Begroting 2025-2028
Tekst van het document
jaarrekening 2023
Begroting 2025
Verschil
242 3.919 315 225 330 123 475 218 313 125 6.285
242 3.919 315 225 330 373 475 218 313 0 6.410
0 0 0 0 0 250 0 0 0 -125 125
Pluspakket 13 Risico's uitvoering pluspakket activiteiten Totaal Pluspakket
0 0
0 0
0 0
Bedrijfsafval 2 Prijsontwikkeling papier Totaal Bedrijfsafval
60 60
60 60
0 0
775 351 1.126
889 351 1.240
114 0 114
7.471
7.710
239
Bedrijfsvoering 1 Gekwantificeerde risico's (10% taakveld 0.4) 2 Vermogensbuffer (1% leningportefuille) Totaal Bedrijfsvoering Totaal alle programma's Tabel 16: Ontwikkeling financiële risico’s Avri
27
Toelichting risico’s Programma Afval en Integraal Beheer Openbare Ruimte 6 - Onzeker doelvermogen voor nazorg stortplaats; niet gewijzigd De provincie en Avri hebben in december 2020 een bestuurlijk akkoord gesloten voor uitstel van de overdracht van de stortplaats van Avri. Dit akkoord heeft als doel om de kortetermijneffecten voor de gemeenten te verminderen. Die waren ontstaan door het besluit van Provinciale Staten in oktober 2020 om de rekenrente te verlagen. Kernpunt in het bestuurlijk akkoord is het uitstellen van het moment van overdracht voor onbepaalde tijd. In 2031 besluit de provincie na overleg met de Avri-gemeenten over het overdrachtsmoment. Tot dat moment zijn alle risico’s (zowel technisch als financieel) voor rekening van Avri. Hierbij is ook afgesproken dat we jaarlijks overleg voeren over de technische en juridische aspecten van de nazorg, zowel bestuurlijk als financieel. Dat geeft de betrokken partijen de tijd voor het doorvoeren van maatregelen, die een efficiënte nazorg waarborgen. Ook is er tijd om de benodigde financiële middelen op te bouwen. Het akkoord stelt de gemeenten bovendien in staat om tijdig te anticiperen op de ontwikkelingen en invloed uit te oefenen op de besluitvorming. Bij de overdracht moeten voldoende financiële middelen beschikbaar zijn.
Op termijn zijn verschillende uitgangspunten en parameters voor de bepaling van dit doelvermogen echter onzeker. Daardoor blijft de kans bestaan dat er te weinig doelvermogen is opgebouwd op de nog nader te bepalen overdrachtsdatum. Er kunnen echter ook positieve effecten zijn, zoals een langere vervangingstermijn van toegepaste materialen of hogere beleggingsrendementen van het nazorgfonds. Al deze zaken zijn van invloed op het benodigde vermogen. Bovendien kunnen toekomstige (wettelijke) ontwikkelingen ook van invloed zijn op de nazorgkosten. De stortplaats wordt al meerdere jaren intensief gemonitord en onderhouden. De technische risico’s (zoals ongelijke ‘zetting’ en percolaatvorming) beschouwen we daarom als beheersbaar. Avri loopt bij de opbouw van het toekomstig doelvermogen meerdere financiële risico’s. Deze risico’s/onzekerheden zijn niet te beïnvloeden, omdat de provincie autonoom bevoegd is te besluiten over de uitgangspunten. Daaronder valt ook het overdrachtsmoment, dat na overleg met de Avri-gemeenten wordt bepaald. We verwachten dat Provinciale Staten in 2031 het moment van overdracht vaststelt. Rekening houdend met de reële doorlooptijd van het (deels juridisch) sluitingsproces en contractuele afspraken, gaan we voor de inschatting van de risico’s uit van de vroegst mogelijke overdracht per 2034.
Wij rekenen echter op overdracht per 2044 en voor de opbouw van het doelvermogen gaan we daar ook vanuit. Naar verwachting zal het nazorgfonds vóór het beslismoment in 2031 nog een studie uitvoeren voor actualisatie van de rekenrente. Die heeft de meeste invloed op het doelvermogen. Op dit moment is onzeker of de rente stijgt of daalt, hoe de beleggingsmix zich gaat ontwikkelen en welk effect deze wijzigingen vervolgens hebben. Dat kan zowel positief als negatief zijn. In 2023 heeft het rendement zich weer positief ontwikkeld. Er is nog geen definitieve jaarrekening over 2023 van het nazorgfonds. Wel is het beleggingsrendement bekend. Op basis hiervan is de hoogte van het belegd vermogen van Avri bij de provincie berekend op € 8,5 miljoen. Een belangrijke ontwikkeling was het verschijnen in 2022 van het landelijk eindrapport ‘Rekenrente nazorgfondsen stortplaatsen’. Dit rapport is in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opgesteld en bevat adviezen over het vormen van een landelijk nazorgfonds en de te hanteren systematiek voor het bepalen van de rekenrente. Het rapport is definitief en in IPO-verband wordt hier inmiddels over gesproken. Naar verwachting besluit de provincie in het eerste kwartaal 2024 over het eventueel overnemen van bepaalde adviezen en voorstellen uit het rapport.
Overigens wordt uit het rapport wel duidelijk dat de provincie Gelderland het risico eenzijdig bij de stortplaatshouders neerlegt. De adviezen in het rapport zouden voor het doelvermogen en het risicoprofiel heel gunstig uitpakken. Momenteel vinden er besprekingen plaats tussen de provincies en het Rijk, over de positie van het Rijk. Als het Rijk bereid is om bij calamiteiten als vangnet te dienen, zijn naar verwachting veel bezwaren van de provincies weggenomen. Dan staat niets de vorming van een landelijk fonds meer in de weg. Uit het rapport blijkt dat er meerdere varianten voor het bepalen van de rekenrente mogelijk zijn. De meest ongunstige variant uit het rapport geeft een rekenrente die ligt boven de huidige rekenrente van de provincie Gelderland. Gelderland hanteert een rekenrente van 3,1%. De laagste variant uit het rapport komt uit op 3,45%. Daarom hebben wij deze rekenrente van 3,45% opgenomen in de berekeningen voor het doelvermogen. Naast een hogere rekenrente hebben we in 2023 de inflatie in het rekenmodel verhoogd naar 2,00%. Dit percentage is gelijk aan het provinciaal model. Het risico van een hogere indexatie komt hiermee dus te vervallen. Op basis van de geactualiseerde uitgangspunten wordt in 2034 € 10,848 miljoen doelvermogen opgebouwd. De contante waarde per 1 januari 2024 is hierbij € 7,725 miljoen.
Inmiddels is het vermogen bij de provincie opgebouwd tot € 8,534 miljoen. Dit is een overschot van € 803.000.
28
Voor de bepaling van de financiële risico’s zijn met het Rinasmodel meerdere scenario’s berekend. De scenario’s gaan er vanuit dat één of meer punten afwijken van de huidige uitgangspunten van Avri en eventuele overdracht per 2034: • Rekenrente op 3,1%; dit levert een bruto-risico op van € 5,209 miljoen; • Vervangstermijn 75 jaar in plaats van 100 jaar; dit levert een bruto-risico op van € 2,541 miljoen; • Het niet-afbouwen van bemonsteren op peilbuizen; dit levert een bruto-risico op van € 1,981 miljoen. Rekening houdend met de diverse risicoscenario’s en de actuele inschatting van de kans dat deze zich voordoen, bedraagt het gekwantificeerd risico in de jaarrekening (maart 2024) € 3,919 miljoen, op basis van de toe te passen kans x effect-methode. Dit is € 0,791 miljoen lager dan vorig jaar. 12 - Inzet medewerkers uitvoering; niet gewijzigd De arbeidsmarkt lijkt steeds krapper te worden. Ook voor uitzendbureaus is het steeds moeilijker om gekwalificeerd personeel te vinden. Op deze arbeidsmarkt is het ook steeds makkelijker voor personeel om over te stappen naar een andere werkgever. Als oplossing hebben we onze vaste schil aan mensen vergroot en de flexibele schil verkleind. We bieden medewerkers de nodige opleidingen aan om hen breed inzetbaar te maken. Daarnaast kijken we ook naar de arbeidsvoorwaarden om bestaande medewerkers te behouden.
