Bijlage 3. Begroting 2023 VRGZ v1.0
Tekst van het document
5.5 Verbonden partijen De VRGZ werkt intensief samen met de GGD Gelderland-Zuid op het gebied van de bedrijfsvoering (geleverd door de afdelingen Vastgoed- en Facilitymanagement, HRM, Informatievoorziening en Financiën & Control). Voor de Meldkamer Oost-Nederland (MON) zal een construct Kosten Gemene Rekening (KGR) opgezet worden. Kern van een dergelijk construct is dat gezamenlijk het risico gedragen wordt en dat geen btw in rekening gebracht hoeft te worden over de dienstverlening. Het personeel zal in dienst komen van de VNOG (Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland) en de VRGZ zal op basis van een verdeelsleutel bijdragen. Er is in beide gevallen geen sprake van een verbonden partij in die zin dat de VRGZ risico's draagt die vanuit de andere partij worden veroorzaakt anders dan vanuit de inhoudelijke samenwerking. Wel zijn er kosten gemoeid met het eventueel verbreken van het samenwerkingsverband.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
36
6 Financiële begroting
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
37
6 Financiële begroting In hoofdstuk 6 wordt aan de hand van de balans en de overzichten baten en lasten uiteengezet wat voor 2023 tot en met 2026 verwacht wordt. Ook wordt het verloop van de reserves en voorzieningen uiteengezet en de meerjareninvesteringsplanning weergegeven.
6.1 Baten en lasten Veiligheidsregio Gelderland-Zuid In onderstaande tabel zijn de baten en lasten van de VRGZ weergegeven. Overzicht baten en lasten VRGZ (x € 1.000,-)
Realisatie Gewijzigde Begroting 2021 begroting 2023 2022
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Baten Budget aanvaardbare kosten
26.093
26.033
29.533
29.533
29.533
29.533
Rijksbijdragen
7.390
7.277
7.324
7.324
7.324
7.324
Gemeentelijke bijdragen
41.356
42.352
42.436
43.124
43.124
43.124
Opbrengsten bedrijfsvoering
2.660
2.869
2.980
2.981
2.981
2.981
Overige opbrengsten
3.213
1.144
1.184
1.184
1.184
1.184
Totaal baten
80.712
79.675
83.457
84.145
84.145
84.145
Personeelskosten
58.608
58.836
62.348
62.022
61.983
61.983
Kapitaallasten
7.241
7.749
8.706
8.706
8.706
8.706
Wagenpark en werkmaterieel
2.700
3.133
3.096
3.046
3.046
3.046
Communicatieapparatuur
2.874
3.141
3.150
3.150
3.150
3.150
Huisvestingskosten
4.202
4.125
3.981
3.751
3.751
3.751
Overige bedrijfskosten
3.792
3.568
3.645
3.645
3.645
3.645
0
187
191
191
191
191
-138
-154
-327
-327
-327
-327
Totaal lasten
79.278
80.585
84.790
84.184
84.145
84.145
Saldo van baten en lasten
1.434
-910
-1.333
-39
0
0
Toevoegingen reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen reserves
355
869
1.333
39
0
0
1.789
-41
0
0
0
0
Lasten
Onvoorzien Rentebaten en -lasten
Reservemutaties
Geraamd resultaat
Tabel 11: overzicht baten en lasten veiligheidsregio
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
38
6.2 Baten en lasten Crisis- en Rampenbestrijding In onderstaande tabel zijn de baten en lasten weergegeven van het programma Crisis- en Rampenbestrijding. Overzicht baten en lasten Programma C&R (x € 1.000,-)
Realisatie 2021
Gew begr 2022
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Rijksbijdragen
6.751
6.807
6.944
6.944
6.944
6.944
Gemeentelijke bijdragen
41.356
42.352
42.436
43.124
43.124
43.124
Opbrengsten bedrijfsvoering
2.660
2.869
2.980
2.980
2.980
2.980
Overige opbrengsten
2.845
1.069
1.074
1.074
1.074
1.074
Totaal baten
53.612
53.097
53.434
54.122
54.122
54.122
Personeelskosten
36.955
37.910
38.496
38.170
38.131
38.131
Kapitaallasten
6.208
6.614
7.173
7.173
7.173
7.173
Wagenpark en werkmaterieel
1.758
2.108
1.947
1.897
1.897
1.897
Communicatieapparatuur
2.408
2.647
2.694
2.694
2.694
2.694
Huisvestingskosten
4.232
4.082
3.963
3.733
3.733
3.733
Overige bedrijfskosten
550
613
630
630
630
630
0
187
191
191
191
191
-138
-154
-327
-327
-327
-327
Totaal lasten
51.973
54.007
54.767
54.161
54.122
54.122
Saldo van baten en lasten
1.639
-910
-1.333
-39
0
0
Toevoegingen reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen reserves
355
869
1.333
39
0
0
1.994
-41
0
0
0
0
Baten
Lasten
Onvoorzien Rentebaten en -lasten
Reservemutaties
Geraamd resultaat
Tabel 12: overzicht baten en lasten programma C&R
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
39
Toelichting verschillen begroting 2023 en de gewijzigde begroting 2022 Hierna volgt een toelichting op de verschillen tussen de gewijzigde begroting 2022 en de begroting 2023. De toelichting die leidt tot de gewijzigde begroting 2022 is opgenomen in bijlage 7.3.1 Begrotingswijzigingen Crisis- en Rampenbestrijding.
Rijksbijdragen
137
De stijging van de BDuR wordt veroorzaakt door een indexering van 2%.
Gemeentelijke bijdrage
84
De gemeentelijke bijdrage stijgt met € 84.000,- ten opzichte van de gewijzigde begroting 2022. Deze stijging wordt onder andere veroorzaakt door een indexering van 0,6% (€ 254.000,-). In september 2021 heeft het Algemeen Bestuur besloten een structurele overeenkomst aan te gaan met Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en Veiligheidsregio Brabant-Noord voor het verzorgen van de duiktaak. Daarmee is de inzet van hun duikteams voor redden en bergen in ons verzorgingsgebied gewaarborgd. Omdat het voorzien in een duiktaak een uitbreiding is van de brandweerzorg leidt dit tot een structurele kostenuitzetting van € 130.000,-. De gemeentelijke bijdrage is daarom met dit bedrag opgehoogd. Voor de jaren 2020 tot en met 2022 was een extra bijdrage van € 300.000,- per jaar opgenomen voor het achterstallig onderhoud van de kazernes. Dit bedrag valt met ingang van 2023 weer vrij. Een overzicht met de bijdrage per gemeente is opgenomen in paragraaf 7.1 Bijdragen deelnemende gemeenten.
Opbrengsten bedrijfsvoering
111
De VRGZ verzorgt de ondersteunende dienstverlening aan de GGD. In 2023 stijgt dit bedrag met € 111.000,-. Hier staan ook hogere kosten tegenover.
Overige opbrengsten
5
De stijging van de overige opbrengsten is het gevolg van indexering.
Personeelskosten
586
De belangrijkste oorzaak voor de stijging van € 586.000,- ten opzichte van 2022 is de indexering van de personeelslasten met 2,30% (€ 775.000,-) conform vastgestelde methodiek door het Algemeen Bestuur. Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
40
De nieuwe vastgestelde regeling voor vrijwilligersvergoedingen valt per saldo uit. Dit voordeel is ingezet om de lasten van de in 2022 nieuw aan te stellen Concerncontroller te dekken (in 2022 gefinancierd uit de algemene reserve, € 60.000,-). De uniformkleding voor de Brandweer wordt vanaf het begrotingsjaar 2023 geïnvesteerd. Daardoor vindt een verschuiving plaats naar kapitaallasten en zijn de lasten op deze plek € 109.000,- lager. Daarnaast leidt een mix van kleine bijstellingen per saldo tot een daling ten opzichte van 2022 van € 20.000,-.
Kapitaallasten
559
De kapitaallasten stijgen fors. Hiervoor zijn een aantal oorzaken aan te wijzen: 1. reguliere indexering van de vervangingsinvesteringen (€ 130.000,-); 2. verschuiving werkkleding, zie ook personeelslasten (€ 109.000,-); 3. prijsstijgingen op voertuigen (op alle fronten) van meer dan 10% zijn merkbaar in de laatste aanbestedingen. Hierdoor stijgen de lasten in de begroting met € 100.000,-. Dit bedrag zal naar verwachting de komende jaren oplopen met een veelvoud hiervan; 4. het hoge investeringsvolume van 2022 en 2023 zorgt voor het overige verschil (omdat een aantal activa reeds afgeschreven was).
