CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.10 Bodemonderzoek

Raadsvergadering 18 april 2024, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan Gameren, Hendrikstraat achter 2125.685 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Burgerstraat 11 te Gameren (2210/213/MP-01, versie 0)

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

in opdracht van Woonstichting De Kernen De heer E. Bressers Postbus 13 5320 AA HEDEL betreffende locatie Burgerstraat 11 Gameren documentkenmerk 2210/213/MP-01 versie 0 vestiging Breda datum 16 december 2022

opgesteld door:

gecontroleerd door:

M.D.H. (Maurice) Pals

E.G. (Ester) Legerstee

Projectleider bodem

Projectleider bodem

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies. Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/algemene-disclaimer/

Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Breda >> Rijkevoort

Kvk-nr.

17108024

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

Samenvatting In opdracht van Woonstichting De Kernen heeft Tritium Advies een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Burgerstraat 11 te Gameren. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging en mogelijke toekomstige herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of er op de locatie sprake is van bodemverontreiniging die een mogelijke belemmering kan vormen voor de bestemmingswijziging en de mogelijke toekomstige ontwikkeling. Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende deellocaties onderscheiden: •

deellocatie A :

gehele locatie (7.800 m2);

•

deellocatie B :

gedempte watergangen (2 st);

Zintuiglijk zijn voornamelijk op het noordelijke terreindeel in de boven- en ondergrond sporen tot matige bijmengingen puin aangetroffen en zijn sporen tot zwakke bijmengingen met kolengruis waargenomen. Tevens is plaatselijk in de bovengrond een zwakke bijmenging met ijzer aangetroffen (A06). Uit de zintuiglijke waarnemingen bleek tevens dat de grond van de gedempte watergangen niet afwijkend was van de rest van de locatie. Derhalve is de grond van de gedempte watergangen gecombineerd onderzocht met de rest van de onderzoekslocatie. Zintuiglijk is zowel op het maaiveld als in de grond geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Tijdens het verkennend asbestonderzoek werd de eerder plaatselijk aangetroffen matige bijmenging met puin in de bovengrond van de erfverharding niet meer teruggevonden. Aangenomen wordt dat het een toevalstreffer betrof. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond lichte verontreinigingen zijn aangetoond met cadmium, koper, kwik, lood, zink, minerale olie, PAK, PCB en DDE (OCB). Tevens blijkt de sporen puin/kolengruishoudende ondergrond licht verontreinigd te zijn met cadmium, kwik, lood, zink en PAK. In zintuiglijk schone ondergrond werden geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, nikkel en naftaleen.

De aangetoonde verontreinigingen zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie verdacht is hiervoor. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. In de puinhoudende grond (noordelijk terreindeel) is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. Derhalve mag worden geconcludeerd dat de grond niet verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

Resumé De onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen op ten aanzien van het huidige en voorgenomen gebruik van de locatie en vormen naar mening van Tritium Advies geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging en (mogelijk) toekomstige ontwikkeling. Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. Een indicatie van de hergebruiksmogelijkheden is weergegeven in hoofdstuk 5 van dit rapport. De adviezen zoals vermeld in de onderhavige rapport zijn gebaseerd op geldende wetgeving ten tijde van het opstellen deze rapportage. Indien de omgevingswet in werking treedt dient mogelijk het advies te worden herzien.

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

Inhoudsopgave pagina Samenvatting 1.

Inleiding

1

2.

Vooronderzoek

2

2.1

Locatiegegevens

2

2.2

Eerder uitgevoerd onderzoek

5

2.3

Terreinverkenning en overige waarnemingen

13

2.4

Bodemopbouw

13

2.5

Conclusies vooronderzoek

14

3.

Onderzoeksstrategie

15

4.

Uitvoering

16

4.1

Kwalibo

16

4.2

Maaiveldinspectie

16

4.3

Inspectiegaten en boorwerk

16

4.4

Bemonstering grondwater

18

4.5

Analyses

18

5.

Analyseresultaten

20

5.1

Toetsingskaders

20

5.2

Parameters grond (NEN 5740)

20

5.3

Asbest in grond (NEN 5707)

21

5.4

Grondwater

22

6.

Conclusie en aanbevelingen

23

Bijlagen Bijlage 1:

Kadastrale kaart

Bijlage 2:

Situatietekening

Bijlage 3:

Profielbeschrijvingen

Bijlage 4:

Analyseresultaten grond

Bijlage 5:

Analyseresultaten grondwater

Bijlage 6:

Analyseresultaten asbest

Bijlage 7:

Toelichting toetsingskaders

Bijlage 8:

Toetsingstabellen grond

Bijlage 9:

Toetsingstabellen grondwater

Bijlage 10:

Foto’s onderzoekslocatie

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

1. Inleiding In opdracht van Woonstichting De Kernen heeft Tritium Advies een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Burgerstraat 11 te Gameren. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging en mogelijke toekomstige herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of er op de locatie sprake is van bodemverontreiniging die een mogelijke belemmering kan vormen voor de bestemmingswijziging en de mogelijke toekomstige ontwikkeling. Tritium Advies heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Kwalibo Op een deel van de werkzaamheden die in het voorliggende rapport worden beschreven is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor deze kwaliteitsborging zijn onderdelen van het onderzoek onder Kwalibo uitgevoerd. Indien dit het geval is, dan is dit bij het betreffende onderdeel expliciet vermeld. Onderdelen zonder vermelding van Kwalibo, zijn niet onder Kwalibo uitgevoerd.

pagina 1 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

2. Vooronderzoek Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (oktober 2017). De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2.1: overzicht geraadpleegde bronnen tijdens vooronderzoek vooronderzoek type

“aanleiding A” opstellen hypothese milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van bodemonderzoek

categorie

bron

geraadpleegd datum

contactpersoon

18-11-2022

n.v.t.

18-11-2022

n.v.t.

internet kadastrale gegevens

Kadastralekaart.com Kadaster online

actuele terreinsituatie

BAG Viewer - Kadaster Google Maps

historische gegevens

Topotijdreis

bodeminformatie

Actueel Hoogte Bestand Bodemloket grondwatertools DINOloket WKO tool Nederland Omgevingsrapportage Gelderland

digitale archieven Omgevingsdienst Rivierenland bodeminformatie

bodemkwaliteitskaart bodeminformatiesysteem

2.1 Locatiegegevens Op basis van de geraadpleegde bronnen, is een overzicht opgesteld van de locatiegegevens. Het overzicht is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2.2: overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens adres straat

Burgerstraat

huisnummer

11

plaats

Gameren

kadastraal gemeente

Kerkwijk

sectie

P

nummer

358

locatie oppervlak

totaal 7.870 m2

huidig gebruik

akker / grasveld

bebouwd 350 m2

pagina 2 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

Tabel 2.3 (vervolg): overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens locatie voormalig gebruik

Aan de noordzijde van de onderzoekslocatie is sinds 1640 een boerderij aanwezig. Het terrein ten zuiden van de boerderij kende tot circa de jaren ’20 (in de 20de eeuw) een agrarisch gebruik. Vanaf de jaren ’20 tot de jaren ‘50 is de gehele locatie in gebruik geweest als boomgaard. Tot de jaren ’70 was enkel de zuidzijde van het terrein in gebruik als boomgaard. Vanaf ongeveer eind jaren 70 tot 2013 is de noordelijke helft van het terrein gebruikt voor teelt in kassen, waarna de kassen zijn gesloopt. Sindsdien is de locatie in gebruik als weiland en is op de noordoostzijde van het weiland een moestuin aanwezig.

toekomstig gebruik

onbekend

dempingen, ophogingen,

Aan de weerszijden van de onderzoekslocatie zijn ter hoogte van de woning een tweetal

bijmengingen met puin

gedempte watergangen aanwezig.

bodembedreigende activiteiten

voormalige kassencomplex en bovengrondse HBO-tank op locatie

en calamiteiten PFAS

In december 2021 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van toepassing verklaard. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten worden poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) inmiddels in Nederland (en breder in de wereld), niet alleen bij puntbronnen, maar ook als diffuse verontreinigingen in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetoond. Derhalve zijn de bovengrond (tot 1,0 m-mv) en geroerde bodems verdacht op PFAS.

