Bijlage 2b. Zaltbommel, Steenweg 1 Bijlage bij de regels
Tekst van het document
bestemmingsplan Zaltbommel, Steenweg 1 voorontwerp
bestemmingsplan Bijlage bij de regels
Zaltbommel, Steenweg 1 voorontwerp
bestemmingsplan Zaltbommel, Steenweg 1
Inhoudsopgave
Bijlage bij de regels
5
Bijlage 1
6
Aanwijzingsbesluit 21 december 1984
3
bestemmingsplan Zaltbommel, Steenweg 1
4
bestemmingsplan Zaltbommel, Steenweg 1
Bijlage bij de regels
5
bestemmingsplan Zaltbommel, Steenweg 1
Bijlage 1 Aanwijzingsbesluit 21 december 1984
6
•. -. •.' 11.
~ f LN -t I J S tLK 0 v 0l 0 Nf NQ Gf D U fl f I U
12.84
lOUd:
an~ijziug g~bied
in Zbm (zie tek 069 I) ls beschermd dorpsgezicht
H (i
u
/ll __ · -
-····- -··-.---
.-·•. r.' •• t' '
·-
, •• \"\i=L
-·
1 i ,··""""" ... ;~. ~
------.
2 ~ DL~ ·=jJf .t.r
L I
__
....-.····-
Clc$~>. ·
te
V\j~ ___ _;
-·-·-···-- ... -
ZAtTBOMMEL
Rijswijk
Kenmerk
.21 december 1984
MMA/MO U 702 II
De Minister van Welzijn. Volksgezondheid en Cultuur en
van Volkshuisves t ing, Ru imte 1 ij ke .. Ordening
en Milieubeheer. Overwegende dat zowel het ruirntelijk stadsbeeld als de nog vrijwel gave rniddeleeuwse stadstructuur van Zaltbornrnel van grote historische waarde zijn; dat deze situatie een beeld oplevert, dat van algemeen belang is vanwege de schoonheid en het karakter ervan; Gehoord de Monumentenraad, de Raad van de gemeente Zaltbomrnel, Gedeputeerde Staten van Gelderland en de Rijksplanologische Commissie;
b e s 1 u i
(
t
e n
het gebied in de gemeente Zalt·bommel zoals is aangegeven op de bij deze beschikking behorende tekening nr. 069 I en zeals omschreven in de toelichting bij deze beschikking, aan te wijzen als beschermd dorpsgezicht in de zin van artikel 20 van de Monurnentenwet. Van deze beschikking, waarvan mededeling zal worden gedaan in de Nederlandse Staatscourant, zal afschrift worden gezonden aan de Monumentenraad, de Raad van de gemeente Zaltbommel, Gedeputeerde Staten van Gelderland en de Rijksplanologische Commissie. De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, ·"-···--
mr.drs. L.C. Brinkman
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
\L~ruerN:s dr. P. Winsemius
.
I
-~
stadsgezicht Zaltbommel
BESCHERMDE STADS- EN DORPSGEZICHTEN EX ARTIKEL 20 VAN DE MONUMENTENWET
ZALTBOMMEL, gemeente Zaltbommel
Toelichting op het besluit tot aanwijzing van Zaltbommel, gemeente Zaltbommel tot beschermd stadsgezicht.
Het beschermde stadsgezicht omvat het op bijgevoegde kaart (Rijksdienst voor de Monumentenzorg, tekening nr. 069!) door een stippellijn omgrensde gebied.
