Bijlage 2 Begroting 2023 VRGZ v1 0
Tekst van het document
Programmabegroting 2023 Meerjarenraming 2024-2026
Colofon Versienummer:
1.0
Datum:
01-04-2022
Status:
Definitief
Omslagfoto:
Jeroen Graat
Inhoudsopgave Voorwoord................................................................................................................................... 5 1
Inleiding ............................................................................................................................... 8 1.1 Leeswijzer begroting ..................................................................................................................... 8
2
Beleidsplan 2020-2023 ........................................................................................................ 10 2.1 Kernactiviteiten ........................................................................................................................... 10 2.2 Accenten ..................................................................................................................................... 12 2.3 Specifieke risico’s ........................................................................................................................ 14
3
Programma Crisis- en Rampenbestrijding ............................................................................ 18 3.1 Brandweer ................................................................................................................................... 18 3.2 Crisisbeheersing .......................................................................................................................... 19
4
Programma Regionale Ambulancevoorziening (RAV) ........................................................... 22 4.1 Ambulancezorg Gelderland-Zuid ................................................................................................ 22 4.2 Regionaal meerjarenbeleidsplan Ambulancezorg Gelderland-Zuid ........................................... 22 4.3 Kerngegevens ambulancezorg .................................................................................................... 24 4.4 Streefwaarden ambulancezorg ................................................................................................... 24
5
Paragrafen .......................................................................................................................... 26 5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................................ 26 5.2 Onderhoud kapitaalgoederen ..................................................................................................... 31 5.3 Financiering ................................................................................................................................. 31 5.4 Bedrijfsvoering ............................................................................................................................ 34 5.5 Verbonden partijen ..................................................................................................................... 36
6
Financiële begroting ............................................................................................................ 38 6.1 Baten en lasten Veiligheidsregio Gelderland-Zuid ...................................................................... 38 6.2 Baten en lasten Crisis- en Rampenbestrijding ............................................................................ 39 6.3 Baten en lasten Regionale Ambulancevoorziening..................................................................... 44 6.4 Uiteenzetting financiële positie .................................................................................................. 48 6.5 Stand en verloop voorzieningen en reserves .............................................................................. 50 6.6 Incidentele baten en lasten en structureel evenwicht ............................................................... 50 6.7 Investeringsplanning ................................................................................................................... 52
7
Bijlagen .............................................................................................................................. 55 7.1 Bijdragen deelnemende gemeenten .......................................................................................... 55 7.2 Baten en lasten per taakveld ...................................................................................................... 58 7.3 Begrotingswijzigingen 2022 ........................................................................................................ 64 7.4 Regionaal Beleidsplan 2020-2023 ............................................................................................... 67
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
3
7.5 Beleidsindicatoren ...................................................................................................................... 69 7.6 Financiële spelregels ................................................................................................................... 69 7.7 Begrippenlijst .............................................................................................................................. 80 7.8 Verklaring van afkortingen .......................................................................................................... 81
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
4
Voorwoord Voor u ligt de Programmabegroting 2023 van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ). In deze begroting staan de activiteiten beschreven die de veiligheidsregio in 2023 wil uitvoeren. Deze activiteiten zijn hoofdzakelijk gebaseerd op het Regionaal Beleidsplan 2020-2023 dat het Algemeen Bestuur na raadpleging van de gemeenteraden op 19 december 2019 heeft vastgesteld. De beschreven activiteiten zijn niet nieuw. De hoofdtaak van de VRGZ blijft het verzorgen van de operationele dienstverlening van brandweer en ambulancezorg, de meldkamer, het voorbereiden op en bestrijden van crises en rampen en het ondersteunen daarvan door Bedrijfsvoering. De hierna beschreven zes ontwikkelingen zijn voor een adequate dienstverlening van de VRGZ in 2023 belangrijk. Het streven is dat de nieuwe Meldkamer Oost-Nederland (MON) in Apeldoorn in het eerste kwartaal van 2023 operationeel is. Deze nieuwe meldkamer zal een belangrijk hulpmiddel zijn in de totale keten van hulpverlening aan onze inwoners en bedrijven. In aanloop naar die samenvoeging wordt het bestuur periodiek geïnformeerd over de voortgang en zullen voorstellen voor besluitvorming worden aangeboden. Verder treedt naar verwachting in januari 2023 de Omgevingswet in werking. Een grote operatie waaraan veel partijen samenwerken.
Door alle partijen wordt veel werk verzet om het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) in orde te krijgen. De totale transitieperiode loopt tot 2030. In 2022 en 2023 zal er aandacht zijn voor onder meer de uitwisseling van omgevingsdocumenten tussen relevante partijen en het integraal en juridisch houdbaar presenteren van regels. De brandweer krijgt hier als adviseur van gemeenten mee te maken. In 2022 zal meer duidelijkheid komen over de inhoudelijke invulling van de taakdifferentiatie bij de brandweer en de financiële consequenties daarvan. De Wet veiligheidsregio’s (Wvr) wordt op onderdelen mogelijk gewijzigd. Wat de inhoudelijke, organisatorische of financiële effecten hiervan zijn is nog niet bekend. In 2022 en 2023 verwacht de VRGZ hierover meer duidelijkheid te krijgen. Naast de reguliere dienstverlening is er ook aandacht voor klimaatverandering, duurzaamheid, data gedreven analyse en sturing, digitalisering van de maatschappij en bescherming van de eigen organisatie tegen cybercrime. Deze onderwerpen zullen steeds meer effect hebben op de bedrijfsvoering, de uitvoering van de dienstverlening en strategievorming van de VRGZ. Netwerksamenwerking zal steeds belangrijker worden. De samenwerking zal met wisselende partners zijn per thema. De VRGZ tracht de dienstverlening adequaat en volgens planning uit te voeren.
De bedrijfsvoering en operationele dienstverlening ervaren echter wel al langere tijd effecten van de coronacrisis. Op het moment van schrijven van dit voorwoord ziet het er naar uit dat het einde van de coronacrisis in zicht is. Hoe de coronacrisis zich in 2022 ontwikkelt en wat de mogelijke effecten daarvan op de dienstverlening van de VRGZ in 2023 zullen zijn is op dit moment niet met zekerheid te zeggen. Met
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
5
inachtneming van deze opmerking ligt nu een conceptbegroting voor waarin activiteiten zijn beschreven die we voornemens zijn uit te voeren. Overeenkomstig wat is beschreven in de Kaderbrief 2023 VRGZ wordt in de Programmabegroting 2023 slechts om een extra bijdrage gevraagd voor de afgesproken index van 0,60% (die is gebaseerd op door het bestuur vastgestelde standaard uitgangspunten) en de uitvoering van de duiktaak door de brandweer. De regio zit hierdoor financieel niet ruim in het jasje; het vet zit niet meer op de botten. Het bestuur kiest er voor om financieel scherp aan de wind te zeilen maar acht deze financiële ondergrens verantwoord zonder de primaire dienstverlening aan te hoeven tasten. Tot slot hebben de recente ontwikkelingen in de Oekraïne impact op de VRGZ en de organisatie krijgt hier op verschillende manieren mee te maken. Het Kabinet heeft zich begin maart 2022 tot de veiligheidsregio’s gericht om de opvang van Oekraïense vluchtelingen te coördineren en samen met de gemeenten te organiseren. Verder krijgt de VRGZ te maken met de gevolgen voor de veiligheid in het land en in de regio. Landelijk is in kaart gebracht welke thema’s een rol kunnen gaan spelen en dus actief gemonitord worden: energie-uitval (gas/elektra), digitale verstoring/cyber-security, uitval telecom en ICT, nucleaire dreiging, voedsel (schaarste) en crisiscommunicatie.
