Bijlage 1 Zaltbommel TenderMethodiek rekenblad
Tekst van het document
Algemene informatie
(Schriftelijke) Toelichting
Locatieverzoek
(Schriftelijke) Toelichting
Van toepassing zijnde beleidskaders
(Schriftelijke) Toelichting
Naam Adres Postcode + Woonplaats Telefoonnummer E-mailadres Datum binnenkomst Verseonnummer
Straatnaam + huisnummer Plaats Samenvatting verzoek Naam bestemmingsplan Bestemming perceel Strijdigheid bestemmingsplan (+ artikel noemen) Beleidsregels BOR wel/niet van toepassing? Onderdeel 1. Beschrijving initiatief 2. Aantonen locatie initiatief 3. Aantonen uitvoerbaarheid 4. Aantonen positieve businesscase 5. Aantonen financiele gezondheid betrokken initiatiefnemers 6. Onoverkomelijke belemmeringen uitsluiten. 7. Aantonen contact netbeheerders 8. Aantonen overeenkomst of intentieverklaring grondeigenaar 9. Omgevingsfonds
Gebruik Bouw
Stap 0 - KO-criteria Wind Een beschrijving van de grootte en vermogen van de turbines en de verwachte opbrengst in MWh. Een heldere aanduiding en beschrijving en begrenzing van de (project) zoekgebieden waar de turbines worden geplaatst. Afgaande op de energiekansenkaart: Als een intiatief in een rood gebied ligt, zal het intiatief geen verdere doorgang krijgen in het proces Een helder plan van aanpak met een haalbare planning. Initiatief moet hier minimaal voldoende op scoren om door te mogen.
Beoordeling Voldaan … …
Ontmanteling en ruimen van het initatief moet opgenomen zijn in de businesscase.
…
Middels Bibob
…
Hier moeten de belangrijskte obstabels t.a.v. ruimtelijke ordening worden verholpen. Hier moet minimaal een voldoende worden gescoord op de onderbouwing. Geluid, Slagschaduw en veiligheid overeenkomstig Activiteitenbesluit/regeling Milieubeheer? Initiatiefnemers moeten middels formeel bericht aantonen Dat er contact geweest is met de netbeheerder.
… …
Dit moet schriftelijk worden aangetoond in de vorm van een overeenkomst.
…
Initiatiefnemers moeten aantonen dat er een omgevingsfonds zal worden opgericht. De afdracht van €0.50 per Mwh is de gestelde verplichting.
…
Tendermethodiek Zaltbommel "Stap 1 Vooroverleg tot en met Stap 5 Gunning" Onderdeel
Stap 1 - Voortoets Ruimtelijke criteria
(Schriftelijke) Toelichting
1. Besluit Ruimtelijke ordening
2. Fonds Bovenwijkse voorzieningen
Barro en Rarro geven ook regels voor de hoogte van windturbines i.vm. mogelijke verstoring van de werking van radarstations. Indien militair radarstation Herwijnen wordt gerealiseerd, kan dit station mogelijk een belemmering vormen voor nieuwe windparken op grondgebied van de gemeente. 3. Beleidslijn algemene regels ruimtelijke ordening.
4. Omgevingsvisie Gelderland
5. Omgevingsvisie Bommelerwaard
Provinciaal beschermde gebieden (GNN, GO, Ganzenrustgebieden, Weidevogelgebieden) 6. Omgevingsverordening Gelderland
Om de kansrijkheid goed te kunnen beoordelen is het niet alleen van belang óf het initiatief in een door de provincie aangewezen beschermd gebied ligt (GNN, GO, Ganzenrustgebied, Weidevogelgebied), maar ook of er op basis van de Omgevingsverordening een provinciale toestemming verkregen kan worden (bijv. door compensatie natuurgebied). Ligging in een dergelijk gebied maakt een initiatief minder kansrijk (maar niet per se onmogelijk).
7. Zon en Windbeleid Zaltbommel
8. Ontwikkelingsbeeld Zaltbommel
9. Structuurvisie Buitengebied
10. Structuurvisie WaalWeeldeWest
11. Landschapsplan Bommelerwaard en Waardevol open landschap Bommelerwaard 12. Groenbeleidsplan Onderdeel
Stap 1 Voortoets Aandachtspunten
(Schriftelijke) Toelichting
1. Archeologie
- Heeft het plangebied (deels) een archeologisch hoge waarde? - Heeft het plan (mogelijk) een negatieve invloed op een archeologisch monument?
