CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a. Verkennend archeologisch onderzoek

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Aalst, Prins Hendrikstraat 3b4.831 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Prins Hendrikstraat 3b, Aalst, gemeente Zaltbommel Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek

G.P.A.M. Nieuwlaat

2

Colofon ADC Rapport 5286 Prins Hendrikstraat 3b, Aalst, gemeente Zaltbommel Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek Auteur : G.P.A.M. Nieuwlaat In opdracht van: Buro Kours © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 26 november 2020 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: concept Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Autorisatie: B. Jansen ISSN 1875-1067 ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel. 033-299 81 81 E-mail info@archeologie.nl

3

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Bureauonderzoek 2.1 Doelstelling en vraagstelling 2.2 Methodiek 2.3 Resultaten 2.4 Gespecificeerde verwachting en conclusie 3 Inventariserend Veldonderzoek 3.1 Plan van Aanpak 3.2 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.3 Conclusies 4 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen Bijlage 1 Boorgegevens

4 6 8 8 8 8 10 12 12 13 13 15 16 17 18

4

Samenvatting In opdracht van Buro Kours heeft ADC ArcheoProjecten in oktober 2020 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd aan de Prins Hendrikstraat 3b te Aalst, gemeente Zaltbommel. Op basis van het bureauonderzoek gold een middelhoge tot hoge verwachting voor sporen uit de Bronstijd tot de Nieuwe Tijd. Deze verwachting gold voor de naar verwachting aanwezige intacte oeverafzettingen van de Zaltbommel-Nederhemert stroomgordel. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat het plangebied bestaat uit onverstoorde rivierafzettingen van de Zaltbommel-Nederhemert. De afzettingen van deze stroomgordel worden afgedekt door een laag komklei. De bovengrond bestaat uit verstoorde zandig klei. Deze zandige klei betreft waarschijnlijk sediment van de Afgedamde Maas. De verstoring kan worden toegewezen aan het gebruik van het perceel als boomgaard, zoals dit al op de kadastrale minuut van 1832 is aangegeven. De verstoring reikt tot een diepte van 70 cm –mv in het zuidelijk deel van het plangebied, 90 cm –mv in het centrale deel, en loopt op naar 50 cm -mv in het noordoostelijk deel van het plangebied. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor een middeleeuwse huisterp.

Op basis van de verstoorde bovengrond en het ontbreken van aanwijzingen voor middeleeuwse en of nieuwe tijdse bewoning kan de verwachting voor deze periode naar beneden worden bijgesteld. De verwachting voor de oeverafzettingen van de Zaltbommel-Nederhemert stroomgordel dient op basis van de resultaten van de boringen gehandhaafd te blijven. De geplande werkzaamheden op het perceel bestaan uit het ophogen van het terrein, waarop een woonhuis en bijgebouw worden gerealiseerd. Er is geen kelder gepland. Afhankelijk van de dikte van de aan te brengen ophoging, en de constructie van de fundering zal deze mogelijk de intacte bodem verstoren. De geplande palen waarop de fundering wordt geplaatst zullen eventueel aanwezige archeologische lagen slechts zeer beperkt verstoren. ADC ArcheoProjecten adviseert om een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van een karterend booronderzoek naar eventuele bewoningsporen in de top van de oeverafzettingen van de Zaltbommel-Nederhemert stroomgordel. Het doel van dit onderzoek is het systematisch onderzoeken van het plangebied op het voorkomen van één of meerdere typen archeologische vindplaatsen. Indien de fundering niet tot in de onverstoorde bodem wordt aangelegd is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een Plan van Aanpak (PvA).

5

Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Periode

Afkorting

Tijd in jaren

Nieuwe tijd:

NT

1500 - heden

Middeleeuwen:

XME

450 – 1500 na Chr.

Late Middeleeuwen

LME

Vroege Middeleeuwen

VME

Romeinse tijd:

ROM

Laat-Romeinse tijd

ROML

270 - 450 na Chr.

Midden-Romeinse tijd

ROMM

70 - 270 na Chr.

Vroeg-Romeinse tijd

ROMV

12 voor Chr. - 70 na Chr.

IJzertijd:

IJZ

Late IJzertijd

IJZL

250 - 12 voor Chr.

Midden-IJzertijd

IJZM

500 - 250 voor Chr.

Vroege IJzertijd

IJZV

Bronstijd:

BRONS

Late Bronstijd

BRONSL

1100 - 800 voor Chr.

