Bijlage 1. Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023
Tekst van het document
24 Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023
9.
Inspraak en cliëntenparticipatie
Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Ook is geregeld dat er een cliëntenadviesraad is en is de taak van deze raad beschreven. Ten slotte is hier ook geregeld op welke manier inwoners met leveranciers, zoals zorgaanbieders, kunnen overleggen over diensten en producten die bedoeld zijn voor de inwoners met een beperking.
Kernwaarden:
De gemeente en de inwoner zijn gelijkwaardige partners.
De gemeente gaat zorgvuldig om met de inwoner.
9.1 Inspraak van inwoners 1.
2. 3.
[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet] De gemeente kiest ervoor om inwoners inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. De regels van de inspraakverordening 2004 zijn daarop van toepassing, maar worden aangevuld met de regels in dit hoofdstuk. Inwoners kunnen inspraak hebben bij: a. plannen voor beleid en regels; b. de manier waarop de gemeente beleid en regels uitvoert; c. de manier waarop medewerkers van de gemeente omgaan met inwoners (bejegening); d. de manier waarop zorgaanbieders en leveranciers hun taken uitvoeren. Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering. De gemeente kan inwoners op de volgende manier inspraak geven: a. via de Adviesraad Sociaal Domein; b. via de cliëntenraad Sociaal Domein Bommelerwaard; c. door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met enquêtes en bijeenkomsten; d. door samen met inwoners een plan te ontwerpen.
9.2 Hulp van de gemeente bij inspraak [Jeugdwet, Wmo] De gemeente zorgt voor goede inspraak en doet dat op de volgende manier: a. Het moment waarop inspraak kan worden gegeven, geeft inwoners voldoende mogelijkheid om invloed te hebben op plannen van de gemeente over beleid, regels of de uitvoering daarvan. b. De inwoners worden deskundig ondersteund, zodat de inspraak volwaardig is. c. De inwoners kunnen deelnemen aan overleg met de gemeente over kernwaarden, beleid, regels en de uitvoering daarvan. d. De gemeente zorgt dat de informatie op tijd beschikbaar is.
9.3 Inspraak bij zorgaanbieders en leveranciers 1.
2.
[Jeugdwet, Wmo] Zorgaanbieders en leveranciers zijn verplicht om inwoners die gebruik maken van hun diensten, inspraak te geven en daarover regels te maken. De gemeente bepaalt over welke onderwerpen de inspraak gaat en welke vorm de inspraak heeft. De gemeente controleert of de zorgaanbieder of leverancier zich houdt aan de regels voor inspraak.
25 Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023
10. Kritiek op de uitvoering De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. In dit hoofdstuk staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen, een vertrouwenspersoon te spreken of bezwaar te maken. Daarbij is aangesloten bij de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman.
Kernwaarden: De gemeente en de inwoner zijn gelijkwaardige partners. De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus.
De gemeente helpt de inwoner om op een eenvoudige manier zijn mening te geven.
10.1 Doelen klacht- en bezwaarprocedure [Awb, Gemeentewet] 1.
2. 3. 4. 5.
De gemeente ziet een klacht of bezwaar als: a. een stimulans om de hulpvraag van de inwoner nog eens te onderzoeken; b. een middel voor de inwoner om zijn mening kenbaar te maken; c. een mogelijkheid om de dienstverlening aan de inwoners te verbeteren; d. een manier om een vertrouwensbreuk te herstellen; en e. een middel om fouten bij de uitvoering van wettelijke taken te repareren. De inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend, krijgt de gelegenheid om zijn klacht of bezwaar mondeling toe te lichten. De inwoner kan kritiek op de uitvoering van wettelijke taken door de gemeente uiten via een eenvoudige en effectieve klachten- en bezwaarprocedure. De gemeente zorgt ervoor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de wettelijke termijnen, worden afgehandeld. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend zich gehoord voelt.
10.2 Klachtenfunctionaris gemeente 1.
2.
[Awb, Gemeentewet] De gemeente heeft een klachtenfunctionaris. De inwoner kan bij deze medewerker een klacht indienen over: a. het gedrag van medewerkers en de bejegening van de inwoner; b. de manier waarop de gemeente meldingen en aanvragen heeft afgehandeld; c. de manier waarop de gemeente voorzieningen en diensten heeft uitgevoerd. De gemeente regelt hoe een klacht kan worden ingediend en hoe de klachtenprocedure verloopt.
