Bestemmingsplan - toelichting
Tekst van het document
52
Fig. 4.10 Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart (projectlocatie: zie rode pijl)
Poederoijen is gelegen ten noorden van de Afgedamde Maas. De historische dorpskern heeft de kenmerkende karakteristiek van het beeldbepalende dijklint weten te behouden. Het historische deel bestaat uit de bebouwing langs de Maasdijk, Dorpsweg en de daarop haaks gelegen Burgemeester Posweg. De structuur van het dorp is door de jaren heen intact gebleven maar wordt wel ‘verdoezeld’ door de recente planmatige individuele woningbouw aan weerzijde van de Burgemeester Posweg. Poederoijen is een typisch dijkdorp met de Maasdijk als historische bebouwingsas. Het lineaire karakter met de naastgelegen lintbebouwing is karakteristiek voor het dorp. De lintbebouwing aan de Maasdijk kent duidelijk meer en minder verdichte delen. Hierdoor krijgt het lint ook afwisselend een besloten of open karakter met doorzichten naar het omliggende landschap enerzijds en het dorpse dakenlandschap en glastuinbouwgebied anderzijds. De open, groene gebieden tussen de dijk en de woonwijkjes zijn karakteristiek en dragen bij aan het dorpse karakter. Planspecifiek Voor het plangebied geldt op grond van de beleidsnota geen specifieke ontwerpopgave. Wel is een groenomlijnde zone te zien (zie figuur 4.10). Dit betreft ‘oude woongronden’. Vermoedelijk woonplekken die al voor de Karolingische tijd zijn verlaten. De bewoners zullen zijn verdreven door de plaag van water of oorlog.
In de omgeving van het plangebied zijn verder geen cultuurhistorisch waardevolle elementen, gebieden, objecten of bebouwing aanwezig, die een mogelijke beperkende werking (zouden kunnen) hebben op het initiatief. De locatie maakt ook geen deel uit van een ‘Beschermd Dorpsgezicht’ en kent geen monumenten. Uit cultuurhistorisch oogpunt zijn er derhalve geen belemmeringen voor het realiseren van dit woningbouwplan.
4.12
Volksgezondheid
4.12.1 Algemeen Veehouderijen in de buurt van het plangebied kunnen van invloed zijn op de volksgezondheid en daarmee op een acceptabel woon- en leefklimaat. Van het plan zelf gaan geen negatieve effecten voor de volksgezondheid uit naar de omgeving, omdat sprake is van een relatief klein plan voor uitsluitend woningbouw. 53
Uit landelijk onderzoek “Veehouderij en gezondheid omwonenden”, afgekort VGO, blijkt dat binnen een zone van 1,5 tot 2 km rond pluimveehouderijen en geitenhouderijen vaker longontstekingen voorkomen. Bij pluimvee wordt dit waarschijnlijk veroorzaakt door fijnstof en endotoxinen. Bij geiten is de oorzaak niet bekend. Hier wordt vervolgonderzoek naar gedaan. Een wat positiever onderzoeksresultaat is dat bij mensen die dicht bij een veehouderij wonen astma en neusallergie minder voor komen.
4.12.2 Geitenhouderij Een toetsingskader voor geitenhouderijen ontbreekt op dit moment. Eerst moet bovendien de exacte oorzaak nog in beeld komen. Daarvoor vindt nu (vervolg)onderzoek plaats. De vervolgonderzoeken hebben ernstige vertraging opgelopen door de coronapandemie. Sommige deelstudies zijn uitgesteld. Naar verwachting kunnen de resultaten in 2024 worden gepubliceerd.1 Het plangebied ligt op circa 2,5 km en dus niet binnen de zone van 1,5 tot 2 km van een geitenhouderij aan de Kooiweg 2 in Brakel. Nadere toetsing is in dit geval dan ook niet noodzakelijk. Conclusie plangebied Geconcludeerd kan worden dat het maatschappelijk belang van de realisatie van de woningbouwlocatie groot is en in het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat verzekerd is. Er doen zich geen onaanvaardbare risico’s voor de volksgezondheid voor.
4.13
Parkeren en verkeer In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de voor dit project relevante aspecten met betrekking tot het parkeren en met betrekking tot de ontsluiting van het gebied.
