijzigingen van landelijk naar stedelijk gebied waardoor de grenzen van de peilvlakken wijzigen- wordt omgegaan. Of er een watervergunning voor is verleend. Of een herziening van het peilbesluit noodzakelijk is en of vergunning op grond van de Keur is verleend. Het plan is met het waterschap afgestemd; de wijze van redigeren van de regels ook. Te zijner tijd zijn nog vergunningen nodig. Voorafgaand aan het bouwrijp maken van het terrein is het nodig dat er een watervergunning is verleend. Daarbij moeten de regels voor de waterkering (waterveiligheid) en het watersysteem in acht worden genomen. Met de bestemmingsplan wijziging heeft het waterschap positief gereageerd op het ontwerpplan. Dit ontwerpplan is uitgangspunt voor een nadere uitwerking van het plan (meer technische details) waarmee een watervergunning aangevraagd kan worden. Het peilbesluit voor de Bommelerwaard is gepubliceerd en terug te vinden op www.overheid.nl. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. e. In artikel 7.4.3 is een voorwaardelijke verplichting opgenomen met betrekking tot de minimale waterretentie van 795 m³.
Daarbij is aangegeven dat binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor het bouwen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de waterberging. Prefab woningen kunnen binnen drie maanden gerealiseerd zijn. De aanleg van de waterberging kost ook ca 3 maanden. Hierdoor kan ca 1 jaar geen waterberging aanwezig zijn. Dit kan tot ernstige wateroverlast in de omgeving leiden.
Zoals onder punt d aangegeven moet voorafgaand aan het bouwrijp maken van het terrein een watervergunning zijn verleend op grond van artikel 3.2. Keur Waterschap Rivierenland 2014. . Het waterschap stelt met de afgifte van een watervergunning de eis dat de waterretentie is aangelegd vóór het dempen van watergangen en vóór de aanleg van verharding (bebouwing en wegen). In veel gevallen is het voor de ontwikkelaar ook praktisch om de retentie in de bouwrijpfase aan te leggen. Het is immers voor de ontwikkelaar onpraktisch om riolering aan te leggen zonder dat de riolering een uitstroommogelijkheid heeft in retentie. Een voorwaardelijke verplichting met betrekking tot de minimale waterretentie koppelen aan een omgevingsvergunning (voor de woningen) is gezien het bovenstaande niet nodig, aangezien de aanleg van de waterretentie is geborgd in de watervergunning. Deze wordt daarom verwijderd. In de algemene regels onder artikel 16.2 zal echter wel worden aangegeven hoe groot de waterretentie zal moeten zijn.
Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van het plan. De voorwaardelijke verplichting in artikel 7.4.3. wordt verwijderd. In artikel 16.2. wordt opgenomen hoe groot de retentie moet zijn en dat deze dient te worden onderhouden.
21/25
f.
Uit het akoestisch onderzoek verkeersaantrekkende werking d.d. 22 februari 2021 blijkt niet wat de uitstraling c.q. weerkaatsing van het geluid is op bestaande woningen. Nogmaals wordt verzocht hier inzicht in te geven.
Uit de tabel 2 van paragraaf 4.1 blijkt dat hiervoor een vergelijking is gemaakt tussen de situatie inclusief plan en de situatie exclusief plan. De situatie inclusief plan betreft de situatie inclusief de verkeerstoename en met de bebouwing na planontwikkeling (zie hiervoor figuur 1 t/m 4). De situatie exclusief plan betreft de situatie exclusief de verkeerstoename en met de huidige bebouwing (zie hiervoor figuur 5). Door deze situaties met elkaar te vergelijken wordt dus ook het akoestisch effect (een eventuele reflectie of afscherming van de nieuwe bebouwing) meegenomen. Beoordeling heeft plaatsgevonden op de bestaande woningen. Dat de reflectie van de nieuwe bebouwing wordt meegenomen blijkt dus uit de figuren van de bijlage (en staat niet in die woorden omschreven in de tekst van het rapport). Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. g. Uit het akoestisch onderzoek industrielawaai d.d. 21 januari 2021 vanwege de zanden grindhandel kan niet worden afgeleid dat onderzocht is wat de effecten zijn van weerkaatsing van geluid op de bestaande woningen tussen de grindhandel en het nieuwe woongebied doordat er nieuwe woningen worden opgericht. De aanvullende contourberekeningen ontbreken. Verzocht wordt om dit nogmaals inzichtelijk te maken.