Wagenpark en werkmaterieel
-161
Als gevolg van de transitie van fluorhoudend schuimvormend middel (SVM) naar fluorvrij SVM worden in 2022 en 2023 respectievelijk € 250.000,- en € 50.000,- extra kosten uitgegeven voor deze omzetting. Het resterende verschil wordt veroorzaakt door de indexering.
Communicatieapparatuur
47
De stijging wordt volledig veroorzaakt door de indexering.
Huisvestingskosten
-119
Voor de jaren 2020 tot en met 2022 was een jaarlijks budget van € 300.000,- ter beschikking gesteld voor het achterstallig onderhoud. In 2020 is als gevolg van corona een achterstand ontstaan in de uitvoering van het onderhoud waardoor een deel van het onderhoud door zou schuiven naar 2023. Hierdoor is in 2023 voor achterstallig onderhoud nog een bedrag van € 130.000,- opgenomen. Voor deze doorschuiving is een bedrag van € 130.000,- beschikbaar in de bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden. De onderhoudskosten dalen hierdoor echter met € 170.000,- ten opzichte van 2022.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
41
Als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving zullen in 2022 en 2023 aanpassingen aan panden plaatsvinden om te voldoen aan de wettelijke normering ten aanzien van diesel motor emissie (DME). Deze uitgaven bedragen voor 2022 en 2023 respectievelijk € 50.000,- en € 100.000,-. Omdat de afdeling ICT met ingang van 2023 verhuist van het GGD-gebouw naar de Multipost in Nijmegen dalen de huurlasten met € 40.000,-. Het resterende verschil wordt veroorzaakt door de indexering (€ 41.000,-).
Overige bedrijfskosten
17
Als het medisch noodzakelijk is om een patiënt horizontaal te vervoeren wordt door de ambulancezorg de brandweer ingeschakeld met een geprepareerde hoogwerker. De kosten hiervan (€ 48.000,-) worden in rekening gebracht bij de ambulancezorg. De bijdrage hiervoor wordt op deze plek verwerkt. Daarnaast zorgen diverse kleine bijstellingen en indexering per saldo voor een stijging van € 65.000,-.
Onvoorzien
4
De post onvoorzien bedraagt 0,35% van het begrotingstotaal. Door toename van de begrote lasten stijgt deze post met € 4.000,-.
Rentebaten en -lasten
-173
In de periode 2021 tot en met 2023 loopt een aantal leningen af die op basis van de huidige lage rentestand tegen een lager percentage kunnen worden geherfinancierd. Dit levert een structureel voordeel op in de rentelasten.
Meerjarige mutaties De nieuwe cao is pas in januari 2022 vastgesteld en gaat met terugwerkende kracht in per december 2021. Doordat de nieuwe cao pas in 2022 is vastgesteld kon deze niet meer opgenomen worden in de Kaderbrief 2023. Conform vastgestelde methodiek wordt de werkelijke index nagecalculeerd in de eerstvolgende begroting, zijnde de begroting 2024. Hierdoor stijgt de gemeentelijke bijdrage met ingang van 2024 structureel met € 688.000,- (behoudens reguliere uitzettingen conform standaard uitgangspunten voor de begroting 2024). In de resultaatbestemming bij de jaarrekening 2021 wordt voorgesteld een bestemde reserve te vormen voor dit tekort in 2023. In tegenstelling tot de meerjarige investeringen in de investeringsplanning in paragraaf 6.7 zijn de kapitaallasten niet meerjarig doorgerekend maar in de resultaten meegenomen op basis van het prijspeil van 2023.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
42
GHOR De GHOR is een onderdeel van de begroting van de VRGZ onder leiding van de DPG (Directeur Publieke Gezondheid) van de GGD. Het deel in de VRGZ-begroting 2023 dat voor de GHOR aangemerkt wordt is € 1.625.000,-.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
43
6.3 Baten en lasten Regionale Ambulancevoorziening Overzicht baten en lasten Programma RAV (x € 1.000,-)
Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
26.093
26.033
29.533
29.533
29.533
29.533
Rijksbijdragen
639
470
380
380
380
380
Overige opbrengsten
368
75
110
110
110
110
27.100
26.578
30.023
30.023
30.023
30.023
Personeelskosten
21.653
20.925
23.852
23.852
23.852
23.852
Kapitaallasten
1.033
1.135
1.533
1.533
1.533
1.533
Wagenpark en werkmaterieel
943
1.026
1.149
1.149
1.149
1.149
Communicatieapparatuur
467
494
456
456
456
456
Huisvestingskosten
-30
43
18
18
18
18
Overige bedrijfskosten
3.239
2.955
3.015
3.015
3.015
3.015
Totaal lasten
27.305
26.578
30.023
30.023
30.023
30.023
-205
0
0
0
0
0
Toevoegingen reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen reserves
0
0
0
0
0
0
-205
0
0
0
0
0
Baten Budget aanvaardbare kosten
Totaal baten Lasten
Saldo van baten en lasten Reservemutaties
Geraamd resultaat
Tabel 13: baten en lasten programma RAV
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
44
Toelichting verschillen begroting 2023 en de begroting 2022 Hierna volgt een toelichting op de verschillen tussen de begroting 2022 en de begroting 2023. De toelichting die leidt tot de gewijzigde begroting 2022 is opgenomen in bijlage 7.3.2 Begrotingswijzigingen RAV.
Budget aanvaardbare kosten (BAK)
3.500
Er zijn drie grote ontwikkelingen die de stijging van het budget voor 2023 verklaren. Ten eerste is het aantal diensten uitgebreid van 301 naar 315. Deze 14 extra diensten per week geven een budgettaire verruiming van de component Spreiding & Beschikbaarheid (S&B) van € 1.359.000,-. Twee budgetcomponenten die zijn gekoppeld aan S&B stijgen ook mee. Meer diensten betekent meer medewerkers en dus ook meer personeel dat opgeleid wordt. Daarom stijgt de opleidingsvergoeding met € 53.000,-. Daarnaast is de vrije marge gekoppeld aan S&B. De stijging van de vrije marge is € 48.000,-. Tot slot zijn afspraken gemaakt over uitbreiding van de component directie en administratie om de extra diensten mogelijk te maken (€ 59.000,-). Ten tweede zijn er (meerjarige) afspraken gemaakt voor bepaalde componenten van het budget. Zo is een vergoeding overeengekomen voor de nieuwe locatie in Tiel en bekostiging van de verbouwing van post Beuningen. Dit leidt tot een stijging ten opzichte van de begroting 2022 met € 77.000,-. Daarnaast is het wagenpark uitgebreid. Voor zowel 2022 als 2023 is een extra ambulancevoertuig in het budget opgenomen (€ 88.000,-). Ten derde heeft AZGZ afspraken kunnen maken met zorgverzekeraars over componenten die ofwel landelijk onder gefinancierd werden ofwel die in lokaal overleg aangepast moesten worden.
