CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2025 VRGZ

Raadsvergadering 13 juni 2024, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ)23.568 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

188

▪ ▪

Continuïteitsplan eigen organisatie Financieringsafspraken met het Rijk

375 x 0,5

188

▪

Tijdig bespreken met gemeenten en zorgverzekeraars Kwaliteitseisen verlagen Uitstellen of afzien van aanschaf materieel

▪ ▪ 4.223 820 5.043

Tabel 6: overzicht 10 grootste risico’s

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

31

Investeringen in gebouwen De VRGZ heeft ultimo 2023 34 brandweerkazernes en 4 ambulanceposten in eigendom. De overige kazernes en ambulanceposten zijn in eigendom van de gemeenten en worden gehuurd door de VRGZ. Investeringen in gebouwen die eigendom van de gemeenten zijn komen voor rekening van de betreffende gemeenten. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van de VRGZ worden bij de VRGZ geactiveerd. De kapitaallasten zijn opgenomen in de begroting.

Kengetallen Onderstaande kengetallen zijn opgenomen conform Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De structurele exploitatieruimte in onderstaande tabel is in 2024 t/m 2028 nihil doordat de resultaten in de exploitatie incidenteel van aard zijn. Incidentele lasten en vrijval van de bestemde reserves worden niet meegenomen in de berekening van de kengetallen. Kengetallen

Realisatie 2023

Gew. Begr. 2024

Begro- Raming Raming Raming ting 2026 2027 2028 2025

Netto schuldquote

49%

64%

57%

63%

67%

72%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

49%

64%

57%

63%

67%

72%

Solvabiliteitsratio

13%

10%

9%

8%

7%

7%

Structurele exploitatieruimte

3%

0%

0%

0%

0%

0%

Tabel 7: kengetallen

Investeringen in overige kapitaalgoederen Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteert de VRGZ een meerjarig investeringsplan dat periodiek wordt geactualiseerd. In de begroting is een verwachting opgenomen voor kapitaallasten gebaseerd op de verwachte kapitaallasten van het betreffende begrotingsjaar. De werkelijke kapitaallasten fluctueren. Meerjarig wordt gestuurd op een sluitende investeringsbegroting. Dit laatste staat onder druk vanwege inflatie en additionele duurzaamheidseisen waardoor prijzen verder oplopen.

5.2 Onderhoud kapitaalgoederen Materiële vaste activa Activeren en afschrijven In overeenstemming met het BBV wordt alle materiële vaste activa geïnvesteerd. Investeringen worden lineair afgeschreven vanaf 1 juli van het jaar van ingebruikname. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat dit plaatsvindt vanaf € 10.000,- per object.

Onderhoud Ambitieniveau VRGZ is een organisatie die sterk afhankelijk is van de inzet van haar materieel. Uitval kan niet worden gepermitteerd. Het is daarom noodzakelijk om het risico van deze uitval te beperken door garanties en zekerheden te stellen. Eén van de zekerheden worden ontleend aan het meerjarig in beeld brengen van de onderhoudskosten van het operationeel

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

32

houden van de onderhoudsobjecten. Er mag geen sprake zijn van achterstallig onderhoud. Onderhoud gebouwen en installaties Op basis van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) wordt jaarlijks het planmatig onderhoud uitgevoerd. Uitgangspunten beleid ▪ Het MJOP wordt jaarlijks geactualiseerd en een keer in de vijf jaar volledig herzien door een externe partij. Eind 2023 heeft de herziening plaatsgevonden. ▪

De VRGZ middelt de lasten van het onderhoud over een periode van 10 jaar.

▪

Voor het meten en bewaken van de onderhoudsstaat hanteren wij de landelijke NEN‐norm 2767 (Nederlands Normalisatie‐instituut) voor gebouwen.

Het onderhoud vertoont in absolute zin, als gevolg van werkelijk uit te voeren onderhoud, in de verschillende jaren fluctuaties. Via de voorziening groot onderhoud vertoont de feitelijke belasting van de begroting een stabiel beeld. De kosten voor het beheer en onderhoud van de gehuurde panden zijn voor rekening en risico van de gemeenten. De VRGZ draagt bij in de servicelasten.

Herziening meerjarenonderhoudsplan Het MJOP van de VRGZ wordt conform bestuurlijke afspraak elke vijf jaar herzien door een onafhankelijke partij. In 2023 heeft Heijmans Energie Services conform NEN2767 inspecties uitgevoerd in alle panden van de VRGZ. Hierbij is de huidige conditie van de verschillende bouwkundige, werktuigbouwkundige en elektrotechnische elementen beoordeeld. Op basis van deze beoordeling is het MJOP herzien en zijn de resultaten begin 2024 opgeleverd. Om het noodzakelijke onderhoud conform het nieuwe MJOP uit te kunnen voeren en daarmee de condities van de panden op peil te houden is een jaarlijkse dotatie aan de voorziening onderhoud nodig van € 1.953.000,-. Dit resulteert in een stijging van € 619.000,-. De gestegen dotatie wordt met name veroorzaakt door de volgende drie aspecten: 1. Indexering prijspeil 2018 vs 2023 In de afgelopen vijf jaar is het prijspeil met 24,4% gestegen. 2. Leeftijd panden In de komende tien jaar dient bij 62% van de panden grootschalige vervanging van installaties plaats te vinden. Vanaf het bouwjaar van het een pand, vindt deze vervangingscyclus ongeveer elke 20 jaar (op de helft van de levenscyclus) plaats om het pand blijvend goed te laten functioneren ten behoeve van het primaire proces. Algemeen genomen is de leeftijd van de vastgoedportefeuille gestegen.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

33

3. Uitstel nieuwbouwplannen Door het uitstellen van nieuwbouwplannen neemt de algemene conditie van een pand af. Dit resulteert in stijgende onderhoudskosten en is terug te zien in de gemiddelde onderhoudskosten per m² van oudere panden. Onderhoud materieel Het onderhoud van materieel wordt grotendeels in eigen beheer uitgevoerd via het organisatieonderdeel Materieel Techniek (servicecentrum) of uitbesteed.

Rente en treasury In onderstaand renteschema worden de rentelasten, de toerekening aan taakvelden en het renteresultaat weergegeven (bedragen x € 1.000,-). Renteschema (bedragen * €1.000,-)

2025

a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering

959

b. De externe rentebaten

0

Saldo rentelasten en -baten

923

c. De rente die aan taakvelden moet worden doorberekend/toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

5.3 Financiering Beleid t.a.v. risicobeheer en financieringsportefeuille

0 959

d1. Rente over eigen vermogen

0

d2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

0

Risicobeheer

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

959

Het verstrekken van leningen en garanderen van rente en aflossing van leningen is niet toegestaan.

e. De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) (1,25%)

825

f. Renteresultaat op het taakveld treasury

-134

Financieringsportefeuille

Tabel 8: renteschema

De hoeveelheid geld die nodig is voor de uitvoering van de verschillende taken van de organisatie wordt beheerd door de treasuryfunctie. Werkwijze, taken en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in het treasurystatuut. De VRGZ voert een risicomijdend beleid. Voor de VRGZ geldt het schatkistbankieren voor decentrale overheden. Dit houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse Staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen.

Kasgeldlimiet Het Ministerie van Financiën geeft aan welk bedrag mag worden gefinancierd met kortlopende geldleningen: de kasgeldlimiet. Als de kasgeldlimiet structureel wordt overschreden moet de kortlopende schuld worden omgezet in een langlopende schuld. Op basis van navolgend schema lijkt de VRGZ niet binnen de norm voor de kasgeldlimiet te blijven en zullen op het moment dat de investeringen worden gerealiseerd langlopende leningen moeten worden aangetrokken.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

34

Kasgeldlimiet (bedragen * € 1.000,-)

1e kwt 2025

2e kwt 2025

3e kwt 2025

4e kwt 2025

Omvang begroting per 1 januari (is grondslag) 103.875 103.875 103.875 103.875 1 Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

- in bedrag

8.518

8.518

8.518

8.518

- opgenomen gelden < 1 jaar

13.447

13.447 13.447 13.447

- schuld in rekening courant

0

0

0

0

- gestorte gelden door derden < 1 jaar

0

0

0

0

- ov. geldleningen niet zijnde vaste schuld

0

0

0

0

2 Omvang vlottende korte schuld (+/+)

3 Vlottende middelen (-/-) - contante gelden in kas - tegoeden in rekening-courant - overige uitstaande gelden < 1 jaar

126

126

126

126

0

0

0

0

1.000

1.000

1.000

1.000

Toets kasgeldlimiet 4 Totaal netto vlottende schuld (2 - 3)

