CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Bestemingsplan Bern, Veldweg 5 en 6 Toelichting

Raadsvergadering 11 november 2021, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Bern, Veldweg 610.399 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarom zijn zij verplicht om bij ruimtelijke ontwikkelingen historisch vooronderzoek te doen om de kans op de aanwezigheid van niet gesprongen CE met zekerheid te kunnen uitsluiten. In 2016 heeft de gemeente Zaltbommel een historisch vooronderzoek en explosievenkansenkaart voor de gehele gemeente laten opstellen. Op deze kaart zijn alle risicogebieden of wel ‘verdachte’ gebieden op het gebied van niet gesprongen CE aangegeven.

25

Planspecifiek

Afbeelding 18: explosievenkansenkaart Zaltbommel 2016 (bron: gemeente Zaltbommel)

Op basis van de Explosievenkansenkaart Bommelerwaard van 10 juni 2016 bevindt de projectlocatie zich in ‘verdacht’ gebied op basis van historie van de Tweede Wereldoorlog. De voorgenomen werkzaamheden vinden echter plaats, in naoorlogs vergraven of verstoorde grond. Het is daarom redelijkerwijs aan te nemen dat CE toen al zijn opgemerkt dan wel weggenomen. De bestemmingsplan wijziging ten behoeve van opslag van voer en materieel beoogt nauwelijks bodem verstorende graafwerkzaamheden. Initiatiefnemer beschikt over fotomateriaal van de mestkelders in aanbouw, daar is net zoals op de percelen van initiatiefnemer nimmer munitie aangetroffen. Het is daarom niet noodzakelijk nader onderzoek naar explosieven uit te voeren. Er is geen publiek belang en het project wordt door de initiatiefnemer in eigen beheer zonder personeel uitgevoerd. Het is daarom niet noodzakelijk nader onderzoek naar explosieven uit te voeren. Wel dient in alle gevallen het Protocol Toevalsvondst te worden nageleefd. Conclusie Er is geen onderzoek in de vorm van een projectgebonden risicoanalyse voor deze locaties noodzakelijk. 4.5 Water en riolering 4.5.1. Water Algemeen De watertoets, die wettelijk is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), vormt het hele proces van informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten.

Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. De watertoets verplicht tot het opnemen van een beschrijving in het bestemmingsplan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Deze paragraaf gaat daar nader op in. Via de ‘De Digitale Watertoets’ (www.dewatertoets.nl) is een automatisch gegenereerd advies worden opgevraagd waaruit blijkt dat geen overleg met het waterschap noodzakelijk is. Wanneer het plan uit deze toets het advies 'geen belang' krijgt, hoeft het plan niet meer aan het waterschap voorgelegd te worden. Onderzoek Onderstaand zijn de consequenties van de herontwikkeling vanuit het aspect water beschreven. Dit op basis van de opgestelde beleidsregel behorende bij de Keur Waterschap Rivierenland 2014 nummer 8740 voor het plangebied.

26

Verharding Voor plannen met meer dan 500 m2 extra verharding in stedelijk gebied en meer dan 1.500 m 2 verharding in landelijk gebied is compenserende waterberging nodig. Om te voorkomen dat particulieren voor kleine voorzieningen zoals serres, tuinschuurtjes een enkele woning, moeten compenseren geldt voor particulieren een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht van 500 m2 voor stedelijk gebied en 1.500 m2 voor landelijk gebied. Het project gaat over twee onderdelen: • verharde opslag t.b.v. voer kleiner dan 1.500 m2 (90 * 16 meter) in het buitengebied met een geringe toename in verharding. • het deel waar de onverharde opslag van materieel beoogd is nu grasland en blijft ongewijzigd grasland onverhard. De onderdelen worden afgescheiden door een reeds vergunde voeropslag en een onverharde weg. Het overtollig hemelwater het onverhard terrein bestemd voor de buitenopslag zal worden opgevangen op grasland en infiltreren in een infiltratiegreppel aan de zuidoostkant van het plangebied. Formeel geldt dat voor dit onverharde deel waar opslag van materieel beoogd is dat volgens p.40 toetsingscriteria punt 2 van de Keur2 geen compensatieverplichting als het verhard oppervlakte op het omringende perceel loost en de afstand tot een oppervlaktewaterlichaam, binnen hetzelfde of lager gelegen peilgebied groter is dan 100 meter.

