CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a1. bijlagen bij de toelichting

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststelling van bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel, herziening Maas-Waalweg 15 Zuilichem11.823 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel, herziening Maas-Waalweg 15 Zuilichem ontwerp

bestemmingsplan Bijlagen bij toelichting

Buitengebied Zaltbommel, herziening Maas-Waalweg 15 Zuilichem ontwerp

bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel, herziening Maas-Waalweg 15 Zuilichem

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Akoestisch onderzoek

7

Bijlage 2

Beknopte natuurtoets

41

Bijlage 3

Stikstofberekening

51

Bijlage 4

Watertoets

73

3

bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel, herziening Maas-Waalweg 15 Zuilichem

4

bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel, herziening Maas-Waalweg 15 Zuilichem

Bijlagen bij toelichting

5

bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel, herziening Maas-Waalweg 15 Zuilichem

6

bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel, herziening Maas-Waalweg 15 Zuilichem

Bijlage 1 Akoestisch onderzoek

7

A k oe s ti sch on d er z o e k 'H er z i en in g M aa s W aa l we g 15 t e Zu i l ic h em ' G em e en te Za l tb om m e l

A k oe s ti sch on d er z o e k 'H er z i en in g M aa s W aa l we g 15 t e Zu i l ic h em ' G em e en te Za l tb om m e l

Inhoud

Rapport met bijlagen

21 december 2020 Projectnummer 292.00.05.00.00.00

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Situatie

4

3

Wet geluidhinder

5

3.1

Wegverkeerslawaai

5

3.1.1

Zones

5

3.1.2

Normstelling en ontheffing

6

3.1.3

Binnenwaarde

6

3.1.4

Dove gevels

7

3.1.5

Aftrek artikel 110 g

7

3.2

Cumulatie

7

4

Rekenmethode

8

5

Uitgangspunten

9

5.1

Fysieke gegevens

9

5.2

Verkeersgegevens

9

6

Berekening en toetsing

10

6.1

Berekening

10

6.2

Toetsing

11

6.3

Cumulatie

11

7

Motivering

13

8

Conclusie en samenvatting

15

Bijlagen

21 december 2020

1

Inleiding In opdracht van de Gemeente Zaltbommel heeft BügelHajema Adviseurs b.v. een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar geluidsbelasting op de te logiesfunctie in Zuilichem in de gemeente Zaltbommel. De nieuw te realiseren gebouwen bevinden zich binnen de geluidzones van de N322 en de Maas-Waalweg. De Wet geluidhinder beschouwt een gebouw voor logiesfunctie niet als een geluidsgeluidsgevoelig gebouw. Toetsing op grond van de Wet geluidhinder is daarom niet verplicht. In dit verband is van belang dat weliswaar een logiesfunctie in de Wet geluidhinder niet is aangemerkt als geluidgevoelig object, maar zoals is geoordeeld in de uitspraak van 15 januari 2003 inzake nr. 200200707/1, Rucphen, dienen in het kader van een goede ruimtelijke ordening logiesfuncties waar gedurende een langere periode van de dag personen verblijven die een zekere bescherming tegen onaanvaardbare geluidhinder behoeven, wel als geluidgevoelig te worden aangemerkt, zij het dat die ruimten niet dezelfde bescherming behoeven te krijgen als in het geval van een woning of een andere geluidsgevoelige bestemming. In het kader van een goed woon- en leefklimaat moet in beginsel een geluidsonderzoek uitwijzen dat er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden 48 dB (zie jurisprudentie 2013:1838).

Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting op de gevel van de gebouwen en deze te toetsen aan de Wet geluidhinder. Toetsing van de karakteristieke geluidwering voor het vaststellen van de binnenwaarde van de huisvesting valt buiten het kader van dit onderzoek. Het akoestisch onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’ (RMG 2012). De resultaten van het akoestisch onderzoek zijn opgenomen in de voorliggende rapportage.

21 december 2020

3

2

Situatie Het initiatief (bijlage 2) heeft betrekking op de locatie gelegen in de noordoostelijke oksel van de Maas-Waalweg en de provinciale weg N322 in Zuilichem in de gemeente Zaltbommel. Voor deze locatie worden plannen voorbereid waarbij de realisatie van een logiesfunctie mogelijk wordt gemaakt. De volgende afbeelding geeft de voorgenomen situering van de te realiseren huisvesting weer.

Figuur 1. Locatie van de huisvesting in rood weergegeven

21 december 2020

4

3

Wet geluidhinder In de Wet geluidhinder (Wgh) dient met betrekking tot de geluidsbelasting van een (spoor)weg de LAeq over alle perioden van 07.00-19.00 uur, van 19.00-23.00 uur en van 23.00-07.00 uur te worden bepaald. De Lden is de logaritmisch gemiddelde waarde van de berekende geluidsbelasting in genoemde dag-, avond- en nachtperiode, waarbij gebruik wordt gemaakt van een ‘energetische’ middeling. Een en ander volgens de formule:

De Wgh geeft uitsluitend grenswaarden ten aanzien van de geluidsbelasting op de gevels van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. De definitie van een gevel luidt: “De bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of onderwijsgebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, met uitzondering van een constructie zonder te openen delen en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB”. De berekende geluidsniveaus worden afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal zoals aangegeven in artikel 1.3.1 van het RMG 2012.

3.1

Wegverkeerslawaai

3.1.1 Zones De Wgh richt zich wat betreft wegverkeerslawaai op de zogenaamde zoneringsplichtige wegen. In principe zijn alle wegen zoneringsplichtig behalve: -

wegen die deel uitmaken van een woonerf (artikel 74.2a van de Wgh);

-

wegen waarvoor een maximumsnelheid van dertig kilometer per uur geldt (artikel 74. 2b van de Wgh).

Langs zoneringsplichtige wegen is een geluidszone gelegen waarvan de breedte wordt bepaald door het aantal rijstroken alsmede de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied conform artikel 74 van de Wgh. Indien wordt gebouwd binnen de geluidszone, verplicht de Wgh door middel van akoestisch onderzoek aandacht te besteden aan de geluidssituatie. Het stedelijk gebied wordt gedefinieerd als: “Het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg”.

21 december 2020

5

Het buitenstedelijk gebied wordt gedefinieerd als: “Het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voorzover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg”. In onderstaande tabel zijn de zonebreedtes opgenomen. Tabel 1. Zonebreedtes wegverkeer Aard gebied stedelijk buitenstedelijk

Aantal rijstroken 1 of 2 3 of meer 1 of 2 3 of 4 5 of meer

Zonebreedte ter weerszijden van de weg 200 m 350 m 250 m 400 m 600 m

De in de nabijheid van het plangebied gelegen provinciale weg N322 en Maas-Waalweg kennen ter plaatse een maximum snelheid van tachtig kilometer per uur. Deze wegen zijn gelegen in buitenstedelijk gebied en hebben twee rijstroken. Deze wegen kennen derhalve een zone van 250 meter. De te realiseren geluidsgevoelige bebouwing ligt binnen de zone van deze wegen en er dient daarom akoestisch onderzoek plaats te vinden. 3.1.2 Normstelling en ontheffing Behoudens situaties waarbij door Gedeputeerde Staten of het college van burgemeester en wethouders een hogere waarde is vastgesteld, geldt voor geluidsgevoelige objecten binnen een zone een ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB als geluidsbelasting op de gevel. Bij het voorbereiden van een plan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op grond behorende bij een zone, dienen burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek in te stellen. Indien nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen worden blootgesteld aan een geluidsbelasting hoger dan 48 dB, is het noodzakelijk dat een verzoek tot het mogen toestaan van een hogere waarde wordt ingediend. De maximale ontheffingsgrenswaarde voor nog te realiseren geluidsgevoelige bebouwing gelegen in buitenstedelijk gebied bedraagt 53 dB. In stedelijk gebied bedraagt deze waarde 63 dB. De locatie is in buitenstedelijk gebied gelegen.