Meer hierover staat beschreven in paragraaf 5.1.2 Risico’s.
Het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
6
1 Inleiding
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
7
1 Inleiding 1.1 Leeswijzer begroting De begroting is als volgt opgebouwd: ▪
De activiteiten uit het Beleidsplan 2020-2023 (volgens de daarin benoemde accenten en risico’s) die in 2023 worden opgepakt;
▪
Crisis- en Rampenbestrijding (sector Brandweer en sector Crisisbeheersing);
▪
Regionale Ambulancevoorziening (RAV);
▪
Interne bedrijfsvoering.
In het tweede hoofdstuk wordt beschreven welke accenten uit het Beleidsplan 2020-2023 in 2023 worden opgepakt. Het beleidsplan omvat een periode van vier jaar en vormt de kapstok van de bestuurlijke stukken. De Programmabegroting 2023 is gebaseerd op dit beleidsplan en ook de tussentijdse rapportages worden daarvan afgeleid. In het derde en vierde hoofdstuk worden de jaarplannen van de twee programma’s van de veiligheidsregio weergegeven: Crisis- en Rampenbestrijding (sector Brandweer en sector Crisisbeheersing) en de Regionale Ambulancevoorziening. In hoofdstuk vijf en zes volgen de paragrafen en de financiële uiteenzetting.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
8
2 Beleidsplan
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
9
2 Beleidsplan 2020-2023 In december 2019 heeft het Algemeen Bestuur het Regionaal Beleidsplan voor de periode 2020-2023 vastgesteld. In het beleidsplan worden de kernactiviteiten van de veiligheidsregio, de accenten voor de betreffende beleidsperiode en een aantal specifieke risico’s benoemd. Dit hoofdstuk van de Programmabegroting 2023 volgt dezelfde indeling: eerst wordt kort ingegaan op de kernactiviteiten en daarna wordt bij elk van de vier geformuleerde accenten beschreven wat het uitgangspunt en doel is. Daarbij wordt aangegeven wat in het begrotingsjaar 2023 – de laatste jaarschijf van dit beleidsplan – gerealiseerd gaat worden (dit wordt in de programmahoofdstukken verder uitgewerkt). Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een korte beschrijving van de specifieke risico’s.
2.1 Kernactiviteiten Activiteiten Beleidsplan In het door het bestuur vastgestelde Regionaal Beleidsplan 2020-2023 (RBP) zijn de activiteiten beschreven die de VRGZ voornemens is uit te voeren. De coronacrisis heeft invloed op de voorgenomen planning van de activiteiten. Hieronder zijn de activiteiten weergegeven die vertraging hebben opgelopen of nog oplopen in verband met de forse inspanning voor de bestrijding van het coronavirus.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
10
Activiteit Regionaal Beleidsplan Kennisnetwerk versterken t.b.v. advisering en crisisbeheersing. Flexibele crisisorganisatie.
Organisatie voorbereiden op Omgevingswet.
Verwachte planning Start was gepland in 2021. Op basis van een eerste verkenning in 2021 start dit in 2022 met een doorloop naar 2023. Door de coronacrisis zijn vrijwel alle oefeningen in 2020 en 2021 vervallen. Daardoor is ook het oefenen op diverse crises met diffuse en bovenregionale effecten met andere regio’s, crisis- en ketenpartners, gemeenten, ministeries en Duitse collega’s niet of zeer beperkt mogelijk gebleken. De verwachting is dat dit onderdeel van de flexibele crisisorganisatie in 2022 en 2023 opgepakt wordt. De Omgevingswet treedt volgens de huidige planning op 1 januari 2023 in werking. Aanvullend aan de al gehouden opleidingen en trainingen wordt onderzocht wat in 2023 nog nodig is om aan de landelijke kwalificatieprofielen en normen te voldoen.
Samenhang Regionaal risicoprofiel en advisering gemeenten in relatie tot de Omgevingswet.
Op basis van het Regionaal risicoprofiel en de Omgevingswet wordt geïnventariseerd welke risico’s in de gemeenten (gaan) spelen en welke acties hierop nodig zijn. Door beperkte contactmogelijkheden is dit vertraagd.
Gedeelde visie op risico’s, advisering, toezicht en handhaving.
Voorbereidingen hiervoor zijn gestart in 2021. Dit wordt verder vormgegeven in 2022 en afhankelijk van besluitvorming geëffectueerd in 2023.
Informatiegestuurd werken (VIK) en dynamisch risicoprofiel. Zorgcoördinatiecentrum (ZCC).
De realisering van het Veiligheidsinformatie-knooppunt is vertraagd. Planning wordt aangepast naar 2022 en 2023. De pilot ZCC loopt door in 2022. Afhankelijk van de uitkomsten zal de ontwikkeling ervan in 2023 starten. Tabel 1: planning activiteiten
Tussenrapportage RBP over 2020-2021 In de vergadering van het Algemeen Bestuur op 16 december 2021 is het bestuur ter informatie een tussenrapportage Regionaal Beleidsplan 2020-2023 voorgelegd. De tussenrapportage geeft weer wat na de eerste twee jaar van de beleidsperiode de stand van zaken is ten aanzien van de in het RBP opgenomen activiteiten. De vertraging van activiteiten door de coronacrisis is daarin ook opgenomen.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
11
2.2 Accenten Samenwerking en afstemming Uitgangspunt De veiligheidsregio faciliteert een netwerk waarin met diverse partners wordt bekeken wat de trends en ontwikkelingen zijn op het terrein van veiligheid en wat deze betekenen voor de taakstelling, rol en verantwoordelijkheden van elke partij om een veilige samenleving zoveel mogelijk te borgen of om daarnaar terug te keren. Doel In 2023 zal de samenwerking en afstemming met partners worden versterkt en bestendigd. Wat gaan we doen in 2023? De volgende stappen worden bestendigd die in 2021 en 2022 in de samenwerking met gemeenten zijn gezet: ▪
beleids- en projectontwikkeling samen met gemeenten;
▪
een kaderbrief ingevoerd met digitale bijeenkomsten daarover voor raadsleden;
▪
door corona intensieve ambtelijke en bestuurlijke samenwerking die de verbinding structureel heeft versterkt.
Daarnaast wordt in 2022 en 2023 gewerkt aan de ontwikkeling van de rol als netwerkorganisatie. Bestaande en nieuwe partners hebben in dit netwerk een plek.
Risicogerichte benadering Uitgangspunt De risico’s en de mogelijke aantasting van veiligheid zijn niet overal hetzelfde. Een standaardaanpak van onveilige situaties past niet altijd en overal. Met een risicogerichte benadering wordt ingezet op díe maatregelen die het meest bijdragen aan risicoreductie en op een integrale aanpak van vraagstukken. Doel Aan de hand van die risicogerichte benadering wordt bekeken welke dienstverlening maatschappelijk, bestuurlijk en financieel proportioneel is. Wat gaan we doen in 2023? In de planning van het RBP zijn de meeste activiteiten vanuit het beleidsaccent ‘risicogerichte benadering’ gepland in 2020-2021 en met uitloop naar 2022 door de coronacrisis. De verwachting is dat een groot deel voor 2023 is afgerond, zoals de voorbereidingen op de Omgevingswet. In 2023 ligt naar verwachting de aandacht op het dynamisch regionaal risicoprofiel en het vertalen van regionale
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
12
risico’s in een zorgrisicoprofiel. Samen met gemeenten en omgevingsdiensten wordt het programma Risicobeheersing verder opgesteld in 2022 en aan het bestuur voorgelegd.