26 Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023
10.3 Klachten over andere personen of organisaties 1.
2. 3. 4.
[Awb] De inwoner die een klacht heeft over het gedrag van een persoon of organisatie die door de gemeente is ingehuurd, moet zijn klacht eerst indienen bij die persoon of organisatie. Die persoon of organisatie moet een klachtenregeling hebben en deze met de gemeente hebben gedeeld. De gemeente controleert of de klachtenregeling van personen of instanties die zijn ingehuurd wordt nageleefd. Als de inwoner niet tevreden is over de manier waarop de klacht door de ingehuurde persoon of organisatie is afgehandeld, kan de inwoner een klacht indienen bij de gemeente. De inwoner die geraakt is door geweld of ander strafbaar gedrag van personen of instanties die de gemeente heeft ingehuurd, kan dit melden bij de gemeente. De gemeente regelt hoe die melding wordt behandeld.
10.4 Vertrouwenspersoon 1.
2.
[Jeugdwet, Gemeentewet] De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die hulp van de gemeente krijgt, een onafhankelijke vertrouwenspersoon kan spreken. De inwoner kan bij deze vertrouwenspersoon terecht voor een vertrouwelijk gesprek over bijvoorbeeld ongewenste omgangsvormen, problemen, klachten en vragen in verband met de geboden hulpverlening. Voor de Jeugdwet geldt: de vertrouwenspersoon kan de inwoner (jongere, ouder of pleegouder) op verzoek ondersteunen bij problemen, klachten en vragen in verband met de hulpverlening door de gemeente, de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling jeugdbescherming en jeugdreclassering en het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis).
10.5 Bezwaar 1.
2.
[Awb] De inwoner die het niet eens is met een besluit dat is genomen op grond van de genoemde wetten en van deze verordening, kan daartegen bezwaar maken volgens de regels die zijn beschreven in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voordat de gemeente een besluit op een bezwaarschrift neemt, neemt een medewerker telefonisch contact op met de inwoner om het bezwaar te bespreken. De medewerker geeft uitleg over het besluit van de gemeente en informeert bij de inwoner naar argumenten, feiten en omstandigheden die van belang zijn voor de beoordeling van het bezwaar. Dit gesprek is gericht op verbetering van de besluitvorming door de gemeente. Het kan ertoe leiden dat de inwoner het bezwaar intrekt of dat de gemeente een ander besluit neemt.
27 Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023
11. Kwaliteit en aanbesteding De diensten en producten die de gemeente levert, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoefte van de inwoner. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten. Kernwaarden:
Diensten en producten van de gemeente zijn kwalitatief goed en passend bij de behoefte van de inwoner.
De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus.
De gemeente werkt efficiënt en doelgericht.
De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.
[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet]
11.1 Kwaliteit 1. 2.
Alle diensten en producten die de gemeente in het kader van deze verordening aanbiedt moeten van goede kwaliteit zijn. De diensten en producten: a. passen bij de behoefte van de inwoner; b. zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner; c. voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard; d. worden afgestemd op andere diensten of producten die aan de inwoner worden geleverd; e. worden geleverd volgens een bepaalde opzet die op tijd aan de inwoner wordt meegedeeld.
11.2 Inkoop en aanbesteding 1. 2.
3.
4.
De gemeente zorgt ervoor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze verordening een belangrijke rol speelt bij de inkoop en de aanbesteding. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van leveranciers dat zij: a. diensten en producten leveren tegen de door hen berekende kostprijs, zonder dat de kwaliteit en de levering in gevaar komen; en b. als zij personeel hebben, dat zij zich houden aan de regels van het arbeidsrecht. De leverancier moet aantonen dat bij de kostprijs rekening is gehouden met: a. het soort dienst of product; b. de omvang van het diensten- of productenpakket dat wordt geleverd; c. de arbeidsvoorwaarden van het personeel volgens de cao die van toepassing is; d. een redelijke toeslag voor overheadkosten; e. personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor bijscholing, ziekte en verlof van personeel; f. kosten als gevolg van verplichtingen voor leveranciers, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen; g. het jaarlijks aanpassen van de kostprijs in verband met stijging van de kosten. Een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel valt onder een koopconstructie. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel wordt bepaald in overleg met de gecontracteerde partijen.
