CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.9 rapportage aanvullend ecologisch onderzoek

Raadsvergadering 18 april 2024, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan Gameren, Hendrikstraat achter 213.006 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend ecologisch onderzoek Rugstreeppad & alpenwatersalamander Hendrikstraat te Gameren (2110/166/BBE-01, versie 1)

documentkenmerk: 2110/166/BBE-01, versie 1

Aanvullend ecologisch onderzoek rugstreeppad & alpenwatersalamander

in opdracht van Woningstichting De Kernen T.a.v. de heer P. Meeuwis Postbus 13 5320 AA HEDEL betreffende locatie Hendrikstraat Gameren documentkenmerk 2110/166/BBE-01 versie 1 vestiging Nuenen datum 10 oktober 2022

opgesteld door: B. Bergkamp MSc & I. Kamps MSc

gecontroleerd door: dr. E.M.R. Robert

Projectleider ecologie

Senior projectleider ecologie

Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/disclaimer/29-04-2021/

Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Breda >> Neer >>

I.

www.tritium.nl

Nuenen >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 2110/166/BBE-01, versie 1

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

2

Plangebied en planvoornemen

2

3

Rugstreeppad onderzoek

3

3.1

Onderzoeksinspanning

3

3.2

Waarnemingen en resultaten

3

3.3

Bespreking van de resultaten

4

3.3.1

Rugstreeppad

4

3.3.2

Steenuil

4

3.3.3

Vleermuizen

4

4

Alpenwatersalamander onderzoek

5

4.1

Onderzoeksinspanning

5

4.2

Waarnemingen en resultaten

5

4.3

Bespreking van de resultaten

5

5

Conclusies

7

5.1

Conclusies aanvullend ecologisch onderzoek

7

5.2

Zorgplicht

7

5.2.1

Definitie zorgplicht

7

5.2.2

Negatieve effecten voorkomen – algemene maatregelen

7

5.2.3

Negatieve effecten voorkomen – soortgerichte maatregelen

8

5.2.4

Acties bij aantreffen beschermde soorten

9

5.3

Eindconclusie

9

6

Literatuurlijst

10

documentkenmerk: 2110/166/BBE-01, versie 1

1 Inleiding Uit de eerder uitgevoerde quickscan flora en fauna (Tritium Advies, documentkenmerk: 2108/058/EH-01, versie 0 d.d. 19 oktober 2021) is gebleken dat de onderhavige planlocatie aan de Hendrikstraat te Gameren geschikt is als leefgebied voor de rugstreeppad. Daarnaast is er tijdens het rugstreeppadonderzoek de alpenwatersalamander aangetroffen, waardoor er ook aanvullend onderzoek naar de alpenwatersalamander is uitgevoerd. Omdat het plan is om nieuwbouw te realiseren, worden mogelijk voortplantings- en rustplaatsen van de rugstreeppad en alpenwatersalamander aangetast. Om deze reden is aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd naar bovengenoemde soorten in de daarvoor geschikte onderzoeksperiodes, conform het beschikbare kennisdocument van de BIJ12 en het soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus. Door het hanteren van het kennisdocumenten en de goedgekeurde inventarisatiemethodes kan bij een eventuele zienswijze worden aangetoond dat de noodzakelijke onderzoeksinspanning is verricht.

pagina 1 van 10

documentkenmerk: 2110/166/BBE-01, versie 1

2 Plangebied en planvoornemen In opdracht van Woningstichting De Kernen is aanvullend onderzoek naar de rugstreeppad en de alpenwatersalamander uitgevoerd voor het braakliggend terrein en de aangrenzende watergang aan de Hendrikstraat te Gameren (figuur 1). Het voornemen bestaat om op de locatie nieuwbouw te realiseren. Er zullen drie woonblokken met rijtjeshuizen inclusief tuinen, parkeerplaatsen en plantsoen worden gerealiseerd. De oppervlakte van het plangebied bedraagt 7.978 m2. Er is geen bebouwing of bestrating binnen het plangebied aanwezig. Het plangebied bevindt zich aan de westzijde van het dorp Gameren en is aan de westzijde omgeven door glastuinbouw. Aan de oostzijde liggen agrarische percelen met woningen.