Renterisiconorm Om ongewenste financiële gevolgen van rentewijzigingen te beperken geeft het ministerie ook een renterisiconorm aan. Deze renterisiconorm geeft de omvang van de schuld weer die in een jaar maximaal voor renteconversie in aanmerking mag komen. De uitkomst hiervan mag niet overschreden worden zodat een spreiding van de opgenomen leningen, looptijden en rente-aanpassingsdata en een eventueel hieruit voortvloeiende rentewijziging ontstaat. De VRGZ blijft binnen de norm van de Wet Fido1. Renterisiconorm (bedragen * € 1.000,-)

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

0

0

0

0

1

Renteherziening

2

Aflossingen

3.650

500

500

500

3

Renterisico (1+2)

3.650

500

500

500

4

Renterisiconorm

20.775

20.815

20.815

20.923

5a

Ruimte onder renterisiconorm

17.125

20.315

20.315

20.423

5b

Overschrijding renterisiconorm

0

0

0

0

Berekening renterisiconorm

12.321

12.321 12.321 12.321

Toegestane kasgeldlimiet (1)

8.518

8.518

8.518

8.518

4a

Begrotingstotaal (lasten + stortingen reserves)

Ruimte (+)/ Overschrijding (-) (1 - 4)

-3.803

-3.803

-3.803 -3.803

4b

Percentage regeling

Tabel 9: kasgeldlimiet

Begroting 2025

Renterisiconorm (4a x 4b)

103.875 104.077 104.077 104.617 20%

20%

20%

20%

20.775

20.815

20.815

20.923

Tabel 10: renterisiconorm

1

Wet Financiering decentrale overheden

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

35

5.4 Bedrijfsvoering In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de taken waarvoor binnen de begroting geen afzonderlijk programma is opgenomen. Het gaat dan om de wijze waarop de bedrijfsvoering plaatsvindt en een korte beschrijving van de ontwikkelingen die daarop van invloed zijn.

Ambtelijke organisatie De VRGZ wordt geleid door een directie bestaande uit twee leden: een directeur Crisisbeheersing en Bedrijfsvoering en een directeur Brandweer en Ambulancezorg. De GHOR (onderdeel van de sector Crisisbeheersing) wordt aangestuurd door de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) die tevens directeur is van de GGD Gelderland-Zuid.

Besturing De manager Bedrijfsvoering opereert als integraal manager voor zowel VRGZ als GGD GZ en is onder de eindverantwoordelijkheid van de directeur Crisisbeheersing en Bedrijfsvoering integraal verantwoordelijk voor alle bedrijfsvoeringstaken (personeel, informatievoorziening en ICT, organisatie, financiën, administratieve organisatie, communicatie en huisvesting). De managers van de onderliggende afdelingen Financiën & Inkoop, HRM, Vastgoed- & Facility Management en Informatievoorziening zijn integraal verantwoordelijk voor zowel de inhoud van hun beleidsterreinen en de onderlinge afstemming hierover, als voor de budgetbeheersing om hun taken uit te voeren voor zowel VRGZ als GGD GZ. Dit alles wordt uitgevoerd binnen de door het bestuur en de directie vastgestelde (financiële) beleidskaders. De directie ziet erop toe dat de

ambtelijke organisatie integer handelt en de bestuursbesluiten goed uitvoert. Ook bevordert de directie de onderlinge samenwerking en samenhang tussen de sectoren en afdelingen en de samenwerking met de externe partners ten behoeve van integrale advisering aan het bestuur en de operationele taakuitvoering. Binnen de vastgestelde kaders opereren de managers van de sectoren en afdelingen met een grote mate van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid, waarbij medewerkers de vrijheid hebben om als professionals te opereren. Leidinggevenden stimuleren en ondersteunen hen in de ontwikkeling van hun professionaliteit.

Informatiemanagement en ICT Binnen de afdeling Informatievoorziening bestaan de aandachtsgebieden Informatiemanagement, Informatiebeveiliging, privacy, Functioneel Beheer, Informatiebeheer, Business Intelligent support en ICT-services. Het contract met RAM-IT voor support voor IT Infra en systeembeveiliging voor VRGZ en GGD eindigt in december 2025. Daarvoor vindt in 2024 de aanbesteding plaats. In 2025 zal in samenwerking met de geselecteerde leverancier de implementatie worden gerealiseerd. In 2025 blijft onverkort van toepassing dat de VRGZ aan de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO) en NEN 7510 moet voldoen. Voor het verder verbeteren van de weerbaarheid tegen cyberaanvallen worden in 2024 organisatorische maatregelen getroffen. In 2025 zal cybersecurity een hoge prioriteit blijven, omdat de cyberdreiging zich zal blijven ontwikkelen. In het programma van eisen voor de aanbesteding van het contract voor kantoorautomatisering zullen ook specifieke eisen voor IT-beveiliging worden opgenomen.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

36

De risico’s komen vaak voort uit het dagelijks gebruik. Daarom zal in 2025 extra aandacht gegeven worden aan de bewustwording van alle gebruikers van IT-apparatuur. In 2025 zullen wij eraan moeten blijven werken om de door VRGZ verkregen vitaalverklaring te blijven behouden (naar verwachting wordt deze in 2024 verleend) en de hiervoor relevante waarborging te optimaliseren. Er wordt gewerkt aan de nieuwe Archiefwet (AW); de internetconsultatie loopt nog en wordt in het 1e kwartaal van 2024 afgerond. Het streven is om de AW per 1 januari 2025 in te laten gaan. De nieuwe AW is beter toepasbaar op digitale overheidsinformatie en verplicht ons sneller informatie naar een archiefdienst te sturen. Het sneller en toegankelijk overbrengen van informatie vraagt om meer grip op informatie. Het wettelijk verplichte dashboard, voor de volledige informatiehuishouding van onze organisatie, zal in 2024 worden opgeleverd. In 2025 zullen we aan de slag gaan met de implementatie van passende beheer- en bewaarstrategieën, om informatie in toekomstbestendige toegankelijke staat te brengen en houden. Het verbeteren van de informatiehuishouding is ook noodzakelijk voor de verdere implementatie van de Wet open overheid (Woo). De Woo zorgt voor een actiever beheer van webformulieren, opslag van informatie en het koppelen van systemen.

We zijn actief betrokken bij de nieuwe openbare website, waarmee wij met de juiste inrichting makkelijker kunnen voldoen aan niet alleen de Woo maar ook aan de Wet Elektronische Publicaties (WEP) en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv). In 2025 werken wij toe naar actief publiceren op de openbare website.

Vastgoed- & Facility Management Vastgoedportefeuille In de Programmabegroting 2024 is een aantal financiële uitdagingen beschreven ten aanzien van het vastgoed. Dit komt hoofdzakelijk door een onderwaardering van het vastgoed in de huidige opbouw van de kapitaallasten, veroorzaakt door het feit dat de kazernes bij overdracht van onze gemeenten aan de VRGZ in 2014 tegen de (lagere) boekwaarde zijn overgedragen en niet tegen de (hogere) marktwaarde. Een aantal kazernes was ten tijde van de overdracht al volledig afgeschreven waardoor feitelijk geen kapitaallasten overgedragen zijn. Dit houdt in dat bij nieuwbouw ongedekte kapitaallasten ontstaan. De financiële uitdaging wordt daarnaast verder opgedreven door: 1. duurzaamheidseisen; de duurzaamheidseisen hebben een kosten opdrijvend effect ondanks dat een aantal duurzaamheidsaanpassingen lagere energielasten tot gevolg hebben. 2. een onderzoek naar de toekomstbestendigheid van een aantal locaties (o.a. het kunnen voldoen aan duurzaamheid). De Multipost in Nijmegen is een van die locaties. In vervolg op het onderzoek naar de toekomstbestendigheid worden nu diverse scenario’s verder uitgewerkt (van verduurzamen tot alternatieve locaties). Aangezien de Multipost onze grootste locatie is kan dit aanvullende implicaties hebben op de kapitaallastenbegroting. 3.

dekkingsplan Brandweer; het dekkingsplan geeft de regionale dekking weer op basis van de bestaande uitgangspunten met het daarbij behorende materieelspreidingsplan. Dit plan kan impact

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

37

hebben op de vastgoedportefeuille, bijvoorbeeld door het aanpassen van panden of zelfs verplaatsen. 4. stijgende rentelasten en inflatie. Gezien de samenhang en complexiteit van bovenstaande ontwikkelingen gaat het Algemeen Bestuur hierover in 2024 in gesprek. De financiële consequenties daarvan worden waarschijnlijk pas in het begrotingsproces 2026 opgenomen. In de begroting 2025 is wel de consequentie van de herziening van meerjarenonderhoudsplan opgenomen. In 2023 is dit plan herijkt, conform afspraak met het bestuur (zie paragraaf 5.2).