Ten aanzien van de weerkaatsing van het geluid tussen de grindhandel en nieuwe bebouwing is verder geen onderzoek uitgevoerd. In het onderzoek voor de grindhandel (onderzoek industrielawaai) is getoetst aan de wettelijke normen van de grindhandel. Hieraan word voldaan. De Omgevingsdienst heeft in een memo nog een korte berekening gemaakt inzake de reflectie tussen de grindhandel en de nieuwe bebouwing. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er geen relevante reflectie optreedt. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. h. Door de gemeente wordt aangegeven dat daarbij wordt uitgegaan van de effecten in de geluidbelasting op basis van bestaande bebouwing versus de nieuwe bebouwing in “onderstaande figuur”. Er is vervolgens geen figuur weergegeven. Verder wordt door de gemeente aangegeven dat uitgegaan wordt van de situatie waarbij wordt voldaan aan de standaard geluidnorm uit het Activiteitenbesluit (figuur 2 en 2b) en de bedrijfssituatie die voor de inwerkingtreding van het activiteitenbesluit door adviesbureau M+P in beeld is gebracht (figuur 3a en 3b). Onduidelijk is welke figuren bedoeld worden en welk rappoort bedoeld wordt. Het rapport over industrielawaai is immers niet van M+P maar van Kragten. Hieronder de betreffende figuren. Deze waren abusievelijk niet bij het eindverslag inspraak gevoegd. M+P heeft voor de grindhandel onderzoek verricht.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan.
22/25
Figuur 2a: Bestaande situatie
Figuur 2b: toekomstige situatie
(uitgaande grenswaarde Activiteitenbesluit)
(uitgaande grenswaarde Activiteitenbesluit)
Figuur 3a: bestaande situatie
Figuur 3b: Toekomstige situatie
(bedrijfssituatie volgens AK-onderzoek M+P)
(bedrijfssituatie volgens AK-onderzoek M+P)
19. Trilling Nu eerst woningen in het buitengebied worden gerealiseerd en het transportbedrijf vooralsnog blijft functioneren is het èn èn. De kans op trilling is groter bij het functioneren van het transportbedrijf. Daarnaast is er een behoorlijke toename van autoverkeer van de woningen in fase 1. Door deze combinatie neemt de trilling mogelijk toe. In de planvorming moet rekening worden gehouden met het aspect trilling in relatie tot gevoelige functies. Onderzocht moet worden of voldaan wordt aan de SBR richtlijn. Mogelijk dienen maatregelen te worden getroffen of dient in het bestemmingsplan rekening gehouden te worden met trilling.
Op de huidige bestemming was in het verleden een volwaardig transportbedrijf gevestigd. De huidige bedrijfsactiviteiten, die onder het overgangsrecht zullen vallen omvat veel minder zwaar verkeer / vrachtverkeer. Door vaststelling van dit plan zal er geen (grootschalig) transportbedrijf zich hier meer kunnen vestigen. Zie ook de beantwoording onder punt 5a. Uit de stikstofnotitie volgt dat verwacht wordt dat er voor de gehele aanlegfase 2.500, 2.000 en 750 verkeersbewegingen met respectievelijk lichte, middelzware en zware motorvoertuigen plaatsvinden. Bij een planperiode van ca 10 jaar komt dit gemiddeld neer op ca 525 bewegingen per jaar. Het bouwverkeer en de huidige activiteiten zijn minder intensief dan de activiteiten uit het verleden. Daarbij zijn deze verkeersbewegingen tijdelijk. De bedrijfsactiviteiten moeten uiterlijk eind 2027 zijn beëindigd. Het bouwverkeer is ook van tijdelijke aard gedurende de bouwwerkzaamheden.
23/25
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. 20. Gevellijn Voor de nieuw te bouwen woningen aan de Kapelstraat zijn nu twee gevellijnen opgenomen. Eén circa 4 meter voor de voorgevelrooilijn van Kapelstraat 4 en 6a en een gelijk met de voorgevels. Hierdoor kan nog steeds ruim voor de voorgevels gebouwd worden. Verzocht wordt om dit aan te passen.