Midden-Bronstijd

BRONSM

1800 - 1100 voor Chr.

Vroege Bronstijd

BRONSV

Neolithicum (Jonge Steentijd):

NEO

Laat-Neolithicum

NEOL

2850 - 2000 voor Chr.

Midden-Neolithicum

NEOM

4200 - 2850 voor Chr.

Vroeg-Neolithicum

NEOV

Mesolithicum (Midden-Steentijd):

MESO

Laat-Mesolithicum

MESOL

6450 - 4900 voor Chr.

Midden-Mesolithicum

MESOM

7100 - 6450 voor Chr.

Vroeg-Mesolithicum

MESOV

8800 - 7100 voor Chr.

Paleolithicum (Oude Steentijd):

PALEO

Laat-Paleolithicum

PALEOL

35.000 - 8800 voor Chr.

Midden-Paleolithicum

PALEOM

300.000 – 35.000 voor Chr.

Vroeg-Paleolithicum

PALEOV

tot 300.000 voor Chr.

Bron: Archeologisch Basis Register 1992

1050 - 1500 na Chr. 450 - 1050 na Chr. 12 voor Chr. – 450 na Chr.

800 – 12 voor Chr.

800 - 500 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr.

2000 - 1800 voor Chr. 5300 – 2000 voor Chr.

5300 - 4200 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr.

tot 8800 voor Chr.

6

1

Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van Buro Kours heeft ADC ArcheoProjecten in oktober 2020 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd aan de Prins Hendrikstraat 3b te Aalst, gemeente Zaltbommel (afb. 1 en 2). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van het plangebied naar een woonfunctie. De verstoringsdiepte is nog niet bekend al is wel bekend dat er geen kelder aangelegd wordt. De fundering zal op palen worden gezet. Het geplande te verstoren 2 oppervlakte beslaat in totaal 340 m . Dit is verdeeld over een woonhuis en een bijgebouw. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden en is de Monumentenwet 1988 komen te vervallen. De bepalingen van een deel van de Monumentenwet zijn opgenomen in de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Op grond van de Erfgoedwet moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het bestemmingsplan.

In het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel, dat op 17-09-2014 door de gemeente Zaltbommel is vastgesteld, heeft het plangebied de dubbelstemming Waarde Archeologie 1.1 2 Volgens de hierin opgenomen bestemmingsregels zijn de vrijstellingsgrenzen vastgesteld op 30 m en een verstoringsdiepte van 30 cm. Omdat de archeologische vrijstellingsgrenzen worden overschreden dient de initiatiefnemer in het kader van de bestemmingsplanwijziging een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1).2 Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Zaltbommel heeft voor zover bekend geen aanvullende uitvoeringskaders vastgesteld voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek, noch zijn deze voor dit project afzonderlijk opgesteld.3Voor dit onderzoek zijn daarom enkel de protocollen van de vigerende KNA gevolgd.

1

http://www.ruimtelijkeplannen.nl/

2

SIKB 2018.

7

De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: opdrachtgever:

fase AMZ-cyclus: aanleiding: locatie: plaats: gemeente: provincie: kadastrale gegevens: kaartblad: oppervlakte plangebied: coördinaten:

bevoegde overheid met contactgegevens:

deskundige namens de bevoegde overheid met contactgegevens:

goedkeuring rapport door bevoegde overheid: Archis-zaaknummer: ADC-projectcode: auteur: autorisatie: periode van uitvoering: beheer en plaats documentatie:

Buro Kours F.G.P. Savelkouls MSc. Vught Tel.:06-46627079 E-mail:femkesavelkouls@burokours.nl bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek bestemmingsplanwijziging Prins Hendrikstraat 3b Aalst Zaltbommel Gelderland gemeente Zaltbommel nummer 982 44F (1:25.000) 800 m2 136.713 / 421.839 136.731 / 421.828 136.718 / 421.799 136.969 / 421.797 Gemeente Zaltbommel Hogeweg 11 5301 LB Zaltbommel 14-0418 Omgevingsdienst Rivierenland H.J. van Oort 06-46849690 h.vanOort@ODRivierenland.nl

4901248100 4220703 G.P.A.M. Nieuwlaat B. Jansen Oktober 2020 ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort

8

2

Bureauonderzoek 2.1

Doelstelling en vraagstelling

Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van schriftelijke bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld:  Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?  Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?