Figuur 1: Kaart met aanduiding van het plangebied (rood omlijnd) in zijn huidige situatie.

pagina 2 van 10

documentkenmerk: 2110/166/BBE-01, versie 1

3 Rugstreeppad onderzoek De rugstreeppad (Bufo calamita) en zijn voortplantings- en rustplaatsen zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming. De rugstreeppad kent drie typen verblijfplaatsen: de wateren waar de eieren worden afgezet, de plekken waar ze in de actieve periode verblijven en de plekken waar ze overwinteren. De aanwezige bandensporen met stilstaand water en de omliggende vergraafbare bodem binnen het plangebied zoals aangetroffen tijdens de uitgevoerde quickscan flora en fauna (veldbezoek op 7 oktober 2021) zijn geschikt als voortplantings- en rustplaats voor de rugstreeppad die in de omgeving van het plangebied voorkomt. Om deze reden dient de mogelijke functie van het plangebied voor deze soort nader te worden onderzocht. Het aanvullende onderzoek naar de rugstreeppad is uitgevoerd conform het beschikbare kennisdocument van de BIJ12 (2017) en het soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus (2017).

3.1

Onderzoeksinspanning

Voor het aanvullend onderzoek naar de rugstreeppad zijn drie avondbezoeken uitgevoerd in de periode van half april tot en met mei. Deze bezoeken waren gericht op roep/kooractiviteit. Een vierde veldbezoek is in juli uitgevoerd en was gericht op het lokaliseren en bemonsteren van voortplantingswater op de aanwezigheid van ei-snoeren en larven. Dit onderzoek is uitgevoerd door één (overdag) of twee (avond) ecologen overdag en op relatief warme, windstille avonden en nachten voor een periode van anderhalf tot twee uur vanaf één uur na zonsondergang. In tabel 1 is een overzicht weergegeven van de weersomstandigheden en de start- en eindtijden per veldbezoek. Tabel 1: gegevens veldbezoeken. datum

temperatuur windkracht (°C)

25-04-2022

neerslag

zonsondergang

starttijd

eindtijd

(Bft) 9

duur

Type onderzoek

(uur) 1

overdag

20:52

21:55

23:55

2

kooractiviteit

21:29

22:30

00:00

1,5

kooractiviteit

21:43

22:45

00:45

2

kooractiviteit

n.v.t.

13:30

14:15

0,75

lokaliseren en

enkele buien 19-05-2022

14

2

overdag enkele buien

31-05-2022

11

1

overdag buien

01-07-2022

20

3

droog

bemonstering voortplantingswater op larven en eisnoeren met schepnet

3.2

Waarnemingen en resultaten

Tijdens de veldbezoeken zijn geen rugstreeppadden aangetroffen binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Wel zijn er tijdens het tweede veldbezoek op 31 mei 2022 groene kikkers (Pelophylax spec.) in de sloot rondom het plangebied gehoord en zijn er twee egels (Erinaceus europaeus) waargenomen. Tijdens de avondbezoeken zijn er foeragerende/verplaatsende vleermuizen waargenomen boven de watergang op de zuidelijke grens.

pagina 3 van 10

documentkenmerk: 2110/166/BBE-01, versie 1

Tijdens het eerste veldbezoek op 25 april zijn in de omgeving van het plangebied op diverse tijdstippen steenuilen gehoord vanuit oostelijke, zuidelijke en westelijke richting. Er zijn geen steenuilen gehoord of waargenomen binnen het plangebied en er werden ook geen sporen binnen het plangebied aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van de steenuil. Voorafgaand aan het eerste veldbezoek op 25 april 2022 was het perceel recentelijk omgeploegd. Dit was niet het geval tijdens het veldbezoek op 7 oktober 2021 dat kaderde in de uitgevoerd quickscan flora en fauna. Het perceel bestond tijdens de quickscan uit grasland met lokaal bandensporen met stilstaand water en de omliggende vergraafbare bodem. Door het ploegen was de vegetatie plaatselijk verwijderd en was de bodem onregelmatig verdeeld.

3.3 Bespreking van de resultaten 3.3.1 Rugstreeppad De rugstreeppad is niet aangetroffen binnen het plangebied. Er werden geen eisnoeren, larven, individuen, koorgeluid of sporen waargenomen tijdens de uitgevoerde veldobservaties. Het planvoornemen daarom geen negatief effect op deze beschermde soort.