14 - Onzekerheid scheidingsgedrag huishoudens; niet gewijzigd In 2023 is ingezet op communicatie en voorlichting. De afvalcoaches worden het gehele jaar ingezet. Ook de komende jaren blijven we de inwoners actief benaderen. Zo is het projectteam Schone Grondstoffenaanpak van start gegaan. Zij richten zich op het tegengaan van de vervuiling van grondstoffen. 17 - Vervuiling van aangeboden grondstoffen; niet gewijzigd Uit sorteerproeven blijkt dat de vervuiling van gft toeneemt. Overigens is er ook landelijk een forse stijging vervuiling gft te zien. We zitten inmiddels op de grens van de landelijk vastgestelde norm. Dat maakt de kans op afkeur groot. We blijven inzetten op communicatie en voorlichting, mede door de afvalcoaches. Minder vervuiling is het doel. De effecten hiervan worden pas vanaf 2024 zichtbaar. 19 - Vergoeding kunststof verpakkingen; risico toegenomen Het tarief voor 2025 is nog niet bekend. In deze begroting is uitgegaan van het tarief 2024. De vervuiling in kunststof verpakkingen neemt landelijk sterk toe. De vergoedingen van het Afvalfonds worden vastgesteld op basis van deze landelijke vervuilingscijfers. Daarmee ontstaat het risico dat het Afvalfonds lagere vergoedingen gaat vaststellen en de pdb-inkomsten dus afnemen.
23 - Geschil met verwerker pdb; niet gewijzigd Avri heeft een geschil met de verwerker van het pdb-afval over de afrekeningen 2017, 2018, 2019 en 2020. Zowel Avri als de verwerker (Veolia) zijn op basis van het afgesloten contract van mening dat er recht is op compensatie door de tegenpartij. Volgens onze berekeningen komt Avri op een vordering van € 170.000. De verwerker stelt echter dat Avri € 1,2 miljoen moet betalen (tot en met afrekening 2019). In een vergelijkbaar geschil tussen Veolia en Afvalsamenwerking Limburg (ASL) heeft de rechtbank ASL geheel in het gelijk gesteld. Veolia is in hoger beroep gegaan. 24 - Risico brandstofkosten; niet gewijzigd De grillige energiemarkt blijft een risico voor de bedrijfsvoering van Avri. Uiteraard worden hogere brandstofprijzen verwerkt in de begroting. De onvoorspelbaarheid van de brandstofprijzen maakt echter dat we hier een risico voor hebben opgenomen. Bedrijfsvoering 1 - Gekwantificeerde risico's (10% taakveld 0.4 Overhead) De begroting 2025 geeft een overhead van € 8,894 miljoen. De Algemene Bedrijfsreserve Avri heeft op basis van de 10% van de overhead een drempelwaarde van € 889.000. Het huidige en meerjarig voorziene saldo van deze reserve biedt voldoende weerstand om de risico's te dekken. 2 - Vermogensbuffer Bij het aantrekken van leningen is de rente afhankelijk van het vermogen.
Een lager eigen vermogen leidt tot een hogere rente. We houden rekening met 1% van de leningportefeuille. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de gekwantificeerde risico’s af te zetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. In de nota risicomanagement wordt de uitkomst gewaardeerd volgens onderstaande waarderingstabel:
29
RATIO WEERSTANDSVERMOGEN Groter dan 2,0 Tussen 1,4 en 2,0 Tussen 1,0 en 1,4 Tussen 0,8 en 1,0 Tussen 0,6 en 0,8 Kleiner dan 0,6
BETEKENIS Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Tabel 17: Waarderingstabel weerstandsvermogen De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen op de gekwantificeerde en geactualiseerde risico's. Het Algemeen Bestuur heeft de gewenste weerstandsnorm vastgesteld op ‘voldoende’. Dit betekent dat de beschikbare weerstandscapaciteit factor 1,0 van de gekwantificeerde risico’s moet zijn.
ONTWIKKELING WEERSTANDSVERMOGEN
Jaarrekening 2023
begroting 2025
Verschil
Basispakket
Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis
(A) (B) (B/A)
6.285 5.155 0,82 Matig
6.410 7.376 1,15 Voldoende
125 -2.221 -0,33
Pluspakket
Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis
(A) (B) (B/A)
0 16
0 16
0 0
Uitstekend
Uitstekend
Bedrijfsafval
Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis
(A) (B) (B/A)
60 545 9,08 Uitstekend
60 321 5,35 Uitstekend
0 224 3,73
Bedrijfsvoering
Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis
(A) (B) (B/A)
1.126 1784 1,58 Ruim voldoende
1.240 1784 1,44 Voldoende
114 0 0,15
TOTAAL
Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis
(A) (B) (B/A)
7.471 7.500 1,00 Voldoende
7.710 9.497 1,23 Voldoende
239 1.997 -0,23
Tabel 18: Ontwikkeling weerstandsvermogen Avri Weerstandsvermogen Basispakket Omdat de aanvulling van de weerstandscapaciteit voor het Basispakket een directe relatie heeft met de afvalstoffenheffing, is een meerjarige risico-inschatting gemaakt. De uitkomst is zichtbaar in tabel 19. Daaruit blijkt dat het weerstandsvermogen weer naar het gewenste niveau is gegroeid. In de meerjarige ontwikkeling is nog geen rekening gehouden met de eventuele nadelige invloed van de CO2-heffing, vanwege de vele onzekerheden rond die heffing. Meerjarige ontwikkeling weerstandsvermogen basispakket (* € 1 mln) Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit
(A) (B)
Ratio weerstandsvermogen
B/A)
Betekenis
2023
2024
2025
2026
2027
2028
6,3 € 5,2 €
7,5 € 6,5 €
7,4 € 7,4 €
6,4 € 8,6 €
6,2 € 9,6 €
6,1 10,6
0,8
0,9
1,0
1,3
€ €
matig
1,5 1,7 ruim ruim Matig voldoende Voldoende voldoende voldoende
Tabel 19: Meerjarige ontwikkeling weerstandsvermogen
30
Nazorgfonds stortplaats Voor het bepalen van de omvang van het nazorgfonds hebben we de effecten van de huidige uitgangspunten van de provincie (rekenrente 3,1%) afgezet tegen dezelfde uitgangspunten bij een gestegen rekenrente van 3,45%. Hierin is ook een risico meegenomen van de aangepaste uitgangspunten.
(BEDRAGEN * 1.000)
1-1-2023
1-1-2024
Provincie nieuw (rekenrente 3,45%
1-1-2025
Provincie oud (rekenrente 3,1%)
Vermogen (provincie)
7.060
8.534
9.534
8.534
8.534
Benodigd
5.806
7.725
8.725
12.257
17.466
Saldo
1.254
809
809
-3.723
-8.932
Risico’s Saldo Tabel 20: Effecten overdracht stortplaats
-4.710 -3.456
-3.919 -3.110
-3.919 -3.110
-521 -4.244
0 -8.932
De risico’s zijn als volgt bepaald: (BEDRAGEN * 1.000)
Impact
Kans
Risico
Rekenrente (3,1%)
5.209
10%
521
Vervangingstermijn 75/100
2.541
75%
1.906
Monitoring
1.989
75%
1.492
Totaal Tabel 21: Risico’s overdracht stortplaats
3.919
Kengetallen financiële positie Het BBV schrijft voor dat decentrale overheden door middel van kengetallen inzicht geven in hun financiële positie. Voor Avri zijn de kengetallen netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en de structurele exploitatieruimte van belang. KENGETALLEN Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
2023 49,9% 49,3% 4,3% 0,1%
2024 56,7% 56,4% 3,8% 3,1%
2025 50,5% 50,2% 4,0% 3,3%
2026 47,8% 47,6% 4,0% 3,2%
2027 45,4% 45,2% 4,1% 3,0%
2028 43,6% 43,5% 4,2% 2,9%
Tabel 22: Kengetallen financiële positie Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van Avri ten opzichte van de omzet. Het laat zien in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Avri heeft geen leningen verstrekt, waardoor de kengetallen gelijk zijn aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan: het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Daarmee wordt inzicht gegeven in de mate waarin Avri in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Omdat het eigen vermogen beperkt is, is ook de solvabiliteit van Avri laag. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte in de begroting aanwezig is om de huidige kosten te kunnen dragen.