De uitbreiding via landelijke parameters geldt voor overige loonkosten (€ 164.000,-) en initiële opleidingen (€ 57.000,-). Dit past bij de kosten die AZGZ maakt, onder andere voor het opleiden van nieuwe medewerkers. Landelijke parameters voor de loonkosten op de Meldkamer Ambulancezorg geven een structurele verruiming van € 113.000,-. Landelijke uniformering van de materiële kosten op de meldkamer is niet gelukt. Maar het onderzoek hiernaar door de NZa heeft aanleiding gegeven om het budget voor AZGZ te verhogen met € 72.000,-. Lokale onderwerpen zijn de afhijsingen door de brandweer. Deze waren geen onderdeel van het budget, ondanks de ondersteuning die Brandweer Gelderland-Zuid hiervoor bood. Dit is met ingang van 2023 in de begroting meegenomen (€ 48.000,-). Ook leidt de gestegen zorgvraag naar ambulancezorg tot hogere productie-aantallen. Zowel het aantal ritten als het aantal gereden kilometers stijgt. Het budget is hierdoor gestegen met € 336.000,-. Tot slot is door de sector een afspraak gemaakt voor de financiering van het vitaliteitsplan. Hiervoor dragen ambulancediensten 1% van het budget voor S&B via de vrije marge af. Voor AZGZ betekent dit een bedrag van € 170.000,-. AZGZ gaat uit van een index van 3%. Daarnaast is er een effect van de verwachte index van 2022 die lager was dan de definitieve. Samen verklaart dit het restant van € 856.000,-.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
45
Personeelskosten
2.927
De personeelskosten vallen in 2023 bijna € 3.000.000,- hoger uit dan in 2022. Dat komt ten eerste doordat de uitbreiding van het aantal diensten ten tijde van het opstellen van de begroting 2022 nog niet voorzien was. De kosten van de formatie-uitbreiding voor deze diensten bedraagt € 792.000,-. Daarnaast is ruimte opgenomen om boven formatief personeel aan te nemen. Het gaat om ambulancechauffeurs en -verpleegkundigen zodat flexibel ingespeeld kan worden op ziekte of vertrek van medewerkers (€ 502.000,-). Ten derde is de berekening van productieve uren nu gebaseerd op de NZa-norm. Dit leidt ertoe dat de productieve uren omlaag gaan en er dus meer formatie nodig is. Deze wijziging leidt tot een stijging van € 755.000,-. Het groeien van de organisatie met meer verpleegkundigen en chauffeurs leidt ook tot meer ondersteuning. De formatie lijn-staf groeit op diverse posten. In totaal gaat het om € 71.000,-. Tot slot zijn de salarissen van de medewerkers op de ambulance en in de meldkamer gestegen € 807.000,-. Samen verklaren deze elementen de stijging van € 2.927.000,-.
Kapitaallasten
398
De kapitaallasten zijn in 2023 € 398.000,- hoger dan in de begroting 2022. Dit komt door de aanschaf van defibrillatoren (monitoren) in 2023 en de vervanging van ambulances (€ 54.000,-). Tot slot wordt een opleidingsvoertuig vervangen. De kapitaallasten voor voertuigen en bepakkingen stijgen daarmee met € 303.000,-. De monitoren verklaren € 41.000,-.
Wagenpark en werkmaterieel
123
De brandstofkosten zijn de afgelopen periode sterk gestegen. Naar verwachting zal dit ook voor 2023 nog het geval zijn. Gecombineerd met meer ritten en dus meer kilometers stijgen de brandstofkosten met € 123.000,-.
Communicatieapparatuur
-38
De kosten voor dataverkeer vanuit de meldkamer zijn gedaald. Dit levert een voordeel van € 38.000,op.
Huisvestingskosten
-25
De uitgaven voor onderhoud aan vastgoed worden centraal uitgevoerd door de afdeling Vastgoeden Facility Management. Het budget is nu ook voor 2023 overgeheveld naar deze afdeling. Via interne doorbelastingen komen de kosten uiteindelijk terug bij de RAV.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
46
Overige bedrijfskosten
60
De kosten voor doorbelastingen vanuit bedrijfsvoering stijgen. Dat komt voornamelijk vanwege de overheveling van budget voor vastgoed(beheer) naar de afdeling Vastgoed- en Facility Management. Dit is in lijn met de hiervoor genoemde daling van de component huisvestingskosten. Daarnaast worden de lasten voor de nieuwbouwpost Tiel doorbelast (€ 110.000,-). Aan de andere kant blijft de realisatie op verpleegkundige artikelen – betreft geen PBM – achter bij de begroting. Deze post is naar beneden bijgesteld met € 69.000,-. De inhuur van externe expertise voor bijvoorbeeld prestatie- of kwaliteitsverbetering zal naar verwachting ook in 2023 doorlopen (€ 40.000,-). Kleine overige mutaties op de overige bedrijfskosten verklaren de laatste neerwaartse bijstelling van € 21.000,-.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
47
6.4 Uiteenzetting financiële positie In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van de balanspositie opgenomen. Activa
Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
59.830
68.042
72.845
73.564
76.335
77.154
Vaste Activa Materiële vaste activa
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Debiteuren
2.234
2.234
2.234
2.234
2.234
2.234
472
472
472
472
472
472
Uitzettingen Rijksschatkist
3.895
3.895
3.895
3.895
3.895
3.895
Overige vorderingen
1.851
1.851
1.851
1.851
1.851
1.851
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
8.452
8.452
8.452
8.452
8.452
8.452
Liquide middelen
162
162
162
162
162
162
Overlopende activa
1.419
1.419
1.419
1.419
1.419
1.419
Totaal
69.863
78.075
82.878
83.597
86.368
87.187
Debiteuren openbare lichamen
Nog in tarieven te verrekenen Sluitpost (incl. rekeningcourant)
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
48
Passiva
Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Res. aanvaardbare kosten RAV
1.826
1.621
1.621
1.621
1.621
1.621
Subtotaal programma RAV
1.826
1.621
1.621
1.621
1.621
1.621
Algemene reserve C&R
2.532
2.641
2.641
2.641
2.641
2.641
Frictiekosten meldkamer
450
250
50
0
0
0
Uitgestelde werkzaamheden
474
334
39
0
0
0
Duiktaak
0
150
0
0
0
0
Cao-ontwikkelingen
0
688
0
0
0
0
Subtotaal programma C&R
3.456
4.063
2.730
2.641
2.641
2.641
Resultaat
1.789
0
0
0
0
0
Totaal Eigen vermogen
7.071
5.684
4.351
4.262
4.262
4.262
2.409
3.304
3.530
3.015
3.871
4.387
618
267
89
0
0
0
3.027
3.571
3.619
3.015
3.871
4.387
51.540
51.540
51.540
51.540
Vaste Passiva Eigen vermogen*
Bestemde reserves:
Voorzieningen Groot onderhoud Niet-actieven
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van > 1 jaar Langlopende leningen
43.489
51.540
Vlottende Passiva Vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Sluitpost (incl. rekening-courant)
0
1.004
7.092
8.504
10.419
10.722
10.995
10.995
10.995
10.995
10.995
10.995
10.995
11.999
18.087
19.499
22.414
21.717
Overlopende passiva
5.281
5.281
5.281
5.281
5.281
5.281
Totaal
69.863
78.075
82.878
83.597
86.368
87.187
EMU-saldo **
-1.094
-7.709
-4.755
-1.323
-1.915
-304
Kortlopende schulden
Tabel 14: verwachte balanspositie * Uitgangspunt is dat het voorstel voor (toekomstige) resultaatbestemming door het Algemeen Bestuur wordt goedgekeurd. De standen zijn vanaf de kolom begroting 2022 bijgewerkt op basis van de jaarrekening 2021 tenzij andere gegevens voorhanden zijn. ** Conform model berekening CBS Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
49
6.5 Stand en verloop voorzieningen en reserves Reserves Bedragen * € 1.000,-
Stand eind Storting 2022 2023
Onttrekking 2023
Verwachting ultimo 2023 2024 2025 2026
Algemene reserve C&R
2.641
0
0
2.641
2.641
2.641
2.641
Reserve aanvaardbare kosten
1.621
0
0
1.621
1.621
1.621
1.621
Bestemde reserve meldkamer
250
0
200
50
0
0
0
334
0
295
39
0
0
0
688
0
688
0
0
0
0
150
0
150
0
0
0
0
5.684
0
1.333
4.351
4.262
4.262
4.262
Bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden Bestemde reserve caoontwikkelingen Bestemde reserve wet- en regelgeving op het gebied van duurzaamheid Totaal reserves
Tabel 15: stand en verloop reserves Voorzieningen Bedragen * € 1.000,-
Voorziening groot onderhoud Voorziening niet actieven Totaal voorzieningen
Stand eind 2022
Storting 2023
Onttrekking 2023
Verwachting ultimo 2023 2024 2025 2026
3.304
1.281
1.055
3.530
3.015
3.871
4.387
267
0
178
89
0
0
0
3.571
1.281
1.233
3.619
3.015
3.871
4.387
Tabel 16: stand en verloop voorzieningen
6.6 Incidentele baten en lasten en structureel evenwicht Het BBV definieert incidentele baten en lasten als volgt: ‘Incidentele baten en lasten betreffen die posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden. Het gaat om eenmalige zaken en om (meerjarige) projecten of subsidies als deze eveneens het karakter van tijdelijkheid c.q. eindig doel hebben.’. Incidentele baten en lasten VRGZ Bedragen * € 1.000,-
2023
2024
2025
2026
Totaal incidentele baten
0
0
0
0
Totaal incidentele lasten
150
0
0
0
Tabel 17: incidentele baten en lasten VRGZ
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
50
In de voorliggende begroting en meerjarenraming zijn incidentele lasten opgenomen voor de transitie van schuimvormende middelen en het voldoen aan de aangescherpte normering voor DME. Deze incidentele lasten worden gedekt uit het positieve resultaat van 2021.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
51
6.7 Investeringsplanning Bedragen * € 1.000,-
Vanuit JR 2021
Begro ting 2022
Gew. Begroting begr. 2023 2022
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Automatisering
0
0
0
0
0
0
0
Inventaris
0
0
0
0
0
0
0
Verbindingsmidd. & comm.techn.