Het gaat in dit geval niet enkel om de locaties van de molens, maar ook voor het ruimtebeslag van bekabeling e.d. (voor zover al bekend).
2. Cultuurhistorie
- Wat is de impact van het plan op cultuurhistorie (en landschap)? - In hoeverre maakt het plan gebruik van kansen om landschaps- en cultuurhistorische waarden te versterken? - De impact van de ontwikkeling op (de kernkwaliteiten van) de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
- Onder de impact op cultuurhistorie (en landschap) worden bijvoorbeeld monumenten en historisch landschap begrepen. - Volgens de energiekansenkaart is de Nieuwe Hollandse Waterlinie al voor een deel uitgesloten, maar een ontwikkeling kan alsnog negatieve impact hebben.
- Richtafstanden zijn: 100 meter (bij wiekdiameter 20 meter) 200 meter (bij wiekdiameter 30 meter) 300 meter (bij wiekdiameter 50 meter) - Naast woningen zijn vanwege een goede ruimtelijke ordening andere verblijfslocaties ook relevant, zoals kantoren, kinderdagverblijven e.d. Hoe minder deze in de omgeving aanwezig zijn hoe beter.
Richtafstanden uit VNG handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' zijn in feite achterhaald, doordat windturbines in de regel veel groter zijn geworden. In praktijk is dit milieuaspect niet direct relevant, omdat zaken als slagschaduw en geluid bepalend zijn voor de aan te houden afstanden.
3. Bedrijven en Milieuzonering
Naar verwachting weinig relevant aspect.
Een windpark heeft geen of nauwelijks een verkeer aantrekkende werking, m.u.v. de bouwfase. Wat betreft wegverkeersgeluid liggen windparken op relatief grote afstand van woningen dat de bijdrage hiervan verwaarloosbaar is.
Uitspraak Raad van State 30 juni 2021 - normen Activiteitenbesluit kunnen niet zonder meer worden toegepast.
In relatie tot de hinder vanwege windturbines is geluid een zwaarwegend aspect. De hinder wordt veroorzaakt door de hoogte van het geluidniveau en in het bijzonder de amplitude modulatie die kan optreden bij windturbinegeluid (dit zijn momentane verhogingen van het geluidniveau als gevolg van het doorsnijden van de luchtlagen door het turbineblad). Wanneer het windpark in bedrijf is, dan is er sprake van een immissierelevante geluidbron waarbij men voor de jaargemiddelde geluidemissie (LE den) rekening moet houden met niveaus uiteenlopend van 108 tot 111 dB(A); uitgaande van windturbines met een vermogen van circa 3 tot 5 MW. Zie beoordelingstabellen 1 en 2 op het Tabblad ‘Geluidtabellen’ voor beoordeling aantal turbines i.r.t. afstand en geluidniveaus.
4. Geluid en Verkeer
Zie beoordelingstabellen 1 en 2 op het Tabblad ‘Geluidtabellen’ voor beoordeling aantal turbines i.r.t. afstand en geluidniveaus. 5. Geluid bedrijvigheid
Zicht op bodemkwaliteit van de projectlocatie en de aanwezigheid van eventuele belemmering of kostenverhogende zaken voor de realisatie van het plan
Zicht op bodemkwaliteit, belemmeringen en (hoge) kosten kan verkregen worden door een quickscan bodem (door ODR) of vooronderzoek bodem conform de NEN5725: -Omdat graafwerkzaamheden zijn voorzien zal in de meeste gevallen noodzakelijk zijn om een bodemonderzoek uit te voeren conform de NEN5740 / NEN5707; - Als ruimtelijk criterium kan beoordeeld worden of de kosten van onderzoek en (indien van toepassing) sanering in voldoende mate zijn opgenomen in het projectplan.
Uitspraak Raad van State 30 juni 2021 - normen Activiteitenbesluit kunnen niet zonder meer worden toegepast.