28 Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023
29 Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023
12. Van oud naar nieuw In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke verordeningen vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening ingaat. Hier is ook opgenomen dat de gemeente bepalingen uit deze verordening kan uitwerken of verder invullen, dat met regelmaat beoordeeld wordt of de verordening nog goed werkt, wat de officiële naam is van deze verordening en dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit echt nodig is. Kernwaarden:
De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus.
De gemeente werkt efficiënt en doelgericht.
De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.
[Gemeentewet]
12.1 Onderzoek naar de werking van de verordening 1.
2.
De gemeente onderzoekt jaarlijks of de verordening voldoende bijdraagt aan de doelen die de gemeente wil bereiken. Om dat te kunnen nagaan verzamelt de gemeente systematisch informatie middels: a. Het cliëntervaringsonderzoek. b. Jaarverslag Wmo en Jeugd De gemeente houdt zich daarbij aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De gemeenteraad bespreekt een verslag van dit onderzoek en past de verordening aan als dat nodig is.
12.2 Uitvoeringsregels De gemeente kan uitvoeringsregels maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld. Deze uitvoeringsregels kunnen de vorm hebben van beleidsregels of van een (nadere) regeling. Beleidsregels geven aan hoe de gemeente met een bepaalde bevoegdheid omgaat. Met een (nadere) regeling worden bepaalde regels van de verordening verder uitgewerkt. De mogelijkheid om deze uitvoeringsregels te maken wordt begrensd door de wet.
12.3 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) De gemeente kan afwijken van een bepaling uit deze verordening als toepassing van die bepaling een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is. Een uitkomst is in ieder geval onredelijk als de doelen van de in 1.1 genoemde wetten of de doelen van deze verordening door het toepassen van de regels juist niet worden gehaald.
12.4 Intrekken oude verordeningen De volgende verordeningen worden ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat: Verordening sociaal domein gemeente Zaltbommel 2020
30 Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023
12.5 Overgangsrecht 1.
2. 3.
Een maandelijkse voorziening die op grond van een ingetrokken verordening wordt verstrekt, blijft ook na 1 januari 2023 doorlopen. Deze voorziening loopt door totdat de gemeente een nieuw besluit over die voorziening of uitkering heeft genomen. Een aanvraag die de inwoner heeft ingediend vóór 1 januari 2023 en waarover de gemeente pas later een besluit neemt, handelt de gemeente af volgens deze verordening. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van een van de bij 12.4 genoemde ingetrokken verordeningen, past de gemeente die ingetrokken verordening toe.
12.6 Ingangsdatum en naam 1 2
Deze verordening wordt genoemd: Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december 2022
De gemeenteraad voornoemd, de griffier,
drs. M.S.P. Muurling
de voorzitter,
P.C. van Maaren
31 Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023
13. Begrippenlijst In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst? Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is. Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat zoveel mogelijk is aangesloten bij het normale, dagelijkse taalgebruik. Ook staan er voor de duidelijkheid ook enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven. Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven. Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan hulp-op-maat. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke (bijlage 1), algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen.
Inwoners met beperking(en): Hiermee worden de beperkingen bedoeld, zoals benoemd in de Wmo 2015. Dit zijn personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen. Collectief taxivervoer: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd). Effect: het resultaat of het doel. Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een voorziening is, en om de duur en hoogte van die voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt. Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld (zie ook bijlage 1). Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaltbommel. Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het effect dat hij wil bereiken bespreekt. Hulp: maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, Hulp-op-maat: een op de inwoner afgestemde voorziening.
Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening. Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jongere of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet. Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft.