31
12
FINANCIERING
Inleiding Het BBV schrijft een financieringsparagraaf voor, waarin de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille staan. Het Treasurystatuut 2016 bevat nadere regels voor de uitoefening van de financieringsfunctie. Externe ontwikkelingen De huidige rentetarieven van de BNG Bank bedragen op moment van samenstelling van deze begroting (maart 2024) rond de 3% voor een 10-jaars lineair af te lossen lening. De nieuw aan te trekken leningen zijn tegen dit percentage in deze begroting verwerkt. Financieringsportefeuille Avri De leningenportefeuille van Avri is als volgt opgebouwd: Financieringslasten begroting 2025 Geldlening
oorspronkelijke hoofdsom
Geldlening BNG 40.110.118 (2015) Geldlening BNG 40.110.265 (2015) Geldlening BNG 40.110.308 (2015) Geldlening BNG 40.110.355 (2016) - Opstal Gem. Werf Tiel Geldlening BNG 40.110.356 (2016) - Grond Gem. Werf Tiel Geldlening BNG 40.112.541 (2019) - Nieuw Afvalbeleid Geldlening BNG 40.112.895 (2019) - Nieuw Afvalbeleid Geldlening BNG 40.113.548 (2020) - Nieuw Afvalbeleid Geldlening BNG 40.113.547 (2020) Geldlening BNG 40.102511 (2007) oude lening RegioRivierenland Geldlening BNG 40.112427 (2018) oude lening RegioRivierenland Geldlening gemeente Huizen (2023) Geldlening BNG 40.116850 (2023)
€ € € € € € € € € € € € €
5.000.000,00 5.000.000,00 5.000.000,00 2.900.000,00 1.400.000,00 5.000.000,00 4.400.000,00 1.400.000,00 3.600.000,00 5.000.000,00 500.000,00 4.000.000,00 5.000.000,00
1-10-2035 2-1-2036 2-1-2036 25-1-2041 25-1-2041 22-1-2044 23-1-2044 17-1-2045 17-1-2045 17-1-2027 17-12-2018 1-4-2033 1-11-2033
€ 2.750.000 € 2.777.778 € 2.812.500 € 1.972.000 € 1.400.000 € 4.000.000 € 3.432.000 € 1.134.000 € 2.916.000 € 562.500 € 350.000 € 3.600.000 € 4.500.000
€ 250.000 € 246.914 € 250.000 € 116.000 €0 € 200.000 € 176.000 € 56.000 € 144.000 € 250.000 € 25.000 € 400.000 € 500.000
€ 2.500.000 € 2.530.864 € 2.562.500 € 1.856.000 € 1.400.000 € 3.800.000 € 3.256.000 € 1.078.000 € 2.772.000 € 312.500 € 325.000 € 3.200.000 € 4.000.000
Lineair Lineair Lineair Lineair Fixe Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair
1,60% 1,60% 1,60% 1,75% 2,13% 1,55% 1,55% 0,69% 0,69% 4,34% 1,46% 3,32% 3,36%
€ 44.000 € 44.444 € 45.000 € 34.510 € 29.820 € 62.000 € 53.196 € 7.825 € 20.120 € 24.384 € 5.110 € 52.560 € 65.700
Financieringsbehoefte 2024 Financieringsbehoefte 2025 Financieringsbehoefte 2026 Financieringsbehoefte 2027 Totaal rentelasten Avri
€ 7.000.000,00 € 3.500.000,00 € 3.400.000,00 € 2.000.000,00 € 64.100.000,00
1-1-2042 1-1-2043 1-1-2044 1-1-2045
€ 7.000.000 €0 €0 €0 € 39.456.778
€ 350.000 €0
€ 6.650.000 € 3.500.000 €0 €0 € 39.992.864
Lineair Lineair Lineair Lineair
3,50% 3,50% 3,50% 3,50%
€ 245.000 €0 €0 €0 € 733.670
Einde looptijd
1-1-2025
Aflossing
€ 2.963.914
31-12-2025
Methode
Rente percentage
rente 2025
Tabel 23: Financieringsportefeuille en rentelasten In de begroting is rekening gehouden met een aanvullende rentelast van afgerond € 385.000, ten behoeve van de financieringsbehoefte voor investeringen. De vraag op welke manier (duur, vorm en hoogte van betreffende lening) in de uiteindelijk benodigde financiering wordt voorzien, wordt beantwoord op het moment dat daadwerkelijk tot de investeringen wordt overgegaan. Dit is mede afhankelijk van de liquiditeitspositie en -prognose op dat moment. Rentetoerekening In onderstaande tabel is het renteschema uit de ‘notitie rente 2017’ van de commissie BBV opgenomen. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening. RENTETOEREKENING Externe rentelasten over de korte en lange financiering Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
2025 733.670 733.670
Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-187.351 546.319
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente
546.319
Aan taakvelden toe te rekenen rente (via rente-omslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury
-546.319 -
Tabel 24: Schema rentetoerekening
32
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto vlottende schuld van een gemeenschappelijke regeling in een bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan 8,2% van het begrotingstotaal (ca. € 64,1 miljoen). Dit betekent dat Avri op grond van de kasgeldlimiet ca. € 5,3 miljoen aan kort geld mag aantrekken. Rente risiconorm De rente risiconorm bepaalt dat jaarlijks 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Zoals uit het overzicht van de leningportefeuille (tabel 23) blijkt, bedraagt het totaal van de aflossingen jaarlijks ca. € 3 miljoen. Dit bedrag blijft ruimschoots onder de risiconorm, die voor Avri ca. € 12,8 miljoen bedraagt. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat (lokale) overheden de financiële middelen die zij (tijdelijk) niet nodig hebben voor de uitoefening van hun taken en verantwoordelijkheden afromen naar de schatkist van het Rijk. Overschotten boven de € 275.000 worden automatisch overgeboekt naar de rekening van de schatkist.
33
13
BEDRIJFSVOERING
Inleiding In de paragraaf bedrijfsvoering beschrijven wij de processen die het mogelijk maken onze taken efficiënt, betrouwbaar en wendbaar uit te voeren. Dit doen wij met onze medewerkers en de ons ter beschikking staande middelen. De wereld om ons heen verandert in rap tempo en het is zaak dat onze bedrijfsvoering daarin mee ontwikkelt. Voor 2025zien we daarin de volgende aandachtsgebieden. Organisatie-ontwikkeling In het Strategisch Koersplan staat hoe wij de komende jaren invulling geven aan onze uitdagende ambities en opgaven. Dat doen we in het belang van onze partnergemeenten. Onder de noemer ‘Hart voor Rivierenland’ zet Avri zich in voor een schone, duurzame en veilige leefomgeving, waarin generaties van nu en de toekomst prettig kunnen leven en meedoen. Dit vraagt om een langetermijnperspectief tot 2030, in lijn met de landelijke klimaatdoelen. Het Algemeen Bestuur van Avri heeft op 15 februari 2024 ingestemd met het Strategisch Koersplan. De overgang naar een circulaire economie is een opgave voor gemeenten en daarmee ook voor Avri. In aansluiting op EU-doelen en Rijksdoelen wil Rivierenland in 2050 volledig circulair zijn. Dat betekent dat we de ketens van grondstoffen moeten sluiten, door grondstoffen als plastic, gft, papier en textiel in te zamelen en opnieuw te gebruiken.
Avri speelt hierin een belangrijke rol door als regisseur op te treden tussen inwoners, bedrijven en gemeenten. Zo kunnen we grondstoffen nog beter inzamelen, sorteren en terug in de markt brengen. Avri ontwikkelt zich van afvalinzamelaar tot leverancier van hoogwaardige grondstoffen. Het Strategisch Koersplan bevat naast onze ambitie, die beschrijft wat we tot stand willen brengen, vijf strategieën. Deze geven aan hoe we de ambitie gaan realiseren, inclusief de doelen en acties om dit te kunnen bereiken. Het onderliggend manifest beschrijft onze idealen en intenties. Onze kernwaarden vormen daarbij de basis van waaruit we handelen. De vijf strategieën: 1. De transitie van afval naar grondstof aanjagen 2. Circulair ondernemerschap stimuleren en maatschappelijke waarde creëren 3. Meewerken aan biodiversiteit en klimaatadaptatie 4. Samen een schone en veilige leefomgeving realiseren 5. De bedrijfsvoering versterken. De volledige tekst van het Strategisch Koersplan, inclusief een opsomming van de acties die bij de strategieën horen, is te vinden op de Avri.nl. Personeel Ons personeel is van het grootste belang om onze taken goed uit te voeren en onze doelstellingen te halen. Het vinden van goed personeel is in het huidige tijdsgewricht niet eenvoudig. Datzelfde geldt voor het vasthouden van goed personeel. We zetten diverse instrumenten in om een aantrekkelijke werkgever te zijn.
