Bijlage 1a. Vast te stellen bestemmingsplan 'Bruchem, Nieuwstraat 3 en 3a' Regels
Tekst van het document
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleidende regels ........................................................................................... 2
Artikel 1
Begrippen....................................................................................................................................................... 2
Artikel 2
Wijze van meten.......................................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels ....................................................................................... 7
Artikel 3
Wonen .............................................................................................................................................................. 7
Artikel 4
Groen – Landelijk groen ........................................................................................................................10
Hoofdstuk 3
Algemene regels ...........................................................................................11
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel..................................................................................................................................11
Artikel 6
Algemene bouwregels.............................................................................................................................12
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels ..................................................................................................................13
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels ............................................................................14
Artikel 8
Overgangsrecht .........................................................................................................................................14
Artikel 9
Slotregel........................................................................................................................................................15
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1 plan: het bestemmingsplan 'Bruchem, Nieuwstraat 3 en 3a' NL.IMRO.0297.BGBBP20220024-VS01 van de gemeente Zaltbommel.
met
identificatienummer
1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aan huis verbonden beroepen: het in een woning met bijbehorende gebouwen beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp-technisch of hiermee gelijk te stellen gebied, zulks met behoud van de woonfunctie van de betreffende woning; 1.4 aan huis verbonden (bedrijfs)activiteiten: het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke – geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen – bedrijvigheid, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit in de woning en/of de daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie ter plaatse, kan worden uitgeoefend; 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur op de verbeelding van het bestemmingsplan, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.6 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 achtergrens bouwvlak: een van de openbare weg en/of fiets- en voetpad afgekeerde grens van het bouwvlak; 1.8 archeologische waarde: terreinen welke van algemeen belang zijn wegens daar alle vóór tenminste vijftig jaar vervaardigde zaken welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde; 1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.10 bebouwingspercentage: het percentage van gronden, nader bepaald in de regels, dat ten hoogste mag worden bebouwd; 1.11 bedrijf: een onderneming waarin doorgaans met economisch oogmerk goederen worden vervaardigd, bewerkt, verwerkt en/of opgeslagen.
1.14 begane grond: de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau; 1.15 bestaand: bebouwing: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een verleende bouwvergunning en/of omgevingsvergunning; gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en ook aanwezig mocht zijn op grond van het voorafgaande planologische regime. 1.16 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.17 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.18 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.19 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.20 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.21 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.22 bouwvlak: de geometrisch bepaalde planobjecten die als zodanig zijn genoemd in de regels; 1.23 bouwwijze: de wijze van bouwen van een hoofdgebouw, te weten vrijstaand halfvrijstaand of aaneengebouwd, waarbij: § onder “vrijstaand” wordt verstaan dat de hoofdgebouw van een woning niet begrensd is door scheidsmuren van andere hoofdgebouwen;
1.24 dak: een gesloten bovenbeëindiging van een bouwwerk; 1.25 carport een overdekte stallingsruimte voor personenauto's, die geen eigen wanden of deuren heeft en waarvan de begrenzing wordt gevormd door gebouwen en/of ondersteuningen van het dak. 1.26 dakterras: buitenruimte gelegen boven de goothoogte of boeiboordhoogte van een (deel van een) gebouw, 1.27 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit niet zijnde horeca. 1.28 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.29 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.30 huishouden: onder een huishouden wordt verstaan een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren.
