CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2023-2026

Raadsvergadering 9 juni 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Regionale samenwerking / Gemeenschappelijke Regelingen23.597 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wat gaat dat kosten?

De overhead wordt conform de BBV voorschriften centraal geraamd. In het overzicht van baten en lasten is de doorbelasting van overheadkosten naar de programma's inzichtelijk gemaakt. Hierin komt ook de meerjarenbegroting tot uitdrukking. Het overzicht van baten en lasten van dit programma is weergegeven in onderstaande tabel.

ALGEMENE BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Taakveld 0.4 Overhead Doorbelaste overhead naar programma Basispakket Doorbelaste overhead naar programma Pluspakket Doorbelaste overhead naar programma Bedrijfsafval Subtotaal taakveld 0.4 Overhead

2022 7.357 -4.852 -2.201 -304 0

2023 7.262 -4.817 -2.154 -291 0

2024 7.351 -4.861 -2.197 -294 0

2025 7.498 -4.958 -2.241 -300 0

2026 7.648 -5.057 -2.285 -306 0

Taakveld 0.5 Treasury Doorbelaste rentekosten naar programma's Subtotaal taakveld 0.5 Treasury

634 -634 0

513 -513 0

480 -480 0

478 -478 0

486 -486 0

Taakveld 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Doorbelaste Vpb naar programma Bedrijfsafval Subtotaal taakveld 0.9 Vennoorschapsbelasting

40 -40 0

41 -41 0

41 -41 0

41 -41 0

41 -41 0

Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

0

Taakveld 0.10 Mutaties reserves

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Resultaat na bestemming

Tabel 9: Meerjarenbegroting programma Algemene baten en lasten

26

Op basis van de in paragraaf 8.3 beschreven verdeelsystematiek wordt aan de programma's Basispakket, Pluspakket en Bedrijfsafval respectievelijk 66%, 30% en 4% van de totale Overhead 0.4 toegerekend. De totalen van dit programma komen terug in het totaaloverzicht van baten en lasten (zie hoofdstuk 15). Taakveld 0.4 Overhead De kosten van de centrale bedrijfsvoering (‘overhead’) nemen met 1% af ten opzichte van 2022, ondanks autonome prijsindexeringen (stijgende CAO-indexen en markttarieven). In voorgaande jaren hebben we geïnvesteerd in interne beheersing van de organisatie, anticiperend op de nieuwe wet- en regelgeving (‘rechtmatigheidsverantwoording’). Ook hebben we ingezet op ontwikkeling en intensivering van (corporate) communicatie van Avri naar inwoners en gemeenten. Daarnaast blijven we kritisch naar onze overhead kijken. Door deelname aan benchmark-onderzoeken van de branchevereniging NVRD blijven we onderzoeken waar besparingsmogelijkheden liggen ten aanzien van de overheadkosten. De overheaduitgaven zijn in voorliggende begroting verwerkt. In onderstaande tabel is samengevat de opbouw van de overhead weergegeven en afgezet tegen de begroting 2022. De overhead bedraagt 13% van de begroting van Avri.

OVERHEAD Personeelskosten formatie Ondersteuning door derden Kapitaallasten Overige ICT budgetten Communicatie budgetten Huisvestingskosten Algemene kosten Totaal overhead bruto -/- incidentele dekking door reserves en voorzieningen Totaal overhead netto

2022 4.387 1.089 218 186 178 730 569 7.357 0 7.357

2023 4.299 1.112 214 185 173 764 515 7.262 0 7.262

Verschil -88 23 -4 -1 -5 34 -54 -95 0 -95

Tabel 10: Overhead taakveld 0.4 Het financiële model voor de toerekening van indirecte kosten is gebaseerd op (de verhouding van) verwachte productie-uren. De overhead is verdeeld in (Avri-brede) concernoverhead en afdelingsspecifieke overhead per werkproces. Op verzoek van de IBOR-gemeenten wordt de toerekening van overhead binnen het programma pluspakket ook per DVO-gemeente inzichtelijk gemaakt. Zodoende kan de ontwikkeling van de overhead en de consequenties daarvan voor de uitvoeringsbudgetten 2023 van de gemeenten tijdig worden besproken. De IBORgemeenten kunnen – net als de andere gemeenten – in hun rol als deelnemer/eigenaar van Avri in het GRbegrotingsproces eventueel een zienswijze hieromtrent indienen. Taakveld 0.5 Treasury In het nieuwe BBV is voorgeschreven dat de rentekosten aan de taakvelden moeten worden toegerekend met behulp van een (rente)omslag. Deze rentesystematiek werd ook in eerdere begrotingen toegepast en de rentekosten maken (o.b.v. de BBV-notitie rente) integraal onderdeel uit van de kosten van het taakveld. Het toerekenen van rente aan de taakvelden vindt plaats via het taakveld Treasury. De langlopende leningen van Avri bedragen circa € 32 miljoen, de bijbehorende rentelast is begroot op € 513.000. Het renteomslag percentage is gebaseerd op de boekwaarde van de activa (€ 32,5 mln.) en bedraagt 2%.

Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf Financiering Taakveld 0.9 Vennootschapsbelasting Vanaf 1 januari 2016 moeten overheidsbedrijven vennootschapsbelasting (Vpb) afdragen over winstgevende activiteiten. Met deze wet wil de regering mogelijke concurrentieverstoringen tussen private en publieke ondernemingen uit de weg ruimen. De activiteiten die betrekking hebben op de inzameling en verwerking van bedrijfsafval zijn onderhevig aan deze nieuwe wetgeving en gaan daarom leiden tot betaling van vennootschapsbelasting. Ook de activiteiten in het pluspakket, waarbij geen verrekening met de gemeente is overeengekomen, vallen onder de Vpb-plicht. Avri treedt hier op als marktpartij. In de begroting van het pluspakket wordt tegen kostprijs gewerkt, waardoor er geen resultaat wordt verwacht (en er geen Vpb wordt afgedragen).

27

7.5

Beleidsindicatoren

Als gevolg van de vernieuwde verslaggeving regels (BBV) zijn verplicht in de programmaverantwoording op te nemen beleidsindicatoren gedefinieerd. Voor Avri zijn de beleidsindicatoren ‘externe inhuur’ en ‘overhead’ (afgezet tegenover het begrotingstotaal) relevant. BELEIDSINDICATOREN Externe inhuur Percentage kosten van totale loonsom Overhead Percentage overhead van totale lastenomvang

2022 5% 14%

2023 5% 13%

Tabel 11: Beleidsindicatoren programma Algemene baten en lasten

28

PARAGRAFEN

29

8

LOKALE HEFFINGEN

8.1

Inleiding

Gemeenschappelijke Regeling Avri is verantwoordelijk voor de afvalstoffenheffing van de acht deelnemende gemeenten. De gemeenschappelijke regeling Belasting Samenwerking Rivierenland (BSR) verzorgt voor GR Avri de belastingaanslagen en de inning daarvan. 8.2

Ontwikkeling van de gemiddelde tarieven afvalstoffenheffing

In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het gemiddelde tarief afvalstoffenheffing ten opzichte van 2022 toegelicht. ONTWIKKELING TARIEF AFVALSTOFFENHEFFING € 306

