CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1b. Ingediende zienswijzen

Raadsvergadering 14 juli 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Nederhemert, Maastuinen4.470 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijze 1 Geachte heer , geacht college, Graag wil ik via deze weg mijn zienswijze kenbaar maken over het ontwerp beeldkwaliteitplan Maastuinen Nederhemert. Ik ben een bewoner grenzend aan dit nieuw geplande project. Ik maak mij grote zorgen over de geplande vrije sectorwoningen. Wij wonen aan de < >. Ons woonperceel en tuin zijn gelegen tussen de dijk en de geplande vrije sectorkavels. In het plan staan de geplande woningen ingetekend met het gegeven dat de woningen een nokhoogte hebben van 4,5 meter en een totale hoogte van maar liefst 10 meter. We hebben al te maken met minder privacy, omdat men vanaf de dijk in onze tuin kijkt. Maar de dijk lag er al toen we hier kwamen wonen en hier hebben we destijds zelf voor gekozen. Echter zouden we op deze manier ook volle inkijk hebben vanaf achter ons woonperceel en onze tuin. De geplande woningen zijn te hoog en liggen te dicht gelegen aan ons perceel. Op deze manier hebben wij geen enkele privacy meer. Ik kom graag in contact met u om mijn zienswijze verder met u te bespreken en wil graag in gesprek om dit op te lossen. Graag ontvang ik een bevestiging van goede ontvangst van deze e-mail en ik zie uw reactie graag tegemoet. Met vriendelijke groet, < >

Zienswijze 2 Geacht College, Hierbij dien ik namens de heer en mevrouw < >, wonende aan < >, een zienswijze in tegen het ontwerpbestemmingsplan “Nederhemert, De Maastuinen”, welk ontwerp tot en met 16 februari 2022 ter inzage ligt. Het onderhavige ontwerpbestemmingsplan ziet op het voornemen om woningbouw te realiseren direct tegenover de woning van cliënten. Het plangebied voor deze woningbouwontwikkeling is verdeeld in 3 gebieden, te weten gebied A (10 startersappartementen ), gebied B (27 appartementen voor de doelgroep 55+ of zorgwoningen) en gebied C (27 vrijstaande of twee-onder-één-kapwoningen). Cliënten kunnen zich niet verenigen met bovengenoemde ontwikkeling. Meer specifiek kunnen cliënten zich niet verenigen met de voorziene ontwikkeling van gebied C, alsmede een op de plankaart opgenomen calamiteitenroute op korte afstand van hun woning. Onderstaand de bezwaren van cliënten. Calamiteitenroute In het plan is voorzien in een ontsluitingsweg voor de voorziene woningen, alsmede een tweetal calamiteitenroutes. Eén van deze calamiteitenroutes is gelegen op korte afstand van de woning van cliënten. In het bestemmingsplan heeft deze calamiteitenroute de bestemming “Verkeerverblijfsgebied”, met functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - calamiteitenroute’.

Planregel 4.1 onder a bepaalt hiertoe: De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: • wegen, voet- en fietspaden, met dien verstande dat: een ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer op het omliggende weggenet uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'; in afwijking van het bepaalde onder 1., ter plaatse van de aanduiding 'calamiteitenroute' een calamiteitenroute is toegestaan Cliënten kunnen zich in het geheel niet verenigen met deze voorziene calamiteitenroute. Deze calamiteitenroute komt uit op een pad gelegen voor de woning van cliënten, welk in eigendom is van cliënten. In de opgestelde Verkeersanalyse is het probleem met betrekking tot de eigendomssituatie ook onderkend (betrof 1 van de nadelen van variant 2). Cliënten geven middels deze zienswijze nadrukkelijk aan dat zij niet toestaan dat de ontsluiting wordt aangesloten op hun privéterrein. Deze calamiteitenroute, welke dan ook zou aansluiten op eigendom, houdt immers in dat cliënten dagelijks geconfronteerd zullen worden met in ieder geval scooters, fietsers, wandelaars etc, en dit over hun perceel. Daarnaast, ondanks dat dit planologisch wellicht niet is toegestaan, is de calamiteitenroute met een breedte van circa 4 meter zelfs ook toegankelijk voor autoverkeer.