Bij een eventuele ontheffing moeten de mogelijkheden tot het treffen van maatregelen worden onderzocht en afgewogen. Bij de afweging van de te treffen maatregelen moet rekening worden gehouden met de noodzaak van een veilige verkeersafwikkeling. Ook moet rekening worden gehouden met de inpasbaarheid van de maatregelen in het landschap en de kosten van de maatregelen. Bovendien moeten te plaatsen geluidsbeperkende voorzieningen voldoende doelmatig zijn (artikel 110a, vijfde lid, van de Wgh). 3.1.3 Binnenwaarde Indien geen of onvoldoende maatregelen ter beperking van de gevelbelasting (kunnen) worden getroffen, dient het binnenklimaat te worden beschermd. De geluidwering van de uitwendige schei-

21 december 2020

6

dingsconstructie dient hierop te zijn afgestemd. Voor geluidsgevoelige bebouwing is dit geregeld in het Bouwbesluit. De karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht moet, ter beperking van geluidhinder in het verblijfsgebied, ten minste gelijk zijn aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die uitwendige scheidingsconstructie en 33 dB. 3.1.4 Dove gevels Gevels die geen te openen delen bevatten, zijn niet geluidsgevoelig en worden dove gevels genoemd. Voor dergelijke gevels hoeft geen hogere waarde te worden vastgesteld. Wel moet bij de bouw de geluidwering van de gevels zodanig zijn dat de wettelijke maximale binnenwaarden worden gerespecteerd. 3.1.5 Aftrek artikel 110 g Met het oog op de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen in de toekomst zal afnemen door technische ontwikkelingen en aanscherping van typekeuringen, mag een aftrek worden gehanteerd op de berekende geluidsbelastingen alvorens deze aan de wettelijke grenswaarden worden getoetst (artikel 110g van de Wgh). De aftrek bedraagt: -

Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen zeventig kilometer per uur of hoger is geldt een aftrek van: -

4 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 57 dB zonder aftrek volgens artikel 110g van de Wgh;

-

3 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 56 dB zonder aftrek volgens artikel 110g van de Wgh;

-

2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting.

Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen lager is dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB.

Bij toetsing van het binnenniveau van geluidsgevoelige bebouwing moet worden gerekend met een gevelbelasting zonder aftrek conform artikel 110g van de Wgh.

3.2

Cumulatie

De beoordeling van de geluidssituatie vindt afzonderlijk plaats voor de onderscheidbare zoneringsplichtige wegen. Cumulatie van meerdere geluidsbronnen mag echter niet leiden tot een onaanvaardbare situatie (artikel 110f van de Wgh). Het RMG 2012 geeft in hoofdstuk 2 van bijlage 1 aan dat er alleen sprake kan zijn van cumulatie indien de ten hoogste toelaatbare waarde van meerdere bronnen wordt overschreden. Voorgeschreven wordt verder dat moet worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met samenloop bij de te treffen maatregelen. Hiermee wordt rekening gehouden in die zin dat de cumulatie wordt betrokken bij het beoordelen van de gevelwering van de geluidsgevoelige bebouwing.

21 december 2020

7

4

Rekenmethode Akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh dient plaats te vinden overeenkomstig het RMG 2012, de regeling als bedoeld in artikel 110d en e van de Wgh. Bijlage III bij dit voorschrift geeft twee rekenmethoden weer: -

Standaard Rekenmethode I, gebaseerd op een vereenvoudiging van de situatie waarbij de weg bij benadering recht is en de invoergegevens zoals de verkeersintensiteiten en de hoogteverschillen in de weg geen belangrijke variaties vertonen.

-

Standaard Rekenmethode II, bedoeld voor de meer complexe situaties die niet voldoen aan de randvoorwaarden voor de Standaard Rekenmethode I.

De onderhavige situatie is te complex om met rekenmethode I te kunnen berekenen. Dit maakt het gebruik van Standaard Rekenmethode II noodzakelijk. Voor het uitvoeren van de methode II berekeningen van het wegverkeer is gebruik gemaakt van het computerprogramma Winhavik versie 9.04. Hiertoe is de situatie gedigitaliseerd. In het invoermodel worden rijlijnen ingebracht, reflecterende bodemgebieden, hoogtelijnen, gebouwen en eventueel schermen. De rijstroken zelf, de zijwegen, waterpartijen en andere verharde oppervlakken zijn beschouwd als reflecterende bodemgebieden, de overige gebieden als absorberend. Bij de berekeningen zijn verder de volgende uitgangspunten en rekenparameters gehanteerd: − aantal reflecties:

maximaal één stuks;

− openingshoek:

twee graden;

− bodemfactor:

nul (harde bodem), vervolgens zijn alle bodemoppervlakten in het rekenmodel geïmporteerd en voorzien van een bodemfactor en op de afbeelding groen gekleurd.

De aftrek op grond van artikel 110g van de Wgh en het Europees bronbeleid op de berekende geluidsbelasting is in het rekenmodel verdisconteerd in de groepsreductie. Op de gevel van de betreffende geluidsgevoelige bebouwing liggen de waarneempunten op verschillende hoogten afhankelijk van de hoogte van het betreffende gebouw en of het een geluidsgevoelige functie betreft. De invoergegevens van het opgestelde Standaard Rekenmethode II rekenmodel, alsmede de grafische weergaven daarvan zijn als bijlagen bij dit onderzoek toegevoegd (bijlage 1). De rekenresultaten worden besproken in hoofdstuk 6.

21 december 2020

8

5

Uitgangspunten 5.1

Fysieke gegevens

Ten behoeve van het onderhavige onderzoek is gebruik gemaakt van door de opdrachtgever verstrekte ondergronden. De overige ten behoeve van de modellering benodigde gegevens met betrekking tot terreingesteldheid en gebouwen zijn met behulp van Google Streetview geïnventariseerd dan wel door opdrachtgever aangeleverd.

5.2

Verkeersgegevens

Wat betreft de provinciale weg N322 en de Maas-Waalweg is gebruik gemaakt van de gemeentelijke en provinciale telgegevens uit 2019. De verwachting is dat deze intensiteiten zullen stijgen met gemiddeld een procent per jaar. Per wegvak is behalve de etmaalintensiteit van belang hoe het verkeer verdeeld is tussen dag-, avond- en nachturen. Bovendien is de verdeling van de aantallen en snelheden per voertuigcategorie uitgesplitst. De voertuigcategorieën worden hierbij als volgt ingedeeld: -

lichte motorvoertuigen (personenauto’s en bestelauto’s);

-

middelzware motorvoertuigen (autobussen, vrachtwagens met twee assen en vier achterwielen);

-

zware motorvoertuigen (vrachtwagens met drie of meer assen, vrachtwagens met aanhanger, trekkers met oplegger).

