Bijlage 1. Bodemkwaliteitskaart regio Riviereland
Tekst van het document
Bodemkwaliteitskaart regio Rivierenland Gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel
Documentcode: 16M1223.RAP001
Bodemkwaliteitskaart regio Rivierenland Gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel
Documentcode: 16M1223.RAP001
Opdrachtgevers Gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel en Waterschap Rivierenland p/a Omgevingsdienst Rivierenland Postbus 6267 4000 HG TIEL Contactpersoon namens de gemeenten Mevr. E. Timmerman (Omgevingsdienst Rivierenland) Contactpersoon Lievense Milieu B.V. | WSP Dhr. J.S. Spronk JSpronk@Lievense.com Projectcode Documentnummer Versiedatum Status
16M1223.RAP001 Januari 2021 Herzien definitief
Autorisatie Documentnummer 16M1223.RAP001 Geactualiseerd door:
Versiedatum Januari 2021 Functie
Status Herzien definitief Datum Paraaf
Paul Karels
Adviseur
Januari 2021
Geverifieerd door:
Functie
Datum
Jeroen Spronk
Senior adviseur
Januari 2021
Rapporthistorie
Datum
Definitief
01.07.2019
Herzien definitief
Januari 2021
Paraaf
De bodemkwaliteitskaart is geactualiseerd voor PFAS-verbindingen. Ook zijn enkele verschrijvingen aangepast. De strekking van de aangepaste teksten is niet gewijzigd.
Inhoudsopgave Hoofdstuk
Pagina
1
Inleiding ............................................................................................................... 1
2
1.1 Aanleiding ..........................................................................................................1 1.2 Doelstelling ........................................................................................................1 1.3 Herziene definitieve versie op grond van PFAS-verbindingen (januari 2021) ...2 Bodemfunctieklassenkaart .................................................................................... 3
3
Bodemkwaliteitskaart ........................................................................................... 4 3.1 3.2
4
Stap 1: Programma van eisen ............................................................................4 Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (1/2) ......................................................6 3.3 Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensverwerking .....................................7 3.3.1 Selecteren beschikbare meetgegevens ................................................7 3.3.2 Het samenvoegen van punt- en mengmonsters...................................8 3.3.3 Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet .....................8 3.3.4 Het opsporen van uitbijters ..................................................................8 3.4 Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (2/2) ......................................................9 3.5 Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied................................. 11 3.5.1 Aantal en spreiding meetgegevens .................................................... 11 3.5.2 Splitsen van deelgebieden ................................................................. 11 3.6 Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie en vaststellen definitieve deelgebieden ..................................................................................................
12 3.7 Stap 7: Vaststellen en karakteriseren bodemkwaliteitszones ........................ 12 3.8 Stap 8: Bodemkwaliteitskaart ......................................................................... 15 3.8.1 Inleiding.............................................................................................. 15 3.8.2 Kaart met uitgesloten locaties en gebieden ...................................... 15 3.8.3 Ontgravingskaart................................................................................ 17 3.8.4 Toepassingskaart................................................................................ 19 3.9 PFAS-verbindingen in de bodemkwaliteitskaart............................................. 20 3.9.1 Stappen 1, 3 en 6 (programma van eisen, gegevensverzameling en gegevensverwerking en verzamelen aanvullende informatie) .......... 20 3.9.2 Stappen 2 en 4 (onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in PFAS-deelgebieden) .................................... 20 3.9.3 Stap 5 (controle indeling PFAS-deelgebieden)................................... 20 3.9.4 Stappen 7 en 8 (vaststellen, karakteriseren bodemkwaliteitszones en de bodemkwaliteitskaart) .................................................................. 21 3.10 Bijzondere omstandigheden ...........................................................................
23 3.11 Vaststellen nieuwe bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart..... 24 Samenvatting en conclusie ...................................................................................25
Bronvermelding ............................................................................................................29
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, GELDERMALSEN, LINGEWAAL, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, NEERIJNEN, TIEL, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL| DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4A Bijlage 4B
Begrippenlijst Selectie dataset gezamenlijke bodemkwaliteitskaart Specificatie uitbijters Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem) Statistische parameters PFAS-verbindingen per bodemkwaliteitszone
Kaartbijlagen Kaartbijlage 1 Bodemfunctieklassenkaart Kaartbijlagen 2 Bodemkwaliteitszonekaart Kaartbijlagen 3 Ontgravingskaart Kaartbijlagen 4 Toepassingskaart (generiek kader Besluit) Kaartbijlage 5 Verdachte locaties PFAS-verbindingen
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, GELDERMALSEN, LINGEWAAL, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, NEERIJNEN, TIEL, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL| DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe West Maas en Waal en Zaltbommel (hierna ‘de gemeenten’; zie figuur 1.1) willen regionaal beleid opstellen voor het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie. Daarom willen de gemeenten de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaarten[1] integreren en actualiseren. De gemeenten willen ook de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaarten[1] aanpassen.
Figuur 1.1 De gemeenten in de regio Rivierenland: Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel
In deze rapportage staat beschreven hoe de bodemfunctieklassenkaarten zijn aangepast, volgens welke werkwijze de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is opgesteld en wat de resultaten zijn. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte begrippen is opgenomen in bijlage 1. 1.2
Doelstelling Het doel van het aanpassen van de bodemfunctieklassenkaart, is dat op de grondgebieden van de gemeenten de ligging van gebieden met de bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' geactualiseerd wordt weergegeven. Het doel van het opstellen van de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is om een actueel en dekkend beeld te krijgen van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit van de gemeenten.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
1 / 29
De achterliggende doelstelling is de wens van de gemeenten om met de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart gebruik te kunnen (blijven) maken van de mogelijkheden die het Besluit bodemkwaliteit[2] (hierna Besluit) biedt: • als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van vrijkomende grond en van de ontvangende bodem (hierdoor hoeven minder partijkeuringen en bodemonderzoeken te worden uitgevoerd wat een kosten- en tijdbesparende factor is bij grondverzet); • bij het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie op en in de landbodem; • bij het wegnemen van mogelijke knelpunten bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond); • om gebiedsspecifiek grondstromenbeleid uit te kunnen (blijven) voeren. 1.3
Herziene definitieve versie op grond van PFAS-verbindingen (januari 2021) Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader in werking getreden voor hergebruik van PFAS1-houdende grond en baggerspecie[3]. Het tijdelijk handelingskader is op 29 november 2019 en op 2 juli 2020 geactualiseerd. De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. Op 29 november 2019 zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties. Op 2 juli 2020 zijn de voorlopige landelijke achtergrondwaarden aangepast en voor een aantal toepassingssituaties in een oppervlaktewaterlichaam de toepassingswaarden gewijzigd. Om de bodemkwaliteitskaart te actualiseren voor PFAS-verbindingen hebben de gemeenten aanvullend bodemonderzoek2 laten uitvoeren en heeft de Omgevingsdienst Rivierenland, die bodemgegevens voor de gemeenten registreert en beheert, de op 19 maart 2020 beschikbare meetgegevens van PFAS-verbindingen verzameld3. Hiermee faciliteren de gemeenten de beoogde effecten zoals die in de nota bodembeheer[4] worden geformuleerd.