Namens cliënten wordt nog opgemerkt dat het bestaande pad geen weg is als bedoeld in de zin van de Wegenwet. Verwezen wordt naar standaardjurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is geoordeeld dat, zoals in casu, een stuk straat dat alleen door enkele woningen als uitweg wordt gebruikt geen weg betreft als bedoeld in de Wegenwet (zie hiertoe o.a. uitspraak van 17 februari 2016; ECLI:NL:RVS:2016:386). Gebruikmaking van de voorziene calamiteitenroute, zeker daar hierbij ook gebruik wordt gemaakt van het in eigendom zijnde pad van cliënten, betreft een inbreuk op het (ongestoorde) eigendomsgenot zoals bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol van het EVRM. Tevens leidt gebruikmaking van deze calamiteitenroute tot onevenredig veel nadeel (onder andere in vorm van geluidsoverlast, aantasting privacy, etc) voor cliënten. Tenslotte vragen cliënten zich af of het opnemen van de onderhavige calamiteitenroute verplicht is. Zo niet betreft dit eigenlijk meer een soort van alternatieve -tweede- ontsluitingsroute van het plangebied. Namens cliënten dan ook het nadrukkelijke verzoek om, mocht het bestemmingsplan worden vastgesteld, deze calamiteitenroute niet in het plan op te nemen.

Gebied C Gebied C betreft de bouw van maximaal 11 wooneenheden (met bouwaanduiding twee-aaneen, dan wel vrijstaand) met een hoogte van 10 meter, dit op slechts circa 10 meter afstand van het perceel van cliënten. Spreekt voor zich dat vanuit de nieuwe woning gelegen direct tegenover de woning van cliënten er flinke inkijk zal zijn op hun perceel (en in hun woning). Cliënten wensen voorop te stellen dat zij niet perse tegen de onderhavige woningbouw-ontwikkeling zijn. Zeker gezien de grote (landelijke) behoefte aan woningen kunnen zij begrijpen dat ter plaatse ook in woningen wordt voorzien. Echter, zeker gezien de huidige agrarische bestemming met niet of nauwelijks bouwmogelijkheden, is de komst van een woning van 10 meter hoog op korte afstand natuurlijk een enorm contrast. Hierbij wordt opgemerkt dat alleen zij worden geconfronteerd met hoge bebouwing zo kort op hun perceel.

Het bouwvlak voor de voorziene 11 wooneenheden heeft een lengte van circa 110 meter. Cliënten vragen zich af of, ter behoud van hun privacy etc, het niet mogelijk is het bouwvlak met circa 35 tot 40 meter in te korten; langs het overige gedeelte van het bouwvlak zijn immers geen woningen gelegen en dan zouden er toch bijvoorbeeld 7 wooneenheden gerealiseerd kunnen worden. Alsdan zouden cliënten uitkijken op de voorziene appartementen, deze zijn dan wel gelegen op een afstand van circa 45 meter. Het onderhavige bouwplan zou dan 60 (in plaats van 64) woningen inhouden, echter dan blijft het woon- en leefklimaat (zeker wat betreft behoud privacy) voor cliënten wel behouden. Conclusie Namens cliënten verzoek ik u het bestemmingsplan niet vast te stellen, dan wel met inachtneming van bovengenoemde bezwaren. Hoogachtend

