Bijlage 2. Openbare versie Liquidatieplan GR PHTB definitief concept september 2021 (exclusief paragrafen 8, 9 en 10)
Tekst van het document
LIQUIDATIEPLAN GR PHTB -DEFINIIEF CONCEPT September 2021Bespreking DB: 30 september 2021 Bespreking AB: 30 september 2021 Daarna aanbieden aan de gemeenten, provincie en waterschap
Ê¿²©»¹» ¸»¬ ª»®¬®±«©»´·¶µ µ¿®¿µ¬»® ª¿² ¼» ·²¸±«¼ ª¿² °¿®¿¹®¿¿º èô ç »² ïðô ¦·¶² ¼·» ·² ¼»¦» ª»®-·» ª¿² ¸»¬ ´·¯«·¼¿¬·»°´¿² ²·»¬ ±°¹»²±³»²ÿ
2
Liquidatieplan GR PHTB Inhoudsopgave 1.
Aanleiding ................................................................................................. 4
2.
Opheffing gemeenschappelijke regeling .................................................... 6
3.
Betekenis van het liquidatieplan ................................................................ 7
4.
Archief en AVG ........................................................................................... 7
5.
Bestuurlijke verantwoordelijkheid ............................................................. 7
6.
Verantwoordelijkheid voor de uitvoering ................................................... 8
7.
Toekomstige samenwerking ...................................................................... 8
8.
Belangen van het personeel....................................................................... 9
9.
Overzicht grondeigendommen, rechten en verplichtingen ....................... 10
10.
9.1.
Inleiding ....................................................................................................... 10
9.2.
Wijze van verkopen van gronden ..................................................................... 10
9.3.
Grondeigendommen ....................................................................................... 10
9.4.
Rechten en verplichtingen die overgenomen moeten worden (april 2021) ............. 15
9.5.
Te verwachten rechten en verplichtingen die voor 31 december 2022 vervallen..... 22
9.6.
Pachten in 2021 ............................................................................................ 24
Berekening van het geprognotiseerde liquidatiesaldo .............................. 25 10.1.
Inleiding ....................................................................................................... 25
10.2.
............................................................................................... 25
10.3.
Kosten van de liquidatie ................................................................................. 25
10.4.
Het geprognotiseerde resultaat bij de jaarrekening 2022 .................................... 27
10.5.
Algemeen gehanteerde principe bij het verdelen van het liquidatiesaldo ............... 28
10.6.
Verdeling van liquidatiesaldo op basis van prognose september 2021................... 29
BIJLAGE 1: Formele stukken ten behoeve van liquidatie .................................. 30
3
1.
Aanleiding Om de tuinbouw in de Bommelerwaard ruimtelijk goed te verankeren en de sector een duurzame toekomst te bieden, hebben vier overheidspartijen (provincie Gelderland, gemeenten Maasdriel en Zaltbommel en waterschap Rivierenland) besloten te gaan samenwerken aan de herstructurering van de glastuinbouw in de Bommelerwaard. Hiervoor hebben ze in 2011 de Gemeenschappelijke Regeling Projectbureau Herstructurering Tuinbouw Bommelerwaard (GR PHTB) opgericht. In de afgelopen periode heeft dit projectbureau een groot deel van haar opgave gerealiseerd dan wel bijna afgerond. Omdat daarnaast het in standhouden van de Gemeenschappelijke Regeling kosten met zich meebrengt en bestuurlijk complex is, hebben de 4 betrokken overheidspartijen besloten om Berenschot opdracht te verlenen voor een evaluatie van de GR PHTB. Daarbij was de kernvraag om te bepalen of de huidige samenwerkingsvorm nog doelmatig en doeltreffend is in vergelijking met andere samenwerkingsvormen. De conclusie van het Berenschotrapport geeft aan dat er nog opgaven zijn op het vlak van de glastuinbouw die een sterke samenwerking behoeven. De opgaven zijn wel in de tijd veranderd en zou ook op een andere wijze gerealiseerd kunnen worden. Het opheffen van de GR PHTB is dan ook een begrijpelijke vervolgstap.
