Bijlage 1 AB-voorstel vast-variabel
Tekst van het document
Voorstel aan het Algemeen Bestuur Namens
:
Dagelijks Bestuur
Vergadering Agendapunt Onderwerp
: : :
19 december 2024 Verhouding vast en variabel tarief
Voorstel 1. Kennis nemen van bijgevoegde notitie ‘Afwegingen bij het aanpassen verhouding vast-variabel tarief’ 2. Kennisnemen van de zienswijze van de gemeenten 3. Het huidige tariefscenario voor 2025 te handhaven, waarbij het tarief van een 30-liter zak € 1 bedraagt.
Samenvatting In een zienswijze op de Begroting 2024 is de vraag gesteld om een analyse uit te voeren op de verhouding tussen het vaste en variabel tarief van de afvalstoffenheffing. In de Kadernota 2025 zijn drie scenario’s met een voorkeur gepresenteerd. In de zienswijzen hierop hebben verschillende gemeenten gevraagd om een nadere analyse. Een gemeente vraagt daarnaast om het toevoegen van een extra scenario: het volledig loslaten van een variabel tarief en de kosten uitsluitend te verrekenen in een vast tarief. In bijgevoegd memo wordt de uitgebreide analyse op voor- en nadelen van de vier scenario’s gepresenteerd. De risico’s op het toenemen van de negatieve effecten (bijplaatsingen, vervuiling grondstoffen, financieel risico) bij het verhogen van het variabel tarief zijn groot. Daarentegen zal het verlagen van het variabel tarief naar verwachting niet leiden tot een sterke daling van deze ongewenste effecten. Bij volledig afschaffen van het variabel tarief ontbreekt de financiële prikkel om afval goed te scheiden maar verdwijnt tevens de prikkel om afval op ongewenste manieren kwijt te raken. De negatieve effecten zullen niet volledig verdwijnen, maar wel sterk afnemen. Daar staat tegenover dat de hoeveelheid restafval, in te zamelen en te verwerken door Avri, sterk zal toenemen, met bijbehorende sterke kostenstijging tot gevolg.
Hoewel op voorhand niet alle effecten kwantitatief kunnen worden ingeschat, wordt op basis van deze analyse voorgesteld om de huidige verhouding tussen het vaste en variabele tarief te handhaven. Dit scenario is voor zienswijzen voorgelegd aan de gemeenteraden. Aanleiding In 2014 heeft Avri een systeem van gedifferentieerde tarieven ingevoerd. Naast het vaste tarief betalen inwoners een tarief per aanbieding van de minicontainer of een restafvalzak. De invoering van de variabele prikkel heeft het doel om inwoners financieel te belonen als zij minder restafval aanbieden. De verhouding tussen het vaste en variabele tarief is de afgelopen jaren verschoven van 80-20% naar 92-8%. De reden is dat de totale kosten zijn gestegen. In de afgelopen jaren is gekozen om het vaste deel van het tarief te laten stijgen en de variabele tarieven voor het aanbieden van een container of afvalzak te handhaven op een gelijk niveau. Eenmalig is het variabele tarief verlaagd. Relatief is het variabele deel van het tarief in de afgelopen jaren daarmee sterk afgenomen. Jaarlijks kan bij het vaststellen van de tarieventabel bepaald worden of aanpassing hiervan wenselijk wordt geacht.
Beoogd effect Op basis van een uitgebreide analyse en weging van de voor- en nadelen van de verschillende tariefscenario’s een keuze te maken voor de te hanteren verhouding tussen het vaste en variabel tarief in de komende jaren.
1
Argumenten 1. Kennis nemen van bijgevoegde notitie ‘Afwegingen bij het aanpassen verhouding vast-variabel tarief’. 1.1 Voldoen aan zienswijzen op de Kadernota 2025 In de zienswijzen op de kadernota hebben verschillende gemeenten gevraagd om een verdere uitwerking en onderbouwing van de scenario’s. Eén gemeente vraagt om ook het alternatief van het afschaffen van het variabele deel van het tarief op te nemen als vierde scenario. 2.