bodemkwaliteitskaart

•

bron: Omgevingsdienst Rivierenland

•

ontgravingskaart boven- en ondergrond: ‘wonen’

•

toepassingskaart boven- en ondergrond: ‘wonen’

•

bodemfunctiekaart: ‘wonen’

asbestaspecten jaartallen

toepassing

opstallen

bouwjaar 1640

terrein

aanleg vanaf 1640

Middels onderzoek [14] is aangetoond dat op het naastgelegen perceel met een soortgelijke ontstaansgeschiedenis en gebruik geen asbest in de toplaag van de bodem aanwezig is. Dit ondanks de aangetoonde bijmengingen is geconcludeerd dat de locatie niet verdacht is op de aanwezigheid van asbest (bijvoorbeeld door asbesthoudende kitten van kassen).

terreinsituatie bebouwing

geen, de bebouwing is reeds gesloopt

maaiveld

braak

verhardingen

bebouwing:

vermoedelijk tegels

overig:

klinkers

installaties

geen bekend

omgeving gebruik belendende percelen

wonen met tuin, openbare weg, agrarisch

bodembedreigende activiteiten

zie tabel 2.3

en calamiteiten

De kadastrale gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in bijlage 1. Een tweetal situatietekeningen is weergegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn toegevoegd in bijlage 10. De ligging van de locatie is weergegeven in de volgende figuur.

pagina 3 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

Figuur 2.1: luchtfoto onderzoekslocatie

Tabel 2.4: bedrijfsactiviteiten locatie

activiteit

beginjaar

eindjaar

reeds onderzocht

bron

ja zie Ad 1 /tm 4

omgevings-

onderhavige onderzoekslocatie voormalige bovengrondse hbo-

vermoedelijk ≤ 1998

tank (5.000 l)

1976

boomgaard

jaren ‘20

jaren ‘50/’70

nee

kassencomplex

jaren ‘70

2013

ja/nee

Burgerstraat 7

hbo-tank (ondergronds)

onbekend

1999

ja, zie ad 6 en 7

omgevings-

Burgerstraat 15

bestrijdingsmiddelen opslag

1985

-

ja, zie ad 37 t/m 44

rapportage

brandstoftank (ligging onbekend)

-

-

dieseltank

-

2000

glastuinbouw

1985

-

hbo-tank

1983

-

brandstoftank

1997

-

onbekend

Burgerstraat 11

rapportage Gelderland

directe omgeving

Burgerstraat 13

Gelderland

glastuinbouw

1997

-

ja, ad 46

Hendrikstraat 19

wagenmakerij

1932

-

onbekend

Hendrikstraat 25(a)-

industriemolen (papier, verf etc.)

1977

1985

onbekend

27

loodgieters-, fitters- en sanitair-

1977

1985

onbekend

grondontsmettingsbedrijf

1978

huidig

onbekend

petroleum- of kerosinetank

1978

onbekend

ja, zie ad 31 t/m 32

bestrijdingsmiddelengroothandel

1978

onbekend

onbekend

voormalige petroleum- of

1978

onbekend

ja, zie ad 12

lasinrichting

1978

onbekend

onbekend

hbo-tank (bovengronds)

1992

onbekend

ja, zie ad 31 t/m 32

brandstoftank (bovengronds)

1992

onbekend

ja, zie ad 31 t/m 32

bestrijdingsmiddelenopslag

1992

onbekend

onbekend

opslag van alifatische

1992

onbekend

onbekend

1992

onbekend

onbekend

installatiebedrijf

(bovengronds)

kerosinetank (ondergronds) (deels perceel van Hendrikstraat 21)

koolwaterstoffen landbouwmachinereparatiebedrijf

pagina 4 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

2.2 Eerder uitgevoerd onderzoek Op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn in het verleden een groot aantal bodemonderzoeken uitgevoerd en overige documenten en rapporten opgesteld. Voor zover relevant voor dit onderzoek is een overzicht van deze rapporten en documenten weergeven in de volgende tabel en zijn de gegevens weergegeven in dit hoofdstuk. Voor de volledige gegevens wordt verwezen naar de desbetreffende rapportages. Tabel 2.5: eerder uitgevoerd onderzoek en overige documenten nr.

titel

locatie

opgesteld door

kenmerk

datum

verkennend milieukundig

Burgerstraat

Centraal bodemkundig

5052601

01-12-1998

bodemonderzoek

11

bureau

onderzoekslocatie 1.

2.

beoordeling bodemonderzoek

gemeente Zaltbommel

-

29-07-1999

3.

verkennend onderzoek

Hoogveld Sonderingen

HB-01886/04-M2324

10-09-2004

4.

beoordeling bodemonderzoek

gemeente Zaltbommel

-

30-09-2004

directe omgeving 5.

verkennend bodemonderzoek

Burgerstraat

ingenieursbureau

3-40-021-2

04-03-1998

6.

BOOT-onderzoek

7

Limborgh Zuid BV

3-40-039-2

12-07-1998

7.

afperkend onderzoek

ISOTANK BV

9104/049.00

12-05-1999

8.

oriënterend onderzoek

-

-

13-07-1999

9.

saneringsevaluatie

-

-

10-11-1999

10.

verkennend onderzoek

Hendrikstraat

Enviroplan

P-012713/RO1

01-10-2001

11.

tankinspectie

21

Verhoeven Milieutechniek

B17.6718/BRFF-01/DB

23-06-2017

12.

saneringscertificaat ondergrondse

WENAU

170400026.02

29-08-2017

Verhoeven Milieutechniek

B19.7420B

04-06-2019

B19.7420B_NO

21-08-2019

2108/140/NL-01

17-12-2021

2201/192/EL-01

14-03-2022

292/2729

22-02-1993

633/WA93/D145/20302

01-04-1993

633/WA94/a884/21640

07-02-1994

J.J.J. Peters/D. de

24-02-1994

tank 13.

diverse (water)bodemonderzoeken

14.

nader bodem- en asbestonderzoek

15.

verkennend onderzoek

16.

plan van aanpak sanering

17.

saneringsevaluatie

Hendrikstraat

18.

nader onderzoek

25 (en 27)

19.

nader onderzoek en

Tritium Advies

Heidemij

grondwateronderzoek 20.

nader onderzoek

Arcadis

Groot/01 21.

monitoringsrapportage

Heidemij

-

30-01-1995

22.

briefrapport

Arcadis

D.deGroot/96-005

29-01-1996

23.

monitoringsrapportage

onbekend

-

25-04-1997

24.

monitoringsrapportage

Arcadis

110501/zc3/5z9/70102

03-12-2003

25.

verkennend onderzoek

Verhoeven Milieutechniek

B06.2961

01-02-2007

26.

nader onderzoek

B07.3091

25-06-2007

27.

briefrapport

2007-015023

12-09-2007

28.

briefrapport

2007-015023

12-11-2007

29.

nader onderzoek

07040C

21-01-2008

30.

verkennend onderzoek

A1110

01-04-2016

31.

nader onderzoek

A1278

04-04-2016

32.

saneringsplan

25173

23-11-2016

33.

nader onderzoek

25173

14-09-2017

34.

meldingsformulier sanering

09700078

02-10-2017

Mol Ingenieurs

Grondslag

Romers Environmental Solutions

pagina 5 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

Tabel 2.6 (vervolg): eerder uitgevoerd onderzoek en overige documenten nr.

titel

locatie

opgesteld door

kenmerk

datum

Burgerstraat 15

directe omgeving 35.

indicatief onderzoek

-

-

-

36.

indicatief onderzoek

-

-

-

37.

nader onderzoek

Verhoeven Milieutechniek

-

-

38.

nul- of

B00.1253/RPPB00.1253/ML

07-04-2000

eindsituatieonderzoek 39.

nader onderzoek

B02.1635/R1635/RV

04-04-2002

40.

aanvullend rapport

B06/2721/R2721/LB

30-03-2006

41.

beschikking

Provincie Gelderland

2007-003108

15-03-2007

42.

boorprofielen en

Verhoeven Milieutechniek

B06.2721/R2721/LB

12-06-2007

Provincie Gelderland

-

09-11-2007

analysegegevens 43.

brief ontwerpbesluit ernst en spoed

44.