Berenschot adviseert om de samenwerking in de vorm van een centrumconstructie vorm te geven, waarbij één van de gemeenten de taken namens alle partijen als dienstverlening voor de andere partijen uitvoert. Dit advies is door het DB en AB van de GR PHTB voor kennisgeving aangenomen. De wijze van toekomstige samenwerking is onderdeel van dit proces om te komen tot opheffing van de GR PHTB. Op basis van dit rapport zijn door het DB van de GR nog een aantal aanvullende vragen gesteld die betrekking hebben op: - De groeivraag die er nog vanuit de tuinbouwsector is en in welke vorm we dit een plek gaan geven - Welke publieke werken nog uitgevoerd moeten worden en wanneer dat afgerond kan zijn - En als laatste hoe we de handhaving in het geheel een plek kunnen geven. De afgelopen tijd is genoeg informatie opgehaald om deze vragen te beantwoorden. Duidelijk is dat de sector nog een groeibehoefte heeft van ruim 100 ha waarbij ook veel oud glas voor nieuw glas wordt ingeruild. De tuinbouwsector heeft aangegeven dat zij hierin ruimte ziet voor meer marktwerking, mits de overheid het planologisch faciliteert. Ook wordt aandacht besteed aan handhaving. De restopgaven aan publieke werken die het PHTB (nog) wil uitvoeren, kan
4
Daarom is dit liquidatieplan opgesteld zodat binnen ongeveer twee jaar ook daadwerkelijk de liquidatie van de GR PHTB een feit is.
5
2.
Opheffing gemeenschappelijke regeling Indien het Algemeen Bestuur het principe-besluit neemt tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling dan start daarmee een bestuurlijk-juridisch traject voor opheffing van de regeling en een financieel-operationeel traject voor liquidatie. Het bestuurlijk-juridische traject voor opheffing is vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling en kent hierover bepalingen die samengevat op het volgende neerkomen: Algemeen Bestuur van het PHTB is bevoegd te besluiten tot opheffing van de regeling, nadat de deelnemende partijen hierover zijn gehoord. Algemeen Bestuur de financiële gevolgen van opheffing in een liquidatieplan. Algemeen Bestuur van het PHTB, de deelnemers gehoord hebbende, vastgesteld. plichtingen van het samenwerkingsverband over de deelnemende partijen te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
de regeling, in functie voor zover dit tot vereffening van het vermogen noodzakelijk is totdat de liquidatie is voltooid. Bij de vereffening wordt het liquidatieplan betrokken. De gemeenschappelijke regeling is beëindigd op het moment dat de liquidatie van de rechtspersoon volledig is afgewikkeld. Kortom: De colleges en via hen de gemeenteraden van Zaltbommel en Maasdriel, het Algemeen Bestuur van het Waterschap Rivierenland en Provinciale Staten van de provincie Gelderland krijgen op twee onderdelen kans hun zienswijze te geven in dit proces:: - Voor het formele besluit tot opheffing van de GR PHTB - Voor het vaststellen van liquidatieplan. Het Algemeen Bestuur betrekt de ingediende zienswijzen bij het definitieve besluit tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling en vaststelling van het liquidatieplan.
6
3.
Betekenis van het liquidatieplan Dit liquidatieplan beschrijft alle onderwerpen die geregeld moeten worden om de rechtspersoon (het openbaar lichaam Projectbureau Herstructurering Tuinbouw Bommelerwaard) te ontmantelen en de bestuurlijke en ambtelijke verantwoordelijkheden bij de liquidatie. Uitgangspunt van het liquidatieplan is per 31 december 2022 in liquidatie te gaan. Aangezien vaststelling is voorzien in 2021 betekent dat een financiële update gemaakt zal moeten worden. Het meest voor de hand liggend is dit te doen door op 31 december 2022 de jaarrekening op te gaan maken en het eerste kwartaal van 2023 te gebruiken om de GR daadwerkelijk te liquideren met als basis de jaarrekening 2022. Op deze wijze wordt de financiële update ook direct bestuurlijk geaccordeerd. Er zal een stappenplan (inclusief een notitie betreffende de werkzaamheden die conform de AVG dienen te worden verricht) worden gemaakt (als bijlage toegevoegd bij het definitieve besluit om de GR op te heffen) zodat duidelijk is welke werkzaamheden nog verricht moeten worden.
4.
Archief en AVG Het archief van de PHTB wordt conform de vereisten vanuit de archiefwet overgedragen aan de provincie Gelderland. Over actieve dossiers die door de gemeenten worden opgepakt worden verdere afspraken gemaakt over de overdracht van deze dossiers. Uiteraard is ook de AVG van toepassing bij het opheffen van de GR PHTB en zullen alle stukken conform de wet verwerkt moeten worden. Sommige stukken zullen gearchiveerd moeten worden, sommige stukken zullen uit oogpunt van privacy vernietigd moeten worden. Daartoe heeft de Functionaris Gegevensbescherming een notitie opgesteld hoe om te gaan met alle data die binnen de GR beschikbaar is. Dit zal integraal onderdeel worden van het stappenplan zoals genoemd in de vorige paragraaf.
5.