▪

Hoe kunnen arbeidsrelaties en arbeidsverhoudingen worden toegesneden op veranderende omstandigheden en veranderende voorkeuren van mensen?

Krapte op de arbeidsmarkt Evenals veel gemeenten hebben wij de afgelopen jaren in toenemende mate moeite om personeel te vinden en te behouden. Sommige functies moeten meerdere keren worden uitgezet om tot succesvolle werving te leiden. Als gevolg van het niet tijdig vinden van geschikt personeel blijven bepaalde werkzaamheden liggen, daarnaast lopen de kosten voor interimoplossingen, waaronder inhuur steeds verder op.

HRM Onze medewerkers maken onze organisatie. Zij zijn de drijvende kracht achter onze missie. De VRGZ wil een aantrekkelijke organisatie zijn die mensen weet te binden. Ons HRM-beleid moet bijdragen aan: ▪ Hoe kunnen wij voldoende goede mensen vinden? ▪ Hoe interesseren wij jongeren om te komen werken bij onze organisatie? ▪ Hoe kunnen wij de toenemende groep van 40-, 50- en 60-plussers duurzaam inzetbaar houden? ▪ Hebben wij een beeld van de functies die in onze organisatie als sleutelfuncties zijn te typeren en waarvan we weten dat ze, al dan niet op termijn, heel moeilijk te vervullen zijn? ▪ Hoe kunnen we zorgen dat ons personeelsbestand een redelijke afspiegeling is van de (beroeps)bevolking?

Een uitbreiding van de formatie werving en selectie is noodzakelijk vanwege de sterke toename in het aantal vacatures (in 2023 waren er 90 vacatures). Daarnaast wordt extra ingezet op activiteiten voor werving en selectie en arbeidsmarktcommunicatie. Het is vaker nodig om meermaals en in meerdere rondes te adverteren om geschikt personeel aan te trekken. De krapte op de arbeidsmarkt blijft naar verwachting de komende jaren bestaan. Om continuïteit te bieden in onze dienstverlening moeten wij blijvend inspelen op de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt. Wanneer wij niet de juiste inspanning op werving en behoud kunnen leveren, lopen wij een risico niet tijdig de juiste mensen te vinden. Dit leidt tot een toename in werkdruk, waardoor ook de primaire processen onder druk komen te staan. Daarnaast kan hogere werkdruk ertoe leiden dat medewerkers eerder ander werk zoeken. Het niet tijdig invullen van vacatures leidt naast hoge werkdruk ook tot hogere kosten van inhuur en interim-oplossingen. Tenslotte komt de kwaliteit van de dienstverlening in

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

38

brede zin onder druk te staan. Dit raakt niet alleen burgers, maar ook onze samenwerkingspartners.

Aantrekkelijke werkgever De VRGZ heeft als organisatie veel te bieden: maatschappelijk toegevoegde waarde en een breed palet aan werkzaamheden. De VRGZ met de verschillende merken (Brandweer, Ambulance) willen we sterker positioneren in de markt. De grote opgave voor de komende tijd is het behoud van medewerkers voor de VRGZ. Belangrijke thema’s zijn duurzame inzetbaarheid, vitaliteit en gezondheid en zorgen dat medewerkers zich prettig en veilig voelen op het werk. Met onze arbeidvoorwaarden willen we medewerkers stimuleren om te werken aan de eigen duurzame inzetbaarheid en vitaliteit. Verder moeten we blijven investeren in ontwikkelen, opleiden en mobiliteit van medewerkers.

5.5 Verbonden partijen De VRGZ werkt intensief samen met de GGD Gelderland-Zuid op het gebied van bedrijfsvoering (geleverd door de afdelingen Vastgoed- & Facility Management, HRM, Informatievoorziening en Financiën & Inkoop). Voor de Meldkamer Oost-Nederland (MKON) is een construct Kosten Gemene Rekening (KGR) opgezet. Kern van een dergelijk construct is dat gezamenlijk het risico gedragen wordt en dat geen btw in rekening gebracht hoeft te worden over de dienstverlening. Het personeel is in dienst van de VNOG (Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland) en de VRGZ draagt bij op basis van een verdeelsleutel. Er is in beide gevallen geen sprake van een verbonden partij in die zin dat de VRGZ risico's draagt die vanuit de andere partij worden veroorzaakt anders dan vanuit de inhoudelijke samenwerking. Wel zijn er kosten gemoeid met het eventueel verbreken van het samenwerkingsverband.

Behoud en binden van onze medewerkers vormt een belangrijk doel van de organisatie. Dat doen we door aandacht te hebben voor wat er nodig is om het werk goed te kunnen doen. Dit is voor iedereen anders en daar vervult een leidinggevende een sleutelrol. Er wordt dan ook blijvend geïnvesteerd in leiderschapsontwikkeling. Met het instrument Strategische Personeelsplanning wordt getracht beter in te kunnen spelen op (voorziene) ontwikkelingen en daarmee wordt de wendbaarheid van de organisatie vergroot.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

39

6 Financiële begroting

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

40

6 Financiële begroting In hoofdstuk 6 wordt aan de hand van de balans en de overzichten baten en lasten uiteengezet wat voor 2025 tot en met 2028 verwacht wordt. Ook wordt het verloop van de reserves en voorzieningen uiteengezet en de meerjareninvesteringsplanning weergegeven.

6.1 Baten en lasten Veiligheidsregio Gelderland-Zuid In onderstaande tabel zijn de baten en lasten van de VRGZ weergegeven. Overzicht baten en lasten VRGZ (x € 1.000,-)

Realisatie Gewijzigde Begroting 2023 begroting 2025 2024

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Baten Budget aanvaardbare kosten

30.745

32.851

35.838

35.838

35.838

35.838

Rijksbijdragen

13.123

9.864

10.663

10.965

10.965

10.965

Gemeentelijke bijdragen

45.620

48.761

51.844

51.844

51.844

52.384

Opbrengsten bedrijfsvoering

3.432

3.987

4.159

4.059

4.059

4.059

Overige opbrengsten

2.652

723

1.371

1.371

1.371

1.371

Totaal baten

95.572

96.186

103.875

104.077

104.077 104.617

Personeelskosten

67.240

71.793

77.417

77.619

77.619

77.619

Kapitaallasten

6.953

8.619

8.831

8.831

8.831

8.831

Wagenpark en werkmaterieel

3.665

3.651

3.575

3.575

3.575

3.575

Communicatieapparatuur

3.726

3.604

4.020

3.920

3.920

3.920

Huisvestingskosten

4.394

4.677

4.973

4.973

4.973

4.973

Overige bedrijfskosten

7.352

5.150

5.379

5.379

5.379

5.379

Onvoorzien

0

218

239

239

239

239

Rentebaten

-1.027

-909

-825

-825

-825

-825

Rentelasten

901

944

985

985

985

985

Totaal lasten

93.204

97.747

104.594

104.696

Saldo van baten en lasten

2.368

-1.561

-719

-619

-619

-79

Toevoegingen reserves

1.013

0

0

0

0

0

Onttrekkingen reserves

1.721

1.461

619

619

619

79

Geraamd resultaat

3.076

-100

-100

0

0

0

Lasten

104.696 104.696

Tabel 11: overzicht baten en lasten veiligheidsregio

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

41

6.2 Baten en lasten Crisis- en Rampenbestrijding In onderstaande tabel zijn de baten en lasten weergegeven van het programma Crisis- en Rampenbestrijding. Overzicht baten en lasten Programma C&R (x € 1.000,-)

Realisatie 2023

Gew begr 2024

Begroting 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Rijksbijdragen

12.649

9.579

10.378

10.680

10.680

10.680

Gemeentelijke bijdragen

45.620

48.761

51.844

51.844

51.844

52.384

Opbrengsten bedrijfsvoering

3.432

3.987

4.159

4.059

4.059

4.059

Overige opbrengsten

1.996

613

1.191

1.191

1.191

1.191

Totaal baten

63.697

62.940

67.572

67.774

67.774

68.314

Personeelskosten

42.884

45.447

48.822

49.024

49.024

49.024

Kapitaallasten

5.891

7.057

7.154

7.154

7.154

7.154

Wagenpark en werkmaterieel

2.197

2.507

2.422

2.422

2.422

2.422

Communicatieapparatuur

3.035

3.093

3.328

3.228

3.228

3.228

Huisvestingskosten

4.386

4.672

4.924

4.924

4.924

4.924

Overige bedrijfskosten

3.376

1.472

1.242

1.242

1.242

1.242

Onvoorzien

0

218

239

239

239

239

Rentebaten

-1.027

-909

-825

-825

-825

-825

Rentelasten

901

944

985

985

985

985

Totaal lasten

61.643

64.501

68.291

68.393

68.393

68.393

Saldo van baten en lasten

2.054

-1.561

-719

-619

-619

-79

Toevoegingen reserves

1.013

0

0

0

0

0

Onttrekkingen reserves

1.721

1.461

619

619

619

79

Geraamd resultaat

2.762

-100

-100

0

0

0

Baten

Lasten

Tabel 12: overzicht baten en lasten programma C&R

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

42

Toelichting verschillen begroting 2025 en de gewijzigde begroting 2024 Hierna volgt een toelichting op de verschillen tussen de gewijzigde begroting 2024 en de begroting 2025. De toelichting die leidt tot de gewijzigde begroting 2024 is opgenomen in bijlage 7.3.1 Begrotingswijzigingen Crisis- en Rampenbestrijding.