0
407
407
367
0
0
750
143
29
172
272
53
29
29
Ademlucht
373
2
375
114
100
615
0
Repressieve kleding
211
234
445
863
53
984
148
Totaal PBM
584
236
820
977
153
1.599
148
572
452
1.024
696
879
712
664
1.397
3.871
5.268
3.225
4.271
4.657
3.638
0
0
0
0
0
0
0
Totaal voertuigen
1.969
4.323
6.292
3.921
5.150
5.369
4.302
Totaal sector Brandweer
2.696
4.995
7.691
5.537
5.356
6.997
5.230
Voertuigen
0
0
0
0
0
0
0
Verbindingsmidd. & comm.techn.
0
0
0
0
0
0
0
Inventaris
36
0
36
0
0
0
0
Repressieve kleding
0
0
0
0
0
0
0
Automatisering
0
245
245
0
0
0
210
Totaal sector Crisisbeheersing
36
245
281
0
0
0
210
Sector Brandweer
Vakbekwaamheidsmiddelen
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
Voer- en vaartuigen Bepakkingen Voer- en vaartuigen Containers
Sector Crisisbeheersing
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
52
Bedragen * € 1.000,-
Vanuit JR 2021
Begr 2022
Gew. begr. 2022
Begr 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
130
66
196
50
50
96
12
Verbindingsmidd. & comm.techn.
0
70
70
0
0
0
0
Werkkleding
0
0
0
0
300
0
0
Inventaris
0
0
0
0
0
0
0
480
0
480
1.464
0
0
960
0
0
0
0
0
0
0
Voertuigen
380
670
1.050
1.378
603
1.453
383
Totaal sector RAV
990
806
1.796
2.892
953
1.549
1.355
448
417
865
967
177
527
217
Inventaris
0
100
100
175
100
100
100
Voertuigen en bepakkingen
44
0
44
0
0
0
0
Gebouwen
0
2.720
2.720
1.360
1.394
1.464
1.501
Grond en terreinen
0
1.090
1.090
580
586
618
635
Verbouwingen
0
520
520
590
140
140
120
Inventaris
0
0
0
25
25
25
25
492
4.847
5.339
3.697
2.422
2.874
2.598
Voertuigen
0
0
0
0
80
0
0
Totaal Staf
0
0
0
0
80
0
0
4.214
10.893
15.107
12.126
8.811
11.419
9.392
Sector RAV Automatisering
Inventaris medisch Verbouwingen
Ondersteunende diensten Automatisering
Vastgoed
Totaal Bedrijfsvoering Staf
Totaal investeringsplanning
Tabel 18: investeringsplanning
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
53
7 Bijlagen
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
54
7 Bijlagen 7.1 Bijdragen deelnemende gemeenten In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de bijdrage van gemeenten weergegeven. Gemeenten
Inwoners 2023 *
Bijdrage 2022
Indexering (0,6%)
Achterstallig onderhoud (1)
Duiktaak (2)
Gemeentelijke bijdrage 2023
Berg en Dal
35.000
2.447.274
14.684
-17.254
7.512
2.452.216
Beuningen
27.015
1.487.584
8.925
-10.059
4.566
1.491.016
Buren
27.190
2.259.680
13.558
-15.966
6.936
2.264.208
Culemborg
29.394
2.070.776
12.425
-15.386
6.356
2.074.171
Druten
19.000
1.140.675
6.844
-7.606
3.501
1.143.414
Heumen
16.523
1.275.144
7.651
-9.295
3.914
1.277.414
Maasdriel
25.571
1.859.931
11.159
-13.118
5.709
1.863.681
Neder-Betuwe
24.988
1.714.010
10.284
-12.471
5.261
1.717.084
Nijmegen
178.750
14.710.938
88.265
-103.569
45.156
14.740.790
Tiel
42.150
2.799.619
16.798
-19.683
8.594
2.805.328
West Betuwe
51.834
4.181.843
25.091
-30.587
12.836
4.189.183
West Maas en Waal
19.700
1.529.198
9.175
-18.757
4.694
1.524.310
Wijchen
41.225
2.683.607
16.102
-10.810
8.238
2.697.137
Zaltbommel
29.990
2.191.457
13.149
-15.439
6.727
2.195.894
Totaal
568.330
42.351.736
254.110
-300.000
130.000
42.435.846
Tabel 19: verloop bijdrage deelnemende gemeenten
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
55
Gemeenten
Inwoners 2023 *
Gemeentelijke bijdrage 2023
Nacalculatie index 2022 (1,62%) (3)
Gemeentelijke bijdrage 2024
Gemeentelijke bijdrage 2025
Gemeentelijke bijdrage 2026
Berg en Dal
35.000
2.452.216
39.726
2.491.942
2.491.942
2.491.942
Beuningen
27.015
1.491.016
24.154
1.515.170
1.515.170
1.515.170
Buren
27.190
2.264.208
36.680
2.300.888
2.300.888
2.300.888
Culemborg
29.394
2.074.171
33.602
2.107.773
2.107.773
2.107.773
Druten
19.000
1.143.414
18.523
1.161.937
1.161.937
1.161.937
Heumen
16.523
1.277.414
20.694
1.298.108
1.298.108
1.298.108
Maasdriel
25.571
1.863.681
30.192
1.893.873
1.893.873
1.893.873
Neder-Betuwe
24.988
1.717.084
27.817
1.744.901
1.744.901
1.744.901
Nijmegen
178.750
14.740.790
238.801
14.979.591
14.979.591
14.979.591
Tiel
42.150
2.805.328
45.446
2.850.774
2.850.774
2.850.774
West Betuwe
51.834
4.189.183
67.865
4.257.048
4.257.048
4.257.048
West Maas en Waal
19.700
1.524.310
24.694
1.549.004
1.549.004
1.549.004
Wijchen
41.225
2.697.137
43.694
2.740.831
2.740.831
2.740.831
Zaltbommel
29.990
2.195.894
35.573
2.231.467
2.231.467
2.231.467
Totaal
568.330
42.435.846
687.461
43.123.307
43.123.307
43.123.307
Tabel 20: bijdrage deelnemende gemeenten 2023-2026 *
Bron: inwonersaantallen uit de Begrotingsrichtlijnen 2023 voor gemeenschappelijke regelingen in de regio Nijmegen (BRN).
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
56
Toelichting op de wijzigingen
Ad 1:
In 2019 heeft het Algemeen Bestuur besloten om voor de periode 2020 tot en met 2022 jaarlijks € 300.000,- beschikbaar te stellen voor het achterstallig onderhoud van de kazernes. Dit bedrag wordt derhalve met ingang van 2023 weer in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdrage.
Ad 2:
Op 23 september 2021 heeft het Algemeen Bestuur besloten om voor het verzorgen van de duiktaak in onze regio een structurele overeenkomst aan te gaan met de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en Veiligheidsregio Brabant-Noord. Daarmee is de inzet van hun duikteams voor redden en bergen in ons verzorgingsgebied geborgd. Omdat het voorzien in de duiktaak door deze regio’s een uitbreiding van de brandweerzorg is betekent dit een kostenuitzetting in de begroting van structureel € 130.000,-.
Ad 3:
De nieuwe cao is pas in januari 2022 vastgesteld en gaat met terugwerkende kracht in per 2021. Doordat de nieuwe cao pas in 2022 is vastgesteld kon deze niet meer opgenomen worden in de Kaderbrief 2023. Conform vastgestelde methodiek wordt de werkelijke index nagecalculeerd in de eerstvolgende begroting, zijnde de begroting 2024. Hierdoor stijgt de gemeentelijke bijdrage structureel met € 688.000,- (behoudens reguliere uitzettingen conform standaard uitgangspunten voor de begroting 2024).