Weerbare samenleving Uitgangspunt In een weerbare samenleving kennen inwoners, werknemers, instellingen en ondernemers hun eigen verantwoordelijkheid voor de veiligheid in hun leefomgeving (eigen gedrag en voorbereidingen). Zij weten de weg om zich actief te laten informeren over veiligheidsrisico’s van gebouwen tot evenementenbezoek. Doel De weerbaarheid van de samenleving (inwoners, bedrijven, instellingen) in Gelderland-Zuid vergroten door kennisvermeerdering, vergroten zelfredzaamheid en burgerparticipatie. Het vertrekpunt is hierbij ‘veiligheid is van ons allemaal en iedereen is hulpverlener’. Wat gaan we doen in 2023? De activiteiten voor risicocommunicatie worden gecontinueerd en daarbij wordt aangesloten bij wat landelijk is of wordt ontwikkeld. Verder wordt er uitvoering gegeven aan activiteiten binnen het programma Brandveilig Leven, inwonersonderzoeken of informatie direct na incidenten. Door actief aan te sluiten bij het initiatief ‘Iedereen is hulpverlener’ wordt geprobeerd inwoners, bedrijven en instellingen aan te moedigen zich aan te melden als burgerhulpverlener of het aanmelden van een AED.
Een toekomstbestendige veiligheidsregio Uitgangspunt Zorgen dat de veiligheidsregio als organisatie toekomstbestendig is. Doel Een veiligheidsregio die voor de uitvoering van haar taken voorbereid is op de uitdagingen van de komende jaren. Wat gaan we doen in 2023? De verwachting is dat in 2023 vooral onderstaande twee onderwerpen invloed hebben op de activiteiten. Gevolgen evaluatie Wet veiligheidsregio’s De door de ministerraad ingestelde Commissie evaluatie Wet veiligheidsregio’s heeft onderzocht in hoeverre de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) bijdraagt aan de beheersing van risico’s voor burgers. En ook hoe de aanpak van crises aansluit op de nieuwe trends in crises, crisisbeheersing en brandweerzorg. Op diverse onderdelen heeft de commissie geadviseerd om de wet te wijzigen.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
13
Vooral op het onderdeel crisisbeheersing maar ook op brandweerzorg, GHOR, bevolkingszorg en crisiscommunicatie. Het advies met betrekking tot de GHOR heeft tot veel discussie geleid1. Nog onduidelijk is of dit opgevolgd wordt. In diverse gremia, waaronder een taskforce van de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV), worden de adviezen vertaald naar implicaties voor de praktijk. Uiteindelijk moeten deze worden gefaciliteerd via een nieuwe wet. Wanneer deze wet wordt verwacht is op dit moment nog onduidelijk. Doel is om nauw aangesloten te blijven bij de ontwikkelingen. Waar mogelijk wordt deze ontwikkeling naar de brandweer en (flexibele) crisisorganisatie vertaald, mede in het licht van de herziening van het Regionaal crisisplan 2020-2023. Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) De afgelopen jaren zijn in het land verschillende regionale meldkamers van de brandweer, politie, ambulancezorg en Koninklijke Marechaussee samengevoegd en worden zij één voor één aangesloten op een landelijke ICT-infrastructuur. Uiteindelijk komen er tien landelijke aan elkaar gekoppelde meldkamerlocaties. De meldkamer voor de VRGZ, die intussen als Meldkamer Arnhem-Nijmegen (MAN) op één locatie samenwoont met de meldkamer van Gelderland-Midden, gaat behoren tot de Meldkamer OostNederland.
Behalve MAN gaat die bestaan uit de al samengevoegde meldkamers van de Veiligheidsregio’s IJsselland en Noord- en Oost-Gelderland en de Meldkamer Twente. De samenvoeging staat gepland voor het eerste kwartaal van 2023. Met het oog op de samenvoeging informeert de projectorganisatie van Oost-Nederland voortdurend de betrokken besturen van de vijf veiligheidsregio’s. De Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS), onderdeel van de Nationale Politie, is verantwoordelijk voor het beheer van de meldkamer. De veiligheidsregio blijft verantwoordelijk voor een juiste invulling van de ambulance-, brandweer- en multidisciplinaire meldkamerfunctie. In april 2022 is aan het bestuur besluitvorming gevraagd over de samenwerking van meldkamers in OostNederland ten aanzien van brandweer en multidisciplinaire samenwerking.
2.3 Specifieke risico’s Hieronder worden de aanpak en activiteiten beschreven van de specifieke risico’s die benoemd zijn in het Regionaal Beleidsplan: cyberrisico’s, gevolgen criminaliteit voor de fysieke leefomgeving, de energietransitie en tot slot de effecten van extreem weer.
1
De commissie adviseert om de organisaties in de zorg primair zelf verantwoordelijk te maken voor de coördinatie van opgeschaalde geneeskundige hulpverlening. De commissie adviseert om de Algemeen Besturen van de veiligheidsregio’s in de nieuwe wetgeving verantwoordelijk te maken voor de regie op dit proces. Hiervoor is geen aparte GHOR-organisatie nodig.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
14
Cyberrisico’s In 2021, 2022 en 2023 is en wordt onderzocht of de VRGZ voldoende voorbereid is op cyberincidenten (cyberweerbaarheid) en is in beeld gebracht welke digitale risicovolle bedrijven in de omgeving aanwezig zijn: in feite beheersing van cyberrisico’s (cyberwaakzaamheid). Dit gebeurt in samenwerking met cruciale partners, bedrijven en instellingen. Daarnaast heeft een aantal gemeenten een regionale werkgroep digitale veiligheid opgericht waar de politie van het district en de sector Crisisbeheersing namens de VRGZ bij aansluiten. Deze werkgroep richt zich onder andere op cybercrime. In 2023 worden de gelegde relaties bestendigd en wordt nauw aangesloten bij de ontwikkelingen met betrekking tot cyberrisico’s.
Gevolgen criminaliteit voor fysieke omgeving In 2022 wordt samen met de gemeenten en politie verkend welke invloeden criminaliteit heeft op de fysieke leefomgeving en de veiligheid van de inwoners (bijvoorbeeld hennepteelt, dumping van drugsafval, plofkraak, brandstichting, xtc-laboratoria). Afhankelijk van de uitkomsten van deze verkenning worden in 2023 actiepunten opgepakt.
Energietransitie De energietransitie brengt nieuwe en onbekende risico’s met zich mee. In 2021 is het landelijke programma Veilige Energietransitie van start gegaan waar de VRGZ op aangesloten is. Het programma heeft tot doel om praktische handvatten te bieden waarmee geanticipeerd kan worden op de ontwikkelingen. De aandacht richt zich regionaal in eerste instantie op de meest voorkomende incidenten, namelijk de energiedragers in en om het huis. Ook in 2023 gaat het onder meer om: ▪
informeren en voorbereiden van burgers op de risico’s van energietransitie in en om het huis;
▪
werken aan de vakbekwaamheid en incidentbestrijding van de brandweer op het gebied van incidenten als gevolg van energietransitie;
▪
multidisciplinaire aspecten van energietransitie monitoren en vertalen naar de praktijk.
Extreem weer In 2021 heeft de VRGZ de gevolgen van extreem weer voor de regio geïnventariseerd en acties benoemd die nodig zijn om ons als organisatie, samen met gemeenten en partners, voor te bereiden op de mogelijke veiligheidseffecten van extreem weer. Daarbij gaat het vooral om het zoveel als mogelijk voorkomen van veiligheidsrisico’s en het adequaat bestrijden van incidenten. Acties voor 2022 en 2023 zijn onder meer: samenwerking met gemeenten en partners uitbreiden, vergroten van
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
15
bewustzijn en kennis, advisering aan de voorkant bij ruimtelijke ontwikkelingen, onderzoeken naar early-warning, preventie en bestrijden van natuurbrand.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
16
3 Programma Crisis- en Rampenbestrijding
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
17
3 Programma Crisis- en Rampenbestrijding De sector Crisisbeheersing vormt samen met de sector Brandweer het programma Crisis- en Rampenbestrijding. In de sector Crisisbeheersing zijn ook de taken en verantwoordelijkheden van de GHOR ondergebracht.