Rijksbijdragen

799

De stijging van de BDuR wordt veroorzaakt door de toename van de extra middelen ten behoeve van crisisbeheersing en een indexering van 3%. Met het Algemeen Bestuur is afgesproken dat jaarlijks middels een uitvoeringsprogramma verantwoording wordt afgelegd en nieuwe voorstellen worden uitgewerkt voor besteding van deze middelen (zie ook eerste kolom in hoofdstuk 3).

Gemeentelijke bijdrage

3.083

De gemeentelijke bijdrage stijgt met € 3.083.000,- ten opzichte van de gewijzigde begroting 2024. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de indexering. Deze bedraagt conform BRN 4,62%2 (€ 2.253.000,-). Daarnaast zijn, zoals aangegeven in de Kaderbrief 2025, een aantal uitzettingen noodzakelijk als gevolg van autonome ontwikkelingen. Die hebben onder andere betrekking op natuurbrandbeheersing (€ 100.000,-), arbeidsmarktproblematiek (€ 140.000,-), juridische ondersteuning (€ 115.000,-) en advisering in het kader van Veilig bouwen (€ 95.000,-) (zie ook paragrafen 3.5, 5.4.5 en 7.1). Als gevolg van de gestegen prijzen voor energie en -belastingen stijgen de jaarlijkse energielasten (€ 165.000,-). De ontwikkelingen op het gebied van klimaat, verduurzaming en veranderde regelgeving vragen om innovatie op het gebied van onder andere energietransitie en speciale blussingen. Om tijdig te kunnen anticiperen op deze veranderingen is onderzoek en flexibel organiseren op deze gebieden noodzakelijk (€ 150.000,-, zie paragraaf 3.2 en 7.1). Ten behoeve van de versterking van de cyberweerbaarheid op basis van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid, de standaard die verplicht is voor overheidsorganisaties, vraagt het organiseren van de monitoring van dreigingen en kwetsbaarheden en de incident respons op digitale incidenten om extra formatie en software (€ 65.000,-).

2

Een gewogen percentage op basis van personele index (5,4%) en materiële index (2,8%)

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

43

Opbrengsten bedrijfsvoering

172

De VRGZ verzorgt de ondersteunende dienstverlening aan de GGD. In 2025 stijgt de doorbelasting met € 172.000,-. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de indexering en de uitbreiding van de formatie voor werving en selectie en informatiebeveiliging.

Overige opbrengsten

578

De kosten van het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) van de 24-uursdienst van de brandweer zijn de afgelopen jaren sterk gestegen als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving. Deze kosten worden vergoed door de Gemeente Nijmegen. Op basis van de uitzetting van de verwachte kosten voor 2025 (zie toelichting Personeelskosten) valt ook de ontvangen bijdrage hoger uit (€ 550.000,-). Daarnaast stijgen de opbrengsten als gevolg van indexering en overige kleine aanpassingen met € 28.000,-.

Personeelskosten

3.375

De stijging van de personeelskosten heeft de volgende oorzaken: ▪

De personeelslasten zijn conform de door het Algemeen Bestuur vastgestelde methodiek geïndexeerd met 5,40% (€ 2.157.000,-).

▪

De toename van handhavingszaken en maatwerkadviezen waarbij een juridische toets noodzakelijk is, juridische kwesties rondom overeenkomsten en maatschappelijke ontwikkelingen, de Omgevingswet, controle op inspectierapporten en ontwikkelingen in jurisprudentie leiden tot de noodzaak voor het aantrekken van een juridisch adviseur op dit gebied (€ 115.000,-). Daarnaast komt de Brandweer steeds meer in aanraking met juridische procedures. Op dit moment is de juridische kennis en capaciteit binnen de VRGZ onvoldoende aanwezig. Deze uitbreiding is nodig in relatie tot toetsing van de complexe dossiers (zie ook paragraaf 3.5).

▪

In de begroting 2024 heeft het bestuur VRGZ ingestemd met een uitbreiding van de formatie van de afdeling Veilig bouwen met 1 fte, waarna geëvalueerd zou worden of deze uitbreiding afdoende is om de continuïteit en de kwaliteit van de adviezen te kunnen garanderen. De reden van de uitbreiding was de toename van het aantal aanvragen: in 2017 verstrekte het team Veilig Bouwen iets meer dan 1.400 adviezen ten opzichte van bijna 1.900 in 2022. Uit de evaluatie is gebleken dat het aantal adviesaanvragen in 2023 wederom verder is toegenomen naar ruim 2.000. Daarnaast is ook in samenwerking met de omgevingsdiensten en de gemeenten gekeken hoe de werkprocessen zo optimaal mogelijk kunnen worden ingericht. De verwachting is echter dat het aantal aanvragen en de complexiteit ervan niet zullen afnemen. Om de continuïteit en de kwaliteit van de adviesaanvragen te kunnen garanderen is het voorstel is om nogmaals 1 fte toe te voegen aan het team Veilig Bouwen (€ 95.000,-). De VRGZ zal daarnaast blijven investeren in het aanscherpen van werkprocessen.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

44

▪

Ten behoeve van de versterking van crisisbeheersing wordt de formatie uitgebreid (€ 102.000,-). Deze uitzetting wordt gedekt vanuit de extra toegekende BDuR-middelen voor crisisbeheersing.

▪

In de afgelopen jaren is het in toenemende mate moeilijk gebleken om personeel te vinden en te behouden. Sommige functies moeten meerdere keren worden uitgezet om tot succesvolle werving te leiden. Als gevolg van het niet tijdig vinden van geschikt personeel blijven bepaalde werkzaamheden liggen en lopen de kosten voor interim-oplossingen, waaronder inhuur steeds verder op (zie ook paragraaf 5.4.5). Een uitbreiding van de formatie werving en selectie (€ 105.000,-) is noodzakelijk vanwege de sterke toename in het aantal vacatures (in 2023 waren er 90 vacatures). Daarnaast wordt extra ingezet op activiteiten werving en selectie en arbeidsmarktcommunicatie (€ 60.000,-).

▪

Ten behoeve van de informatieveiligheid wordt een Information Security Officer (ISO) aangetrokken (€ 90.000,-, zie ook toelichtingen Gemeentelijke bijdrage en Opbrengsten bedrijfsvoering).

▪

Als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving op het gebied van FLO zijn de kosten hiervoor de afgelopen jaren gestegen. In de begroting werd echter nog steeds uitgegaan van de oude systematiek en dus lagere kosten. Voor 2025 zijn de verwachte kosten in beeld gebracht, wat leidt tot een uitzetting ten opzichte van 2024 van € 550.000,-. Deze kosten worden vergoed door de Gemeente Nijmegen (zie ook toelichting Overige opbrengsten).

▪

Het Algemeen Bestuur heeft op 21 december 2023 ingestemd met deelname aan het gezamenlijke project Gebiedsgerichte aanpak Natuurbrandbeheersing van de provincie Gelderland en de veiligheidsregio’s Gelderland-Midden, Noord- en Oost-Gelderland en Gelderland-Zuid centraal, dat in 2024 en 2025 uitgevoerd wordt (zie ook paragraaf 2.3). In de beheerfase blijft extra capaciteit nodig om het project te borgen en blijvend te kunnen adviseren. Voor de advisering op het gebied van risicobeheersing en operationele voorbereiding is 1 fte extra capaciteit nodig (€ 100.000,-).

▪

Om meer grip te krijgen op het ziekteverzuim is met de nieuwe arbodienstverlener gekozen voor een andere manier van ondersteuning. Hierbij wordt meer gekeken naar goede advisering over inzetbaarheid op individueel niveau en aansluiting op de visie op verzuim. Daarnaast wordt ingezet op begeleiding van leidinggevenden op casusniveau, vaardigheden bij verzuimgesprekken en het voorkomen van verzuim. Deze bredere aanpak leidt tot een uitzetting van € 65.000,- die naar verwachting zal resulteren in een daling van het verzuim.