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
57
7.2 Baten en lasten per taakveld Baten en lasten per taakveld VRGZ bedragen x € 1.000,-
Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Crisisbeheersing en brandweer
44.561
38.965
5.596
43.751
40.428
3.323
43.846
40.326
3.520
Volksgezondheid
27.100
23.387
3.713
26.578
22.843
3.735
29.989
25.793
4.196
Algemene uitkeringen
6.391
0
6.391
6.477
0
6.477
6.608
0
6.608
Treasury
0
-138
138
0
-154
154
0
-327
327
Overhead
2.660
17.064
-14.404
2.869
17.468
-14.599
3.014
18.998
-15.984
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
80.712
79.278
1.434
79.675
80.585
-910
83.457
84.790
-1.333
355
0
355
869
0
869
1.333
0
1.333
81.067
79.278
1.789
80.544
80.585
-41
84.790
84.790
0
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat
Tabel 21: baten en lasten per taakveld VRGZ
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
58
Baten en lasten per taakveld VRGZ meerjarig bedragen x € 1.000,-
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Crisisbeheersing en brandweer
43.846
40.326
3.520
44.534
39.720
44.534
39.681
44.534
39.681
Volksgezondheid
29.989
25.793
4.196
29.989
25.793
29.989
25.793
29.989
25.793
Algemene uitkeringen
6.608
0
6.608
6.608
0
6.608
0
6.608
0
Treasury
0
-327
327
0
-327
0
-327
0
-327
Overhead
3.014
18.998
-15.984
3.014
18.998
3.014
18.998
3.014
18.998
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten
83.457
84.790
-1.333
84.145
84.184
84.145
84.145
84.145
84.145
Mutaties reserves
1.333
0
1.333
39
0
0
0
0
0
Resultaat
84.790
84.790
0
84.184
84.184
84.145
84.145
84.145
84.145
Tabel 22: baten en lasten per taakveld VRGZ meerjarig
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
59
Baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding bedragen x € 1.000,-
Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Crisisbeheersing en brandweer
44.561
38.965
5.596
43.751
40.428
3.323
43.846
40.326
3.520
Algemene uitkeringen
6.391
0
6.391
6.477
0
6.477
6.608
0
6.608
Overhead
2.660
13.146
-10.486
2.869
13.733
-10.864
2.980
14.768
-11.788
Treasury
0
-138
138
0
-154
154
0
-327
327
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
53.612
51.973
1.639
53.097
54.007
-910
53.434
54.767
-1.333
355
0
355
869
0
869
1.333
0
1.333
53.967
51.973
1.994
53.966
54.007
-41
54.767
54.767
0
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat
Tabel 23: baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
60
Baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding meerjarig bedragen x € 1.000,-
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Crisisbeheersing en brandweer
43.846
40.326
3.520
44.534
39.720
44.534
39.681
44.534
39.681
Algemene uitkeringen
6.608
0
6.608
6.608
0
6.608
0
6.608
0
Overhead
2.980
14.768
-11.788
2.980
14.768
2.980
14.768
2.980
14.768
Treasury
0
-327
327
0
-327
0
-327
0
-327
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten
53.434
54.767
-1.333
54.122
54.161
54.122
54.122
54.122
54.122
Mutaties reserves
1.333
0
1.333
39
0
0
0
0
0
Resultaat
54.767
54.767
0
54.161
54.161
54.122
54.122
54.122
54.122
Tabel 24: baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding meerjarig
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
61
Baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening bedragen x € 1.000,-
Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
27.100
23.387
3.713
26.578
22.843
3.735
29.989
25.793
4.196
Algemene uitkeringen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overhead
0
3.918
-3.918
0
3.735
-3.735
34
4.230
-4.196
Treasury
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
27.100
27.305
-205
26.578
26.578
0
30.023
30.023
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
27.100
27.305
-205
26.578
26.578
0
30.023
30.023
0
Volksgezondheid
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat
Tabel 25: baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
62
Baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening meerjarig bedragen x € 1.000,-
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
29.989
25.793
4.196
29.989
25.793
29.989
25.793
29.989
25.793
Algemene uitkeringen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overhead
34
4.230
-4.196
34
4.230
34
4.230
34
4.230
Treasury
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
30.023
30.023
0
30.023
30.023
30.023
30.023
30.023
30.023
0
0
0
0
0
0
0
0
0
30.023
30.023
0
30.023
30.023
30.023
30.023
30.023
30.023
Volksgezondheid
Saldo van baten en lasten Mutaties bestemde reserves Resultaat
Tabel 26: baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening meerjarig
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
63
7.3 Begrotingswijzigingen 2022 In onderstaande paragrafen zijn de wijzigingen verwerkt die zich hebben voorgedaan nadat de begroting 2022 is vastgesteld. Het betreft kostenneutrale verschuivingen, de financiële vertaling van de resultaatbestemming 2021 die het gevolg is van gewijzigde milieuwetgeving en de inrichting van de duiktaak en daarnaast nog de inrichting van nieuwe taken bij de VRGZ als gevolg van gewijzigde wetgeving in het kader van rechtmatigheid.
Verschuivingen De verschuivingen hebben plaatsgevonden ten behoeve van een beter inzicht en een betere presentatie en zijn budgettair neutraal. Daarnaast tracht de VRGZ uitzettingen zo veel als mogelijk op te vangen binnen de eigen begroting. Een aantal verschuivingen binnen deze kolom heeft hier betrekking op.
Resultaatbestemming Als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving zullen in 2022 en 2023 aanpassingen aan panden plaatsvinden om te voldoen aan de wettelijke normering ten aanzien van diesel motor emissie (DME). Daarnaast wordt op dit moment binnen de brandweer gebruikgemaakt van een fluorhoudend schuimvormende middel (SVM). In dit middel zit onder andere de stof PFAS die schadelijk is voor mens en milieu. In 2025 wordt het gebruik van fluorhoudend schuim verboden. Daarom is het noodzakelijk dat de komende jaren een overgang wordt gemaakt van fluorhoudend SVM naar fluorvrij SVM. Naast het inkopen van nieuw fluorvrij schuim zal het fluorhoudende schuim moeten worden afgevoerd, moeten materialen worden aangepast op dit nieuwe schuim en zullen de brandweermedewerkers extra worden getraind. Beide wijzigingen leiden in 2022 en 2023 incidenteel tot extra uitgaven. Voorgesteld is om deze extra uitgaven te dekken uit het positieve resultaat van 2021. In 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met het voorstel om de dienstverleningsovereenkomst die tijdelijk met de veiligheidsregio’s Gelderland-Midden en BrabantNoord is aangegaan voor de inzet van hun duikteams in Gelderland-Zuid structureel te continueren. Ook heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de kostenuitzetting van € 130.000,- die deze overeenkomst vanaf 2022 met zich meebrengt.
Voorgesteld is deze uitzetting in 2022 incidenteel te dekken uit het positieve resultaat van 2021.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
64
Concerncontroller Als gevolg van de gewijzigde wet- en regelgeving ligt de rechtmatigheidsverantwoording met ingang van het verslagjaar 2022 bij het Dagelijks Bestuur in plaats van bij de accountant. Hiervoor is een nieuwe functie Concerncontroller ingericht om het bestuur hierbij te ondersteunen.
