CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b. Paraplubestemmingsplan kleinschalige opwekking windenergie Bijlagen bij de regels ON

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststelling paraplubestemmingsplan kleinschalige opwekking windenergie3.167 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan kleinschalige opwekking windenergie ontwerp

bestemmingsplan Bijlagen bij de regels

Paraplubestemmingsplan kleinschalige opwekking windenergie ontwerp

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan kleinschalige opwekking windenergie

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de regels

5

Bijlage 1

6

Beleidsregel toetsingskader kleinschalige hernieuwbare energie

3

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan kleinschalige opwekking windenergie

4

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan kleinschalige opwekking windenergie

Bijlagen bij de regels

5

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan kleinschalige opwekking windenergie

Bijlage 1 Beleidsregel toetsingskader kleinschalige hernieuwbare energie

6

Be le id sr eg el t oe t sin gs k ad er k le in sch a li ge op w e k k in g en erg ie

Be le id sr eg el t oe t sin gs k ad er k le in sch a li ge op w e k k in g en erg ie

Inhoud

Beleidsregel toetsingskader kleinschalige opwekking energie

12 juli 2021 Projectnummer P000097

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

3

1.1

Inleiding

3

1.2

Doel

3

1.3

Juridische grondslag

4

1.4

Leeswijzer

5

Toetsingskader

6

2.1

Deel 1: begrippen

7

2.2

Deel 2: wijze van meten

8

2.3

Deel 3-1: Algemene ruimtelijke randvoorwaarden

10

2.4

Deel 3-2: ruimtelijke randvoorwaarden buitengebied

11

2.5

Deel 3-3: ruimtelijke randvoorwaarden bedrijventerreinen

11

2.6

Deel 4: ecologische randvoorwaarden

12

2.7

Deel 5: randvoorwaarden wet- en regelgeving

12

2.8

Deel 6: overige randvoorwaarden

13

12 juli 2021

1

Inleiding 1.1

Inleiding

Deze beleidsregel die voor u ligt heeft betrekking op het toestaan van kleinschalige windturbines in de gemeente Zaltbommel. De aanleiding voor het opstellen van deze beleidsregel en het bijbehorende 'Paraplubestemmingsplan kleinschalige opwekking windenergie’ en ‘Paraplubeheersverordening kleinschalige opwekking windenergie’ is dat de gemeente Zaltbommel als wens heeft om windturbines met een ashoogte van niet meer dan twintig meter onder voorwaarden toe te staan in de gemeente. Omdat de nu geldende bestemmingsplannen dit soort windturbines nu niet toelaten, is het ‘Paraplubestemmingsplan kleinschalige opwekking windenergie’ opgesteld. Dat plan maakt het mogelijk om in het grootste deel van gemeente Zaltbommel door middel van een omgevingsvergunning de betreffende windturbines wel te bouwen en gebruiken. Ook wordt een paraplubeheersverordening opgesteld om de relevante beheersverordening in de gemeente te herzien. Omdat de gemeente Zaltbommel wel meerdere voorwaarden wil verbinden aan de vergunningverlening is de voorliggende beleidsregel opgesteld. Op die manier heeft de gemeente grip op de duurzame initiatieven.

1.2

Doel

Het doel van deze beleidsregel is het bieden van een toetsingskader voor het mogelijk maken van kleinschalige windturbines in de gemeente Zaltbommel. Zoals vermeld, wordt tezamen met het beleidskader een paraplubestemmingsplan en een paraplubeheersverordening opgesteld, de windturbines hebben immers een ruimtelijk effect. Het paraplubestemmingsplan en de beheersverordening vormen samen met deze beleidsregel het afwegingskader om te komen tot een goede ruimtelijke ordening in de gemeente ten aanzien van het inpassen van de kleinschalige windturbines. Indien niet aan de voorwaarden van het bestemmingsplan en de onderhavige beleidsregel kan worden voldaan, verleent de gemeente Zaltbommel geen omgevingsvergunning, uitzonderingen daargelaten. De combinatie van een paraplubestemmingsplan c.q. en een daaraan gekoppelde beleidsregel ter uitwerking van de voorwaarden die gelden, is bewust gemaakt door de gemeente. Het paraplubestemmingsplan, vastgesteld door de gemeenteraad van Zaltbommel, maakt de bouw van de kleinschalige windturbines in principe mogelijk. Vervolgens bevat de beleidsregel, opgesteld en toegepast door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaltbommel, het concrete toetsingskader. Als gevolg van deze systematiek ontstaat er een flexibel systeem: een beleidsregel is immers eenvoudiger en sneller te wijzigen dan een bestemmingsplan.