4.13.1 Parkeren Door CivielPlan is een parkeernotitie opgesteld voor dit woningbouwplan (Parkeernotitie, Hof van Poederoijen, 6 juli 2023, zie bijlage XI). In deze notitie is de te verwachte parkeerdruk berekend, conform de kencijfers van de gemeente Zaltbommel, en het parkeeraanbod aangegeven in het ontwerp. Daarbij is overigens het totaalplan beoordeeld, dus ook met de invulling van de wijzigingsbevoegdheid in de bestemming ‘Groen’ naar ‘Wonen’. Als parkeernorm is aangehouden per woning minimaal 2,0 (inclusief parkeren op eigen erf). Hierbij tellen meerdere parkeerplaatsen op eigen terrein slechts mee als ze bereikbaar zijn zonder het verplaatsen van andere auto’s (een lange oprit telt hierdoor slechts als 1 plaats). Van deze 2,0 parkeerplaatsen moet 0,3 parkeerplaats openbaar toegankelijk zijn. Twee parkeerplaatsen op eigen terrein tellen dus mee als 1,7 parkeerplaats op eigen terrein, waarvan nog 0,3 parkeerplaats in de openbare ruimte moet worden voorzien. Uit het onderzoek van CivielPlan blijkt dat kan worden voldaan aan deze parkeernorm. In de openbare ruimte zijn 110 parkeerplaatsen voorzien (in de bijlage van het onderzoek van CivielPlan is een tekening opgenomen met daarop de openbare parkeerplaatsen).
1
Bron: https://www.rivm.nl/veehouderij-en-gezondheid/onderzoek-veehouderij-en-gezondheid-omwonenden-vgo
54
Conclusie Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat de realisatie van het plan Hof van Poederoijen uit het oogpunt van parkeren aanvaardbaar is.
4.13.2 Verkeersafwikkeling Door Goudappel is een onderzoek uitgevoerd naar de verkeersgeneratie en de verkeersafwikkeling bij dit nieuwbouwplan (Verkeersstudie woningbouw Poederoijen West, d.d. 23 oktober 2023, zie bijlage XII). Uit dit onderzoek blijkt het volgende. Verkeersgeneratie Als gevolg van de ontwikkeling worden op een werkdag 553 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal extra gegenereerd. Deze toename moet gezien worden in verhouding, waaruit blijkt dat de Maarten van Rossumweg in totaal meer verkeer aantrekt dan de Dorpsweg. Aan de hand van de Wegenscan blijkt dat de toekomstige intensiteiten op een verkeersveilige wijze afgewikkeld kunnen worden voor zowel de Maarten van Rossumweg als de Dorpsweg. De verkeersgeneratie van 553 ziet overigens op het woningbouwplan van zowel fase 1 als 2 bij elkaar opgeteld. Op die manier is bekend dat ook voor de toekomst, wanneer fase 2 wordt ontwikkeld, sprake kan zijn van een acceptabele verkeersgeneratie. Kruispuntberekeningen In de toekomstige situatie kunnen door de lage intensiteiten de motorvoertuigen eenvoudig afgewikkeld worden op de kruispunten met de Maarten van Rossumweg en de Dorpsweg. In alle gevallen is sprake van voldoende (rest)capaciteit en geen wachttijden. Conclusie Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat de realisatie van het plan Hof van Poederoijen uit het oogpunt van verkeer aanvaardbaar is.
4.14
Duurzaamheid en klimaatadaptatie Algemeen Ons klimaat verandert en de aarde warmt op. Daarom moeten we onze omgeving aanpassen, zodat het veilig en leefbaar blijft. Dit heet klimaatadaptatie. Hier werkt de provincie op alle mogelijke manieren aan. Het klimaat verandert snel, de aarde warmt op en de zeespiegel stijgt. Hierdoor ervaren we steeds vaker extreem weer: langdurige droogte, extreme hitte of zware regenbuien met veel neerslag in korte tijd. De mogelijke gevolgen van dit extreme weer zijn enorm: • •
wateroverlast in onze steden en dorpen; overstromingen van rivieren;
• •
hittestress voor mensen en dieren; natuurbranden;
• •
droogvallende akkers in de Achterhoek en een mislukte oogst voor de boeren.
