CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Was - wordt tabel APV 2022

Raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Actualisatie Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zaltbommel3.991 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Leeswijzer Groen is toegevoegde tekst (aangegeven in nieuwe tekst) Rood is vervallen tekst (aangegeven in bestaande tekst) Paars is gewijzigde tekst (aangegeven in beide teksten) Oranje is verplaatste tekst (aangegeven in beide teksten) Bestaande tekst APV 2021 Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder:

Nieuwe tekst APV 2022 Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder:

a) bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen weergegeven op de kaarten in bijlage 1 bij deze verordening;

a) bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;

b) bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; c) bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 eerste lid van de Bouwverordening Zaltbommel 2010; d) bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; e) college: het college van burgemeester en wethouders; f)

gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet;

g) handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; h) motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; i)

j)

openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;

k) parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; l)

rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;

m) voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals

b) bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; c) bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 eerste lid van de Bouwverordening Zaltbommel 2010; d) bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; e) college: het college van burgemeester en wethouders; f)

gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet;

g) handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; h) motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; i)

openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

j)

openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;

k) parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; l)

rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;

m) voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement

Leeswijzer Groen is toegevoegde tekst (aangegeven in nieuwe tekst) Rood is vervallen tekst (aangegeven in bestaande tekst) Paars is gewijzigde tekst (aangegeven in beide teksten) Oranje is verplaatste tekst (aangegeven in beide teksten) kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; n) weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

n) weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

2. Degene die op een openbare plaats:

2. Degene die op een openbare plaats:

a) aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

a) aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

b) aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of

b) aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of

c) zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

c) zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Leeswijzer Groen is toegevoegde tekst (aangegeven in nieuwe tekst) Rood is vervallen tekst (aangegeven in bestaande tekst) Paars is gewijzigde tekst (aangegeven in beide teksten) Oranje is verplaatste tekst (aangegeven in beide teksten) Artikel 2:1a Straatintimidatie Het is verboden op of aan de weg of in een voor publiek toegankelijk gebouw individueel of in groepsverband een ander of anderen uit te jouwen of met aanstootgevende taal, gebaren, geluiden of gedragingen lastig te vallen. Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

Artikel 2:1a Straatintimidatie Het is verboden op of aan de weg of in een voor publiek toegankelijk gebouw individueel of in groepsverband een ander of anderen uit te jouwen of met aanstootgevende taal, gebaren, geluiden of gedragingen lastig te vallen. Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

a) bioscoop- en theatervoorstellingen;

a) bioscoop- en theatervoorstellingen;

b) markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22;

b) markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22;

c) kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

c) kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

d) het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;

d) het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;

e) betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

e) betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

f)

f)

activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39;

g) sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportwedstrijden of -gala’s als bedoeld in het tweede lid, onder f.

activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39;

g) sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportwedstrijden of -gala’s als bedoeld in het tweede lid, onder f.

2. Onder evenement wordt mede verstaan:

2. Onder evenement wordt mede verstaan:

a) een herdenkingsplechtigheid;

a) een herdenkingsplechtigheid;

b) een braderie;

b) een braderie;

c) een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;

c) een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;

d) een feest, muziekvoorstelling wedstrijd op of aan de weg;

d) een feest, muziekvoorstelling wedstrijd op of aan de weg;

of

e) een straatfeest of buurtbarbecue;

e) een straatfeest of buurtbarbecue;

f)

f)

vechtsportwedstrijden of -gala’s.

3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een evenement waarbij: a) het

aantal

aanwezigen

niet

meer

of

vechtsportwedstrijden of -gala’s.