2007-012556

brief besluit ernst en spoed

45.

historisch onderzoek

Burgerstraat 13

-

08-02-2008

-

03-02-2000

(nulsituatie tuinbouw) 46.

oriënterend onderzoek

Verhoeven Milieutechniek

-

22-03-2000

Vooralsnog waren alleen documenten 1, 3, 5 t/m 7, 10 t/m 20, 25 t/m 34, 38 t/m 42 en 44 beschikbaar in het digitale archief van Omgevingsdienst Rivierenland. Uit de voornoemde documenten blijkt het volgende. Ad 1 t/m 4 De onderzoekslocatie [1] betrof de onderhavige onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek was het vastleggen van de nulsituatie. Zintuigelijk werden geen afwijkingen aan het bodemmateriaal waargenomen. Het onderzoek bestond uit meerdere deellocaties: -

voormalige opslag/aanmaak meststoffen;

-

voormalige bovengrondse olietank.

De grond bleek licht verontreinigd te zijn met kwik en het grondwater bleek niet verontreinigd te zijn met de onderzochte parameters. Door het bevoegd gezag werd beoordeeld dat de nul/eindsituatie voldoende was vastgelegd middels het onderzoek [2]. In verband met de geplande renovatie van de boerderijwoning is nogmaals een verkennend bodemonderzoek in 2004 uitgevoerd [3]. Uit de onderzoeksresultaten bleek dat de bovengrond licht verontreinigd was met lood en zink. De ondergrond bleek licht verontreinigd te zijn met minerale olie. Het grondwater was niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Uit de beoordeling van de gemeente Zaltbommel [4] bleek dat er geen bezwaren waren voor de herbouw van een woning. Ad 5 t/m 9 De onderzoekslocatie [5] was gelegen direct ten noordoosten van de onderhavige onderzoekslocatie. Aanleiding van het onderzoek was de voorgenomen aanvraag van een bouwvergunning. Plaatselijk werd puin aangetroffen in de bovengrond. De bovengrond bleek licht verontreinigd te zijn met PAK. De ondergrond was niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Het grondwater was plaatselijk licht verontreinigd met chroom. Tevens werd een onderzoek [6] uitgevoerd ter plaatse van een ondergrondse olietank. Hier werd tijdens de uitvoering een zwakke oliegeur waargenomen in de grond rond de ondergrondse pagina 6 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

opslagtank voor huisbrandolie. Naar aanleiding hiervan is afperkend onderzoek uitgevoerd [7]. Ter plaatse van de ondergrondse tank was de grond matig verontreinigd met minerale olie, met een geschatte omvang op minder dan 25 m3. Plaatselijk bleek het grondwater sterk verontreinigd te zijn met minerale olie. De grondwaterverontreiniging was nog niet afdoende afgeperkt. De grootte van de grondwaterverontreiniging werd geschat op meer van 100 m 3. Geadviseerd werd om de HBO-tank te laten verwijderen en eventueel te saneren. Verder werd het mogelijk geacht dat de gemeente nadere afperking van de grondwaterverontreiniging vereiste. Uit het vooronderzoek blijkt dat nadien nog een oriënterend onderzoek [8] en saneringsevaluatie [9] is opgesteld. Deze gegevens zijn echter niet (digitaal) voorhanden bij de Omgevingsdienst Rivierenland. Ad 10 De onderzoekslocatie was gelegen direct ten oosten van de onderhavige onderzoekslocatie. Op basis van het vooronderzoek werden zes deellocaties onderscheiden. Kassencomplex (A) Uit de analyseresultaten bleek de bovengrond licht verontreinigd te zijn met diverse zware metalen, PCB en OCB. De ondergrond was niet verontreinigd. Het grondwater was licht verontreinigd met barium. Greppels langs de oost- en westzijde van het perceel (B) Uit de resultaten bleek het slib licht verontreinigd te zijn met diverse zware metalen, PAK, PCB en OCB.

In één mengmonster was sprake van lichte verontreinigingen met diverse zware metalen, tolueen, PAK, 1,1-dichloorethaan en minerale olie en een matig tot sterke verontreiniging met zink. Strook tussen het bedrijfspand Brinkman en kassencomplex (C) In de bovengrond werden lichte verontreinigingen met nikkel, zink, minerale olie en PAK aangetoond. Plaatselijk was sprake van een matig tot sterke verontreiniging met koper. Ter plaatse van de ondergrondse tank werd een matige verontreiniging met minerale olie in de ondergrond aangetoond. De omvang van de verontreiniging werd geraamd op 10 á 12 m 3. Het grondwater was licht verontreinigd met xylenen. Bovengrondse dieselolietank in lekbak (D) In de bovengrond werd een lichte verontreiniging met minerale olie aangetoond. Meststoffen en bestrijdingsmiddelenopslag (E) In de bovengrond werd een lichte verontreiniging met minerale olie en PAK aangetoond. Er is geen analyse op OCB uitgevoerd, alleen het NEN-pakket. Bovengrond overig bebouwd/onbebouwd terreindeel (F) In de grond ter plaatse van de bebouwing werd een lichte verontreiniging met minerale olie en PAK aangetoond. De bovengrond van het westelijke onbebouwde deel bleek licht verontreinigd te zijn met zink, minerale olie en plaatselijk met PAK. Plaatselijk was sprake van een sterke verontreiniging met koper.

In de voortuin werd een matige verontreiniging met minerale olie aangetoond. In de onderliggende bodemlaag werd een lichte verontreiniging aangetoond. Uit aanvullend onderzoek bleek dat sprake pagina 7 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

was van een gedempte sloot. Geconcludeerd werd dat over de gehele lengte van de sloot sprake was van lichte tot matige verontreinigingen met minerale olie. Er was geen sprake van een sterke verontreiniging. Grondwater gehele locatie Het grondwater bleek plaatselijk licht verontreinigd te zijn met barium en xylenen. De peilbuizen stonden bij deellocaties A en C. Verontreinigingen met koper overig terreindeel (F) De bron voor de heterogene koperverontreiniging in de bovengrond was niet bekend. De omvang van de verontreiniging lijkt beperkt van omvang (enkele m3). Derhalve was geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Conclusie Geconcludeerd werd dat geen sprake was van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Ad 11 en 12 Uit de inspectie blijkt dat de ondergrondse tank (4 m3) was verbonden met het kassencomplex van de locatie Hendrikstraat 21. De tank was gedeeltelijk gelegen onder de kas. Zintuiglijk werden in de ophooglaag asbestverdachte materialen aangetroffen. De tank werd conform KIWA gesaneerd, waarna op 29 augustus de tank is afgevoerd voor verschroting. Ad 13 Algemene bodemkwaliteit Bij het onderzoek werden heterogeen in de bovengrond licht tot sterke verontreinigingen met cadmium, koper, kwik, lood, nikkel, molybdeen, zink, PCB en minerale olie aangetoond. In de ondergrond werden lichte verontreinigingen met nikkel en zink aangetoond.