We moeten ons snel aanpassen aan het veranderende klimaat. Om grote schade aan gebouwen, infrastructuur, en gewassen tegen te gaan. Maar ook schade aan de biodiversiteit en onze gezondheid te 55
voorkomen. Het actieplan klimaatadaptatie laat zien wat de provincie doet om Gelderland aan te passen aan het nieuwe klimaat. Per 1 februari 2022 heeft dit ook een plaats gekregen de provinciale Omgevingsverordening. In artikel 2.65b is bepaald dat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving bevat van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: waterveiligheid, wateroverlast en droogte en hitte. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Met de huidige manier van werken wordt onvoldoende vaart gemaakt met ruimtelijke adaptatie. Op 19 september 2017 heeft het rijk daarom een nieuw Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) vastgesteld in samenwerking met diverse overheden (Rijk, InterProvinciaal Overleg, Unie van Waterschappen, Vereniging Nederlandse Gemeenten). Het deltaprogramma vraagt ons om 'versneld' in actie te komen. Als we namelijk niets doen, kan de schade in onze bebouwde maar ook landelijke gebieden flink oplopen. Doel? Nederland is in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust.
In de werkregio Klimaat Actief Rivierenland (KAR) wordt samengewerkt aan een klimaatbestendige regio. Hiervoor stelde de gemeente in 2021 een Regionale Adaptatie Strategie (RAS) en Samenwerkingsagenda Klimaat Actief Rivierenland vast. Er zijn ambities en speerpunten geformuleerd. Samenwerking betekent dat het wiel niet telkens opnieuw uitgevonden hoeft te worden. Ook omdat klimaatverandering een grensoverschrijdend probleem is; het vraagt deels ook om regionale oplossingen. Naarmate het proces vordert worden er steeds meer stakeholders betrokken. Duurzaamheid is meer dan energiebesparing. Bijvoorbeeld ook behoud en ontwikkeling van biodiversiteit. Met eenvoudige voorzieningen aan gebouwen, zoals architectonische aanpassingen aan het ontwerp of het aanpassen van een werkwijze of de te gebruiken materialen, kan veel bereikt worden voor de biodiversiteit en leefbaarheid in de stad, het zogenoemde natuurinclusief bouwen. Er zijn veel technische voorzieningen mogelijk in de vorm van inbouwkasten voor broedende vogels of voor vleermuizen. Voor gierzwaluwen zijn speciale dakpannen op de markt. Muurplanten zijn gebaat bij het gebruik van kalkhoudende mortel. Groene daken en groene muren zorgen voor een betere leefomgeving voor dier en mens. Door slim om te gaan met verlichting kunnen veel negatieve effecten op dieren worden voorkomen.
Door in en aan gebouwen en hun omgeving eenvoudig toepasbare en relatief goedkope voorzieningen te treffen, vergroent de leefomgeving van mensen en krijgen vogels en vleermuizen daarin nieuwe plekken om te nestelen, zich te voeden en te schuilen bij onraad. Ook de menselijke bewoners ondervinden de nodige positieve effecten van een natuurinclusieve woning en woonomgeving, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid en comfort. Gemeentelijk beleid Hierbij kan worden aangesloten bij het Lokaal Adaptatie Programma (LAP) van de gemeente Zaltbommel, vastgesteld in september 2021, waarin beleidsuitgangspunten, ambities en prioriteiten zijn benoemd. Samengevat: • •
Inbreidingen worden alleen toegestaan na een klimaattoets door de initiatiefnemer waarin de waarde van het te bebouwen groen wordt onderzocht. 75 m2 groen per nieuwbouwwoning. Ontwikkelingen mogen geen negatieve bijdrage hebben aan het leefklimaat in stad en dorp. Bestaande groenstructuren worden als uitgangspunt ingepast. 56
•
• • • •
•
Als ontwerpprincipe wordt gehanteerd dat de weg van de regendruppel zo veel mogelijk wordt vertraagd en vastgehouden daar waar deze valt. Daarnaast geldt voor nieuwbouw dat het vloerpeil voldoende hoog ten opzichte van de openbare weg aangelegd. Zaltbommel werkt toe naar het afkoppelen van 50% van de dakvlakken van het gemengd stelsel in de hele gemeente. Waar mogelijk wordt afgekoppeld op particulier terrein. Particuliere verharding mag niet meer dan 50% van het perceel bedragen binnen de bebouwde kom. Bij nieuwbouw worden in beginsel platte daken voorzien van een groen dak. Maximale loopafstand vanuit panden tot koelte is 300 m. Bij het ontwerpprincipe voor pleinen wordt voorgesteld om 25% beschaduwing in volgroeide toestand te realiseren. Bij voorkeur wordt er groter/robuuster groen geplant waar direct klimaatbaten van verwacht kunnen worden. Zaltbommel ontwikkelt een handreiking klimaatinclusief bouwen in 2022. Daarbij wordt aangehaakt op regioniveau waar wordt nagedacht om bouwnormen te formuleren met focus op materiaalgebruik, bouwvormen en kwetsbare voorzieningen.