Gemiddeld tarief afvalstoffenheffing 2022 Marktontwikkelingen

Operationele kosten

Dekking

Autonome prijsindexeringen (o.a. CAO, markttarieven) Brandstofkosten Onderhoud voertuigen verwerking afvalstromen en grondstoffen

Overige mutaties per saldo

Inzet structureel resultaat bedrijfsafval Verbeterd betaalgedrag inwoners

Gemiddeld tarief afvalstoffenheffing 2023 Overige

Milieustraten in ontwikkeling

€ € € €

€

€ €

5 5 2 2 €

14

€

1

€

-4

1

-2 -2

€ 317 PM

Tabel 12: Ontwikkeling tarief afvalstoffenheffing per 2023 Uit de tabel blijkt per 2023 een stijging van de gemiddelde afvalstoffenheffing met € 11 (4%) naar € 317, met name veroorzaakt door een toename van de uitvoeringskosten. Oorzaken hiervan zijn onder meer de sterk gestegen brandstofprijzen en de stijging van onderhoudskosten. Voertuigen worden langer gebruikt omdat de levering van nieuwe voertuigen fors is vertraagd. Dat is het gevolg van de materiaal- en chiptekorten op de wereldmarkt. Daarnaast hebben we te maken met niet-beïnvloedbare, autonome prijsstijgingen (o.a. CAO en markttarieven). Het is noodzakelijk de personele bezetting voor de milieustraten en de inzameling uit te breiden om te garanderen dat het dienstenpakket van Avri uitgevoerd kan worden. Tevens kunnen we beter anticiperen op wijzigingen in het aanbod van afval- en grondstofstromen. We zien structureel een toename van het aantal bezoekers en aanbod van gescheiden afvalstromen. Over de ontwikkeling van de milieustraten zijn verkennende gesprekken gevoerd met het Algemeen Bestuur. Inmiddels zijn de nodige voorbereidingen gedaan. Vanuit Avri streven wij ernaar om in mei 2022 het plan aan het AB voor te leggen. Bij het opmaken van deze begroting kan nog geen indicatie worden gegeven van het benodigde bedrag en het effect op de afvalstoffenheffing. Hiervoor is een pm-post opgenomen.

In onderstaande grafiek is de tariefontwikkeling van de afgelopen jaren en komende jaren uiteengezet en afgezet tegen het (verwachte) landelijk gemiddelde (t/m 2021, bron: COELO). Ondanks de stijging komt het tarief van Avri ook in 2022 niet boven de verwachte gemiddelde afvalstoffenheffing van Nederland uit.

30

Grafiek 1: Tariefontwikkeling afvalstoffenheffing 2010-2026 In meerjarig perspectief voor Nederland gaan we uit van een gemiddelde jaarlijkse stijging van de afvalstoffenheffing met 5% per jaar. De gemeentelijke woonlasten zijn de afgelopen vier jaar meer dan 4 procent per jaar gestegen. De afvalstoffenheffing steeg gemiddeld met 6,2% per jaar. Dit blijkt uit het rapport Ontwikkeling gemeentelijke woonlasten 2018-2022, dat in maart is verschenen. In de meerjarenbegroting van Avri verwachten we dat de tarieven voor het verwerken van restafval sterk zullen stijgen. Dit komt door het aflopen van het huidige contract. Marktontwikkelingen laten bijna een verdubbeling van de tarieven zien. Om deze stijging te dempen stellen we voor om dit nadeel in 2024 te dekken door een onttrekking van c€ 6ton uit de egalisatievoorziening van het basispakket. Door te investeren in het nog beter scheiden van afval door inwoners, verwachten we stabilisatie van het aanbod van grondstoffen door inwoners. Daarnaast zijn grondstofvergoedingen de afgelopen jaren verder gedaald, waardoor de afvalstoffenheffing een steeds groter aandeel van de (meer beïnvloedbare en constantere) uitvoeringskosten dekt. Via het programma GRIP werken we ook binnen de bedrijfsvoering aan het realiseren van meer prijsstabiliteit. Per 2025 vallen de kapitaallasten (ca € 2ton) van het project zuiver afval vrij.

We stellen voor in meerjarig perspectief om deze vrijval voor het basispakket in te zetten waarmee het effect van toekomstige nadelen kan worden opgevangen. 8.3

Uitgangspunten bij tarieven afvalstoffenheffing

Ontwikkeling areaal; aantal huisaansluitingen Het aantal geregistreerde huisaansluitingen volgt de meerjarige ontwikkeling van het aantal huishoudens volgens de meest recente cijfers van Belastingsamenwerking Rivierenland. Hierin wordt uitgegaan van een autonome groei van het aantal huisaansluitingen met 0,8% per jaar. Vanwege de economische omstandigheden wordt daarnaast een groei van het aantal kwijtscheldingen verwacht van 0,05% per jaar. Per saldo groeit het aantal betalende huishoudens met circa 700 aansluitingen per jaar. Gemiddeld aantal aanbiedingen restafval De aanbiedingen restafval zijn gebaseerd op ervaringscijfers van huidige afvalbeleid. De aanbiedgemiddelden liggen lager dan bij de invoering werd verwacht. We hebben nog steeds te maken met huishoudens waarbij geen aanbod van restafval is geregistreerd (zgn. ‘0 aanbieders’). Deze inwoners bieden het restafval op alternatieve wijze aan om betaling te voorkomen. Ook zien we dat het aanbod in een 30 liter zak gemiddeld geen 4 maar 5 kg is (soortelijk gewicht). Dit betekent dat er verhoudingsgewijs meer afval moet worden verwerkt per aanbieding. Ook

31

het verschil in aanbod bij hoogbouw t.o.v. laagbouw is groot. Dat is te verklaren doordat bij hoogbouw GFT niet apart gescheiden kan worden. In de begroting 2021 zijn de aanbiedgemiddelden hierop bijgesteld. Deze worden in de begroting 2023 gehandhaafd. Het gemiddeld aantal aanbiedingen zal door de gescheiden inzameling van luier- en incontinentiemateriaal dalen. Daardoor daalt ook de variabele opbrengst uit de afvalstoffenheffing BATEN EN TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING Aantal huishoudens Geregistreerde huishoudens Kwijtschelding Vernietiging, ontheffing etc. Betalende huishoudens % b etalende huishoudens

2021

2022

2023

2024

2025

2026

100.774 -3.998 -2.552 94.224 93,5%

101.133 -4.753 -3.034 93.346 92,3%

101.323 -4.053 -3.040 94.230 93,0%

102.134 -4.136 -3.064 94.933 93,0%

102.951 -4.221 -3.089 95.641 92,9%

103.774 -4.307 -3.113 96.354 92,9%

Gemiddeld aantal aanbiedingen restafval 30 ltr. (brengvoorziening) hoogbouw en stadscentra 30 ltr. (brengvoorziening) 60 ltr. (brengvoorziening) 140 ltr. (mini container) 240 ltr. (mini container)

38 19

38 19

35 17

35 17

35 17

35 17

5,4 6,4

5,4 6,4

5,4 6,4

5,4 6,4

5,4 6,4

5,4 6,4

Tarieven Basistarief Toeslag basistarief per extra mini container restafval

€ 270 € 50

€ 279 € 50

€ 292 € 50

€ 311 € 50

€ 323 € 50

€ 336 € 50

Variabel tarief: aanbieding 30 ltr.(hoogbouw) Variabel tarief: aanbieding 30 ltr. (laagbouw)