32 Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023
Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in artikel 3.6 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen. Inwoner: de persoon die een direct belang heeft bij een besluit van de gemeente (artikel 1:2, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht). Als de inwoner een hulpvraag heeft die nog niet heeft geleid tot een verzoek om een besluit te nemen of tot feitelijk handelen door de gemeente, dan wordt met inwoner bedoeld: degene die als ingezetene in de basisregistratie personen van de gemeente is ingeschreven. Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jongere: de minderjarige. Als het gaat om de Jeugdwet: de jeugdige, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel heeft. Leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling. Medewerker: de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt. NIBUD-prijzengids: een handboek dat wordt uitgegeven door het NIBUD. In deze gids staan gangbare, actuele prijzen van producten en diensten.
Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging. Onafhankelijk deskundige (cliëntondersteuner): in de Wmo staat dat gemeenten voor de beschikbaarheid van adequate, onafhankelijke cliëntondersteuning moeten verzorgen. Een cliëntondersteuner staat naast iemand met een hulpvraag. Op de website van de gemeente staan de contactgegevens van de onafhankelijke cliëntondersteuning. Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt. Persoonlijk plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart en de gewenste hulp wordt geïnventariseerd. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan. Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen. Pgb-plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen.
In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden. Professional: iemand die beroepsmatig hulp verleent. Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers). Voorziening: hulp in de vorm van een dienst, activiteit, product, pgb of geldbedrag.
33 Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023
Vrij toegankelijke hulp: hulp die beschikbaar is zonder verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts of besluit van de gemeente. Wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet. Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Wmo-hulp: de maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo. Zorgaanbieder: een zorgorganisatie met medewerkers in dienst die een voorziening levert op vraag van de inwoner. Zzp’er: een ondernemer zonder personeel in dienst die een voorziening levert op vraag van de inwoner. De ondernemer is ingeschreven bij de kamer van koophandel als zzp’er.
34 Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023
Bijlage 1: Gebruikelijke hulp Dit is zorg die van ouders, partner of sociale omgeving verwacht mag worden. Alleen zorg die niet redelijkerwijs van ouders verwacht mag worden is zogenaamde bovengebruikelijke hulp. De gemeente Zaltbommel gebruikt bij het afwegen of iet s in uw situatie gebruikelijke hulp is de handreiking van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Daarnaast is het van uw situatie afhankelijk wat uw eigen kracht is. Dit beoordeeld een professional van het wijkteam. Richtlijnen ten aanzien van gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen met een normale ontwikkeling in verschillende levensfasen van het kind. Kinderen van 0 tot 3 jaar
hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig; ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig; zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 3 tot 5 jaar
kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer); hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen; hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding; zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven; hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 5 tot 12 jaar
kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week; kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is); hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tanden poetsen; hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie; zijn overdag zindelijk, en ‘s nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/ verzorgers; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan; hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 12 tot 18 jaar
hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden; kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of een nacht alleen gelaten worden; kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig; hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding;
35 Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023
hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen); hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Bron: Factsheet Zorg voor kinderen met een intensieve zorgvraag Gebruikelijke zorg Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport, november 2016
36 Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023
Bijlage 2: Algemeen gebruikelijke voorzieningen Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn in principe voor iedereen beschikbaar, of u nu wel of geen beperking heeft. Wat in een concrete situatie algemeen gebruikelijk is, hangt vaak af van verschillende factoren. Algemeen gebruikelijke voorzieningen worden in beginsel niet vanuit de Wmo verstrekt. Bij de vraag of een voorziening algemeen gebruikelijk is, kijkt de gemeente naar het individuele geval. Dus iedere aanvraag moet worden beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden van de aanvrager. De gemeente kan dus niet zomaar stellen dat een bepaalde voorziening in ieder individueel geval algemeen gebruikelijk is. Een voorziening is daarmee dus nooit als zodanig algemeen gebruikelijk. Met het criterium ‘algemeen gebruikelijk’ wordt voorkomen dat de gemeente een voorziening verstrekt waarvan aannemelijk is te achten dat een cliënt daarover ook zou hebben beschikt als hij geen beperkingen had gehad. Individueel onderzoek is cruciaal voor de beoordeling of een voorziening in het individuele geval algemeen gebruikelijk is. De bevindingen uit dit onderzoek zijn nodig om goed gemotiveerd een aanvraag (voor een maatwerk voorziening) toe te kennen of af te wijzen.