2.2

Methodiek

Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 Landbodems, protocol 4002 Bureauonderzoek. Tijdens het bureauonderzoek worden diverse bronnen geraadpleegd, wat leidt tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. De gespecificeerde verwachting kan worden beschouwd als de conclusie van het bureauonderzoek, omdat hierin wordt aangegeven of archeologische waarden in het plangebied worden verwacht. Als dit het geval is, zal zo mogelijk de aard, de omvang, de diepteligging en de datering van deze waarden worden beschreven. Indien relevant zal de omvang worden weergegeven op een kaart.

2.3

Resultaten

2.3.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied, beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik Het plangebied is gelegen in noordwesten van Aalst, gemeente Zaltbommel. Het gaat om kadastraal perceel 982, en ligt direct ten westen van de Prins Hendriklaan 3a. Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland. In het kader van het onderzoek zijn gegevens met betrekking tot de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen opgevraagd bij het KLIC. Uit de ontvangen gegevens blijkt dat er geen kabels of leidingen bekend zijn binnen het plangebied. Van het plangebied zelf zijn onvoldoende archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting. Daarom zijn tevens gegevens betrokken uit de directe omgeving, waarmee het onderzoeksgebied kan worden gedefinieerd als het gebied binnen een straal van circa 500 m rondom het plangebied. De begrenzing van deze zone is gebaseerd op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende informatie om een uitspraak te doen over de archeologische verwachting die representatief is voor het plangebied.

9

2.3.2 Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden In DINOloket zijn slechts enkele boringen in een straal van 500 meter rond het plangebied bekend. Deze laten echter een eenduidig beeld zien. Op basis daarvan zijn in het plangebied de volgende lithostratigrafische eenheden4 te verwachten: Lithostratigrafische eenheid

Gemiddelde diepte top niveau (m t.o.v. NAP)

Omschrijving

Formatie van Echteld

0

rivierafzettingen, klei

Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket Formatie van Echteld

-2

veen

-3

rivierafzettingen, klei

Aan of nabij het maaiveld gelden de volgende aardwetenschappelijke gegevens: Bron

Informatie

geomorfologie5 bodemkunde6 grondwatertrap Meandergordelkaart Paleogeografische kaart

Stroomrug, 3B44 rivierklei, Rn95A VI Zaltbommel-Nederhemert, 2870-2210 v. Chr. Veenvlakte (5500-1500 v. Chr.), gevolgd door rivervlakte (500 v. Chr – 800 n. Chr., waarna deze bedijkt is (v.a. 1250 n. Chr. Dateringen zeer grof, daarom wordt de datering van de Meandergordelkaart aangehouden.

2.3.3 Beschrijving van bekende archeologische waarden In het onderzoeksgebied zijn de volgende archeologische (indicatieve) waarden en ondergrondse bouwhistorische waarden vastgesteld (zie afbeelding 3): Rijksmonument/ AMK-terrein7

Omschrijving

Datering8

4285

huisterp

LME

Archis 3 zaakidentificatie

Omschrijving

Datering9

Opmerking

3207610100

Bot, bouwmateriaal, keramiek Keramiek en aardewerk

ROM-NT

Aangetroffen in ophogingspakket

ME

oppervlaktevondst

Bouwmateriaal, afval, keramiek Dierlijk bot, baksteen, houtskool Keramiek

NT

Aangetroffen in ophogingspakket

PA-NT

Aangetroffen in bovenste ophogingspakket, houtskool in intacte bodem.

Draadfibula, aardewerk, gesp

ROM-LMEC

2934106100 2242699100 2237133100 2148577100 2159706100

Archis 3 zaakidentificatie

Soort onderzoek

Opmerking

NEO-NT Uit verschillende niveau’s verzameld.

Resultaat

Advies

4

DINOloket.nl

5

Geomorfologische kaart

6

Bodemkaart

7

Sinds 2014 wordt de Archeologische Monumentenkaart niet meer bijgehouden door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

De huidige AMK moet daarom als een statisch bestand worden beschouwd. 8

Voor een verklaring van de afkortingen, zie tabel 1.

9

Voor een verklaring van de afkortingen, zie tabel 1.

10

Archis 3 zaakidentificatie

Soort onderzoek

Resultaat

Advies

3207610100

booronderzoek

Archeologische begeleiding

2934106100 2242699100

kartering

Vondsten in ophogingslaag wijzen op mogelijk intacte middeleeuwse laag onder ophoging. kasteelterrein met gracht Huisterp uit Nieuwe Tijd

-.