€ 0,80 € 1,00

€ 0,80 € 1,00

€ 0,80 € 1,00

€ 0,80 € 1,00

€ 0,80 € 1,00

€ 0,80 € 1,00

Variabel tarief: aanbieding 140 ltr. (mini container) Variabel tarief: aanbieding 240 ltr. (mini container)

€ 4,67 € 8,00

€ 4,67 € 8,00

€ 4,67 € 8,00

€ 4,67 € 8,00

€ 4,67 € 8,00

€ 4,67 € 8,00

Baten afvalstoffenheffing (x € 1.000) Bruto baten afvalstoffenheffing Kwijtschelding Netto baten afvalstoffenheffing

29.640 -1.112 28.528

29.861 -1.374 28.487

31.067 -1.230 29.837

33.236 -1.334 31.902

34.641 -1.409 33.232

36.201 -1.492 34.708

Kostendekkendheid tarief afvalstoffenheffing (x € 1.000) Netto baten afvalstoffenheffing Kosten van het basispakket Kostendekkendheid tarief afvalstoffenheffing

28.528 27.383 104%

28.487 28.483 100%

29.837 29.837 100%

31.902 31.902 100%

33.232 33.232 100%

34.708 34.709 100%

Gemiddeld tarief afvalstoffenheffing per huishouden

€ 297

€ 306

€ 317

€ 336

€ 347

€ 360

Tabel 13: Baten afvalstoffenheffing t/m 2026

8.4

Inrichting basistarief en variabele tarieven

Het gemiddelde, kostendekkende tarief afvalstoffenheffing bedraagt € 317 per huishouden. De afvalstoffenheffing bestaat sinds 2014 uit een basistarief en variabele tarieven (tarief per aanbieding restafval van de diverse aanbiedvolumes). Het variabele tarief betalen inwoners bij elke keer dat het restafval wordt aangeboden, het basistarief één keer per jaar samen met de andere lokale belastingen. In voorliggende begroting gaan we uit van gelijkblijvende variabele tarieven van € 1 per 30 liter aanbieding. (overige aanbiedvolumes naar rato). Wel verwachten we minder aanbiedingen dan in 2022, dankzij het apart inzamelen van incontinentiemateriaal. Dit betekent dat de gemiddelde kostenstijging per 2023 wordt gedekt door een stijging van het basistarief met € 13 naar € 2921. Die gaat gepaard met een verlaging van de gemiddelde variabele opbrengst met € 2. Dit is een gevolg van het gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal voor een aantal gemeenten. Het aantal aanbiedingen van restafval via de ondergrondse brengvoorziening is daardoor lager geworden.Het gemiddeld tarief afvalstoffenheffing per huishouden stijgt daarmee met € 11 naar € 317 De verhouding van het basisdeel en variabele deel komt hiermee op 92%-8%. Dit betekent dat gemiddeld 8% van de afvalstoffenheffing beïnvloedbaar is door het scheidingsgedrag van huishoudens.

Uitgangspunt in de begroting is een aanbod restafval van gemiddeld 60 kg restafval per inwoner.

1

basistarief 2022; € 279 per huishouden

32

Door de variabele tarieven te handhaven, streven we naar verdere prijsstabiliteit voor de inwoners. De hoogte van de variabele tarieven is dekkend voor de variabele kosten voor de inzameling en verwerking van het restafval. Dit betekent dat er geen prijsrisico wordt gelopen, wanneer het daadwerkelijke aanbiedgedrag afwijkt van de begroting. Door handhaving van de variabele tarieven worden de financiële risico’s niet vergroot. Dit is wenselijk doordat Avri onvoldoende beschikt over financiële weerstand. Het handhaven van de variabele tarieven voor restafval betekent dat de prijsprikkel voor inwoners niet wordt vergroot. Dat zou namelijk een toenemend risico geven op vervuiling van grondstoffen. De komende jaren zetten we in op de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen (en niet primair op verdere reductie van de hoeveelheid restafval), waarmee we de maatschappelijke kosten van vervuiling en afvaltoerisme – vertaald in de afvalstoffenheffing – willen terugdringen. De tarieven worden definitief vastgesteld bij de verordening afvalstoffenheffing 2023 in december 2022. In bijlage 4 zijn twee alternatieve scenario’s opgenomen voor de inrichting van de variabele tarieven. 8.5

Opslagen op basistarief

Gemeenten kunnen ervoor kiezen opslagen te hanteren op het basistarief van de afvalstoffenheffing. Gemeenten hebben die mogelijkheid (binnen de wettelijke kaders) voor dekking van kosten die verband houden met de diensten voor inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. Deze diensten maken geen onderdeel uit van het uniforme basispakket van Avri. Verwijderen zwerfafval Een aantal regiogemeenten hanteert een opslag op het basistarief van de afvalstoffenheffing ter dekking van de kosten voor het verwijderen van zwerfafval dat ontstaat tijdens de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Avri maakt geen kosten voor het verwijderen van zwerfafval en deze opbrengsten maken derhalve geen onderdeel uit van de begroting van Avri. De opbrengsten worden door Avri ontvangen van BSR en jaarlijks aan de betreffende gemeenten doorbetaald. Het opslagtarief wordt jaarlijks door de gemeenten bepaald en is opgenomen in de tarieventabel behorende bij de afvalstoffenheffing verordening. Extra GFT-inzameling De gemeenten West Betuwe en West Maas en Waal maken gebruik van de extra inzamelrondes voor GFT-afval in de zomermaanden. Deze activiteit uit het programma Pluspakket wordt gefinancierd door de huishoudens uit deze gemeenten, middels een opslag op het basistarief van de afvalstoffenheffing. De baten en lasten worden verantwoord in het programma Pluspakket.

De kostprijs per huishouden stijgt per 2023 van € 7,53 naar € 7,92 per huishouden. Door de areaaluitbreiding deels in bestaande routes in te passen kan de stijging beperkt blijven tot 5%. Gescheiden inzameling incontinentiemateriaal Gemeenten kunnen ervoor kiezen de kosten van gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal te dekken met een opslag in de tarieven afvalstoffenheffing. In de begroting 2023 van Avri is rekening gehouden met de gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal van 4 gemeenten. Omdat er nog geen vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn, is als uitgangspunt de businesscase gebruikt. 8.6

Kostendekkendheid tarieven afvalstoffenheffing

Conform wet- en regelgeving is het uitgangspunt dat de gemiddelde tarieven voor de dienstverlening in het programma Basispakket op begrotingsbasis niet meer dan 100% kostendekkend zijn. In onderstaande tabel is de kostendekkendheid gepresenteerd. Hieruit blijkt dat de tarieven niet meer dan 100% kostendekkend zijn.