1
2 3
Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. Bodemonderzoek PFAS-verbindingen regio Rivierenland, Documentcode: SOB011523.RAP001, 30 juli 2020. Opgeleverd door de Omgevingsdienst Rivierenland in een excelbestand d.d. 19.03.2020.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
2 / 29
2
Bodemfunctieklassenkaart Op de bodemfunctieklassenkaart wordt de ligging van gebieden met de (toekomstige) bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' aangegeven. De bodemfunctieklassenkaart wordt gebruikt voor: • het mede bepalen van de kwaliteitseisen waaraan de toe te passen grond moet voldoen (zie ook § 3.8.4 en bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’); • het vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen in het kader van de Wet bodembescherming[5]. De eerder bestuurlijk vastgestelde bodemfunctieklassenkaarten van de gemeenten zijn aangepast. Hieronder zijn op hoofdlijnen de aanpassingen weergegeven: • Een aantal gebieden zijn van functieklasse ‘Overig’ gewijzigd in ‘Wonen’; bijvoorbeeld: gemeente Buren (in Beusichem-Smalriemseweg en Lingemeer), gemeente Culemborg (Roosje Voslaan, Caetshage, Hageroos/Parklaan), gemeente Maasdriel (Veersteeg/Kloosterstraat/Hoorzik), gemeente Tiel (Schaarsdijkweg), gemeente West Betuwe, deel voormalige gemeente Lingewaal (Boveneind), gemeente West Betuwe, deel voormalige gemeente Neerijnen (Haaften-Marijkestraat/Graaf Reinaldweg), gemeente Zaltbommel (in Gameren-Bulkenlaan/Oudenhof).
• Een aantal gebieden zijn van functieklasse ‘Overig’ gewijzigd in ‘Industrie’; bijvoorbeeld: gemeente Buren (in Buren-Hulsterstraat), gemeente Neder-Betuwe (Dodewaard-bedrijventerrein De Bonegraaf), gemeente Tiel (bedrijfsterrein Medel), gemeente West Betuwe, deel voormalige gemeente Neerijnen (Waardenburgcrossbaan/De Lage Paarden). • Een aantal gebieden zijn van functieklasse ‘Industrie’ gewijzigd in ‘Overig’; bijvoorbeeld: gemeente West Betuwe, deel voormalige gemeente Lingewaal (in VurenGraaf Reinaldweg/bedrijfsterrein Zelving-Noord). • Een aantal gebieden zijn van functieklasse ‘Industrie’ gewijzigd in ‘Wonen’; gemeente Tiel (Papesteeg/Meester Thorbeckestraat), gemeente Zaltbommel (BrakelLangerakseweg). • Een aantal gebieden zijn van functieklasse ‘Wonen’ gewijzigd in ‘Industrie’; gemeente Tiel (Larensteinse Middenweg, Buitenbulkweg), gemeente Zaltbommel (Kon. Wilhelminaweg tussen spoorlijn en rijksweg A2).
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
3 / 29
3
Bodemkwaliteitskaart Deze gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten[6]. Er is gewerkt volgens het in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten opgenomen stappenplan. Hieronder zijn de verschillende stappen weergegeven, die in de volgende paragrafen nader worden toegelicht. In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat de stappen niet chronologisch gevolgd hoeven te worden. Wel is het noodzakelijk dat elementen van alle stappen terugkomen in de werkwijze bij het vervaardigen van de bodemkwaliteitskaart. Stap 1: Opstellen programma van eisen. Stap 2: Vaststellen onderscheidende gebiedskenmerken. Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensbewerking. Stap 4: Indelen bodembeheergebied in deelgebieden. Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied. Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie. Stap 7: Vaststellen bodemkwaliteitszones. Stap 8: Bodemkwaliteitskaart (kaart uitgesloten locaties/gebieden, ontgravingskaart en toepassingskaart).
3.1
Stap 1: Programma van eisen Voor deze gezamenlijke bodemkwaliteitskaart zijn de volgende definities vastgesteld: • Het bodembeheergebied van de bodemkwaliteitskaart omvat het grondgebied van de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel. • De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de landbodem van het bodembeheergebied voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte (m-mv). • De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: ̶ Locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende4 en verwerkende bedrijven5, inzet blusschuim6 en secundaire bronnen7). Op kaartbijlage 5 zijn de bij de Omgevingsdienst Rivierenland bekende locaties weergegeven die verdacht zijn voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. ̶ Voormalige stortplaatsen (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). ̶ Water(bodems) die in beheer zijn van de betreffende waterkwaliteitsbeheerder: Rijkswaterstaat of het Waterschap Rivierenland; met uitzondering van de drogere oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling[7]. ̶ De bodemlaag dieper dan 2 meter onder het maaiveld. ̶ Ook het grondwater is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. 4
Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen.
5
Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen.