Ophogingspakket op crevasse met intacte bodem Huisterp op oeverafzetting met intacte bodem Afgegraven terp met weinig archeologische sporen Huisterp met minstens 2 ophooglagen Middeleeuwse huisterp met veel vondstmateriaal

Proefsleuven of opgraving

2237133100

Kartering en booronderzoek Booronderzoek

4679633100

Booronderzoek

2341331100

Begeleiding

2148577100

Booronderzoek

2159706100

Proefsleuven

n.v.t.

Geen vervolgonderzoek Behoud in-situ, aanpassen bouwplannen -

Op de gemeentelijke verwachtings- en beleidsadvieskaart ligt het plangebied binnen een zone met een waarde 1 voor archeologie.10 Deze verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van oude woongrond met Middeleeuwse sporen op een meandergordel. 2.3.4 Beschrijving van de historische situatie, mogelijke verstoringen en bouwhistorische waarden De historische situatie is op verschillende kaarten als volgt: Bron

Jaartal

Historische situatie

Kadastrale minuut Bonnekaart Bonnekaart

1832 1850 1981

Boomgaard Huidig stratenpatroon aanwezig Straat langs noordgrens wordt doodlopend

Op geen van de geraadpleegde oude topografische kaarten is sprake van bebouwing in het plangebied.

2.4

Gespecificeerde verwachting en conclusie

De eerste, voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvraag “Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?” kan als volgt worden beantwoord: Voor het hele plangebied geldt een hoge tot middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit de periode Bronstijd tot en met de Nieuwe Tijd. Voor de gespecificeerde verwachting gelden de volgende karakteristieken: Karakteristiek

Omschrijving

datering: complextype(n): landschappelijke en/of geologische context: diepteligging: locatie: soort vindplaats: uiterlijke kenmerken:

Bronstijd tot Nieuwe Tijd Nederzetting, agrarisch gebruik Op meandergordel van Zaltbommel-Nederhemert Tussen -30 en -200 m -mv Gehele plangebied Vindplaats met een archeologische laag Aanwezigheid van een verstoorde laag, archeologische indicatoren, intacte bodemhorizonten. Matige tot goede conservering, afhankelijk van de

conservering:

10

Beleidskaart gemeente Zaltbommel, 2011

11

wordt het archeologisch relevante niveau bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden:

diepte onder het maaiveld. n.n.b.

De beantwoording van de tweede onderzoeksvraag “Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?” is als volgt: Om de kans op de aanwezigheid van archeologische resten te bepalen is vooral het verwerven van inzicht in de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan van belang. Geadviseerd wordt daarom een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te voeren (zie hoofdstuk 3).

12

3

Inventariserend Veldonderzoek 3.1

Plan van Aanpak

3.1.1 Inleiding Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar nodig aanvullen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting (par. 2.4). Het inventariserend veldonderzoek zal bestaan uit een verkennend booronderzoek. De werkwijze is gericht op het in kaart brengen van de bodemopbouw en het vaststellen van (grootschalige) verstoringen, waarbij tevens rekening is gehouden met aard en diepte van de geplande ingrepen. Op 09-10-20 is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld, waarin de werkwijze van het onderzoek is vastgelegd. Het verkennende booronderzoek leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen:  Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied?  Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring?  Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied?  Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP?  Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische

indicatoren? Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren?  In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld?  In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling?  Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? 3.1.2 Uitvoeringsplan veldwerkzaamheden Voor het beantwoorden van de in par. 3.1.1 genoemde onderzoeksvragen is de volgende onderzoeksmethode toegepast: aantal boringen: boorgrid: diepte boringen: boormethode: bemonstering:

5 geen 2 m -mv Edelmanboor met diameter 7 cm en zuigerboor met diameter 5 cm (handmatig) versnijden en/of verbrokkelen

De lithologische en bodemkundige kenmerken van de boringen zijn beschreven conform respectievelijk NEN 510411 en het Systeem voor de bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus12 en vastgelegd middels het invoerprogramma Deborah. De X- en Y-coördinaten en de maaiveldhoogtes zijn ingemeten met een GPS met een nauwkeurigheid van 1 cm. Hoewel een verkennend booronderzoek niet als primair doel het opsporen van archeologische vindplaatsen en indicatoren heeft, zullen eventuele archeologische vondsten wel worden verzameld en (indien mogelijk) worden gedetermineerd.