Deze gegevens zijn uit dezelfde rapportages verkregen. Tabel 2. Verkeersgegevens wegen weg intensiteit 2031 N322 (oostelijk deel)

snelheid km/u 80

wegverharding dab

N322 (westelijk deel)

80

dab

Maas-Waalweg (noordelijk deel)

80

dab

Maaswaalweg (zuidelijk deel

80

dab

21 december 2020

periode

uur %

dag avond nacht dag avond nacht dag avond nacht dag avond nacht

6.41 3.12 1.33 6.45 3.08 1.29 7.00 2.50 0.75 7.00 2.50 0.75

samenstelling verkeer in % lmv mzv zmv 84.86 8.54 6.60 92.41 4.56 3.03 82.22 8.67 9.11 84.55 8.40 7.05 92.89 4.15 2.96 82.53 7.89 9.58 94.00 3.10 2.9

94.00

3.10

2.9

9

6

Berekening en toetsing 6.1

Berekening

De berekende geluidsbelasting op de gevels van de gebouwen is weergegeven in bijlage 1 en in onderstaande afbeelding en tabel. De geluidsbelastingen in de onderstaande tabel zijn inclusief de aftrek op grond van artikel 110g van de Wgh. De in rood aangegeven geluidsbelastingen overschrijden de ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB.

Figuur 2. Waarneempunten

21 december 2020

10

Tabel 3. Geluidsbelasting per waarneempunt in dB incl. aftrek ogv art. 110g Wgh gebouw waarN322 neempunt 1e bouwl. 2e bouwl. 3e bouwl. 1e bouwl. 1 1.1 51 dB 52 dB 53 dB 25 dB 1.2 55 dB 57 dB 57 dB 44 dB 1.3 55 dB 57 dB 57 dB 46 dB 1.4 53 dB 55 dB 55 dB 52 dB 1.5 49 dB 49 dB 50 dB 55 dB 1.6 34 dB 21 dB 13 dB 51 dB 1.7 37 dB 35 dB 30 dB 48 dB 1.8 42 dB 42 dB 43 dB 12 dB 2 2.1 48 dB 49 dB 50 dB 35 dB 2.2 52 dB 54 dB 55 dB 40 dB 2.3 53 dB 54 dB 55 dB 41 dB 2.4 49 dB 50 dB 51 dB 36 dB 2.5 47 dB 47 dB 49 dB 27 dB 2.6 35 dB 36 dB 34 dB 35 dB 2.7 34 dB 34 dB 33 dB 41 dB 2.8 46 dB 46 dB 47 dB 36 dB 3 3.1 54 dB 56 dB 57 dB 37 dB 3.2 53 dB 54 dB 55 dB 40 dB 3.3 43 dB 44 dB 45 dB 40 dB 3.4 21 dB 22 dB 23 dB 39 dB 3.5 25 dB 26 dB 27 dB 38 dB 3.6 45 dB 45 dB 46 dB -3.7 50 dB 51 dB 52 dB -3.8 54 dB 56 dB 56 dB 37 dB

6.2

Maas-Waalweg 2e bouwl. 26 dB 45 dB 47 dB 54 dB 56 dB 53 dB 50 dB 14 dB 35 dB 40 dB 41 dB 36 dB 32 dB 36 dB 40 dB 36 dB 37 dB 41 dB 40 dB 39 dB 38 dB --37 dB

3e bouwl. 29 dB 45 dB 47 dB 54 dB 56 dB 53 dB 51 dB 17 dB 36 dB 40 dB 42 dB 37 dB 35 dB 38 dB 41 dB 36 dB 38 dB 41 dB 41 dB 39 dB 38 dB --37 dB

Toetsing

De drie gebouwen voldoen niet aan de ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB vanwege de provinciale weg N322 (gebouw 1, 2 en 3) en de Maas-Waalweg (gebouw 1). De overschrijding van de ten hoogste toelaatbare waarde bedraagt maximaal 9 dB vanwege de provinciale weg N322 en 8 dB vanwege de Maas-Waalweg. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt daarbij overschreden.

6.3

Cumulatie

Er is alleen sprake van cumulatie indien de ten hoogste toelaatbare waarde van meerdere bronnen wordt overschreden, zoals genoemd in paragraaf 3.2. In het projectgebied is sprake van meerdere bronnen. De overschrijdingen van gebouw 1 hebben betrekking op twee bronnen waardoor cumulatie aan de orde is. Het betreft hier gebouw 1, waarneempunten 1.4 en 1.5. In tabel 4 zijn de gecumuleerde waarden van de betreffende gevels opgenomen. Tabel 4. Gecumuleerde geluidsbelasting in dB per waarneempunt per bouwlaag excl. aftrek ogv. artikel 110g Wgh gevel N322 Maas-Waalweg cumulatief bouwlaag bouwlaag bouwlaag 1e 2e 3e 1e 2e 3e 1e 2e 3e 1.4 55 dB 55 dB 57 dB 54 dB 56 dB 56 dB 58 dB 60 dB 60 dB 1.5 51 dB 51 dB 52 dB 57 dB 57 dB 58 dB 58 dB 59 dB 59 dB

In de literatuur zijn gegevens voorhanden omtrent de indicatie van de geluidskwaliteit bij de cumulatieve geluidbelastingen (zie onder andere RIVM: Rapport 680300005/2008, Milieuaandachtsgebieden in Nederland). Deze zijn weergegeven in onderstaande tabel.

21 december 2020

11

Tabel 5. Indicatie geluidskwaliteit bij cumulatie LCUM in dB <45 45-50 50-55 55-60 60-65 >65

Geluidskwaliteit zeer goed Goed Redelijk Matig Slecht Zeer slecht

Uit deze tabel blijkt dat op de betreffende beoordelingspunten een geluidsniveau heerst wat getypeerd kan worden als "matig". Beide wegen zijn hiervan de oorzaak. Het is aan de gemeente om de aanvaardbaarheid van de berekende cumulatieve waarde te beoordelen.

21 december 2020

12

7

Motivering De geluidsbelasting op de gevel vanwege het wegverkeer van de drie gebouwen is hoger dan de ten hoogste toelaatbare gevelbelasting vanwege beide wegen. De gemeente kan voor geluidgevoelige objecten in een dergelijke situatie in buitenstedelijk gebied een hogere waarde tot ten hoogste 53 dB vaststellen. Deze waarde wordt overschreden en een hogere waarde zou niet worden verleend. In het stedelijk gebied bedraagt deze waarde 63 dB. Deze waarde wordt niet overschreden. In dit geval is het verdedigbaar om voor dit project aansluiting te zoeken bij de waarden die gelden voor stedelijk gebied, omdat: -

formeel geen sprake is van een geluidsgevoelig gebouw, en

-

de wijze van bouwen zodanig is dat er een hoge dichtheid aan wooneenheden ontstaat met relatief veel (verkeers)bewegingen en daardoor de situatie overeenkomt als stedelijk gebied.