Hierbij moeten we blijven investeren in de vakkennis en de ontwikkeling van medewerkers. Alleen dan kunnen wij blijven bijdragen aan een schoon en veilig Rivierenland. Personeelskosten Voor de personeelskosten houden we rekening met de cao-stijging, aangevuld met de indexatie van 5,8%, die opgenomen is in de kadernota. Inclusiviteit en Social Return On Investment (SROI) Voor Avri is het doel van inclusiviteit en SROI tweeledig: ten eerste doen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring op, zodat ze kunnen deelnemen aan het arbeidsproces. Ten tweede vervult Avri zijn rol als maatschappelijk verantwoord ondernemer, door inclusiviteit te bevorderen. Dit doen we in nauwe samenwerking met Werkzaak Rivierenland. Wel zien we, als gevolg van de veranderende regelgeving, een terugloop in met name het aantal SW’ers. Inmiddels werken zo’n 58 medewerkers met een achterstand tot de arbeidsmarkt bij ons. Integriteit De medewerkers van Avri vallen onder de Ambtenarenwet. Dat betekent dat we als werkgever aandacht besteden aan het bevorderen van integriteitsbewustzijn en aan het voorkomen van misbruik van bevoegdheden, belangenverstrengeling en discriminatie. Dit onderwerp verdient continu aandacht en zal de komende jaren nog
34
verder geborgd worden. Niet alleen bij indiensttreding van nieuwe medewerkers, maar ook bij medewerkers die al langer in dienst zijn. Versterken HR-functie Avri is een organisatie in ontwikkeling. De HR-functie verandert steeds meer van uitvoerder naar businesspartner. Kennis van de organisatiekant is daarbij onontbeerlijk. Dit willen we bereiken door de HR-functie aan de organisatiekant te versterken. Doorontwikkeling financiële functie Binnen de financiële functie is in 2023 gestart met een transitie van administrateur naar financieel adviseur. Het uiteindelijke doel is om door te groeien naar businesspartner van de organisatie. Hiermee komen we meer aan de voorkant van het financieel proces. Deze transitie zal ook in 2025 nog doorlopen. Huisvesting In het kader van de huisvesting revitaliseren we onze kantoren en algemene ruimtes zodat deze toekomstbestendig zijn. Ook de huisvesting mag uitstralen dat we een moderne en aantrekkelijke werkgever zijn. Datagestuurd werken We beschikken over een enorme hoeveelheid data. We gaan ons nog meer richten op het ontsluiten hiervan, om de gegevens te vertalen naar informatie. Zo kunnen beslissingen beter onderbouwd worden, kan beter sturing gegeven worden aan de operatie en wordt de efficiency van de operatie verder verhoogd.
Privacy (WPG/AVG) Op grond van de audit uit 2022 moeten we in 2025 door interne controle een interne audit uitvoeren. Eind 2026 moeten we dan weer een externe audit uit te laten voeren. Communicatie Om de doelen van Avri te bereiken, is een nog intensievere samenwerking tussen de verschillende disciplines een voorwaarde. In 2023 is het team communicatie opnieuw vormgegeven met verschillende expertises. Het team wordt nu meer aan de voorkant betrokken bij nieuwe ontwikkelingen, beleidsvoornemens en uitvoeringszaken. Het doel blijft: draagvlak bij inwoners creëren voor onze opgave, om onze doelstellingen voor Rivierenland succesvol te realiseren. Het Strategisch Koersplan is onze leidraad voor zowel de in- als externe communicatiestrategie. Nog meer zoeken wij de samenwerking met de inwoners in de versterking van de circulaire economie en richting duurzaamheid. Samen staan we voor de opdracht tot een klimaatneutrale leefomgeving. Onze ‘schone grondstoffen’-campagne vervult daarbij een centrale rol. Leidend zijn de principes: afval verminderen, goed scheiden en circulariteit vanuit de R-ladder. Rechtmatigheidsverklaring In 2024 is voor het eerst, over het boekjaar 2023, door het Dagelijks Bestuur een rechtmatigheidsverklaring afgegeven. Tot die tijd behoorde dat tot de werkzaamheden van de accountant.
De invoering van de ‘eigen’ rechtmatigheidsverklaring heeft impact gehad op de organisatie. In de afgelopen jaren hebben we de basis gelegd om de rechtmatigheidsverklaring af te kunnen geven en komende jaren gaan we dit verder uitbouwen.
35
14
OPENBAARHEIDSPARAGRAAF WET OPEN OVERHEID (WOO)
De Woo bepaalt in artikel 3.5 dat bestuursorganen jaarlijks in de begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo. In de verantwoording moeten zij verslag doen van de uitvoering van de wet, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Bestuursorganen gaan in de openbaarheidsparagraaf in op de beleidsvoornemens (en behaalde resultaten), waar het gaat om de actieve en passieve openbaarmaking en de verbetering van de informatiehuishouding. Openbaarheidsparagraaf Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden, als opvolger van de Wob (Wet openbaarheid bestuur). Het doel van de Woo is een open overheid, die zorgdraagt voor een adequate en toegankelijke informatievoorziening. De Woo legt bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting en het verantwoordingsverslag in de jaarstukken aan te geven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Dit onderdeel is de invulling van deze verplichting in de begroting 2025. De Wet Open Overheid kent, samengevat, vier belangrijke verplichtingen: 1. De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen; 2. Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking; 3. Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking; 4.
Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo-contactfunctionaris Avri heeft een Woo-contactfunctionaris aangesteld, die moet zorgen voor laagdrempelige en betere dienstverlening. De Woo-functionaris heeft een actieve voorlichtingsfunctie. Inwoners en andere belangstellenden hoeven niet direct en Woo-verzoek in te dienen, maar kunnen eerst bij de Woo-functionaris op een laagdrempelige manier informatie vragen. Passieve openbaarmaking Ten behoeve van het recht van de burger om een Woo-verzoek (naast schriftelijk) ook elektronisch in te kunnen dienen is op de website van Avri een mogelijkheid gecreëerd om eenvoudig een Woo verzoek in te dienen. Actieve openbaarmaking Belangrijk is dat medewerkers zich bewust zijn van de impact van de Woo op hun werk en nog meer het belang inzien van een transparante overheid. Aan de diverse verplichtingen tot publicatie wordt voldaan. In 2025 zullen de Woo-verzoeken, inclusief de schriftelijke beslissingen op die verzoeken en de daarbij verstrekte informatie, op de website worden gepubliceerd. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen acht jaar op orde wordt gebracht. Dit betekent dat er op basis van een op te stellen meerjarenplan, maatregelen moeten worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden.
Informatie is duurzaam toegankelijk als die gedurende de vastgestelde bewaartermijn voldoet aan de DUTO-kenmerken: vindbaar, beschikbaar, leesbaar, interpreteerbaar, betrouwbaar en toekomstbestendig. Voor iedereen die daar recht op heeft en voor zo lang als noodzakelijk. In 2024 starten we met het opstellen van een meerjarenplan.
36
15
ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN
Meerjaren onderhoudsplan gebouwen Het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) vormt de basis voor de jaarlijkse dotatie in de voorziening groot onderhoud gebouwen. Met deze voorziening worden de kosten van het groot onderhoud van de Avri-gebouwen geëgaliseerd. Alleen in het plan opgenomen kosten voor groot onderhoud mogen ten laste komen van de voorziening. Een actuele onderhoudsplanning is op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) noodzakelijk om de hoogte van de voorziening te onderbouwen. De kosten voor vervangingsinvesteringen en groot onderhoud laten de gebruikelijke forse fluctuaties zien. Om deze fluctuaties te egaliseren is de voorziening groot onderhoud ingesteld. Daarmee worden de jaarlijkse kosten gelijkmatig verdeeld. In 2020 is het MJOP van Avri locatie Geldermalsen geactualiseerd, met een looptijd tot en met 2039. In 2025 wordt het MJOP geactualiseerd. Om de voorziening groot onderhoud op het gewenste niveau te houden wordt jaarlijks € 207.000 aan deze voorziening gedoteerd. Voor de locatie Tiel is eind 2023 een MJOP opgesteld, maar nog niet bestuurlijk behandeld. Daarom is deze nog niet opgenomen in de voorziening groot onderhoud. De kosten voor vervangingsinvesteringen en groot onderhoud uit het MJOP worden voldaan uit de daarvoor gevormde voorziening groot onderhoud gebouwen.
