Bijlage 2. Was-wordt tabel Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023 Leeswijzer modelbepalingen In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.
Algemene wijzigingen: - Data - Indexering tegemoetkomingen Wijzigingen of toevoegingen: Bestaande tekst Artikel 1.1 De adviesraad Sociaal Domein heeft over deze regels op 18 oktober 2018 een advies gegeven. Dat advies is te vinden in de bijlage bij deze verordening.
Nieuwe tekst Artikel 1.1 De Cliëntenraad Bommelerwaard heeft over deze regels op 24 oktober 2022 een advies gegeven.
Artikel 2.1.1
Artikel 2.1.1
E-mail: buurtteamzaltbommel@buurtzorgnederland.co m
E-mail: buurtteamzaltbommel@hetbuurtteam.nl
Artikel 2.2.1 Bij de start van het gesprek identificeert de inwoner zich met een geldig identiteitsbewijs. Als de inwoner een persoonlijk plan heeft gemaakt, dan betrekt de medewerker dit bij het gesprek. Als de inwoner dat wil, kan hij iemand (bijvoorbeeld een familielid) vragen om bij het gesprek aanwezig te zijn.
Artikel 2.2.1 Bij de start van het gesprek identificeert de inwoner zich met een geldig identiteitsbewijs. Als de inwoner een persoonlijk plan heeft gemaakt, dan betrekt de medewerker dit bij het gesprek. Als de inwoner dat wil, kan hij iemand (bijvoorbeeld een familielid of onafhankelijk cliëntondersteuner) vragen om bij het gesprek aanwezig te zijn.
Artikel 2.3.2 1. Vraagt de inwoner hulp-op-maat, dan kent de gemeente die hulp toe in de volgende situatie: a. De hulp is noodzakelijk is om (één van) de doelen van de in 1.1 genoemde wetten te bereiken; b. De inwoner heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. Hij kan dit effect ook niet bereiken met gebruikelijke hulp van huisgenoten, met hulp vanuit het sociale netwerk of met behulp van andere voorzieningen of organisaties; en c. De hulp past bij het gewenste effect en de persoonlijke situatie van de inwoner.
Artikel 2.3.2 1. Vraagt de inwoner hulp-op-maat, dan kent de gemeente die hulp toe in de volgende situatie: a. De hulp is noodzakelijk is om (één van) de doelen van de in 1.1 genoemde wetten te bereiken; b. De inwoner heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. Hij kan dit effect ook niet bereiken met gebruikelijke hulp van huisgenoten, met hulp vanuit het sociale netwerk of met behulp van andere voorzieningen of organisaties; en c. De hulp past bij het gewenste effect en de persoonlijke situatie van de inwoner. 2. De hulp-op-maat is voldoende in inzet en van 1
2. De hulp-op-maat is voldoende in inzet en van kwaliteit, zodat de inwoner het gewenste effect kan bereiken. 3. De gemeente kan hulp-op-maat weigeren als de inwoner de hulpvraag had kunnen voorzien en kunnen voorkomen. 4. Als die weigering betekent dat de inwoner grote problemen zal krijgen (onevenredig nadeel ervaart), dan kan de gemeente, in uitzonderlijke gevallen, de hulp-op-maat wel toekennen.
kwaliteit, zodat de inwoner het gewenste effect kan bereiken. 3. De gemeente kan hulp-op-maat weigeren als de inwoner de hulpvraag had kunnen voorzien en kunnen voorkomen. 4. De gemeente kan hulp-op-maat weigeren als de inwoner na de melding en vóór het besluit zelf al de hulp-op-maat heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij de gemeente daar schriftelijk toestemming voor heeft gegeven of de noodzaak van de hulpop-maat achteraf nog kan vaststellen. 5. Als die weigering betekent dat de inwoner grote problemen zal krijgen (onevenredig nadeel ervaart), dan kan de gemeente, in uitzonderlijke gevallen, de hulp-op-maat wel toekennen. Artikel 4.5.1 3. De gemeente stelt advies of hulp door de mantelzorgconsulent van Welzijn Bommelerwaard beschikbaar.
Artikel 4.5.1 3. De gemeente stelt advies of hulp door de mantelzorgconsulent van Stichting Welzijn Bommelerwaard beschikbaar.
Artikel 4.5.2 2b. Een mantelzorg dag georganiseerd door Welzijn Bommelerwaard.
Artikel 4.5.2 2b. Een mantelzorg dag georganiseerd door Stichting Welzijn Bommelerwaard.