3.1 Brandweer Vrijwillige brandweer Operatie VLAM Eind 2021 is het project Operatie VLAM (Vrijwilligheid is van Levensbelang voor ons Allemaal voor nu en (over)Morgen) afgesloten. Dit heeft veel activiteiten opgeleverd om vrijwilligers te vinden, te binden en te boeien. Dit in co-creatie met gemeenten, werkgevers, burgers en vrijwilligers zelf. De activiteiten zijn en worden in 2022 verder uitgewerkt en structureel opgenomen in de bedrijfsvoering met wellicht een doorloop naar 2023. Taakdifferentiatie In 2018 is gebleken dat het stelstel van vrijwilligheid bij de brandweer niet in lijn is met Europese regelgeving. Om hieraan te voldoen is besloten een onderscheid te maken tussen vrijwilligers brandweer en beroepsbrandweer. In het overleg van het Veiligheidsberaad van juni 2021 met de minister van Justitie en Veiligheid is besloten een nieuwe ‘stuurgroep toekomstbestendig brandweerstelsel’ in te richten met als opdracht: de eerste bouwsteen van de denkrichting (geen vormen van verplichting voor vrijwilligers) te implementeren en om te onderzoeken wat andere wenselijke thema’s zijn voor een toekomstbestendig brandweerstelsel. De minister van Veiligheid en Justitie heeft in oktober 2021 aan de Tweede Kamer aangegeven dat na invulling van de eerste bouwsteen het bestaande systeem van vrijwilligheid bij de brandweer in Nederland wellicht in stand kan blijven.
In 2022 en 2023 zal blijken wat de exacte effecten van deze ontwikkelingen zijn voor de brandweer.
Brandweerzorgplan Het huidige Brandweerzorgplan basisbrandweerzorg is eind 2017 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Gestart wordt met een actualisering van het Brandweerzorgplan die in 2022 zijn beslag zal krijgen. Daarbij worden ook de landelijke ontwikkelingen op dit gebied meegenomen. Dit vernieuwde Brandweerzorgplan wordt in 2023 aan het bestuur voor besluitvorming voorgelegd. Afhankelijk van het besluit start de implementatie van de update ook in 2023.
Inzicht door data In de afgelopen jaren zijn al flinke stappen gezet in het verzamelen en analyseren van operationele data om beter te kunnen anticiperen op paraatheid en inzetbaarheid van vrijwilligers. In 2022 en
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
18
2023 wordt nog een extra impuls gegeven aan de doorontwikkeling van (geografische) operationele data en de analyse daarvan.
Splitsing HOvD/AGS Piketten Vanaf 2023 wordt het huidige piket van de Hoofdofficier van Dienst (HOvD) gesplitst in twee afzonderlijke piketten: HOvD en de Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS). De huidige HOvD’s worden nu voor zes verschillende operationele functies ingezet. Deze stapeling van functies is veeleisend en belastend, lastig te combineren met de beheersmatige taak en belemmert de instroom van nieuwe mensen. Omdat vooral de taken op het gebied van incidentbestrijding gevaarlijke stoffen specialistische kennis vergen en andere competenties vragen dan de overige taken, worden deze afgesplitst.
3.2 Crisisbeheersing GHOR De taken van de GHOR gaan in 2023 onverminderd door. Vanuit de coronacrisis is zichtbaar geworden hoe belangrijk de waarborging van zorgcontinuïteit is. Hiertoe heeft de GHOR de ketenbrede monitor ontwikkeld. Lessen uit deze crisis worden meegenomen in de stappen die we in 2023 samen met de zorgpartners gaan zetten. Netcentrisch werken kan via het Landelijk Crisismanagementsysteem Geneeskundige Zorg (LCMS-GZ) ook bijdragen aan het monitoren van de drukte in de zorg. De implementatiefase is in 2021 afgerond. De komende jaren staan in het teken van blijven opleiden, trainen en oefenen, van netwerken en van doorontwikkeling van dit instrument.
Evenementen De vraag om advisering bij evenementen neemt al jaren zodanig toe dat de werkzaamheden niet meer in lijn zijn met de beschikbare formatie. In het Regionaal Beleidsplan 2020-2023 is dan ook de ontwikkeling van de evenementenadvisering opgenomen. Aandachtspunt is de GHOR omdat de extra druk vooral op de medische advisering ligt, maar ook de multi-advisering is er onderdeel van. De ontwikkeling van een andere taakverdeling is gestart in 2021 en zal in 2022 en 2023 zijn uitwerking krijgen. Samen met de betrokken partners worden de mogelijkheden onderzocht waarbij gedacht kan worden aan beperken van advisering bij A-evenementen (met een relatief laag risico en een beperkte impact op de omgeving) en het aanscherpen van de coördinatie- en regierol vanuit de GHOR. Over de uitkomst zal in 2022 worden gerapporteerd.
Veiligheidsinformatie knooppunt In 2020 is een visie op het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) opgesteld die in 2021 is vertaald naar een ambitieniveau. In 2022 wordt het VIK vormgegeven. Het VIK begint met een basisstructuur Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
19
die in de jaren daarna verder ontwikkeld wordt. In 2023 zullen stappen worden gemaakt in deze doorontwikkeling en zal het samenspel met de meldkamer en het landelijke Knooppunt Coördinatie Regio-Rijk vorm krijgen.
Flexibele crisisorganisatie De flexibele crisisorganisatie bestaat uit een herkenbare hoofdstructuur met diverse mogelijkheden om flexibel in te spelen op het type ramp of crisis dat speelt. In 2022 worden deze flexibele mogelijkheden geïmplementeerd. In 2023 zal dit verder worden ingebed door flexibiliteit mee te nemen in onze opleidingen, trainingen en oefeningen.
Cyber Cyber, en daarbinnen digitale ontwrichting, is een continu proces. In 2023 wordt de in 2022 ingezette weg van het verkennen van de risico's (cyberwaakzaamheid) in onze regio vervolgd. Daarbij valt te denken aan risico’s bij ziekenhuizen, BRZO-bedrijven, vitale bedrijven en overige risicovolle bedrijven en instellingen. Met hen wordt het gesprek daarover aangegaan. Dit om beter voorbereid te zijn op onze rol in de cybergevolgbestrijding (oefenen met scenario’s, aandachtskaart opstellen). Vanaf 2023 moet de VRGZ voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), het normenkader voor alle overheden. Het voldoen aan deze norm is een vereiste om aangesloten te blijven op de landelijke systemen.
Regionaal risicoprofiel, beleidsplan en crisisplan 2024-2027 Conform de wettelijke verplichting worden nieuwe VRGZ-brede meerjarenbeleidsplannen opgesteld. Hiervoor wordt, net als de vorige keer, een interactief proces samen met diverse partners doorlopen. Een rondgang langs de gemeenteraden (met zienswijzen voor het beleidsplan) zal onderdeel uitmaken van dit proces.