6
7
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
4 / 29
•
•
8 9
De volgende locaties/gebieden zijn ook uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart, maar voor PFAS-verbindingen maken deze locaties wél onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart: ̶ Rijkswegen, provinciale wegen, dijkwegen, spoorgebonden gronden inclusief onverharde (spoor)bermen (allen een andere beheerorganisatie dan de gemeenten; alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). ̶ Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging, maar niet voor PFAS-verbindingen; waaronder wegen die tot het jaar 2000 zijn aangelegd (mogelijk asbesthoudende wegfundering en uitloging van stoffen vanuit de wegfundering naar onderliggende bodemlaag) en te vervangen riooltracés (lekkages vanuit het riool). ̶ Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). ̶ Door gemeenten aangewezen gebieden die geheel verdacht zijn voor bodemverontreiniging, geen meetgegevens beschikbaar zijn om te voldoen aan de minimumeisen van de Richtlijnbodemkwaliteitskaarten en/of waar geen grondverzet wordt verwacht: ▪ Gemeente Buren: steenfabriek Roodvoet in Rijswijk, vakantiepark Eiland van Maurik, campingterrein De Schans in Maurik, fabrieksterreinen Marsdijk in Lieden (3x).
▪ Gemeente Culemborg: bedrijventerrein Parallelweg-West ▪ Gemeente Maasdriel: De Hoge Waard in Heerwaarden ▪ Gemeente Neder-Betuwe: steenfabriek Prins Willemweg in Echteld, fabrieksterrein Nieuweweg in IJzendoorn, steenfabriek De Wolfswaard in Opheusden, bedrijfsterrein van De Beijer Groep BV aan de Waalbanddijk in Dodewaard, het GKN-terrein aan de Waalbandijk in Dodewaard ▪ Gemeente Tiel: steenfabriek Zennewijnen ▪ Gemeente West Betuwe, deel voormalige gemeente Geldermalsen: Volvoterrein in Beesd. ▪ Gemeente West Betuwe, deel voormalige gemeente Lingewaal: steenfabriek Vuren, fabrieksterrein De Koornwaard in Spijk, terrein Van de Heuvel in Spijk. ▪ Gemeente West Betuwe, deel voormalige gemeente Neerijnen: fabrieksterrein Waaldijk in Opijnen, steenfabriek Haaften. ▪ Gemeente Zaltbommel: Waalfront Zaltbommel, fabrieksterrein Waaldijk in Zuilichem. De bodemkwaliteitskaart is voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte opgesteld voor het huidige standaard NEN5740[8] stoffenpakket: barium (zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK).
Voor de (voormalige) boomgaarden, de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte8, is de bodemkwaliteitskaart ook opgesteld voor organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,5 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor PFAS-verbindingen9 vastgesteld. Na analyse van de gegevens in de bodeminformatiesystemen is gebleken dat de gemiddelde gehalten van bestrijdingsmiddelen in de bodemlagen van 0-0,25 m-mv en 0,25-0,5 m-mv vergelijkbaar zijn. Het betreft minimaal de 30 PFAS-verbindingen die zijn opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019: https://www.bodemplus.nl/publish/pages/164708/1907012-pfas_-_advieslijst_tbv_tijdelijk_handelingskader_v4.pdf.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
5 / 29
•
3.2
Voor de verschillende bodemlagen in het traject 0,5-2,0 m-mv wordt de kwaliteit voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie, PCB en PAK gelijk gesteld. De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig vanuit de bodeminformatiesystemen van de gemeente Tiel en de Omgevingsdienst Rivierenland (hierna ODR), die de bodeminformatie voor de overige gemeenten in de regio Rivierenland beheert. Ook is een aanvullend bodemonderzoek naar PFASverbindingen10 uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn voor deze bodemkwaliteitskaart gebruikt.
Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (1/2) De basis van de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is het identificeren van onderscheidende gebiedskenmerken. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). Op basis van de bodemopbouw, de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, de geomorfologie en het huidig gebruik wordt een deelgebiedenkaart gedefinieerd. In overleg met de gemeente Tiel en de ODR (namens de overige gemeenten in de regio Rivierenland) is voor de gebiedsindeling uitgegaan van de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaarten. In aanvulling hierop gaan de bermen van de wegen in het buitengebied die in beheer zijn van de gemeente West Maas en Waal onderdeel vormen van de bodemkwaliteitszone van de bovengrond ‘Wegbermen buitengebied’. De onderscheiden voorlopige deelgebieden zijn weergegeven in tabel 3.1. Er is een indeling gemaakt voor de bovengrond (vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) en de ondergrond (vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte). In deze bodemkwaliteitskaart wordt ook de bodemlaag (vanaf het maaiveld tot en met 0,25 meter diepte) ter plaatse van (voormalige) boomgaarden als voorlopig deelgebied opgenomen.
Omdat deze percelen zeer verspreid en niet-aaneengesloten voorkomen, is in overleg met de gemeente Tiel en de ODR, namens de overige gemeenten in de regio Rivierenland, afgeweken van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Omdat ruim voldoende meetgegevens met (individuele) OCB aanwezig zijn, is het niet meer noodzakelijk dat er 3 meetgegevens per niet-aaneengesloten gebied beschikbaar zijn. Op basis van deze uitgangspunten wordt een uitspraak gedaan over de diffuse bodemkwaliteit voor OCB. In de nota bodembeheer wordt gebiedsspecifiek beleid opgenomen voor grondverzet op de (voormalige) boomgaarden. De bodemkwaliteitszone van de bovengrond ‘Wegbermen buitengebied’ betreft de wegbermen in het buitengebied die in beheer zijn van de gemeenten.
10
Bodemonderzoek PFAS-verbindingen regio Rivierenland, Documentcode: SOB011523.RAP001, 30 juli 2020.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
6 / 29
Tabel 3.1 Voorlopige deelgebieden. Omschrijving voorlopig deelgebied Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) Gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe en Zaltbommel B1. Wonen voor 1950 I B2. Wonen voor 1950 II B3. Wonen tussen 1950 en 1970 B4. Wonen na 1970 B5. Industrie voor 1950 B6. Industrie na 1950 B7. Buitengebied B8. (Voormalige) boomgaarden* B9. Wegbermen buitengebied Gemeente West Maas en Waal B10. Wonen B11. Industrie B12. Buitengebied Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) Gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe en Zaltbommel O1. Wonen voor 1950 I O2. Wonen voor 1950 II O3. Wonen tussen 1950 en 1970 O4. Wonen na 1970 O5. Industrie voor 1950 O6. Industrie na 1950 O7. Buitengebied Gemeente West Maas en Waal O8. Wonen O9. Industrie *
O10. Buitengebied Voor de ligging van de (voormalige) boomgaardpercelen wordt verwezen naar de website: www.topotijdreis.nl. In de periode 1945-2000 zijn bestrijdingsmiddelen gebruikt[9].