Het grondwater was licht verontreinigd met barium. Voormalige ondergrondse tank Ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank werden in de ondergrond licht tot sterke verontreinigingen met minerale olie aangetoond. Tevens werden lichte verontreiniging met xylenen aangetoond. In de bovengrond werden heterogeen matige verontreinigingen met zink en een lichte verontreinigingen voor cadmium, koper, kwik, lood, nikkel, zink, PAK en PCB aangetoond. In de ondergrond werd plaatselijk een lichte verontreiniging met minerale olie aangetoond. In het grondwater werden een matige verontreiniging met barium en lichte verontreinigingen met xylenen, naftaleen en minerale olie aangetoond. Voormalige bovengrondse dieseltank Ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieselolietank (in lekbak) werd in de sporen baksteenhoudende bovengrond een matige verontreiniging met zink en lichte verontreinigingen aangetoond met kobalt, koper, lood, nikkel, zink en PAK. Gedempte sloot De slibhoudende grond in de gedempte sloot (dezelfde sloot als in onderhavig onderzoek) bleek licht verontreinigd te zijn met koper, nikkel, lood en minerale olie.

pagina 8 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

Verificatie koperverontreiniging Plaatselijk werd in zwak baksteenhoudende bovengrond een sterke verontreiniging met koper aangetoond in het onderzoek van ad [10]. In de uiterst baksteenhoudende bovengrond werden plaatselijk een twee lichte verontreinigingen met koper aangetoond [13]. Bestrijdingsmiddelenopslag Ter plaatse van de voormalige bestrijdingsmiddelenopslag werden geen verontreinigingen aangetoond. Oorspronkelijke teeltlaag De oorspronkelijke teeltlaag is maximaal heterogeen licht verontreinigd met OCB. Asbest Nabij proefgat B48 werd circa 60 gram asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen. Ter plaatse van proefgat AB27 werd zowel zintuiglijk als analytisch asbest aangetroffen. De berekende totaal gewogen asbestconcentratie van 4.342 mg/kg d.s. overschreed ruimschoots de toetswaarde van 100 mg/kg d.s. De asbestverontreiniging werd gerelateerd aan een lokaal asbestnest op circa 100 m afstand t.o.v. van de onderhavige onderzoekslocatie (volledig asbesthoudende laag). In een mengmonster van sporen baksteenhoudende, sterk piepschuimhoudende, sporen kolengruishoudende bovengrond werd analytisch 490 mg/kg d.s. aangetoond. in de eerste instantie werd geconcludeerd dat het asbest was mogelijk afkomstig van asbesthoudende kit van het voormalige kassencomplex.

Aangezien het monster bestond uit diverse proefgaten, was de exacte locatie van de verontreiniging met asbest niet te herleiden. Conclusie Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestonden vooralsnog bezwaren tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en herontwikkeling. De omvang van de grondverontreiniging met minerale olie ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank en de zware metalen in de bovengrond was niet volledig bekend. Derhalve werd geadviseerd om een nader onderzoek [14] uit te voeren. Ook diende een nader asbestonderzoek [14] te worden uitgevoerd om vast te stellen of behalve het asbestnest (puin) ook sprake was van een grondverontreiniging met asbest. Ook diende aanvullend asbestonderzoek te worden uitgevoerd te plaatse het mengmonster waar 490 mg/kg d.s. was aangetoond. Ad 14 Middels de uitgevoerde onderzoeken [13, 14] is vastgesteld dat binnen de onderzoekslocatie in totaal circa 10 m3 grond licht tot sterk verontreinigd is met minerale olie. Hiervan bleek circa 5 m3 sterk verontreinigd te zijn. Daarnaast was binnen de onderzoekslocatie circa 15 m3 grond sterk verontreinigd met koper. Er was geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, aangezien in totaal sprake is van minder dan 25 m3 sterk verontreinigde grond (totaal = circa 20 m3).

De verontreiniging met minerale olie was te relateren aan de voormalige ondergrondse tank en was naar verwachting voor 1987 ontstaan, waardoor sprake was van een historisch geval van bodemverontreiniging. De verontreinigingen met zware metalen werden gerelateerd aan de bodemvreemde bijmengingen (baksteen en kolen). Echter was een duidelijke relatie tussen de bijmenging en de mate van de verontreiniging niet aanwezig. Gezien de situering (nabij perceelsgrenzen/voormalige bebouwing) pagina 9 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

was mogelijk sprake van een demping of ophooggrond. De verontreiniging was naar verwachting ontstaan voor 1987, waardoor sprake was van een historische bodemverontreiniging. Verder bleek dat ter plaatse van het erf sprake was van een asbestnest. Geadviseerd werd om deze put te verwijderen en af te voeren naar een erkend verwerker. De verontreiniging [aangetoond in 13] met asbest in grond van B37, B39, B41 en B43 werd in het nader onderzoek [14] niet meer gereproduceerd. Er werd aangenomen dat het aangetoonde asbestgehalte een toevalstreffer betrof. Door Tritium wordt opgemerkt dat in het verkennend asbest onderzoek bijmengingen met sporen baksteen, sterk piepschuim en sporen kolengruis werden gevonden in gaten B37, B39, B41 en B43. De bijmengingen in de sleuven betroffen sporen baksteen, kolen en beton. In onderstaande tabel is een overzicht van de verontreinigingssituatie opgenomen. Tabel 2.7: overzicht verontreinigingssituatie deellocatie deellocatie 1: voormalige

stof minerale olie

ondergrondse tank

deellocatie 2: B04

koper

>I 2

oppervlakte (m )

+/- 10

traject (m-mv)

+/- 1,00 - 1,40

gemiddelde dikte

0,4 meter

omvang (m2)

+/- 5

oppervlakte (m2)

+/- 30

traject (m-mv)

+/- 0,00 - 0,50

gemiddelde dikte

0,5 meter

2

deellocatie 6: AB27

asbest

omvang (m )

+/- 15

oppervlakte (m2)

<10 m2

traject (m-mv)

0,00 - 0,30

gemiddelde dikte

0,3 m

omvang (m2)

betreft enkel het gat in gedempte put (asbestnest) (circa 0,03 m3)

Vanuit milieuhygiënisch oogpunt waren er bezwaren tegen de onroerend goed transactie en/of herontwikkeling in verband met de sterke verontreiniging met minerale olie in de ondergrond, de sterke verontreiniging met koper in de bovengrond en de sterke asbestverontreiniging in de volledig asbesthoudende laag in de gedempte put (AB27). Middels de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische bodemkwaliteit bepaald. Ad 15 en 16 In het kader van toekomstige ontwikkeling van het terrein direct ten oosten van de onderhavige onderzoekslocatie is een verkennend bodemonderzoek [15] uitgevoerd. Doel van het onderzoek was het bepalen van de bodemkwaliteit. Zintuiglijk werden heterogeen bijmengingen met kolen, glas en puin waargenomen. Uit de onderzoeksresultaten bleek dat de bovengrond van de gehele locatie licht verontreinigd was met OCB’s. Ter plaatse van een gedempte watergang werden lichte verontreinigingen met zware metalen, minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. De eerder aangetroffen dunne puinlaag [13] is niet meer waargenomen. Ter plaatse van een voormalige meststoffen-bestrijdingsmiddelenopslag werd een lichte verontreiniging aangetoond met lood. Het grondwater ter plaatse was licht verontreinigd met barium en xylenen. Verder werden ter plaatse van een voormalige meststoffen aanmaakplaats / pagina 10 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

bestrijdingsmiddelenopslag in de bovengrond lichte verontreinigingen aangetoond met zink, minerale olie en OCB. Het grondwater ter plaatse was licht verontreinigd met barium. De aangetoonde verontreinigingen uit voorgaande onderzoeken [13 en 14] gaven aanleiding om een saneringsplan [16] op te stellen om de toekomstige ontwikkeling op milieuhygiënisch verantwoorde wijze uit te voeren. Hiervoor is inmiddels een saneringsplan opgesteld waarin men voornemens is de verontreinigingen te ontgraven. Deze is (nog) niet uitgevoerd. Ad 17 t/m 24 Uit onderzoeken [17 t/m 19] onderzoek bleek dat de verontreinigd was met minerale olie. De kern bevond zich vermoedelijk onder de loods. De grond rondom de grondwaterspiegel onder de loods was licht verontreinigd met minerale olie. Het grondwater onder de loods was sterk verontreinigd met naftaleen. Het grondwater bij het buitenterrein was matig tot sterk verontreinigd met minerale olie. De omvang van de grondwaterverontreiniging bedroeg circa 100 m 2. (Hij werd niet verticaal afgeperkt). De lichte grondverontreiniging bedroeg circa 50 m3. Overwogen werd dat de verontreiniging gesaneerd kon worden middels onttrekking van het grondwater. In de tussentijd werd geadviseerd het grondwater te monitoren om verspreidingsrisico’s in te dekken.