4.5.3 Voorwaarden mantelzorgcompliment 1. Een mantelzorgcompliment kan worden aangevraagd door of namens degene die mantelzorg ontvangt. Er moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden: a. De mantelzorg wordt over een periode van minimaal 3 maanden verleend. b. De mantelzorg wordt verleend door iemand die geen betaalde hulp aan de inwoner geeft. c. De mantelzorg wordt voor minimaal 8
4.5.3 Voorwaarden mantelzorgcompliment 1. Een mantelzorgcompliment kan worden aangevraagd door of namens degene die mantelzorg ontvangt. Er moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden: a. De mantelzorg wordt over een periode van minimaal 3 maanden verleend. b. De mantelzorg wordt verleend door iemand die geen betaalde hulp aan de inwoner geeft.
2. De mantelzorg wordt voor minimaal 8 uur per week verleend.
uur per week verleend. 2. De gemeente heeft een formulier waarmee het mantelzorgcompliment kan worden aangevraagd. 3. Het mantelzorgcompliment is per kalenderjaar gedurende 6 aaneengesloten weken aan te vragen. De startdatum wordt actief gecommuniceerd. 4. De inwoner kan slechts voor één persoon een mantelzorgcompliment aanvragen. 5. Een mantelzorgcompliment bestaat uit een bedrag van € 100,-.
3. De gemeente heeft een formulier waarmee de mantelzorgcompliment kan worden aangevraagd. 4. Het mantelzorgcompliment is per kalenderjaar gedurende 6 aaneengesloten weken aan te vragen. De startdatum wordt actief gecommuniceerd. 5. De inwoner kan slechts voor één persoon een mantelzorgcompliment aanvragen. 6. Een mantelzorgcompliment bestaat uit een bedrag van € 100,-.
7.1.2 Mogelijke tegemoetkoming 2
7.1.2 Mogelijke tegemoetkoming a. Een autoaanpassing voor een bedrag van maximaal € 3.500,-- per 5 jaar. b. Verhuis- en inrichtingskosten voor een bedrag van maximaal € 5.000,-c. Aanschaf en onderhoud van een sporthulpmiddel voor een bedrag van maximaal € 3.000,-- inclusief de kosten voor verzekering voor drie jaar. d. Bezoekbaar maken van een woning voor een bedrag van maximaal € 2.500,-e. Sanering van de woning voor een bedrag van maximaal € 2.000,--.
a. Een autoaanpassing voor een bedrag van maximaal €4000,-- per 5 jaar. b. Verhuis- en inrichtingskosten voor een bedrag van maximaal € 5.500,-c. Aanschaf en onderhoud van een sporthulpmiddel voor een bedrag van maximaal € 3.500,-- inclusief de kosten voor verzekering voor drie jaar. d. Bezoekbaar maken van een woning voor een bedrag van maximaal € 3.000,-e. Sanering van de woning voor een bedrag van maximaal € 2.500,--. 12.4 Intrekken oude verordeningen De volgende verordeningen worden ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat: - Verordening sociaal domein gemeente Zaltbommel 2020
12.4 Intrekken oude verordeningen De volgende verordeningen worden ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat: - Verordening sociaal domein 2019
12.6 Ingangsdatum en naam 1. Deze verordening wordt genoemd: Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023
12.6 Ingangsdatum en naam 1. Deze verordening wordt genoemd: Verordening sociaal domein gemeente Zaltbommel 2020 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2020
13. Begrippenlijst Onafhankelijk deskundige (cliëntondersteuner): in de Wmo staat dat gemeenten voor de beschikbaarheid van adequate, onafhankelijke cliëntondersteuning moeten verzorgen. Een cliëntondersteuner staat naast iemand met een hulpvraag. Op de website van de gemeente staan de contactgegevens van de onafhankelijke cliëntondersteuning.
13. Begrippenlijst
Onafhankelijk deskundige (cliëntondersteuner): in de Wmo staat dat gemeenten voor de beschikbaarheid van adequate, onafhankelijke cliëntondersteuning moeten verzorgen. Een cliëntondersteuner staat naast iemand met een hulpvraag. U kunt contact opnemen met de onafhankelijke cliëntondersteuning van MEE via 088-6330000 of mailen naar clientondersteuning@meegeldersepoort.nl
Bijlage 2: Algemeen gebruikelijke voorzieningen Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn in principe voor iedereen beschikbaar, of u nu wel of geen beperking heeft. Wat in een concrete situatie algemeen gebruikelijk is, hangt vaak af van verschillende factoren. Algemeen gebruikelijke voorzieningen worden in beginsel niet vanuit de Wmo verstrekt.