Doel van deze flexibiliteit is namelijk om op een correcte en snelle manier om te gaan met eventuele gewenste wijzigingen omtrent het plaatsen van kleinschalige windturbines. Tot slot wordt opgemerkt dat de beleidsregel geen effect heeft op al bestaande (kleinschalige) windturbines in de gemeente maar alleen op aanvragen voor zulke windturbines nadat het paraplubestemmingsplan is vastgesteld.

12 juli 2021

3

1.3

Juridische grondslag

De verschillende bestemmingsplannen en één beheersverordening in de gemeente regelen de manier waarop de gronden in de gemeente bebouwd en gebruikt mogen worden. Uit de bestemmingsplannen en de beheersverordening volgt dat het op dit moment niet zondermeer is toegestaan om een kleinschalige windturbine te bouwen. In sommige gevallen zijn kleinschalige windturbines wel mogelijk, echter niet zoals dit beleidskader (in combinatie met het paraplubestemmingsplan en de paraplubeheersverordening) voor ogen heeft. Om de kleinschalige windturbines wel mogelijk te maken, is het ‘Paraplubestemmingsplan kleinschalige opwekking windenergie’ en de ‘Paraplubeheersverordening kleinschalige opwekking windenergie’ opgesteld. Dat plan en die verordening maken het mogelijk om via een algemene afwijkingsregel een omgevingsvergunning te verlenen voor kleinschalige windturbines in de gemeente. De regels van dat plan en die verordening bepalen echter dat moet worden voldaan aan de deze beleidsregel. Voor alle duidelijkheid: het betreft hier een bevoegdheid om een omgevingsvergunning te verlenen; het is geen plicht om deze toe te passen. Uiteraard moet de afweging zorgvuldig zijn en mag er bij toepassing geen sprake zijn van willekeur.

Om voor de gemeente en haar inwoners op een gelijkwaardige en eenduidige manier alle aanvragen voor kleinschalige windturbines te behandelen, is deze beleidsregel opgesteld. Dat de gemeente een beleidsregel kan opstellen ten aanzien van het al dan niet verlenen van omgevingsvergunningen voor het bouwen van een kleinschalige windturbine, is het gevolg van: a. Artikel 4:81 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht Artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat een gemeente een beleidsregel kan opstellen met betrekking tot een haar toekomende bevoegdheid. Dat betekent dat de gemeente Zaltbommel wat betreft het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een kleinschalige windturbine bevoegd is om een beleidsregel op te stellen waarin zij uitwerkt op basis van welke maatstaven zij al dan niet een omgevingsvergunning verleent. Wel is het zo dat de gemeente Zaltbommel als gevolg van artikel 4:84 van de Awb bij het opstellen van een beleidsregel zichzelf bindt aan het daarin geformuleerde beleid. Mochten bijzondere omstandigheden maken dat het niet evenredig is om de beleidsregel in een bepaalde situatie toe te passen, dan is een gemeente volgens artikel 4:84 van de Awb verplicht de beleidsregel niet toe te passen.

Anders gesteld: de gemeente Zaltbommel moet handelen in overeenstemming met de beleidsregel, tenzij het voor een of meer belanghebbenden gevolgen kan hebben die vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding met het doel van de beleidsregel. b. Artikel 3.1, eerste lid, in samenhang met artikel 3.6, eerste lid, onder c, van de Wet ruimtelijke ordening Dat de gemeente Zaltbommel een beleidsregel kan opstellen omtrent het plaatsen van kleinschalige windturbines, vloeit voort uit een aan de gemeente toekomende bevoegdheid. De gemeente heeft op grond van artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) in samenhang met artikel 3.6, eerste lid, onder c, van de Wro de bevoegdheid om via bestemmingsplannen en beheers-

12 juli 2021

4

verordeningen te bepalen dat er een omgevingsvergunning nodig is voor het bouwen van een kleinschalige windturbine in de gemeente Zaltbommel. Dat maakt ook dat de gemeente Zaltbommel de bevoegdheid heeft om met het oog op een goede ruimtelijke ordening beleidsregels vast te stellen. De goede ruimtelijke ordening betreft hier het goed inpassen van kleine windturbines de gemeente zonder dat daardoor andere (milieu)aspecten onevenredig worden benadeeld.