De rapportages voor de monitoringen [21 t/m 24] zijn niet beschikbaar in het archief van Omgevingsdienst Rivierenland. Ad 25, 30 t/m 32 De onderzoekslocatie was gelegen circa 25 meter ten oosten van de onderhavige onderzoekslocatie. Uit de onderzoeksresultaten [25] bleek dat er meerdere bodemverontreinigingen werden aangetoond; -

In de grond: minerale olie met een omvang van 800 m3 (spot 4 in ad [32]);

-

In de grond: minerale olie met een omvang van 40 m3;

-

In de grond: zink met omvang van 90 m3;

-

In de grond: koper met omgang van 400 m3;

-

In het grondwater: minerale olie met een omvang van 1.200 m3.

Naar aanleiding van de aangetoonde verontreinigingen werd in april 2016 nader onderzoek uitgevoerd [29]. Hierbij werden de verontreinigingen met koper en zink bevestigd. Waarbij de koperverontreiniging zich in een volledige puinlaag bevond. De grootste minerale olie verontreiniging werd ook bevestigd. De kleinste verontreiniging van 40 m 3 werd niet meer teruggevonden. Op het overige terrein werden enkel in de boven- en ondergrond maximaal licht verhoogde gehalten met koper, lood, minerale olie en/of PAK aangetoond. Naar aanleiding van de resultaten werd nader onderzoek uitgevoerd [30]. Hieruit bleek dat de sterke minerale olieverontreiniging in de grond een omvang had van 50 m 3 en de matig tot sterke grondwaterverontreiniging een omvang van circa 100 m3. Naar aanleiding van de bevindingen werd door Grondslag in november 2016 een saneringsplan opgesteld [32]. Het betrof een saneringsplan voor het saneren van een spotverontreiniging met minerale olie (spot 4). Spot 4 (ten noorden) bleek een lichte tot sterke verontreiniging met minerale olie. De omvang werd geraamd op 800 m3 waarvan 50 m3 sterk verontreinigd. Het grondwater was matig tot sterk verontreinigd met minerale olie en werd geraamd op 110 m 3. Het pagina 11 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

betrof een nieuw geval van bodemverontreiniging. Het is onbekend of deze is gesaneerd. Ad 33 De onderzoekslocatie was gelegen circa 15 meter ten oosten van onderhavige onderzoekslocatie. Aanleiding voor het onderzoek was het aantreffen van puin in de bodem bij de vorige onderzoeken. Doel van het onderzoek was het vaststellen of een verontreiniging met asbest aanwezig was in de bodem. Het onderzoek werd uitgevoerd middels het graven van sleuven. Uit de resultaten van het onderzoek bleek dat zowel zintuigelijk als analytisch geen asbest werd aangetoond. Op het maaiveld werden vier stukjes asbesthoudend plaatmateriaal gevonden en verwijderd. Geconcludeerd werd dat er geen aanleiding was voor het uitvoeren van aanvullend asbestonderzoek. Ad 34 Betreft een meldingsformulier voor de sanering van de spot met minerale olie uit document [32]. Het is onbekend of de sanering is uitgevoerd. Ad 35 t/m 44 De onderzoekslocatie was gelegen op de percelen direct ten westen van de onderhavige onderzoekslocatie. Doel van de onderzoeken [38 t/m 40] was het vastleggen van de nulsituatie van verschillende bedrijfsactiviteiten bij het kassencomplex. Bij onderzoeken 38 t/m 40 werden twee deellocaties onderscheiden, namelijk; 1. Voormalige bovengrondse dieseltank en huidige bovengrondse HBO-tank 2.

Gewasbeschermingsmiddelenopslag en aanmaakplaats Beide deellocaties waren gelegen circa 15 meter ten zuiden van de woning van Burgerstraat 15. Uit de uitgevoerde onderzoeken kon de volgende verontreinigingssituatie worden afgeleid: 1. deellocatie 1: de ondergrond was matig verontreinigd met minerale olie. Het grondwater was niet verontreinigd. 2. deellocatie 2: grond en grondwater waren licht tot sterk verontreinigd met minerale olie. Tevens werd in de bovengrond een overschrijding van de signaalwaarde voor EOX aangetoond. Omdat niet alle verontreinigingen volledig waren afgeperkt werd geadviseerd in de beschikking [41] om nader onderzoek uit te voeren. Naar aanleiding hiervan werden aanvullende boringen en analyses verricht [42] en werd de verontreinigingssituatie definitief beschikt [44.]. Uit de onderzoeken en beschikking bleek dat de grond (0,05 tot 1,5 m-mv) van deellocatie 1 plaatselijk sterk verontreinigd was met minerale olie. Daarbij was het grondwater sterk verontreinigd met minerale olie vanaf 0,5 tot 2,5 m-mv. De sterke grondverontreiniging met minerale olie een omvang had van 200 m3. De sterke grondwaterverontreiniging met minerale olie bedroeg 400 m 3. De verontreinigingen zijn volledig afgeperkt en worden beschouwd als één geval van bodemverontreiniging. Geconcludeerd werd dat sprake was van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Er was geen sprake van onaanvaardbare risico’s, derhalve behoefde niet met spoed te worden gesaneerd.

pagina 12 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

2.3 Terreinverkenning en overige waarnemingen Voorafgaand aan de monstername is een terreinverkenning uitgevoerd. Hierbij zijn geen bijzonderheden geconstateerd. De resultaten van de terreinverkenning hebben dan ook geen aanleiding gegeven om de onderzoeksstrategie aan te passen. Tijdens de uitvoering van de boorwerkzaamheden zijn in de bodem ter hoogte van het huis bijmengingen met puin aangetroffen. Grond met bijmengingen met puin waarvan de herkomst onbekend is dient als asbestverdacht te worden beschouwd. Naar aanleiding hiervan is de onderzoeksstrategie (hoofdstuk 3) gewijzigd en zijn is tevens een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd.

2.4 Bodemopbouw In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van de regionale bodemopbouw en de geohydrologische situatie. Tabel 2.8: bodemopbouw en geohydrologie bodemopbouw maaiveldhoogte

ca. 2,7 m+NAP

deklaag

dikte

ca. 10 m

samenstelling

Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand

1e watervoerende pakket

doorlatendheid

matig

dikte

45 m

samenstelling

zandige eenheid, bestaande uit midden / grof zand.

doorlatendheid

matig

stijghoogte

ca. 1 m+NAP

stromingsrichting

noordwestelijk (niet geheel duidelijk op grondwatertools)

stijghoogte

onbekend

stromingsrichting

onbekend

geohydrologie freatisch grondwater 1e watervoerende pakket

waterhuishouding oppervlaktewater

niet aanwezig

grondwaterbeschermingsbied /

De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone.

boringsvrije zone grondwateronttrekking

Op de onderzoekslocatie en in de omgeving vindt voor zover bekend grondwateronttrekking plaats.

pagina 13 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

2.5 Conclusies vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek worden de in de volgende tabel vermelde deellocaties onderscheiden. Tabel 2.9: deellocaties deel-

omschrijving

afmeting

hypothese

motivatie

verdachte

gehele locatie

7.800 m2

verdacht

gebruik als boomgaard,

NEN-parameters, OCB

kascomplex en erf

en asbest (bij puin)

locatie A B

stoffen

gedempte watergangen

2 st

verdacht

mogelijk verontreinigd

NEN-parameters, asbest

dempingsmateriaal

(bij puin)

Opmerkingen bij de tabel: NEN-parameters

:

OCB

:

pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie). organochloorbestrijdingsmiddelen;

PFAS Onderzoek naar PFAS is in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen niet verplicht. Voor hergebruik van grond zijn in het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie’ (d.d. december 2021) regels opgesteld waardoor voorafgaand aan hergebruik van grond wel onderzoek naar PFAS nodig is. Vooralsnog is geen onderzoek naar PFAS in de bodem verricht. Asbest Er is voor gekozen om geen verkennend asbestonderzoek uit te voeren ter plaatse van het voormalige kassencomplex met de volgende redenen: -