Het saldo van de voorziening bedroeg per 1 januari 2024 € 1.009.000. In de begroting 2025 is een dotatie aan de voorziening opgenomen van € 207.000 op basis van het in 2020 vastgestelde MJOP.
Voorziening onderhoud gebouwen (x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Voorziening Onderhoud gebouwen (01-01)
896
1.009
703
797
792
558
Dotatie vanuit exploitatie
207
207
207
207
207
207
Onderhoudskosten
-94
-513
-113
-212
-441
-8
1.009
703
797
792
558
757
Voorziening Onderhoud gebouwen (31-12)
Tabel 25: Verloopoverzicht voorziening groot onderhoud gebouwen Wagenpark Voor de nieuwe voertuigen is gekozen voor een milieuvriendelijke brandstof, namelijk Hydrotreated Vegetable Oil (HVO). HVO is een tweede generatie biodiesel met een lagere CO2-emissie dan traditionele diesel. Wat milieuprestatie betreft komt deze overeen met het rijden op groen gas. Het voordeel is dat de techniek gebaseerd is op de betrouwbare dieseltechniek (Euro 6), wat ten goede komt van bedrijfszekerheid en lagere onderhoudskosten. Hiervoor worden in 2024 op eigen terrein de noodzakelijke voorzieningen aangebracht. Door het rijden op HVO stijgen de brandstofkosten, maar wordt een behoorlijke slag gemaakt in duurzaamheid en een milieuvriendelijker voertuigbestand. Duurzaamheid Avri kijkt bij het vervangen van voertuigen en machines en bij het gebruik van materialen of er duurzame alternatieven zijn, zoals elektrisch gereedschap/voertuigen en bio-zout. Bij elk nieuw aan te kopen voertuig of machine wordt een afweging gemaakt tussen duurzaamheid en economische aspecten. Op dit moment maakt Avri al gebruik van elektrische onkruidmachines en een elektrische straatstofzuiger. Daarbij gebruiken de wijkploegen steeds vaker elektrisch handgereedschap. Daarnaast worden strooiers voor de gladheidsbestrijding volledig gereviseerd.
Dit wil zeggen dat de gebruikte materialen worden hergebruikt en dat de strooiers na revisie weer als nieuw zijn. Bij het bestrijden van de gladheid wordt voor een deel bio-zout gebruikt. Door gebruik van dit restproduct uit de voedingsindustrie wordt het milieu minder belast. Bedrijfsmiddelen Waar het gaat om ons materiaal zijn in 2023 de achterladers vervangen. In de eerste helft van 2024 zijn bovendien een aantal zijladers en een drietal transportvoertuigen vervangen. De nieuwe voertuigen zijn geschikt voor het gebruik van duurzame brandstof HVO. In onze overslaghal wordt het afgeschreven materieel vervangen door tijdelijke inzet van huurmaterieel. Bovendien wordt in 2024 een marktconsultatie opgezet om het gehuurde materieel te vervangen door elektrisch aangedreven machines. Door de beschikbaarheid van het laadplein Watthub en de beperking van het gecontracteerd vermogen in het Rivierengebied is dit een duurzame invulling. Vanaf 2024 zal vaker gebruik worden gemaakt van shortlease voor onze personen- en bestelauto’s. Zo streven we naar een bedrijfsmatig stabielere situatie.
37
Eind 2023 waren de volgende bedrijfsmiddelen (voertuigen) aanwezig: Tractie
2022
2023
Bedrijfsauto
68
72
Fiets/scooter
10
10
Onkruidbestrijdingsmaterieel
4
5
Overige
8
8
Vrachtwagen
53
56
Winterdienst materieel
38
38
Veegmachine 3 Tabel 26A: Overzicht bedrijfsmiddelen (voertuigen)
3
In Rivierenland staan ruim 1.500 verzamelcontainers voor de inzameling van restafval, glas, papier, textiel. In 2023 zijn er 47 containers bijgekomen vanwege de uitbreiding van het gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal. Door demontage en hergebruik van technisch geschikte delen geven we afgeschreven ondergrondse containers een tweede leven. Zo gaan we duurzaam om met kapitaalgoederen. Eind 2023 waren de volgende containers in Rivierenland aanwezig: Tractie
2022
2023
Glas
316
316
Incontinentie
61
101
Papier
147
150
Restafval
822
823
Textiel
109
112
Verpakkingsafval 20 20 Tabel 26-B: Overzicht bedrijfsmiddelen (verzamelcontainers)
38
16
VERBONDEN PARTIJEN
Inleiding Verbonden partijen zijn rechtspersonen waar GR Avri een bestuurlijke en een financiële band mee heeft. Dit zijn onder andere vennootschappen (waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in het bezit zijn van Avri), verenigingen of stichtingen die een publiek belang behartigen, en andere gemeenschappelijke regelingen. Met de bestuurlijke band wordt bedoeld dat Avri één of meer zetels heeft binnen de betreffende partij, of stemrecht. Van een financiële band is sprake als middelen aan deze partij ter beschikking zijn gesteld. Verbonden partijen Avri Avri Realisatie B.V. Soort verbintenis Gevestigd Openbaar belang Bestuurlijk belang Omvang belang Avri
Taak/doelstelling
Veranderingen in belang gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Deelnemende partijen Financiën Financiële consequenties begrotingsjaar Vermogen en resultaat verbonden partij
Deelneming Geldermalsen Zie taak/doelstelling Aandeelhouder Avri beschikt over 100% van de aandelen met een nominale waarde van € 74.874. Avri Realisatie B.V. is in 1999 opgericht (destijds Avri Ontwikkeling B.V.). Het doel van deze B.V. is om de middelen van Avri maatschappelijk nuttig aan te wenden. Maatschappelijk nuttig betekent onder meer dat overcapaciteit aan aanwezige middelen en ruimte wordt verhuurd aan derden die afval recyclen en duurzame energie produceren. De opbrengsten kunnen ten goede komen aan de afvalstoffenheffing. Geen. Programma Basispakket Niet van toepassing
Eigen vermogen Vreemd vermogen Exploitatieresultaat
31 december 2021 € 2.622.000 € 7.700.000 € 532.000
31 december 2022 € 3.535.000 € 7.698.104 € 913.000
Risico's Het financiële risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal (€ 75.000). Daarnaast is in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van GR Avri het maatschappelijke risico beschreven, volgend uit de bestuurlijke verantwoordelijkheid van Avri als enig aandeelhouder van deze B.V. Toelichting De huurovereenkomst met de Grondbankcombinatie (GBC) loopt tot 30 juni 2024. In het vierde kwartaal van 2023 zijn onderhandelingen gestart met GBC over het verlengen van de huurovereenkomst met vijf jaar tot 1 januari 2029. Mede hierom wordt in 2024 groot asfaltonderhoud uitgevoerd van de verhuurde vloeistofdichte asfaltvloer. De overeenkomst met Reterra (groen- en afvalcompostering) is verlengd tot 30 juni 2024. In verband met heroriëntatie voor het nog in te richten braakliggende terrein (2 ha.) wordt de overeenkomst met Reterra altijd maximaal met 1 jaar verlengd. Er zijn verschillende ideeën voor het nog in te richten terrein, maar bij het opstellen van deze begroting zijn er geen concrete ontwikkelingen te melden. Enkele initiatieven die met derden worden verkend zijn gft-vergisting/compostering, plasticfabriek (deelstroom pdb), een kleinschalige waterstoffabriek en het plaatsen van batterijen voor stroomopslag. Tussen de afgesloten stortplaats en het motorcrossterrein (MCC) is in 2023 een acculaadplein voor vrachtwagens en zwaar materieel aangelegd.
