Bijlage 3. Bijlage IV bij procesnota
Tekst van het document
Kernopgave 4 (kopje ‘wat willen we bereiken?’, p. 47-48) – integrale tekst na wijzigingen Wat willen we bereiken? In ons buitengebied blijven we ruimte houden voor de ontwikkeling van de landbouw. De verschillende agrarische sectoren (fruitteelt, grondgebonden veehouderij, glastuinbouw en champignonteelt) dragen bij aan de identiteit van de Bommelerwaard; gezond voedsel, aansprekende sierteeltproducten en een beleefbaar landschap. Door schaalvergroting en stoppende agrarische bedrijven komen agrarische bedrijfspanden vrij voor herbestemming. Met zorg wegen wij af of deze panden van bestemming kunnen veranderen naar wonen, zorg, recreatie of (kleinschalige) agrarisch gelieerde activiteiten. Daarbij houden wij oog voor de gevolgen voor de omliggende agrarische bedrijven en voor de bescherming van onze gezondheid. De afweging is ook afhankelijk van de plek, ligt het bijvoorbeeld aan de rand van een kern, op het droge land of op de komgronden. We bieden agrarische bedrijven ook ruimte voor het ontplooien van nevenactiviteiten. Voorbeelden hiervan zijn activiteiten op het vlak van (verblijfs)recreatie, ijs maken en verkopen, boerengolf of een theetuin met terras. Vooral de gebieden rond de kernen, op het droge land en langs verbindingen tussen toeristische hotspots bieden hiervoor mogelijkheden.
Glastuinbouwen paddenstoelenbedrijven krijgen de ruimte voor ontwikkeling en herstructurering in intensiveringsgebieden met aandacht voor landschappelijke inpassing, leefbaarheid en verkeer. Voor de tuinbouwopgave verwijzen we verder naar kernopgave 8. Buiten intensiveringsgebieden gaan wij ook zeer terughoudend om met het toestaan van teeltondersteunende voorzieningen. Deze voorzieningen hebben, door hun omvang, veel impact op het landschap. Voor Maasdriel is de regeling voor teelt ondersteunende voorzieningen in het bestemmingsplan buitengebied leidend. Wel onderzoeken we of er ruimte is voor experimentele ontwikkelingen zoals een combinatie van teeltondersteunende voorzieningen en duurzame energieopwekking. Hiermee willen we innovatieve oplossingen stimuleren en tevens ondernemers faciliteren als zij anticiperen op de effecten van klimaatverandering (meer neerslag vraagt om bescherming van de teelt). De agrarische sector staat, als medebeheerder van het buitengebied, voor een transitie richting kringlooplandbouw, meer dierenwelzijn en een circulaire economie met zonne-energie op (bedrijfs)daken en kleine windmolens (erfturbines). Daarmee draagt de sector bij aan de energietransitie en aan minder milieu-impact. Voor deze transitie heeft de agrarische sector ruimte nodig. In Zaltbommel mogen grondgebonden agrarische bedrijven uitbreiden.
Maar alleen als dat milieutechnisch mogelijk is (stikstof), samen gaat met een verduurzamingsslag, landschappelijk is ingepast en - bij grote uitbreidingen - op andere plekken oude bebouwing wordt gesaneerd. Dit geldt voor uitbreidingen die verder gaan dan bestemmingsplannen nu via wijzigingsbevoegdheden / het omgevingsplan toelaten. In de gemeente Zaltbommel is in de basis bij elk agrarisch bedrijf één bedrijfswoning toegestaan. In bijzondere situaties kan een tweede bedrijfswoning noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld bij een aanzienlijke schaalvergroting van een grondgebonden agrarisch bedrijf of bij het omschakelen van een agrarisch bedrijf naar een biologische bedrijfsvoering of een lokaal grondgebonden bedrijfsvoering. Om deze transitie naar een meer kringloopgerichte landbouw te faciliteren en hierbij sprake is van een aanzienlijk arbeidsintensievere bedrijfsvoering, is een tweede bedrijfswoning mogelijk. De initiatiefnemer dient de noodzaak wel aan te tonen. Het uitgangspunt is een tijdelijke situatie of een situatie waarbij op een andere locatie een (overtollige) bedrijfswoning wordt gesloopt. Een locatie van een stoppend agrarisch bedrijf zou beschikbaar moeten blijven voor bedrijven die moeten verplaatsen van een minder geschikte locatie (bijvoorbeeld een locatie dicht bij de bebouwde kom).
In Maasdriel moeten agrarische bedrijven passen in de ‘Bommelerwaardse maat’. Dat betekent bescheiden uitbreidingsmogelijkheden qua aard en schaal passend in de Bommelerwaard, waarbij
bijvoorbeeld op andere plekken bebouwing wordt gesaneerd. Het gaat om bedrijven met een lokale binding en korte toeleveringsketens. In het omgevingsplan wordt deze Bommelerwaardse maat bepaald. Het gaat om afmetingen die passen bij het schaalniveau van Maasdriel. Verschillende functies en belangen vragen om een plek binnen de schaars beschikbare ruimte en een aantal van die functies botsen met elkaar. Voor de hele Bommelerwaard geldt dat nieuwe niet-grondgebonden intensieve veehouderijen of uitbreiding van bestaande niet gewenst zijn. In de gemeente Maasdriel kan dat uitsluitend als het nodig is om aan milieu- en/of dierenwelzijnseisen te voldoen (plussenbeleid). Maasdriel werkt het plussenbeleid verder uit in samenwerking met Zaltbommel en de provincie. De gemeente Zaltbommel stimuleert dat bestaande niet-grondgebonden intensieve veehouderijen omschakelen naar een biologische bedrijfsvoering, kringlooplandbouw, een lokaal grondgebonden bedrijfsvoering of een bedrijfsvoering die voldoet aan de laatste milieu- en/of dierenwelzijnseisen door hen daarvoor ontwikkelruimte te bieden (via op te stellen plussenbeleid). Verplaatsing van een intensieve, niet-grondgebonden veehouderij is in de Bommelerwaard is alleen denkbaar, als dat ook gunstig is vanuit het oogpunt van milieu, gezondheid en landschap. Dat vraagt dan om maatwerk.