3.3.2 Steenuil De steenuil is auditief waargenomen in de omgeving van het plangebied. Volgens Waarneming.nl bevindt er zich een broedend koppel steenuilen aan de Hendrikstraat 8. De eigenaar van deze locatie geeft aan dat de daar aanwezige nestkast in gebruik is sinds maart 2022. Het zuiden van het plangebied valt gedeeltelijk binnen het territorium (200 meter radius) van de nestlocatie. Echter vormt het plangebied geen onderdeel van de functionele leefomgeving van de steenuil door de afwezigheid van natuurlijke dekking (struwelen) en rustplaatsen (bv. bomen en paaltjes). Overigens zijn er geen sporen (braakballen, veren & uitwerpselen) binnen het gebied aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van de steenuil. Daarnaast is de directe omgeving rondom de nestkast geschikter als leefgebied door de aanwezigheid van grasland, struwelen, knotwilgen en paaltjes. Het planvoornemen daarom geen negatief effect op deze beschermde soort.

3.3.3 Vleermuizen Vleermuizen maken gebruik van de watergang op de zuidelijke grens van het plangebied als vliegroute. De sloot zal niet worden aangetast als gevolg van het planvoornemen. Er dient echter wel voorkomen te worden dat er lichtverstoring plaatsvindt tijdens de aanleg- en gebruiksfase. Eventuele extra belichting van de werkzaamheden moet tijdens de schemering en ’s nachts uitgeschakeld zijn, dient enkel op lage hoogte geplaatst te worden en moet gericht zijn op de werkzaamheden en niet op de omliggende watergangen. Uitstraling kan vermeden worden door de lampen te voorzien van afschermkappen. Tevens kunnen er lampen met een lage lichtfrequentie worden gebruikt. Op die manier zullen geen dieren verstoord worden.

pagina 4 van 10

documentkenmerk: 2110/166/BBE-01, versie 1

4 Alpenwatersalamander onderzoek De alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris) en zijn functionele leefomgeving zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming. De leefomgeving van de alpenwatersalamander bestaat uit (voortplantings)oppervlaktewater en een winterverblijfplaats op het land. Tijdens het rugstreeppadonderzoek is de alpenwatersalamander aangetroffen in de watergang die grenst aan het plangebied. Om deze reden dient de mogelijke functie van het onderzoeksgebied voor deze soort nader onderzocht te worden. Het aanvullende onderzoek naar de alpenwatersalamander is uitgevoerd conform het soortinventarisatieprotocol van Netwerk Groene Bureaus (2017).

4.1

Onderzoeksinspanning

Voor het aanvullende alpenwatersalamanderonderzoek zijn twee veldbezoeken uitgevoerd in de periode van juli tot en met augustus. De inventarisaties vonden plaats op 1 juli en 25 augustus 2022. Hierbij is het oppervlaktewater bemonsterd met een schepnet om de 10 meter. Dit onderzoek is overdag door één ecoloog uitgevoerd. In tabel 2 is een overzicht weergegeven van de weersomstandigheden en de start- en eindtijden per veldbezoek. Tabel 2: gegevens veldbezoeken. datum

temperatuur windkracht (°C)

01-07-2022

neerslag

zonsondergang

starttijd

eindtijd

(Bft) 20

duur

Type onderzoek

(uur) 3

droog

n.v.t.

13:30

14:15

0,75

bemonstering oppervlaktewater met schepnet

25-08-2022

30

1

droog

n.v.t.

17:00

18:15

1,25

bemonstering oppervlaktewater met schepnet

4.2

Waarnemingen en resultaten

Tijdens de bemonstering met een schepnet op 1 juli 2022 zijn twee larven van de alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris), één kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) en twee driedoornige stekelbaarzen (Gasterosteus aculeatus) aangetroffen. Tijdens het tweede veldbezoek op 25 augustus zijn er geen amfibieën of vissen gevangen in de watergangen die grenzen aan het plangebied.

4.3 Bespreking van de resultaten Op 1 juli 2022 zijn er in de sloot aangrenzend aan het plangebied twee alpenwatersalamander larven aangetroffen. Indien de watergang nabij de grens van het plangebied onaangetast blijft, heeft het planvoornemen geen negatief effect op de alpenwatersalamander. Binnen het plangebied worden er geen alpenwatersalamanders verwacht door de zeer beperkte aanwezigheid van natuurlijke schuilmogelijkheden. Het betreft slechts één braamstruik in het noorden van het plangebied. Ook rijden er met regelmaat vrachtwagens en landbouwvoertuigen door het plangebied. Daarnaast bevindt er geschikter alpenwatersalamander leefgebied in de omgeving van

pagina 5 van 10

documentkenmerk: 2110/166/BBE-01, versie 1

het plangebied zoals de uiterwaarden ten oosten van het plangebied en een groenstruweel ten zuidwesten van het plangebied. Indien de watergang wordt aangetast door het planvoornemen, is mitigatie en een ontheffing voor aantasting van alpenwatersalamander leefgebied noodzakelijk.