3.3
Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensverwerking
3.3.1
Selecteren beschikbare meetgegevens De datasets van de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaarten zijn aangevuld met de nadien nieuw verkregen representatieve meetgegevens. De nieuwe meetgegevens voor de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig van representatieve bodemonderzoeken uit de bodeminformatiesysteem van de gemeente Tiel (Nazca-i bodem: exportdatum 11 juli 2017) en de ODR (Key2Bodem: exportdatum 5 juli 2017, aangevuld op 21 december 2017), die de bodeminformatie voor de overige gemeenten beheert. In bijlage 2 staat een overzicht van de selecties die zijn uitgevoerd om tot een representatieve dataset voor de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart te komen.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
7 / 29
3.3.2
Het samenvoegen van punt- en mengmonsters De dataset voor de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met meetgegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden van de meetgegevens[10]. De resultaten laten zien dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van zowel puntals mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met meetgegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de meetgegevens van de mengmonsters éénmaal meegenomen, en bijvoorbeeld niet viermaal als een mengmonster uit vier deelmonsters bestaat.
3.3.3
Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen. De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur beschikbaar is gekomen.
3.3.4
Het opsporen van uitbijters Ondanks dat er representatieve meetgegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door puntbronnen die niet als zodanig in het bodeminformatiesysteem zijn aangegeven. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd. Als de uitschieters tot een puntbron, type- of meetfout zijn te herleiden of als nietrepresentatief zijn beoordeeld voor de diffuse bodemkwaliteit, zijn de analyseresultaten uit de dataset verwijderd of aangepast. In bijlage 3 staat een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
8 / 29
3.4
Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (2/2) In samenspraak met de gemeenten is besloten om in aanvulling op de indeling van de deelgebieden (zie § 3.2) de voorlopig vastgestelde kwaliteitsklasse op basis van de meest actuele dataset als gebiedsonderscheidend kenmerk te beoordelen. Daarnaast is deelgebied ‘B10. Wonen’ in de gemeente West Maas en Waal herbeoordeeld op basis van oudere en recentere bebouwing (in overleg is net zoals de andere gemeenten in de regio Rivierenland het jaar 1950 gehanteerd). Hieruit bleek dat er verschillen zijn geconstateerd in bodemkwaliteit. Het deelgebied ‘B10. Wonen’ in de gemeente West Maas en Waal is gesplitst. Voor deelgebied ‘B11. Industrie’ is deze herbeoordeling niet uitgevoerd; de bedrijventerreinen in de gemeente West Maas en Waal dateren hoofdzakelijk van na 1950, en de bodemkwaliteit van deelgebied ‘B11. Industrie’ geeft geen aanleiding tot het splitsen van het deelgebied. Naast het splitsen zijn ook deelgebieden met dezelfde bodemfunctie en verwachte bodemkwaliteit zijn samengevoegd. De voorlopige (samengevoegde) deelgebieden worden hierdoor groter en robuuster. Ook wordt de bodemkwaliteit per voorlopig deelgebied beter onderbouwd omdat er meer analysegegevens beschikbaar zijn. Een aantal voorlopige deelgebieden met een vergelijkbare kwaliteit is samengevoegd.
In tabel 3.2 is een overzicht gegeven van de samengevoegde deelgebieden (zie ook de kaartbijlagen 2). Tabel 3.2 Overzicht (samengevoegde) deelgebieden per bodemlaag. Voorlopig vastgestelde Voorlopig deelgebied
bodemkwaliteitsklasse / ontgravingsklasse / P95>I
Samengevoegd deelgebied
(kwaliteitsbepalende stof) Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) Gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe en Zaltbommel B1. Wonen voor 1950 I B2. Wonen voor 1950 II B3. Wonen tussen 1950 en 1970 B4. Wonen na 1970 B5. Industrie voor 1950 B6. Industrie na 1950 B7. Buitengebied
Industrie / Industrie / Ja (koper, lood, zink) Wonen / Wonen / Nee (kwik, lood, zink, PAK)
B1. Wonen voor 1950 I B2. Wonen voor 1950 II
LandbouwNatuur / LandbouwNatuur / Nee (-) LandbouwNatuur /
B3. Wonen na 1950
LandbouwNatuur / Nee (-) Wonen / Industrie / Nee (Koper) LandbouwNatuur / LandbouwNatuur / Nee (-) LandbouwNatuur / LandbouwNatuur / Nee (-)
B4. Industrie voor 1950 en industrie West Maas en Waal B5. Industrie na 1950 B6. Buitengebied
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
9 / 29
Vervolg tabel 3.2 Overzicht (samengevoegde) deelgebieden per bodemlaag. Voorlopig vastgestelde Voorlopig deelgebied
bodemkwaliteitsklasse / ontgravingsklasse / P95>I
Samengevoegd deelgebied
(kwaliteitsbepalende stof) Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B8. (Voormalige) boomgaarden*
Industrie / Industrie / Ja
B7. (Voormalige) boomgaarden*
(Chloordaan, Heptachloor, Heptachloorepoxide, DDT, DDE) B9. Wegbermen buitengebied
Industrie / Industrie / Ja (PAK)
B8. Wegbermen buitengebied**
Wonen / Wonen / Nee (zink)
B2. Wonen voor 1950 II
Gemeente West Maas en Waal B10a. Wonen voor 1950 B10b. Wonen na 1950 B11. Industrie B12. Buitengebied
LandbouwNatuur / LandbouwNatuur / Nee (-) LandbouwNatuur / LandbouwNatuur / Nee (-) LandbouwNatuur / LandbouwNatuur / Nee (-)
B3. Wonen na 1950 B5. Industrie na 1950 B6. Buitengebied
Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) Gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe en Zaltbommel O1. Wonen voor 1950 I O2. Wonen voor 1950 II O3. Wonen tussen 1950 en 1970 O4. Wonen na 1970 O5. Industrie voor 1950 O6. Industrie na 1950 O7. Buitengebied
Wonen / Industrie / Nee (koper) Wonen / Wonen / Nee (kwik, PAK)
O1. Wonen voor 1950 I O2. Wonen voor 1950 II
LandbouwNatuur / LandbouwNatuur / Nee (-)
O3. Wonen na 1950 en wonen
LandbouwNatuur /
West Maas en Waal
LandbouwNatuur / Nee (-) Wonen / Industrie / Nee (koper, nikkel)
O4. Industrie voor 1950
LandbouwNatuur /
O5. Industrie na 1950 en
LandbouwNatuur / Nee (-)
industrie West Maas en Waal
LandbouwNatuur / LandbouwNatuur / Nee (-)
O6. Buitengebied
Gemeente West Maas en Waal O8a. Wonen voor 1950 O8b. Wonen na 1950 O9. Industrie O10. Buitengebied *
Wonen / Wonen / Nee (zink) LandbouwNatuur / LandbouwNatuur / Nee (-) LandbouwNatuur / LandbouwNatuur / Nee (-)
O2. Wonen voor 1950 II O3. Wonen na 1950 O5. Industrie na 1950
LandbouwNatuur /
O6. Buitengebied LandbouwNatuur / Nee (-) Voor de ligging van de (voormalige) boomgaardpercelen wordt verwezen naar de website: www.topotijdreis.nl. In de periode 1945-2000 zijn bestrijdingsmiddelen gebruikt[9].