33

KOSTENDEKKENDHEID AFVALSTOFFENHEFFING Lasten taakveld 7.3 Afval Inkomsten taakveld 7.3 Afval Mutatie voorzieningen Basispakket Netto kosten taakveld 7.3 Afval

2022 23.631 -4.388 1.000 20.243

2023 25.539 -5.219 1.246 21.566

2024 27.896 -5.214 564 23.246

2025 27.568 -4.411 1.163 24.321

2026 28.586 -4.228 1.164 25.523

Overhead BTW Kwijtscheldingen Totale kosten Basispakket

4.852 3.388 1.373 29.856

4.817 3.454 1.230 31.067

4.861 3.794 1.334 33.236

4.958 3.953 1.409 34.641

5.057 4.128 1.492 36.201

Baten afvalstoffenheffing

29.861

31.067

33.236

34.641

36.201

Kostendekkendheid

100%

100%

100%

100%

100%

Tabel 14: Kostendekkendheid afvalstoffenheffing 8.7

Opslag BTW-compensatie

De compensabele BTW mag volledig als kosten worden doorberekend aan de burgers via de afvalstoffenheffing. Elk percentage tussen 0% en 21% kan worden gehanteerd. Een hoger percentage dan het huidig opslagpercentage van 13,5% resulteert in een voordeel voor de gemeente ten koste van de afvalstoffenheffing. Een lager percentage levert een lagere afvalstoffenheffing op voor de burger maar ook een lagere opbrengst in de gemeentebegroting. De hoogte van de afvalstoffenheffing is dus beïnvloedbaar door deze opslag. Gemeenten maken gebruik van de mogelijkheid om de BTW (21%), die Avri in rekening brengt bij de gemeenten, te compenseren bij het BTW-compensatiefonds. Hiervoor past Avri een opslag toe van 13,5% van de kosten van het basispakket. Deze 13,5% opslag leidt (na verrekening met het BTW-compensatiefonds) tot een voordeel voor de gemeenten. Een stijging van de kosten van het basispakket leidt daardoor ook tot een stijging van dit voordeel. 8.8

Kwijtscheldingen

Het Algemeen Bestuur van GR Regio Rivierenland heeft in haar vergadering van 12 december 2012 de kwijtscheldingsregeling 2012 (met terugwerkende kracht) vastgesteld waarin; • De kosten van bestaan worden gesteld op 100% van de normuitkering als bedoeld in artikel 16 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990; • Is bepaald dat ten aanzien van pensioengerechtigde personen niet de bijstandsnorm, maar de AOW-norm wordt gehanteerd; • Is bepaald dat kwijtschelding voor ondernemers (voor zover het heffingen in de privésfeer betreffen) mogelijk is; • Is bepaald dat bij de beoordeling van verzoeken om kwijtschelding mede rekening wordt gehouden met de kosten van kinderopvang. Naast deze algemene beleidsregels is in artikel 9 van de Verordening afvalstoffenheffing de onderstaande bepaling voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing van kracht. Deze uitgangspunten zijn vastgesteld in het AB van december 2019 en verwerkt in deze begroting. Bij de invordering van de afvalstoffenheffing komt het vaste tarief van de afvalstoffenheffing zoals bepaald in hoofdstuk 1 van de tarieventabel voor kwijtschelding in aanmerking.

34

9

WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

9.1

Inleiding

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing biedt inzicht in het risicomanagement binnen Avri. Het beschrijft op welke wijze risicomanagement als vast proces binnen de bedrijfsvoering wordt toegepast en verankerd. Ook geeft deze paragraaf inzicht in het risicoprofiel van Avri en de bijbehorende weerstandscapaciteit en -ratio. Het uitgangspunt vormt de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2017, die in februari 2017 door het Algemeen Bestuur werd vastgesteld. De weerstandscapaciteit is verder uitgewerkt in de Nota Reserves en Voorzieningen 2017 van Avri. 9.2

Ontwikkeling financiële risico's

In deze paragraaf is voor ieder programma de ontwikkeling van het risicoprofiel weergegeven. Het actualiseren van het risicoprofiel is van belang gezien de grilligheid van de begroting en het geringe weerstandsvermogen de afgelopen jaren. In onderstaande tabel zijn de risico's per programma weergegeven. Het risicoprofiel uit de jaarstukken 2021 (peildatum 31-12-21) is verwerkt in de begroting.

ONTWIKKELING FINANCIELE RISICO'S ( * €1.000) Basispakket 1 Verkoop gebulkt materiaal 2 Prijsontwikkeling op de afvalmarkt 4 Faillissement van verwerkers 5 Betaling afvalstoffenheffing 6 Onzeker doelvermogen voor nazorg stortplaats 8 Data Registratie GSL 10 Chemische vervuiling of grondwatervervuiling 11 Avri Realisatie B.V. en Solar B.V. 12 Inzet medewerkers Afvalbeheer 14 Onzekerheid scheidingsgedrag huishoudens 17 Vervuiling van aangeboden grondstoffen 19 Vergoeding kunststof verpakkingen 23 Geschil met verwerker PMD's 24 Brandstofprijzen Totaal Basispakket

jaarrekening 2021

Begroting 2023

Verschil JaarrekeningBegroting

29 242 133 120 5.912 15 140 29 349 250 189 309 603 120 8.439

29 242 133 120 5.912 15 140 29 349 225 170 459 603 120 8.545

0 0 0 0 0 0 0 0 0 -25 -19 150 0 0 106

Pluspakket 13 Risico's uitvoering pluspakket activiteiten 24 Brandstofprijzen Totaal Pluspakket

75 25 100

75 25 100

0 0 0

Bedrijfsafval 2 Prijsontwikkeling op de afvalmarkt 4 Faillissement van verwerkers 12 Inzet medewerkers Afvalbeheer 24 Brandstofprijzen Totaal Bedrijfsafval

37 7 20 40 104

37 7 20 40 104

0 0 0 0 0

604

604

0

604

604

0

9.247

9.353

106

Bedrijfsvoering 1 Gekwantificeerde risico's (10% taakveld 0.4) Totaal Bedrijfsvoering Totaal alle programma's

Tabel 15: Ontwikkeling financiële risico's Avri

35

De ontwikkeling van elk financiële risico geeft een indicatie van de eventuele financiële gevolgen voor Avri, als een risico daadwerkelijk optreedt. De inschatting van het financiële risico geldt voor het begrotingsjaar 2023. 9.3

Toelichting grootste en gewijzigde risico’s

Onderstaand wordt een toelichting gegeven op de grootste risico’s (>€ 500.000) of gewijzigde risico’s ten opzichte van de jaarstukken 2021. 6 - Onzeker doelvermogen voor nazorg stortplaats; risico niet gewijzigd In het voorjaar van 2021 is het nazorgplan van de stortplaats Geldermalsen geactualiseerd. De provincie heeft daarmee per brief in april ’21 ingestemd. De actualisatie leidt tot een iets hoger doelvermogen van € 10,9 miljoen en een hoger gekwantificeerd risico van € 5,9 miljoen. De risicokwantificering wordt berekend op basis van het contant maken van het doelvermogen bij afwijkende scenario’s. Het scenario dat de rekenrente verder daalt naar 2,5% zorgt voor het grootste deel van het gekwantificeerd risico van € 5,9 miljoen. In 2021 is voor het eerst € 1 miljoen toegevoegd aan de voorziening Basispakket, ter dekking van dit risico. In het gedeelte over het weerstandsvermogen verderop in deze paragraaf wordt het effect hiervan zichtbaar. 14 - Onzekerheid scheidingsgedrag huishoudens; risico verlaagd We blijven, ook in 2023, inzetten op communicatie en voorlichting . Dat moet leiden tot een verbetering van het scheiden van grondstoffen. 17 - Vervuiling van aangeboden grondstoffen; risico verlaagd Uit sorteerproeven blijkt dat de vervuiling van GFT toeneemt. Overigens is er ook landelijk een forse stijging vervuiling GFT te zien.