1.4

Leeswijzer

Het volgende hoofdstuk bevat het toetsingskader van deze beleidsregel. Het vormt daarmee het hart van de beleidsregel. Het laatste hoofdstuk (hoofdstuk 3) geeft een toelichting op dat toetsingskader.

12 juli 2021

5

2

Toetsingskader Dit hoofdstuk bevat de randvoorwaarden waaraan een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een kleinschalige windturbine moet voldoen. Een dergelijke omgevingsvergunning kan een indiener aanvragen op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 1°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, ook wel een zogeheten binnenplanse afwijkingsprocedure. De randvoorwaarden zijn opgedeeld in drie onderdelen. Het eerste deel geeft voor relevante begrippen een definitieomschrijving. Deel twee bepaalt bevat de wijze van meten. Deel drie geeft de ruimtelijke randvoorwaarden waaraan een aanvraag moet voldoen. Deel vier bevat voorwaarden die afkomstig zijn uit wet- en regelgeving. Tot slot geeft deel vijf overige randvoorwaarden.

12 juli 2021

6

2.1

Deel 1: begrippen

Verklaring van de gehanteerde begrippen: 1.1

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.2

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.3

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.4

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.5

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.6

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.7

gevoelige bestemming:

woonbestemming of een andere bestemming waar mensen permanent verblijven, niet zijnde een bedrijfswoning; 1.8

kleinschalige windturbine:

een bouwwerk voor het opwekken van elektrisch vermogen uit wind, met een ashoogte van niet meer dan 20,00 m; 1.9

peil:

de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.10

risicovolle inrichting:

een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen, zoals deze luidt op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, een grenswaarde, een richtwaarde voor

12 juli 2021

7

het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten.

2.2

Deel 2: wijze van meten

Bij toepassing van de ruimtelijke randvoorwaarden wordt als volgt gemeten: 1.1

de ashoogte van een windturbine: turbines met een horizontale as: vanaf het middelpunt van de as van de wieken tot aan het aansluitende afgewerkte terrein; turbines met een verticale as: vanaf bovenkant van de rotor tot aan het aansluitende afgewerkte terrein;

1.2

de tiphoogte van een windturbine: turbines met een horizontale as: de ashoogte van een windturbine plus de straal van de rotorcirkel; turbines met een verticale as: de ashoogte van een windturbine plus het deel van de rotorbladen dat daarbovenuit steekt;

12 juli 2021

8

1.3

de rotordiameter: de diameter wordt bepaald door het maximale bereik van de rotordiameter, gemeten loodrecht op de as;

1.4

de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

12 juli 2021

9

2.3

Deel 3-1: Algemene ruimtelijke randvoorwaarden

Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een kleinschalige windturbine moet aan de volgende algemene ruimtelijke voorwaarden voldoen: 1.

Een kleinschalige windturbine wordt niet geplaatst ter plaatse van gebieden die op de ‘Energiekansenkaarten windenergie’ van het ‘Zon- en windbeleid’ zijn aangeduid als ‘windenergie niet mogelijk’.

2.

De maatvoering van de kleinschalige windturbine voldoet aan de volgende regels: a.

de ashoogte van een kleinschalige windturbine bedraagt niet meer dan 20,00 m, gemeten vanaf het peil, met dien verstande dat indien een kleinschalige windturbine op een gebouw wordt geplaatst, de tiphoogte niet meer dan ⅓ van de bouwhoogte van het gebouw bedraagt, met een maximum van 5,00 m;

b. 3.

de rotordiameter van een VAT-type windturbine bedraagt niet meer dan 2,00 m.

De afstand van een kleinschalige windturbine tot: a.

een andere kleinschalige windturbine bedraagt niet minder dan drie keer de rotordiameter;

b.

gasinfrastructuur bedraagt niet minder dan 25,00 m, tenzij de leidingbeheerder instemt met een kortere afstand;

c.

(ondergrondse) hoogspanningsinfrastructuur bedraagt niet minder dan de maximale werpafstand bij twee keer het nominaal toerental van de kleinschalige windturbine (HAT-type), tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand;

d.

de meest nabijgelegen gevoelige bestemming bedraagt niet minder dan vier maal de ashoogte van de windturbine;

e.

openbaar gebied is zodanig dat de wieken of de constructie van de kleinschalige windturbine niet overhangt boven openbaar gebied;

f.

de boveninsteek van een watergang bedraagt niet minder dan 5,00 m; indien het waterschap ermee instemt, mag deze afstand minder dan 5,00 m bedragen;

4.