▪

De vrije ruimte voor de werkkostenregeling wordt jaarlijks vastgesteld op basis van een percentage van het fiscale loon van de hele organisatie. Omdat de loonsom van een vrijwilliger lager ligt dan van een fulltime medewerker valt de opbouw van de vrije ruimte procentueel lager uit ten opzichte van de uitnutting die voor elke medewerker gelijk is. Hierdoor wordt deze vrije ruimte jaarlijks structureel overschreden, ondanks een sober vergoedingsbeleid. Deze overschrijding leidt tot een extra eindheffing van 80% over de overschrijding. Op basis van de overschrijding van de afgelopen jaren wordt voor 2025 rekening gehouden van een eindheffing van € 150.000,-.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

45

▪

Ten behoeve van het project Digitaal centraal (optimalisatie van archiefbeheer) zijn de afgelopen jaren incidenteel extra inhuurbudgetten toegekend. In 2025 zijn deze budgetten komen te vervallen wat leidt tot een positief verschil van € 144.000,-.

▪

Daarnaast leidt een mix van kleine budgetbijstellingen per saldo tot een daling ten opzichte van 2024 van € 70.000,-.

Kapitaallasten

97

De kapitaallasten bestaan uit twee componenten namelijk afschrijvingskosten en toegerekende rente. De afschrijvingskosten stijgen conform de indexering. De toegerekende rente stijgt echter minder hard dan de indexering. De toegerekende rente wordt berekend over de gemiddelde boekwaarde van de activa. Doordat de afgelopen jaren investeringen zijn uitgesteld als gevolg van leveringsproblemen, langere doorlooptijden bij aanbestedingstrajecten en een kritische beoordeling van de technische levensduur daalt de gemiddelde boekwaarde van de activa en dus ook de toegerekende rente. Deze lagere rentetoerekening leidt tot een lager renteresultaat en verloopt per saldo budgettair neutraal (zie toelichting Rentebaten en -lasten verderop in deze paragraaf). Prijsstijgingen op voertuigen, bepakkingen en overig materieel van 30% tot 40% zijn merkbaar in de laatste aanbestedingen en blijken uit aanzeggingen van leveranciers. Deze prijsstijging heeft nog een beperkte invloed op de kapitaallasten van de begroting 2025 omdat de investeringsplanning voor dit jaar relatief laag is. Met ingang van 2026 zullen de kapitaallasten hierdoor echter aanzienlijk gaan stijgen als gevolg van de geplande vervangingsinvesteringen.

Wagenpark en werkmaterieel

-85

Ter voorbereiding op de veranderde wetgeving inzake PFAS-vrije blusmiddelen per 1 januari 2025 zijn de afgelopen jaren incidenteel extra uitgaven gedaan ten behoeve van de transitie van schuimvormend middel (SVM) met fluor naar fluorvrij SVM. Deze transitie wordt afgerond in 2024 waardoor een positief verschil ten opzichte van de begroting 2025 ontstaat van € 184.000,-. De onderhoudslasten stijgen ten opzichte van 2024 harder dan de indexering (€ 34.000,-). Met name het onderhoud op de blusboten valt hoger uit. Het resterende verschil van € 65.000,- wordt veroorzaakt door indexering.

Communicatieapparatuur

235

Ten behoeve van informatieveiligheid, informatiegestuurde veiligheid en de versterking van crisisbeheersing wordt nieuwe software geïmplementeerd. Daarnaast stijgen de kosten van licenties als gevolg van het aantal gebruikers. In totaal leidt dit tot een stijging van € 125.000,-. De kosten ten behoeve van de versterking van crisisbeheersing worden gefinancierd uit de extra BDuR-middelen.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

46

De indexering bedraagt € 87.000,- en een mix van kleine budgetbijstellingen leidt per saldo tot een stijging ten opzichte van 2024 van € 23.000,-.

Huisvestingskosten

252

De prijsstijging van een aantal grote contractpartners leidt tot hogere kosten voor preventief en correctief onderhoud (€ 60.000,-). Als gevolg van de gestegen prijzen voor energie en -belastingen stijgen de jaarlijkse energielasten (€ 165.000,-). In de begroting 2024 was een incidenteel budget opgenomen voor de aanpassingen in het kader van de gewijzigde wettelijke normen voor diesel motor emissie (DME). Omdat deze kosten geen onderdeel meer uitmaken van de begroting 2025 leidt dit tot een positief verschil van € 124.000,-. Het resterende verschil wordt veroorzaakt door indexering (€ 115.000,-) en een mix van kleine aanpassingen van diverse budgetten, waaronder huur en servicelasten van in totaal € 36.000,-.

Overige bedrijfskosten

-230

De doorbelasting naar de AZGZ stijgt ten opzichte van 2024 met € 495.000,-. Daarvan is € 107.000,het gevolg van indexatie. Het restant van € 388.000,- wordt veroorzaakt door een aantal aspecten. De toegenomen formatie bij AZGZ is medebepalend voor de verdeelsleutel van de sector Bedrijfsvoering. Daarnaast zijn de dotatie aan de voorziening groot onderhoud en de reguliere huisvestingskosten gestegen voor de AZGZ- en gedeelde locaties, waardoor de doorbelaste kosten hoger uitvallen. Gedurende 2023 en 2024 hebben binnen de sector Bedrijfsvoering op meerdere fronten doorontwikkelingen plaatsgevonden en dit heeft geleid tot toegenomen (personele) lasten binnen met name de afdelingen HRM en Informatievoorziening. Tevens is een structuurwijziging doorgevoerd en is de afdeling Communicatie met ingang van 2024 onderdeel geworden van de sector Bedrijfsvoering. De bijbehorende doorbelasting naar de AZGZ is met ingang van de begroting 2025 verwerkt. De ontwikkelingen op het gebied van onder andere klimaat, verduurzaming en energietransitie en veranderde regelgeving vragen om continue innovatie. Deze veranderingen zijn een gegeven en vragen om een organisatie die hierop kan inspelen. Om dit toekomstproof te maken is een extra investering in kennis, kunde en materieel nodig (€ 150.000,-, zie ook paragraaf 3.2). Als gevolg van indexering stijgen de overige bedrijfskosten met € 91.000,-.

De resterende stijging ad € 24.000,- wordt veroorzaakt door een mix van diverse kleine budgetaanpassingen.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

47

Onvoorzien

21

De post onvoorzien bedraagt 0,35% van het begrotingstotaal. Als gevolg van de toename van de begrote baten en lasten stijgt deze post met € 21.000,-.

Rentebaten en -lasten

-125

Conform het BBV worden rentelasten toegerekend aan de activa tegen het bestuurlijk vastgestelde percentage van 1,25%. De tegenboeking hiervan wordt verantwoord als een opbrengst in het renteresultaat. Als gevolg van de lagere boekwaarde door uitgestelde investeringen valt de intern doorbelaste rente lager uit (zie toelichting Kapitaallasten). Hierdoor daalt het renteresultaat met (€ 89.000,-). Daarnaast stijgen als gevolg van nieuw afgesloten leningen de rentelasten ten opzichte van de begroting 2024 met € 36.000,-.

Mutaties bestemde reserves

-842

In de bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden was een bedrag opgenomen voor het project Digitaal centraal (optimalisatie van archiefbeheer). De laatste uitgaven hiervoor staan gepland voor 2024, de bestemde reserve valt in 2024 dus volledig vrij (€ 145.000,-). Ook de resterende uitgaven in het kader van de transitie naar fluorvrije schuimblusmiddelen en als gevolg van de aangepaste wettelijke normen voor diesel motor emissie vinden in 2024 plaats, waardoor de daarvoor bestemde reserve duurzaamheid volledig in 2024 vrijvalt (€ 308.000,-). Daarnaast is in 2023 een bestemde reserve gevormd voor de toegekende extra BDuR-middelen ten behoeve van de versterking van crisisbeheersing. Een deel van deze middelen wordt in 2024 ingezet (€ 389.000,-). Het uitvoeringsprogramma wordt in de loop van 2024 bijgesteld op basis van nieuwe ontwikkelingen en inzichten, waarbij ook rekening zal worden gehouden met het resterende beschikbare deel van de bestemde reserve.