Gelet op RvS uitspraak 30 juni 2021 kunnen rijksregels voor nieuwe windparken (voorlopig) niet zonder meer worden toegepast voor o.a. het aspect externe veiligheid, en wordt bij (adviseurs van) initatiefnemer adequate kennis en ervaring verwacht om alle risico's adequaat in beeld te brengen, te motiveren wat een aanvaardbaar niveau is en de risico's te beperken tot dit aanvaardbaar niveau. Daarbij uitgaan van meest recente inzichten. In ieder geval basisbeschermingsniveau hanteren ter bescherming van mensen, die (kunnen) verblijven in al dan niet geprojecteerde kwetsbare objecten (PR 10-6 per jaar) en beperkt kwetsbare objecten (PR 10-5 per jaar). Ook rekening houden met mogelijke gevolgen voor bovengrondse installaties met gevaarlijke stoffen, rijks(vaar/spoor)wegen, hoogspanningslijnen, hogedruk buisleidingen en waterkeringen. Zie Handreiking Risicozonering Windturbines.
Uitspraak Raad van State 30 juni 2021 - normen Activiteitenbesluit kunnen niet zonder meer worden toegepast.
Gelet op RvS uitspraak 30 juni 2021 kunnen rijksregels voor nieuwe windparken (voorlopig) niet zonder meer worden toegepast voor o.a. het aspect slagschaduw, en wordt bij (adviseurs van) initatiefnemer adequate kennis en ervaring verwacht om de gevolgen adequaat in beeld te brengen, te motiveren wat een aanvaardbaar niveau is en de gevolgen tot een aanvaardbaar niveau te beperken. Daarbij uitgaan van meest recente inzichten. Om de hinder van slagschaduw ter plaatse van al dan niet geprojecteerde slagschaduwgevoelige objecten te beperken, kan naast locatiekeuze worden gedacht aan een automatische stilstandregeling. In de uitvoeringspraktijk in Nederland wordt vaak gewerkt met een vereenvoudigde streefwaarde van 6 uur slagschaduwduur per jaar. Daarna wordt in het slagschaduwonderzoek bepaald welke woningen binnen deze 6 uur contour liggen, en wordt bij de uiteindelijke turbinekeuze een stilstandkalender vastgesteld.
6. Bodem
7. Externe Veiligheid
8. Slagschaduw
9. Luchtkwaliteit
10. Vormvrije m.e.r. beoordeling
11. Wet natuurbescherming
Dit is locatieafhankelijk. Stel de vraag: zijn windturbines dichtbij een belangrijke bron van luchtvervuiling geprojecteerd? In principe is luchtkwaliteit geen relevant milieuaspect bij windmolens, omdat deze zelf geen schadelijke stoffen uitstoten. Echter kan een windmolen wel effect hebben op het verwaaien van bestaande luchtverontreiniging (niet helemaal duidelijk of luchtkwaliteit verslechterd of juist verbetert. Sterk casus-afhankelijk). Maar de ligging nabij een duidelijke bron van luchtverontreiniging (grote fabriek of veehouderij bijvoorbeeld) is in beginsel minder wenselijk.
Drempelwaarden zijn als volgt: - gezamenlijk opgesteld vermogen van 15 MW of meer (activiteit D.22.2) - 10 of meer windturbines (activiteit D.22.2) - 20 of meer windturbines (activiteit C.22.2)
Op basis van deze drempelwaarden kan bepaald worden of er voor een initiatief een planMER of projectMER moet worden opgesteld of dat volstaan kan worden met een (vormvrije) m.e.r.beoordeling.
Gebiedsbescherming – Natura 2000-gebieden: a. significant negatieve effecten zeer aannemelijk; b. significant negatieve effecten beperkt; c. significant negatieve effecten niet aannemelijk; d. significant negatieve effecten niet aan de orde.
Om de kansrijkheid goed te kunnen beoordelen is het niet alleen van belang óf het initiatief in of nabij een beschermd natuurgebied ligt maar ook of een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig is (i.v.m. Natura 2000-gebieden). Ligging in of nabij een Natura 2000-gebied maakt een windmolenproject uiteraard minder kansrijk dan wanneer er sprake is van een grotere afstand.