De gemeente Zaltbommel kan nadere eisen stellen aan de plaats, omvang en gebruik van de kleinschalige windturbine ten behoeve van: a.

de bezonningsituatie;

b.

lichttoetreding in nabijgelegen bebouwing;

c.

zichtlijnen of visuele hinder;

d.

het voorkomen van slagschaduw;

e.

risico's voor gevoelige of kwetsbare objecten;

f.

geluidshinder;

g.

de mogelijkheid tot voortzetting dan wel uitbreiding van een bestaand bedrijf;

h.

een goede landschappelijke inpassing.

12 juli 2021

10

2.4

Deel 3-2: ruimtelijke randvoorwaarden buitengebied

In afwijking van deel 3.1 ‘Algemene ruimtelijke randvoorwaarden’ moet een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een kleinschalige windturbine die betrekking heeft op gronden die deel uitmaakt

van

de

bestemmingsplannen

‘Buitengebied

Zaltbommel’

(met

identificatienummer

NL.IMRO.0297.BGBBP20130009-VS02), dat is vastgesteld op 17 september 2014, en ‘Buitengebied Parapluplan Nieuwe Hollandse Waterlinie’ (met identificatienummer NL.IMRO.0297.BGBBP20140020VS01), dat is vastgesteld op 10 december 2015, aan de volgende locatiespecifieke ruimtelijke voorwaarden voldoen: 1.

De kleinschalige windturbine wordt geplaatst: a.

binnen de bestemmingen ‘Agrarisch’, ‘Agrarisch met waarden’ en ‘Natuur’;

b.

achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw en ook;

c.

binnen een bouwvlak dan wel binnen een afstand van 75,00 m vanaf het bouwvlak of bestemmingsvlak mits wordt aangetoond dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het ruimtelijk beeld en het cultuurhistorische karakteristiek van het erf en de omgeving;

d.

passend in de landschappelijke, cultuurhistorische en stedenbouwkundige kwaliteiten en structuren; hiertoe moet bij de aanvraag omgevingsvergunning een landschappelijk inpassingsplan worden bijgevoegd.

2.

De kleinschalige windturbine wordt niet geplaatst binnen de gebieden ‘Verbodsgebied windenergie’ als aangeduid in de ‘Omgevingsverordening Gelderland’;

3.

bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt een landschappelijk inpassingsplan gevoegd, waarover een positief advies is verkregen vanuit landschap/stedenbouw.

2.5

Deel 3-3: ruimtelijke randvoorwaarden bedrijventerreinen

In afwijking van deel 3.1 ‘Algemene ruimtelijke randvoorwaarden’ moet een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een kleinschalige windturbine die betrekking heeft op gronden die deel uitmaakt van de bestemmingsplannen: 1.

‘Zaltbommel, Bedrijventerreinen’ (met identificatienummer NL.IMRO.0297.ZBMBP20130004VS01), dat is vastgesteld op 13 juni 2013, of;

2.

‘Zaltbommel, De Wildeman’ (met identificatienummer NL.IMRO.0297.ZBMBP20140009VS02), dat is vastgesteld op 22 januari 2015, of;

3.

‘Zaltbommel, Van Voordenpark’ (met identificatienummer NL.IMRO.0297.ZBMBP20120026VS02), dat is vastgesteld op 9 juli 2015, of;

4.

‘Zaltbommel, De Wildeman II’ (met identificatienummer NL.IMRO.0297.ZBMBP20160010VS01), dat is vastgesteld op 16 november 2017;

aan de volgende locatiespecifieke ruimtelijke voorwaarden voldoen: 1.

De kleinschalige windturbine wordt geplaatst: a.

binnen de bestemmingen ‘Bedrijf’, ‘Bedrijventerrein’, ‘Bedrijventerrein – 1’, ‘Bedrijventerrein – 2’ en ‘Bedrijventerrein – 3’;

b.

achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw en ook;

c.

binnen een bouwvlak, of indien deze ontbreekt een bestemmingsvlak waarop een bouwperceel aanwezig is waar ingevolgde de regels een hoofdgebouw gebouwd mag.

12 juli 2021

11

2.6

Deel 4: ecologische randvoorwaarden

Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een kleinschalige windturbine gaat vergezeld met een ecologische quick scan waaruit blijkt dat de plaatsing van de kleinschalige windturbine(s) geen negatieve gevolgen heeft voor de natuurwaarden. Tevens moet een aanvraag aan de volgende voorwaarden voldoen: 1.