pagina 6 van 10

documentkenmerk: 2110/166/BBE-01, versie 1

5

Conclusies

5.1 Conclusies aanvullend ecologisch onderzoek Het plangebied is geen onderdeel van het leefgebied van de rugstreeppad. De steenuil en de alpenwatersalamander zijn in de omgeving van het plangebied aangetroffen maar ook voor deze soorten is het plangebied geen onderdeel van hun (functionele) leefomgeving. Een negatief effect op de steenuil als gevolg van het planvoornemen valt uit te sluiten omdat het planvoornemen geen verblijf- of rustplaatsen aantast of verstoort en de functionele leefomgeving niet negatief beïnvloedt. Indien de watergang nabij de grens van het plangebied wordt aangetast door het planvoornemen, is mitigatie en een ontheffing voor aantasting van alpenwatersalamander leefgebied noodzakelijk. Indien de watergang op de grens van het plangebied onaangetast blijft, heeft het planvoornemen geen negatief effect op de alpenwatersalamander en zijn er geen verplichtingen vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soort. Boven de watergang op de zuidelijke grens van het plangebied zijn foeragerende/verplaatsende vleermuizen waargenomen. Indien tijdens de aanleg- en gebruiksfase de watergang wordt ontzien van lichtverstrooiing, heeft het planvoornemen geen negatief effect op vleermuizen. Indien er aan de bovengenoemde voorwaardes wordt voldaan, heeft het planvoornemen geen nadelige effecten hebben op beschermde soorten.

Anders dan de algemene zorgplicht bestaan er vanuit de Wet natuurbescherming geen verplichtingen ten aanzien van diersoorten.

5.2

Zorgplicht

5.2.1 Definitie zorgplicht Voor alle in het wild levende plant- en diersoorten en voor hun directe leefomgeving geldt een zorgplicht (Wet Natuurbescherming – artikel 1.11). Met deze zorgplicht worden naast de nationaal en Europees aangewezen beschermde soorten en gebieden ook algemenere overige inheemse soorten beschermd. De zorgplicht houdt in dat men handelingen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat deze nadelige gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren en planten; -

achterwege laat; indien achterwege laten niet passend is, maatregelen neemt om nadelige gevolgen te voorkomen;

-

indien die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

Het is wettelijk verplicht invulling te geven aan deze zorgplicht

5.2.2 Negatieve effecten voorkomen – algemene maatregelen Bij de uitvoering van sloop- en bouwprojecten kunnen werkzaamheden veelal niet achterwege gelaten worden. Het is daarbij verplicht om maatregelen te nemen en daarmee de nadelige gevolgen op inheemse plant- en diersoorten te beperken of te voorkomen. Nadelige gevolgen kunnen veelal voorkomen worden door te werken in de minst-kwetsbare

pagina 7 van 10

documentkenmerk: 2110/166/BBE-01, versie 1

periode, zoals buiten de winterslaap, voortplantingstijd en periode van afhankelijkheid van jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle soortgroepen gelijk. In het algemeen geldt de periode van half oktober tot eind november als ‘veilige’ periode voor alle diergroepen. Dit is de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn en de mogelijkheid hebben om zich te verplaatsen. Bovendien zijn de jongen uit het laatste legsel van late broeders zoals de houtduif dan ook uitgevlogen (Vogelbescherming Nederland). Daarnaast kunnen negatieve gevolgen op algemeen voorkomende soorten beperkt worden door tijdens de werkzaamheden zodanig te werken dat dieren het plangebied kunnen verlaten zodat verwonding of doding van individuen wordt voorkomen. Voorbeelden zijn: de werkzaamheden in de richting van een vluchtgebied uitvoeren, de werkzaamheden langzaam opstarten en/of langzaam werken zodat dieren de tijd hebben om het plangebied te ontvluchten, voorafgaand aan de start van werkzaamheden verstoring creëren zodat dieren uit het plangebied vluchten. Een voorbeeld om negatieve gevolgen op de aanwezige vegetatie te voorkomen is het beschermen van bomen om zo beschadiging van de stammen te voorkomen. Verder worden negatieve gevolgen op inheemse fauna beperkt door werkzaamheden zo veel mogelijk overdag uit te voeren.