Beschermde soorten (aanleg en gebruik windturbines)
Explosievenkansenkaart Bommelerwaard 2016: geeft inzicht of de projectlocatie gelegen is een gebied is dat verdacht is voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (OO). 12. Niet gesprongen explosieven
13. Water 14. Ruimtelijke Adaptatie 15. Duurzaamheid ADVIES: Voortoets -RO Datum: xx-xx-xxxx
In overleg met Waterschap Uitgangspunten worden komend jaar verwacht Programma Duurzaamheid Gemeente Zaltbommel
Met een Flora en Fauna quick scan kan worden nagegaan of de voorgenomen werkzaamheden gevolgen hebben voor beschermde Flora en Fauna en of een ontheffing vanuit de Wet Natuurbescherming dan wel een mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Vleermuizen en vogels zijn hierbij evident belangrijk, maar ook andere soorten (bijv. amfibieen of kleine marterachtigen) kunnen aanwezig zijn verdachte en negatieve effecten ondervinden. - In het geval van een locatie zal een Projectgebonden Risico Analyse (PRA) moeten worden opgesteld. In een PRA worden de B52werkzaamheden in verband gebracht met de risico’s van de mogelijk aanwezige OO, waarna een advies voor de veilige uitvoering wordt gegeven. De uitkomsten en voorstellen voor maatregelen worden in de RI&E opgenomen; - Bij de ruimtelijke aspecten dient, in het geval van een verdachte locatie, ook voldoende aandacht zijn besteed aan de (meer)kosten in het projectplan.
Onderdeel
Stap 1 - Ruimtelijke criteria
Wegingsfactor
(Schriftelijke) Analyse
(Gemiddeld) Oordeel
Gewogen Eindoordeel
1. Positie op de windladder
Langs infrastructuur
30%
…...
5
1,50
15%
…...
3,00
0,450
Minimaal (3)
3,75%
…...
3
0,11
2.2 Is er een landschapsanalyse en analyse cultuurhistorie uitgevoerd? Waarbij de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het gebied zijn geformuleerd?
Minimaal (3)
3,75%
…...
3
0,11
2.3 Hoe grijpt het initiatief in op deze kwaliteiten? Gekeken naar de kwetsbaarheid van het landschap en de impact van het initiatief?
Minimaal (3)
3,75%
…...
3
0,11
2.4 Welke maatregelen worden genomen om de impact op de kernkwaliteiten te verzachten dan wel de ontwikkeldoelen van het gebied te versterken?
Minimaal (3)
3,75%
…...
3
0,11
Minimaal (3) Minimaal (3)
15% 3,75% 3,75%
…... …... …...
3,00 3 3
0,45 0,11 0,11
2. Landschapsontwikkeling 2.1 Hoe wordt de (landschaps)visie op het (zoek)gebied beoordeeld?
3. Landschapsontwerp 3.1 Is het ontwerp passend bij de ontwikkellocatie? 3.2 Welke opstelling wordt er gekozen? 3.3 Rekening houdend met bestaande landschapsstructuren? 3.4 Ontwerp ten opzichte van totale project? 4. Geluid, Slagschaduw & lichtschittering 4.1 Wat is het effect op het woon/leef klimaat? 4.2 Welke maatregelen worden genomen om deze effecten te beperken of mogelijk weg te nemen? 5. Ontzien /compensatie Natuurwaarden + beoordeling -Biodiversiteit 5.1 Worden natuurwaarden ontzien/ gecompenseerd? Hoe wordt dit gedaan? 5.2 Is er aandacht voor het behouden en of verbeteren van de biodiversiteit? 6. Ontmanteling/Ontruiming 6.1 Mate waarin materialen gerecycled worden. 7. Bodemgesteldheid 7.1 Is er voldoende inzicht in de status van de bodem? 7.2 Welke maatregelen worden er genomen Om eventuele grond/water verontreiniging tegen te gaan? 8. Meekoppelkansen In hoeverre is er oog voor koppelkansen? Op welke wijze wordt dit uitgewerkt? EINDOORDEEL STAP 1 RUIMTELIJKE CRITERIA
Minimaal (3)
3,75%
…...
3
0,11
Minimaal (3) Minimaal (3)
3,75% 10% 5%
…... …... …...
3 3,00 3
0,11 0,30 0,15
Minimaal (3)
5%
…...
3
0,15
15%
…...
