CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Toelichting verordening tot eerste wijziging van de APV

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Verordening tot eerste wijziging van de algemene plaatselijke verordening Zaltbommel 20221.534 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting op de Verordening tot eerste wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Zaltbommel 2022

Algemeen Op 23 februari 2022 stelde de gemeenteraad de Algemene Plaatselijke Verordening Zaltbommel 2022 vast. Het model van de VNG dient daarvoor als basis. De VNG brengt regelmatig adviezen uit om de model-APV up to date te houden. Een aantal van deze voorgestelde wijzigingen is bij de vaststelling van de APV niet of niet helemaal meegenomen. In juli 2022 verscheen ook de zomerupdate van de model-APV. Het gaat concreet om de volgende adviezen:     

Ledenbrief 21/032 van 4 mei 2021 (https://vng.nl/brieven/alcoholwet-en-aanpassing-modelapv) VNG Nieuwsbericht van 18 juni 2021 https://vng.nl/nieuws/redactioneel-technischewijziging-model-apv VNG Nieuwsbericht van 23 juli 2021 (https://vng.nl/nieuws/laatste-informatie-naaraanleiding-van-de-motie-lachgas) VNG Nieuwsbericht van 17 september 2021 (https://vng.nl/nieuws/wijziging-model-apvover-woonoverlast) VNG Nieuwsbericht van 19 juli 2022 (https://vng.nl/nieuws/wijziging-model-apv-zomer2022)

Het gaat veelal om redactionele wijzingen of technische wijzingen als gevolg van nieuwe wetgeving of jurisprudentie.

Artikelsgewijs Artikel I A Op 1 juli 2021 trad de Alcoholwet in werking. In het opschrift van Hoofdstuk 2, Afdeling 5 staat nog de tekst “Drank- en horecawet”.

B en C Het landelijk lachgasverbod (wijziging van de Opiumwet) treedt op 1 januari 2023 in werking. Het landelijk verbod verbiedt het gebruik van lachgas niet expliciet: het is vooral bedoeld als een aanbodbeperkende maatregel. De APV en de Opiumwet hebben een ander motief: een lokale regeling in de APV om overlast als gevolg van het gebruik van lachgas tegen te gaan blijft daarom wenselijk. Het lachgasverbod is nu geregeld in artikel 2:54 van de APV, maar wordt ondergebracht in het “nieuwe” artikel 2:48a (artikel I sub B). Voor artikel 2:48a is namelijk een feitcode beschikbaar. Dat maakt handhaving eenvoudiger. Bij een overtreding hoeft een opsporingsambtenaar geen uitgebreid Proces Verbaal (een zogenaamd “tik-PV”) naar het Openbaar Ministerie te sturen. Artikel 2:54 kan daarom vervallen.

Artikel 2:48a, tweede en derde lid Een algemeen, voor de gehele gemeente geldend gebruiksverbod op lachgas, stuit op belangrijke juridische bezwaren en is vanuit het oogpunt van proportionaliteit ook niet te verdedigen. Daarmee zou er geen evenredigheid meer zijn tussen middel en doel en dat zou in strijd zijn met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom beperkt het verbod in het eerste lid zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik, die gepaard gaan met verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben. Bij de handhaving moet de gemeente kunnen aantonen dat genoemde situaties de oorzaak zijn van de overlast en dergelijke.

Op grond van het tweede lid kan het college openbare plaatsen aanwijzen waar het oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoring en dergelijke leidt. In het aanwijzingsbesluit moet het college motiveren waarom het verbod in dat specifieke gebied geldt (het belang van de openbare orde of bescherming van het woon- of leefklimaat). Uit politierapportages kan bijvoorbeeld blijken dat op bepaalde openbare plaatsen sprake is van aantoonbare en structurele overlast door lachgas. Het college kan – als dat afdoende lijkt te zijn – in het aanwijzingsbesluit opnemen dat het verbod op bepaalde tijden geldt, bijvoorbeeld tijdens de uitgaansavonden (derde lid).

D In de artikelen 2:60, eerste lid, 4:13, eerste lid, en 5:12 eerste lid, vervangen we ‘opheffing van overlast’ door ‘beëindiging van overlast’

E Artikel 2:61 is in model-APV vervallen.

F In artikel 2:73a, vierde lid, staat het college nadere regels kan vaststellen ten aanzien van carbid schieten. Van die bevoegdheid is gebruik gemaakt. In de nadere regels staat dat de maximale inhoud van de (melk)bus die gebruikt wordt voor het carbid schieten maximaal 40 liter mag zijn. Het verdient aanbeveling om dit in de APV te regelen en niet in de nadere regels.