Dit is helaas verkeerd op de verbeelding gekomen. Er moet inderdaad één gevellijn zijn gelijk met de voorgevels van Kapelstraat 4 en 6a. Dit wordt aangepast in het vast te stellen plan.
Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van het plan. De voorgevellijnen die voor de voorgevellijn liggen van Kapelstraat 4 en 6a worden verwijderd. 21. Archeologisch onderzoek: De boorpunten van het archeologisch onderzoek (figuur 4 bijlage 2) komt niet overeen met figuur 22 van de toelichting van het bestemmingsplan. Van figuur 22 ontbreken nadere gegevens, zoals boorprofielen en boorstaten, waardoor de conclusies die getrokken zijn, niet te verifiëren zijn.
In de toelichting is nog een oude figuur opgenomen met uitgevoerde boringen. Deze zullen we vervangen door figuur 4 uit bijlage 2.
Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van het plan. Figuur 22 in de toelichting van het bestemmingsplan wordt vervangen door figuur 4 uit het archeologische onderzoek. 22. Vormvrije MER beoordeling: De aanmeldnotitie moet zijn ingediend en de beslissing of een milieueffectrapportage opgesteld moet worden, moet zijn genomen vóór de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Nu er geen besluit over de aanmeldnotitie vooraf is gegaan aan de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan, had het ontwerpbestemmingsplan niet ter inzage gelegd mogen worden.
Op 2 maart 2021 heeft het college hier een besluit over genomen. Zie de openbare besluitenlijst op de website: https://www.zaltbommel.nl/bestuur-en-organisatie/ bestuur/besluitenlijsten . Dit is echter niet gepubliceerd.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan.
IV. Voorgestelde aanpassingen/wijzigingen bij het vaststellen van het bestemmingsplan Toelichting Naar aanleiding van zienswijzen: Figuur 22 in de toelichting van het bestemmingsplan wordt vervangen door figuur 4 uit het archeologische onderzoek. Ambtshalve: In de paragraaf flora en fauna worden aangevulde maatregelen met betrekking tot huismus en steenuil opgenomen. Regels Naar aanleiding van zienswijzen: Aanpassing voorwaardelijke verplichting in artikel 14.3.
24/25
Definitie van peil wordt aangepast. De voorwaardelijke verplichting in artikel 7.4.3 wordt verwijderd, in artikel 16.2 zal wel worden aangegeven hoe groot de waterretentie zal moeten zijn. De 10% afwijkingsmogelijkheid wordt uitgesloten voor het appartementengebouw.
Ambtshalve: Bijlage 3 van de regels is aangepast naar aanleiding van aanpassingen aan het projectplan ecologie. Verbeelding Naar aanleiding van zienswijzen: De voorgevellijnen die voor de voorgevellijn liggen van Kapelstraat 4 en 6a worden verwijderd. De maximale goot- en bouwhoogte van de rug-aan-rug woningen wordt aangepast naar respectievelijk 5 en 10 meter Ambtshalve: De maximale goot- en bouwhoogte van Kapelstraat 6 en 24 respectievelijk 4 en 9 meter en 4 en 10 meter
worden teruggebracht
naar
Bijlagen Naar aanleiding van zienswijzen: De berekeningen behorende bij het onderzoek spuitzone zijn toegevoegd als bijlage. In het beeldkwaliteitsplan wordt een minimale hoogte van 1,8 meter opgenomen voor de haag bij de zuidelijke parkeerplaatsen ivm privacy aanliggende tuinen. Ambtshalve: Het projectplan ecologie (in bijlage 1) is aangevuld De stikstofrapportage is aangepast
Behoort bij besluit van de raad van de gemeente Zaltbommel in zijn vergadering van 30 september 2021
De raad voornoemd, de raadsgriffier,
de voorzitter,
drs. M.S.P. Muurling
dhr. P.C. Van Maaren
Bijlagen bij nota: Zienswijzen (kopieën) Overzicht NAW-gegevens indieners zienswijzen (vertrouwelijk)
25/25