Meerjarige mutaties Meerjarig is de oplopende Rijksbijdrage (BDuR) verwerkt in de kosten en in de opbrengsten. Dit verloopt per saldo kostenneutraal. Vanaf 2026 blijft de bijdrage voor de versterking van crisisbeheersing gelijk. In 2024 en 2025 is incidenteel een extra bedrag opgenomen voor lasten die voortvloeien uit het aanbestedingstraject voor de kantoorautomatisering en de implementatie daarvan, deze komen met ingang van 2026 te vervallen. De in 2023 uitgevoerde herziening van het meerjarenonderhoudsplan leidt tot een stijging van de jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud van € 619.000,-. Ten laste van het positieve resultaat van 2023 is een bestemde reserve gevormd om deze uitzetting de komende jaren te

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

48

dekken. Begin 2028 resteert in deze reserve echter nog een bedrag van € 79.000,- (zie ook paragraaf 6.5), het resterende gedeelte van de uitzetting van de dotatie zal vanaf dat moment aan de gemeentelijke bijdrage worden toegevoegd (€ 540.000,- in 2028). Met ingang van 2029 zal het volledige bedrag van € 619.000,- onderdeel uit gaan maken van de gemeentelijke bijdrage.

GHOR De GHOR is een onderdeel van de begroting van de VRGZ onder leiding van de DPG (Directeur Publieke Gezondheid). Het deel in de VRGZ-begroting 2025 dat voor de GHOR aangemerkt wordt is € 1.903.000,-.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

49

6.3 Baten en lasten Regionale Ambulancevoorziening Overzicht baten en lasten Programma RAV (x € 1.000,-)

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

30.745

32.851

35.838

35.838

35.838

35.838

Rijksbijdragen

474

285

285

285

285

285

Overige opbrengsten

656

110

180

180

180

180

31.875

33.246

36.303

36.303

36.303

36.303

Personeelskosten

24.356

26.346

28.595

28.595

28.595

28.595

Kapitaallasten

1.062

1.562

1.677

1.677

1.677

1.677

Wagenpark en werkmaterieel

1.468

1.144

1.153

1.153

1.153

1.153

691

511

692

692

692

692

8

5

49

49

49

49

Overige bedrijfskosten

3.976

3.678

4.137

4.137

4.137

4.137

Totaal lasten

31.561

33.246

36.303

36.303

36.303

36.303

Saldo van baten en lasten

314

0

0

0

0

0

Toevoegingen reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekkingen reserves

0

0

0

0

0

0

314

0

0

0

0

0

Baten Budget aanvaardbare kosten

Totaal baten Lasten

Communicatieapparatuur Huisvestingskosten

Geraamd resultaat

Tabel 13: baten en lasten programma RAV

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

50

Toelichting verschillen begroting 2025 en de begroting 2024 Hierna volgt een toelichting op de verschillen tussen de begroting 2025 en de begroting 2024. De toelichting die leidt tot de gewijzigde begroting 2024 is opgenomen in bijlage 7.3.2 Begrotingswijzigingen RAV. De RAV wordt gefinancierd via zorgverzekeraars. Dat betekent dat in het najaar het budget voor het volgende jaar afgesproken wordt. Dit heeft ook invloed op de lopende begroting, in dit geval 2024, en geeft een voortschrijdend inzicht voor de begroting 2025. Omdat dit geen invloed heeft op gemeenten, worden alleen budgettair neutrale begrotingswijzigingen doorgevoerd (zie paragraaf 7.3.2), de overige ontwikkelingen worden verwerkt in de tussentijdse rapportages.

Budget aanvaardbare kosten (BAK)

2.987

De stijging van het BAK wordt veroorzaakt door drie grote veranderingen. Als eerste is er het indexatie-effect. AZGZ heeft een index toegepast van 10% voor de personele lasten en 2,8% voor de materiële lasten. De personele kosten zijn de afgelopen jaren gestegen als gevolg van cao-afspraken over het salaris. Daarnaast is de definitieve index voor 2023 hoger dan vooraf verwacht, wat ook doorwerkt in de begroting 2025. Samen leidt dit tot een aanpassing van € 2.276.000,-. De tweede grote verandering is het aantal diensten op de meldkamer. In de begroting 2024 is uitgegaan van een stijging van het aantal te leveren diensten op de meldkamer. Dat aantal is voor 2025 naar beneden bijgesteld naar een rooster van 3,5 dagdiensten, 3 avonddiensten en 2,8 nachtdiensten. Het aantal van 3,5 komt doordat samen met Gelderland-Midden 7 diensten worden geleverd. 0,8 dienst wordt verklaard doordat 5 regio’s samen 4 diensten leveren, wat leidt tot 0,8 voor AZGZ. Het budget daalt hierdoor met € 271.000,-. De overgang naar de meldkamer in Apeldoorn heeft ook tot een aantal kosten geleid voor de samenwerking aldaar, zoals een coördinator op het 112-team. Een deel van het meldkamerproces wordt decentraal vanuit Arnhem uitgevoerd en ook hier zijn extra kosten mee gemoeid, bijvoorbeeld voor huisvesting, maar ook voor de communicatie via een push-to-talk systeem.

Met verzekeraars zijn afspraken gemaakt om deze kosten (€ 292.000,-) vergoed te krijgen. De derde verandering betreft een aanpassing voor directie en administratie. Dit komt door een stijging van de doorbelasting vanuit ondersteunende diensten. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de toegenomen formatie bij AZGZ. Dit is medebepalend voor de verdeelsleutel van de sector Bedrijfsvoering. Daarnaast zijn de dotatie aan de voorziening groot onderhoud en de reguliere huisvestingskosten gestegen voor de AZGZ- en gedeelde locaties, waardoor de doorbelaste kosten hoger uitvallen. Gedurende 2023 en 2024 hebben binnen de sector Bedrijfsvoering op meerdere fronten doorontwikkelingen plaatsgevonden en dit heeft geleid tot toegenomen (personele) lasten binnen met name de afdelingen HRM en Informatievoorziening. Tevens is een structuurwijziging doorgevoerd en is de afdeling Communicatie met ingang van 2024 onderdeel geworden van de sector Bedrijfsvoering. De bijbehorende doorbelasting naar de AZGZ is met ingang van de begroting 2025 verwerkt. Hier zijn ook opbrengsten voor opgenomen in de begroting. De verwachte kosten voor oninbare vorderingen daalt. Samen leiden deze aanpassing tot een budgetverhoging van € 592.000,-.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

51

Tot slot is het budget voor het aantal voertuigen bijgesteld met drie ambulances, passend bij het aantal dat rondrijdt om het totaal aantal diensten te leveren. Ondanks het gestegen aantal diensten, loopt de productie iets terug. Dit heeft invloed op de kilometer- en brandstofvergoeding. Per saldo stijgt dit budget met € 100.000,-.

Overige opbrengsten

70

In de overige opbrengsten zijn de opbrengsten voor detacheringscontracten opgenomen. In samenwerking met AZGM wordt gebruik gemaakt van een gezamenlijke planner. Daarnaast is er een samenwerkingsverband met het Radboud UMC om SEH- en IC-verpleegkundigen uit te wisselen met ambulanceverpleegkundigen. Samen leidt dit tot een bijstelling van € 70.000,-.

Personeelskosten

2.249

De personeelskosten stijgen naar verwachting met 5% als gevolg van indexatie voor 2025 (€ 2.470.000,-). Daarnaast is de loonsom voor 2024 hoger dan de begrote 5% stijging. In 2023 zijn de lonen namelijk met 10% gestegen als gevolg van cao-afspraken, waardoor salarissen in 2024 5% hoger zijn dan begroot. Nu de inrichting van de Meldkamer Oost-Nederland (MKON) duidelijk is geworden qua aantal diensten voor AZGZ, is de formatieruimte hiervoor bijgesteld. Dat betekent dat AZGZ minder diensten levert dan aanvankelijk is begroot voor 2024. Dat aantal bleek te hoog. Dit leidt tot een daling van personeelskosten van € 271.000,-. Het aantal ambulances is uitgebreid passend bij het aantal diensten. Mede hierdoor is uitbreiding op het bedrijfsbureau nu nodig. Dat leidt tot een uitbreiding van 1 fte. Daarnaast wordt secretariële ondersteuning uitgebreid. Samen leidt dit tot een stijging van € 123.000,-. Tot slot zijn de overige personeelskosten op basis van de realisatie in eerdere jaren naar beneden bijgesteld (€ 73.000,-).

Kapitaallasten

115

De kapitaallasten zijn in 2025 € 115.000,- hoger dan in de begroting 2024. Dit komt door een groot volume investeringen in 2024. De kapitaallasten van die investeringen landen in 2024 maar voor 6 maanden in dat jaar. In 2025 lopen ze het volledige jaar door, vandaar een verdere stijging in 2025.