Conform het beleid van de gemeente is deze motivering pas mogelijk als voldaan wordt aan de hoofdcriteria uit het Besluit geluidhinder. De in dit besluit gestelde voorwaarden hebben betrekking op het onvoldoende doeltreffend zijn van de mogelijke bron- en overdrachtsmaatregelen, dan wel op het ontmoeten van overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. In eerste instantie is gekeken naar maatregelen aan en om de weg en daarna aan het betreffende pand. Daarbij is gedacht aan het volgende. -

Bronmaatregelen Het vervangen van het wegdek van de weg is op grond van het feit dat het om slechts enkele gebouwen gaat financieel niet haalbaar.

-

Vergroting afstand bron-waarneempunt Vergroting van deze afstand is niet mogelijk. daarvoor is de oppervlakte van het terrein te beperkt. Daarnaast dient enige afstand tot de omliggende bebouwing te worden aangehouden. Vergroting van de afstand is daarom slechts zeer beperkt mogelijk en zorgt niet voor een vermindering van de geluidsbelasting.

-

Maatregelen in het overgangsgebied Het plaatsen van schermen is om stedenbouwkundige redenen en financiële redenen niet haalbaar.

Samengevat kan worden gesteld dat maatregelen aan de weg of in het overdrachtsgebied niet mogelijk of wenselijk zijn. Dat betekent voor de betreffende gebouwen: -

Maatregelen aan de gevel De overschrijding van de ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB bedraagt maximaal 4 dB. Omdat maatregelen aan de weg of tussen de weg en de gebouwen niet mogelijk zijn, zullen in de te realiseren gebouwen, indien noodzakelijk, zodanige gevelmaterialen worden toegepast dat de wettelijke binnenwaarde van 33 dB bij gesloten deuren en ramen niet wordt overschreden. In het traject waarin de omgevingsvergunning voor het bouwen van de betreffende gebouwen wordt voorbereid, dient de aard en mate van isolatie van de gevels te worden bepaald. Bij toetsing van het binnenniveau van geluidsgevoelige bebouwing moet worden gerekend met gevelbelasting zonder aftrek in overeenstemming met artikel 110g

21 december 2020

13

van de Wgh. Onderstaand is in de tabel aangegeven aan welke wering de betreffende gevels dienen te voldoen. Tabel 6. Benodigde geluidwering per gevel in dB exclusief aftrek op grond van artikel 110g van de Wgh gegevel wettelijke 1e bouwlaag 2e bouwlaag 3e bouwlaag bouw binnenwaarde geluidsbenodigde geluidsbebenodigde geluidsbebelasting wering lasting wering lasting 1 1.1 33 dB 53 dB 20 dB 54 dB 21 dB 55 dB 1.2 33 dB 58 dB 25 dB 59 dB 26 dB 60 dB 1.3 33 dB 58 dB 25 dB 60 dB 27 dB 60 dB 1.41) 33 dB 58 dB 25 dB 60 dB 27 dB 60 dB 1.51) 33 dB 58 dB 25 dB 59 dB 26 dB 59 dB 1.6 33 dB 53 dB 20 dB 55 dB 22 dB 55 dB 1.7 33 dB 50 dB 20 dB2) 52 dB 20 dB2) 53 dB 2 2.1 33 dB 50 dB 20 dB2) 51 dB 20 dB2) 52 dB 2.2 33 dB 55 dB 22 dB 56 dB 23 dB 57 dB 2.3 33 dB 55 dB 22 dB 56 dB 23 dB 57 dB 2.4 33 dB 51 dB 20 dB2) 52 dB 20 dB2) 53 dB 3 3.1 33 dB 49 dB 20 dB2) 50 dB 20 dB2) 51 dB 3.2 33 dB 57 dB 24 dB 58 dB 25 dB 59 dB 3.7 33 dB 55 dB 22 dB 56 dB 23 dB 57 dB 3.8 33 dB 52 dB 20 dB2) 53 dB 20 dB 54 dB 1) gebaseerd op cumulatieve geluidsbelasting uit tabel 4 2) de minimale wering bedraagt op grond van het Bouwbesluit 20 dB

21 december 2020

benodigde wering 22 dB 27 dB 27 dB 27 dB 26 dB 22 dB 20 dB 20 dB2) 24 dB 24 dB 20 dB 20 dB2) 26 dB 24 dB 21 dB

14

8

Conclusie en samenvatting In dit rapport is een akoestisch onderzoek gerapporteerd met betrekking tot de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai afkomstig van de provinciale weg N322 en de Maas-Waalweg op de gevels van de te realiseren gebouwen in het kader van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Zaltbommel, herziening Maas-Waalweg 15 Zuilichem’ in de gemeente Zaltbommel. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een akoestisch onderzoek noodzakelijk. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de gebouwen niet voldoen aan de wettelijke eisen wat betreft het wegverkeerslawaai. De overschrijding van de ten hoogste toelaatbare waarde bedraagt maximaal 9 dB vanwege de provinciale weg N322 en 8 dB vanwege de Maas-Waalweg. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt daarbij overschreden. In het stedelijk gebied bedraagt deze waarde 63 dB. Deze waarde wordt niet overschreden. Bij de beoordeling van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is aansluiting gevonden bij het beoordelingskader voor stedelijk gebied, omdat: -

formeel geen sprake is van een geluidsgevoelig gebouw, en

-

de wijze van bouwen zodanig is dat er een hoge dichtheid aan wooneenheden ontstaat met relatief veel (verkeers)bewegingen en daardoor de situatie overkomt als stedelijk gebied.

Gemotiveerd is waarom maatregelen aan de bron of in het overdrachtsgebied niet mogelijk zijn. Daarbij is getoetst aan de landelijke wetgeving. Aldus kan gesteld worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de beoogde functie. Mogelijk zijn aanvullende geluidsisolerende maatregelen aan de betreffende gevels van de geluidsgevoelige bebouwing nodig, teneinde te voldoen aan de maximale binnenwaarde van 33 dB. Dit onderzoek dient bij de indiening van het bouwplan mede aangeleverd te worden.