De percelen grasland met veel organische stof rondom de projectlocaties hebben van nature een waterbergend vermogen en zijn binnen een zone van meer dan 100 meter eigendom van de initiatiefnemer. Het buurtschap Bern is voornamelijk ongebouwd. Er zijn geen andere bebouwde locaties die een belang hebben bij deze wijziging van het gebruik. Aan de hand van de melding met kenmerk 20200520-9-23343 die gedaan is via www.dewatertoets.nl op 20 mei 2020 blijkt het project in geen enkele beschermingszone valt en dat er geen compensatie t.b.v. waterberging nodig is.

Afbeelding 19: legger water veldweg L255

2 beleidsregel behorende bij de Keur Waterschap Rivierenland 2014 nummer 8740

27

Afbeelding 20: vastgestelde Legger waterkeringen

Afvalwater/hemelwater Het percolatiewater inclusief hemelwater afkomstig van de beoogde verharde voeropslag wordt opgevangen in de sleufsilo en het overschot wordt geloosd op in de aanwezige mestkelders Conclusie De conclusie is dat de oppervlakte aan verharding in dit landelijke gebied toeneemt met minder dan 1.500 m2. Volgens de beleidsregel behorende bij de Keur Waterschap Rivierenland 2014 nummer 8740 p.40 voor dit gebied dient dus geen compensatie van verharding te worden aangelegd. Dit betekent dat geen sprake is van een wateropgave. Dat geldt ook voor de locatie die onverhard blijft t.b.v. buitenopslag omgeven door eigen graslanden en die verder dan 100 meter van de watergang ligt.

28

HOOFDSTUK 5: JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Vormgeving Het bestemmingsplan voorziet in een aantal inleidende regels. In deze paragraaf volgt een korte toelichting op deze regels. Het bestemmingsplan bestaat uit: • een toelichting; • regels; • een digitale verbeelding, die ook een analoge versie heeft. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de gronden weergegeven. Naast een bestemming worden er ook aanduidingen en dubbelbestemmingen op de verbeelding weergegeven. Deze bestemmingen, aanduidingen en dubbelbestemmingen zijn nader uitgewerkt in de regels. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. In de toelichting wordt gemotiveerd hoe de keuze van de bestemmingen tot stand is gekomen en waarom de regels zijn opgenomen. De regels zijn verdeeld over vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Niet alle begrippen worden verklaard. Slechts die begrippen waarover interpretatiekwesties kunnen ontstaan en die daardoor een eenduidige toepassing van de regels kunnen verhinderen worden toegelicht. Ook is de wijze van meten in dit hoofdstuk bepaald (artikel 2). 2. Bestemmingsregels. In het tweede hoofdstuk zijn de bestemmingsregels opgenomen.

Per bestemming is aangegeven welke functies tot de bestemming worden gerekend en wat de specifieke bouw- en gebruiksregels van de gronden zijn. 3. Algemene regels. Het derde hoofdstuk bevat bepalingen met een algemeen karakter. Hierin is de anti-dubbeltelbepaling opgenomen, alsmede de algemene bouw- en gebruiksregels, de algemene aanduidingsregels en algemene afwijkingsregels en de algemene wijzigingsregels. 4. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk is het overgangsrecht en de slotbepaling opgenomen. Hoewel het hier ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. Hieronder worden de regels, voor zover dat nodig is voor een juiste interpretatie van de juridische regeling in het plan, nader toegelicht. Het bestemmingsplan voorziet in een aantal inleidende regels. In deze paragraaf volgt een toelichting op deze regels. Begrippen Het opnemen van begripsbepalingen is beperkt tot die begrippen, waarbij sprake is van een (mogelijke) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of technische begrippen waarbij een vereenvoudigde omschrijving de leesbaarheid bevordert. Het begrip bestaand is in een aantal regelingen opgenomen en verklaard in de begripsomschrijving.