Begrotingswijzigingen Crisis- en Rampenbestrijding bedragen x € 1.000,-
Begroting 2022
Verschuivingen
Resultaat bestemming 2021
Concern Gewijzigde controller begroting 2022
Rijksbijdragen
6.637
170
0
0
6.807
Gemeentelijke bijdragen
42.352
0
0
0
42.352
Opbrengsten bedrijfsvoering
2.636
173
0
60
2.869
Overige opbrengsten
1.069
0
0
0
1.069
Totaal baten
52.694
343
0
60
53.097
Personeelslasten
37.244
546
0
120
37.910
Kapitaallasten
6.604
10
0
0
6.614
Wagenpark
1.845
13
250
0
2.108
Communicatieapparatuur
2.774
-127
0
0
2.647
Huisvestingskosten
4.119
-87
50
0
4.082
Overige bedrijfskosten
495
-12
130
0
613
Onvoorzien
187
0
0
0
187
Rentebaten en -lasten
-154
0
0
0
-154
53.114
343
430
120
54.007
Saldo van baten en lasten
420
0
-430
-60
-910
Toevoegingen reserves
0
0
0
0
0
Onttrekkingen reserves
439
0
430
0
869
Resultaat
19
0
0
-60
-41
Baten
Lasten
Totaal lasten
Tabel 27: begrotingswijzigingen 2022 programma C&R
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
65
Begrotingswijzigingen RAV bedragen x € 1.000,-
Begroting 2022 Verschuivingen
Gewijzigde begroting 2022
26.033
0
26.033
Rijksbijdragen
470
0
470
Overige opbrengsten
75
0
75
26.578
0
26.578
Personeelslasten
20.944
-19
20.925
Kapitaallasten
1.135
0
1.135
Wagenpark
1.026
0
1.026
Communicatieapparatuur
514
-20
494
Huisvestingskosten
43
0
43
Overige bedrijfskosten
2.916
39
2.955
Totaal lasten
26.578
0
26.578
Saldo van baten en lasten
0
0
0
Toevoegingen reserves
0
0
0
Onttrekkingen reserves
0
0
0
Resultaat
0
0
0
Baten Budget aanvaardbare kosten
Totaal baten Lasten
Tabel 28: begrotingswijzigingen 2022 programma RAV
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
66
7.4 Regionaal Beleidsplan 2020-2023 2020
2021
2022
2023
Actieve houding medewerkers versterken
x
x
x
x
Interne samenwerking en afstemming versterken
x
x
x
x
Samenwerking en afstemming met de gemeenten versterken
x
x
x
x
x
x
Samenwerking en afstemming
Kennisnetwerk versterken t.b.v. advisering en crisisbeheersing Informatiemanagement
x
x
x
x
Flexibele crisisorganisatie
x
x
x
x
Meerjaren beleidsplan multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen
x
Integrale aanpak druk op acute zorgketen
x
x
x
x
Gedeelde visie ontwikkelen op risico’s, advisering, toezicht en handhaving
x
x
Voorbereiding zorginstellingen op regionale risico’s
x
x
x
x
Samenhang Regionaal risicoprofiel en advisering gemeenten i.r.t. de Omgevingswet
x
x
x
Nieuw regionaal evenementenbeleid
x
x
x
Real time omgevingsbeeld en signalering van trends
x
x
x
Onderzoek urgentieclassificatie
x
x
Naar een dynamisch risicoprofiel en beleidsprioriteiten
x
x
x
Risicocommunicatie
x
x
x
x
Gerichte voorlichting aan inwoners en bij bedrijven en instellingen
x
x
x
x
Burgerparticipatie
x
x
x
x
Iedereen is hulpverlener
x
x
Uitwerking vervolg verminderd zelfredzaamheid
x
Inwoners-onderzoeken of -informatie meteen na incidenten
x
x
x
x
x
x
Risicogericht werken
Een weerbare samenleving
Communicatiestrategie i.v.m. informatiedruk bij incidenten en crises
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
67
2020
2021
2022
2023
Inzetten op vitaliteit en duurzame inzetbaarheid
x
x
x
x
Visie op samenwerking meldkamer
x
Soepele overgang van de meldkamer naar de LMS Oost-Nederland
x
x
x
Zorgcoördinatiecentrum en zorgdifferentiatie
x
x
Inspelen op Wet ambulancezorg
x
Actieplan Ambulancezorg
x
x
Organisatie voorbereiden op Omgevingswet
x
x
Programma vrijwilligheid
x
Bemensing crisisorganisatie Cybersecurity
Een toekomstbestendige veiligheidsregio
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Risico’s met extra focus Gevolgen cyberrisco’s Gevolgen criminaliteit voor fysieke leefomgeving/ veiligheid
x
x x
Gevolgen extreem weer
x
X
x
Gevolgen energietransitie
x
x
x
Tabel 29: regionaal beleidsplan
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
68
7.5 Beleidsindicatoren Beleidsindicatoren programma Crisis- en Rampenbestrijding Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Formatie
0,67
0,67
0,66
0,66
0,66
0,66
0,66
Bezetting
0,61
0,61
0,61
0,61
0,61
0,61
0,61
Apparaatskosten
93
96
96
95
95
95
95
Externe inhuur
3%
3%
3%
3%
3%
3%
3%
Overhead
25%
25%
27%
27%
27%
27%
27%
Tabel 30: beleidsindicatoren programma Crisis- en Rampenbestrijding
Beleidsindicatoren programma RAV Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Formatie
0,37
0,44
0,43
0,43
0,43
0,43
0,43
Bezetting
0,37
0,37
0,37
0,37
0,37
0,37
0,37
Apparaatskosten
49
47
53
53
53
53
53
Externe inhuur
3%
1%
2%
2%
2%
2%
2%
Overhead
14%
14%
14%
14%
14%
14%
14%
Tabel 31: beleidsindicatoren programma RAV
7.6 Financiële spelregels In deze paragraaf zijn de spelregels en grondslagen opgenomen die de VRGZ hanteert op het gebied van financiën.
Spelregels Bij het budgethouderschap zoals bij de VRGZ is ingericht horen een aantal spelregels die een richtinggevende werking hebben op de handelingswijze bij inhoudelijke en financiële vraagstukken. Deze spelregels zijn hieronder opgenomen. A) Begroten Bij het opstellen van de begroting hanteert de VRGZ onderstaande uitgangspunten. P&C-cyclus De P&C-cyclus van de VRGZ bestaat uit een vooraf opgestelde begroting. De verantwoording vindt plaats via twee tussentijdse rapportages en een jaarrekening.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
69
Relatie beleid-financiën De VRGZ heeft de ambitie om bij het begroten het zicht op de relatie tussen de inhoud en het budget te kunnen bieden: ▪
Dit stelt het Algemeen Bestuur, colleges van burgemeester en wethouders en gemeenteraden, met respect voor ieders verantwoordelijkheid, beter in staat om politiekbestuurlijke discussies te voeren die niet alleen over geld gaan, maar vooral over de inhoud.
▪
Dit betekent dat het management van de VRGZ verbinding zal zoeken met de portefeuillehouders, leden van het Algemeen Bestuur en de raden om hierbij inzicht en betrokkenheid te creëren.
▪
Daardoor kunnen bestuurders invulling geven aan hun rollen en taken binnen het Algemeen Bestuur en daarbuiten in de colleges en raden.
Structureel sluitende begroting De meerjarenbegroting is structureel sluitend, de laatste van de vier jaarschijven is altijd structureel sluitend. Daarbij gaan we bij het begroten uit van onderstaande punten. ▪
Behoedzame, reële ramingen;
▪
tegenover structurele uitgaven kunnen geen incidentele inkomsten of incidentele meevallers staan.
Reguliere jaarlijkse indexering van de gemeentelijke bijdrage De indexering van de gemeentelijke bijdrage wordt vastgesteld aan de hand van een tweetal indexen; een loonindex en een materiële index. Een voorbeeld normering: ▪
Loonindex
Voor de loonindex wordt het centraal economisch plan (CEP) gepubliceerd in maart 2018 gebruikt als basis voor indexering. Het gaat dan om het CEP 2018 bijlage Middelen en Bestedingen 2020. Uit deze bijlage wordt genomen: ‘beloning werknemersoverheidssector, prijsmutatie uit de kolom bestedingen’ als indexering voor het loondeel. Er wordt eenmalig nagecalculeerd aan het einde van het begrotingsjaar. De nacalculatie is gebaseerd op de werkelijke lastenontwikkeling zoals deze volgt uit: ▪
de cao voor gemeenteambtenaren;
▪
de pensioenpremies vanuit het ABP;
▪
de sociale premies vanuit het Rijk (loonbelasting en premies volksverzekeringen).
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
70
Het verschil tussen de voorcalculatie en werkelijke ontwikkeling wordt ten gunste of ten laste van de algemene reserve gebracht, daarnaast wordt de werkelijke ontwikkeling verwerkt in de meerjarenraming. ▪
Materiële index
Ook voor de materiële index wordt het centraal economisch plan (CEP), bijlage Middelen en Bestedingen 2020 gepubliceerd in maart 2018, gebruikt als basis. Uit deze bijlage wordt ‘Bruto Binnenlands Product marktprijzen, prijsmutatie’ gebruikt als indexering voor de materiele lasten. ▪
Verhouding loonindex / materiële index
De VRGZ houdt een verhouding van 70/30 aan.
Prijspeilaanpassingen Prijspeilaanpassingen worden budgettair neutraal behandeld, dus binnen de ruimte die door de indexering van de gemeentelijke bijdrage ontstaat.