Zienswijze 3 Geachte, Hierbij ontvangt u de zienswijze van ons waterschap op het ontwerp bestemmingsplan Nederhemert de Maastuinen. Ontbreken van een locatie voor de waterbergingsopgave Wij maken er bezwaar tegen dat in het plan geen locatie is opgenomen waar de waterbergingsopgave gerealiseerd gaat worden. Dit is tijdens het vooroverleg meermaals door ons benoemd, bijvoorbeeld op 19 mei 2021 en op 15 december 2021. Indien wij niet weten waar de waterberging wordt aangelegd, kunnen wij ook niet toetsen of dit op de juiste manier kan worden gerealiseerd. Helaas kunnen wij het plan dan ook niet goedkeuren. Tot op heden zijn de gegevens omtrent de locatie niet aangepast en aangetoond. Vandaar dat wij bezwaar maken. De correspondentie omtrent het ontbreken van de locatie van de waterberging treft u aan in bijlage 1 van deze brief. Conclusie Wij maken bezwaar tegen de bovenstaande onderdelen van het ontwerp bestemmingsplan, omdat de locatie voor de waterbergingsopgave ontbreekt. Wij verzoeken u om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen conform onze opmerkingen. Wij vertrouwen erop u hiermee voor dit moment voldoende te hebben geïnformeerd en zijn desgewenst uiteraard bereid onze zienswijze in uw hoorzitting nader toe te lichten. Hoogachtend, namens het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland

Zienswijze 4 Betreft: zienswijze ontwerpbestemmingsplan "Nederhemert - De Maastuinen Geachte dames en heren, Namens mijn cliënten, mevrouw < > en de heer < >, beide wonende te < >, maak ik bij deze van de gelegenheid gebruik om een zienswijze in te dienen tegen het ontwerpbestemmingsplan “Nederhemert - De Maastuinen”. Cliënten verzoeken uw college het volgende bij de verdere besluitvorming (en advisering aan de gemeenteraad) te betrekken. Allereerst zij erop gewezen dat het perceel van cliënten rechtstreeks aan het plangebied grenst. Ter plaatse is sprake van de bestemming “Wonen”. Het dichtstbijzijnste bouwvlak is op ongeveer 18 meter van de perceelsgrens gelegen en voorziet in bebouwing van maximaal 10 meter hoog. Waar cliënten nu uitkijken over gronden met een agrarische bestemming met slechts een tweetal gebouwen op ongeveer 50 meter van de perceelsgrens, kijken zij in het nieuwe planologische regime uit op (min of meer aaneengesloten) bebouwing langs de gehele zuidzijde en de gehele westzijde van het plangebied, gelegen op veel kortere afstand van hun woning. Het verlies aan uitzicht is evident maar naar het oordeel van cliënten ook onevenredig en leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het huidige woon- en leefklimaat.

Voorts voorziet het plan in 64 woningen, die gezien het bepaalde in artikel 1.32 van de voorschriften allen voorzien in de huisvesting van één huishouden (artikel 1.23 van de voorschriften). De gebruiksintensiteit binnen het plangebied zal in extreme mate toenemen ten opzichte van de huidige maximale gebruiksmogelijkheden. Op dit punt ontbreekt het in de plantoelichting aan enige afweging en ook dit achten cliënten een onaanvaardbare aantasting van hun woon- en leefklimaat. De toename van de gebruiksintensiteit heeft ook gevolgen voor de verkeersstroom van en naar het plangebied. Voor de ontsluiting van het plangebied wordt blijkens de plantoelichting (figuur 4.1) gekozen voor een ontsluitingsweg aan de noordzijde. Daarbij zou sprake zijn van een calamiteitenroute aan de oostzijde van het plangebied. Daartoe wordt venwezen naar figuur 2.2 in de plantoelichting. Die figuur toont echter aan de westzijde eveneens een dergelijke calamiteitenroute (in de tekening kennelijk aangeduid met “c”). Ook de verbeelding toont aan beide zijden van het plangebied een ontsluitingsweg. De ontsluitingsweg aan de westzijde van het plangebied (dus aan de kant van cliënten) komt uit op privéterrein, In zoverre is dus sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering. Daarbij hebben ook de “calamiteitenwegen” de bestemming “Verkeer-Verblijfsgebied” toegewezen gekregen.