Bestuurlijke verantwoordelijkheid De gemeenschappelijke regeling regelt dat de bestuursorganen van het openbaar lichaam ook na het tijdstip van de opheffing in functie blijven, totdat de liquidatie is beëindigd. De hier bedoelde organen zijn: het algemeen bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter. Om rechtsgeldige besluiten te kunnen nemen is het van belang dat de formele opheffing van de gemeenschappelijke regeling pas een feit is op het moment dat de liquidatie volledig is voltooid. Het Algemeen Bestuur is uiteindelijk verantwoordelijk voor de liquidatie.
7
6.
Verantwoordelijkheid voor de uitvoering Onder verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur voert de directeur van het PHTB het liquidatieplan uit. De praktische uitvoering dient te gebeuren door de officemanager en de controller. De directeur legt verantwoording af aan het DB en het DB aan het AB.
7.
Toekomstige samenwerking Alle partijen hebben uitgesproken dat ze op inhoud daar waar nodig met elkaar willen blijven samenwerken. Allerlei vraagstukken in de Bommelerwaard vragen daar ook om. Daarbij is het vertrekpunt de eigen opgaven die spelen in het gebied en niet los van andere opgaven gezien kunnen en mogen worden. De ondernemers in het gebied verwachten een overheid waar ze van op aan kunnen en die voor hen faciliterend werkt. Alle partijen spreken ook uit dat dit van hen verwacht mag worden. Vanuit bovenstaand vertrekpunt kan een inhoudelijk visietraject gestart worden met de betrokken gemeenten, provincie, waterschap, bewoners, bedrijven en instellingen. De toekomstige wijze van samenwerking moet vanuit de inhoud worden benaderd. Bedoeling is dat de projecten die nog doorlopen na de opheffing van de GR PHTB (31.12.2022) met de daarbij behorende middelen worden overgedragen aan de betreffende gemeente of, indien het gronden betreft die een provinciaal doel hebben (bijvoorbeeld een provinciale weg), aan de provincie. Deze projecten worden door de gemeente respectievelijk de provincie voltooid. Het advies vanuit het PHTB is wel om een aantal maal per jaar als provincie, gemeenten en waterschap gezamenlijk te overleggen om te kijken naar de ontwikkelingen in het gebied en die met elkaar af te stemmen. Dit zowel op ambtelijk als ook op bestuurlijk niveau.
Invoering van de Omgevingswet vraagt ook om een integrale afstemming van de ontwikkelingen en betekent dat provincie, waterschap en gemeenten elkaar nodig hebben om ontwikkelingen te kunnen faciliteren.
8
BIJLAGE 1: Formele stukken ten behoeve van liquidatie De formele stukken van de GR geven hier richting aan. Het betreft: 1. De Samenwerkingsovereenkomst (SOK) d.d. 9 december 2009; 2. De GR tekst d.d. 6 september 2010, herzien september 2015; 3. Het Uitvoeringsconvenant (UC) d.d. 5 februari 2015. Ad 1: Relevante passages uit SOK tekst Art. 8 Financiën en risicoverdeling 8.1 Voorwaarde van partijen is een budgetneutrale (sluitende) exploitatie voor ieder deelgebied. Partijen dekken op voorhand tekorten af door de inzet van middelen van provincie, gemeenten en waterschap. Partijen maken bij oprichting van het Openbaar Lichaam concrete afspraken over de beschikbaarheid van middelen, eventuele voorwaarden en betalingsmomenten. 8.2 De business case voor de herstructurering van de glastuinbouw en paddenstoelenteelt In de Bommelerwaard laat een tekort zien van -
de eerste fase van
de herstructurering dekken de partijen zoals genoemd in art. 7 in totaal tekort af. Onder verwijzing naar artikel bb in de overwegingen nemen partijen voor het afdekken van het resterende deel van het tekort een zelfstandig besluit na afronding van de eerste fase. De UO dient daartoe ondermeer een verzoek bij de partijen. Het verstrekken van aanvullende kapitaalbijdragen zal het waterschap baseren op de door de UO te leveren tegenprestatie, dat wil zeggen de te leggen lengte natuurvriendelijke oevers in de vervolgfase(-n). 8.3 Indien uit het beleidsplan, jaarverslag en herziene grondexploitatie (zie art. 5.8 en 5.9) Een ernstig tegenvallend exploitatieresultaat bij het afsluiten van een deelgebied dan wel fase blijkt, onderzoeken partijen welke mogelijkheden de voorkeur heeft om het oplopende tekort te dekken zoals het bezuinigen op het uitvoeringsprogramma, het ter beschikking stellen van extra middelen, het ontwikkelen van rode functies (wonen en werken) en andere hier niet genoemde maatregelen en/of combinaties van het voornoemde maatregelen. 8.4 Partijen ontvangen jaarlijks een vergoeding vanuit de grondexploitatie voor de door hen geleverde diensten voor het projectbureau, welke jaarlijks door het Openbaar Lichaam zullen worden vastgesteld op basis van offerte.