In het nader asbestonderzoek [14] is uiteindelijk geen asbest aangetoond ter plaatse van het voormalige kassencomplex direct ten oosten van de onderzoekslocatie;

-

De ontstaansgeschiedenis en het gebruik van onderhavige en de oostelijk gelegen locatie zijn gelijk. Omdat direct ten oosten geen asbest is aangetoond zal dat op de onderhavige onderzoekslocatie tevens niet het geval zijn;

-

Het eerder aangetoonde asbest [13] werd gerelateerd aan asbesthoudende kitten. Echter waren ook bijmengingen aanwezig met sporen baksteen (puin), sporen kolengruis, en sterk piepschuim waaraan het asbestgehalte van 490 mg/kg d.s. te relateren is. Ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie is ter plaatse van het voormalige kassencomplex de grond zintuiglijk schoon, waardoor deze niet asbestverdacht is.

pagina 14 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

3. Onderzoeksstrategie Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd de NEN 5740+A1 (april 2016). Naar aanleiding van het aantreffen van bijmengingen met puin in de grond is conform de NEN 5707+C2 (december 2017) verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. De te volgen strategie is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 3.1: strategie verkennend bodemonderzoek strategie 1)

analyses 2)

veldwerkzaamheden maaiveld-

inspectie-

boringen

inspectie

gaten

(diepte in

(diepte in

m-mv)

peilbuizen

asfalt- of

grond

grondwater

6 x NEN-g 4)

2 x NEN-gw

betonboringen

m-mv)

(diameter)

deellocatie A: gehele locatie (7.800 m2) VED-HE-NL

-

-

17 x (0,5)

2

-

4 x (2,0)

4 x OCB

deellocatie B: gedempte watergangen (2 st) MW

-

-

6 x (2,0)

-

-

- 5)

-

2 x asb-g

-

2 x (combi A) Deellocatie C: puinhoudende grond exclusief oppervlakte woning (ca. 1.700 m2) VED-HE

2 richtingen,

7 x (0,5)

stroken 1,5 m

1 x (o.v.l.) 3)

-

-

-

Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring strategie: VED-HE(-NL)

:

MW

:

onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming, (niet lijnvormig); het onderzoek naar de gedempte watergangen wordt uitgevoerd op basis van een printmaatwerkstrategie, waarbij een raai van 3 boringen haaks op een gedempte watergang geplaatst wordt.

2)

verklaring analyses: asb-g

:

asbest in grond NEN 5898;

NEN-g

:

pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en

o.v.l.

:

minerale olie); 3)

onderzijde verdachte laag (de gaten worden uitgevoerd tot aan de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2 meter. Indien blijkt dat vanaf een bepaalde diepte het graven van gaten niet meer mogelijk is, worden boringen uitgevoerd met een diameter van tenminste 12 cm).

4)

conform de strategie VED-HE-NL dienen vier analyses te worden verricht op de meest verdachte laag. Om ook een uitspraak te kunnen doen over de milieuhygiënische kwaliteit van de (onverdachte) ondergrond zijn twee extra analyses opgenomen.

5)

Indien tijdens de veldwerkzaamheden zintuiglijk bijmengingen in de grond worden aangetroffen die duiden op deze gedempte watergangen, worden in overleg aanvullende analyses uitgevoerd.

De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De monsters worden voor zover mogelijk conform AS3000 voorbewerkt.

pagina 15 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

4. Uitvoering 4.1 Kwalibo Op de veldwerkzaamheden is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor dit onderzoek zijn de werkzaamheden uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) conform protocollen 2001 (versie 6.0, 1 februari 2018), 2002 (versie 6.0, 1 februari 2018) en 2018 (versie 6.0, 1 februari 2018) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. In de volgende tabel zijn de namen van de erkende veldwerkers weergegeven die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd. Tabel 4.1: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker

datum uitvoering

nummers

30-11-2022

maaiveld

23-11-2022

A01 t/m A26, B01 t/m B06, AG01 t/m AG08

30-11-2022

A05, A23

30-11-2022

AG01 t/m AG08

maaiveldinspectie Dhr. Joris Mathijssen boorwerkzaamheden (protocol 2001) Dhr. Joris Mathijssen monstername grondwater (protocol 2002) Dhr. Joris Mathijssen inspectiegaten (protocol 2018) Dhr. Joris Mathijssen

Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.

4.2 Maaiveldinspectie Het maaiveld van de locatie was tijdens de maaiveldinspectie bedekt met vegetatie (gras, onkruid), tegels en klinkers. Vanwege de toestand van het maaiveld wordt de efficiëntie van de maaiveldinspectie geschat op 70 – 90%.

4.3 Inspectiegaten en boorwerk De locaties van de inspectiegaten, boringen en peilbuizen zijn weergegeven in bijlage 2. Tijdens de uitvoering van het veldwerk voor het verkennend onderzoek bleek dat plaatselijk bijmengingen met puin aanwezig zijn in de grond (noordelijk terreindeel). Derhalve is tegelijkertijd met de grondwatermonstername op dit terreindeel een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Tijdens het verkennend asbestonderzoek werd de plaatselijke matige bijmenging met puin van A02 niet teruggevonden. Aangenomen werd dat dit een toevalstreffer betrof, omdat dezelfde laag ook niet aanwezig was onder de rest van de erfverharding.

pagina 16 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

Tijdens het onderzoek naar de gedempte watergangen is de uitkomende grond zintuiglijk beoordeeld, waarbij werd geconstateerd dat de vrijgekomen grond zintuigelijk niet afwijkt van de rest van de onderzoekslocatie. Tevens is de bodemopbouw niet afwijkend. Derhalve is de grond gecombineerd onderzocht met de gehele locatie. Verder deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. De bij de werkzaamheden vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn de in de volgende tabel weergegeven waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging (met asbest). Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. Tabel 4.2: waarnemingen en bijzonderheden inspectiegat

traject

of boring

(m-mv)

asbestverdacht materiaal

overige waarnemingen en

einddiepte

bijzonderheden

(m-mv)

deellocatie A: gehele locatie (7.800 m2) A01 (diep)

0,00 - 0,25

-

sporen puin, sporen kolengruis

2,00

0,25 - 1,10

sporen puin, sporen kolengruis

A02

0,35 - 0,50

matig puinhoudend

1,00

A03

0,00 - 0,50

sporen puin

1,00

A04

0,00 - 0,75

zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend

1,25

A06

0,00 - 0,20

zwak ijzerhoudend, sporen kolengruis

0,70

A21 (diep)

0,00 - 0,30

sporen kolengruis

2,00

sporen puin, sporen kolengruis

2,00

deellocatie B: gedempte watergangen (2 st) B01

0,00 - 0,50

-

0,50 - 0,70

sporen kolengruis

B02

0,00 - 0,50

sporen puin

2,00

B03

0,00 - 0,80

zwak puinhoudend, sporen kolengruis

2,00

0,80 - 1,50

sporen puin

0,00 - 1,20

sporen puin, sporen kolengruis

1,20 - 1,50

Hierna ondoordringbaar

B05

0,00 - 1,20

zwak puinhoudend, sporen kolengruis

2,00

B06

0,00 - 1,00

zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend

2,00

B04

1,50

2

deellocatie C: puinhoudende grond exclusief oppervlakte woning (ca. 1.700 m ) AG01

0,00 - 0,30

sporen puin, sporen kolengruis

0,30

AG02

0,00 - 0,50

niet aangetroffen

sporen puin, sporen kolengruis

0,50

AG03

0,00 - 0,50

sporen puin, sporen kolengruis

0,50

AG04

0,40 - 0,50

zwak puinhoudend

1,00

AG05

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend, sporen kolengruis

0,50

AG06

0,00 - 0,20

sporen kolengruis, sporen puin

1,00

0,20 - 0,50

sporen puin

AG07

0,00 - 0,30

sporen puin

0,30

AG08

0,00 - 0,30

sporen puin

0,30

pagina 17 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

4.4 Bemonstering grondwater Tijdens de grondwatermonstername zijn in het veld de zuurgraad (pH), de troebelheid en de elektrische geleidbaarheid (Ec) van het grondwater bepaald. De peilbuisspecificaties en meetresultaten zijn weergegeven in de volgende tabel. De plaats van de peilbuizen is weergegeven in bijlage 2. Tabel 4.3: peilbuisspecificaties peilbuis

datum

filtertraject

grondwaterstand

pH

Ec

troebelheid

bemonstering

(m-mv)

(m-mv)

(-)

(µS/cm)

(ntu)

belucht

deellocatie A: gehele locatie (7.800 m2) A05-1-1

30-11-2022

2,50 – 3,50

1,45

6,7

883

14,5

nee

A23-1-1

30-11-2022

2,00 – 3,00

0,90

6,9

1038

36,4

nee

Tijdens de bemonstering van het grondwater bleek dat de troebelheid van het grondwater groter was van 10 ntu. Hierdoor kunnen gehalten van organische parameters hoger uitvallen. Met deze bijzonderheid zal bij de beoordeling van de resultaten rekening worden gehouden. De betrouwbaarheid van de analyseresultaten wordt in hoofdstuk 5 besproken.