Uitzettingen Er zijn drie typen uitzettingen van de begroting die in aanmerking komen voor een voorstel tot een extra bijdrage van gemeenten: ▪
nieuwe beleidsvoorstellen o.a. in relatie tot de uitwerking van onze meerjarenstrategie en beleidsontwikkelingen binnen gemeenten;
▪
buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen, waar de VRGZ geen invloed op heeft en niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering;
▪
autonome ontwikkelingen: niet door de VRGZ beïnvloedbare stijgingen die voortkomen uit bestaand beleid. Bijvoorbeeld wet- en regelgeving of noodzakelijke uitzettingen in verband met toename van het inwoneraantal in de regio.
Onvoorzien Uit de post onvoorzien worden geen structurele uitgaven gedaan. De VRGZ begroot de post onvoorzien voor het programma Crisis- en Rampenbestrijding op 0,35% van de begrote baten.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
71
Verantwoording kosten bedrijfsvoering Conform BBV wordt de overhead apart inzichtelijk gehouden en gerapporteerd.
B) Tussentijdse begrotingswijzigingen Wijzigingen binnen financiële kaders Gezien de financiële risico’s die er worden gelopen en onzekere toekomstige ontwikkelingen moet er behoedzaam om gegaan worden met financiële mee- en tegenvallers. Daarom blijven er inspanningen gaande omtrent: ▪
het bestaande financiële beleid zorgvuldig na te leven en jaarlijks bij de jaarrekening een zo gunstig mogelijk financieel resultaat te behalen. Dat houdt in een kostenbewuste houding en bijbehorend gedrag;
▪
tegenvallers door hogere lasten of lagere baten door verlaging van lasten binnen de sectoren of afdelingen op te vangen;
▪
bestemming van niet-voorziene voordelen in de exploitatie gedurende het jaar ter besluitvorming aan het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur voor te leggen.
In geval het Directieteam (DT) een voorstel doet om extra geld uit te geven aan nieuwe beleidsontwikkelingen op een ander moment dan bij de integrale afweging bij de begroting, moet solide dekking worden aangewezen. Tenzij er sprake is van externe dekking moet in het voorstel aangegeven worden welk bestaand beleid moet worden geschrapt of verminderd. Wijzigingen binnen financiële kaders worden in principe niet voorgelegd voor zienswijze aan de raden. Als gewijzigd of nieuw beleid politiek gezien een belangrijk onderwerp betreft kan het Dagelijks Bestuur besluiten de wijziging voor zienswijze aan de raden voor te leggen.
Wijzigingen buiten de financiële kaders Als een wijziging substantieel is (boven de € 25.000,-) dan zijn er twee typen uitzettingen in de vorm van tussentijdse begrotingswijziging die in aanmerking komen voor een voorstel tot een extra bijdrage van gemeenten: ▪
buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen, waar de VRGZ geen invloed op heeft en niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering;
▪
autonome ontwikkelingen: niet door de VRGZ beïnvloedbare stijgingen (zoals wet- en regelgeving) die voortkomen uit bestaand beleid.
Aangezien deze wijzigingen buiten de financiële kaders vallen hebben ze dus invloed op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage en worden voorgelegd voor zienswijze aan de raden. Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
72
Resultaatbestemming Als in de jaarrekening sprake is van meevallers door hogere baten of lagere lasten dan worden eerst vereiste bestemmingsreserves gevormd en de streefnorm aangevuld. Wat daarna nog resteert wordt aan de gemeenten terugbetaald. Bij een negatief resultaat wordt eerst het weerstandsvermogen aangesproken. Mocht dit onvoldoende zijn dan wordt een beroep gedaan op de gemeenten. Dit wordt hierna uitgewerkt. De VRGZ streeft ernaar in een zo vroeg mogelijk stadium via tussentijdse rapportages het Algemeen Bestuur te informeren over het vormen van bestemde reserves.
C) Risicomanagement, weerstandsvermogen en reservepositie Risico’s In 2014 is door de VRGZ de nota ‘Risicomanagement, voorzieningen en weerstandsvermogen’ opgesteld. Het bestuur nam hierover besluiten in 2015. Elk jaar worden bij de verschillende organisatieonderdelen de risico’s in kaart gebracht. Deze risico’s zijn gerubriceerd en gewaardeerd. ▪
In de begroting en jaarrekening wordt een cijfermatige samenvatting van de risicoinventarisatie opgenomen met de berekening van het weerstandsvermogen.
▪
Nieuwe, gewijzigde of verdwenen risico’s worden bij het uitbrengen van de begroting, jaarrekening en de twee tussentijdse rapportages als mutatie gemeld.
▪
De frequentie van de rapportage over risico’s wordt groter als daar aanleiding voor is.
Weerstandscapaciteit ▪
De benodigde weerstandscapaciteit is het resultaat van de gewogen risicocapaciteit van de geïnventariseerde risico’s.
▪
De beschikbare weerstandscapaciteit is het totaal van de algemene reserve.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de benodigde capaciteit wordt gedekt door de beschikbare capaciteit. Als het weerstandsvermogen ontoereikend is om de risico’s af te dekken en naarmate de gecalculeerde risico’s zich voordoen dan zal de VRGZ hiervoor bezuinigingsmaatregelen treffen of wordt de bijdrage van gemeenten hoger.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
73
Het weerstandsvermogen bij de VRGZ is bedoeld voor: a) het kunnen opvangen van incidentele financiële tegenvallers zonder direct ingrepen in de begroting te hoeven doen; b) het kunnen opvangen van de eerste klap van structurele financiële tegenvallers waardoor tijd wordt gecreëerd om zorgvuldig af te wegen hoe de structurele doorwerking wordt aangepakt. Als de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding hoger is dan de streefnorm wordt het meerdere teruggestort naar de gemeenten. Als de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding onder de streefnorm komt zal de VRGZ inspanningen doen deze aan te vullen. In het geval dat de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding onder € 0,- komt wordt aan de gemeenten gevraagd om het vermogen aan te vullen.
Reservepositie Geredeneerd vanuit bovenstaande zienswijze wordt alleen de algemene reserve als weerstandsvermogen gezien. ▪
Voor de omvang van de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding wordt 5% van de baten genomen als streefwaarde.
▪
Voor de omvang van de reserve aanvaardbare kosten RAV wordt 10% van de baten genomen als minimumnorm en is 15% de streefwaarde.
Bij de gepresenteerde cijfers wordt ervan uitgegaan dat de voorstellen voor bestemming resultaat door het bestuur worden overgenomen. De gehanteerde normering voor de omvang van de algemene reserve VRGZ bestaat al geruime tijd. De VRGZ is voornemens deze normering in de loop van 2022 te evalueren. Mocht hieruit voortkomen dat het wenselijk is aanpassingen te doen in de normering of het beleid dan zal dit in de kaderbrief opgenomen worden.
Grondslagen A) Grondslagen De begroting en jaarrekening worden opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) provincies en gemeenten daarvoor geeft. Het overzicht
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
74
van baten en lasten van de VRGZ omvat het totaal van alle activiteiten die de VRGZ heeft uitgevoerd. De cijfers worden nader gepresenteerd en toegelicht in het overzicht baten en lasten programma Crisis- en Rampenbestrijding en het programma RAV. Onderlinge verrekeningen tussen beide programma’s worden opgenomen in het overzicht van baten en lasten per programma. In het overzicht van baten en lasten op het niveau van de totale VRGZ worden onderlinge verrekeningen geëlimineerd.
Grondslagen van resultaatbepaling Bij de VRGZ worden de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Incidentele baten en lasten worden vanaf € 50.000,- vermeld. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Bij het programma RAV wordt afgeweken van deze regel omdat dit een zorggefinancierde taak is. Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij de regelgeving voor zorginstellingen. De lasten worden bepaald op basis van historische kosten, met inachtneming van de vermelde grondslagen van waardering van activa en passiva en toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Aangezien het niet is toegestaan voorzieningen te vormen voor jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Het gaat dan om aanspraken op een overbruggingsperiode, levensloop en versterkt ouderdomspensioen.
Voor jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde kosten zonder (naar verwachting) een jaarlijks vergelijkbaar volume is een verplichting opgenomen.
Grondslagen van waardering De VRGZ waardeert alle activa en passiva tegen nominale waarde en maakt vermelding als hiervan afgeweken wordt.