21 december 2020

15

Bijlagen

BIJLAGE 1 – REKENBLADEN WEGVERKEERSLAWAAI

Opbouw model

Geluidsbelasting vanwege de N322

Geluidsbelasting vanwege de Maas-Waalweg

Invoergegevens en rekenresultaten

BIJLAGE 2 – ONTWERP

Colofon Opdrachtgever Gemeente Zaltbommel Rapport BügelHajema Adviseurs Projectleiding N. Geurts Projectnummer 292.00.05.00.00.00

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Utrechtseweg 7 3811NA Amersfoort T 033 465 65 45 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel, herziening Maas-Waalweg 15 Zuilichem

Bijlage 2 Beknopte natuurtoets

41

Beknopte natuurtoets Opdrachtgever:

projectnummer: 292.00.05.00.00

Onderwerp:

Beknopte natuurtoets Maas-Waalweg 15, Zuilichem

Datum:

30-11-2020

Inleiding KADER De initiatiefnemer is voornemens om aan de Maas-Waalweg 15 te Zuilichem huisvesting voor arbeidsmigranten te realiseren. Hiertoe wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen. Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming 1

(Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de inventarisatie op 26 november 2020 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden waren: zwaarbewolkt, droog, circa 6°C en een zwakke wind. PLANGEBIED Het plangebied omvat de kadastrale percelen BKL08 – K – 1557,1558 en 1209 ten zuiden van Zuilichem (figuur 1). Het plangebied wordt aan de westkant begrenst door de Maas-Waalweg en aan de zuidkant door de N322 (Van Heemstraweg). Aan de oostkant ligt agrarisch gebruikt land. Aan de noordkant grenzen woningen met omliggend grasland. In het plangebied staan een woning, de gebouwen van een voormalig partycentrum en een kas. Aan de zuidzijde van het partycentrum is een speelgelegenheid aanwezig, omringd door een beukenhaag. De woning is opgetrokken uit baksteen en heeft dakpannen van beton of klei. Het voormalig partycentrum is ook opgetrokken uit baksteen, het dak bestaat hier uit dakpannen van plaatmateriaal. Verspreid over het terrein zijn bomen en struiken aanwezig. Er is geen permanent oppervlaktewater aanwezig in het plangebied. Wel loopt er langs de oostrand van het plangebied een sloot.

1

De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van

(Europese) natuurgebieden.

1 3

2

Figuur 1. Plangebied (rood omlijnd) met woonhuis (rode pin), partycentrum(nummer 1), speelgelegenheid (2) en kas (3). Soortbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -

alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 tot en met 3.4 van de Wnb);

-

dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5 tot en met 3.9 van de Wnb);

-

nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (artikel 3.10 en 3.11 van de Wnb).

Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (artikel 3.11 van de Wnb). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in artikel 3.10, eerste lid, van de Wnb. INVENTARISATIE Uit het raadplegen van de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF -25 november 2020 10:00:41) blijkt dat binnen een straal van een kilometer rond het plangebied diverse beschermde diersoorten

datum 30-11-2020

projectnummer 292.00.05.00.00

2

2

bekend zijn. Het gaat hierbij om vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren, amfibieën en een weekdiersoort (platte schijfhoren). In het plangebied is ten oosten en zijden van de gebouwen grasland aanwezig waarin tijdens het veldbezoek onder andere zachte ooievaarsbek, gestreepte witbol, rode klaver en smalle weegbree zijn aangetroffen. Daarnaast staan er diverse beukenhagen op het terrein. Rondom de kas is een begroeiing van braam aanwezig. Ten zuiden van de kas is het restant van een siertuin aanwezig, met esdoorns. De aangetroffen soorten duiden op voedselrijke tot matig voedselarme omstandigheden. Beschermde plantensoorten zijn niet bekend uit de omgeving van het plangebied (NDFF). Beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek, maar zijn in dit jaargetijde ook niet altijd zichtbaar. Gelet op de bekende verspreiding, de inrichting en voedselrijkdom van de locaties waar ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, kan de aanwezigheid van beschermde plantensoorten echter uitgesloten worden. Uit de directe omgeving zijn vanuit de NDFF geen vleermuissoorten bekend, maar verwacht wordt dat laatvlieger en gewone dwergvleermuis wel zullen voorkomen. In zowel de woning als de bebouwing van het partycentrum zijn openingen aangetroffen die naar verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten (zoals laatvlieger en/of gewone dwergvleermuis) kunnen leiden.

In de bomen in het plangebied zijn geen voor vleermuizen geschikte holtes, spleten of stukken losse schors aangetroffen. Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Er zijn geen bomenrijen aanwezig die onderdeel zijn van een structuur die van belang kan zijn als vliegroute voor vleermuizen. Onder de dakpannen van zowel de woning als het partycentrum kunnen huismussen en gierzwaluwen hun nest maken. De nesten van deze vogels zijn jaarrond beschermd. Huismus en gierzwaluw zijn beide ook uit de omgeving bekend (NDFF). De bramen en andere opgaande beplanting kunnen ook gebruikt worden als slaapplek voor de huismus. Ten tijde van het veldbezoek zijn echter geen huismussen waargenomen. In de bomen zijn tijdens het veldbezoek geen nesten van vogels met jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Mogelijk foerageren, naast huismus, ook enkele andere vogels met jaarrond beschermde nesten in het plangebied. Te verwachten zijn soorten als buizerd en roek. In de struiken en hagen in het plangebied kunnen een aantal meer algemene vogels tot broeden komen, zoals merel,

2

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meeste complete natuurdatabank van Nederland. De NDFF geeft in-

formatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens.

datum 30-11-2020

projectnummer 292.00.05.00.00

3

winterkoning, roodborst, vink en houtduif. De nesten van deze soorten zijn alleen tijdens het broedseizoen beschermd. Het plangebied vormt geschikt leefgebied voor een aantal algemene grondgebonden zoogdiersoorten, zoals de uit de omgeving bekende soorten bosmuis, rosse woelmuis en egel (NDFF). Voor deze algemene soorten geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de omgeving van het plangebied zijn ook de niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten bunzing, wezel en bever bekend. Voor bever ontbreekt geschikt leefgebied, in de vorm van bredere watergangen. Het is echter niet uitgesloten dat wezel en bunzing voorkomen in het plangebied, door de aanwezigheid van diverse opgeslagen materialen, rommelhoekjes en de slootoever. Beide soorten zijn ten westen van het plangebied, langs de Van Heemstraweg aangetroffen (NDFF). Voortplantingsbiotoop voor amfibieën is alleen aanwezig in de sloot aan de oostzijde van het plangebied. Daardoor kan het plangebied wel geschikt landbiotoop vormen voor enkele algemene amfibieensoorten, zoals de uit de omgeving bekende gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander.(NDFF). Voor deze algemene amfibieënsoorten geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Van de niet-vrijgestelde amfibieensoorten is alleen de heikikker bekend uit de omgeving van het plangebied (NDFF). Voor deze meer kritische soort ontbreekt geschikt biotoop in het plangebied. Uit de omgeving van het plangebied is een weekdiersoort bekend (NDFF). De platte schijfhoren, een zoetwater-huisjesslak komt voor in zoete, heldere en schone wateren met een rijke begroeiing. Deze zijn niet aanwezig binnen het plangebied. De aanwezigheid van soorten uit de soortgroep reptielen, vissen en ongewervelden kan worden uitgesloten door het ontbreken van waarnemingen en/of geschikt leefgebied. TOETSING Bij sloop van de gebouwen en herontwikkeling van het terrein kan op basis van het veldbezoek niet worden uitgesloten dat er jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw en verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Ook kan er leefgebied, met rust- en of verblijfplaatsen van kleine marterachtigen aanwezig zijn. Nader onderzoek is nodig om te aan- of afwezigheid van deze soort(groep)en aan te tonen. Op basis van nader onderzoek kan beoordeeld worden of een ontheffing van de Wnb nodig is.

datum 30-11-2020

projectnummer 292.00.05.00.00

4

Bij de uitvoering van het plan gaat mogelijk een deel van het foerageergebied en slaapplekken van huismus verloren. Opgaande beplanting in de randen blijft grotendeels behouden. Het nader onderzoek naar huismus zal ook uitwijzen in hoeverre het plangebied gebruikt wordt door huismus. Negatieve effecten op het foerageergebied van andere vogels met jaarrond beschermde nesten zijn uit te sluiten, doordat het plangebied hooguit een klein onderdeel vormt van het foerageergebied en er bovendien in de omgeving in ruime mate alternatief foerageergebied beschikbaar is. Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van eventuele kapwerkzaamheden op het noordwestelijke perceel rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt.