11

Bosch 2005; Nederlands Normalisatie-Instituut 1989.

12

De Bakker 1989.

13

3.2

Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O)

3.2.1 Lithologische beschrijving De locatie van de boringen is weergeven in afb. 8. De boorgegevens worden gepresenteerd in bijlage 1., en zijn in de onderstaande tabel schematisch weergegeven. Pakket

Diepte (cm –mv)

Omschrijving

Interpretatie

1

0-25

matig zandige klei, puinhoudend.

bouwvoor

2

25-70

3

70-100

4

100-120

zwak zandige klei, kalkhoudend, ijzervlekken en plantenresten Matig siltige of zwak zandige klei, kalkloos of kalkrijk Matig siltige klei, kalkloos

verstoord pakket, bioturbatie Komafzettingen, lokaal verstoord Komafzettingen

5

120-140

6

140-200

Sterk siltige zand of klei, kalkrijk met zand- of kleilagen Zwak tot matig siltige zand, kalkarm tot kalkrijk

Geulafzettingen en/of oeverafzettingen beddingafzettingen

Er zijn enkele afwijkingen op de hierboven schematisch weergegeven bodemopbouw. Zo is de bovengrond in boring 4 verstoord tot op de komafzettingen op een diepte van 55 cm –mv, In boring 3 is sprake van een donker grijs pakket sterk humeuze klei. Dit pakket kan een laklaag betreffen of een oude sloot. Dit niveau bevindt zich op geulafzettingen. In het bovenste deel van het humeuze pakket is sprake van zandbrokken, hetgeen een aanwijzing voor een oude slootvulling.. In boring 5 is een zeer siltige kalkrijke zandlaag aanwezig op de komafzettingen. 3.2.2 Archeologische indicatoren Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen tijdens het onderzoek. 3.2.3 Interpretatie Het landschap lijkt overeen te komen met het beeld dat tijdens het bureauonderzoek naar voren is gekomen. In het plangebied is geen bebouwing bekend, en deze is niet aangetroffen. Wel zijn rivierafzettingen aangetroffen die onderdeel zijn van de Zaltbommel-Nederhemert stroomgordel. De afzettingen van deze stroomgordel worden afgedekt door een laag komklei. De bovengrond bestaat uit zandig klei. Deze zandige klei betreft waarschijnlijk sediment dat vanuit de Afgedamde Maas over het gebied is afgezet. Het zandige sediment dat in boring 5 direct op de komafzettingen is aangetroffen kan een uitloper van een crevasse betreffen.

Aangezien de bodemopbouw redelijk uniform is en er alleen in boring 3 sprake is van een sterk humeuze laag op de geulafzettingen, ligt het voor de hand dat dit niveau verband houdt met een oude sloot en geen laklaag betreft. De verstoorde bovengrond kan worden toegewezen aan het gebruik van het perceel als boomgaard, zoals dit al op de kadastrale minuut van 1832 is aangegeven. De verstoring reikt tot een diepte van 70 cm –mv in het zuidelijk deel van het plangebied, 90 cm –mv in het centrale deel, en loopt op naar 50 cm -mv in het noordoostelijk deel van het plangebied. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor een middeleeuwse huisterp. De vondst van een Romeinse fibula 100 meter ten zuiden van het huidige plangebied (Archisnummer 2159706100) toont aan dat ook voor de middeleeuwen bewoning mogelijk was in de directe omgeving van het plangebied.

3.3

Conclusies

De in paragraaf 3.1.1 gestelde onderzoeksvragen kunnen op basis van de bereikte resultaten als volgt worden beantwoord:  Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? De bodem in het plangebied bestaat uit rivierafzettingen van de Zaltbommel-Nederhemert. De bodemopbouw bestaat, van onder naar boven gezien, uit beddingafzettingen waarop een dunne laag geul- of oeverafzettingen zichtbaar zijn. Hierop is komklei afgezet. De komafzettingen worden afgedekt door een pakket zandige klei, waarschijnlijk afkomstig

14

van de Afgedamde Maas. De top van dit pakket oever / crevasse-afzettingen is verstoord door de aanwezigheid van een boomgaard in de Nieuwe Tijd. 

Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? De bovenste bodemlagen zijn verstoord door de aanwezigheid van een boomgaard in het plangebied. Deze boomgaard staat op de kadastrale minuut van 1832 aangegeven. De verstoring reikt tot een diepte van 70 cm –mv in het zuidelijk deel van het plangebied, 90 cm –mv in het centrale deel, en loopt op naar 50 cm -mv in het noordoostelijk deel van het plangebied.

Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? Er is sprake van onverstoorde komafzettingen op oeverafzettingen. Hierin kunnen archeologische sporen en vondsten aanwezig zijn.

Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? De top van de komafzettingen ligt tussen 0,5 – 1,20 m –mv.. De top van de oeverafzettingen bevindt zich circa 20 cm dieper (rond 0,4 – 0,0 m NAP)

Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen tijdens het onderzoek.

In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? De archeologische verwachting binnen het plangebied hoeft ten aanzien van de oeverafzettingen van de Zaltbommel-Nederhemert stroomgordel niet te worden bijgesteld. Voor archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd kan de verwachting op basis van de verstoring van de bovengrond en het ontbreken van aanwijzingen voor een woonterp naar laag worden bijgesteld.

In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? De verstoringsdiepte van de geplande ontwikkeling is nog niet bekend. Het is onduidelijk of eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord worden. Voorafgaand aan de bouw wordt het perceel opgehoogd, en de bovenste 50-90 cm binnen het plangebied zijn verstoord. Als de fundering niet beneden dit niveau wordt aangelegd zal een eventueel archeologisch niveau niet worden verstoord.

Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Er wordt geadviseerd binnen het plangebied een karterend booronderzoek uit te voeren als de geplande ontwikkelingen binnen het plangebied tot in de oeverafzettingen van de Zaltbommel-Nederhemert stroomgordel reiken en daarmee een bedreiging vormen voor de daarin eventueel aanwezige archeologische resten.

15

4

Aanbeveling ADC ArcheoProjecten adviseert om een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van een karterend booronderzoek. Het doel van dit onderzoek is het systematisch onderzoeken van de intacte oeverafzettingen in het plangebied op het voorkomen van één of meerdere typen archeologische vindplaatsen. Indien de fundering niet tot in de onverstoorde bodem wordt aangelegd is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een Plan van Aanpak (PvA).

Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

16

Literatuur Alterra, 2008: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Alterra, 2014: Bodemkaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Bakker. H. de, J. Schelling, D.J. Brus & C. van Wallenburg, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland : de hogere niveaus. Wageningen. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport NITG 05-043-A). Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.H. Geurts, 2012: Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Utrecht. RAAP 2011. Cultuurhistorische inventarisatie en archeologiebeleid gemeente Zaltbommel, kaartbijlage 1 en 3. Groenewoudt, B.J., 1994: Prospectie, waardering en selectie van archeologische vindplaatsen: een beleidsgerichte verkenning van middelen en mogelijkheden. Amersfoort (Nederlandse Archeologische Rapporten 17). Kars, H. & A. Smit (red.), 2003: Handleiding Fysiek Behoud Archeologisch Erfgoed. Amsterdam (Geoarchaeological and Bioarchaeological Studies 1). Normalisatie-Instituut, Nederlands, 1989: Geotechniek, classificatie van onverharde grondmonsters NEN 5104. Delft. SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Gouda. TNO, 2013: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, versie 2013. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen & M. Verbruggen, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek.

Gouda (SIKB uitgave, geactualiseerde versie).

17

Geraadpleegde websites http://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://bagviewer.kadaster.nl https://easy.dans.knaw.nl https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens https://www.kadaster.nl/ http://www.bodemloket.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl http://www.topotijdreis.nl

18

Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1 Locatie van het plangebied Afb. 2 Detailkaart van het plangebied Afb. 3 Gemeentelijke beleidsadvieskaart, AMK-terreinen en ARCHIS-meldingen Afb. 4 Locatie van het plangebied op de bodemkaart Afb. 5 Locatie van het plangebied op de geomorfologische kaart. Afb. 6 Locatie van het plangebied op de meandergordelkaart. Afb. 7 Locatie van het plangebied op verschillende topografische kaarten. Afb. 8 Locatie van de boringen. Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden.

19

Afb. 1 Locatie van het plangebied

20

Afb. 2 Detailkaart van het plangebied

21

Afb. 3 Gemeentelijke beleidsadvieskaart, AMK-terreinen en ARCHIS-meldingen

22

Afb. 4 Locatie van het plangebied op de bodemkaart

23

Afb. 5 Locatie van het plangebied op de geomorfologische kaart.