3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a) het aantal aanwezigen niet meer

Leeswijzer Groen is toegevoegde tekst (aangegeven in nieuwe tekst) Rood is vervallen tekst (aangegeven in bestaande tekst) Paars is gewijzigde tekst (aangegeven in beide teksten) Oranje is verplaatste tekst (aangegeven in beide teksten) bedraagt dan 150 personen; b) het evenement tussen 09:00 en 24:00 uur plaatsvindt op maandag tot en met zaterdag, of tussen 13:00 en 22:00 uur op zondag of een feestdag gehouden wordt; c) het evenement niet langer duurt dan één dag. d) geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 11:00 uur (op zondag voor 13:00 uur) of na 23:00 uur (op zondag na 22:00 uur), dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 75 dB(C) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; e) de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; f)

slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 15 vierkante meter per object.

bedraagt dan 150 personen; b) de activiteiten plaatsvinden tussen 09:00 en 24:00 uur op maandag tot en met zaterdag, of tussen 13:00 en 22:00 uur op zondag of een feestdag; c) geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 11:00 uur (op zondag voor 13:00 uur) of na 23:00 uur (op zondag na 22:00 uur), dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 75 dB(C) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; d) de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; e) slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 15 vierkante meter per object. f)

er een organisator is.

g) er een organisator is; h) de organisator binnen 14 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

Leeswijzer Groen is toegevoegde tekst (aangegeven in nieuwe tekst) Rood is vervallen tekst (aangegeven in bestaande tekst) Paars is gewijzigde tekst (aangegeven in beide teksten) Oranje is verplaatste tekst (aangegeven in beide teksten) 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:

3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:

a) de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b) de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

a) de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b) de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a) winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b) zorginstelling;

4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a) winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b) zorginstelling;

c) museum; of d) bedrijfskantine of -restaurant.

c) museum; of d) bedrijfskantine of -restaurant.

5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, als: a) zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of b) de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid.

5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: a) zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of b) de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede

Leeswijzer Groen is toegevoegde tekst (aangegeven in nieuwe tekst) Rood is vervallen tekst (aangegeven in bestaande tekst) Paars is gewijzigde tekst (aangegeven in beide teksten) Oranje is verplaatste tekst (aangegeven in beide teksten) 6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a. 7. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:34a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - alcoholhoudende drank; - horecabedrijf; - horecalokaliteit; - inrichting; - paracommerciële rechtspersoon; - sterke drank; - slijtersbedrijf; - zwak-alcoholhoudende drank; - dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet. Artikel 2:35 Definitie In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft dan wel in verband met de uitoefening van beroep of bedrijf aan personen (werknemers) de mogelijkheid van nachtverblijf verschaft. Onder een inrichting vallen in ieder geval hotels, campings, vakantiehuizen, bed & breakfasts, jachthavens en huisvestingsvoorzieningen waarin arbeidsmigranten verblijven. Artikel 2:37 Nachtregister 1. De houder van een inrichting die er zijn beroep van maakt aan personen nachtverblijf te verschaffen is verplicht een doorlopend register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht en dat is ingericht volgens een door de burgemeester vastgesteld model of een door de burgemeester ter beschikking gesteld systeem, bij te houden. 2. De houder van een inrichting is verplicht een in het eerste lid bedoeld register aan de burgemeester te kunnen overleggen op een door de burgemeester te bepalen wijze.

of derde lid. 6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a. 7. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:34a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - alcoholhoudende drank; - horecabedrijf; - horecalokaliteit; - inrichting; - paracommerciële rechtspersoon; - sterke drank; - slijtersbedrijf; - zwak-alcoholhoudende drank; dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. Artikel 2:35 Definitie In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft dan wel in verband met de uitoefening van beroep of bedrijf aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf verschaft. Onder een inrichting vallen in ieder geval hotels, campings, vakantiehuizen, bed & breakfasts, jachthavens en huisvestingsvoorzieningen. Artikel 2:37 Nachtregister 1. De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht bij te houden dat is ingericht volgens het door de burgemeester vastgestelde model. 2.

De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht, het in het eerste lid bedoelde register aan de burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar te overleggen op een door de burgemeester te bepalen wijze. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verplichte gebruik van het door de burgemeester vastgestelde model, wanneer wordt

Leeswijzer Groen is toegevoegde tekst (aangegeven in nieuwe tekst) Rood is vervallen tekst (aangegeven in bestaande tekst) Paars is gewijzigde tekst (aangegeven in beide teksten) Oranje is verplaatste tekst (aangegeven in beide teksten) voldaan aan alle voorwaarden uit het gemeentelijk beleid “Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Zaltbommel houdende regels omtrent handhaving van het digitaal nachtregister” of elke opvolger daarvan. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij het niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Leeswijzer Groen is toegevoegde tekst (aangegeven in nieuwe tekst) Rood is vervallen tekst (aangegeven in bestaande tekst) Paars is gewijzigde tekst (aangegeven in beide teksten) Oranje is verplaatste tekst (aangegeven in beide teksten) Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.

Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.

2. Het verbod is niet van toepassing op: a) een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;

2. Het verbod is niet van toepassing op: a) een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;

b) een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde.

b) een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde.

2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:80 Begripsbepaling huisvestingsvoorziening In deze afdeling wordt verstaan onder: - huisvestingsvoorziening: voor (tijdelijke) bewoning van arbeidsmigranten geschikt gemaakte woningen of gebouwen, delen daarvan, en al of niet tijdelijk - arbeidsmigranten: personen die hun vaste woon- of verblijfplaats in een ander Europees land dan Nederland hebben en op grond van een EUpaspoort of tewerkstellingsvergunning legaal in Nederland werkzaam zijn - exploitant: de natuurlijke persoon of personen, dan wel rechtspersoon of rechtspersonen die een huisvestingsvoorziening exploiteert - beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een

2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:80 Begripsbepaling huisvestingsvoorziening In deze afdeling wordt verstaan onder: - huisvestingsvoorziening: een gebouw of deel van een gebouw, dat bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, wordt verhuurd aan twee of meer personen die niet in het verband van een huishouden met elkaar samenleven; - exploitant: de natuurlijke persoon of personen, dan wel rechtspersoon of rechtspersonen die een huisvestingsvoorziening exploiteert - beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een huisvestingsvoorziening. - beheer: alle activiteiten van de exploitant/beheerder die gericht zijn op, dan wel verband houden met de

Leeswijzer Groen is toegevoegde tekst (aangegeven in nieuwe tekst) Rood is vervallen tekst (aangegeven in bestaande tekst) Paars is gewijzigde tekst (aangegeven in beide teksten) Oranje is verplaatste tekst (aangegeven in beide teksten) -

huisvestingsvoorziening. beheer: alle activiteiten van de exploitant/beheerder die gericht zijn op, dan wel verband houden met de bescherming van de belangen als bedoeld in artikel 2:83, tweede lid van deze verordening.

bescherming van de belangen als bedoeld in artikel 2:83, tweede lid van deze verordening.

Leeswijzer Groen is toegevoegde tekst (aangegeven in nieuwe tekst) Rood is vervallen tekst (aangegeven in bestaande tekst) Paars is gewijzigde tekst (aangegeven in beide teksten) Oranje is verplaatste tekst (aangegeven in beide teksten) Artikel 2:80a Vergunning huisvestingsvoorziening 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een huisvestingsvoorziening te exploiteren. 2. In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld: a) de persoonsgegevens en contactgegevens van de exploitant en van de beheerder; b) het adres van de huisvestingsvoorziening; c) het aantal personen dat in de huisvestingvoorziening verblijf wordt verschaft; d) de periode waarin in de huisvestingvoorziening aan de personen verblijf wordt verschaft; e) de totale woonoppervlakte die in de huisvestingvoorziening voor verblijf beschikbaar is;

Artikel 2:80a Verhuurdersvergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een huisvestingsvoorziening te exploiteren. 2. In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld: a) de persoonsgegevens en contactgegevens van de exploitant en van de beheerder; b) het adres van de huisvestingsvoorziening; c) het aantal personen dat in de huisvestingvoorziening verblijf wordt verschaft; d) de periode waarin in de huisvestingvoorziening aan de personen verblijf wordt verschaft; e) de totale woonoppervlakte die in de huisvestingvoorziening voor verblijf beschikbaar is; f)

f)

het aantal beschikbare parkeerplaatsen.

3. De aanvraag wordt gesteld op een formulier of een elektronische informatiedrager, ter keuze en regulering door het college. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

het aantal beschikbare parkeerplaatsen.

3. De aanvraag wordt gesteld op een formulier of een elektronische informatiedrager, ter keuze en regulering door het college. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10967214/4