De ontwikkelingen zullen er niet voor zorgen dat plangebied ongeschikt wordt als foerageergebied voor vleermuizen, mits geen verlichting wordt geplaatst die een grote lichtuitstraling veroorzaakt op bijvoorbeeld bomen. Daarom dient tijdens de aanleg en het gebruik verlichting te worden ingezet met naar beneden gerichte lichtarmaturen die geen lichtuitstraling richting de zijkant veroorzaken. Bij uitvoering van het plan gaan geen belangrijke vliegroutes van vleermuizen verloren. Als gevolg van het plan kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en of zoogdierensoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Gelderland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Negatieve effecten op beschermde soorten uit de overige soortgroepen treden niet op als gevolg van de ontwikkelingen. Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden, geregeld.

Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe

datum 30-11-2020

projectnummer 292.00.05.00.00

5

werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. In de provincie Gelderland wordt het NNN Gelders Natuurnetwerk (GNN) genoemd. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het GNN is voor provincie Gelderland uitgewerkt in de Omgevingsvisie Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland (provinciaal ruimtelijk natuurbeleid). GROENE ONTWIKKELINGSZONE Vanuit de Omgevingsverordening Gelderland worden behalve de GNN-gebieden ook gebieden aangewezen als Groene Ontwikkelingszone. In gebieden die zijn aangewezen als Groene Ontwikkelingszone worden geen grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt, maar kleinschalige ontwikkelingen die niet leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het gebied zijn wel toegestaan. INVENTARISATIE Het plangebied vormt geen onderdeel van een in het kader van de Wnb begrensd gebied.

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem, bevindt zich op circa 800 meter ten westen van het plangebied. Dit gebied is ook onderdeel van het GNN (figuur 2). Aan de overzijde van de Van Heemstraweg is een gebied aanwezen als Groene Ontwikkelzone.

datum 30-11-2020

projectnummer 292.00.05.00.00

6

Figuur 2. Ligging beschermde gebieden. Het plangebied is aangegeven met een rode pin. Lichtgroen/lichtgroen met rode omlijning: Groene ontwikkelzone, Donkergroen: GNN. TOETSING Het projectgebied ligt op vrij korte afstand van het Natura 2000-gebied Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem. Gezien de afstand, de inrichting van het tussenliggende gebied met bebouwing en wegen en de aard van de ontwikkeling, zijn veel potentiele effecten op het Natura 2000-gebied op voorhand uit te sluiten. Over deze afstand kan echter in potentie wel sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Daarom dient een AERIUS-berekening te worden gemaakt waaruit blijkt of tijdens de aanleg- en gebruiksfase al dan niet sprake is van stikstofdepositie boven 0,00 mol stikstof per hectare per jaar in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000gebieden. Gezien de grote afstand tot het GNN en de ligging buiten de Groene Ontwikkelingszone, zijn – mede gelet op de aard van het plan - geen negatieve effecten te verwachten op dergelijke gebieden. Het project is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Conclusie Voor een toetsing aan de soortenbescherming van de Wnb is op basis van het uitgevoerde veldbezoek (d.d. 26 november 2020) en het raadplegen van bronnen, gelet op de aard van het plan, een nog onvoldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan.

Nader onderzoek naar huismus, gierzwaluw en vleermuizen (laatvlieger, gewone dwergvleermuis) in de te slopen gebouwen is nodig. Daarnaast dient nader onderzoek naar kleine marterachtigen plaats te vinden. Als uit het nader onderzoek blijkt dat in het plangebied jaarrond beschermde nesten en/of verblijfplaatsen aanwezig zijn van een of meerdere van de bovengenoemde soorten dan is er een

datum 30-11-2020

projectnummer 292.00.05.00.00

7

ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming nodig vóórdat de werkzaamheden, die mogelijk gemaakt worden door het bestemmingsplan, mogen plaatsvinden. Gezien onze ervaring met eerdere projecten en de betroffen soorten, gaan we er van uit dat de provincie Gelderland een ontheffing zal kunnen verlenen, mits voldoende maatregelen worden genomen om negatieve effecten op de aanwezige beschermde soort(en) te mitigeren. Hierdoor zal er geen belemmering ontstaan voor de uitvoerbaarheid van het plan. Op basis van de stikstofberekening kan worden bepaald of een vergunning van de Wnb (gebiedenbescherming) nodig is voor uitvoering van het plan. Een nadere analyse van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. De ontwikkeling is op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de Omgevingsverordening Gelderland.

datum 30-11-2020

projectnummer 292.00.05.00.00

8

bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel, herziening Maas-Waalweg 15 Zuilichem

Bijlage 3 Stikstofberekening

51

Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e M aa s W aa l we g 15

D EF IN I TI EF

Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e M aa s W aa l we g 15

D EF IN I TI EF

17 december 2020 Projectnummer 292.00.05.00.00

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Wettelijk kader

4

3

Ligging projectgebied

5

4

Invoergegevens AERIUS

6

4.1

Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1 - 3)

6

4.2

Werkverkeer (bron 4)

7

4.3

Verkeersgeneratie logiesgebouw (bron 5)

8

4.4

Totale emissie

8

5

Model

9

6

Rekenresultaten en conclusie

10

17 december 2020

1

Inleiding In het kader van het bestemmingsplan Maas-Waalweg 15 is de depositie van stikstof ten gevolge van de bouw en het gebruik van de logiesfunctie voor arbeidsmigranten aan de Maas-Waalweg in de gemeente Zaltbommel berekend. Het project maakt de bouw van 78 wooneenheden mogelijk op een locatie in het weinig stedelijk woonmilieu. De omvang van het project is op de onderstaande afbeelding weergegeven. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (17 dectember 2020). Dit rapport vormt een toelichting op de berekening.

Afbeelding 1 – Omvang projectgebied

Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming bij vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het projectgebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Nature 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.

17 december 2020

3

2

Wettelijk kader De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 161 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Hiernaast geldt op grond van artikel 2.7 Wnb in samenhang met artikel 2.8 Wnb een onderzoeksplicht voor bestemmingsplannen.

Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor het bestemmingsplan onder dezelfde omstandigheden niet kan worden vastgesteld. Saldering Om een ruimtelijke ontwikkeling of bestemmingsplan waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van internof extern salderen. Door middel van salderen zorgt de initiatiefnemer er voor dat de netto stikstofemissie niet toe neemt. Dit kan door middel van het staken van stikstof emitterende activiteiten op de locatie zelf (intern salderen) of het staken van stikstof emitterende activiteiten op een locatie buiten het plangebied van de ruimtelijke ontwikkeling of het bestemmingsplan (extern salderen). Om intern te kunnen salderen moet er sprake zijn van één project of één locatie. Intern salderen kan gaan om het treffen van maatregelen aan een bestaand project of kan worden toegepast op nieuwe projecten op de locatie van een bestaand project. Bij extern salderen gaat het om verschillende projecten of plannen. Extern salderen wordt aangemerkt als een mitigerende of beschermende maatregel in de zin van artikel 6, lid 3 Habitatrichtlijn en moet dus plaatsvinden in het kader van een passende beoordeling.