We zitten inmiddels op de grens van de landelijk vastgestelde norm. Dat maakt de kans op afkeur groot, als de vervuiling toeneemt. We blijven inzetten op communicatie en voorlichting, met minder vervuiling als doel. 19 – Vergoeding kunststof verpakkingen; risico verhoogd De vervuiling in kunststof verpakkingen neemt landelijk sterk toe. De vergoedingen van het Afvalfonds worden vastgesteld op basis van deze landelijke vervuilingscijfers. Daarmee ontstaat het risico dat het Afvalfonds lagere vergoedingen gaat vaststellen en dus pbd inkomsten afnemen. Ook in de regio Rivierenland is de vervuiling van pbd overigens toegenomen. Dit risico is ten aanzien van de jaarrekening 2021 verder opgehoogd vanwege het mogelijke scenario dat de vergoeding van het Afvalfonds in 2023 nog verder zal dalen. 23 – Geschil met verwerker pbd; risico niet gewijzigd Avri heeft een geschil met de verwerker van het pbd-afval over de afrekening 2017, 2018, 2019 en 2020. Zowel Avri als de verwerker (Veolia) zijn op basis van het afgesloten contract van mening dat er recht is op compensatie door de tegenpartij. Volgens onze berekeningen komen we op een vordering van € 170.000. De verwerker stelt echter dat er een betaling door Avri verricht moet worden van € 1,2 miljoen (tot en met afrekening 2019).

In een vergelijkbaar geschil tussen Veolia en Afvalsamenwerking Limburg (ASL) heeft de rechtbank ASL geheel in het gelijk gesteld. Of Veolia in hoger beroep gaat is nog niet bekend. Wel zien wij de kans dat deze zaak in ons voordeel wordt beslecht sterk stijgen. We hebben daarom de kans van dit risico gehalveerd. Het risico stijgt echter nog wel, aangezien de totale claim vanuit Veolia is gestegen met € 0,7 miljoen, op basis van de aan ons gefactureerde eindafrekening over 2019.

9.4

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de gekwantificeerde risico's af te zetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. In de nota risicomanagement wordt de uitkomst gewaardeerd volgens onderstaande waarderingstabel: RATIO WEERSTANDSVERMOGEN Groter dan 2,0 Tussen 1,4 en 2,0 Tussen 1,0 en 1,4 Tussen 0,8 en 1,0 Tussen 0,6 en 0,8 Kleiner dan 0,6

BETEKENIS Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Tabel 16: Waarderingstabel weerstandsvermogen

36

De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen op de gekwantificeerde en geactualiseerde risico's. Het Algemeen Bestuur heeft de gewenste weerstandsnorm vastgesteld op 'voldoende'. Dit betekent dat de beschikbare weerstandscapaciteit factor 1,0 van de gekwantificeerde risico's moet zijn. Jaarrekening 2021

ONTWIKKELING WEERSTANDSVERMOGEN Basispakket

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

(A) 8.439 (B) 3.210 (B/A) 0,4 Ruim onvoldoende

Pluspakket

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

(A) (B) (B/A)

Bedrijfsafval

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

Bedrijfsvoering

TOTAAL

begroting 2023

Verschil

8.545 5.710 0,7 Onvoldoende

106 2.500 0,3

100 103 1,0 Voldoende

100 3 0,0 ruim onvoldoende

0 -100 -1,0

(A) (B) (B/A)

104 437 4,2 Uitstekend

104 364 3,5 Uitstekend

0 -73 -0,7

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

(A) (B) (B/A)

604 847 1,4 Ruim voldoende

604 517 0,9 matig

0 -330 -0,5

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

(A) 9.247 (B) 4.597 (B/A) 0,5 Ruim onvoldoende

9.353 6.594 0,7 Onvoldoende

106 1.997 0,3

Tabel 17: Ontwikkeling weerstandsvermogen Avri Weerstandsvermogen basispakket Omdat de aanvulling van de weerstandscapaciteit voor het basispakket een directe relatie heeft met de afvalstoffenheffing, is een meerjarige risico-inschatting gemaakt. De uitkomst is zichtbaar in onderstaande tabel, waaruit blijkt dat het weerstandsvermogen vanaf 2023 weer naar het gewenste niveau groeit. In de meerjarige ontwikkeling is nog geen rekening gehouden met de eventuele nadelige invloed van de CO2-heffing, vanwege de vele onzekerheden rond die heffing. Meerjarige ontwikkeling weerstandsvermogen basispakket (* € 1 mln) Gekwantificeerde risico's (A) Beschikbare weerstandscapaciteit (B) Ratio weerstandsvermogen Betekenis

B/A)

2022 € €

8,4 € 4,5 € , 0,5 Onvoldoende

2023

2024

2025

2026

8,5 € 5,7 €

7,7 € 6,3 €

7,5 € 7,4 €

7,4 8,6

0,7 Onvoldoende

0,8 Matig

1,0 Matig

1,2 Voldoende

Tabel 18:Meerjarige ontwikkeling weerstandsvermogen In grafiek 7 is de ontwikkeling van het weerstandsvermogen van het basispakket weergegeven. Daarbij gaan we ervan uit dat de opbouw van het weerstandsvermogen jaarlijks zal plaatsvinden, met de risico-opslag in de afvalstoffenheffing van € 1 miljoen én de jaarlijkse storting van het surplus in de reserve bedrijfsafval. Voor de ontwikkeling van de risico’s gaan we ervan uit dat de risico’s zich grotendeels stabiel ontwikkelen. De grootste daling in de risico’s wordt veroorzaakt door de aanname dat het geschil met de verwerker van pdb (zie risico 23) in 2024 zal zijn afgehandeld.

37

Grafiek 7: Meerjarige ontwikkeling weerstandsvermogen Grafiek 7 laat zien dat Avri zich, indien er zich geen onvoorziene omstandigheden gaan voordoen, in de komende jaren al snel in een situatie bevindt dat de risico’s voldoende zijn afgedekt. Hierbij is het echter belangrijk om weer te geven dat het risico van de stortplaats hierin is meegenomen op basis van een kans keer effect berekening. De risico-opslag in de afvalstoffenheffing is echter gebaseerd op het scenario dat de overdracht van de stortplaats moet plaatsvinden per 2034. In grafiek 8 is de ontwikkeling van het weerstandsvermogen weergegeven, uitgaande van het risico op directe overdracht van de stortplaats per 2034. Het totale risicoprofiel bestaat dan uit zowel het benodigde, aanvullend op te bouwen doelvermogen van € 15,3 mln. als de overige risico’s van het basispakket. In de grafiek wordt duidelijk dat een jaarlijkse aanvulling van de weerstandscapaciteit nodig is om dit scenario te kunnen afdekken. Wanneer de huidige opslag in de tarieven afvalstoffenheffing (€ 12 per huishouden) wordt gehandhaafd t/m 2034 kan het risico op (gedwongen) overdracht op basis van de (huidige) provinciale standpunten worden afgedekt.