4.5 Analyses De monsters zijn volgens de volgende tabel geanalyseerd. Tabel 4.4: geanalyseerde monsters (NEN 5740) monster-

traject

code

(m-mv)

deelmonsters

analys

toelichting

es 1)

deellocatie A: gehele locatie (7.800 m2) A02-2

0,35 - 0,50

A02 (0,35 - 0,50)

NEN-g

A06-1

0,00 - 0,20

A06 (0,00 - 0,20)

NEN-g

matig puinhoudende bovengrond, meest verdachte laag zwak ijzerhoudend, sporen kolengruishoudende bovengrond, meest verdachte laag

A21(diep)-1

0,00 - 0,30

A21(diep) (0,00 - 0,30)

NEN-g

sporen kolengruishoudende bovengrond

MMA01

0,00 - 0,50

A01 (diep) (0,00 - 0,25), A04 (0,00 -

NEN-g

sporen/zwak puinhoudende, sporen/zwak

0,50),B01 (0,00 - 0,50), B05 (0,00 - 0,50)

kolengruishoudende bovengrond

MMA02

0,00 - 0,50

A03 (0,00 - 0,50), B03 (0,00 - 0,50)

NEN-g

sporen/zwak puinhoudende, sporen

MMA03

0,00 - 0,50

A15 (0,00 - 0,40), A17 (0,00 - 0,50),

NEN-g

zintuiglijk schone bovengrond

NEN-g

zintuiglijk schone bovengrond sporen puin, sporen kolengruishoudende

kolengruishoudende bovengrond

A20 (0,00 - 0,50), A25 (0,00 - 0,50) MMA04

0,00 - 0,50

A07 (0,00 - 0,50), A08 (0,00 - 0,50), A10 (0,00 - 0,50), A13 (0,00 - 0,50)

MMA05

0,25 - 1,00

A01 (diep) (0,25 - 0,75), B04 (0,50 - 1,00)

NEN-g

MMA06

0,50 - 1,80

A05 (0,50 - 1,00), A09 (diep) (1,00 - 1,50),

NEN-g

ondergrond zintuiglijk schone ondergrond

A14 (diep) (1,00 - 1,30), A21 (diep) (1,30 1,80)

pagina 18 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

Tabel 4.4 (vervolg): geanalyseerde monsters (NEN 5740) monster-

traject

code

(m-mv)

deelmonsters

analys

toelichting

es 1)

deellocatie A: gehele locatie (7.800 m2) MMOCB01

0,00 - 0,30

A08 (0,00 - 0,30), A09 (diep) (0,00 - 0,30),

OCB’s

zintuiglijk schone toplaag

OCB’s

zintuiglijk schone toplaag

OCB’s

zintuiglijk schone toplaag

OCB’s

zintuiglijk schone toplaag

A10 (0,00 - 0,30), A12 (0,00 - 0,25) MMOCB02

0,00 - 0,30

A13 (0,00 - 0,30), A15 (0,00 - 0,30), A17 (0,00 - 0,30), A18 (0,00 - 0,30)

MMOCB03

0,00 - 0,30

A20 (0,00 - 0,30), A22 (0,00 - 0,30), A23 (0,00 - 0,30), A25 (0,00 - 0,30)

MMOCB04

0,00 - 0,30

A03 (0,00 - 0,30), A05 (0,00 - 0,30), B06 (0,00 - 0,30)

Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring analyses: NEN-g

:

OCB

:

pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie); organochloorbestrijdingsmiddelen;

Tabel 4.5: geanalyseerde monsters asbest (NEN 5707) vindplaats of monsterinspectiegat

code

analyses 2)

traject (m-mv)

toelichting

1)

Deellocatie C: puinhoudende grond exclusief oppervlakte woning (ca. 1.700 m 2) AG05, AG06,

Asbmm01-1

0,00 - 0,50

asb-g

sporen/zwak puinhoudende grond zuid

Asbmm02-1

0,00 - 0,50

asb-g

sporen/zwak puinhoudende grond noord

AG07, AG08, AG01, AG02, AG03, AG04 Opmerkingen bij de tabel: 1)

in geval er sprake is van een monster dat samengesteld is uit deelmonsters, betreft het aangegeven traject de minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster.

2)

verklaring analyses: asb-g

:

asbest in grond NEN 5898;

Tabel 4.6: geanalyseerde monsters (grondwater) analyses 1)

monster-

peilbuis-

filtertraject

code

nummer

(m-mv)

motivatie

A05-1-1

05

2,50 - 3,50

NEN-gw

onderzoek grondwater

A23-1-1

23

2,00 - 3,00

NEN-gw

onderzoek grondwater

Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring analyses: NEN-gw

:

pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie);

pagina 19 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

5. Analyseresultaten 5.1 Toetsingskaders De analyseresultaten van de grond en/of grondwatermonsters zijn vergeleken met de reeds geldende toetsingskader). Voor een nadere toelichting op de gehanteerde toetsingskaders wordt verwezen naar bijlage 7. In de volgende tabel is weergegeven op welke wijze de mate van verontreiniging na toetsing van de analyseresultaten aan de normen uit de Wet bodembescherming (Wbb) en Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in het rapport wordt weergegeven. Tabel 5.1: aanduiding mate van verontreiniging volgens Wbb aanduiding in rapport

betekenis voor grond

-

=

niet verontreinigd

De toetsingswaarden worden niet overschreden.

betekenis voor grondwater

>AW of >S

=

licht verontreinigd

Het aangetoonde gehalte ligt tussen de

Het aangetoonde gehalte ligt tussen de

achtergrond- en tussenwaarde.

streef- en tussenwaarde.

>T

=

matig verontreinigd

Het aangetoonde gehalte ligt tussen de tussen- en interventiewaarde.

>I

=

sterk verontreinigd

Het aangetoonde gehalte ligt boven de interventiewaarde.

Tabel 5.2: aanduiding bodemkwaliteitsklasse volgens Bbk aanduiding in rapport

betekenis

achtergrondwaarde (AW)

Grond kan vrij worden toegepast bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit.

wonen (Wo)

Grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader worden toegepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten "wonen" of "industrie".

industrie (Ind)

Grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader enkel worden toegepast bij de bodemfunctie en bodemkwaliteit "industrie".

niet-toepasbaar (NT)

Grond kan elders niet worden toegepast. Indien deze grond vrijkomt moet deze worden afgevoerd naar een erkende verwerker.