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
10 / 29
3.5
Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied
3.5.1
Aantal en spreiding meetgegevens De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt de volgende minimale eisen aan het aantal en de spreiding van meetgegevens per deelgebied: • Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 meetgegevens beschikbaar. • De meetgegevens liggen voldoende verspreid over het deelgebied: ̶ Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer meetgegevens beschikbaar. ̶ Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 meetgegevens beschikbaar. De gemeenten vinden dat het deelgebied ‘B7. (Voormalige) boomgaarden’ niet hoeft te voldoen aan de noodzakelijk dat 3 meetgegevens per niet-aaneengesloten deelgebied. In dit deelgebied zijn per stof ruim voldoende meetgegevens beschikbaar (474-1.804) om een betrouwbare uitspraak te doen over de te verwachten kwaliteit. Na het samenstellen van de dataset voor de bodemkwaliteitskaart (§ 3.3.1), de voorbewerkingen (§ 3.3.3 en § 3.3.4) en het samenvoegen van voorlopige deelgebieden (§ 3.4), blijkt dat het aantal gegevens per deelgebied ruimschoots voldoet. Ook de ruimtelijke spreiding voor aaneengesloten deelgebieden voldoet. In een aantal nietaaneengesloten deelgebieden wordt niet voldaan aan de minimumeis dat ten minste 3 meetgegevens beschikbaar zijn.
Het betreffen voornamelijk de deelgebieden ter plaatse van de kleine kernen in de regio. In de niet-aaneengesloten deelgebieden zijn niet altijd 3 meetgegevens beschikbaar van de stoffen barium, kobalt, molybdeen en/of de stofgroep PCB. Uit bijlage 4 blijkt dat deze stoffen geen invloed hebben op de kwaliteitsklassen van de voorlopige deelgebieden. De gemeenten accepteren daarom dat in een aantal nietaaneengesloten deelgebieden minder dan 3 meetgegeven met deze stoffen aanwezig zijn. Voor de overige stoffen wordt wél voldaan aan de minimumeis van 3 meetgegevens per niet-aaneengesloten deelgebied. Een overzicht van het aantal meetgegevens per stof en per bodemkwaliteitszone staat in bijlage 4 (kolom ‘N’).
3.5.2
Splitsen van deelgebieden Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van LievenseCSO bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen en minerale olie een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en polychloorbifenylen (PCB) een variatiecoëfficiënt hoger dan 2. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering. Het overzicht van de variatiecoëfficiënten staat in bijlage 4 (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat voor de meeste voorlopige deelgebieden voor één en maar meestal meerdere stoffen sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt. Uit de controle is gebleken dat de hoge meetgegevens over het algemeen verspreid over een voorlopig deelgebied liggen en niet een duidelijke clustering van hogere of lagere gehalten is te zien. BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
11 / 29
3.6
Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie en vaststellen definitieve deelgebieden Op basis van de uitgevoerde stappen 1 t/m 6 van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten zijn op het grondgebied van de gemeenten voor zowel de boven- als de ondergrond in totaal 14 deelgebieden gedefinieerd. Alle deelgebieden voldoen aan de (gemeentelijke) minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de meetgegevens (zie § 3.4 en § 3.5.1). Daarom is stap 6 ‘Verzamelen aanvullende informatie’ niet uitgevoerd. De definitieve deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones van de gemeenten. De bodemkwaliteitszones zijn weergegeven in tabel 3.3 en op de kaartbijlagen 2. Tabel 3.3 Onderscheiden definitieve deelgebieden, bodemkwaliteitszones, per bodemlaag. Definitief deelgebied / bodemkwaliteitszone Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Wonen voor 1950 I B2. Wonen voor 1950 II B3. Wonen na 1950 B4. Industrie voor 1950 B5. Industrie na 1950 B6. Buitengebied B7. (Voormalige) boomgaarden* B8. Wegbermen buitengebied Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) O1. Wonen voor 1950 I O2. Wonen voor 1950 II O3. Wonen na 1950 O4. Industrie voor 1950 O5. Industrie na 1950 *
3.7
O6. Buitengebied Voor de ligging van de (voormalige) boomgaardpercelen wordt verwezen naar de website: www.topotijdreis.nl. In de periode 1945-2000 zijn bestrijdingsmiddelen gebruikt[9].