- 1 -
INLEIDING
Zaltbommel, gelegen aan de zuidelijke oever van de Waal, is in de vroege middeleeuwen ontstaan als handelsnederzetting. Ret stratenpatroon, zoals dat zich in de middeleeuwen ontwikkelde, is sindsdien nagenoeg ongewijzigd gebleven en komt nog vrijwel geheel overeen met de plattegrond van Jacob van Deventer uit de 16de eeuw. Aan de landzijde wordt de stad omsloten door de vroeg 17 de-eeuwse, tegenwoordig dicht beboste wallen en bastions. De stadsbebouwing is van een betrekkelijk eenvoudig, kleinstedelijk karakter, maar levert door haar afwisseling en vaak monument ale waarde een aantrekkelijk beeld op. Ret gezicht op de stad van buitenaf is met name vanuit het noord-oosten bijzonder markant; het si1houet wordt bepaald door de St. Maartenstoren, de Gasthuistoren en de watertoren. De overige bebouwing gaat grotendeels schuil achter het vele hoge groen dat de stad omgeeft. De historische waarde van. het ruimtelijke beeld en van de nog vrijwel gave middeleeuwse stadsstructuur, vormen de aanleiding van het besluit tot aanwijzing van Zaltbommel als beschermd stadsgezicht.
DE RISTORISCHE ONTWIKKELING
Over een prestedelijke nederzetting ter plaatse van het huidige Zaltbommel is weinig bekend, doch aan de hand van vondsten wordt aangenomen dat reeds sinds het einde van de lste eeuw na Chr. de hoger gelegen gronden langs de oude Waalarm - die destijds meer zuidelijk gestroomd moet hebben - bewoond werden. Deze bewoning zal gezien de vele overstromingen in de beginperiode nog geen permanent karakter hebben gehad. Pas als het rivierengebied in de 9de eeuw droger en daardoor beter bewoonbaar is geworden, breekt de fase van continue bewoning aan. Vanaf de llde eeuw worden oak de meer landinwaarts gelegen granden in cultuur gebracht. De vroegst bekende vermelding van Zaltbommel onder de naam Bomela dateert uit de 9de eeuw. De toenmalige nederzetting zal gelegen hebben op de hogere gronden in de omgeving van de huidige Kerkstraat. Ret is echter onbekend of de ligging daarvan in de tegenwoordige plattegrond nog is terug te vinden. Vanaf de lOde. eeuw, toe de "villa" recht van tol, munt en gruit verkregen had, zal de bebouwing zich gecon:centreerd hebben aan weerszijden van een tweetal straten: de ene in het verlengde van de weg naar 's-Rertogenbosch en naar de Waal~ever (Kerkstraat), de andere over de oeverwal evenwijdig aan de rivier (Gasthuisstraat) met op de kruising een marktachtige verbreding. De St.
Maartenskerk moet dan aanvankelijk gebouwd zijn aan de oostzijde van deze straat, die waarschijnlijk eindigde in de Veltpoort, waarvan de naam enkele malen opduikt in de geschiedenis.
- 2 -
Situatie omstreeks 1000
Gelegen aan de rivier, was Zaltbommel van vroegst af aan een handelsnederzetting. Het bestaan van de handelskolonie was echter tevens afhankelijk van de agrarische mogelijkheden van het omliggende platteland, zowel als produktie- als afzetgebied. Daarom kon de plaats zich pas na circa 1250, wanneer door het aanleggen van dijken en sloten de waterhuishouding en daarmee de kwaliteit van het bouwland verbeterde, verder gaan ontwikkelen. Samen met Tiel, dat iets eerder en Heerewaarden, dat iets later vermeld wordt, vormde Zaltbommel een der vroegste centra van handel en scheepvaart langs de grote rivieren. Daarbij lag het accent op het feitelijke vervoer en de tussenhandel, voornamelijk met Engeland en de Rijnstreek. Tengevolge van de geleidelijke vernauwing van de Maas- en Waalmondingen en de daarmee samenhangende daling van het waterpeil bij vloed, konden de steeds groter wordende zeeschepen meer stroomopwaarts gelegen steden steeds moeilijker bereiken.