De door de gemeenten geleverde diensten en dan met name de financiële vertaling daarvan, zien partijen ook als een vorm waarin de financiële bijdrage kan worden gerealiseerd ter afdekking van het tekort op de exploitaties, zoals genoemd in art. 7 en 8. 30
Ambtelijke vertegenwoordiging in het ambtelijke begeleidingsteam, uren van bestuurders en het ontwikkelen van flankerend beleid worden niet ten laste van de exploitatie gebracht. 8.5 Wanneer de UO de exploitatie van een deelgebied, de financiële bijdragen van provincie en gemeenten en waterschap daarin meegerekend, negatief afsluit, zullen de provincie een gemeenten de verliezen als volgt verdelen. Gelijkelijk tussen de gemeente Zaltbommel en de provincie voor zover het exploitaties betreft van deelgebieden binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Zaltbommel en gelijkelijk tussen de gemeente Maasdriel en de provincie voor zover het exploitaties betreft van deelgebieden binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Maasdriel. 8.6 Wanneer bij het afsluiten van een exploitatie van een deelgebied sprake is van een positief exploitatieresultaat, de financiële bijdragen van provincie en gemeente daarin meegerekend, zullen de partijen de winst uit die fase gelijkelijk verdelen conform de verdeling uit art. 8 lid 5. De winst wordt echter niet eerder uitgekeerd dan bij beëindiging van deze overeenkomst. Partijen zullen eventuele winst in zetten om de overige doelen van de herstructurering na te komen.
8.7 Aangezien de beoogde nieuw aan te leggen ontsluitingsroute voor het Maasdrielse paddenstoelencluster ook voor andere verkeersbewegingen dienst zal doen, zullen niet álle kosten van dit project ten laste komen van het project herstructurering glastuinbouw en paddenstoelenteelt. De provincie en de gemeente Maasdriel zullen nader overleggen welke kosten zij delen welke redelijkerwijs wél zijn toe te rekenen aan de ontsluitingsroute voor genoemde, positief bestemde bedrijven. 8.8 Het is essentieel dat (vracht)verkeer van en naar de glastuinbouwbedrijven tussen Zuilichem en Nieuwaal snel en veilig wordt afgewikkeld; hiervoor is een extra aansluiting op de N322 noodzakelijk. De gemeente Zaltbommel en de provincie Gelderland, als wegbeheerder, zullen nader bezien of deze nieuw aan te leggen rotonde aan de N322 tussen Zuilichem en Gameren bekostigd kan worden uit de grondexploitatie van de magneetlocatie Zuilichem. Art. 10 Inwerkingtreding en beëindiging van de overeenkomst 10.1 Deze overeenkomst treedt in werking met ingang van de datum van ondertekening door alle partijen van deze overeenkomst.
31
10.2 Deze overeenkomst eindigt zoals nu is voorzien op 1 januari 2020, echter pas:
Deze overeenkomst eindigt verder voor één of meerdere van partijen op het moment van uittreden uit het Openbaar Lichaam zoals bedoeld in artikel 5.1. Deze overeenkomst eindigt voorts indien een van de partijen na afronding van de eerste fase bedoeld in artikel 8.2 een besluit neemt geen verdere bijdrage te verstrekken, onverminderd het recht van de overblijvende partijen de samenwerking op grond van deze overeenkomst voort te zetten. Een besluit als bedoeld in de vorige volzin maakt de partij die niet verder wenst bij te dragen niet schadeplichtig jegens de andere partijen. 10.3 De, bij beëindiging van deze overeenkomst, niet aan private partijen of publieke partijen overgedragen gronden, worden verkocht waarna de opbrengsten uit verkoop gelijkelijk verdeeld wordt tussen de gemeente Zaltbommel en de provincie voor zover gronden betreft gelegen binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Zaltbommel en gelijkelijk tussen de gemeente Maasdriel en de provincie voor zover het gronden betreft gelegen binnen de gemeente grenzen van de gemeente Maasdriel.
32
Ad 2: Relevante passages uit GR tekst Artikel 20. Verdeling batig/nadelig saldo 1. Een batig saldo van de begroting of jaarrekening wordt toegevoegd aan de reserves. 2. Het Algemeen Bestuur beslist of een nadelig saldo van de begroting of jaarrekening: a.
geheel of gedeeltelijk ten laste van bestaande reserves zal worden gebracht; of
b.
geheel of gedeeltelijk ten laste van de deelnemende partijen zal worden gebracht met inachtneming van het daaromtrent bepaalde in de Samenwerkingsovereenkomst.