Voor zover zij niet zijn aangeduid als “ontsluiting” mogen die wegen ook niet als zodanig gebruikt worden, tenzij sprake is van een calamiteit. Wanneer sprake is van een calamiteit is in de planregels echter niet gedefinieerd, noch is het realistisch om te veronderstellen dat tegen planologisch strijdig gebruik van een calamiteitenweg effectief handhavend kan worden opgetreden. Dat is wellicht anders indien het regulier gebruik (lees: verboden gebruik) van deze wegen wordt ontmoedigd middels een wegneembaar paaltje of slagboom. Ten aanzien van de parkeerbehoefte wordt voor de zorgwoningen uitgegaan van een maximale behoefte van 0,6 parkeerplaatsen per woning en uit wordt gegaan van zes zorgappartementen. Artikel 5.1 sub b biedt echter de mogelijkheid dat binnen de aanduiding “maatschappelijk” zorgwoningen worden gecreëerd maar deze bepaling houdt gezien haar formulering niet in dat ter plaatse reguliere woningen (met een parkeerbehoefte van 2 per woning) worden gerealiseerd. De bepaling houdt immers niet in dat binnen deze functieaanduiding uitsluitend zorgwoningen worden gerealiseerd. Het is daarmee juridisch niet uit te sluiten dat de parkeerbehoefte groter is dan de 93 parkeerplaatsen die in de plantoelichting worden becijferd.

Weliswaar voorziet artikel 7.3 in de verplichting om aan de parkeerbehoefte te voldoen, maar het lijkt uitgesloten dat binnen het plangebied meer dan 93 parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Hoe dan ook, indien de planwetgever bedoelt te regelen dat van de 64 woningen binnen het plangebied er 6 als zorgwoning kwalificeren, dan dient dat ook als zodanig te worden geregeld. Ten aanzien van de landschappelijke structuur wordt in de plantoelichting opgemerkt dat op grond van het groenbeleid (naar aangenomen wordt het Groenbeleid Ruimtelijk Beheer 2016- 2026 ('Groen dicht bij de burger') van uw gemeente per woning moet worden voorzien in 75m2 openbaar groen. Het plan zoals het thans ter inzage ligt voldoet daar niet aan omdat sprake is van 68m2. Om toch in groen te voorzien worden, volgens de toelichting, alle platte daken in het plan uitgevoerd met groen/sedum. Ten eerste is niet duidelijk hoe in het plan is geborgd dat alle platte daken in het plangebied worden uitgevoerd met groen/sedum. Ten tweede moeten vraagtekens worden geplaatst bij de suggestie dat een op een dergelijke wijze uitgevoerd plat dak als openbaar groen kwalificeert.

Zoals uit het beleid moet worden afgeleid geeft de Nota Ruimte van het rijksbeleid aan dat een gemiddelde van 75 m2groen per woning binnen de bebouwde kom noodzakelijk is. Niet valt in te zien dat met de “vergroening” van platte daken aan dat gemiddelde wordt bijgedragen. Nog daargelaten dat die platte daken zich niet in openbaar gebied bevinden. Los van het voorgaande voorziet het ontwerpplan in het geheel niet in de ruimtelijke waarborg dat binnen het plangebied sprake zal zijn van een minimale oppervlakte aan openbaar groen. Ten slotte wordt erop gewezen dat in het kader van de Wet natuurbescherming nog een vervolgonderzoek is naar de beschermde soorten in het plangebied. Dat concludeert uw college ook in paragraaf 4.6.3 van de plantoelichting. Het spreekt vanzelf dat het bestemmingsplan in ieder geval niet eerder wordt vastgesteld dan nadat dat vervolgonderzoek is gedaan en de conclusie niet aan die vaststelling in de weg staat. Namens cliënten verzoek ik u het hier voorgaande bij de verdere besluitvorming en/of advisering te betrekken en het ontwerpplan niet, althans gewijzigd, vast te stellen. Ik vertrouw erop dat u mij rechtstreeks informeert over de terinzagelegging van het bestemmingsplan. Met vriendelijke groet.