- 3 -
Bij Zaitbommel ontstond aldus een overslagplaats, onder andere voor zout. De stad schijnt het eerste deel van haar naam daaraan te ontlenen; de namen Salt- en Saut Boemel worden voor het eerst omstreeks 1300 vermeld. Als gevolg van de beperkte omvang van het eigen achterland en de ge1soleerde ligging ten opzichte van de belangrijkste landverbindingen, is deze handel over langere afstand langzamerhand voor een groat deel overgegaan naar gunstiger gelegen plaatsen. Reeds omstreeks het jaar 1000 had Zaltbommel het recht van tol, munt en gruit verkregen. Ret rechtsgebied van de stad werd met inbegrip van bovengenoemde rechten door de Dui tse Keizer aan de Bisschop van Utrecht geschonken, een aktie die herhaaldelijk v~orkwam en ook steeds weer opnieuw bevestigd werd, met het doel het centrale gezag in de veraf gelegen gebieden van het versnipperde keizerrijk met behulp van de hoge geestelijkheid veilig te stellen. In het eind van de llde eeuw en begin van de 12de e~uw komt Zaltbommel via leen en vererving eerst aan de hertogen van Brabant en later aan de graven van Gelre. Aan het einde van de 12de eeuw evenwel, maakten de hertogen van Brabant er nog immer aanspraak op, hetgeen een voortdurende reeks van konflikten tot gevolg had. In het begin van de 13de eeuw werd Zaltbommel door de Gelderse Graaf Otto II stadsrechten verleend.
Hierdoor werd de stad minder afhankelijk van de vorst en de landadel, omdat zij met name op het gebied van bestuur en rechtspraak zelfstandiger kon optreden.. Deze verzelfstandelijking is voor Za1tbommel evenals voor vele andere plaatsen de katalysator voor de stedelijke ontwikkeling geweest. De stad zal zich na de verlening van stadsrechten van een zekere verdediging hebben voorzien, waarschijnlijk in de vorm van een aarden wal met palissaden. Na de Gelders-Brabantse oorlogen omstreeks 1300, wordt Zaltbommel opnieuw tot stad verheven, waarbij het formele toestemming krijgt verdedigingswerken aan te leggen. Deze bestonden uit de aan de zuidzijde van de stad nog gedeeltelijk aanwezige stadsmuur en een omgrachting, waarvan het beloop waarschijnlijk niet veel heeft verschild met de op de kaart. van Jacob van Deventer (circa 1560) weergegeven situatie. Ook de Waterpoott zou in deze tijd zijn 'gebouwd. De zuidelijke toegang tot de stad kwam te liggen bij de Bossche poort; de Boschstraat . nam daarmee de funktie van hoofdas over van de Kerkstraat. Ret is niet onmogelijk dat toen de Kerkstraat haar funktie als hoofdstraat verloren had, de St. Maartenskerk omstreeks 1400 in westelijke richting uitgebreid kon worden, waardoor de straat werd afgesneden.
- 4 -
De ommuring omvatte behalve de stedelijke bebouwing ook een ruim landelijk gebied, vooral in het westelijke gedeelte. Met het toenemen van de bevolking en handelsfunktie werd een nieuwe, grotere marktruimte noodzakelijk. Deze werd aangelegd ten westen van de oorspronkelijke markt. Dat aan de westzijde naar uitbreidingsmogelijkheden gezocht werd, kan worden verklaard door landverlies aan de noord-oostzijde. De oever, gerepresenteerd door de tegenwoordige Heksenwal welke _de overige straten onder een schuine hoek snijdt; heeft aanvankelijk waarschijnlijk verder noordwaarts gelegen. Wellicht is hier de zuidwaartse bocht die de Oenselse straat buiten de stad maakt, uit te verklaren, alsmede het verschil in naamgeving van de Korte- en Lange Steigerstraat, die in de huidige plattegrond echter even lang zijn.
Situatie 14de eeuw
Behalve de handel bloeide ook de nijverheid in de 14de eeuw op. Vooral textiel, aardewerk en bier behoorden tot de vervaardigde produkten. Deze opbloei leidde ertoe, dat de kooplieden van Zaltbommel in het begin van de 15de eeuw Hanzegerechtigheid kregen.
- 5 -
De sta~ werd echter geen volwaardig lid van het Hanzeverbond, maar werd op de vergaderingen vertegenwoordigd door Nijmegen. Ret illustreert echter wel dat de handel van Zaltbommel in die periode nog van enige betekenis was. In de ekonomische bloeiperiode, gedurende de 14de, 15de en 16de eeuw, werd de bebouwing, vooral in het oostelijke deel van de stad sterk verdicht. Dit proces werd echter bij herhaling door plunderingen, verwoesting en epidemieen vertraagd. Door haar ligging, eerst op de grens van Gelre en Brabant, later op de scheidslijn tussen Staats en Spaans gebied, heeft de stad veel belegeringen moeten doorstaan. Vooral in de 16de eeuw werd Zaltbommel door rampspoed geteisterd.