24

Afb. 6 Locatie van het plangebied op de meandergordelkaart.

25

Afb. 7 Locatie van het plangebied op verschillende topografische kaarten.

26

Afb. 8 Locatie van de boringen.

Selectiebesluit archeologie Plangebied Prins Hendrikstraat 3b Aalst , gemeente Zaltbommel

Gemeente Zaltbommel Selectiebesluit archeologische monumentenzorg, 30 november 2020

SELECTIEBESLUIT ARCHEOLOGISCHE MONUMENTENZORG Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek (Verkennend en karterend booronderzoek)

Prins Hendrikstraat 3b, Aalst, gemeente Zaltbommel

Naam

Afdeling/bedrijf

Datum

Mw. C.M.A. Sanders

Medewerker monumentenzorg en archeologie

30-11-2020

Opsteller Controle gemeente Zaltbommel

1 van 3

Paraaf

Selectiebesluit archeologie Plangebied Prins Hendrikstraat 3b Aalst , gemeente Zaltbommel

1. Inleiding In het kader van geplande ontwikkelingen heeft ADC ArcheoProjecten een verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd in plangebied Prins Hendrikstraat 3b in Aalst, gemeente Zaltbommel. De gemeente Zaltbommel is als bevoegd gezag gevraagd het rapport te beoordelen en een selectiebesluit op te stellen.

1.1 Het plangebied Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit grasland (onbebouwd) en heeft een oppervlak van 800 m². Voor de locatie en exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar het beoordeelde rapport van ADC ArcheoProjecten (Prins Hendrikstraat 3b, Aalst, gemeente Zaltbommel Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, Amersfoort 26 november 2020).

1.2 Aard van de bedreiging De geplande ontwikkeling betreft het bouwen van een woning. De geplande ingrepen zullen naar verwachting dieper reiken dan 30 cm -mv en kunnen een bedreiging vormen voor eventueel aanwezige archeologische waarden.

1.3 Beleidskader Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Zaltbommel valt het plangebied overwegend binnen de categorie ‘Waarde-archeologie 1’. Conform het gemeentelijk beleid moet in deze gebieden voor bodemingrepen groter dan 30 m² en dieper dan 30 cm -mv een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

2. Archeologisch onderzoek Door ADC ArcheoProjecten is in oktober 2020 een archeologisch verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn vastgelegd in het rapport: 

Prins

Hendrikstraat

3b,

Aalst,

gemeente

Zaltbommel

Een

bureauonderzoek

en

inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, Amersfoort 26 november 2020).

2.1 Onderzoeksmethode Het onderzoek bestond uit een verkennend en een karterend booronderzoek. Tijdens het booronderzoek zijn 5 boringen geplaatst.

2.2 Conclusie onderzoek (verkort) Tijdens het verkennend booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Wel is er sprake van onverstoorde komafzettingen en oeverafzettingen waarin archeologische sporen en vondsten aanwezig kunnen zijn.

2 van 3

Selectiebesluit archeologie Plangebied Prins Hendrikstraat 3b Aalst , gemeente Zaltbommel

2.3 Advies ADC ArcheoProjecten Op basis van de resultaten van het verkennend en karterend booronderzoek wordt geadviseerd om vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een karterend booronderzoek. Indien de fundering niet tot in de onverstoorde bodem wordt aangelegd wordt vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht.

3. Beoordeling rapportage door de gemeente Zaltbommel Het conceptrapport biedt voldoende informatie om tot een selectiebesluit te komen.

3.1 Selectiebesluit gemeente Zaltbommel Op basis van het archeologisch vooronderzoek wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen mits de fundering wordt aangelegd tot in de onverstoorde bodem. Hierbij hanteren wij een bufferzone van 50 cm – huidig mv. Dat wil zeggen dat in het zuidelijke deel een archeologisch vrijstelling geldt van 20 cm – huidig mv, ter plaatse het centrale deel 40 cm –mv en in het noordoostelijke deel van het plangebied een archeologische vrijstelling van 10 cm – huidig maaiveld. Afhankelijk van de uitkomsten van het karterend booronderzoek kan archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk zijn.

Indien er geen vervolgonderzoek noodzakelijk blijkt op basis van de nader uitgewerkte bouwplannen kunnen bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij Onze Minister c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, namens deze de gemeente Zaltbommel, verplicht.

3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10258931/1