Bij gebruik van verlichting dient deze zo geplaatst te worden dat enkel de werkzaamheden gericht verlicht worden. Lichtverstrooiing kan vermeden worden door het gebruik van kappen.

5.2.3 Negatieve effecten voorkomen – soortgerichte maatregelen Zorgplicht algemene broedvogels Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen het broedseizoen van algemeen voorkomende broedvogels (globaal van 15 maart tot 15 juli) dan is het noodzakelijk ervoor te zorgen dat het gebied vóórafgaand aan het broedseizoen, en zonder de verstoring van andere soorten, ongeschikt is gemaakt als broedlocatie. Door het plangebied ongeschikt te maken kan worden voorkomen dat vogels zich binnen het plangebied vestigen. Broedgevallen die tijdens of vlak voor de werkzaamheden ontstaan in en direct grenzend aan het plangebied, zijn immers ook onderhevig aan de zorgplicht. [check] Het ongeschikt maken van het plangebied voor algemene broedvogels dient te gebeuren door de aanwezige struiken en/of bomen en/of grasland kort te snoeien/te maaien vóór aanvang van het broedseizoen en deze ook kort te houden gedurende het broedseizoen. Indien werken binnen het broedseizoen noodzakelijk is, dient men voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een broedvogelcheck te laten uitvoeren door een bevoegd ecoloog. Bij aanwezigheid van broedgevallen binnen de verstoringszone van de geplande werkzaamheden dienen aanvullende maatregelen genomen te worden of kunnen werkzaamheden geen doorgang vinden.

Vestiging pionier soorten Het plangebied bevindt zich binnen het verspreidingsgebied van de oeverzwaluw. De oeverzwaluw is een echte pionierssoort die zich snel kan vestigen. De soort broedt in kolonieverband in zelf gegraven gangen in steile zandwanden (Vogelbescherming Nederland). Om vestiging van oeverzwaluwen binnen het plangebied te voorkomen, dient het bouwterrein zo te worden ingericht dat het gebied niet aantrekkelijk wordt voor deze soort. Wanneer gronddepots gecreëerd worden, is het noodzakelijk dat de wanden afgevlakt worden of bedekt worden om te voorkomen dat de oeverzwaluw zich in het zanddepot gaat vestigen.

pagina 8 van 10

documentkenmerk: 2110/166/BBE-01, versie 1

5.2.4 Acties bij aantreffen beschermde soorten Indien er tijdens de werkzaamheden, ondanks voorgenomen maatregelen, toch beschermde soorten of broedgevallen binnen het plangebied zijn gevestigd dienen de werkzaamheden te worden stilgelegd en dient een ecologisch deskundige te worden ingeschakeld. Hiermee kan schade en verstoring van deze individuen zo veel mogelijk worden voorkomen en wordt er geen overtreding op de Wet natuurbescherming gemaakt.

5.3

Eindconclusie

In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: •

het plangebied en de directe omgeving vormen geen onderdeel van het leefgebied van de rugstreeppad, waardoor geen verplichtingen bestaan vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soort;

•

de aangrenzende watergang buiten het plangebied dient te worden ontzien van lichtverstrooiing om een negatief effect op foeragerende/verplaatsende vleermuizen te voorkomen en dit zowel in de aanleg- als de gebruikersfase;

•

in de omgeving van het plangebied is de steenuil aangetroffen, echter valt een negatief effect op deze soort uit te sluiten omdat het planvoornemen niet de functionele leefomgeving van deze beschermde soort aantast of verstoord;

•

in de watergang aangrenzend aan het plangebied is de alpenwatersalamander aangetroffen. Indien de watergang onaangetast blijft door het planvoornemen, zijn er geen verplichtingen vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van de alpenwatersalamander. Indien de watergang wordt aangetast, is mitigatie en een ontheffing voor aantasting van alpenwatersalamander leefgebied noodzakelijk.

•

de omschreven werkwijzen met betrekking tot de zorgplicht dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;

•

indien er aan de bovenstaande voorwaardes kan worden voldaan, is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming (soortbescherming) niet noodzakelijk;

•

de aanbevelingen in de quickscan flora en fauna dienen te worden nageleefd.

pagina 9 van 10

documentkenmerk: 2110/166/BBE-01, versie 1

6

Literatuurlijst

BIJ12 (2017) Kennisdocument Rugstreeppad (Epidalea calamita) BIJ12 (2017) Kennisdocument Steenuil (Athene noctua) Netwerk Groene Bureaus (2017) Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming

pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13952243/1