Grafiek 8: Meerjarige ontwikkeling weerstandsvermogen (risico=effect)

38

9.5

Kengetallen financiële positie

Het BBV schrijft voor dat decentrale overheden door middel van kengetallen inzicht geven in hun financiële positie. Voor Avri zijn de kengetallen netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en de structurele exploitatieruimte van belang. KENGETALLEN Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

2021 46,1% 46,1% 2,4% 6,5%

2022 50,2% 50,2% 2,5% -2,4%

2023 44,5% 44,5% 1,9% -2,8%

2024 34,7% 34,7% 2,1% -2,1%

2025 29,5% 29,5% 2,2% -2,0%

2026 24,5% 24,5% 2,5% -2,0%

Tabel 19: Kengetallen financiële positie Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van Avri ten opzichte van de omzet. Het laat zien in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Avri heeft geen leningen verstrekt waardoor de kengetallen gelijk zijn aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan: het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Daarmee wordt inzicht gegeven in de mate waarin Avri in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Omdat het eigen vermogen beperkt is, is ook de solvabiliteit van Avri laag. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte in de begroting aanwezig is om de huidige kosten te kunnen dragen.

39

10

FINANCIERING

10.1

Inleiding

Het BBV schrijft een financieringsparagraaf voor waarin de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille staan. Het Treasurystatuut 2016 bevat nadere regels voor de uitoefening van de financieringsfunctie. 10.2

Externe ontwikkelingen

De huidige rentetarieven van de BNG bedragen op moment van samenstelling van deze begroting (maart 2022) rond de 1,5% voor een 10-jaars lineair af te lossen lening. De nieuw aan te trekken leningen zijn tegen dit percentage in de begroting 2023 verwerkt. Financieringsportefeuille Avri De leningenportefeuille van Avri is als volgt opgebouwd: Financieringslasten begroting 2023 Geldlening

oorspronkelijke hoofdsom

Einde looptijd

Geldlening BNG 40.10.85.83 (2013) Geldlening BNG 40.10.89.41 (2014) Geldlening BNG 40.110.118 (2015) Geldlening BNG 40.110.265 (2015) Geldlening BNG 40.110.308 (2015) Geldlening BNG 40.110.355 (2016) - Opstal Gem. Werf Tiel Geldlening BNG 40.110.356 (2016) - Grond Gem. Werf Tiel Geldlening BNG 40.112.541 (2019) - Nieuw Afvalbeleid Geldlening BNG 40.112.895 (2019) - Nieuw Afvalbeleid Geldlening BNG 40.113.548 (2020) - Nieuw Afvalbeleid Geldlening BNG 40.113.547 (2020) Geldlening BNG 40.102511 (2007) oude lening RegioRivierenland Geldlening BNG 40.112427 (2018) oude lening RegioRivierenland Financieringsbehoefte 2022 Financieringsbehoefte 2023 Totaal rentelasten Avri

€ 4.200.000,00 € 10.000.000,00 € 5.000.000,00 € 5.000.000,00 € 5.000.000,00 € 2.900.000,00 € 1.400.000,00 € 5.000.000,00 € 4.400.000,00 € 1.400.000,00 € 3.600.000,00 € 5.000.000,00 € 500.000,00 € 3.000.000,00 € 1.500.000,00 € 57.900.000,00

1-10-2023 15-1-2024 1-10-2035 2-1-2036 2-1-2036 25-1-2041 25-1-2041 22-1-2044 23-1-2044 17-1-2045 17-1-2045 17-1-2027 17-12-2018 1-1-2042 1-1-2043

1-1-2023

Aflossing

€ 420.000 € 420.000 € 1.250.000 € 1.000.000 € 3.250.000 € 250.000 € 3.271.605 € 246.914 € 3.312.500 € 250.000 € 2.204.000 € 116.000 € 1.400.000 €0 € 4.400.000 € 200.000 € 3.784.000 € 176.000 € 1.246.000 € 56.000 € 3.204.000 € 144.000 € 1.000.000 € 250.000 € 400.000 € 25.000 € 3.000.000 € 150.000 € 1.500.000 € 75.000 € 33.642.105 € 3.358.914

31-12-2023 €0 € 250.000 € 3.000.000 € 3.024.691 € 3.062.500 € 2.088.000 € 1.400.000 € 4.200.000 € 3.608.000 € 1.190.000 € 3.060.000 € 750.000 € 375.000 € 2.850.000 € 1.425.000 € 30.283.191

Methode Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Fixe Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair

Rente percentage 2,21% 2,00% 1,60% 1,60% 1,60% 1,75% 2,13% 1,55% 1,55% 0,69% 0,69% 4,34% 1,46% 1,55% 1,55%

2023 € 9.282 € 25.000 € 52.000 € 52.346 € 53.000 € 38.570 € 29.820 € 68.200 € 58.652 € 8.597 € 22.108 € 43.350 € 5.840 € 46.500 €0 € 513.265

*) Bij een fixe aflossingsmethode wordt tussentijds niet afgelost. Deze aflossingsmethode sluit het beste aan bij de waardering van de te financieren gronden, aangezien op gronden niet wordt afgeschreven.

Tabel 20: Financieringsportefeuille en rentelasten In de begroting is rekening gehouden met een aanvullende rentelast van afgerond € 47.000 als gevolg van de financieringsbehoefte voor het kunnen doen van investeringen. De vraag op welke wijze (duur, vorm en hoogte van betreffende lening) in de uiteindelijk benodigde financiering wordt voorzien, zal beantwoord worden op het moment dat daadwerkelijk tot de investeringen wordt overgegaan. Dit is mede afhankelijk van de liquiditeitspositie en prognose op dat moment.

40

10.3

Rentetoerekening

In onderstaande tabel is het renteschema uit de 'notitie rente 2017' van de commissie BBV opgenomen. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening. RENTETOEREKENING Externe rentelasten over de korte en lange financiering Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten

2023 513.265 513.265

Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-203.839 309.425

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente

309.425

Aan taakvelden toe te rekenen rente (via rente-omslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury

-309.425 -

Tabel 21:Schema rentetoerekening

10.4

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto vlottende schuld van een gemeenschappelijke regeling in een bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan 8,2% van het begrotingstotaal (ca. € 54 miljoen). Dit betekent dat Avri op grond van de kasgeldlimiet ca. € 4,4 miljoen aan kort geld mag aantrekken. 10.5

Rente risiconorm

De rente risiconorm bepaalt dat jaarlijks 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Uit het hiervoor gepresenteerde overzicht van de leningportefeuille (tabel 20) blijkt, bedraagt het totaal van de aflossingen jaarlijks ca. € 3,4 miljoen. Dit bedrag blijft ruimschoot onder de risiconorm, die voor Avri ca. € 11 miljoen bedraagt. 10.6

Schatkistbankieren

Schatkistbankieren houdt in dat (lokale) overheden de financiële middelen die zij (tijdelijk) niet nodig hebben voor de uitoefening van hun taken en verantwoordelijkheden afromen naar de schatkist van het Rijk. Overschotten boven de € 275.000 worden automatisch overgeboekt naar de rekening van de schatkist.