Zienswijze 5 Geachte gemeenteraad, Via www.ruimtelijkeplannen.nl en de informatieavond van j.l. 18 januari 2022 hebben wij kennis genomen van de voorgenomen plannen rondom De Maastuinen in Nederhemert. We vinden het een mooi plan en zijn blij dat er appartementen gebouwd worden voor ouderen en starters. Echter zien we ook bezwaren, met name rondom de verkeersveiligheid. Ons inziens is het niet mogelijk om via de Tuinstraat de ingang van De Maastuinen te realiseren voor autoverkeer. 1. Dit zal veel hinder gaan opleveren in de toch al smalle Tuinstraat (en aansluitend ook de Hofstraat). Er staan veel auto’s geparkeerd op de weg en er moet nu al vaak gewacht worden voor tegemoetkomend verkeer. Het zal zo nog drukker worden wat voor meer vertragingen zal zorgen en dat zal de verkeersveiligheid niet ten goede komen. 2. Bovendien vinden wij het gevaarlijk als er verkeer vanuit de Maastuinen zo de Tuinstraat in komt rijden, omdat er voor ons huis geen trottoir ligt. Het verkeer rijdt strak langs de erven van de huizen. Daarnaast is het een kinderrijke buurt waar veel gefietst en gespeeld wordt door de kinderen op en rond de trottoirs. Zo ontstaat er een gevaarlijke situatie voor ons en onze kinderen. 3. Er is veel school- en winkelverkeer in de straat. Op de officiële schooltijden rijden de auto’s vanuit de Tuinstraat er in en via de Hofstraat er weer uit.

Met het verkeer vanuit De Maastuinen zal echter onvermijdelijk zijn dat ook op deze tijden verkeer in tegengestelde richting rijdt. De vele fietsende en wandelende kinderen komen hierbij in gevaar. Als we kijken naar de aangekondigde groei van de school, zal dit probleem de komende jaren nog groter worden. In het ontwerp bestemmingsplan wordt de opmerking gemaakt dat de verschillende piekmomenten elkaar niet overlappen. Dit is ons inziens niet juist. De hele dag gaan er auto’s, fietsen en wandelaars heen en weer van en naar de school en de winkel. Ons inziens is het ook niet mogelijk om het vele bouwverkeer tijdens de bouwperiode te laten plaatsvinden via de Tuinstraat. - Tijdens de bouw van de appartementen en de huizen zal er gedurende lange tijd bouwverkeer naar het gebied rijden. Als dit verkeer via de Tuinstraat zal plaatsvinden, zal dat ongetwijfeld voor gevaarlijke en onhandige situaties gaan leiden. Machines die te breed zijn voor de straat, verkeer wat veel opgehouden zal worden. Daarnaast zal bouwverkeer ook tijdens de piekmomenten heen en weer rijden. Ons inziens levert het aansluiten van de uitrit van De Maastuinen op de Tuinstraat onveilige situaties op. Een oplossing hiervoor is volgens ons: 1. Een weg voor autoverkeer realiseren vanuit De Maastuinen naar de Maasdijk, die tegelijk voor het werkverkeer kan worden gebruikt. 2.

De aansluiting naar de Tuinstraat veranderen in een loop/fietspad. Zo is iedereen, zeker ook met het oog op de ouderen en kinderen, snel, gemakkelijk en veilig in het dorp. Op basis van de bovenstaande argumenten hebben wij bezwaar tegen het ontwerp bestemmingsplan De Maastuinen wat betreft de verkeersveiligheid. Naar aanleiding van het voorgaande verzoeken wij u een aanvullend onderzoek in te stellen naar de verkeersveiligheid omtrent de aansluiting met de Tuinstraat en een andere ontsluitingsroute te zoeken. We gaan ervan uit dat u ons van de verdere procedure op de hoogte houdt.

Zienswijze 6 Nederhemert, 11 februari 2022 Betreft; Telefoongesprek 11-02-2022 Geachte < >, Naar aanleiding van ons telefoongesprek dien ik het volgende verzoek bij U in. Mijn perceel grond grenst aan het te ontwikkelen gebied Maastuinen. In het verleden (2009) heb ik een stuk grond verkocht aan de < >. We hebben toen afgesproken, dat mocht hij de Maastuinen gaan ontwikkelen wij eventueel aan zouden kunnen sluiten in de toekomst. Hij zou de ontsluiting tot aan ons perceel situeren en er zouden van weerszijden geen bezwaren gemaakt worden tegen het toekomstige bouwen. De < > heeft zijn weg en ontsluiting tot de grens van ons perceel aangegeven in het plan volgens afspraak. Nu de startfase, zoals voorgesteld in het ter visie liggende ontwerp, onze volledige instemming heeft, is mijn verzoek, dat de bestemming voor een te realiseren woning aan de Zuidzijde van mijn grondstuk in deze fase gaat meelopen. Ik hoop, dat U Uw medewerking in deze kunt en wilt verlenen. Graag heb ik, mijn man en onze adviseurs hier op korte termijn een gesprek over met U. Met vriendelijke groet.