Stikstofregistratiesysteem Naast saldering bestaat er de mogelijkheid om voor woningbouwprojecten waarbij er sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken via het stikstofregistratiesysteem. In dit stikstofregistratiesysteem wordt alle stikstofruimte van stikstof reducerende maatregelen, waaronder de verlaging van de maximumsnelheid op autosnelwegen naar 100 km/uur, opgeslagen. De door deze maatregelen beschikbaar gekomen ruimte kan voor maximaal 70 % worden besteed aan economische ontwikkelingen.

17 december 2020

4

3

Ligging projectgebied Zoals in de inleiding is aangegeven is het projectgebied gelegen aan de Maas-Waalweg in gemeente Zaltbommel. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.

Afbeelding 2 – Ligging projectgebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden

De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn: -

Loevenstein, Pompveld & Korsche Boezem, gelegen op een afstand van circa 4,8 km;

-

Lingegebied & Diefdijk zuid, gelegen op een afstand van circa 7,6 km;

-

Rijntakken, gelegen op een afstand van circa 7,6 km.

17 december 2020

5

4

Invoergegevens AERIUS In AERIUS zijn standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 worden bepaald. Naast de bronnen van de gebouwen en mobiele werktuigen dienen ook de verkeersbewegingen op en van en naar het terrein in de berekeningen meegenomen te worden. Conform de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator” dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden totdat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Door de opdrachtgever is aangegeven dat het gebouw gasloos wordt uitgevoerd. Dit betekent dat er geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten behoeve van de verwarming. Dit zal geborgd moeten worden in de ruimtelijke procedure. Ten behoeve van de verkeersgeneratie van het gebouw en de werkzaamheden zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt (afbeelding 3).

4.1

Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1 - 3)

In de navolgende tabel zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand van 1

BügelHajema Adviseurs . Qua werkzaamheden is rekening gehouden met de sloop van alle aanwezige bebouwing, de aanleg van nieuwe verharding en de aanleg van de nieuwe gebouwen. Er wordt 2

2

2

3.000 m bebouwing gesloopt, 1.300 m verharding aangelegd en 4.140 m bebouwing gerealiseerd. In de te gebruiken draaiuren zijn de stationaire draaiuren meegenomen. Tabel 1. Emissie mobiele werktuigen bouwlocatie Functie Werktuig kW Belasting

Eenheid

Draaiuren

2

Stage

Emissie

Emissie

klasse

NOx

NH3

Sloop

Graafmachine

100

69%

6 uur/100 m2

180

IV

9,94 kg

<1 kg

bebouwing

Verreiker

200

84%

5 uur/100 m2

150

IV

6,80 kg

<1 kg

2

2

(3.000 m )

Dumper

215

69%

4 uur/100 m

120

IV

17,80 kg

<1 kg

Aanleg

Asfaltmachine

100

76%

1 uur/50 m2

26

IV

1,98 kg

<1 kg

2

26

IV

1,29 kg

<1 kg

414

IV

45,71 kg

<1 kg

verharding

Wals

90

55%

1 uur/50 m

Graafmachine

200

69%

10 uur/100 m2

(1.300 m2) Aanleg

2

gebouwen

Betonstorter

200

69%

5 uur/100 m

207

IV

28,57 kg

<1 kg

(4.140 m2)

Hijskraan

200

69%

10 uur/100 m2

414

IV

57,13 kg

<1 kg

84%

2

414

IV

18,78 kg

<1 kg

187,98 kg

<1 kg

Verreiker

60

10 uur/100 m

Totale emissie NOx en NH3 mobiele werktuigen

1

Voor de invoergegevens van mobiele werktuigen op de locatie is gebruik gemaakt van aannames afkomstig uit een door

BügelHajema Adviseurs bijgehouden bronbestand. Dit bronbestand bevat gemiddelde cijfers over de inzet van mobiele werktuigen op de locatie en zijn verkregen door jarenlange ervaring met stikstofberekeningen. 2

De belasting is het vermogen van het mobiele werktuig wat gemiddeld gebruikt wordt.

17 december 2020

6

4.2

Werkverkeer (bron 4)

Wat betreft het werkverkeer is rekening gehouden met de volgende ritten per jaar. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand. Per sloop- of aanlegfase is van de volgende aantallen ritten uitgegaan: Sloopfase: 2

-

licht verkeer 10 ritten/100 m bebouwing, totaal 300 ritten;

-

middelzwaar vrachtverkeer 2 ritten/100 m bebouwing, totaal 60 ritten;

-

zwaar vrachtverkeer 1 ritten/100 m bebouwing, totaal 30 ritten.

2

2

Aanleg verharding: 2

-

licht verkeer 10 ritten/50 m verharding, totaal 260 ritten;

-

middelzwaar vrachtverkeer 2 ritten/50 m verharding, totaal 52 ritten;

-

zwaar vrachtverkeer 0,5 ritten/50 m verharding, totaal 13 ritten.

2

2

Aanleg bebouwing: 2

-

licht verkeer 100 ritten/100 m bebouwing, totaal 4140 ritten;

-

middelzwaar vrachtverkeer 20 ritten/100 m bebouwing, totaal 828 ritten;

-

zwaar vrachtverkeer 4 ritten/100 m bebouwing, totaal 166 ritten.

2

2

Bovenstaande aannames leiden tot de volgende totalen werkverkeer -

licht verkeer 4.700 ritten/jaar;

-

middelzwaar vrachtverkeer 940 ritten/jaar;

-

zwaar vrachtverkeer 209 ritten/jaar.

Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van figuur 7.1 van de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2020’ (tabel 2). Tabel 2. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen

- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s - vrachtwagens met 4 wielen

Middelzware motorvoertuigen

- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen

Zware motorvoertuigen

-vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger

De totale emissie van het werkverkeer bedraagt 5,19 kg NOx/jr.

17 december 2020

7

4.3

Verkeersgeneratie logiesgebouw (bron 5)

In het model is het verkeer van en naar het gebouw opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van een verkeersonderzoek van Goudappel Coffeng, wat uigevoerd is in het kader van een arbeidsmigrantenhuisvestingslocatie in Aalsmeer. Op basis van dit onderzoek dient worst case uitgegaan te worden dat twee werknemers per auto vertrekken naar de werklocatie. Dit resulteert in dit geval in 150 verkeersbewegingen per dag. Tevens is rekening gehouden dat er 0,25 werknemer per wooneenheid aanwezig is. Dit houdt in dat er 20 werknemers aanwezig zijn. Wanneer deze werknemers, worst case, allemaal met de auto komen resulteert dit in 40 verkeersbewegingen. Als laatste wordt rekening gehouden dat per 20 kamers, per dag, 1 levering pakketten of andere zaken wordt gedaan. Hiertoe is, gelet op de hoeveelheid kamers in dit initiatief, rekening gehouden met 4 verkeersbewegingen per dag. Al met al is rekening gehouden met de volgende aannames: -

licht verkeer 190 ritten/etmaal;

-

middelzwaar vrachtverkeer 4 ritten/etmaal.