Stap 7: Vaststellen en karakteriseren bodemkwaliteitszones De gemiddelde gehalten van de bodemkwaliteitszones (zie bijlage 4, kolom 'Gem') zijn getoetst aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit[11] hierna aangeduid als ‘de Regeling’. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de bodemkwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden - AW2000)’, ‘Wonen’ of ‘Industrie’. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is voor de bodemkwaliteitsklasse minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie ook § 3.8.3 en bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
12 / 29
Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Dit doet zich met name voor bij licht verontreinigde industriegebieden. In tabel 3.5 is aangegeven in welke bodemkwaliteitsklasse iedere bodemkwaliteitszone valt. In bijlage 4 zijn de gespecificeerde beoordelingen weergegeven. De bodemkwaliteitsklasse wordt samen met de bodemfunctieklasse gebruikt voor het bepalen van de toepassingseis (zie § 3.8.4). Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende bodemkwaliteitszone te laten plaatsvinden. Deze situatie komt voor bij 2 bodemkwaliteitszones (zie tabel 3.4). Tabel 3.4 Bodemkwaliteitszones waar de 95-percentielwaarde de interventiewaarde overschrijdt. Bodemkwaliteitszone
Stof
95-percentielwaarde
Interventiewaarde Wbb
(in mg/kg ds
(in mg/kg ds
standaardbodem)
standaardbodem)
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte)
B1. Wonen voor 1950 I
B8. Wegbermen buitengebied
Koper
218,4
190
Lood
581,3
530
Zink
849,5
720
PAK
56,1
40
De gemeenten hebben gebiedsspecifiek beleid opgesteld voor het toepassen van grond vanuit deze bodemkwaliteitszones. In de nota bodembeheer[4] wordt hier nader op ingegaan. Heterogeniteit Naast de percentielwaarden en variatiecoëfficiënten is ook de heterogeniteit van de meetgegevens berekend, volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje ‘Heterogeniteit’ in bijlage 1. In het bodembeheergebied van de gemeenten is in bijna alle bodemkwaliteitszones sprake van sterke heterogeniteit voor één of meerdere stoffen. Wanneer de diffuse bodemkwaliteit in een bodemkwaliteitszone sterk heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de bodemkwaliteitszone kleiner. De betreffende stoffen in de bodemkwaliteitszones bevatten echter ruim voldoende meetgegevens om de heterogeniteit goed te beschrijven. Een overzicht van de heterogeniteitsindex per stof en per bodemkwaliteitszone staat in bijlage 4 (kolom 'Heterogeniteit'). In tabel 3.5 is per bodemkwaliteitszone weergegeven voor welke stof(fen) een sterke heterogeniteit is vastgesteld.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
13 / 29
Tabel 3.5 Bodemkwaliteitsklasse en heterogeniteit per bodemkwaliteitszone en bodemlaag. Bodemkwaliteitszone
Bodemkwaliteits-
Kwaliteitsbepalende
Sterke heterogeniteit
klasse
stof
[aantal meetgegevens]
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) Koper [449], lood [492], B1. Wonen voor 1950 I
Industrie
Koper, zink, PCB, PAK
nikkel [410], zink [480], PAK [402], minerale olie [390]
B2. Wonen voor 1950 II
Wonen
Kwik, lood, zink, PAK
Minerale olie [812]
B3. Wonen na 1950
Landbouw/natuur
-
Nikkel [1.841]
B4. Industrie voor 1950
Wonen
Koper, kwik, lood, nikkel, zink, PAK
B5. Industrie na 1950
Landbouw/natuur
-
B6. Buitengebied
Landbouw/natuur
-
Koper [114], nikkel [113], zink [113], minerale olie [103] Nikkel [1.413], minerale olie [1.460] Nikkel [2.931]
Chloordaan, B7. (Voormalige) boomgaarden*
Industrie
Heptachloor, Heptachloorepoxide,
DDT [1.117], DDE [1.124]
DDT, DDE B8. Wegbermen buitengebied
Industrie
PAK
PAK [40], minerale olie [40]
Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte)
O1. Wonen voor 1950 I
lood, zink, PAK
Koper [466], lood [474], zink [508], minerale olie [481]
O2. Wonen voor 1950 II
Wonen
Kwik, PAK
Minerale olie [1.020]
O3. Wonen na 1950
Landbouw/natuur
-
Nikkel [1341]
O4. Industrie voor 1950
Wonen
Koper, kwik, lood,
Koper [117], nikkel [112],
nikkel, zink, PAK
minerale olie [129]
O5. Industrie na 1950 en industrie West Maas en Waal O6. Buitengebied *
Wonen
Kobalt, koper, kwik,
Landbouw/natuur
-
Landbouw/natuur
-
Nikkel [1.135], minerale olie [1.232] Nikkel [2.331]
Voor de ligging van de (voormalige) boomgaardpercelen wordt verwezen naar de website: www.topotijdreis.nl. In de periode 1945-2000 zijn bestrijdingsmiddelen gebruikt[9].
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
14 / 29
3.8
Stap 8: Bodemkwaliteitskaart
3.8.1
Inleiding De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart. 3. De toepassingskaart. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten.
3.8.2
Kaart met uitgesloten locaties en gebieden In de gemeenten is een aantal locaties en gebieden uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (zie § 3.1). • Locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende11 en verwerkende bedrijven12, inzet blusschuim13 en secundaire bronnen14). Op kaartbijlage 5 zijn de bij de Omgevingsdienst Rivierenland bekende locaties weergegeven die verdacht zijn voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. • Voormalige stortplaatsen* (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). • Water(bodems) die in beheer zijn van de betreffende waterkwaliteitsbeheerder: Rijkswaterstaat of het Waterschap Rivierenland; met uitzondering van de drogere oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling. • De bodemlaag dieper dan 2 meter onder het maaiveld*. • Ook het grondwater is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart*.
* Deze locaties zijn vanwege uiteenlopende redenen (bijvoorbeeld het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak van het gebied) niet op de kaarten weergegeven De volgende locaties/gebieden zijn ook uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart, maar voor PFAS-verbindingen maken deze locaties wél onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart: • Rijkswegen, provinciale wegen, dijkwegen, spoorgebonden gronden inclusief onverharde (spoor)bermen* (allen een andere beheerorganisatie dan de gemeenten; alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). • Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging, maar niet voor PFAS-verbindingen; waaronder wegen die tot het jaar 2000 zijn aangelegd (mogelijk asbesthoudende wegfundering en uitloging van stoffen vanuit de wegfundering naar onderliggende bodemlaag) en te vervangen riooltracés (lekkages vanuit het riool) *.
11
Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen.