Zienswijze 7 Geachte leden van de Raad, Tot mij wendde zich de < >, wonende aan < > (hierna: < >), met het verzoek haar bij te staan. < > heeft kennis genomen van het ontwerpbestemmingsplan ‘De Maastuinen’ en wenst daarover een zienswijze naar voren te brengen. Zienswijze Inleidende opmerkingen < > is eigenaar van het pand aan < >. Haar woning ligt pal aan de weg. Haar woning bevindt zich in de nabijheid van het plangebied. Daarnaast grenst haar woning aan het plangebied van bestemmingsplan ‘Kapelstraat De Meander’. Het beoogde bestemmingsplan voorziet in de bouw van ca. 64 nieuwe woningen. Deze ontwikkeling raakt ook de belangen van < > . < > zal nadelige gevolgen ondervinden van verwezenlijking van het plan. Daarom brengt < > de navolgende zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan naar voren. Ontsluiting en toename van verkeer Met de realisatie van in totaal ongeveer 180 nieuwe woningen in de nabijheid van de woning van < >, vreest < > een onevenredige toename van verkeer door de Kapelstraat. De Kapelstraat ligt namelijk tussen de twee plangebieden in die in het genoemde aantal woningen van 180 moeten gaan voorzien. Beide plannen voorzien in een ontsluiting die nadelige gevolgen heeft voor de verkeersafwikkeling in de Kapelstraat. In het nu ter inzage gelegde plan is slechts voorzien in één reguliere ontsluitingsweg die naar de Molenstraat leidt.

De Molenstraat komt in oostelijke richting uit op de Kapelstraat. En in oostelijke richting is het verkeer het snelst uit de bebouwde kom. Dat geldt voor al het verkeer dat haar bestemming ten noorden, ten oosten en ten zuiden van Nederhemert heeft. Dat betekent dat al het verkeer dat van en naar het zuiden beweegt, door de Kapelstraat, langs de woning van mevrouw Brugmans, komt. De Kapelstraat is niet geschikt om in de afwikkeling van het verkeer te kunnen voorzien. De straat is slechts 5 meter breed, heeft geen middenstrook en geen afzonderlijke fietsstroken. Ook zijn er geen stoepen aanwezig aan weerszijden van de weg. Dat betekent dat gemotoriseerd verkeer, fietsverkeer én voetgangers van dezelfde strook van 5 meter gebruik moeten maken. Er is weinig tot geen ruimte om te passeren en er is geen uitwijkingsmogelijkheid. Dat levert in de huidige situatie al verkeersonveilige situaties op, laat staan met verwezenlijking van het beoogde bestemmingsplan. En niet alleen na verwezenlijking van het plan zal er meer verkeer zijn, ook tijdens de realisatie van de woningen zal er veel bouwverkeer af en aan rijden. Dat zal ook verkeersonveilige situaties opleveren. En, omdat de woning van < > direct is gelegen aan de straat, vreest < > ook voor onevenredige toename van geluid en trillingen als gevolg van de verkeersbewegingen.