Meerjarenbeleidsplan bevolkingszorg In 2022/2023 wordt door de samenwerkende gemeenten en de veiligheidsregio een nieuw meerjarenbeleidsplan gemeentelijke crisisbeheersing opgesteld. In dit meerjarenbeleidsplan wordt naast de regionale ambities ook zoveel mogelijk aangesloten bij landelijke ontwikkelingen zoals de voorgenomen wijziging van de Wet veiligheidsregio en de landelijke ambitieagenda bevolkingszorg van het Veiligheidsberaad.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
20
4 Programma Regionale Ambulancevoorziening
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
21
4 Programma Regionale Ambulancevoorziening (RAV) Het tweede programma bij de veiligheidsregio betreft de Regionale Ambulancevoorziening. In 2023 wordt aandacht besteed aan de hieronder genoemde onderwerpen. Vooraf wordt vermeld dat de effecten van de huidige coronacrisis op allerlei manieren voelbaar zijn binnen onze ambulancezorg. Er zijn continue bijstellingen van wat er, gelet op de huidige crisis, wel of niet mogelijk is. Dat geldt voor de manier waarop we moeten omgaan met onze patiënten, voor onze operationele prestaties en voor de ontwikkelingen die we met elkaar willen realiseren. Ook landelijk hebben ontwikkelingen vertraging opgelopen. Hierdoor zijn ontwikkelingen die gepland waren voor 2022 doorgeschoven naar 2023. Met de kennis van nu worden onderstaande ontwikkelingen beschreven.
4.1 Ambulancezorg Gelderland-Zuid Ambulancezorg Gelderland-Zuid (AZGZ) is een erkende gezondheidszorginstelling en voert haar werkzaamheden uit op grond van de door de Ministerie van VWS verstrekte ‘aanwijzing’ in het kader van de Wet ambulancezorgvoorzieningen. De Wet ambulancezorgvoorzieningen is ingegaan per 1 januari 2021. Het Kwaliteitskader Ambulancezorg dat per 1 januari 2020 geïmplementeerd is in de sector heeft een belangrijke plaats gekregen binnen de nieuwe Wet ambulancezorg. Daardoor is niet langer alleen de responstijd van de spoedurgentie maatgevend voor de geleverde kwaliteit van zorg. De ambulancesector ziet in een korte tijd veel veranderingen op zich afkomen. Door het groeiend aantal zorgvragers in combinatie met de politieke wens om de stijgende zorguitgave te drukken zullen veranderingen in het (acute) zorgsysteem de komende jaren noodzakelijk zijn. Behalve de stijgende vraag worden de zorgvragen ook steeds complexer. De Nederlander wordt namelijk steeds ouder maar niet per se gezonder. Hierdoor komt de acute zorgsector steeds verder onder druk te staan. Uiteindelijk zullen er landelijk besluiten genomen moeten worden om de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de zorg ook in de toekomst te kunnen waarborgen. Deze veranderopgave zal continue aandacht vereisen.
4.2 Regionaal meerjarenbeleidsplan Ambulancezorg Gelderland-Zuid De sector Ambulancezorg volgt het door het Algemeen Bestuur vastgestelde Regionaal Beleidsplan Ambulancezorg Gelderland-Zuid 2020-2023 om in te spelen op interne en externe ontwikkelingen die de sector Ambulancezorg op zich af ziet komen. Een aantal lopende ontwikkelingen en trajecten worden hieronder toegelicht.
Zorgcoördinatie en landelijke meldkamer organisatie Apeldoorn In het voorjaar 2020 hebben Ambulancezorg Gelderland-Zuid en Ambulancezorg Gelderland-Midden gezamenlijke toestemming gekregen om een pilot te starten over virtuele zorgcoördinatie. Beproefd
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
22
wordt hoe er meer coördinatie, samenwerking en uitwisseling van informatie plaats kan vinden zonder dat dit een fysieke samenvoeging van de Meldkamer Ambulancezorg en de telefonische triage van de huisartsenposten betekent. Waar de pilot aanvankelijk eind 2021 afgerond zou worden, is dit wegens de coronacrisis verlengd tot eind 2022. Deze ontwikkeling sluit aan op de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) in Apeldoorn. Specifieke aandacht vraagt de relatie tussen het Zorgcoördinatiecentrum (ZCC) en de opgeschaalde meldkamer en welke middelen waar ingezet gaan worden tegen welke kosten. Hierover wordt op landelijk niveau overleg gevoerd en in 2022 en 2023 zal uitvoering worden gegeven aan wat daarover is besloten.
Urgentieklassen herindeling Voor de juiste inzet van de verschillende vormen van ambulancezorg op de steeds grotere diversiteit aan zorgvragen en voor het beter kunnen afstemmen met de huisartsensector is de juiste urgentiebepaling van uiterst belang. De ambulancesector kent momenteel twee urgentieclassificaties voor spoedzorg (A1 en A2) en twee urgentieclassificaties voor geplande zorg (B1 en B2). De ontwikkeling van een landelijk eenduidige en optimale urgentieclassificatie is afgerond. Burgers met een zeer urgente zorgvraag zullen sneller ambulancezorg ontvangen. Centralisten krijgen meer tijd voor triage en ambulancezorgprofessionals worden gericht ingezet om onnodig dure (vervolg)zorg te voorkomen. Naar verwachting is begin 2022 het implementatieplan gereed en kan Ambulancezorg Gelderland-Zuid (AZGZ) een doorvertaling maken voor de eigen organisatie en de voorbereidingen treffen voor invoering in Gelderland-Zuid. Hierover zal aan het bestuur worden gerapporteerd.
Toekomstbestendig Ambulancezorg Gelderland-Zuid Zoals hierboven is opgesomd staan de ambulancesector en organisatie voor een groot aantal ontwikkelingen. De veranderende omgeving en andere eisen vragen om een andere organisatie die hier flexibel op in kan spelen. In 2021 is al veel geïnvesteerd in de transitie om te ontwikkelen naar een toekomstbestendige Ambulancezorg Gelderland-Zuid. Ook in 2022 zal er nog aandacht zijn voor deze transitie. Gezien de grootscheepse veranderingen in de acute zorg wordt ook de VRGZ geconfronteerd met veranderingen in de wijze van opleiden. In 2023 wordt CZO Flex Level geïntroduceerd. Dit is een flexibele manier van opleiden binnen de acute zorg. Dit gaat echter wel gepaard met de nodige wijzigingen in onze manier van opleiden en beoordelen.
Digitale gegevensuitwisseling Om in het heden en in de toekomst de zorg zoveel mogelijk op elkaar aan te laten sluiten is er de afgelopen tijd veel effort gestopt in digitale gegevensuitwisseling tussen ketenpartners. We zien hierin langzaam vooruitgang door verschillende (landelijke) pilots. Om de acute zorg goed te blijven waarborgen is deze digitale gegevensuitwisseling essentieel.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
23
Uitbreiding diensten Zoals onder paragraaf 4.1. vermeld stijgt de vraag naar ambulancezorg. AZGZ verwacht jaarlijks een productiestijging van circa 10%. Om te zorgen dat we dit in capaciteit op de weg en daarmee in spreiding en beschikbaarheid kunnen realiseren, moet AZGZ de organisatie verder uitbreiden. Met zorgverzekeraars zijn voor 2022 afspraken gemaakt om deze uitbreiding mogelijk te maken en dus zal in 2022 werving van personeel en verwerving van materieel plaatsvinden om deze diensten op de weg te zetten. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar paragraaf 6.3.1.
4.3 Kerngegevens ambulancezorg Kerngegevens Eenheden
Voorgenomen
Opkomstlocaties
4
Voorwaardenscheppende locaties
9
A-ambulances en B-ambulances
32
Mobiele Intensive Care Unit (MICU)
1
Rapid Responder voertuigen
4 Tabel 2: kerngegevens ambulancezorg
4.4 Streefwaarden ambulancezorg Streefwaarden Operationele inzetprestatie
Verwacht
A1-ritten ambulance
Ca. 12.000
A1-ritten binnen 15 minuten
95%
A1-ritten gemiddelde meldtijd
max. 1:40
A1-ritten gemiddelde opstarttijd
max. 0:45
A1-ritten gemiddelde rijtijd
6:30
A1-ritten gemiddelde responstijd
8:55
A2-ritten ambulance
Ca. 9.000
A2-ritten binnen 30 minuten
98%
Vakbekwaamheid Medewerkers met bekwaamheidsverklaring
100% Tabel 3: streefwaarden ambulancezorg
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
24
5 Paragrafen
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
25
5 Paragrafen 5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf komen de normering van de algemene reserve, het weerstandsvermogen en de weerstandscapaciteit aan de orde. Daarnaast worden de risico’s van de VRGZ beschreven. Voor het beleid omtrent weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt verwezen naar bijlage 7.6 Financiële spelregels.