Kennisnemen van de zienswijze van de gemeenten
2.1 De gemeenten hebben zienwijze gegeven…… Deze paragraaf wordt ingevuld na de zienswijzeperiode. Het huidige tariefscenario voor 2025 te handhaven, waarbij het tarief van een 30-liter zak € 1 bedraagt. 3.1 Huidige variabele prikkel heeft geleid tot een positief milieueffect De hoeveelheid restafval is gedaald van ruim 200 kilogram in 2014 naar 70 kilogram per inwoner en een scheidingspercentage van 84%. De Avri-gemeenten scoren daarmee uitstekend in vergelijking met andere gemeenten in Nederland. Wel zien we in de laatste twee jaar de resultaten op deze milieueffecten stagneren. Dit zou een argument zijn voor het verder verhogen van de financiële prikkel en daarmee verder bij te dragen aan afvalscheiding en scheidingspercentage. Of dit effect nog verder kan worden vergroot is moeilijk te voorspellen. 3.
3.2 Risico’s op toename ongewenste effecten bij verhogen van het variabel tarief Naast de positieve effecten van het gedifferentieerde tarief hebben we ook te maken met negatieve effecten. Ondanks het stabiel blijven van het huidige variabele tarief kan geconstateerd worden dat deze effecten in de afgelopen jaren zijn toegenomen. Zowel het aantal bijplaatsingen, het percentage nulaanbieders en de vervuiling van grondstoffen is in de afgelopen jaren toegenomen. Net als bij het positieve effect is het inschatten van de verdere toename van het negatieve effect speculatief, maar lijkt gezien de ontwikkelingen in de afgelopen jaren een groot risico dat deze verder zullen stijgen. 3.3 Gewenste effecten van verlagen variabel tarief onbekend De belangrijkste reden voor het verlagen van het tarief zou zijn om de impact van de ongewenste effecten te verminderen en daarbij de positieve effecten overeind te houden. Al deze effecten zijn lastig te voorspellen. Deze optie scoort negatief op het criterium de vervuiler betaalt . Daarnaast is dit scenario slecht uit te leggen aan de inwoners: er wordt nog steeds optimale inzet op afvalscheiding gevraagd, maar de beloning in de vorm van een lager tarief wordt kleiner, het vaste deel van het tarief zal extra stijgen.
3.4 Onduidelijkheid over de effecten bij volledig afschaffen variabel tarief Bij afschaffing van het variabele tarief zouden de ongewenste effecten substantieel moeten afnemen, uiteraard bij voorkeur met behoud van de huidige positieve milieuresultaten. Op beide aannames zijn er grote onzekerheden die deze optie daarmee riskant maken. Het grootste risico ligt in het sterk stijgen van de hoeveelheid restafval, met daarbij een ongewenst kosteneffect. Er zijn geen gemeenten die na een langere periode van gedifferentieerde tarieven dit model hebben teruggedraaid, het ontbreekt daarmee aan ervaringscijfers. De enige gemeente die na een korte periode een tariefsysteem terugdraaide was de gemeente Arnhem. De hoeveelheid restafval lag na dit jaar weer op het niveau van voor diftar.
2
Kanttekeningen 3. Het huidige tariefscenario voor 2025 te handhaven, waarbij het tarief van een 30-liter zak € 1 bedraagt. 3.1 Op andere wijze de ongewenste effecten verkleinen Een van de redenen om eventueel te sleutelen aan de verhouding tussen het vaste en variabele tarief is om de impact van de negatieve effecten die samenhangen met het tariefsysteem te verkleinen. Het toenemen van bijplaatsingen en dumpingen en de vervuiling van grondstoffen is voor een deel te verklaren uit het (vaker) ontduiken van het betalen van een variabel tarief. Er wordt daarom ook ingezet op andere methoden om de negatieve effecten te verkleinen, zoals het inzetten van extra controle, toezicht en handhaving en communicatie. In het project Schone Grondstoffen worden deze instrumenten ingezet om de huidige situatie te verbeteren.
Draagvlak en advies N.v.t. Financiën Dit voorstel heeft met dit scenario geen financieel effect.
Juridische en/of organisatorische gevolgen Geen wijziging huidige werkwijze. Uitvoering / Communicatie Gekozen tariefscenario is verwerkt in de Verordening Afvalstoffenheffing Avri 2025 Voorafgaande relevante besluitvorming N.v.t. Bijlagen Bijlage 1
Memo: ‘Afwegingen bij aanpassen verhouding vast en variabel tarief
Het AB besluit De secretaris beschrijft in dit vlak de genomen besluiten.
3