Situatie religieuze instellingen
·In het oudste deel van de stad, ten oosten van de Boschstraat, zijn het stratenpatroon en de parcellering opmerkelijk dichter dan in het later bebouwde westelijke deel. In dat laatste zal de eerste bebouwing lang de Gamersestraat en de Nonnenstraat gelegen hebben.
- 6 -
Na de vestiging van onder meer het Magdalenaklooster (1407) en het Augustijnenklooster (1512) in het nog landelijke gebied daartussen, zullen pas de Karstraat en de Oliestraat zijn aangelegd. Deze zijn haaks op de Gamersestraat gelegen en buigen dan naar het zuiden a£. Zij blijken daardoor in het verlengde te liggen van de polderverkaveling buiten de stad, zodat is aan te nemen, dat ze volgens bestaande verkavelingslijnen zijn aangelegd. De Kloosterstraat is van latere datum en dankt zijn naam aan het Regulierenklooster der Augustijnen. Behalve de reeds genoemde kloosters bestonden al vanaf de 13de eeuw het Agnietenklooster in het noord-oosten van de stad en het nonnenklooster der Augustijnessen in het zuid-westen (Nonnenstraat!). Na de Reformatie veranderden de kloostergebouwen van funktie of werden zij afgebroken. De situatie omstreeks het midden van de 16de eeuw wordt weergegeven op de plattegrond van Jacob van Deventer.
Situatie 16de eeuw
- 7 -
Tijdens de 80-Jarige Oorlog werd Zaltbommel een staatse grensvesting. Ter versterking werden in bet begin van de 17de eeuw de vestingwerken gemoderniseerd en uitgebreid met zeven bastions en een vestinggracht welke ook nu nog aanwezig zijn. Toen echter 's-Hertogenbosch door de Staten werd ingenomen, verloor Zaltbommel haar funktie als grensvesting weer spoedig. Het verdwijnen van het garnizoen betekende een belangrijke terugslag voor de plaatselijke handel. De 17de-eeuwse situatie wordt gerepresenteerd door de plattegrond van Johan Blaeu. Voor zover de plattegronden van Blaeu en Van Deventer op dit punt vergeleken kunnen worden, kan worden gekonstateerd dat in de tussenliggende periode de bebouwingsdichtheid zelfs is afgenomen.
I
I I I
I
183 Situatie 17de eeuw
Ook in de 18de eeuw nam de stadsbebouwing tengevolge van de ekonomische teruggang nauwelijks meer toe. Door de verzanding van de rivier werd de stad steeds moeilijker bereikbaar, waardoor Zaltbommel verder teruggeworpen werd op een verzorgingsfunktie binnen de Bommelerwaard.
- 8 -
Ruimte was binnen de stadswallen zelfs zo overvloedig aanwezig, dat de zuid-oostelijk gelegen kloosterterreinen gebruikt konden worden als bleekvelden, hetgeen elders in de regel alleen buiten de wallen mogelijk was. Toch leefde Zaltbommel in ekonomisch opzicht in de loop van de 19de eeuw weer op. Ret bestaan was weliswaar nog steeds gebaseerd op de landbouw en de daarbij behorende agrarische marktfunktie, er kwam echter ook een klein-industriele ontwikkeling op gang. Te noemen zijn onder andere leerlooierijen, sigarenfabrieken en een ijzerfabriek, alle binnen de omwalling g'elegen. Deze ontwikkeling werd sterk gestimuleerd door de aanleg van de rijksweg Utrecht's-Hertogenbosch omstreeks 1850, met een pontveer bij Zaltbommel en later de spoorweg tussen de genoemde plaatsen. Met name de rijksweg is een ,stimulans geweest voor de verzorgings- en winkelfunktie. Vele gevels van winkelhuizen langs de Waterstraat, Markt en Gamersestraat getuigen nog van deze bloeiperiode. De 19de eeuw betekende ook een gedaantewisseling voor de vestingwerken. Ret bastion bij de voormalige Bosschepoort werd in gebruik genemen als begraafplaats en de overige werden herschapen in een wandelpark.