12
Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. 13 Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). 14 Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
15 / 29
•
Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming* (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). • Door gemeenten aangewezen gebieden die geheel verdacht zijn voor bodemverontreiniging, geen meetgegevens beschikbaar zijn om te voldoen aan de minimumeisen van de Richtlijnbodemkwaliteitskaarten en/of waar geen grondverzet wordt verwacht: ̶ Gemeente Buren: steenfabriek Roodvoet in Rijswijk, vakantiepark Eiland van Maurik, campingterrein De Schans in Maurik, fabrieksterreinen Marsdijk in Lieden (3x). ̶ Gemeente Culemborg: bedrijventerrein Parallelweg-West ̶ Gemeente Maasdriel: De Hoge Waard in Heerwaarden ̶ Gemeente Neder-Betuwe: steenfabriek Prins Willemweg in Echteld, fabrieksterrein Nieuweweg in IJzendoorn, steenfabriek De Wolfswaard in Opheusden, bedrijfsterrein van De Beijer Groep BV aan de Waalbanddijk in Dodewaard, het GKN-terrein aan de Waalbandijk in Dodewaard ̶ Gemeente Tiel: steenfabriek Zennewijnen ̶ Gemeente West Betuwe, deel voormalige gemeente Geldermalsen: Volvoterrein in Beesd. ̶ Gemeente West Betuwe, deel voormalige gemeente Lingewaal: steenfabriek Vuren, fabrieksterrein De Koornwaard in Spijk, terrein Van de Heuvel in Spijk. ̶ Gemeente West Betuwe, deel voormalige gemeente Neerijnen: fabrieksterrein Waaldijk in Opijnen, steenfabriek Haaften. ̶ Gemeente Zaltbommel: Waalfront Zaltbommel, fabrieksterrein Waaldijk in Zuilichem.
* Deze locaties zijn vanwege uiteenlopende redenen (bijvoorbeeld het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak van het gebied) niet op de kaarten weergegeven Voor een actueel overzicht van deze locaties moet, afhankelijk van de ligging van de ontgravings- en toepassingslocatie, contact worden opgenomen met de gemeente Tiel en/of met de ODR. Desgewenst kunt u een deel van de bodeminformatie ook via het internet aanvragen/opzoeken op de volgende websites: • Gemeente Tiel: https://www.tiel.nl, http://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten (selecteer de kaartlaag ‘Bodem’ onderdeel ‘Vordering Bodemonderzoek en sanering’) én via http://kaarten.gelderland.nl/viewer/app/thema_bodemverontreinigingen . • Overige gemeenten: http://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten (selecteer de kaartlaag ‘Bodem’ onderdeel ‘Vordering Bodemonderzoek en sanering’) én via http://kaarten.gelderland.nl/viewer/app/thema_bodemverontreinigingen . Deze gezamenlijke bodemkwaliteitskaart mag op de uitgesloten locaties en gebieden niet worden gebruikt als bewijsmiddel voor de grond die wordt ontgraven vanuit deze locaties/gebieden. Ook mag deze bodemkwaliteitskaart niet worden gebruikt om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. In de gezamenlijke nota bodembeheer[4] wordt hier nader op ingegaan.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
16 / 29
3.8.3
Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een voor bodemverontreiniging niet-verdachte locatie. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. In de gezamenlijke nota bodembeheer[4] wordt hier nader op ingegaan. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone (zie bijlage 4, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling. Om het standstill-principe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ voor het bepalen van de ontgravingskwaliteit strenger dan voor het bepalen van de bodemkwaliteit (zie ook § 3.7). De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje Ontgravingskaart’, ter vergelijking zie ook het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. In tabel 3.6 is de te verwachten ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen in de kaartbijlagen 3.
De kleuren in tabel 3.6 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
17 / 29
Tabel 3.6 Verwachte ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone. Bodemkwaliteitszone
Verwachte
Kwaliteitsklasse-
95-percentielwaarde
ontgravingsklasse
bepalende stof
> interventiewaarde
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Wonen voor 1950 I
Industrie
Koper, zink, PCB, PAK
Koper, lood, zink
B2. Wonen voor 1950 II
Wonen
Kwik, lood, zink, PAK
-
B3. Wonen na 1950
Landbouw/natuur
-
-
B4. Industrie voor 1950
Industrie
Koper
-
B5. Industrie na 1950
Landbouw/natuur
-
-
B6. Buitengebied
Landbouw/natuur
-
-
Chloordaan, B7. (Voormalige) boomgaarden*
Industrie
Heptachloor, Heptachloorepoxide,
-
DDT, DDE B8. Wegbermen buitengebied
Industrie
PAK
PAK
Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) O1. Wonen voor 1950 I
Industrie
Koper
-
O2. Wonen voor 1950 II
Wonen
Kwik, PCB, PAK
-
Landbouw/natuur
-
-
Industrie
Koper, nikkel
-
Landbouw/natuur
-
-
Landbouw/natuur
-
-
O3. Wonen na 1950 en Wonen West Maas en Waal O4. Industrie voor 1950 O5. Industrie na 1950 en industrie West Maas en Waal O6. Buitengebied *
Voor de ligging van de (voormalige) boomgaardpercelen wordt verwezen naar de website: www.topotijdreis.nl. In de periode 1945-2000 zijn bestrijdingsmiddelen gebruikt[9].
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
18 / 29
3.8.4
Toepassingskaart De toepassingskaart is opgesteld aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en de (toekomstige) functie van de bodem (zie bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’). In tabel 3.7 is het resultaat van deze werkwijze voor de toepassingskaart van de gemeenten samengevat. In tabel 3.7 is de te toepassingseis volgens het generieke kader van het Besluit per bodemkwaliteitszone aangegeven. Op kaartbijlage 4 staat per bodemlaag aangegeven welke toepassingseis er geldt. De kleuren in tabel 3.7 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart) en de kaartbijlagen 4 (toepassingskaarten). Tabel 3.7 Toepassingseisen per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse conform het generieke kader van het Besluit. Bodemkwaliteitszone
Bodemfunctieklasse
Bodemkwaliteitsklasse
Toepassingseis (generiek kader Besluit)
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Wonen voor 1950 I
Wonen
Industrie
Wonen
B2. Wonen voor 1950 II
Wonen
Wonen
Wonen
B3. Wonen na 1950
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
B4. Industrie voor 1950
Industrie
Wonen
Wonen
B5. Industrie na 1950
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
B6. Buitengebied
Overig (Landbouw/natuur)
Gelijk aan B7. (Voormalige) boomgaarden*
Divers
Industrie
bodemfunctieklasse (Industrie, Wonen, Landbouw/natuur)
B8. Wegbermen buitengebied
Industrie
Industrie
Industrie
Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) O1. Wonen voor 1950 I
Wonen
Wonen
Wonen
O2. Wonen voor 1950 II
Wonen
Wonen
Wonen
O3. Wonen na 1950
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
O4. Industrie voor 1950
Industrie
Wonen
Wonen
O5. Industrie na 1950
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
O6. Buitengebied *
Overig
Landbouw/natuur Landbouw/natuur (Landbouw/natuur) Voor de ligging van de (voormalige) boomgaardpercelen wordt verwezen naar de website: www.topotijdreis.nl. In de periode 1945-2000 zijn bestrijdingsmiddelen gebruikt[9].