41

11

BEDRIJFSVOERING

11.1

Inleiding

Het is onze missie om samen met 250.000 inwoners en de acht gemeenten te werken aan een schoon Rivierenland. We zijn een klantgerichte overheidsorganisatie die, op een duurzame wijze, regionaal grond- en afvalstoffen inzamelt. We voeren taken uit in het beheer van de openbare ruimte en veiligheid voor de gemeenten Buren, West Betuwe, Tiel en Neder-Betuwe. Zo willen we op verschillende manieren mensen te hulp schieten. We zijn goed in ons werk en we weten wat mensen van ons nodig hebben om prettig te wonen. Onze dienstverlening sluit aan bij de behoeftes van gemeenten en inwoners, waarbij onverwachte ontwikkelingen zo min mogelijk invloed hebben op dienstverlening en kosten. De afgelopen jaren is gebleken dat de begroting van Avri steeds meer onderhevig is aan de werking van de markt. Daarmee zijn de risico’s fors toegenomen. Invoering van het nieuwe afvalbeleid heeft weliswaar significant bijgedragen aan de regionale milieudoelstellingen (reductie van restafval), maar leidt ook tot hogere kosten, door toegenomen vervuiling van grondstoffen en afvaltoerisme. De eerste stappen zijn gezet om Avri te ontwikkelen tot een robuuste en wendbare organisatie die op een efficiënte, kostenbewuste manier haar taken uitvoert. Dit jaar werken we verder met het Strategisch Koersplan, de beschreven positionering van Avri en het programma GRIP.

11.2

Circulariteit

Avri bevindt zich in de unieke positie dat het bij kan dragen aan het stimuleren van duurzaam gedrag van de inwoners in Rivierenland. Dit in lijn met het doel van het Rijk om van een lineaire economie te transformeren naar een circulaire economie, zie onderstaande afbeelding. We doen dit door het ontwikkelen van beleid, het stimuleren van positief gedrag, voorlichting, educatie en handhaving. We nemen deel aan maatschappelijke activiteiten en staan in verbinding met de maatschappij en werken zo - samen met inwoners - aan een duurzamere regio. Het is onze overtuiging dat afval als grondstof beschouwd kan worden. Alles draait om hergebruik - het nieuwe afvalbeleid is hier een duidelijk voorbeeld van. Daarbij hebben we aandacht voor de ontwikkeling van onze brengvoorzieningen, de milieustraten, en maken we nog meer verbinding met kringloop en repair. Ook benutten we kansen om onze grondstoffen in partnerschap circulair te verwerken.

Figuur 1: Avri op weg naar circulariteit

42

11.3

Programma GRIP

In 2021 is het programma GRIP van start gegaan. Doel van het programma is het realiseren van prijsstabiliteit en het verbeteren van de voorspelbaarheid van de afvalstoffenheffing. Die bereiken we door enerzijds kostenreductie en kostenbeheersing, en anderzijds het vergroten van de opbrengst door het leveren van toegevoegde waarde aan producten en diensten. Er zijn drie lijnen in het programma die het programmadoel inhoud geven: Inwoners, Markt en Organisatie. In onderstaande figuur is het programma visueel weergegeven.

Figuur 2: Programma GRIP Met het onderbrengen van 16 projecten in het programma GRIP wil Avri kostenreductie en -beheersing behalen. Daarnaast willen we de opbrengst vergroten door het leveren van toegevoegde waarde op producten en diensten. Doel is het vergroten van invloed op de keten, het verbeteren van het weerstandsvermogen, een meer wendbare bedrijfsvoering. De voorspelbaarheid moet toenemen en een bijdrage leveren aan een betere reputatie voor Avri. De kostenreductie ligt tussen de € 4 en € 17 per huishouden en is voor een gedeelte gericht op schone grondstofstromen. De reductie is mede afhankelijk van ‘politieke’ keuzes die nog worden gemaakt. De kosten gaan hierbij echter voor de baten uit. Inwoners De communicatieprojecten zijn erop gericht om schonere grondstofstromen door inwoners te realiseren. Dat heeft als gevolg dat wij lagere vervuilingskosten bij onze verwerkers betalen. Dit doen we door eerst bij inwoners te inventariseren wat zij nodig hebben. Van daaruit kunnen wij communicatie, educatie en informatie leveren, in de vorm van campagnes en inzet van een afvalcoach. Dit leidt tot schonere grondstoffen en vermindering van afvaltoerisme, wat indirect zorgt voor hogere inkomsten. Markt Door andersoortige contracten met afvalverwerkers af te sluiten heeft Avri meer stabiliteit en een sneller financieel effect bij schonere stromen.

Avri kijkt waar zij waarde kan toevoegen aan de grondstofstromen om deze doelen te halen. Denk hierbij aan de drie subsidieprojecten vanuit de Regio Deal. Om meer grip op de verwerking te krijgen overziet Avri de hele keten. Wij proberen meer invloed te krijgen op die keten. Dan gaat het bijvoorbeeld om de keten van gebruik van grondstoffen. We kunnen onderzoek doen naar samenwerking waar het gaat om productie, consumptie en duurzame inname en verwerking van grondstoffen. Door (regionale en landelijke) samenwerking met producenten, verwerkers en marktpartijen te intensiveren gaat Avri op zoek naar slimme, innovatieve en duurzame oplossingen. Hiermee neemt Avri ook meer verantwoordelijkheid voor de afzet van onze grondstofstromen. We proberen de verwerking zo circulair mogelijk te

43

laten plaatsvinden. Bij voorkeur vindt verwerking regionaal plaats, zodat de lokale economie gestimuleerd wordt en CO2-reductie plaatsvindt op het transport. Organisatie Verdere ontwikkeling van de bedrijfsvoering door meer datagestuurd te werken en optimalisatie van de routes heeft een positief resultaat op hoeveelheid en kwaliteit grondstofstromen. Resultaten 2026 Het resultaat van het programma GRIP in 2026 is deels te voorspellen. De positieve gevolgen van datagestuurd werken zijn in 2026 zichtbaar. We hopen dan bereikt te hebben dat de inwoners bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de grondstoffen. En dat daarmee een positief effect is ontstaan op de kosten. In 2026 zijn we minder kwetsbaar voor marktontwikkelingen door andere contracten af te sluiten en meer waardecreatie te realiseren. Landelijke ontwikkelingen en wetgeving gaan ons daarbij helpen, zoals verdere invoering van de uitgebreide producenten verantwoordelijkheid. Avri neemt daarin zijn eigen verantwoordelijkheid om grondstoffen zoveel mogelijk regionaal te verwerken. Daarvoor nemen we deel aan regionale netwerken, die een bijdrage leveren aan de circulaire economie in Rivierenland. 11.4

Strategisch Koersplan; vijf strategieën

In 2021 is gestart met het opstellen van het Strategisch Koersplan. Dat geeft Avri een richting om de volgende uitdagingen aan te gaan in haar bijdrage aan een leefbare woonomgeving. Deze uitdagingen worden ingegeven door: • Aangescherpte beleidsambities van Rijk en gemeenten (o.a. bestuursakkoorden); • Strengere normen en financiële prikkels (heffingen, wet- en regelgeving); • Meer samenhangende of samenvallende normen (o.a. CO2-heffing, energieverbruik gebouwen en transport); • Krapte op de arbeidsmarkt, met name voor chauffeurs. • Hogere kosten, zoals personele kosten, hogere brandstofkosten, hogere materiaalkosten (voertuigen en gereedschap en grilliger grondstofopbrengsten. • Krapte op de arbeidsmarkt, met name voor chauffeurs. • Vermindering draagvlak bij de inwoners door hogere kosten en de complexiteit van goed afval scheiden. Ook gemeenten willen meer duidelijkheid over de toekomst van Avri, de zogenaamde houtskoolschets. Doen wat we altijd deden, is niet meer voldoende. Er is behoefte aan een trendbreuk met het verleden: een koerswijziging van lineaire afvalinzamelaar naar circulaire ketenpartner. Hierdoor verandert de rol en positie van Avri: de focus komt te liggen op draagvlak bij inwoners, partnerschap in de keten, een efficiënte, datagestuurde bedrijfsvoering.