De totale emissie van de verkeersgeneratie van het logiesgebouw in de gebruiksfase bedraagt in dat geval 26,12 kg NOx/jr en 2,17 kg NH3/jr.

4.4

Totale emissie

De totale emissie van het project in de gebruiks- en aanlegfase bedraagt 219,30 kg NOx/jr en 2,91 kg NH3/jr.

17 december 2020

8

5

Model De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (17 december 2020). In de berekening is uitgegaan van het rekenjaar 2021. Indien het project later zal worden uitgevoerd, kan deze berekening als worst-case worden beschouwd. In latere rekenjaren zal de emissiefactor van onder andere verkeersbewegingen namelijk afnemen. Navolgend is van het model een afbeelding opgenomen.

Afbeelding 3 - AERIUS model

17 december 2020

9

6

Rekenresultaten en conclusie De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Dit pdf bestand is als bijlage opgenomen en seperaat toegevoegd.

Afbeelding 4 - Rekenresultaat

Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig.

17 december 2020

10

Colofon Rapport BügelHajema Adviseurs Projectleiding BügelHajema Adviseurs Supervisie BügelHajema Adviseurs

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Utrechtseweg 7 3811NA Amersfoort T 033 465 65 45 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RsHcJUEtNfPg (17 december 2020) pagina 1/7

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Gemeente Zaltbommel

Maas-Waalweg 15, 5305 TC Zuilichem

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Maas-Waalweg 15

RsHcJUEtNfPg

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

17 december 2020, 12:48

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Situatie 1

NOx

219,30 kg/j

NH3

2,91 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Sloop bebouwing Aanleg van nieuwe bebouwing en verharding

Resultaten

Situatie 1

RsHcJUEtNfPg (17 december 2020) pagina 2/7

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Sloop bebouwing Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

34,54 kg/j

Aanleg verharding Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

3,26 kg/j

Aanleg bebouwing Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

150,18 kg/j

Werkverkeer Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

5,19 kg/j

Verkeersgeneratie Wegverkeer | Buitenwegen

2,17 kg/j

26,12 kg/j

RsHcJUEtNfPg (17 december 2020) pagina 3/7

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

AFW

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

Graafmachine 100 kW

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

9,94 kg/j < 1 kg/j

AFW

Verreiker 60 kW

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

6,80 kg/j < 1 kg/j

AFW

Dumper 215 kW

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

17,80 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Sloop bebouwing 137650, 423637 34,54 kg/j < 1 kg/j

Voertuig

Omschrijving

AFW

AFW

Situatie 1

Aanleg verharding 137660, 423616 3,26 kg/j < 1 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

Asfaltmachine 100 kW

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

1,98 kg/j < 1 kg/j

Wals 90 kW

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

1,29 kg/j < 1 kg/j

RsHcJUEtNfPg (17 december 2020) pagina 4/7

Resultaten

Aanleg bebouwing 137660, 423616 150,18 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

AFW

Graafmachine 200 kW

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

45,71 kg/j < 1 kg/j

AFW

Betonstorter 200 kW

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

28,57 kg/j < 1 kg/j

AFW

Hijskraan 200 kW

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

57,13 kg/j < 1 kg/j

AFW

Verreiker 60 kW

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

18,78 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Werkverkeer 138021, 423474 5,19 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

4.700,0 / jaar NOx NH3

1,48 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

940,0 / jaar NOx NH3

2,77 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

209,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RsHcJUEtNfPg (17 december 2020) pagina 5/7

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Verkeersgeneratie 138021, 423474 26,12 kg/j 2,17 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

190,0 / etmaal NOx NH3

21,82 kg/j 2,10 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

4,0 / etmaal NOx NH3

4,30 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RsHcJUEtNfPg (17 december 2020) pagina 6/7

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RsHcJUEtNfPg (17 december 2020) pagina 7/7

bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel, herziening Maas-Waalweg 15 Zuilichem

72

bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel, herziening Maas-Waalweg 15 Zuilichem

Bijlage 4 Watertoets

73

datum 7-12-2020 dossiercode 20201207-9-24977 Samenvatting In deze paragraaf worden puntgewijs de resultaten van de toetsing samengevat. Tekenen: Heeft u een toetslaag geraakt? ja In welke gemeente ligt uw plangebied? Zaltbommel Vragen: Gaat het plan uitsluitend over functiewijziging van bestaande bebouwing zonder fysieke aanpassingen van de bebouwing en de ruimte? nee Gaat het ruimtelijk plan over activiteiten anders dan woningen, bedrijven of kleinschalige infrastructuur? nee Is uw totale plangebied groter dan 3500 m² ? ja Verwacht u een toename van verharding in het plan groter dan 500 m² in stedelijk gebied of 1500 m² in landelijk gebied? ja Afbeeldingen geraakte toetslagen

Afbeeldingen geraakte signaleringskaarten

www.dewatertoets.nl

datum 7-12-2020 dossiercode 20201207-9-24977

Projectomschrijving Bouw drie identieke gebouwen met de daarbij behorende voorzieningen. Elk gebouw beslaat 1316 vierkante meter. verder 78 parkeerplaatsen en een voetbal-/speelveldje

Algemene projectgegevens Plannaam: Maas-Waalweg 15 te Zuilichem Adres: Maas-Waalweg 15, Zuilichem Gemeente: Zaltbommel Het plan is ingediend door: Rutger Kooijman BügelHajema Adviseurs Oppervlakte plangebied: 16750 Geachte lezer, U heeft het waterschap geïnformeerd over het plan Maas-Waalweg 15 te Zuilichemaan de Maas-Waalweg 15 in Zuilichem via de website www.dewatertoets.nl. Uit de toets blijkt dat u de gangbare watertoetsprocedure moet volgen. Dit betekent dat er nader overleg plaats moet vinden met Waterschap Rivierenland. Het waterschap wil vroegtijdig met u meedenken, u informeren en u adviseren over de waterhuishoudkundige aspecten van uw plan [Bouw drie identieke gebouwen met de daarbij behorende voorzieningen. Elk gebouw beslaat 1316 vierkante meter. verder 78 parkeerplaatsen en een voetbal-/speelveldje]. Het waterschap beoordeelt of het waterbelang voldoende gewaarborgd is. Deze uitgangspuntennotitie is onderdeel van de watertoetsprocedure. Deze uitgangspuntennotitie vormt de start voor uw overleg met het waterschap. De notitie is automatisch opgesteld op basis van uw antwoorden en uw ingetekende plangebied. Waterschap Rivierenland geeft in deze uitgangspuntennotitie aan welke wateraspecten van belang zijn voor uw ruimtelijke plan. De gemeente draagt ook zorg voor aspecten van de waterhuishouding. Daarom is het belangrijk om uw plan ook met hen af te stemmen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10258970/1