Bijlage 2: Algemeen gebruikelijke voorzieningen Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn in principe voor iedereen beschikbaar, of u nu wel of geen beperking heeft. Wat in een concrete situatie algemeen gebruikelijk is, hangt vaak af van de geldende maatschappelijke normen op het moment van de aanvraag. Algemeen gebruikelijke voorzieningen worden niet vanuit de Wmo verstrekt. Bij de vraag of een voorziening algemeen gebruikelijk is moet de gemeente kijken naar het
Bij de vraag of een voorziening algemeen 3
gebruikelijk is, kijkt de gemeente naar het individuele geval. Dus iedere aanvraag moet worden beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden van de aanvrager. De gemeente kan dus niet zomaar stellen dat een bepaalde voorziening in ieder individueel geval algemeen gebruikelijk is. Een voorziening is daarmee dus nooit als zodanig algemeen gebruikelijk.
individuele geval. Dus iedere aanvraag moet worden beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden van de aanvrager. De gemeente kan dus niet zomaar stellen dat een bepaalde voorziening in ieder individueel geval gebruikelijk is. Een voorziening is daarmee dus nooit als zodanig algemeen gebruikelijk. Met het criterium ‘algemeen gebruikelijk’ kan worden beoogd te voorkomen dat het college een voorziening verstrekt waarvan aannemelijk is te achten dat een belanghebbende daarover ook zou hebben beschikt als hij niet beperkt/gehandicapt was geweest. Individueel onderzoek is cruciaal voor de beoordeling of een voorziening in het individuele geval algemeen gebruikelijk is. Om te kunnen bepalen of in een individueel geval een voorziening algemeen gebruikelijk is zal ook individueel onderzoek dienen plaats te vinden. De bevindingen uit dit onderzoek zijn nodig om goed gemotiveerd een aanvraag (voor een collectieve of individuele voorziening ) af te wijzen.
De criteria en te beantwoorden vragen bij het individuele onderzoek zijn: Vraag: Zou de aanvrager over de voorziening kunnen beschikken als hij niet beperkt/gehandicapt zou zijn geweest? Criteria voor de beantwoording van de vraag zijn: Is de voorziening gewoon te koop? Is de prijs van de voorziening vergelijkbaar met soortgelijke producten die algemeen gebruikelijk worden geacht? Is de voorziening specifiek ontworpen voor mensen met een beperking/handicap?
Met het criterium ‘algemeen gebruikelijk’ kan worden beoogd te voorkomen dat de gemeente een voorziening verstrekt waarvan aannemelijk is te achten dat een cliënt daarover ook zou hebben beschikt als hij geen beperkingen had gehad. Individueel onderzoek is cruciaal voor de beoordeling of een voorziening in het individuele geval algemeen gebruikelijk is. De bevindingen uit dit onderzoek zijn nodig om goed gemotiveerd een aanvraag (voor een maatwerk voorziening ) toe te kennen of af te wijzen. De criteria voor algemeen gebruikelijke voorziening komen uit de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (zie de uitspraak CRvB 20-11-2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3535:) Een voorziening is algemeen gebruikelijk als deze: niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; daadwerkelijk beschikbaar is; een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en; financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau, ongeacht of de aanvrager zelf een minimuminkomen heeft.
Een belangrijk aandachtspunt bij de beoordeling is dat het inkomen geen rol mag spelen. De financiële situatie van een cliënt mag binnen de Wmo 2015 wel in beeld komen als de cliënt betwist een algemeen gebruikelijke voorziening te kunnen betalen. Het college moet dan onderzoeken of de financiële situatie inderdaad dusdanig is dat niet volgehouden kan worden dat de gevraagde voorziening voor deze cliënt algemeen gebruikelijk te achten is. De cliënt moet hiervoor dan ook inzage geven in zijn financiële positie.
Om te bepalen of de voorziening gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau sluit de gemeente aan bij rechtbankjurisprudentie (zie Rb. Den Haag, 11-02-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:2084). Een hulpmiddel kan financieel worden gedragen met een inkomen op minimumniveau indien de kosten daarvan binnen een termijn van 36 maanden kunnen worden terugbetaald bij een 4
aflossing van 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. De financiële situatie van een cliënt mag binnen de Wmo 2015 alleen in beeld komen als de cliënt betwist een algemeen gebruikelijke voorziening te kunnen betalen. De gemeente moet dan onderzoeken of de financiële situatie inderdaad dusdanig is dat niet volgehouden kan worden dat de gevraagde voorziening voor deze cliënt algemeen gebruikelijk te achten is. De cliënt moet hiervoor dan ook inzage geven in zijn financiële positie. Voor wat betreft de kostprijs van de gevraagde voorziening hoeft niet per se uitgegaan te worden van de nieuwprijs. Waar het om gaat is dat de voorziening geschikt is om het probleem op te lossen of te verminderen, en dat zou ook kunnen met een goede, maar gebruikte voorziening.
5