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
19 / 29
3.9
PFAS-verbindingen in de bodemkwaliteitskaart
3.9.1
Stappen 1, 3 en 6 (programma van eisen, gegevensverzameling en gegevensverwerking en verzamelen aanvullende informatie) Om de bodemkwaliteitskaart te actualiseren voor PFAS-verbindingen hebben de gemeenten aanvullend bodemonderzoek15 laten uitvoeren en heeft de Omgevingsdienst Rivierenland, die bodemgegevens voor de gemeenten registreert en beheert, de al beschikbare meetgegevens van PFAS-verbindingen verzameld16. Bij het bodemonderzoek is rekening gehouden met de richtlijn die Bodem+17 heeft aangegeven om bodemkwaliteitskaarten te actualiseren voor PFAS-verbindingen. De bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,5 meter diepte is onderzocht.
3.9.2
Stappen 2 en 4 (onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in PFAS-deelgebieden) Op basis van uitgevoerde bodemonderzoeken in de gemeenten kan worden gesteld dat in het westelijk deel van de regio Rivierenland gemiddeld gezien hogere gehalten aan PFOA worden gemeten dan in het oostelijk deel van de regio. Gesteld kan worden dat er mogelijk enige invloed is in het westen van de regio van het bedrijf DuPont/Chemours. Het verschil van de gemiddelden van de PFOA-gehalten in de bovengrond tussen het westelijke en het oostelijke deel van de regio Rivierenland is relatief klein. Alle gemiddelden van PFOA in de onderscheiden deelgebieden zijn onder de voorlopige landelijke achtergrondwaarde vastgesteld (1,9 µg/kg ds) vastgesteld. In het horizontale vlak is daarom binnen de grondgebieden van de gemeenten 1 PFAS-deelgebied onderscheiden. In het verticale vlak zijn de onderstaande bodemkwaliteitszones voor PFAS-verbindingen onderscheiden: • Bodemlaag vanaf het maaiveld tot 0,5 meter diepte. • Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot 1,0 meter diepte. • Bodemlaag vanaf 1,0 meter tot 1,5 meter diepte. Deze bodemlagen zijn mogelijk belast met verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen als gevolg van atmosferische depositie, grondroering en uitspoeling van de bovengrond naar de onderliggende bodemlaag.
Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeenten nemen de gehalten aan PFASverbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven is het de verwachting dat de bodemlaag dieper dan 1,5 meter van een vergelijkbare of betere kwaliteit is als de bodemlaag 1,0-1,5 m-mv.
3.9.3
Stap 5 (controle indeling PFAS-deelgebieden) Voor PFAS-verbindingen zijn verspreid over de gemeenten en per bodemlaag minimaal 30 meetgegevens beschikbaar (50-143). Hiermee wordt gebruik gemaakt van de systematiek van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten voor het uitbreiden van een bodemkwaliteitskaart met de stoffen kobalt, molybdeen en PCB. Deze systematiek mag conform het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond[12] ook voor PFAS-verbindingen worden gebruikt. 15
Bodemonderzoek PFAS-verbindingen regio Rivierenland, Documentcode: SOB011523.RAP001, 30 juli 2020.
16
Opgeleverd door de Omgevingsdienst Rivierenland in een excelbestand d.d. 19.03.2020.
17
https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-gebruikmilieuhygienische/faq/gemeente-waterkwaliteitsbeheerder-water/
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
20 / 29
De meetgegevens van de PFAS-verbindingen zijn op dezelfde manier voorbewerkt als de andere stoffen in deze bodemkwaliteitskaart (zie § 3.3.3 en § 3.3.4). Onder de verzamelde PFAS-meetgegevens zijn geen uitbijters vastgesteld. Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van Lievense bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer PFAS-verbindingen een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering. Voor MeFOSA18 in de bodemlaag 0-0,5 m-mv, voor PFOA (lineair)19 in de bodemlaag 0,5-1,0 m-mv en voor PFOA (som én lineair) en MeFOSA in de bodemlaag 1,01,5 m-mv is sprake van een hoge variatiecoëfficiënt (zie bijlage 4B, kolom ‘VC’). Deze hoge variatiecoëfficiënten worden veroorzaakt door één of enkele hogere waarden. Deze hogere waarden vertonen geen clustering. De relatief hoge variatiecoëfficiënten geven daarmee geen aanleiding tot het splitsen van de PFAS-deelgebieden. 3.9.4
Stappen 7 en 8 (vaststellen, karakteriseren bodemkwaliteitszones en de bodemkwaliteitskaart) De ontgravingskwaliteit voor PFAS-verbindingen is net zoals de andere stoffen20 gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone. De gemiddelden zijn getoetst aan de voorlopige toepassingswaarden die zijn benoemd in het geactualiseerde ‘tijdelijke handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’[3]. In tabel 3.8 zijn de bodemkwaliteitszones voor PFAS-verbindingen gekarakteriseerd. De hierin vermelde gehalten aan PFAS-verbindingen zijn vermeld met 1 decimaal, net zoals in het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. De toetsing aan de PFAS-verbindingen is een aanvullende (losse) toets ten opzichte van de toetsing op de reguliere parameters en indeling in kwaliteitsklassen. Dat betekent dat eerst de toetsing plaatsvindt op basis van de reguliere parameters en op basis daarvan een indeling in kwaliteitsklasse plaatsvindt. Vervolgens vindt de toetsing aan de voorlopige toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie plaats. Aan de hand van de aanvullende toetsing wordt vervolgens vastgesteld in hoeverre beperkingen aan de toepassing gelden, bijvoorbeeld een verbod op het toepassen onder grondwaterniveau of in oppervlaktewater.