< > is van mening dat bij de keuze voor de huidige ontsluiting onvoldoende rekening is gehouden met de afwikkeling van het verkeer in de Kapelstraat. Om onevenredige toename van het verkeer en verkeersonveilige situaties te voorkomen, is < > van mening dat het beoogde plan zou moeten voorzien in meerdere reguliere ontsluitingswegen. Verzoek Gelet op vorenstaande zienswijze verzoekt < > u < > standpunten zorgvuldig en behoorlijk af te wegen en deze mee te nemen in de verdere ontwikkeling van het bestemmingsplan, met dien verstande dat Uw Raad aan de wensen van < > tegemoet zal komen. Met vriendelijke groet,

Zienswijze 8 Nederhemert, 8 februari 2022 Betreft: Bezwaar Maastuinen Nederhemert Names de bewoners van < > te < > doe ik (ondergetekende) u dit schrijven toekomen. We hebben kennis genomen van het bestemmingsplan Nederhemert, de Maastuinen. Bestudering van deze stukken geeft ons aanleiding om bezwaar in te dienen tegen de voorgenomen plannen. Onze woning, gelegen aan < >, grenst namelijk aan het perceel waarop de voorgenomen plannen zullen worden uitgevoerd. Het is vanuit het ontwerp/tekening slecht waarneembaar en traceerbaar waar de grens (afscheiding tot ons perceel) komt te liggen. We hebben echter sterk de indruk dat de plannen over ons perceel gaan waar we derhalve dan ook niet mee akkoord kunnen gaan. We vertrouwen erop u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd en in afwachting van uw reactie verblijf ik. Met vriendelijke groet, <>

Zienswijze 9 Geachte heer/mevrouw, Graag zouden wij een aantal zienswijze's willen indienen, over het plan "De Maastuinen" te Nederhemert. Het dossiernummer hiervan is NLIMR0.0297.NHNBP20210034 Het plan "De Maastuinen" word gevestigd naast ons perceel, waardoor wij de privacy naar ons inziens kwijt raken. 1. De afstand van het startersappartement en ons perceel is minimaal 20 meter. Deze afstand zouden we graag willen verruimen i.v.m. onze privacy. 2. Het startersappartement zouden we graag veranderd willen zien in rijtjes huizen, i.v.m. bovenwoningen van het appartement, die schadelijk kunnen zijn voor onze privacy. 3. Dat er achter ons gehele perceel, tot aan de Molenstraat geen huizen of wegen geplaatst kunnen worden, voor nu en in de toekomst. Met vriendelijke groet, <>

Zienswijze 10 Geachte raad, Hierbij doe ik u, namens < >, wonende aan de < > , een zienswijze toekomen op het ontwerpbestemmingsplan 'Nederhemert, De Maastuinen'. Het betreffende ontwerp-bestemmingsplan ligt vanaf donderdag 6 januari 2022 voor een periode van 6 weken ter inzage. De < > (hierna; cliënt) is woonachtig op (en eigenaar van) het naastgelegen perceel aan < >. Dat perceel ligt ten oosten van de projectlocatie. Dat betekent dat cliënt een direct belang heeft bij de besluitvorming omtrent dit bouwplan. Aanleiding 1.1 Het plan waarvoor het ontwerp-bestemmingsplan nu ter inzage ligt, ziet op de realisatie van een woningbouwplan. 1.2 De realisatie van het beoogde woongebouw brengt een grote verandering met zich mee voor wat betreft de stedenbouwkundige en ruimtelijke omgeving. Cliënt maakt zich ernstige zorgen over gevolgen hiervan en ziet zich genoodzaakt een zienswijze in te dienen. In deze zienswijzen richt cliënt zich zowel op de verbeelding, op de toelichting als op de regels. 1.3 In deze zienswijze richt cliënt zich met name op de zogenaamde calamiteitenroute die is aangelegd in de nabijheid van zijn perceel. Hierover het volgende. Calamiteitenroute 2.1 Op de verbeelding van het ontwerp-bestemmingsplan 'Nederhemert, De Maastuinen' is een tweetal zogenaamde calamiteitenroutes aangeduid.