Artikel 21. Garantiebepaling ten behoeve van kredietverlening 1. De deelnemers van de gemeenschappelijke regeling zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Indien aan het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artt. 194 en 195 Gemeentewet of art. 104 Waterschapswet, respectievelijk een verzoek aan de Minister tot toepassing van de artt. 198 en 199 Provinciewet. Artikel 23. Toetreding 1. Het Algemeen Bestuur kan na een daartoe strekkend besluit van een bevoegd bestuursorgaan van een publiekrechtelijk lichaam of rechtspersoon besluiten over toetreding tot onderhavige regeling van andere dan de deelnemende partijen. Onverminderd het bepaalde in artikel 24 lid 2 is voor dit besluit de instemming van tweederde van de leden van het Algemeen Bestuur nodig. 2. De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op die, waarin door Gedeputeerde Staten van het besluit tot toetreding aantekening is gemaakt in de registers, als bedoeld in artikel 27 van de Wet. Artikel 24. Uittreding 1.
De deelnemende partijen kunnen op elk moment uittreden uit onderhavige regeling na een daartoe strekkend besluit van het bevoegde bestuursorgaan, doch niet eerder dan na afronding van de eerste fase van de herstructurering waarover in de Samenwerkingsovereenkomst afspraken zijn gemaakt. 2. Uittreding uit de regeling vindt plaats per 31 december van het betreffende kalenderjaar. 3. Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van ten minste drie maanden in acht genomen. 4. Een deelnemer die uit de regeling wenst te treden, maakt zijn voornemen tot uittreding schriftelijk kenbaar aan het Algemeen Bestuur en aan de overige deelnemers.
33
5. Na ontvangst van het in het vorige lid vermelde schrijven wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant opdracht verleend een liquidatieplan op te stellen als ware tot opheffing van onderhavige regeling besloten. Het Algemeen Bestuur stelt het liquidatieplan vast. Het liquidatieplan is bindend voor de uittredende deelnemer, met dien verstande dat dit geen grotere financiële verplichtingen mag bevatten dan die welke uit de Wet en de Samenwerkingsovereenkomst voortvloeien. 6. De kosten van het opstellen van het liquidatieplan komen voor rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden. 7. Indien als gevolg van uittreding slechts twee deelnemende partijen overblijven, heeft een besluit als bedoeld in het eerste lid opheffing van onderhavige regeling tot gevolg. Artikel 25. Wijziging en opheffing 1. De deelnemende partijen kunnen de regeling wijzigen als ten minste tweederde van de deelnemende partijen daartoe besluit. Het Algemeen Bestuur kan de deelnemende partijen daartoe gevraagd en ongevraagd voorstellen doen. 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid is voor een besluit tot wijziging van onderhavige regeling die leidt tot grotere financiële verplichtingen voor de deelnemende partijen dan die uit de Samenwerkingsovereenkomst voortvloeien, unanimiteit vereist. 3.
Het Algemeen Bestuur is bevoegd te besluiten tot het opheffen van onderhavige regeling. Voor dit besluit is de instemming van tweederde van de leden van het Algemeen Bestuur nodig. 4. Het Algemeen Bestuur maakt van de bevoegdheid in de vorige volzin slechts gebruik nadat de deelnemende partijen hierover zijn gehoord. 5. Ingeval een besluit tot opheffing volgens het derde lid is genomen, besluit het Algemeen Bestuur tot liquidatie en stelt het, gehoord de deelnemende partijen, een liquidatieplan vast. 6. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende partijen tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. Voorts voorziet het liquidatieplan in de regeling van de personele gevolgen. 7. Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan en blijft daartoe zo nodig ook na het tijdstip van opheffing in functie.
34
Ad 3: Relevante passages uit UC tekst Partijen komen overeen dat, in afwijking van artikel 8.5 van de SOK, de risicoverdeling bij een eventueel hoger exploitatietekort wordt gewijzigd. Dit tekort wordt niet langer gelijkelijk tussen de provincie en de betreffende gemeente verdeeld, maar verdeeld volgens de verdeelsleutel van het aanvullend tekort: 79% voor de provincie en 21% voor de gemeente; Artikel 12.2 (Beëindiging) De werking van onderhavig convenant eindigt zodra partijen dat overeenkomen en het DB van de GR PHTB hierover een besluit neemt. In principe zijn de afspraken in onderhavig convenant gekoppeld aan de 10-
35
36