Toets Op het niveau van het stedenbouwkundig plan is het aspect duurzaamheid en klimaat vertaald in waterstructuur, ecologie en verharding. Water opvangen en bergen in het bebouwd gebied is een belangrijke maatregel in het duurzaam aanpassen aan klimaatverandering. Het opvangen en bergen van water zorgt voor mogelijkheden om extreme regenval op te vangen en het beschikbaar hebben van water bij periodes van droogte. Daarnaast heeft de aanwezigheid van water en groen ook een dempende werking op de omgevingstemperatuur. De oevers van nieuw aan te leggen openbaar water, worden natuurvriendelijke wijze aangelegd. Dit is een effectieve maatregel om het ecologisch functioneren van wateren te verbeteren. Andere motieven voor de aanleg zijn landschappelijke versterking, verbetering van landschaps-ecologische relaties, verbetering van de waterkwaliteit en verdediging van de oever. Binnen het plan wordt de natuur als vertrekpunt genomen door te kiezen voor eerlijke producten en materialen die op alle facetten van duurzaamheid hoog scoren. Concreet wordt (semi-)openbaar gebied alleen verhard waar nodig, voorts wordt op plaatsen waar sprake is van parkeren gekozen voor halfverharding. Per woning wordt in dit bestemmingsplan minimaal 81 m2 groen gerealiseerd, waarvan minimaal 30 m2 gebruiksgroen, zie onderstaande berekening en zie figuur 4.11.
Totaal groen [openbaar groen en gebruiksgroen]: 2.560 m2 (openbaar groen) + 1.078 m2 (gebruiksgroen) = 3.638 m2 Verdeeld over 45 woningen = 81 m2 per woning Gebruiksgroen: 24 m2 per woning Openbaar groen [zonder wadi’s]: 57 m2
57
Fig. 4.11 Overzicht groen Voorts wordt op particulier terrein zo veel mogelijk afgekoppeld (hemelwater). Bij de kleinere percelen kan dit in praktische zin niet per perceel worden geborgd, al zal er wel bovengronds worden afgekoppeld. Er zijn geen afspraken over groene daken gemaakt. Waar mogelijk wordt natuurinclusief gebouwd. In de aanvraag omgevingsvergunning bouwen zal te zijner tijd een en ander worden realistisch en haalbaar uitgewerkt en geborgd. In deze bestemmingsplanfase zijn er nog geen detailuitwerkingen beschikbaar. De technische innovaties worden op de voet gevolgd en waar mogelijk wordt daarop ingestoken. In plan wordt gewerkt met zonnepanelen op het dak en waar mogelijk (lucht)warmtepompen. De kans op een hittegolf is steeds groter in Nederland. De afgelopen jaren werd het ene na het andere hitterecord verbroken. De binnen- en buitenruimte is hier niet op ontworpen, terwijl hitte grote gezondheidsrisico’s met zich mee kan brengen. Een versteende omgeving houdt de hitte vast en het koelt ’s nachts niet meer af. Om hitte tegen te gaan is in dit plan voldoende water en groen opgenomen. Bij hitte kan een deel van dit water verdampen en het gebied verkoelen. Tevens zorgen bomen voor voldoende schaduwplekken. Tijdens het droogteseizoen, van april tot oktober, is door de start van het groeiseizoen en de stijgende temperaturen de kans op watertekort aanwezig.
Daarom monitoren de waterbeheerders, 58
hoogheemraadschappen, waterschappen en drinkwaterbedrijven de situatie met het oog op eventuele problemen met droogte, watertekort en -kwaliteit. Binnen het plangebied wordt voldoende water gerealiseerd dat in verbinding staat met het gehele watersysteem. In de communicatie naar bewoners en kopers zal pro-actief aandacht worden geschonken aan het beperken van verhardingen. In het plangebied wordt op meerdere plekken, binnen de 300 meter loopafstand, groen gerealiseerd, in het kader van koelte. Ook buiten het plangebied zijn meerdere koelteplekken, binnen die loopafstand bereikbaar. Conclusie In de voorlopige ontwerpprincipes van het plan is dan ook voldoende aandacht gegeven aan klimaatadaptief en duurzaam bouwen. Zo zijn eerder de aspecten wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte beschreven. Verder wordt er in dit plan voldoende groen gerealiseerd en wordt de biodiversiteit bevorderd door bijvoorbeeld gebruik te maken van de gemeentelijke bomensoortenlijst. Bij de beoordeling van het inrichtingsplan openbare ruimte zal hier verder nog aandacht aan worden besteed zodat de duurzaamheid in bredere zin ook tot uiting komt, mede gelet op de actualiteiten omtrent warmtetransitie, energie en mobiliteit. Ook worden de parkeerplaatsen waar mogelijk met grastegels uitgevoerd. Dit draagt ook positief bij aan de hittestress en de waterinfiltratie.