B) Toelichting op balansposten Activa De VRGZ verstaat onder materiële vaste activa, activa die bedoeld zijn om de bedrijfsuitoefening duurzaam te dienen. De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen aanschaffingsprijs of
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
75
vervaardigingkosten, verminderd met een lineaire afschrijving gebaseerd op economische levensduur of tegen lagere bedrijfswaarde. Met ingang van het begrotingsjaar 2020 bedraagt de activeringsgrens € 10.000,-. Aan de materiële vaste activa wordt rente toegerekend van 2%. Conform BBV houdt de VRGZ als maximummarge 0,5% afwijking aan. Indien de VRGZ investeringsbijdragen van derden ontvangt wordt dit expliciet toegelicht.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
76
Afschrijvingstermijnen Overzicht met afschrijftermijnen Afschrijvingstermijnen
Afschrijvings termijn3
Persoonlijke beschermingsmiddelen en werkkleding Bluskleding en beschermingsmiddelen (bluspakken, gaspakken etc) Ademlucht (toestel, cilinder, gelaatstuk etc)
5 / 8 / 10 10 / 15
Automatisering Hard- en software
3/4/5
Telefonie
10
ICT-infrastructuur
15 / 30
Communicatie- en verbindingsmiddelen Alarmontvanger
5
Mobiele Data Terminal
5
Communicatienetwerksysteem (C2000/P2000) Signalering kazerne
5/7 10
Gebouwen en inventaris Installaties en testapparatuur ademluchtwerkplaats
8 / 15
Inventaris/meubilair/aggregaat
10 / 15
Verbouwing
10 / 20
Semi-permanente unit
20
Gebouw / kazerne
30 / 40
Medische inventaris Medische apparatuur (o.a. defibrillatoren, autopulse, AED)
5/7
Brancards
7
Vaartuigen Blusboten
30
Motorboot
10 / 15
Hulpboot en trailer
20
Midlife update
10
3
Bij een aantal genoemde activa zijn meerdere afschrijvingstermijnen weergegeven. Dit komt doordat onder de genoemde hoofdrubrieken een aantal subcategorieën vallen waarvan het te ver voert ze allemaal hier te vermelden. Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
77
Afschrijvingstermijnen
Afschrijvings termijn3
Bepakking vaartuigen Reddingsvest
5
Bepakking overig
10 / 15
Voertuigen Ambulance en rapid responder
5
MICU-voertuig
10
Tankautospuit, redvoertuig en hulpverleningsvoertuig
12 / 15
Schuimblus- en haakarmvoertuig
20
Haakarmbak
15 / 20
Overige voertuigen (vervoer van personen en materiaal)
5 / 7 / 8 / 10
Midlife updates van de diverse voertuigen
4 / 7 / 8 / 10
Inventaris en bepakking voertuigen Inventaris Tankautospuit
15
Inventaris overige voertuigen
7
Werken op hoogte
7
Hydraulisch redgereedschap
8 / 15
Pneumatisch gereedschap / hefkussen
10
Meetapparatuur (explosiegevaar-, CO2-meter etc)
5 / 10 / 15
Oppervlakteredding (redbord, redsets ed.)
10
Watertransportsysteem
15 / 20
Kettingzaag
10
Overdrukventilator
10
Draagbare motorspuit
10
Warmtebeeldcamera
7
Vakbekwaamheidsmiddelen Oefenaanhanger en oefencontainer
15
Oefenmiddelen (PPMO)
5/8
Simulatiecontainer
3
Oefenterrein
20 Tabel 32: afschrijvingstermijnen
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
78
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Deze zijn gewaardeerd op nominale waarde voor zover nodig rekening houdend met mogelijke oninbaarheid. De VRGZ bepaalt de voorziening oninbaarheid op basis van de ouderdom van de openstaande posten per balansdatum (dynamische methode).
Overige activa Alle overige activa in de balans zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit een algemene reserve, bestemde reserves en het nog te bestemmen resultaat over het laatste boekjaar.
Voorzieningen De VRGZ heeft een aantal voorzieningen. ▪
De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan de kapitaalgoederen waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake zijn geformuleerd.
▪
Er is een voorziening voor de afdekking van kosten voor niet-actief personeel. De vorming van de voorziening wordt gebaseerd op de ingegane verplichtingen van niet-actief personeel.
De voorzieningen zijn nominaal gewaardeerd. Er wordt geen rente toegerekend aan de voorzieningen.
Schulden De VRGZ beperkt het aangaan van schulden tot een minimum.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
79
7.7 Begrippenlijst a. Verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie respectievelijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft; b. Rentetypische looptijd; als gedefinieerd in de Wet Fido, artikel 1, onder b; c. Vaste schuld: het gezamenlijk bedrag van: ▪
De schuld uit hoofde van geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer, en
▪
De voor een termijn van één jaar of langer ontvangen waarborgsommen;
d. Netto-vlottende schuld; als gedefinieerd in de Wet Fido, artikel 1, onder e; e. EMU-saldo: het geraamde respectievelijk gerealiseerde saldo van de ontvangsten en uitgaven van een provincie respectievelijk een gemeente, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie; f.
Overheadkosten: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces;
g. Taakvelden: wettelijk vastgelegde indeling van activiteiten die door alle overheden gebruikt wordt ten behoeve van de vergelijkbaarheid van cijfers.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
80
7.8 Verklaring van afkortingen
AB
Algemeen Bestuur
ABP
Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds
AED
Automatische Externe Defibrillator
AGS
Adviseur Gevaarlijke Stoffen
AZGZ
Ambulancezorg Gelderland-Zuid
BAK
Budget aanvaardbare kosten
BBV
Besluit begroting & verantwoording provincies en gemeenten
BDuR
Brede Doeluitkering Rampenbestrijding
BIO
Baseline Informatiebeveiliging Overheid
BRZO
Besluit risico's zware ongevallen
Btw
Belasting Toegevoegde Waarde
Cao
Collectieve Arbeidsovereenkomst
CBS
Centraal Bureau voor de statistiek
CEP
Centraal Economisch Plan
CoPI
Commando Plaats Incident
C&R
Crisis- en Rampenbestrijding
DB
Dagelijks Bestuur
DME
Diesel Motor Emissie
DPG
Directeur Publieke Gezondheid
DSO
Digitaal Stelsel Omgevingswet
DT
Directieteam
DVO
Dienstverleningsovereenkomst
EMU
Economische en Monetaire Unie
GGD
Gemeentelijke Gezondheidsdienst
GHOR
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio
GO
Georganiseerd Overleg
GZ
Gelderland-Zuid
HOvD
Hoofd Officier van Dienst
HRM
Human Resource Management
ICT
Informatie- en communicatietechnologie
IM
Informatiemanager
IM CoPI
Informatiemanager Commando Plaats Incident
KGR
Kosten Gemene Rekening
LCMS-GZ
Landelijk Crisismanagementsysteem Geneeskundige Zorg
LMS
Landelijke Meldkamer Samenwerking
MAN
Meldkamer Arnhem-Nijmegen
MICU
Mobiele Intensive Care Unit
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
81
MON
Meldkamer Oost-Nederland
NZa
Nederlandse Zorgautoriteit
OR
Ondernemingsraad
PBM
Persoonlijke beschermingsmiddelen
P&C
Planning & Control
PFAS
Poly- en perfluoralkylstoffen
PIOFACH PPMO
Personeel, informatievoorziening en ICT, organisatie, financiën, administratie, communicatie en huisvesting Periodiek Preventieve Medisch Onderzoek
RAV
Regionale Ambulancevoorziening Gelderland-Zuid
RBP
Regionaal Beleidsplan
RCDV
Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio
S&B
Spreiding & Beschikbaarheid
SVM
Schuimvormend middel
VIK
Veiligheidsinformatieknooppunt
VLAM
Vrijwilligheid is van Levensbelang voor ons Allemaal voor nu en (over)Morgen.
VNOG
Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Vpb
Wet op de Vennootschapsbelasting
VRGZ
Veiligheidsregio Gelderland-Zuid
VWS
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Wet Fido
Wet Financiering decentrale overheden
Wnra
Wet normalisering rechtspositie ambtenaren
Wob
Wet openbaarheid van bestuur
Woo
Wet Open Overheid
Wvr
Wet veiligheidsregio’s
ZCC
Zorgcoördinatiecentrum
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
82