Vergelijking tussen het kadastrale minuutplan (circa 1830) en de plattegrond van Blaeu geeft in struktureel opzicht nauwelijks verschil te zien: de dicht bebouwde hoofdassen en grote onbebouwde terreinen aan de stadsrand blijven kenmerkend. Als belangrijkste ruimtelijke ontwikkeling in het begin van de ·20ste eeuw kan de woningbouw op open terreinen in het westen en oosten van de stad worden genoemd. In de jaren '20 ontstond, aanvankelijk aarzelend, ook bebouwing ten zuiden van de singe!. Deze bebouwing heeft zich niet als een schil langs de singels gegroepeerd, maar bleef gelegen langs de zuid-oostelijke uitvalsweg. Eveneens werd in het begin van deze eeuw buiten de wallen de ka~ rakteristieke watertoren gebouwd. In de jaren '30 werd de verkeersbrug over de Waal geopend en verdween het pontve_er en daarmee het doorgaande verkeer uit de stad. Hierdoor werd een groot deel van het draagvlak voor de centrumfunktie weggenomen. Haar verzorgende funktie voor de direkte omgeving heeft de stad echter weten te behouden.
- 9 -
Situatie omstreeks 1900
Na de Tweede Wereldoorlog is grootschalige nieuwbouw binnen de wallen tot enkele gevallen beperkt gebleven:. Te noemen zijn de school aan de Nonnenstraat en . het bejaardentehuis aan de Aart Robbertstraat. Ret laatste grote uitbreidingsplan "de Vergt" is op enige afstand ten zuiden van de stad gebouwd. In het kaalslag gebied tussen de Zands.traat en de Karstraat, zijn de opengevallen gaten onlangs weer benut voor woningbouw, waarbij de oorspronkelijke rooilijnen zoveel mogelijk zijn.gerespekteerd •
STRUKTURELE EN VISUELE KENMERKEN
. Zoals reeds vermeld, is het stratenpatroon sinds de middeleeuwen nagenoeg ongewijzigd gebleven. Ret belangrijkste en meest kenmerkende element hiervan is het stratenkruis dat gevormd wordt door Gamersestraat-Markt-Gasthuisstraat evenwijdig aan de rivier en de Waterstraat-Boschstraat loodrecht daarop. Langs deze straten zijn vanouds de belangrijkste funkties geconcentreerd geweest, hetgeen nog aan de bebouwing is af te lezen.
- 10 -
In hoofdzaak bestaat deze uit drie bouwlagen en een kap. In de overige straten is de bebouwing van een meer kleinstedelijk karakter. Ze is weliswaar ook in hoofdzaak aaneengesloten en in de voorgevelrooilijn gelegen, maar bescheidener van omvang en voornamelijk opgebouwd uit twee bouwlagen en een kap. In de huidige plattegrond is het van oorsprong oudste deel van de stad, namelijk de Kerkstraat en omgeving nog min of meer herkenbaar door bet fijnmazige stratenpatroon, bet bochtige verloop van de Kerkstraat en de relatief hoge bebouwingsdichtheid, in vergelijking met de later in ontwikkeling gekomen stadsdelen ten oosten van de Kerkstraat en tussen de Gamersestraat en Nonnenstraat, waar de verkaveling extensiever is. In dit laatste gebied moet echter in tegenstelling hiermee de reeds eerder genoemde recente nieuwbouw in de omgeving van de Zandstraat en de Karstraat als een intensivering van de bebouwing en bet gebruik worden aangemerkt. De straten van Zaltbommel worden gekenmerkt door hun onregelmatige profiel en vaak boeiende ruimtewerking. Met uitzondering van de Kerkstraat en de Korte- en Lange Strikstraat is dit profiel vaak zeer ruim van schaal. Daardoor ontstaat bijvoorbeeld op bet stratenkruis bij de Markt ondanks de relatief hoge bebouwing toch geen stedelijke beslotenheid.