Algemene reserve, weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit Programma Crisis- en Rampenbestrijding Algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding Bedragen * € 1.000,-
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Norm eigen vermogen is 5% van de baten
2.672
2.706
2.706
2.706
Algemene reserve rampenbestrijding
2.641
2.641
2.641
2.641
Percentage eigen vermogen van de baten
4,94%
4,88%
4,88%
4,88%
Tabel 4: algemene reserve C&R
Bestemde reserves worden niet meegenomen in deze toetsingstabel van het eigen vermogen. Het saldo van de algemene reserve is lager dan de norm van 5%. Indien positieve resultaten behaald worden geldt als uitgangspunt dat dit resultaat toegevoegd wordt aan de algemene reserve tot de bestuurlijke norm. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de benodigde capaciteit wordt gedekt door de beschikbare capaciteit (algemene reserve rampenbestrijding). De verwachte beschikbare weerstandscapaciteit is niet toereikend om de geïnventariseerde en gecalculeerde risico’s (zie paragraaf 5.1.2 Risico’s) te dekken. Naarmate de gecalculeerde risico’s zich daadwerkelijk voordoen treft de VRGZ hiervoor bezuinigingsmaatregelen of wordt de bijdrage van gemeenten hoger.
Programma RAV De reserve van de RAV ziet er als volgt uit: Reserve aanvaardbare kosten RAV Bedragen * € 1.000,-
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
De minimale norm is 10% van de baten
3.002
3.002
3.002
3.002
De streefwaarde is 15% van de baten
4.503
4.503
4.503
4.503
Reserve aanvaardbare kosten RAV
1.621
1.621
1.621
1.621
Percentage eigen vermogen van de baten
5,4%
5,4%
5,4%
5,4%
Tabel 5: reserve aanvaardbare kosten RAV
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
26
Cijfermatig haalt de Ambulancezorg GZ de minimale norm van 10% van de baten niet. Dit wordt veroorzaakt doordat de RAV de afgelopen jaren niet in staat is geweest structureel positieve resultaten te behalen. De bekostiging is in 2022 verbeterd ten opzichte van voorgaande jaren waardoor wordt verwacht dat de reserve op peil blijft. Echter een structurele verbetering ligt nog niet in de lijn der verwachting. De verwachte beschikbare weerstandscapaciteit (reserve aanvaardbare kosten RAV) is toereikend om de geïnventariseerde en gecalculeerde risico’s te dekken (zie paragraaf 5.1.2 Risico’s).
Risico’s In tabel 6 is een samenvatting van de risico’s met financiële omvang opgenomen. Bij de bepaling van de noodzakelijke risicocapaciteit is rekening gehouden met de weging van de verwachtingswaarde van de kans dat de risico’s zich voordoen. Bedragen *€ 1.000,-
Verwachtingswaarde afzonderlijke risico’s
Noodzakelijke risicocapaciteit VRGZ
Noodzakelijke risicocapaciteit C&R
Noodzakelijke risicocapaciteit RAV
Nieuwe wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s
3.507
2.582
2.142
440
Maatschappelijke risico’s
1.117
441
309
132
Economische risico’s
1.455
1.019
713
306
Middelen, organisatie, medewerkers en efficiency
3.169
1.694
1.186
508
Totaal
9.248
5.736
4.350
1.386
Tabel 6: samenvatting risico’s
Ten opzichte van vorig jaar hebben zich onderstaande mutaties voorgedaan. Vervallen risico’s Duiktaak Het Algemeen Bestuur heeft ingestemd met het voorstel om de dienstverleningsovereenkomst die tijdelijk met veiligheidsregio’s Gelderland-Midden en Brabant-Noord is aangegaan voor de inzet van hun duikteams in Gelderland-Zuid structureel te continueren. Ook heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de kostenuitzetting van € 130.000,- vanaf 2022 die deze overeenkomst met zich meebrengt. Verder is het Algemeen Bestuur voornemens om de uitzetting voor het jaar 2022 incidenteel te dekken uit het verwachte positieve resultaat van de jaarrekening 2021 van de VRGZ. Tot slot wordt (conform kaderbrief) in de conceptbegroting 2023 voor het jaar 2023 en volgende jaren het verzoek om een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage verwerkt. Het gecalculeerde bedrag in de risicobuffer kan daarmee vervallen.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
27
Rechtmatigheidsverantwoording In 2021 werd voorgesteld om in verband met de aanstaande rechtmatigheidsverklaring een Concerncontroller aan te stellen (deels gefinancierd door de GGD Gelderland-Zuid). Het Algemeen Bestuur is akkoord met het aanstellen van de Concerncontroller en de financiering uit de algemene reserve in 2022. Met ingang van de begroting 2023 wordt de controller structureel gedekt uit de per saldo lagere lasten als gevolg van de vastgestelde nieuwe regeling voor vrijwilligersvergoedingen.
HOvD en IM CoPI In 2021 zijn de piketpools HOvD en IM CoPI omgezet van vrije instroom naar piketdiensten. De financiële impact is inmiddels bekend en past binnen de financiële kaders.
Brandweerzorgplan De VRGZ heeft aan een update van het Brandweerzorgplan gewerkt. Het conceptprojectplan is afgerond. In het eerste kwartaal van 2023 wordt het plan bestuurlijk voorgelegd; de financiële consequenties zijn naar verwachting minimaal.
Nieuwe risico’s Wet- en regelgeving op het gebied van duurzaamheid In de organisatie wordt binnen de beschikbare budgetten rekening gehouden met duurzaamheid bij de aanschaf en gebruik van materiaal en middelen. Omdat de VRGZ een organisatiebreed visie en beleid wil ontwikkelen en aan nieuwe wet- en regelgeving moet voldoen is hieromtrent een projectgroep gestart. In 2022 volgt een bedrijfsanalyse wat er op het gebied van duurzaamheid al gebeurt en wat er nog ontbreekt. Vervolgens wordt de ambitie geformuleerd en in de tweede helft van 2022 wordt bekend of er financiële gevolgen zijn. Van twee onderwerpen staat al vast dat deze op korte termijn opgelost moeten worden: de vervanging van fluorhoudend schuim en het voldoen aan de wettelijke normering voor diesel motor emissie (DME). De kosten zijn niet te voorkomen omdat: ▪
▪
in het door de VRGZ gebruikte SVM (schuimvormend middel) fluorhoudend PFAS zit en dat is schadelijk voor mens en milieu. In 2025 wordt het gebruik van fluorhoudend schuim verboden. Daarom is het noodzakelijk dat de komende jaren een overgang wordt gemaakt van fluorhoudend SVM naar fluorvrij SVM. Naast het inkopen van nieuw fluorvrij schuim zal het fluorhoudende schuim moeten worden afgevoerd, materialen moeten worden aangepast op dit nieuwe schuim en brandweermedewerkers moeten extra worden getraind. De lasten hiervoor bedragen in totaal € 300.000,-; de wettelijke normering met betrekking tot diesel motor emissie (DME) is gewijzigd. Hierdoor is het noodzakelijk dat aanpassingen aan panden en/of materieel de komende tijd plaatsvinden. Deze aanpassingen zijn nodig om de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen te verminderen. Gezien de omvang van de aanpassing zal dit over meerdere jaren plaatsvinden. Uit een eerste onderzoek blijkt dat ongeveer € 150.000,- nodig is om te voldoen aan de nieuwe normering.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
28
Beide onderwerpen dienen opgelost te worden en aan het bestuur wordt voorgesteld om een bestemde reserve van in totaal € 450.000,- te vormen uit het positieve resultaat van 2021.