Zie verder het beeldkwaliteitplan waarin aandacht aan de buitenruimte is besteed. Het spreekt voor zich dat er gasloos gebouwd gaat worden.
59
5
JURIDISCHE PLANOPZET
5.1
Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een (digitale) verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: a. Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkelbestemming’ (dat is dé bestemming) en soms geldt er een ‘dubbelbestemming’ (soms zelfs meerdere). In het voorschrift van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra regels in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. b. Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding. Dat teken kan bestaan uit een lijn, een figuur, of een lettercode et cetera. Via een aanduiding wordt in de regels ‘iets’ geregeld.
Dat ‘iets’ kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsvoorschrift, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen voorschrift hebben. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
5.2
Methodiek
5.2.1 Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn opgenomen. Deze aanduidingen hebben alleen een juridische betekenis als in de regels aan de betreffende aanduiding een gevolg wordt verbonden. Een aantal aanduidingen heeft juridisch gezien geen betekenis en is uitsluitend opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding (bijvoorbeeld topografische gegevens).
5.2.2 Regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1. Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de 60
wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2. Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Iedere artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel omgevingsvergunningplichtige werken en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. 3. Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan.
Het zijn achtereenvolgens een antidubbeltelbepaling, een regel met betrekking tot bestaande afmetingen, afstanden en percentages (zo worden de bouwwerken die afwijken van de regeling in het bestemmingsplan ‘positief’ bestemd), algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkings- en wijzigingsregels, algemene procedureregels (deze hangt samen met de afwijkingsregels in het bestemmingsplan) en een regel die de verhouding tot de gemeentelijke bouwverordening regelt. 4. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk een overgangsregels en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
5.3
Bestemmingen Dit bestemmingsplan kent 4 bestemmingen, namelijk ‘Wonen’, ‘Verkeer’, ‘Water’ en ‘Groen’. De bestemmingsregels kennen allen veelal een zelfde opbouw met de volgende leden: lid 1: bestemmingsomschrijving lid 2: bouwregels lid 3: afwijkingsregels (van bouwen) lid 4: specifieke gebruiksregels (indien aanwezig), omgevingsvergunningplichtige werken (indien aanwezig) lid 5: afwijkingsregels (van gebruik) lid 6: parkeernorm De bestemmingsomschrijving is de centrale regel van elke bestemming. In de bestemmingsomschrijving worden de binnen een bestemming toegestane functies genoemd. De bouwregels zijn gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van grond en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving.
61
6
UITVOERBAARHEID Dit hoofdstuk beschrijft de haalbaarheid van dit project. Het plan waarvoor de planologische procedure wordt doorlopen, moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.
6.1
Economische uitvoerbaarheid De economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijk besluit moet op grond van het Bro onderzocht worden respectievelijk aannemelijk worden gemaakt. Dat betekent enerzijds dat aannemelijk moet worden gemaakt dat de door de gemeente te maken kosten moeten zijn gedekt dan wel op de bij de uitvoering van het project betrokken partijen moeten kunnen worden verhaald. Anderzijds moet worden onderzocht of: 1) de kosten van overige partijen van een deugdelijke dekking zijn voorzien en 2) het project naar objectieve maatstaven, ook geabstraheerd van de concreet betrokken partijen, vanuit financieel-economisch perspectief tot uitvoering zou kunnen komen. De realisatie van woningbouwplan Hof van Poederoijen is een initiatief van ontwikkelaar. De ontwikkeling van de locatie en de daarmee samenhangende kosten, inclusief planvoorbereiding geschieden voor rekening en risico van de ontwikkelende partij. Om de gemeentelijke kosten die gemaakt worden bij uitvoering van voorgestane ontwikkeling te verhalen, is een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Hiermee is vastgelegd dat de realisatie van de ontwikkeling voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen oplevert. In de betreffende overeenkomst is ook een regeling opgenomen inzake het verhaal van een eventuele tegemoetkoming in planschade.