4,00
0,60
Voldoende (4)
7,5%
…...
4
0,30
Voldoende (4)
7,5%
…...
4
0,30
Minimaal (3)
5% 5,0% 5%
…... …... …...
3 3 3,00
0,15 0,15 0,15
Minimaal (3)
2,5%
…...
3
0,08
Minimaal (3)
2,5%
…...
3
0,08
5,0%
…...
3
0,15
Minimaal (3)
5,0%
…...
3
0,15
n.v.t.
100%
…..
3,38
3,75
Onderdeel
Stap 1 - Ruimtelijke criteria
1. Participatieplan
Wegingsfactor
(Schriftelijke) Analyse
Gemiddeld Oordeel
Gewogen Eindoordeel
20%
…...
3,00
0,60
1.1 Is er een belangenafweging gemaakt? Hierbij aantonen dat er reeds omgevingsactviteit heeft plaatsgevonden.
Minimaal (3)
5%
…...
3
0,15
1.2 Is er een participatieplan opgesteld? Hoe wordt invulling gegeven aan het proces van participatie en hoe wordt dit per verschillende fase in het project gewaarborgd? En hoe wordt ruimte geboden voor discussie, consulatie en advies?
Minimaal (3)
5%
…...
3
0,15
1.3 Hoe wordt antwoord gegeven op de vraag: hoe omwonenden en bedrijven kunnen participeren in de verschillende fasen van het project (ontwikkeling, realisatie, opbrengstfase)?
Minimaal (3)
5%
…...
3
0,15
1.4 Hoe wordt er per fase van het project gecommuniceerd met de directe en indirecte omgeving?
Minimaal (3)
5%
…...
3
0,15
40%
…...
4,25
1,70
…...
5
0,25
2. Lokaal Eigendom (Ondernemingsplan aanleveren).
2.1. Hoe is de bedrijfseconomische organisatie van het park opgezet, gedurende de ontwikkeling en gedurende de exploitatie? 2.2 Hoe wordt er ingezet op coöperatief eigendom? 2.3 Hoe groot is het percentage lokaal eigendom? Bij ontwikkeling en exploitatie. 2.4 welke (organisatorische) garanties zijn er voor deze geldstromen gedurende de looptijd van de exploitatie?
Uitstekend (5) Voldoende (4)
3.2 Hoe wordt de omgeving betrokken bij de financiering van het park? En in welke vorm? Bijvoorbeeld d.m.v. obligaties?
4
0,20
…...
4
1,00
…...
4
0,20
20%
…...
4,50
0,90
10%
…...
5
0,50
10%
…...
4
0,40
20%
…...
3,67
0,73
6,67%
…...
5
0,33
6,67%
…...
3
0,20
6,67%
…...
3
0,20
100%
…..
3,92
3,93
25%
Voldoende (4)
5%
Uitstekend (5)
Voldoende (4)
4. Vergoedingen (Profijtplan aanleveren) 4.1 Maak duidelijk welke inkomsten er zijn. Geef een (grafische) toelichting op de inkomstenstroom. 4.2 Krijgen omwonenden, gebruikers, grondeigenaren (5x rotordiameter) in de directe omgeving van het windpark een vergoeding? Hoe komt deze verdeling tot stand? 4.3 Maak inzichtelijk welke geldstromen er terug vloeien naar de gemeenschap en in welke mate (volume) en gedurende welke periode van bouw en exploitatie. EINDOORDEEL STAP 2 MAATSCHAPPELIJKE CRITERIA
…...
Voldoende (4)
3. Financiering
3.1 Geef inzicht in de financierin van het park. (toelichting in begroting/Plan van Aanpak). Wat is de verhouding Eigen Vermogen en Vreemd Vermogen. En hoe komen deze vermogens tot stand?
5% 5%
Uitstekend (5)
Minimaal (3)
Minimaal (3) n.v.t.
GUNNING
Eindoordeel Schriftelijk
Cijfer
EINDOORDEEL STAP 1 RUIMTELIJKE CRITERIA
…....
3,75
EINDOORDEEL STAP 2 MAATSCHAPPELIJKE CRITERIA
…....
3,92
DEFINITIEF EINDOORDEEL STAP 1 & 2
…....
7,67