Communicatieapparatuur

181

De stijging van de uitgaven aan communicatieapparatuur wordt veroorzaakt door de stijging van softwarepakketten en -licenties en het dataverbruik. Dat laatste houdt verband met het gebruik van push-to-talk communicatiesysteem (€ 132.000,-).

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

52

Op het gebied van software zijn twee nieuwe licenties opgenomen voor een intelligente tooling voor het plaatsen van diensten. Daarnaast is de planmodule voor gepland vervoer opgenomen. Samen met een paar kleine aanpassingen bedraagt de bijstelling op licenties € 49.000,-.

Huisvestingskosten

44

De huisvestingskosten zijn opgehoogd om de kosten van de decentrale locatie meldkamer te dekken (€ 44.000,-). Dit gaat om de zorgcoördinatievoorziening op de Beekstraat in Arnhem.

Overige bedrijfskosten

459

De kosten voor doorbelastingen vanuit Bedrijfsvoering stijgen (€ 495.000,-), zie voor de toelichting onder 6.3.1. Budget aanvaardbare kosten. Daarnaast wordt in 2025 minder externe expertise ingehuurd (€ 36.000,-).

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

53

6.4 Uiteenzetting financiële positie In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van de balanspositie opgenomen. Activa

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

63.115

75.297

72.110

77.416

80.784

86.203

Vaste Activa Materiële vaste activa Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Debiteuren

4.139

4.139

4.139

4.139

4.139

4.139

162

162

162

162

162

162

Uitzettingen Rijksschatkist

3.950

3.950

3.950

3.950

3.950

3.950

Overige vorderingen

2.688

2.688

2.688

2.688

2.688

2.688

223

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Liquide middelen

126

126

126

126

126

126

Overlopende activa

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Totaal

75.403

87.362

84.175

89.481

92.849

98.268

Debiteuren openbare lichamen

Nog in tarieven te verrekenen Sluitpost (incl. rekeningcourant)

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

54

Passiva

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Res. aanvaardbare kosten RAV

2.631

2.944

2.944

2.944

2.944

2.944

Subtotaal programma RAV

2.631

2.944

2.944

2.944

2.944

2.944

Algemene reserve C&R

2.978

3.085

2.985

2.985

2.985

2.985

Uitgestelde werkzaamheden

145

0

0

0

0

0

Duurzaamheid

308

0

0

0

0

0

1.013

624

624

624

624

624

0

1.936

1.317

698

79

0

Subtotaal programma C&R

4.444

5.645

4.926

4.307

3.688

3.609

Resultaat

3.076

Totaal Eigen vermogen

10.151

8.589

7.870

7.251

6.632

6.553

2.877

2.243

1.590

1.404

818

349

Niet-actieven

111

30

0

0

0

0

Verlofsparen

3.069

3.169

3.269

3.369

3.469

3.569

6.057

5.442

4.859

4.773

4.287

3.918

58.000

57.500

57.500

56.500

Vaste Passiva Eigen vermogen*

Versterking crisisbeheersing Herziening MJOP

Voorzieningen Groot onderhoud

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van > 1 jaar Langlopende leningen

47.150

56.650

Vlottende Passiva Vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Sluitpost (incl. rekening-courant)

0

4.636

1.401

7.912

12.385

19.252

Kortlopende schulden

8.366

8.366

8.366

8.366

8.366

8.366

Overlopende passiva

3.679

3.679

3.679

3.679

3.679

3.679

Totaal

75.403

87.362

84.175

89.481

92.849

98.268

EMU-saldo **

-54.691

-14.357

1.885

-6.011

-4.473

-5.867

Tabel 14: verwachte balanspositie * Uitgangspunt is dat het voorstel voor (toekomstige) resultaatbestemming door het Algemeen Bestuur wordt goedgekeurd. De standen zijn vanaf de kolom begroting 2024 bijgewerkt op basis van de jaarrekening 2023 tenzij andere gegevens voorhanden zijn. ** Conform model berekening CBS

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

55

6.5 Stand en verloop voorzieningen en reserves Reserves Bedragen * € 1.000,-

Stand eind Storting 2024 2025

Onttrekking 2025

Verwachting ultimo 2025 2026 2027 2028

Algemene reserve C&R

3.085

0

100

2.985

2.985

2.985

2.985

Reserve aanvaardbare kosten

2.944

0

0

2.944

2.944

2.944

2.944

624

0

0

624

624

624

624

1.936

0

619

1.317

698

79

0

8.589

0

719

7.870

7.251

6.632

6.553

Bestemde reserve versterking crisisbeheersing Bestemde reserve herziening MJOP Totaal reserves

Tabel 15: stand en verloop reserves

Voorzieningen Bedragen * € 1.000,-

Stand eind 2024

Voorziening groot onderhoud

Storting Onttrekking 2025 2025

Verwachting ultimo 2025 2026 2027 2028

2.243

1.953

2.606

1.590

1.404

818

349

Voorziening niet actieven

30

0

30

0

0

0

0

Voorziening verlofsparen

3.169

200

100

3.269

3.369

3.469

3.569

Totaal voorzieningen

5.442

2.153

2.736

4.859

4.773

4.287

3.918

Tabel 16: stand en verloop voorzieningen

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

56

6.6 Incidentele baten en lasten en structureel evenwicht Het BBV definieert incidentele baten en lasten als volgt: Incidentele baten en lasten betreffen die posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden. Het gaat om eenmalige zaken en om (meerjarige) projecten of subsidies als deze eveneens het karakter van tijdelijkheid c.q. eindig doel hebben. Incidentele baten en lasten VRGZ Bedragen * € 1.000,-

2025

2026

2027

2028

Totaal incidentele baten

100

0

0

0

Totaal incidentele lasten

200

0

0

0

Tabel 17: incidentele baten en lasten VRGZ

De incidentele baten en lasten betreffen de uitgaven voor de aanbesteding ten behoeve van de kantoorautomatisering en de gedeeltelijke doorbelasting daarvan naar de GGD GZ. Per saldo is er een incidenteel tekort van € 100.000,-.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

57

6.7 Investeringsplanning Bedragen * € 1.000,-

Vanuit JR 2023

Begro ting 2024

Gew. Begroting begr. 2025 2024

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Automatisering

0

0

0

0

0

0

0

Inventaris

0

0

0

0

0

0

0

Verbindingsmidd. & comm.techn.

513

457

971

0

566

1.221

0

Vakbekwaamheidsmiddelen

35

30

65

0

0

0

0

Ademlucht

231

100

331

276

0

0

0

Repressieve kleding

886

59

945

2.145

135

170

135

1.117

159

1.276

2.421

135

170

135

2.222

2.888

5.110

1.113

4.267

4.813

8.828

265

462

726

288

355

1.311

707

Vaartuigen

0

0

0

0

760

0

0

Bepakkingen vaartuigen

0

0

0

52

0

0

0

Containers

0

0

0

0

0

0

0

Totaal voertuigen

2.487

3.350

5.836

1.453

5.373

6.124

9.535

Totaal sector Brandweer

4.152

3.996

8.148

3.874

6.073

7.514

9.670

Verbindingsmidd. & comm.techn.

0

0

0

0

0

0

0

Inventaris

36

0

36

0

0

0

0

Repressieve kleding

0

0

0

0

0

0

0

Automatisering

111

90

237

20

20

26

20

Totaal sector Crisisbeheersing

147

90

237

20

20

26

20

Sector Brandweer

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

Totaal PBM

Voer- en vaartuigen Voertuigen Bepakkingen voertuigen

Sector Crisisbeheersing

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

58

Bedragen * € 1.000,-

Vanuit JR 2023

Begr 2024

Gew. begr. 2024

Begr 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Automatisering

58

100

158

0

0

0

0

Verbindingsmidd. & comm.techn.