Deze locatie van WattHub is in september ’23 door de koning geopend en volop in bedrijf. In 2023 is er een dividend uitgekeerd van € 750.000.
39
Avri Solar B.V. Soort verbintenis Gevestigd Openbaar belang Bestuurlijk belang Omvang belang Avri Taak/doelstelling Veranderingen in belang gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Deelnemende partijen Financiën Financiële consequenties begrotingsjaar Vermogen en resultaat verbonden partij
Deelneming Geldermalsen Zie taak/doelstelling Aandeelhouder. Avri Realisatie B.V. is de oprichter van Avri Solar B.V. en enig aandeelhouder van deze vennootschap. Avri Solar B.V. kent een zelfstandige jaarrekening die geconsolideerd wordt met de jaarrekening van Avri Realisatie B.V. Avri Solar B.V. is in 2014 opgericht ten behoeve van de realisatie en mogelijk de exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. Geen. Programma Basispakket Niet van toepassing Avri Solar B.V. heeft geen personeelsleden in dienst.
Eigen vermogen Vreemd vermogen Exploitatieresultaat
31 december 2021 € 1.075.000 € 8.087.000 € 512.000
31 december 2022 € 1.946.000 € 8.035.000 € 871.000
Risico's Het risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal van Avri Realisatie B.V. Daarnaast is in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van GR Avri het maatschappelijke risico beschreven, dat volgt uit de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Toelichting Avri Solar B.V. is in 2014 opgericht ten behoeve van de realisatie en exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. Dit zonnepark is begin 2018 gerealiseerd en sindsdien in gebruik. Avri Realisatie B.V. is oprichter van de Solar B.V. en enig aandeelhouder van deze vennootschap. Avri Realisatie B.V. fungeert ook als bestuur en AvA voor Avri Solar B.V. Avri Solar B.V. kent een zelfstandige jaarrekening die geconsolideerd wordt met de jaarrekening van Avri Realisatie B.V. Begin 2023 is op verzoek van Liander een congestiemanagement contract afgesloten met deze netbeheerder. Bij congestiemanagement wordt aan grootzakelijke klanten gevraagd om bij dreigende overbelasting de transportvraag tijdelijk aan te passen, tegen een financiële vergoeding. Hierdoor blijft het elektriciteitsnet betrouwbaar en veilig. Eind 2023 is een PPA (Power Purchase Agreement = stroomafnameovereenkomst) met Essent afgesloten. In 2023 (en nog steeds) is intensief overlegd met Betuwewind over de kansen en bedreigingen om van onze aparte aansluitingen en kabels één gezamenlijke netaansluiting te maken.
Mede door de betrokkenheid van zowel Liander als Tennet vraagt dit meer tijd.
Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) Soort verbintenis Gemeenschappelijke regeling Gevestigd Tiel Deze gemeenschappelijke regeling verzorgt de heffing en invordering van waterschapsbelastingen, afvalstoffenheffing en gemeentelijke belastingen. Daarnaast Openbaar belang verzorgt BSR de uitvoering van de Wet onroerende zaken en het beheer en de uitvoering van vastgoedinformatie. Deelnemer in de gemeenschappelijke regeling, vertegenwoordiging met één lid in het Bestuurlijk belang AB BSR. Het totaal aantal stemmen van de deelnemers betreft 13. Avri heeft één stem in het Omvang belang Avri Algemeen Bestuur. Voor burgers, bedrijven en instanties heeft de samenwerking als voordeel dat ze één aanslagbiljet ontvangen en één organisatie als aanspreekpunt hebben. Door Taak/doelstelling schaalvergroting en samenwerking kan BSR de belastingtaak effectiever en efficiënter uitvoeren. Veranderingen in belang gedurende het Geen. begrotingsjaar Relatie met programma Programma Basispakket
40
Deelnemende partijen Financiën Financiële consequenties begrotingsjaar Vermogen en resultaat verbonden partij
BSR is een samenwerkingsverband op het gebied van belastingen van Waterschap Rivierenland, Avri en de gemeenten Culemborg, Maasdriel, Montfoort, West Betuwe, Tiel, West Maas en Waal, Wijk bij Duurstede en IJsselstein. De financiële bijdrage aan BSR bedraagt volgens de meerjarenraming die is opgenomen in de begroting 2024 van BSR € 728.000 voor 2025. 31 december 2021 31 december 2022 Bestemmingsreserves € 385.000 € 397.000 Voorzieningen € 471.000 € 629.000 Overige passiva € 7.640.000 € 8.495.000 Exploitatieresultaat € 46.000 € 12.000
Risico's Niet van toepassing Toelichting Sinds 2008 worden de aanslagen afvalstoffenheffing voor Avri opgelegd en geïnd door de BSR. Wettelijke en marktontwikkelingen zorgen voor kostenstijgingen binnen de bedrijfsvoering. De stijging is met name het gevolg van hogere personeelskosten door cao-indexeringen, functiewaardering en uitbreiding van de formatie in de bedrijfsvoering van BSR. Daarnaast stijgen de onderhouds- en licentiekosten van de software vanwege wettelijke ontwikkelingen (o.a. landelijke voorziening WOZ, BAG) en prijsindexeringen. Ook wordt er geïnvesteerd in standaardisatie.
Coöperatie Circulair Textiel Rivierenland U.A. (Cirtex) Soort verbintenis Deelneming Gevestigd Tiel Openbaar belang Zie taak / doelstelling Bestuurlijk belang Deelnemer Avri is, samen met stichting 2Switch en Werkzaak Rivierenland deelnemer in de Omvang belang Avri Coöperatie Circulair Textiel Rivierenland U.A. (Cirtex). Het voor en met haar leden opzetten en exploiteren van een (circulair) textielsorteercentrum, waarbij het ingezamelde textiel wordt gesorteerd, bewerkt en Taak/doelstelling verkocht in hoofdzakelijk de regio Rivierenland. Daarnaast levert Cirtex een bijdrage aan de maatschappelijke ondersteuning van onder meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Veranderingen in belang gedurende het Geen begrotingsjaar Relatie met programma Programma Basispakket Deelnemende partijen 2Switch, Werkzaak Financiën Financiële consequenties Avri heeft in 2023 een lening verstrekt van € 350.000 voor de financiering van de begrotingsjaar inrichting van het sorteercentrum. 31 december 2021 31 december 2022 Eigen vermogen €0 €0 Vermogen en resultaat verbonden partij Vreemd vermogen €0 €0 Exploitatieresultaat €0 €0 Risico's Het financiële risico betreft de verstrekte lening (€ 350.000). Werkzaak borgt tot de dekking/garantstelling tot maximaal € 240.000 van het eventuele exploitatietekort, gedurende de 4-jarige pilotperiode.
Toelichting De in januari 2022 gestarte pilot is voortgezet in de vorm van een coöperatie. Het streven is het sluiten van de regionale textielketen. Het circulair textielcentrum Cirtex draagt op verschillende manieren bij aan duurzaamheid en aan een regio waar iedereen telt en mee kan doen. Cirtex geeft oud textiel een tweede leven, zorgt voor het hergebruik van kostbare grondstoffen binnen de regio. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt krijgen een kans om mee te doen in de maatschappij met een leuke en nuttige baan. Op 9 december 2022 is de akte van oprichting formeel ondertekend. Daarmee is Cirtex per 1 januari 2023 officieel opgericht. Om die reden is er geen jaarrekening over 2022 opgemaakt.
41
FINANCIËLE BEGROTING
42
17
TOTAALOVERZICHT BATEN EN LASTEN
In dit hoofdstuk zijn de totale baten en lasten van Avri uiteengezet. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de financiën van de exploitatie van de diverse programma's. De totale baten en lasten per programma zijn in onderstaande tabel weergegeven. Hierin zijn ook de reservemutaties gepresenteerd. Dit betreffen de mutaties van de reserves van Avri: algemene bedrijfsreserve, reserve Bedrijfsafval of reserve Beheer Openbare Ruimte.