1.31 kap: een geheel of gedeeltelijke niet horizontale dakconstructie gevormd door ten minste twee schuin hellende dakschilden met een helling van elk ten minste 20° en ten hoogste 75°; 1.32 ondergeschikt bouwdeel: een buiten de gevel of de dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een gebouw, zoals een liftopbouw, reclame-uitingen, technische installaties zoals een koelmotor of antenne, een dakvenster, een balkon, een luifel, een galerij, schoorsteen en een bloemenvenster, met uitzondering van een erker c.q. een uitgebouwd gedeelte van een gebouw (ter uitbreiding van het grondoppervlak op de begane grond). 1.33 overige bouwwerken: Bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.34 overkapping: bouwwerken, geen gebouwen zijnde met maximaal één gesloten wand; 1.35 plat dak: een dak met een dakhelling van minder dan 20°;
1.36 prostitue(e): degene, die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.37 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.38 raamprostiutie: een vorm van prostitutie waarbij de werving van klanten geschiedt door een prostitué(e) die door houding, gebaren, kleding of anderszins vanuit een gebouw de aandacht op zich vestigt en waarbij de seksuele handelingen in een voor publiek besloten ruimte plaatsvinden; 1.39 seksinrichting: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang als zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.40 tuin: het gebied binnen de bestemming wonen voorzover niet gelegen binnen het bouwvlak en de aanduiding bijgebouwen; 1.41 verdiepingen: de bouwlagen van een gebouw gelegen boven de begane grondlaag; 1.42 voorgevel: een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw; 1.43 voorgevelrooilijn: de lijn waarin de voorgevel van een hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan; 1.44 woning: een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden;
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 de dakhelling de helling van het (deel van) het dak en het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk de hoogte in meters van de druiplijn, de bovenkant van de goot, het boeiboord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel, gemeten vanaf peil; 2.3 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer en de buitenzijden (van gevels, (en/of het hart van de scheidsmuren) daken en dakkapellen); 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk de hoogte in meters van het hoogste punt van een bouwwerk, gemeten vanaf peil, met dien verstande, dat bij de meting van de bebouwingshoogte van een gebouw schoorstenen, lichtkoepels balkonhekken en dergelijke aan een gebouw ondergeschikte bouwdelen buiten toepassing blijven; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk de oppervlakte van een bouwwerk door middel van loodrechte projectie van het dakvlak; indien en voorzover het overstek kleiner is dan 0,5 m, gelden, in afwijking van het voorgaande, de buitenkant van de muren als bebouwde oppervlakte; 2.6 § § §
peil voor dijkwoningen, de kruin van de dijk; voor overige gebouwen, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst: de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Bestemmingsregels
Wonen
3.1 Functieomschrijving De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen met de bijbehorende voorzieningen, tuinen, erven, groenvoorziening, parkeervoorzieningen, paden e.d.; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
3.2 Nadere detaillering van de functieomschrijving 3.2.1 Aan huis verbonden beroepen Gebruik van een deel van de woning en/of het bijbehorend bouwwerk ten behoeve van de uitoefening van een aan huis gebonden beroep is toegestaan, mits: a. de woonfunctie als overwegende functie gehandhaafd blijft; b. de te gebruiken oppervlakte ten behoeve van de uitoefening van het beroep aan huis niet meer bedraagt dan 30 m². 3.2.2 Aan huis verbonden bedrijf Het gebruik van een deel van de woning en/of het bijbehorend bouwwerk ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf is uitsluitend toegestaan indien de omgevingsvergunning als bedoeld in 3.5.1. is verleend. 3.2.3 Parkeren a. Per woning dienen minimaal 2 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd en in stand gehouden; b. Voor het woningtype 'vrijstaand' geldt dat de parkeerplaatsen zoals bedoeld onder a. op eigen terrein en dus binnen de bestemming Wonen dienen te worden gerealiseerd en in stand gehouden, waarbij geldt dat bijbehorende bouwwerken (zijnde garages) niet worden meegeteld als zijnde parkeerplaats en de parkeerplaatsen naast elkaar gesitueerd moeten worden.
3.3 Bouwregels 3.3.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, die ten dienste staan van deze bestemming, zoals woningen in de vorm van hoofdgebouwen met bijbehorende bouwwerken, alsmede overige bouwwerken. 3.3.2 Hoofdgebouw Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. per bouwvlak is 1 hoofdgebouw toegestaan; c. de goothoogte bedraagt maximaal de op de verbeelding aangegeven goothoogte; d. de bouwhoogte bedraagt maximaal de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte; e. de oppervlakte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 150 m².