Prijsstijgingen Op basis van aankondigingen en signalen van leveranciers zullen prijzen in 2022 en 2023 hoger uitvallen dan de standaard indexering waar de VRGZ conform afspraak mee rekent. Prijsstijgingen bij materialen tot 20% zijn momenteel al merkbaar en ook de prijzen van energie stijgen fors. Op basis van de huidige tarieven is een stijging van 100% niet ondenkbaar (€ 750.000,-). Dit werkt door in veel andere producten en dienstverlening. Er is een reële kans dat verdere hogere prijsstijgingen bij materieel maar ook bij ingehuurde diensten zoals bij installatietechnische werkzaamheden zich voor gaan doen. Tegelijkertijd zijn de exacte gevolgen hiervan moeilijk in te schatten. Om deze twee redenen is in de risicobuffer rekening gehouden met dit risico.
Krapte arbeidsmarkt AZGZ In de hele breedte van de zorgsector zijn meer mensen nodig dan dat er beschikbaar zijn. Op dit moment is de AZGZ nog aantrekkelijk voor (potentiële) werknemers. Op termijn wordt rekening gehouden met een personeelstekort, met name in het geval van gunstige cao-aanpassingen voor verpleegkundigen. Overige risico’s Een aantal risico’s zijn niet vervallen, gewijzigd of nieuw, maar zijn wel relevant voor de VRGZ. Deze risico’s staan hieronder uiteengezet.
WNRA / taakdifferentiatie / toekomstbestendig brandweerstelsel Zie hoofdstuk twee voor een beschrijving van de ontwikkelingen.
ZCC De vorming van de Meldkamer Oost5 in Apeldoorn vordert. Een bijzonderheid daarbij vormt de totstandkoming van het ZCC van de VRGZ in samenwerking met de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden. Momenteel vindt landelijk overleg plaats over de financiering.
Vitaliteitsbeleid In 2021 zijn verschillende onderdelen van het vitaliteitsbeleid Fit naar de volgende fase uitgewerkt (zoals het fietsplan en het tweede loopbaanbeleid). In de loop van 2022 worden voorstellen aangeboden aan de OR en het GO.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
29
Ontwikkelingen Oekraïne Sinds 24 februari 2022 volgen de ontwikkelingen in Oekraïne elkaar in hoog tempo op. De Veiligheidsregio krijgt hier op verschillende manieren mee te maken. Het Kabinet heeft zich begin maart tot de veiligheidsregio’s gericht om de opvang van Oekraïense vluchtelingen te coördineren en samen met de gemeenten te organiseren. Hoe de rol van de VRGZ er precies uit gaat zien moet zich de komende periode nog uitkristalliseren. In financieel opzicht is op het moment van schrijven niet meer bekend dan de mededeling dat het kabinet van Rijkswege de kosten die gemaakt zullen worden, integraal zal vergoeden. Over de wijze van vergoeden zullen nadere afspraken worden gemaakt. In verband met deze uitspraak van de Tweede Kamer over de integrale vergoeding, is er geen bedrag opgenomen in de risicobuffer. Verder krijgt de VRGZ te maken met de gevolgen voor de veiligheid in het land en in de regio. Landelijk is in kaart gebracht welke thema’s een rol kunnen gaan spelen en dus actief gemonitord worden. De mate waarin een thema zich voordoet kan verschillen. De thema’s zijn: energie-uitval (gas/elektra), digitale verstoring/cyber-security, uitval telecom en ICT, nucleaire dreiging, voedsel (schaarste) en crisiscommunicatie. Tot slot kunnen de ontwikkelingen in Oekraïne de prijsstijgingen zoals hiervoor genoemd, versterken.
Corona In de hoofdstukken een tot en met vier van deze begroting is het effect beschreven dat de pandemie het afgelopen jaar had op de verschillende sectoren. Het is onbekend hoe de pandemie zich in de (nabije) toekomst precies ontwikkelt. Op het moment van dit schrijven ziet het er naar uit dat de coronacrisis haar einde nadert; de VRGZ bereidt zich op deze toekomst voor.
Kengetallen Onderstaande kengetallen zijn opgenomen conform Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De structurele exploitatieruimte is in 2022 t/m 2026 negatief doordat de vrijval van de bestemde reserve niet meegenomen wordt in de berekening van de kengetallen. Kengetallen
Realisatie 2021
Gew. Begr. 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Netto schuldquote
62%
66%
62%
62%
60%
59%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
62%
66%
62%
62%
60%
59%
Solvabiliteitsratio
10%
7%
5%
5%
5%
5%
1,78%
-1,14%
-1,60%
-0,05%
0,00%
0,00%
Structurele exploitatieruimte
Tabel 7: kengetallen
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
30
5.2 Onderhoud kapitaalgoederen Een overzicht van de geplande investeringen is opgenomen in paragraaf 6.7 Investeringsplanning. In het algemeen worden kapitaalgoederen van de VRGZ onderhouden en na afloop van de economische levensduur vervangen. De belangrijkste kapitaalgoederen betreffen de gebouwen. Ten behoeve van inzicht in de status van deze gebouwen, bestaande uit kazernes, standplaatsen en kantoorgebouwen is een Strategisch Plan Vastgoed en een Vervangingsplan vastgoed opgesteld. Het vervangingsplan geeft inzicht in het vervangen van panden in de periode 2021-2026 en een doorkijk naar 2026-2030. In dit plan zijn de uitgangspunten vastgelegd voor de gebouwen die in aanmerking komen voor vervanging in de komende vijf jaar. De vervanging vindt plaats volgens het Strategisch Plan Vastgoed en de Blauwdruk voor brandweerkazernes. Het Strategisch Plan Vastgoed VRGZ is in september 2020 vastgesteld door het Algemeen Bestuur en bestaat uit een huisvestingsvisie, een huisvestingsmodel, een analyse pandenportfolio en een huisvestingsplan. De strategische visie op huisvesting geeft een integrale invulling aan de strategische optimalisatie van de portefeuille en zorgt voor een kwalitatief goede ondersteuning van de bedrijfsprocessen van de VRGZ.
Het doel is om toekomstbestendige huisvesting te ontwikkelen die de strategie van de VRGZ koersvast en toekomstbestendig kan ondersteunen op basis van eenduidige normen en standaarden. In de blauwdruk zijn de uniforme uitgangspunten vastgelegd van een C-post van de brandweer (een onbemande post). Deze blauwdruk draagt bij aan efficiëntie, effectiviteit, duurzaamheid en eenduidigheid van nieuwe C-posten.