Carbid schiet binnen de bebouwde kom is ongewenst en daarom vervalt de bevoegdheid van het college om gebieden binnen de bebouwde kom aan te wijzen waar met carbid geschoten mag worden. Tot slot is het derde lid anders vormgegeven om de leesbaarheid te vergroten. G

In artikel 2:79 van de APV is een zorgplicht opgenomen voor gebruikers en verhuurders van woningen om geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden te veroorzaken. De burgemeester kan op grond hiervan gedragsaanwijzingen geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen en aan verhuurders. Tot 1 januari 2021 was de gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Met de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) op 1 januari 2021 is die beperking vervallen. In verband hiermee is artikel 2:79 aangepast. Om woonoverlast beter tegen te gaan, geldt de zorgplicht voortaan in alle gevallen voor verhuurders van woonruimten. Dat betekent dat verhuurders zorgdragen dat de woningen die zij verhuren geen ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaken. Als de verhuurder zich niet of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder, kan de burgemeester direct een verhuurder aanspreken en hoeft de burgemeester daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Dit is wenselijk wanneer verschillende huurders van dezelfde verhuurder hinder hebben veroorzaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen.

De burgemeester kan dan dus – als ultimum remedium – direct aan een verhuurder een last onder bestuursdwang of dwangsom opleggen.

H en I Het gaat om redactionele wijzigingen. Op andere plekken in de APV (artikel 1:1, 2:24, 2:34a, 2:38b, 4:1 en 4:10) wordt de term “definities” gebruikt in plaats van “begripsbepaling(en)”.

J Om gewassen tegen vogels te beschermen wordt op een aantal plekken in de gemeente knalapparaten gebruikt. Daarvoor gelden de algemene regels van artikel 4:6C. Artikel 4:6D bevat algemene regels voor het gebruik van elektronische verjagingsmiddelen. Het gebruik hiervan is toegestaan: 

tussen 07.00 uur en 21.00 uur;

op een afstand >25 meter tot geluidgevoelige gebouwen en terreinen

als het verjagingsmiddel niet gericht is op geluidgevoelige gebouwen en terreinen.

Een bepaling over een maximaal toelaatbaar geluidsniveau op de gevel van geluidgevoelige gebouwen en terreinen ontbreekt. Dat kan theoretisch leiden tot onduldbare geluidhinder voor omwonenden. In de praktijk wordt nauwelijks gebruik gemaakt van elektronische verjagingsmiddelen. Er is één casus bekend waarbij omwonenden hinder ondervonden van het gebruik van deze middelen. Daar staat tegenover dat de eigenaar van de bewuste teeltgrond de periode waarbinnen het apparaat gebruikt mag worden weer te beperkt vindt: vogels (en andere dieren) eten vooral bij zonsopkomt en -ondergang. Overwogen is om artikel 4:6D aan te vullen met maximaal toelaatbare geluidsniveaus en de toegelaten tijden te wijzigen. We kiezen echter voor maatwerk. Afhankelijk van de teelt, de beschikbaarheid van alternatieve verjagingsmiddelen en omgevingsfactoren (onder andere de afstand ten opzichte van woningen van derden) kan elektronisch verjagen met ontheffing worden

toegestaan. We vallen dan terug op de algemene regeling van artikel 4:6 APV. Daarin staat dat het verboden is om met een apparaat voor de omgeving geluidhinder te veroorzaken. Het college kan van dat verbod ontheffing verlenen en aan die ontheffing (maatwerk)voorschriften verbinden. K De Afvalstoffenverordening Avri 2022 bevat regels over de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Het Algemeen Bestuur van AVRI stelt op 15 december 2022 een wijziging van deze verordening vast. Dan vervallen de bepalingen over: 1. het verbod om (huishoudelijke) afvalstoffen te storten; 2. het verbod om straatafval achter te laten buiten daarvoor geplaatste afvalbakken 3. het verbod om zich te ontdoen van autowrakken anders dan via de daarvoor aangewezen bedrijven.

Het verdient daarom aanbeveling om deze onderwerpen opnieuw in de APV op te nemen. Daarvoor gebruiken we de bepalingen (artikel 4:20 en 4:21) zoals die in de APV 2020 en in de Afvalstoffenverordening Avri 2022 stonden.

L Artikel 5:10 van de APV over het verbod om te parkeren anders dan op de rijbaan (‘bermparkeren’) vervalt. Zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) als het ministerie van Verkeer en Waterstaat vinden dat de bepaling in strijd is met hogere regelgeving, namelijk artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). In verband hiermee is feitelijke handhaving/strafbaarstelling onmogelijk en is de bepaling een dode letter en kan deze dus vervallen.

M Artikel 5:18, derde lid, aanhef vermeldt als laatste het woord “als” gevolgd door een opsomming (sub a tot en met c) Het derde lid, onder c, begint met “indien” en kan dus vervallen.

N Het gaat hier om een redactionele wijziging.

Artikel II Bij de vaststelling van de Algemene Plaatselijke Verordening Zaltbommel 2022 is de voorgaande versie (APV Zaltbommel 2021) niet ingetrokken. Die omissie herstellen we.

Artikel III

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de wijzigingsverordening. Onderdeel K is uitgezonderd, omdat de inwerkingtreding van de wijziging van de Afvalstoffenverordening afhankelijk is van de besluitvorming hierover in het Algemeen Bestuur. Besluitvorming daarover vindt op 15 december plaats en de inwerkingtreding is voorzien per 1 januari 2023.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12151299/1