TOTAAL BATEN EN LASTEN (x €1.000) Lasten Programma Afval
2024
2025
2026
2027
2028
39.253
41.529
43.680
46.238
47.970
kosten overhead
33.755 5.498
35.698 5.831
37.784 5.895
40.225 6.013
41.836 6.133
Programma Beheer Openbare Ruimte
18.646
19.821
20.416
21.028
21.659
kosten overhead
16.075 2.571
17.117 2.704
17.657 2.758
18.215 2.813
18.789 2.870
Programma bedrijfsafval
2.498
2.757
2.772
2.812
2.854
kosten overhead
2.167 331
2.398 359
2.409 363
2.442 371
2.476 378
Programma Overhead en Algemene dekkingsmiddelen
-
-
-
-
kosten overhead
-
-
-
-
-
Totaal lasten programma's
60.397
64.107
66.867
70.078
72.483
Baten Programma Afval Programma Beheer Openbare Ruimte Programma bedrijfsafval Programma Overhead en Algemene dekkingsmiddelen Totaal baten programma's
39.557 18.646 2.586 60.789
42.254 19.821 2.820 64.895
44.680 20.416 2.853 67.948
47.238 21.028 2.886 71.152
48.969 21.659 2.920 73.547
304 88 392
725 63 788
1.000 81 1.081
1.000 74 1.074
999 65 1.064
643 -251 392
774 14 788
985 96 1.081
1.000 74 1.074
1.000 64 1.064
-
-
-
-
-
-
Saldo van baten en lasten Programma Afval Programma Beheer Openbare Ruimte Programma bedrijfsafval Programma Overhead en Algemene dekkingsmiddelen Totaal saldo van baten en lasten Mutatie reserves Voorziening Afval Reserve Bedrijfsafval Reserve Beheer Openbare Ruimte Algemene Bedrijfsreserve totaal mutatie reserves Saldo baten en lasten na reserve mutaties
Tabel 27: Totaal baten en lasten per programma 2022-2028
43
18
UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE
Inleiding De financiële positie bevat een raming voor het begrotingsjaar 2025 en de drie jaren volgend op het begrotingsjaar. In dit hoofdstuk komen de volgende onderwerpen aan bod: De jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; Post onvoorziene uitgaven; De investeringen; De financiering; De stand en het gespecificeerde verloop van de reserves; De stand en het gespecificeerde verloop van de voorzieningen. De uitgangspunten voor indexering zijn verwerkt conform de kadernota 2025. Exploitatie evenwicht baten en lasten De exploitatie van de diverse programma's van Avri is meerjarig structureel in evenwicht. Dit houdt in dat de structurele lasten zijn gedekt met structurele baten. In het programma Basispakket wordt het lastenniveau gedekt door de vergoeding voor ingezamelde grondstoffen en baten afvalstoffenheffing. Hierbij geldt dat de vergoeding voor ingezamelde grondstoffen jaarlijks fluctueert en dat de afvalstoffenheffing voor dekking van de lasten zorgt (als sluitpost). De inwoners van de Avri-gemeenten zijn wettelijk verplicht tot betaling van de afvalstoffenheffing. Een eventueel saldo tussen baten en lasten wordt verrekend met de voorziening Basispakket. In het programma Pluspakket zijn de diensten opgenomen die Avri tegen kostprijs aanbiedt aan de regiogemeenten.
Het programma Bedrijfsafval betreft een commerciële activiteit. In voorliggende begroting zijn ook voor deze activiteit de lasten meerjarig afgedekt. Het exploitatieresultaat wordt afgestort naar de reserve Bedrijfsafval. Jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Lokale overheden moeten in de begroting ingaan op de jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Arbeidsrechtelijke verplichtingen zijn de aanspraken op toekomstige uitkeringen door huidig en voormalig personeel. Ook de betalingen voor ww-uitkeringen vallen binnen de categorie van de jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen, aangezien Avri hiervoor eigen risicodrager is. Post onvoorziene uitgaven De artikelen 8 en 17 van het BBV schrijven voor dat de begroting inzicht verschaft in het opgenomen budget voor onvoorziene uitgaven. De post onvoorzien kan aangewend worden ter dekking van onverwachte uitgaven in het begrotingsjaar die geen uitstel dulden. Avri heeft op begrotingsbasis een post onvoorziene uitgaven opgenomen van € 100.000. Incidentele baten en lasten In lijn met de BBV-notitie 'incidentele en structurele baten en lasten' worden in de begroting de grootste incidentele baten en lasten per programma uitgewerkt.
Incidentele baten en lasten b edragen x € 1.000 Programma basispakket Programma pluspakket Programma bedrijfsafval Programma algemene baten en lasten Totaal
2023 Baten Lasten 789 3.300 850 1.206 217 419 270 571 2.126 5.496
2024 Baten Lasten 1.396
2025 Baten Lasten -226 1.050
2026 Baten Lasten 1.000
2027 Baten Lasten 1.000
2028 Baten Lasten 1.000
88
63
80
73
65
1.113
1.080
1.073
1.065
1.484
-226
Tabel 28: Incidentele baten en lasten Programma Basispakket: Dit betreft de aanvulling van de weerstandscapaciteit voor de risico’s van GR Avri, middels een opslag op de tarieven en de onttrekking voor de dekking van de extra kosten door het stoppen van papier inzamelen via verenigingen. Programma Bedrijfsafval: Het resultaat van het programma Bedrijfsafval is toegevoegd aan de reserve Bedrijfsafval.
44
Investeringen Om de activiteiten te kunnen uitvoeren en diensten te verlenen zijn investeringen in duurzame kapitaalgoederen nodig. Voor de investeringen voor 2025 wordt investeringskrediet aangevraagd. Die investeringen worden nader toegelicht. De investeringen vanaf 2026 zijn ter informatie opgenomen. Investeringskredieten Avri (Bedragen x € 1)
2025
2026
Tractie/materieel Programma Afval Tractie/materieel Programma Ibor Containers programma Afval Brengvoorzieningen programma Afval informatievoorziening
875.000 1.172.500 435.000 450.000 100.000
1.120.000 115.000 490.000 450.000
550.000 206.000 495.000 450.000
340.000 345.000 500.000 450.000
3.032.500
2.175.000
1.701.000
1.635.000
2027
2028
Tabel 29: Investeringen 2025-2028 Toelichting op de aangevraagde investeringskredieten 2025: Tractie/materieel Programma Afval Er wordt krediet aangevraagd voor de jaarlijkse vervanging van zijladers en bedrijfswagens en materieel op de milieustraten. Tractie/materieel Programma IBOR Er wordt krediet aangevraagd voor de jaarlijkse vervanging van bedrijfswagens voor het beheer van de openbare ruimte en voor de jaarlijkse vervanging van bedrijfswagens voor gladheidsbestrijding. Containers Programma Afval Jaarlijks wordt krediet aangevraagd voor de vervanging van minicontainers, om de dienstverlening aan inwoners voor de inzameling aan huis (programma Basispakket) te kunnen continueren. Brengvoorzieningen Programma Afval Jaarlijks wordt er krediet aangevraagd voor de vervanging van ondergrondse brengvoorzieningen, om de dienstverlening aan inwoners (programma Basispakket) te kunnen continueren. Informatievoorziening Er wordt jaarlijks krediet aangevraagd om de bedrijfsvoering verder te kunnen ontwikkelen. Het krediet wordt gebruikt om de informatievoorziening verder te professionaliseren. Processen worden verbeterd door het (optimaliseren van het) gebruik van systemen Dekking van kapitaallasten De kapitaallasten die voortkomen uit de investeringen voor afval, komen ten laste van het programma Basispakket (afvalstoffenheffing), dan wel het programma Bedrijfsafval.
Kapitaallasten die voortkomen uit de investeringen voor IBOR, komen ten laste van de betreffende IBOR-gemeente(n) in het programma Integraal Beheer Openbare Ruimte. Kapitaallasten van investeringen die niet afval- of IBOR-specifiek zijn, worden als overhead verantwoord in het programma Algemene baten en lasten en volgens de van toepassing zijnde verdeelsleutel aan de diverse programma’s doorbelast.