5.3 Financiering Beleid t.a.v. risicobeheer en financieringsportefeuille Risicobeheer Het verstrekken van leningen en garanderen van rente en aflossing van leningen is de VRGZ niet toegestaan. Financieringsportefeuille De hoeveelheid geld die nodig is voor de uitvoering van de verschillende taken van de organisatie wordt beheerd door de treasuryfunctie. Werkwijze, taken en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in het treasurystatuut. De VRGZ voert een risicomijdend beleid. Voor de VRGZ geldt het schatkistbankieren voor decentrale overheden. Dit houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse Staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
31
Rente en treasury In onderstaand renteschema worden de rentelasten, de toerekening aan taakvelden en het renteresultaat weergegeven (bedragen x € 1.000,-). Renteschema (bedragen * €1.000,-)
2023
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering
899
b. De externe rentebaten
0
Saldo rentelasten en -baten
899
c. De rente die aan taakvelden moet worden doorberekend/toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
0 899
d1. Rente over eigen vermogen
0
d2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
899
e. De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) (2,0%)
1.247
f. Renteresultaat op het taakveld treasury
-348 Tabel 8: renteschema
Kasgeldlimiet Het Ministerie van Financiën geeft aan welk bedrag mag worden gefinancierd met kortlopende geldleningen: de kasgeldlimiet. Als de kasgeldlimiet structureel wordt overschreden moet de kortlopende schuld worden omgezet in een langlopende schuld. Op basis van navolgend schema lijkt de VRGZ niet binnen de norm voor de kasgeldlimiet te blijven en zullen indien nodig langlopende leningen moeten worden aangetrokken.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
32
Kasgeldlimiet (bedragen * € 1.000,-)
1e kwt
2e kwt
3e kwt
4e kwt
Omvang begroting per 1 januari (is grondslag)
83.457
83.457
83.457
83.457
- in procenten van de grondslag
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
- in bedrag
6.843
6.843
6.843
6.843
- opgenomen gelden < 1 jaar
23.367
23.367
23.367
23.367
- schuld in rekening courant
0
0
0
0
- gestorte gelden door derden < 1 jaar
0
0
0
0
- ov. geldleningen niet zijnde vaste schuld
0
0
0
0
163
163
163
163
0
0
0
0
1.418
1.418
1.418
1.418
21.787
21.787
21.787
21.787
6.843
6.843
6.843
6.843
-14.944
-14.944
-14.944
-14.944
1 Toegestane kasgeldlimiet
2 Omvang vlottende korte schuld (+/+)
3 Vlottende middelen (-/-) - contante gelden in kas - tegoeden in rekening-courant - overige uitstaande gelden < 1 jaar Toets kasgeldlimiet 4 Totaal netto vlottende schuld (2 - 3) Toegestane kasgeldlimiet (1) Ruimte (+)/ Overschrijding (-) (1 - 4)
Tabel 9: kasgeldlimiet
Renterisiconorm Om ongewenste financiële gevolgen van rentewijzigingen te beperken geeft het ministerie ook een renterisiconorm aan. Deze renterisiconorm geeft de omvang van de schuld weer die in een jaar maximaal voor renteconversie in aanmerking mag komen. De uitkomst hiervan mag niet overschreden worden zodat een spreiding van de opgenomen leningen, looptijden en rente-aanpassingsdata en een eventueel hieruit voortvloeiende rentewijziging ontstaat.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
33
De VRGZ blijft binnen de norm van de Wet Fido2. Renterisiconorm (bedragen * € 1.000,-)
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
0
0
0
0
1
Renteherziening
2
Aflossingen
8.943
0
3.150
0
3
Renterisico (1+2)
8.943
0
3.150
0
4
Renterisiconorm
16.691
0
0
0
5a Ruimte onder renterisiconorm
7.748
0
-3.150
0
5b Overschrijding renterisiconorm
0
0
0
0
Berekening renterisiconorm 4a Begrotingstotaal (lasten + stortingen reserves) 4b Percentage regeling
83.457 20%
Renterisiconorm (4a x 4b)
16.691 Tabel 10: renterisiconorm
5.4 Bedrijfsvoering In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de taken waarvoor binnen de begroting geen afzonderlijk programma is opgenomen. Het gaat dan om de wijze waarop de bedrijfsvoering plaatsvindt en een korte beschrijving van de ontwikkelingen die daarop van invloed zijn.
Ambtelijke organisatie De VRGZ wordt geleid door een directie bestaande uit twee leden: een directeur sector Crisisbeheersing en Bedrijfsvoering en een directeur sector Brandweer-, Ambulancezorg en Meldkamer. De GHOR (onderdeel van de sector Crisisbeheersing) wordt inhoudelijk aangestuurd door de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) die tevens directeur is van de GGD Gelderland-Zuid.
Besturing Managers van sectoren en afdelingen zijn verantwoordelijk voor zowel de inhoud van hun beleidsterreinen als voor de budgetbeheersing om hun taken uit te voeren. Zij opereren als integraal manager en zijn dus naast genoemde inhoudelijke aspecten ook verantwoordelijk voor alle PIOFACHtaken (personeel, informatievoorziening en ICT, organisatie, financiën, administratie, communicatie en huisvesting). Dit alles wordt uitgevoerd binnen de door het Algemeen Bestuur en directie vastgestelde (financiële) beleidskader. De directie ziet erop toe dat de ambtelijke organisatie integer handelt, de bestuursbesluiten goed uitvoert en bevordert de onderlinge samenwerking en
2
Wet Financiering decentrale overheden Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
34
samenhang tussen de sectoren en afdelingen en met de externe partners ten behoeve van integrale advisering aan het bestuur en de operationele taakuitvoering.
Informatiemanagement en ICT De Wet Open Overheid (Woo) treedt per 1 mei 2022 in werking. Deze wet is enerzijds gericht op het actief openbaar en toegankelijk maken van overheidsinformatie en anderzijds op het verbeteren van vindbaarheid, uitwisselbaarheid en archivering. De wet vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het grote verschil met de Woo is vooral de actieve openbaarmaking van overheidsinformatie en de verplichte ordening digitale informatiehuishouding. De Woo gaat impact hebben op de processen in de gehele organisatie. Maar zal ook specifiek voor de afdeling Informatievoorziening impact gaan hebben. Welke impact dit is wordt in 2022 onderzocht en inzichtelijk gemaakt.
Vastgoed- & Facility Management De afdeling Vastgoed- & Facility Management voert het beheer over veertig VRGZ- en eenentwintig GGD-gebouwen, inclusief bijbehorende terreinen. Huisvesting De verwachting is dat in 2023 een nieuwe ambulancepost in Tiel wordt opgeleverd. Ook zal in dat jaar een start worden gemaakt met de vervanging van een brandweerpost in Varik en worden de voorbereidingen getroffen voor een brandweerpost in Lienden. Een grote renovatie van de voertuigstalling en aangrenzende delen in Multipost Nijmegen zal plaatsvinden zodat het pand voldoet aan de hedendaagse eisen. Duurzaamheidswerkzaamheden vinden plaats daar waar mogelijk, waarbij rekening gehouden wordt met de 50% reductie van CO2 die door de overheid is bepaald. In 2023 vindt een nieuwe schouw plaats voor alle panden in de regio om het meerjarenonderhoudsplan te herijken. Doelstelling hierbij is om enerzijds de onderhoudskosten te blijven beheersen en anderzijds het primair proces maximaal te ondersteunen. Inkoop In 2021 heeft het Algemeen Bestuur het inkoopbeleid vastgesteld. Ook is een verbeterplan opgesteld met een groot aantal aanbevelingen die noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering en beheer van de inkoopfunctie. De noodzakelijke acties zijn nodig om het gewenst ambitieniveau te bereiken in de komende jaren. Het inkoopproces wordt daarmee geprofessionaliseerd.
Dit draagt bij aan de rechtmatigheid, doelmatigheid en het bereiken van de organisatiedoelstellingen.
Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
35
Finance & Control Rechtmatigheid De voorbereidingen ten aanzien van de rechtmatigheidsverklaring die vanaf 2022 overgaat van de accountant naar het Dagelijks Bestuur zijn uitgevoerd. In 2021 is een risicoanalyse opgesteld. Deze risicoanalyse is gebaseerd op een combinatie van de financiële omvang van een proces en het ingeschatte risico op een materiële onjuistheid of fout. Op basis daarvan is het interne controleplan herzien en uitgevoerd. De aandachtspunten die daaruit zijn gekomen worden in 2022 en 2023 opgepakt en in de reguliere P&C-cyclus ingebed.