De breedte van de straten is zelden konstant; of Zl.J verbreden zich naar een zijde (wigvormig: Waterstraat, Gamersestraat) of ze verbreden zich naar bet midden toe (spoelvormig: Nonnenstraat, Oude Vismarkt). In kombinatie met een vaak licht gebogen verloop resultee'rt dit bij verschillende benadering tot een steeds wisselend perspek'tief, waarbij steeds andere gevelwanden een rol in het ruimtelijk beeld spelen •. In het oostelijk deel van de stad en in de omgeving van de markt is de concentratie aan monumenten bet grootst. De belangrijkste voor het stadsbeeld zijn de Waterpoort, bet stadhuis, bet Huis Maf(rten van Ross~, de St. Maartenskerk en de Gasthuistoren, welke laatste twee samen met de watertoren ook bet waardevolle silhouet van.de stad vanuit het noord-oosten bepalen. De overige bebouwing blijft daarbij voor bet grootste dee! verscholen achter bet vele hoge groen dat de stad omgeeft. De woonpanden hebben voor het merendeel lijstgevels, af en toe afgewisseld door een topgevel, waarbij de wisselende goothoogten en de kleine verschillen in perceelbreedte voor een boeiende afwisseling zorg dragen. . In de gehele stad komen schilddaken met zowel rode als blauwe dakpannen voor, de nok afwisselend evenwijdig aan of loodrecht op de straat. · Opvallend is een gedeelte aan de zuidzijde van de Gamersestraat met aaneengesloten zadeldaken, evenwijdig aan de straat.
- 11 -
Vooral de 19de eeuw en de periode tussen 1900 en 1920 Zl.Jn bepalend geweest voor het uiterlijk van de bebouwing van Zaltbommel, waarbij afwisselend gepleisterde gevels en gevels in schoon metselwerk voorkomen, gemiddeld twee tot drie venstertraveeen breed. Kenmerkend is daarbij de regelmatige en verticaal gelede gevelstruktuur. De ligging aan de rivier ten spijt, heeft de stadsbebouwing zich altijd van het water afgekeerd; er heeft zich nooit een rivierfront van enige allure ontwikkeld. Slechts de 19de-eeuwse societeit "de Verdraagzaamheid" is als aanzet daartoe aan te merken. Ret straatbeeld wordt verlevendigd door bet veelvuldig voorkomen van stoepen voor de huizen. Alleen in de Boschstraat hebben zij plaats moeten maken voor trottoirs. De straatprofielen met steepen, rabatstroken en molgoten aan weerszijden van de rijbaan zijn in vrijwel alle straten waardevol te noemen. Opvallend zijn de hoge stoepen in de Nonnenstraat. Als bijzonder straatmeubilair Zl.Jn de verschillende stadspompen (Gamersestraat, Tolstraat, Vismarkt) het vermelden waard. In de openbare ruimte is opvallend weinig groen aanwezig; van des te meer belang is de groene gordel die door de wallen met hun hoge bomen gevormd wordt, welke als visuele begrenzing van het doorzicht door vele straten een belangrijke rol speelt.
Van bijzondere waarde is ook het laantje over de Heksenwal nabij · het Bloemendaal, met aan de ene kant zicht op de stad en aan de andere kant op de uiterwaarden en de rivier. Eveneens kenmerkend voor de struktuur van Zaltbommel zijn de vooral in bet westelijke deel van de stad voorkomende grote open binnenterreinen alsmede de brede groene rand binnen de wallen aan de zuidzijde van de stad, waar de restanten van de stadsmuur, de tuinmuren en de ommuurde Joodse begraafplaats eveneens waardevolle gegevens vormen. DE OMGRENZING
Voor de omgrenzing van bet beschermde stadsgezicht is in principe de buitenlijn van de singels aangehouden, tot waar de historische stadsstruktuur nog gaaf en herkenbaar is. Aan de zuidzijde van de stad, waar nog een stukje open "schootsveld" aanwezig is, is de grens ter wille van de herkenbaarheid van de oorspronkelijke afronding van de stad naar buiten toe en bet vrije zicht op de wallen naar buiten gelegd en volgt bier de noordrand van de nieuwbouwwijk "de .Vergt". Aan de westzijde van de stad is bet hotel Tivoli als waardevolle visuele beeindiging van de Gamersestraat binnen de omgrenzing op·genomen. Verder naar bet noorden loopt de grens vervolgens langs het terrein van de scheepswerf, waardoor de gehele stadshaven als waardevol historisch element bij bet stadsgezicht betrokken wordt.