45
Geprognosticeerde balans, EMU-saldo en financiering In onderstaande tabel is de geprognosticeerde balans van Avri weergegeven. Volgens de voorschriften voor de verslaglegging worden de cijfers meerjarig gepresenteerd. GEPROGNOSTISEERDE BALANS (* €1,000) Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vaste activa
2023 37.882 425 38.307
2024 43.442 425 43.867
2025 42.638 425 43.063
2026 43.551 425 43.976
2027 44.418 425 44.843
2028 45.011 425 45.436
Voorraden Vorderingen < 1 jaar Liquide middelen Totaal vlottende activa
78 13.317 3.019 16.414
78 11.000 635 11.713
78 11.000 285 11.363
78 11.000 995 12.073
78 11.000 138 11.216
78 11.000 187 11.265
Totaal activa
54.721
55.580
54.426
56.050
56.059
56.701
Reserves resultaat boekjaar Voorzieningen Langlopende leningen (huidige portefeuille) Langlopende leningen (financieringsbehoefte) Totaal vaste passiva
2.346 6.595 35.071 44.012
2.108 7.365 32.207 7.000 48.680
2.171 8.226 26.979 10.150 47.526
2.252 9.320 24.553 13.025 49.150
2.325 10.315 22.189 14.330 49.159
2.390 11.081 21.800 14.530 49.801
Netto vlottende schuld < 1 jaar Overlopende passiva Totaal vlottende passiva
8.964 1.745 10.709
6.500 400 6.900
6.500 400 6.900
6.500 400 6.900
6.500 400 6.900
6.500 400 6.900
Totaal passiva
54.721
55.580
54.426
56.050
56.059
56.701
Tabel 30: Geprognosticeerde balans Avri EMU-saldo Het EMU-saldo is een variant van de begroting op kasbasis. Bij een negatief EMU-saldo draagt Avri bij aan het overheidstekort. Omschrijving
2023 x € 1000,-
2024 x € 1000,-
2025 x € 1000,-
2026 x € 1000,-
2027 x € 1000,-
2028 x € 1000,-
Jaarrekening 2023
Volgens begroting 2024
Volgens meerjarenraming in begroting 2025
Volgens meerjarenraming in begroting 2026
Volgens meerjarenraming in begroting 2027
Volgens meerjarenraming in begroting 2028
540
-238
63
81
73
65
Mutatie (im)materiële vaste activa
7.849
5.560
-804
913
866
594
3.
Mutatie voorzieningen
4.789
770
861
1.094
995
766
4.
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
5.
Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa -2.520
-5.028
1.728
262
202
237
1.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
2.
Berekend EMU-saldo
Tabel 31: EMU-saldo Avri Financiering Een overzicht van de vaste geldleningen van Avri is opgenomen in paragraaf 12: Financiering. In de geprognosticeerde balans is de (aanvullende) financieringsbehoefte van Avri inzichtelijk gemaakt. Deze financieringsbehoefte vloeit enerzijds voort uit de ontwikkeling van de activa (nieuwe investeringen en afschrijvingen) en anderzijds uit het feit dat de hoogte van de voorzieningen afneemt (deze worden ingezet ter dekking van voorziene lasten). De rentelasten volgend uit de aanvullende financieringsbehoefte zijn verwerkt in de meerjarenramingen. Reserves en voorzieningen
46
In februari 2017 heeft het Algemeen Bestuur de Nota reserves en voorzieningen vastgesteld. Daarin zijn de beleidsuitgangspunten en handelswijze rondom de diverse reserves en voorzieningen uiteengezet. De meerjarenontwikkeling van de saldi van de reserves en voorzieningen is uiteengezet in onderstaande tabel. In bijlage 5 zijn de uitgangspunten van de reserves en voorzieningen opgenomen. RESERVES (* €1.000) Algemene Bedrijfsreserve (01-01)
2023 849
2024 1.784
2025 1.784
2026 1.784
2027 1.784
2028 1.784
Resultaat/dotatie programma Algemene Baten en Lasten Inzet programma Algemene Baten en Lasten Algemene Bedrijfsreserve (31-12)
957 -22 1.784
1.784
1.784
1.784
1.784
1.784
Reserve Bedrijfsafval (saldo 01-01) Resultaat programma Bedrijfsafval Inzet programma Basispakket Reserve Bedrijfsafval (31-12)
688 253 -396 545
545 159 -396 308
308 63
371 81
452 73
525 65
371
452
525
590
Reserve Pluspakket (01-01) Resultaat programma Pluspakket Inzet programma Pluspakket Reserve Pluspakket (31-12)
268
16
16
16
16
16
-252 16
16
16
16
16
16
Totaal reserves
2.345
2.108
2.171
2.252
2.325
2.390
2023 5.176
2024 5.156
2025 6.552
2026 7.326
2027 8.326
2028 9.326
Tabel 32: Overzicht reserves VOORZIENINGEN (* €1.000) Voorziening Basispakket (01-01) voorziening ORT Inzet in Basispakket Dotatie vanuit programma Bedrijfsafval Dotatie vanuit programma Basispakket Resultaat programma Basispakket Voorziening Basispakket (31-12) Voorziening Stortplaats (01-01) Dotatie vanuit programma Basispakket Kosten nazorgplan, eindafwerking en overige kosten Inzet programma Basispakket Voorziening Stortplaats (31-12) Voorziening Onderhoud gebouwen (01-01) Dotatie vanuit exploitatie Onderhoudskosten Voorziening Onderhoud gebouwen (31-12) Voorziening spaarverlof (01-01) Toevoeging op basis van gekochte uren Onttrekkingen Voorziening spaarverlof (31-12) Voorziening incontinentie (01-01) Overheveling vanuit het pluspakket Ontrokken Voorziening incontinentie (31-12) Totaal voorzieningen
-1.474
-226
1.454
396 1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
5.156
6.552
7.326
8.326
9.326
10.326
243 22 -14
251
251
251
251
251
251
251
251
251
251
251
896 207 -94 1.009
1.009 207 -654 562
562 207 -120 649
649 207 -113 743
743 207 -212 738
738 207 -441 504
121
121
121
121
121
121
121
121
121
121
121 121
59
59
59
59
59
112 -53 59
59
59
59
59
59
6.595
7.365
8.226
9.320
10.315
11.081
Tabel 33: Overzicht voorzieningen
47
19
VASTSTELLINGSBESLUIT
Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Avri, bijeen in haar vergadering van 12 september 2024: BESLUIT: De begroting 2025 GR Avri inclusief meerjarenbegroting 2026-2028 van Avri vast te stellen conform voorliggend ontwerp;
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur op 12 september 2024.
De secretaris,
De voorzitter,
W. Brouwer
J. P. Neven
48
BIJLAGE 1: TOTAAL BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD TOTAAL BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD (* 1.000) Taakveld 0.2 Burgerzaken Taakveld 0.4 Overhead Taakveld 0.9 Vennootschapsbelasting Taakveld 1.2 Openbare orde en veiligheid Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer Taakveld 2.4 Economische havens en waterwegen Taakveld 3.3 Bedrijfsloket en bedrijfsregelingen Taakveld 3.4 Economische promotie Taakveld 5.2 Sportaccommodaties Taakveld 5.7 Openbaar groen en openluchtrecreatie Taakveld 6.3 Inkomensregelingen Taakveld 7.2 Riolering Taakveld 7.3 Afval Taakveld 7.4 Milieubeheer Taakveld 7.5 Begraafplaatsen Totaal Saldo van baten en lasten Taakveld 0.10 Mutaties reserves Saldo van baten en lasten na reserve mutaties
LASTEN 5 8.894 16 1.199 4.894 26 16 214 431 7.800 1.372 1.841 36.771 17 610 64.107 14 64.121
TOTAAL BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD (* 1.000) Taakveld 0.2 Burgerzaken Taakveld 0.4 Overhead Taakveld 0.9 Vennootschapsbelasting Taakveld 1.2 Openbare orde en veiligheid Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer Taakveld 2.4 Economische havens en waterwegen Taakveld 3.3 Bedrijfsloket en bedrijfsregelingen Taakveld 3.4 Economische promotie Taakveld 5.2 Sportaccommodaties Taakveld 5.7 Openbaar groen en openluchtrecreatie Taakveld 6.3 Inkomensregelingen Taakveld 7.2 Riolering Taakveld 7.3 Afval Taakveld 7.4 Milieubeheer Taakveld 7.5 Begraafplaatsen Totaal Saldo van baten en lasten Taakveld 0.10 Mutaties reserves Saldo van baten en lasten na reserve mutaties
LASTEN 6 9.197 18 1.280 5.207 27 17 229 458 8.295 1.367 1.958 41.349 18 651 70.078 74 70.152
2025 BATEN 8
1.610 5.617 26 25 301 466 8.784 2.061 45.211 19 766 64.895 -774 64.121 2027 BATEN 8