5.2 Parameters grond (NEN 5740) De analyseresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 4. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 8. Een samenvatting is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 5.3: samenvatting toetsingsresultaten grond monster-

traject

code

(m-mv)

toetsingsresultaten Wbb 1)

motivatie

indicatie

> AW

>T

>I

Bbk 2)

koper, kwik, lood

-

-

Wo

kwik, lood

-

-

Wo

-

-

-

AW

2

deellocatie A: gehele locatie (7.800 m ) A02-2

0,35 - 0,50

matig puinhoudende bovengrond, meest verdachte laag

A06-1

0,00 - 0,20

zwak ijzerhoudend, sporen kolengruishoudende bovengrond, meest verdachte laag

A21(diep) -1

0,00 - 0,30

sporen kolengruishoudende bovengrond

pagina 20 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

Tabel 5.4 (vervolg): samenvatting toetsingsresultaten grond monster-

traject

code

(m-mv)

toetsingsresultaten Wbb 1)

motivatie

indicatie

> AW

>T

>I

Bbk 2)

sporen/zwak puinhoudende,

cadmium, kwik, lood,

-

-

Ind

sporen/zwak kolengruishoudende

zink

-

-

Ind

deellocatie A: gehele locatie (7.800 m2) MMA01

0,00 - 0,50

bovengrond MMA02

0,00 - 0,50

sporen/zwak puinhoudende, sporen

cadmium, kwik, lood,

kolengruishoudende bovengrond

zink, PAK, PCB’s

MMA03

0,00 - 0,50

zintuiglijk schone bovengrond

-

-

-

AW

MMA04

0,00 - 0,50

zintuiglijk schone bovengrond

lood

-

-

AW

MMA05

0,25 - 1,00

sporen puin, sporen

cadmium, kwik, lood,

-

-

Ind

kolengruishoudende ondergrond

zink, PAK

MMA06

0,50 - 1,80

zintuiglijk schone ondergrond

-

-

-

AW

MMOCB01

0,00 - 0,30

zintuiglijk schone toplaag

-

-

-

AW

MMOCB02

0,00 - 0,30

zintuiglijk schone toplaag

-

-

-

AW

MMOCB03

0,00 - 0,30

zintuiglijk schone toplaag

DDE (som)

-

-

Ind

MMOCB04

0,00 - 0,30

zintuiglijk schone toplaag

alfa-HCH 3)

-

-

Ind

Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring afkortingen: m.o.

:

minerale olie;

PAK

:

polycyclische aromatische koolwaterstoffen;

PCB

polychloorbifenylen;

2)

de toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit betreft een indicatie van de hergebruiksmogelijkheden;

3)

het gehalte alfa-HCH betreft een verhoogde rapportagegrens omdat door matrix-effecten en resp. co-elutie kwantificering bemoeilijkt werd. Waarschijnlijk ligt het gehalte alfa-HCH onder de achtergrondwaarde echter vanwege de verhoogde rapportagegrens dient deze formeel als lichte verontreiniging te worden gerapporteerd.

5.3 Asbest in grond (NEN 5707) De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 6. De analyseresultaten van de totale gewogen gehaltes asbest is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 5.5: berekening gewogen gehalte vindplaats of

traject

monster-

inspectiegat

(m-mv)

code

omschrijving

gehalte asbest (mg/kg d.s.) fractie

fractie

totaal

< 20 mm 1)

> 20 mm 2)

gewogen 3)

<2

n.a.

<2

<2

n.a.

<2

Deellocatie C: puinhoudende grond exclusief oppervlakte woning (ca. 1.700 m 2) AG05, AG06,

0,00 – 0,50

Asbmm01-1

AG07, AG08 AG01, AG02,

sporen/zwak puinhoudende grond zuid

0,00 – 0,50

AG03, AG04

Asbmm02-1

sporen/zwak puinhoudende grond noord

Opmerkingen bij de tabel: 1)

gecorrigeerde gehalte asbest (gehalte op analysecertificaat x gemiddelde percentage fractie < 20 mm afgeleid uit profielbeschrijving).

2)

gehaltes asbest berekend uit het gehalte in het materiaal en het bemonsterde bodemvolume.

3)

dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde.

n.a.:

niet aangetroffen

pagina 21 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

5.4 Grondwater De analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn weergegeven in bijlage 5. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 9. Een samenvatting is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 5.5: samenvatting toetsingsresultaten grondwater peilbuis- monsternummer

code

filtertraject

motivatie

(m-mv)

toetsingsresultaten Wbb >S

>T

>I

deellocatie A: gehele locatie (7.800 m2) A05

A05-1-1

2,50 – 3,50

onderzoek grondwater

naftaleen

-

-

A23

A23-1-1

2,00 – 3,00

onderzoek grondwater

barium, nikkel

-

-

Vanwege de verhoogde troebelheid van het grondwater in beide peilbuizen is aan de hand van de verwachtingen volgens het vooronderzoek, de overige waarnemingen tijdens de uitvoering van het veldwerk en de overige analyseresultaten beoordeeld of de resultaten voor organische parameters in het totale beeld van het onderzoek passen. Dit is wel het geval, omdat de waargenomen gehalten aan organische parameters binnen de lijn der verwachting liggen.

pagina 22 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

6. Conclusie en aanbevelingen Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende. Zintuiglijk zijn voornamelijk op het noordelijke terreindeel in de boven- en ondergrond sporen tot matige bijmengingen puin aangetroffen en zijn sporen tot zwakke bijmengingen met kolengruis waargenomen. Tevens is plaatselijk in de bovengrond een zwakke bijmenging met ijzer aangetroffen (A06). Uit de zintuiglijke waarnemingen bleek tevens dat de grond van de gedempte watergangen niet afwijkend was van de rest van de locatie. Derhalve is de grond van de gedempte watergangen gecombineerd onderzocht met de rest van de onderzoekslocatie. Zintuiglijk is zowel op het maaiveld als in de grond geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Tijdens het verkennend asbestonderzoek werd de eerder plaatselijk aangetroffen matige bijmenging met puin in de bovengrond van de erfverharding niet meer teruggevonden. Aangenomen wordt dat het een toevalstreffer betrof. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond lichte verontreinigingen zijn aangetoond met cadmium, koper, kwik, lood, zink, minerale olie, PAK, PCB en DDE (OCB). Tevens blijkt de sporen puin/kolengruishoudende ondergrond licht verontreinigd te zijn met cadmium, kwik, lood, zink en PAK. In zintuiglijk schone ondergrond werden geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, nikkel en naftaleen.

De aangetoonde verontreinigingen zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie verdacht is hiervoor. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. In de puinhoudende grond (noordelijk terreindeel) is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. Derhalve mag worden geconcludeerd dat de grond niet verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Resumé De onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen op ten aanzien van het huidige en voorgenomen gebruik van de locatie en vormen naar mening van Tritium Advies geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging en (mogelijk) toekomstige ontwikkeling. Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. Een indicatie van de hergebruiksmogelijkheden is weergegeven in hoofdstuk 5 van dit rapport. De adviezen zoals vermeld in de onderhavige rapport zijn gebaseerd op geldende wetgeving ten tijde van het opstellen deze rapportage.

Indien de omgevingswet in werking treedt dient mogelijk het advies te worden herzien.

pagina 23 van 23

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

Bijlage 1:

Kadastrale kaart

Kadastrale kaart

Uw referentie: 2210213MP

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 2000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Kerkwijk P 358

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 13 december 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

Bijlage 2:

Situatietekening

documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0

Bijlage 3:

Profielbeschrijvingen

Bijlage: Boorprofielen Boring:

A01 (diep)

Boormeester:

Joris Mathijssen

Datum:

23-11-2022

0 1

50

100

6

Boring:

A02

X (RD):

141483,92

Boormeester:

Joris Mathijssen

Y (RD):

423876,21

Datum:

23-11-2022

Z (NAP): 3.182

0

tuin

25

Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen puin, sporen kolengruis, donker grijsbruin, Edelmanboor

2

0 8

0

Klei, sterk zandig, sporen puin, sporen kolengruis, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

3

1

4 35

50

2

50

3 100

100

110

klinker

X (RD):

141501,53

Y (RD):

423872,24

Z (NAP): 3.294

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, matig zandig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, Edelmanboor

Klei, zwak zandig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

4 150 5 200

200

Boring:

A03

Boormeester:

Joris Mathijssen

X (RD):

141514,11

23-11-2022

Y (RD):

423864,30

Datum:

0

0

braak

A04

Boormeester:

Joris Mathijssen

X (RD):

141501,62

23-11-2022

Y (RD):

423852,09

Datum:

Z (NAP): 2.772

1 50

1 50 2 75

100

100

tuin

Z (NAP): 3.003

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13952264/1