- 12 -
De bedrijvigheid van de scheepswerf vormt daarbij op zich een aantrekkelijk en waardevol gegeven: zij benadrukt op bijzondere wijze de ligging van Zaltbommel aan de rivier. In het noorden volgt de grens de hartlijn van de ri vier, tevens de gemeentegrens. In het noordoosten is ze doorgetrokken tot aan het toekomstige Waalbrugtrace en zijn de onbebouwde uiterwaarden binnen de omgrenzing opgenomen teneinde het fraaie zicbt op de stad van deze zijde af te bebouden. RECHTSGEVOLG VAN DE BESCHERMING
De bes·cberming van bet stadsgezicbt Zaltbommel zal volgens artikel 37, lid 5 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening geeffektueerd · moeten worden door vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan voor bet betreffende gebied. De toelicbting op de aanwijzing als bescbermd stadsgezicbt kan daarbij wat bet bescbermingsbelang betreft als uitgangspunt dienen. Doel van de aanwijzing is de karakteristieke en met de bistoriscbe ontwikkeling samenbangende struktuur en ruimtelijke kwaliteit van bet gebied te onderkennen als een zwaarwegend belang bij de verdere ontwikkelingen binnen bet gebied. De aanwijzing beoogt op die wijze een basis te geven voor een ruimtelijke ontwikkeling die inspeelt op de aanwezige kwaliteiten, daarvan gebruik maakt en daarop voortbouwt. Vooruitlopend op de aanwijzing is door de gemeenteraad van . Zaltbommel reeds een aantal bestemmingsplannen voor de binnenstad vastgesteld, waarin bescbermende bepalingen zijn opgenomen. Ret betreft de bestemmingsplannen: Zandstraat, Nonnenstraat, Kloosterstraat, Oenselsepoort, Boschstraat en Waterpoort, die inmiddels alle onberroepelijk zijn. De genoemde plannen bieden in voldoende mate de basis waarop de aanwezige bistoriscb-stedebouwkundige waarden kunnen worden veiliggesteld.
Omdat de wettelijk voorgeschreven herziening uit een oogpunt van bescherming niet tot aanpassing zal beboeven te leiden, kan deze, voor zover bet de bierboven genoemde plannen betreft, acbterwege blijven.
RESULTATEN VAN RET GEVOERDE OVERLEG
Overeenkomstig bet bepaalde in artikel 20 van de Monumentenwet is bet voorstel tot aanW1JZ1ng van bet bescbermde stadsgezicht Zaltbommel voorgelegd aan de gemeenteraad van Zaltbommel, Gedeputeerde Staten van Gelderland en de Rijksplanologiscbe Commissie. De gemeenteraad van Zaltbommel besloot op 24 juni 1982 met bet voorstel accoord te gaan. De Raad acbtte bet ecbter gewenst de begrenzing zo ver naar bet westen te verleggen dat de · gebele scheepswerf binnen het bescbermde stadsgezicbt kwam te liggen (1).