Hieronder is een uitsnede van de verbeelding opgenomen met daarop aangegeven de calamiteitenroute die in de nabijheid van het perceel van cliënt is geprojecteerd. 2.2 Ook in het beeldkwaliteitsplan dat ten grondslag ligt aan de inhoud van het ontwerpbestemmingsplan, en er eveneens als bijlage onderdeel van uitmaakt, wordt verwezen naar de betreffende calamiteitenroute. Uit een impressie die is opgenomen in het beeldkwaliteitsplan blijkt ook duidelijk dat de betreffende calamiteitenroute verloopt via het perceel van cliënt (zie 'vage' arcering van de route in onderstaande figuur) 2.3 Voorts wordt eveneens in de toelichting op het bestemmingsplan gerefereerd aan deze ontsluitingsroute, zoals in het schetsplan van figuur 2.1. Ook in paragraaf 5.3 onder 'Verkeers- en verblijfsgebied' worden de calamiteitenroutes benoemd. Geen afspraken Allereerst wil cliënt opmerken dat hij niet in de eerste plaats tegen de aanleg van deze calamiteitenroute is. Echter, voor hem is wel van belang om te weten wat dit voor gevolgen heeft voor zijn perceel. Deze zijn nu volstrekt onduidelijk.

3.1 Voor cliënt leven er diverse vragen; Betekent de betreffende calamiteitenroute dat de hulpdiensten hier gebruik van kunnen maken (politie, ziekenwagen, brandweer)? Of wordt de route alleen gebruikt als vluchtroute voor de bewoners, ingeval van een calamiteit? Dient de route te allen tijde vrij gehouden te worden (geparkeerde auto's / spelende kinderen)? Indien cliënt een poort wil realiseren, is dat dan nog wel mogelijk? Wat wordt eraan gedaan dat het langzaam verkeer hier geen gebruik van gaat maken, buiten een situatie van een calamiteit (fietsers en voetgangers)? 3.4 Bedacht dient te worden dat de doorgang op het perceel van cliënt zeer smal is. Een normale brandweerwagen kan hier sowieso niet doorheen. Deze zal te breed zijn. 3.5 Nogmaals wordt opgemerkt dat cliënt niet per definitie tegen een calamiteitenroute is, ook niet tegen een route via zijn perceel. Echter, niet zonder afspraken hierover. Cliënt heeft overigens diverse malen met de ontwikkelende partij getracht hierover in overleg te treden, echter kreeg daarin geen respons. 3.6 Zo lang hierover geen afspraken zijn, houdt cliënt het ervoor dat hier sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering. Hij kan dan immers geen toestemming verlenen voor de betreffende ontsluiting via zijn perceel.

Dat betekent dat ook geen gebruik zal kunnen worden gemaakt van de betreffende calamiteitenroute, zodat het plan op dit onderdeel niet uitvoerbaar is Ontsluiting 4.1 Dat op het betreffende gedeelte van het plangebied een ontsluiting wordt gerealiseerd, daar is cliënt voorstander van. Daarover heeft wel overleg plaatsgevonden. Afgestemd is immers dat de

ontsluiting met name benodigd is voor de woning < >. Deze woning staat achter de woning van cliënt. De woning < > wordt op dit moment ontsloten via het perceel van cliënt. Met deze nieuwe ontsluiting hoeven de bewoners van de woning < > geen gebruik meer te maken van het perceel van cliënt. 4.2 Kortom: cliënt is voorstander van de betreffende ontsluiting. Er een calamiteitenroute van maken, waarover geen nadere afspraken zijn gemaakt, daar verzet cliënt zich tegen. En wanneer daarover niet alsnog nadere en heldere afspraken gemaakt worden, zal cliënt hier zich blijvend tegen verzetten. Cliënt meent hier ook goede juridische redenen voor te hebben, omdat er op dit moment sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering, nu zijn toestemming aan de route ontbreekt. Conclusie 5.1 Gelet op al het voorgaande is cliënt van oordeel dat het ontwerp-bestemmingsplan 'Nederhemert, De Maastuinen' op het onderdeel van de oostelijk gelegen calamiteitenroute niet uitvoerbaar is. 5.2 Cliënt verzoekt uw raad het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, door het van de verbeelding verwijderen van de kwalificatie 'calamiteitenroute'. De betreffende ontsluiting dient uiteraard te blijven bestaan. Teneinde ervan verzekerd te zijn dat dit schrijven u tijdig bereikt, wordt u dit schrijven per aangetekende post toegezonden. Hoogachtend. <>

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11602995/1