67

33

100

0

0

0

0

Werkkleding

0

300

300

0

0

400

0

Inventaris

0

0

0

0

0

0

0

176

210

386

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Voertuigen

2.102

713

2.814

130

1.721

493

1.100

Totaal sector RAV

2.402

1.323

3.725

130

1.721

893

1.100

1.149

467

1.615

480

275

485

195

Inventaris

32

125

157

125

125

125

125

Voertuigen en bepakkingen

0

0

0

0

0

0

0

559

140

699

190

140

140

140

Gebouwen

0

3.805

3.805

0

3.321

1.694

1.750

Terreinen

0

1.455

1.455

0

1.447

753

1.000

Inventaris

0

0

0

0

0

0

0

1.739

5.992

7.731

795

5.338

3.197

3.210

Voertuigen

0

50

50

0

0

0

60

Totaal Staf

0

0

0

50

0

0

0

8.440

11.450

19.891

4.819

13.153

11.630

14.060

Sector RAV

Inventaris medisch Verbouwingen

Ondersteunende diensten Automatisering

Vastgoed Verbouwingen

Totaal Bedrijfsvoering Staf

Totaal investeringsplanning

Tabel 18: investeringsplanning

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

59

7 Bijlagen

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

60

7 Bijlagen 7.1 Bijdragen deelnemende gemeenten Gemeenten

Aantal inwoners*

Gemeentelijke bijdrage 2024

Index 2025 (4,62%)

Natuurbrand beheersing

Innovatie brandweer

Arbeidsmarkt problematiek

Berg en Dal

35.920

2.817.715

130.178

5.779

8.668

8.090

6.645

5.490

Beuningen

26.673

1.713.249

79.152

3.513

5.270

4.919

4.041

3.338

Buren

27.798

2.601.685

120.198

5.335

8.003

7.470

6.136

5.069

Culemborg

29.924

2.383.322

110.110

4.888

7.332

6.843

5.621

4.643

Druten

19.700

1.313.838

60.699

2.694

4.042

3.772

3.099

2.560

Heumen

16.930

1.467.811

67.813

3.010

4.515

4.214

3.462

2.860

Maasdriel

26.153

2.141.460

98.935

4.392

6.588

6.148

5.050

4.172

Neder-Betuwe

25.574

1.973.012

91.153

4.046

6.069

5.665

4.653

3.844

Nijmegen

185.750

16.937.880

782.530

34.737

52.105

48.631

39.947

33.000

Tiel

42.900

3.223.458

148.924

6.611

9.916

9.255

7.602

6.280

West Betuwe

52.910

4.813.574

222.387

9.872

14.808

13.821

11.353

9.378

West Maas en Waal

20.250

1.751.505

80.920

3.592

5.388

5.029

4.131

3.412

Wijchen

42.303

3.099.141

143.180

6.356

9.534

8.898

7.309

6.038

Zaltbommel

30.650

2.523.187

116.571

5.175

7.762

7.245

5.951

4.916

Totaal

583.435

48.760.837

2.252.750

100.000

150.000

140.000

115.000

95.000

Juridische Formatie ondersteuning Veilig bouwen

Tabel 19: opbouw gemeentelijke bijdrage 2025 t/m 2028 *

Bron: inwonersaantallen uit de Begrotingsrichtlijnen 2025 voor gemeenschappelijke regelingen in de regio Nijmegen (BRN).

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

61

Gemeenten

Informatie veiligheid

Energielasten

Gemeentelijke bijdrage 2025

Gemeentelijke bijdrage 2026

Gemeentelijke bijdrage 2027

Herziening MJOP

Gemeentelijke bijdrage 2028

Berg en Dal

3.756

9.535

2.995.856

2.995.856

2.995.856

31.205

3.027.061

Beuningen

2.284

5.797

1.821.563

1.821.563

1.821.563

18.973

1.840.536

Buren

3.468

8.804

2.766.168

2.766.168

2.766.168

28.812

2.794.980

Culemborg

3.177

8.065

2.534.001

2.534.001

2.534.001

26.394

2.560.395

Druten

1.751

4.446

1.396.901

1.396.901

1.396.901

14.550

1.411.451

Heumen

1.957

4.967

1.560.609

1.560.609

1.560.609

16.255

1.576.864

Maasdriel

2.855

7.246

2.276.846

2.276.846

2.276.846

23.716

2.300.562

Neder-Betuwe

2.630

6.676

2.097.748

2.097.748

2.097.748

21.850

2.119.598

Nijmegen

22.579

57.316

18.008.725

18.008.725

18.008.725

187.578

18.196.303

Tiel

4.297

10.908

3.427.251

3.427.251

3.427.251

35.698

3.462.949

West Betuwe

6.417

16.288

5.117.898

5.117.898

5.117.898

53.308

5.171.206

West Maas en Waal

2.335

5.927

1.862.239

1.862.239

1.862.239

19.397

1.881.636

Wijchen

4.131

10.487

3.295.074

3.295.074

3.295.074

34.321

3.329.395

Zaltbommel

3.363

8.538

2.682.708

2.682.708

2.682.708

27.943

2.710.651

Totaal

65.000

165.000

51.843.587

51.843.587

51.843.587

540.000

52.383.587

Tabel 19: opbouw gemeentelijke bijdrage 2025 t/m 2028

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

62

Toelichting op de wijzigingen

Index 2025 Indexering van de gemeentelijke bijdrage vindt plaats op basis van het vastgestelde percentage uit de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen (BRN).

Natuurbrandbeheersing Het Algemeen Bestuur heeft op 21 december 2023 ingestemd met deelname aan het gezamenlijke project Gebiedsgerichte aanpak Natuurbrandbeheersing van de provincie Gelderland en de veiligheidsregio’s Gelderland-Midden, Noord- en Oost-Gelderland en Gelderland-Zuid centraal, dat in 2024 en 2025 uitgevoerd wordt (zie ook paragraaf 2.3). In de beheerfase blijft extra capaciteit nodig om het project te borgen en blijvend te kunnen adviseren. Voor de advisering op het gebied van risicobeheersing en de operationele voorbereiding is 1 fte extra capaciteit nodig.

Innovatie Brandweer De verdichting in de samenleving neemt zowel qua fysieke inrichting als aantal inwoners steeds verder toe. Multifunctioneel gebruik van ruimte ook. Kleine incidenten kennen daardoor al snel grote gevolgen en groeien sneller uit tot crises. Landelijk onderzoek spreekt van een ontwikkeling waarbij incidenten steeds gevaarlijker, heftiger, groter, complexer en viezer worden. We zien dat er meer situaties ontstaan waarbij het te gevaarlijk of te ingewikkeld is om alleen brandweermensen ter plekke in te zetten. Dit vraagt om andere manieren van werken en om ontwikkelingen die menselijke inzet in gevaarlijke omstandigheden beperken, zoals het werken met onderwaterdrones bij personen of voertuigen te water. Complexere incidenten vragen daarnaast ook om slimmere oplossingen waarbij ook informatiegestuurd werken een belangrijke rol heeft. Door het ontwikkelen van tools en technieken die datagedreven werken kunnen specialistische kennis en handelingsperspectieven beschikbaar gemaakt worden voor de veiligheidsprofessional op straat. Ook dat draagt bij aan snel en adequaat optreden om incidenten klein te houden. Daarnaast dwingen ontwikkelingen op het gebied van onder andere klimaat, verduurzaming, energietransitie en veranderde regelgeving de brandweer om mee te bewegen, bijvoorbeeld door het gebruik van fluorvrij blusschuim.

In een veranderende samenleving moeten we ons dus inspannen om een slagvaardige, snelle en wendbare brandweer te houden die over de nodige kennis en materialen kan beschikken om goed en veilig incidenten te bestrijden. Niet investeren hierin betekent dat we op termijn onvoldoende zullen kunnen meebewegen. De ruimte die ontstaat door de herverdeling zoals voorgesteld in het dekkingsplan zal voor deze innovatie en kennisontwikkeling worden aangewend; om dit toekomstproof te maken is echter een extra investering in kennis, kunde en materieel nodig. Het nu voorgestelde bedrag is een verdere bijdrage aan deze noodzakelijke innovatie.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

63

Arbeidsmarktproblematiek Evenals veel gemeenten hebben wij de afgelopen jaren in toenemende mate moeite om personeel te vinden en te behouden. Sommige functies moeten meerdere keren worden uitgezet om tot succesvolle werving te leiden. Als gevolg van het niet tijdig vinden van geschikt personeel blijven bepaalde werkzaamheden liggen, daarnaast lopen de kosten voor interim-oplossingen, waaronder inhuur steeds verder op. Een uitbreiding van de formatie voor werving en selectie is noodzakelijk vanwege de sterke toename in het aantal vacatures (90 vacatures in 2023). Daarnaast wordt extra ingezet op activiteiten voor werving en selectie en arbeidsmarktcommunicatie. Het is vaker nodig om meermaals en in meerdere rondes te adverteren om geschikt personeel aan te trekken. De krapte op de arbeidsmarkt blijft naar verwachting de komende jaren bestaan. Om continuïteit te bieden in onze dienstverlening moeten wij blijvend inspelen op de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt. Wanneer wij niet de juiste inspanning op werving en behoud kunnen leveren, lopen wij een risico niet tijdig de juiste mensen te vinden. Dit leidt tot een toename in werkdruk, waardoor ook de primaire processen onder druk komen te staan. Daarnaast kan hogere werkdruk ertoe leiden dat medewerkers eerder ander werk zoeken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14249478/2