3.3.3 Maatvoering bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' en ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’; b. voor zover sprake is van bestaande bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak, zijn deze eveneens toegestaan buiten het bouwvlak op de bestaande plek; c. de bouw- en goothoogte mag niet meer bedragen dan; - ingeval van bestaand als bestaand; - ingeval van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’ als bepaald onder 3.3.2. onder c en d. - in andere gevallen 6 meter respectievelijk 3 meter. 3.3.4 Bebouwde oppervlakte bijbehorende bouwwerken Voor de maximaal toegestane bebouwde oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken geldt per bouwperceel het volgende: a. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 100 m²; 3.3.5 Bouwen onder peil Het bouwen onder peil (kelder) is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'. 3.3.6 Maatvoering overige bouwwerken Voor overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag buiten de aanduiding 'bouwvlak' niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van erfafscheidingen niet meer dan 1 m mag bedragen; 2. overkappingen niet zijn toegestaan; b.
de bouwhoogte van overige bouwwerken mag ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' niet meer bedragen dan 4 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen niet meer dan 2 m mag bedragen;
3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. het gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijbehorende bouwwerken voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf; b. het gebruik van de in deze bestemming aangegeven gronden en de daarop voorkomende bouwwerken c.q. gebouwen of delen daarvan ten behoeve van een seksinrichting;
3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Omgevingsvergunning aan huis verbonden bedrijfsactiviteit Het bevoegd gezag is bevoegd om af te wijken van het bepaalde in 3.4.1 onder a, teneinde binnen een woning en/of bijbehorend bouwwerk de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie dient als overwegende functie gehandhaafd te blijven;
b. het gebruik mag geen onevenredige hinder voor het woon- en leefmilieu opleveren en mag geen afbreuk doen aan het karakter van de buurt; c. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de afwikkeling van het verkeer en/of leiden tot een onevenredige parkeerdruk; d. (detail)handel is alleen toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf; e. de te gebruiken oppervlakte ten behoeve van het aan huis verbonden bedrijf mag maximaal 30 m² bedragen.
Artikel 4
Groen – Landelijk groen
4.1 Functieomschrijving De voor ‘Groen – Landelijk groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf)beplanting ter landschappelijke inpassing van gebouwen, verhardingen en andere voorzieningen; b. water en voorzieningen voor de waterhuishouding ten behoeve van de waterhuishoudkundige situatie, een en ander met bijbehorende voorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming. 4.2.2 Verlichtingsmasten Verlichtingsmasten zijn niet toegestaan. 4.2.3 Maatvoering bouwwerken De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 m, met dien verstande dat de hoogte van erfafscheidingen niet meer mag bedragen dan 1 m. 4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Gebruiksverbod Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de zich daarop bevindende opstallen te gebruiken of te doen of laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de bestemming. 4.3.2 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het aanbrengen van verhardingen; c. het bedrijfsmatig gebruiken van de gronden; d.
het bespuiten van de boomgaard met gewasbeschermingsmiddelen.
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6
Algemene bouwregels
6.1 Ondergeschikte bouwdelen 6.1.1 Overschrijding bouw- en bestemmingsgrenzen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, regenpijpen, stoeptreden, luifels, installaties, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,0 m bedraagt. 6.1.2 Overschrijding bouwhoogte Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen is overschrijding van de bouwhoogte toegestaan door ondergeschikte bouwdelen, als gevelversieringen, ventilatiekanalen, installaties, regenpijpen, liftkokers e.d., mits de overschrijding van de maximaal toegestane bouwhoogte niet meer dan 1,0 m bedraagt.
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan, voor zover niet reeds op grond van een andere bepaling van dit bestemmingsplan vergunning voor het afwijken kan worden verleend, door middel van het verlenen van een vergunning, afwijken van de in dit bestemmingsplan voorgeschreven maatvoering, afmetingen, en percentages tot niet meer dan 10% van die maatvoering, afmetingen en percentages, mits hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat.
Hoofdstuk 4 Artikel 8
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
8.1 Overgangsrecht bouwwerken 8.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. 8.1.2 Afwijken Het bevoegd gezag kan eenmalig met een omgevingsvergunning afwijken van artikel 8.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 8.1.1 met maximaal 10%. 8.1.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Artikel 8.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 8.2 Overgangsrecht gebruik 8.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
8.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 8.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 8.2.3 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 8.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 8.2.4 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Artikel 8.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 9
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Bruchem, Nieuwstraat 3 en 3a’