Uit een ecologisch onderzoek blijkt in ieder geval of er sprake is van verblijfplaatsen, vliegroutes of een belangrijk foerageergebied van vleermuizen of van functioneel leefgebied van vogels met jaarrond beschermde nesten en andere vogels met een hoog aanvaringsrisico (huiszwaluw, torenvalk, boerenzwaluw, houtduif en gierzwaluw). Indien deze soorten in de nabijheid aanwezig zijn, moet bij de positionering van een kleinschalige windturbine rekening worden gehouden met deze soorten, zodat het aanvaringsrisico wordt geminimaliseerd.

2.

Bij de plaatsing van een kleinschalige windturbine moet aantasting en verstoring van bezette nestplaatsen van vogels en verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde amfibieën en grondgebonden zoogdieren worden voorkomen.

3.

Plaatsing van een kleinschalige windturbine binnen GNN is alleen onder voorwaarden mogelijk binnen het 'verkenningsgebied voorwaarden windturbines GNN' op de kaart van de Omgevingsverordening Gelderland. In dat geval dient het verlies van oppervlakte voor tweehonderd procent te worden gecompenseerd en eventueel verlies van kernkwaliteiten en samenhang eveneens te worden gecompenseerd.

4.

Een kleinschalige windturbine in de Groene Ontwikkelingszone (GO) is mogelijk als de kernkwaliteiten per saldo substantieel worden versterkt. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning binnen GO wordt een inrichtingsplan opgesteld. Dat inrichtingsplan werkt in ieder geval uit hoe de kernkwaliteiten van GO worden versterkt.

5.

In weidevogelgebied is geen kleinschalige windturbine mogelijk.

2.7

Deel 5: randvoorwaarden wet- en regelgeving

Kleinschalige windturbines moeten aan alle relevante wet- en regelgeving voldoen, waarbij in ieder geval geldt dat de kleinschalige windturbine voldoet aan: 1.

de eisen van het Bouwbesluit 2012;

2.

de eisen van het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer en de eisen van het op 1 januari 2021 inwerking tredende Besluit activiteiten leefomgeving;

3.

de overige regels, zoals dubbelbestemmingen, van het ter plaatse geldende bestemmingsplan(nen);

4.

regels van de ‘Omgevingsverordening Gelderland’;

5.

de regels van de Wet natuurbescherming en de daaruit volgende voorwaarden;

6.

de gestelde eisen van de Welstandsnota;

7.

een positief advies van een onafhankelijke deskundige op het gebied van landschap en stedenbouw indien de kleinschalige windturbines wordt geplaatst op of binnen een afstand van vijftig meter nabij een Rijks- of provinciaal monument of binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht;

12 juli 2021

12

8.

de regels ten aanzien van het bouwen in de nabijheid van (rijks)(spoor)wegen en waterkeringen en dijken;

9.

de planschadeovereenkomst die de initiatiefnemer verplicht moet aangaan met de gemeente Zaltbommel;

10. de NEN-EN-IEC norm 61400-2 dan wel aan ‘Handreiking miniwind en kleine windmolens’ van Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA).

2.8

Deel 6: overige randvoorwaarden

Voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een kleinschalige windturbine gelden, naast de bovenstaande randvoorwaarden, ook de volgende regels: 1.

de energieopwekking van de kleinschalige windturbine is niet bestemd voor commerciële doeleinden maar enkel ten behoeve van het eigen gebruik;

2.

binnen een jaar nadat een kleinschalige windturbine definitief buiten gebruik is gesteld, deze constructie met de bijbehorende voorzieningen wordt verwijderd;

3.

het college van burgemeester en wethouders wijst een verzoek om een omgevingsvergunning voor een kleinschalige windturbine af indien voor een of meer belanghebbenden een toewijzing van de omgevingsvergunning wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zou zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doel.

4.

indien drie of meer windturbines met een rotordiameter groter dan 2,00 m bij elkaar worden gezet, dan moet een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) aangevraagd worden bij het bevoegd gezag;

5.

een molen wordt niet geplaatst in een molenbiotoop of in de invloedssfeer van een historische molen.

12 juli 2021

13

Colofon Opdrachtgever Gemeente Zaltbommel Rapport R. Kooijman, BügelHajema Adviseurs Projectleiding J. Pronk, BügelHajema Adviseurs Projectnummer P000097

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Utrechtseweg 7 3811NA Amersfoort T 033 465 65 45 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10827625/2