- 13 -
De Raad wees er tevens op, dat in de jaren vooruitlopend op de formele aanwijzing reeds een aantal bestemmingsplannen met beschermende maatregelen zijn vastgesteld. In verband met het rechtsgevolg van de aanwijzing werd nader overleg met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg gewenst geacht (2). Gedeputeerde Staten van Gelderland deelden bij brief van 20 september 1982 mede, dat zij zich met de hoofdopzet van het voorstel konden verenigen. Ten aanzien van de begrenzing merkten zij het volgende op: "Tussen de groens aan de oos tz1:jde (, •. ) en de ro1:jksweg Ugt een gehied dat nu nog onvoLdoende is geroegeZd. Wij hehhen een liahte voorokeur voor> een verlegg1:ng van de gr>ens 1:n zuid-oostelijke 1'1:ah ting tegen de Y'1:jksweg aan. Van de zijde van R1:jkswa teros taa t 1:s er>op gewezen da t h1:nnen 10 jaaro verhreding van Y'1:jksweg 2 en de aanleg van een nieuwe hroug zal pZaatsvinden~ waarodooro de weg en de hroug 60-100 m in weste·ujke ro1:ch Ung zuUen opsahu1:ven ( . •. ) • W1:j zijn van mem:ng da t de procedure tot aanW1:jz1:ng geen helemmero1:ng mag voromen voor> de aanleg van een tweede hroug. " (3). Voorts ondersteunden Gedeputeerde Staten de wens van de gemeenteraad om de gehele scheepswerf binnen de begrenzing op te nemen en de opmerking van de gemeenteraad betreffende de reeds vastgestelde bestemmingsplannen (1, 2).
Ten slotte drongen Gedeputeerde Staten er op aan om de begrenzing in de zuid-westhoek achter het aanwezige parkje te leggen (4). De Rijksplanologische Commissie deelde in haar advies d.d. 9 februari 1984 mede zich met het voorstel tot aanwijzing te kunnen verenigen. Met betrekking tot het advies van Gedeputeerde Staten merkte de Commissie nog het volgende op. Met de suggestie om de grens aan de oostzijde te verleggen ten behoeve van het toekomstige brugtracee kan worden ingestemd (3). De suggestie om het niet geregelde gebied aan de oostzijde binnen de omgrenzing op te nemen acht de commissie niet nodig: het gebied is niet van zodanige waarde dat opname binnen het beschermde stadsgezicht gewettigd is. Bovendien is de toelaatbare bebouwingshoogte oak door middel van een normaal bestemmingsplan te regelen. Na ampele overwegingen stelt de commissie voor om de scheepswerf buiten de bescherming te laten, waarbij echter de stadshaven wel binnen het beschermde gebied blijft. De commissie baseert dit voorstel onder meer op de overweging dat ter plaatse van het be. drijf de oorspronkelijke struktuur is verdwenen, met uitzondering van het strukturerend element van de stadshaven (1).
Ret voorstel om het plantsoentje aan de zuid-westzijde binnen het stadsgezicht op te nemen wordt niet ondersteund; het plantsoen vormt geen cultuur-historisch waardevol element, noch een integrerend onderdeel van het stadsgezicht (4).
- 14 -
Na overleg met de Monumentenraad is het voorstel tot aanwlJZlng overeenkomstig het advies van de Rijksplanologische Commissie gewijzigd. (1) Ter plaatse van de scheepswerf is de grens iets naar het oosten verlegd; (2) Met betrekking tot de vooruitlopend op de aanwijzing voor de binnenstad vastgestelde bestemmingsplannen heeft nader overleg plaatsgevonden met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en met de Monumentenraad (zie onder: "Rechtsgevolg van de bescherming"). (3) De grens is ter plaatse van het toekomstige trace van de rijksweg circa 100 meter naar het westen verlegd. (4) Het plantsoen in de zuid-westhoek van het stadsgezicht is buiten de bescherming gelaten. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, maart
1984.
I
1-'
c;.n I
RIJKSLHENST VOOR DE MONUMENTENZORG, januari 1.981
ZALTBOMMEL. HISTORISCH-RUIMTELIJKE WAARDERINGSKAART Historische ruimtebegrenzing van belane i.v.m. ~
11111m.IOI!!.Wlll!lll<!I!Jl
:
rooilijn, bebouwingsschaal en historisch bebouwingsbeeld rooil:i.jn en bebouwingsschaal
:rooilijn V\I"V'-
niet-·hJ~Storische
(root tijnvm.·
ruimtebegrenzln.:_. ;ging; sloop)
ZALTBOMMEL gem. Z:~.t·tbommt.l . . ·---..---···