Het kostenverhaal is met het bovenstaande anderszins verzekerd in de zin van artikel 6.12 tweede lid van de Wro wat ook betekent dat kan worden besloten géén exploitatieplan vast te stellen.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1 Vooroverleg Het opstellen van ruimtelijke besluiten dient zorgvuldig te gebeuren. In dat kader blijft het van belang dat diverse instanties, burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van dergelijke besluiten worden betrokken zodat in een vroeg stadium knelpunten, belangen en verbeterpunten kunnen worden gesignaleerd. De verplichting hiertoe vloeit voort uit de artikelen 3.1.1 en 3.1.6 sub e. van het Bro in samenhang met het in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gecodificeerde zorgvuldigheidsbeginsel. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd.
6.2.2 Ontwerp-bestemmingsplan ter inzage Het ontwerp-bestemmingsplan ‘Hof van Poederoijen’ is conform het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht voor zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode, van donderdag 7 december 2023 tot en met woensdag 17 januari 2024, 62
kon iedereen schriftelijk of mondeling zienswijzen op het plan of onderdelen daarvan inbrengen. Er is een aantal zienswijzen ingediend. Dit heeft geleid tot een aantal (kleine) wijzigingen van het plan. Voor de reactie op de zienswijzen en de aangebrachte wijzigingen wordt verwezen naar de zienswijzenota welke als bijlage bij het vaststellingsbesluit is gevoegd. In dit kader wordt opgemerkt dat dit plan, vanwege het aantal woningen (namelijk meer dan 11 woningen), onder de Crisis – en herstelwet valt. Dat betekent dat er een aantal procedurele versnellingen geldt.
6.2.3 Burgerparticipatie De initiatiefnemer heeft in het kader van het vooroverleg contact gehad met alle direct-omwonenden (gesprekken op individueel niveau) en een toelichting gegeven op de plannen. Ook hebben er informatieavonden plaatsgevonden d.d. 19 mei 2022 en d.d. 31 oktober 2023. Tevens is er een website beschikbaar waarop veel informatie te verkrijgen is over de inhoud van het plan en de voortgang ervan (www.hofvanpoederoijen.nl). De reacties op het plan zijn overwegend positief. Een klein aantal omwonenden heeft bedenkingen tegen het plan vanwege de gevolgen van de verdichting van de locatie. Een groter aantal omwonenden heeft geen bezwaren tegen het plan. De realisatie van dit plan heeft gevolgen voor de locatie en de directe omgeving. De wijziging van de stedenbouwkundige omgeving wordt uit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit echter als aanvaardbaar beschouwd. Ook het woon- een leefklimaat van omwonenden zal niet op onaanvaardbare wijze worden aangetast. Bovendien voorziet het plan in een maatschappelijke behoefte, vanwege de grote vraag naar woningen.
OVERZICHT BIJLAGEN I. II. III. IV. V. VI. VII. VIII. IX.
X. XI. XII.
Beeldkwaliteitsplan d.d. 14 november 2023 Voorlopig Ontwerp Bovengrondse Infra, CivielPlan Waterbalans Hof van Poederoijen Diverse (water)bodemonderzoeken, Hof van Poederoijen (Dorpsweg 12 e.o.) te Poederoijen, Verhoeven Milieutechniek BV, d.d. 19 september 2022 Akoestisch onderzoek, Woningbouwlocatie Poederoijen West, Van Kooten Akoestisch Advies, 31 oktober 2023 Quickscan Wet natuurbescherming Dorpsweg ong. te Poederoijen, Blom Ecologie BV, d.d. 14 april 2021 Stikstofdepositieonderzoek, Hof van Poederoijen, Walraven Advies, d.d. 8 maart 2024 Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek, Dorpsweg 12 en 14 Poederoijen, BAAC BV, Oktober 2004. ArcheoPro Archeologisch rapport, Nr 15055, Dorpsweg, Poederoijen Gemeente Zaltbommel, Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek, inventariserend en karterend booronderzoek, juli 2015 Transect-PvE 20230804/BR2.1, Poederoijen, Dorpsweg, Gemeente Zaltbommel (GL) Parkeernotitie Hof van Poederoijen, CivielPlan, 6 juli 2023 Verkeersstudie woningbouw Poederoijen West, Goudappel, d.d. 23 oktober 2023 63