De criteria voor algemeen gebruikelijke voorziening komen uit de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (zie de uitspraak CRvB 20-11-2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3535:) Een voorziening is algemeen gebruikelijk als deze: niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; daadwerkelijk beschikbaar is; een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en; financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau, ongeacht of de aanvrager zelf een minimuminkomen heeft. Om te bepalen of de voorziening gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau sluit de gemeente aan bij rechtbankjurisprudentie (zie Rb. Den Haag, 11-02-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:2084). Een hulpmiddel kan financieel worden gedragen met een inkomen op minimumniveau indien de kosten daarvan binnen een termijn van 36 maanden kunnen worden terugbetaald bij een aflossing van 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. De financiële situatie van een cliënt mag binnen de Wmo 2015 alleen in beeld komen als de cliënt betwist een algemeen gebruikelijke voorziening te kunnen betalen. De gemeente moet dan onderzoeken of de financiële situatie inderdaad dusdanig is dat niet volgehouden kan worden dat de gevraagde voorziening voor deze cliënt algemeen gebruikelijk te achten is.
De cliënt moet hiervoor dan ook inzage geven in zijn financiële positie. Voor wat betreft de kostprijs van de gevraagde voorziening hoeft niet per se uitgegaan te worden van de nieuwprijs. Waar het om gaat is dat de voorziening geschikt is om het probleem op te lossen of te verminderen, en dat zou ook kunnen met een goede, maar gebruikte voorziening. Er is geen complete lijst van voorzieningen die algemeen gebruikelijk zijn, maar voorbeelden zijn:
Hulpmiddelen Tandem (met uitzondering van een ouder-kind tandem); Fiets met lage instap, ligfiets; Spartamet/tandemmet; Elektrische fiets/tandem (al dan niet met lage instap) voor een persoon van 16 jaar en ouder; Bakfiets, fietskar, aanhangfiets; Aankoppelfiets voor kinderen; Reparatie verlichting, vervangen banden of fietszadel; Buggy tot 4 jaar; Rollator/krukken, looprekken, loophulpen met 3 of 4 poten; personenauto en de gebruikskosten die daaraan verbonden zijn; Auto-accessoires: airconditioning, stuurbekrachtiging, elektrisch bedienbare ruiten, automatische transmissie, blindering, kosten rijbewijs, APK, verzekeringen, trekhaak;
37 Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023
Woningaanpassingen Eenhendelmengkranen; Thermostatische kranen; Keramische of inductie kookplaat; Verhoogd toilet of toiletverhoger; Tweede toilet/sanibroyeur; Renovatie van verouderde woonvoorzieningen; Antislipvloer/coating; Drempelhulpen / nivellering; (Opklapbare) wandbeugels; Zonwering (inclusief elektrische bediening); Ophogen tuin/bestrating bij verzakking; (tweede) Trapleuning (opklapbare) Beugels Douchecabine Douchekop en glijstang Douchezitje (in elke uitvoering) Vervanging keukenapparatuur Centrale verwarming Dakkapellen Losse airco-units Screens en zonneschermen Elektrische bediening zonwering Luchtbevochtigers en luchtontvochtigers Wasdroger Mobiele (huis) telefoon Automatische deuropeners voor garage Renovatie keuken (15 jaar) Renovatie badkamer (25 jaar)
Huishoudelijke Hulp kreuk- en strijkvrije kleding; Was- en strijkdienst; Vaatwasser; Glazenwassersbedrijf; Maaltijdverzorging; Hondenuitlaatservice; Tuinman; Klussendienst; Boodschappenservice
Andere vormen van Algemene Voorzieningen Inloop GGZ Peutertoeslag
38 Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023
Bron Deze verordening is grotendeels geïnspireerd op de omgekeerde modelverordening. Dit is een u itgave van:
Stimulansz Postbus 2758 3500 GT Utrecht T (030)2982800 www.stimulansz.nl info@stimulansz.nl Auteurs: Henk van Deutekom Henk Kooistra Evelien Meester Annemieke Wildenburg De modelverordening sociaal domein is tot stand gekomen met de waardevolle inbreng van: Floor Bentfort van Valkenburg Wim Eiselin Pieter-Jan de Jongh Wilma Kuiper Maarten Simons
39 Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023