Bij de bepaling van de bestaande situatie kan worden teruggevallen op de (veld)inventarisatiegegevens, alsmede de gemeentelijke bouw- en milieudossiers, de luchtfoto's, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) en de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ-gegevens), zoals deze bij de gemeente bekend waren bij de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Specifiek voor de woonschepen, aanlegsteigers, recreatiewoningen en stacaravans zijn rapportages en/of inventarisaties beschikbaar. Wijze van meten Met het oog op het kunnen bepalen van onder meer de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken, is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Ook is 29

aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven bij het toepassen van de regels. Dit betreffen ondergeschikte bouwdelen zoals schoorstenen en masten en dergelijke. 5.2 Bestemmingen De bestemmingen zijn vastgelegd in de regels en op de verbeelding. Samen geeft dit de regels voor gebruik en bebouwing van de grond. De bestemmingen worden hierna besproken. Agrarisch met waarden. Net als in het bestemmingsplan “Buitengebied Zaltbommel” is ook in onderhavig bestemmingsplan aan het gehele plangebied de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ toegekend. De bouwen gebruiksmogelijkheden van de gronden zijn dan overeenkomstig de mogelijkheden die het bestemmingsplan “Buitengebied Zaltbommel” bood. Er wordt echter een tweetal bouwaanduidingen toegevoegd aan het plangebied, waardoor het mogelijk wordt gemaakt om bouwwerken, geen gebouwen zijnde op te richten en binnen het plangebied en om buitenopslag mogelijk te maken binnen het plangebied. Waarde-Archeologie Het archeologiebeleid vermeldt dat bij plannen zonder concreet geplande bodemingrepen (actualisatieplannen waarbij de bestaande situatie grotendeels wordt gehandhaafd, zoals het bestemmingsplan buitengebied) de gebieden waar archeologische resten verwacht worden of zijn vastgesteld op de verbeelding worden aangeduid met dubbelbestemmingen.

Hieraan zijn regels gekoppeld met een regeling voor het verlenen van omgevingsvergunningen. 5.3 Verbeelding De verbeelding is getekend op een digitale kadastrale ondergrond met de schaal 1:1000. 5.4 Handhaving Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving houdt in elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. Er zijn twee vormen handhaving te onderscheiden: preventieve en repressieve handhaving.

Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen en regelmatige gebiedscontroles. Vervolgens worden in het kader van preventieve handhaving duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels opgesteld en aandacht besteed aan communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijk actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primaire doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels.

30

Vertaling naar bestemmingsregeling In dit bestemmingsplan is aangesloten bij de actuele maatschappelijke behoefte voor wat betreft bouwen en gebruik. Vervolgens is door middel van het opnemen van diverse flexibiliteitsbepalingen (algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingen) in voldoende mate ingespeeld op eventuele toekomstige ontwikkelingen. De verbeelding, de regels en de toelichting zijn zodanig op elkaar afgestemd dat interpretatie- en uitvoeringsproblemen zo veel mogelijk worden voorkomen, en, dat zodoende handhavingssituaties worden voorkomen.

31

HOOFDSTUK 6: UITVOERBAARHEID 6.1 Economisch De gemeente is volgens de Wet ruimtelijke ordening verplicht om kostenverhaal toe te passen bij: a. de bouw van een of meer woningen; b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; d. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m² brutovloeroppervlakte bedraagt; f. de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte. Hiervoor dient een exploitatieplan vastgesteld te worden, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Het kostenverhaal is anderszins geregeld als de gemeente Zaltbommel met ontwikkelaar een anterieure overeenkomst heeft gesloten. De ontwikkeling valt niet onder 1 van de onder a t/m f genoemde categorieën en was het niet nodig om een exploitatieplan vast te stellen dan wel een anterieure overeenkomst te sluiten.

Toch hebben de gemeente Zaltbommel en de initiatiefnemer hebben in het kader van dit plan op 18 november 2019 een anterieure/exploitatie overeenkomst gesloten met betrekking tot de financiële afhandeling van het plan. In de overeenkomst zijn afspraken gemaakt aangaande de realisatie van de plannen en het verhalen van ambtelijke kosten. Het vaststellen van een exploitatieplan is derhalve niet meer nodig; het kostenverhaal is namelijk anderszins verzekerd. 6.2 Maatschappelijk Vooroverleg en inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan is op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan diverse instanties in het kader van het vooroverleg. Op 1 juli 2019 is het plan gepresenteerd aan buren. Van het gevoerde vooroverleg zijn draagkracht verklaringen ondertekend. Zienswijzen Met de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan (voor de duur van zes weken) begon de formele vaststellingsprocedure. Gedurende de periode van de tervisielegging (vanaf donderdag 22 april tot en met woensdag 2 juni 2021) kon iedereen schriftelijk of mondeling zienswijzen op het plan of onderdelen daarvan inbrengen. Er is in deze periode één zienswijze ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien in bijgevoegde Procesnota. Beroep (later in de procedure invoegen) Na vaststelling wordt het plan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd.

Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10655961/1