De uitdagingen en ontwikkelingen op het gebied van circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit zijn veelomvattend. Tegelijkertijd is een wendbare, robuuste en voorspelbare bedrijfsvoering nodig om te blijven voldoen aan de behoeftes van gemeenten en inwoners. Avri heeft in 2021 een nieuwe strategie (Strategisch Koersplan 2021-2025 en de positionering) ontwikkeld. Daarin zijn de uitdagingen en ontwikkelingen vertaald naar opgaven voor de komende jaren en manieren om die te kunnen realiseren. De nieuwe strategie is tot stand gekomen met bijdragen van medewerkers van Avri, de RBA-leden, communicatieadviseurs van gemeenten, raadsleden, inwoners en bestuursleden van Avri. Als eerste is het doel voor de komende vijf jaren vastgesteld. Avri stelt zich voor 2025 tot doel: ‘Trots op Rivierenland door samen te werken aan een schone leefomgeving’.

Om deze doelstelling te bereiken, zijn er vijf strategieën benoemd: • Circulaire waardencreatie: waarde toevoegen door intensief samen te werken met partijen die slim werken aan de circulariteit van grondstofstromen; • Efficiënte operatie: reële en voorspelbare uitvoeringslasten door een efficiënte aanpak; • Van de regio, voor de regio: een positieve waardering van inwoners en opdrachtgevers, door zichtbaar bij te dragen aan de leefbaarheid in de regio; • Kwaliteit afvalstromen: de opbrengst van grondstoffen is maximaal, door samen met gemeenten te investeren in communicatie die afvalscheiding voor iedereen aantrekkelijk maakt; • Nieuwe koers: een toekomstgerichte organisatie door de strategie en positionering (‘wat’ en ‘hoe’) als intern kompas in denken en doen te verankeren. We zien we dat de scheidslijnen tussen afvalbeheer, IBOR en handhaving vervagen. Dit geldt voor de governance, maar ook voor de uitvoering. Er zijn kansen om personeel en materieel uit te wisselen, om op gebiedsniveau werkzaamheden en planning meer integraal te benaderen en om gedragssturing effectiever als instrument in te

44

zetten. Hiervoor is per 1 april 2021 een organisatieontwikkeling gestart. De doelen van deze organisatieontwikkeling zijn: • Het organiseren van verbinding tussen de werkvelden afvalbeheer en IBOR om tot een excellente uitvoering te komen; • Bundelen van strategische en tactische functies om de denkkracht te vergroten, het contact met verschillende stakeholders te organiseren, te innoveren en grip op externe markten te vergroten; • Bundelen van de ondersteuning in het primair proces om de versnippering in aansturing terug te dringen, werkprocessen efficiënter in te richten en kwetsbaarheden te verminderen.

11.5

Positionering; het Avri kompas

Het karakter van Avri is het verzorgende karakter met een specialistische rand. Dit betekent dat Avri eerst de verbinding maakt met anderen, met inwoners en gemeenten. Vervolgens weten we wat er bij hen speelt en wat hun behoeften zijn. Daarna bepalen we waar de win-win zit om vervolgens vanuit expertise en deskundigheid tot uitvoering te komen. Dit doen we door open te laten zien dat we er zijn voor mensen en er te zijn op het moment dat ze het nodig hebben. Dit karakter noemen we ook wel de Specialistische Verzorger. De positionering van Avri is uitgewerkt in het Avri Kompas. Een boekje voor de medewerkers waarin de beschreven wordt wie Avri is en wie we willen zijn. Aandachtspunten in het kompas zijn de interne communicatie en wie wij zijn. Het kompas is eind december aan de medewerkers gepresenteerd.

Figuur 3: Het Avri-kompas

11.6

Duurzaam inzetbare medewerkers

Het werken aan een duurzame regio willen wij doen met duurzaam inzetbare medewerkers; gezonde en vitale medewerkers die veilig en met bezieling aan het werk zijn. We hebben immers elke collega nodig. We zetten de komende jaren in op de volgende thema's: -

-

Vitaliteit: we gaan door met acties om de vitaliteit in de organisatie te vergroten. We proberen hierbij vooral het eigenaarschap en initiatieven van medewerkers te stimuleren en te faciliteren. Strategische personeelsplanning: zo kunnen we de uitdagingen in de arbeidsmarkt aangaan en medewerkers breder en duurzaam inzetbaar maken. De reguliere aanpak past niet meer, er zijn innovatieve oplossingen nodig voor de toekomst. Leren: we vinden het belangrijk dat medewerkers zich blijven ontwikkelen. We willen meer leren van de dagelijkse praktijk en zetten stevig in op scholing. En fouten maken kan: als we er maar van leren. Veiligheid: als werkgever zorgen we voor goede fysieke arbeidsomstandigheden (veilig, gezond), voldoende opleidings- en ontwikkelmogelijkheden en stimuleren we goede sociale arbeidsomstandigheden, zoals een waarderende cultuur en een reële werkdruk.

45

Interne communicatie De in paragraaf 11.8 beschreven omslag in het denken over communicatie wordt ook intern zichtbaar. Wij zetten actief in op het informeren van medewerkers over ontwikkelingen binnen Avri. Zij worden voorzien van informatie die zij nodig hebben om hun werk te kunnen doen. Zo was er ook in 2021 een enorme toename van het aantal en soort nieuwsberichten op intranet, er wordt gebruik gemaakt van Whatsapp om medewerkers snel van urgente informatie te voorzien en leidinggevenden krijgen een actievere rol in de communicatie met hun teams. 11.7

Inclusiviteit: meerwaarde voor kwetsbare groepen én gemeenten

Avri zorgt voor maatschappelijke meerwaarde door kansen te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In de afgelopen jaren zijn ruim 95 medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt bij Avri komen werken. Waar het in eerste instantie begon met het detacheren van mensen, is de samenwerking met het regionale werkvoorzieningsschap Werkzaak Rivierenland later uitgebreid met meer doelgroepen. Zo worden steeds meer mensen uit de zogenaamde kaartenbak van de gemeente (bijstand, WW, Wajong, Wia, statushouders) begeleid ge(her)introduceerd in het arbeidsproces. Voor de mensen zelf draagt dit bij aan het gevoel van zelfstandigheid en actief mee te doen in de maatschappij. We verkennen voortdurend de mogelijkheden om deze groep te vergroten. Dat doen we door werkervaringsplaatsen en leerwerkroutes aan te bieden en laagdrempelige werkzaamheden door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te laten uitvoeren. Het doel is de afstand tot de arbeidsmarkt voor zoveel mogelijk mensen te verkleinen. Op deze wijze leveren we samen met de gemeenten een stevige bijdrage aan het vinden van banen voor mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt. 11.8

Communicatie

Verandering in communicatie en gedrag We realiseren ons dat inwoners onze belangrijkste partners zijn voor het succesvol realiseren van onze doelstellingen voor Rivierenland. Het is essentieel dat we draagvlak bij de inwoners verkrijgen voor onze opgaven. Avri wil niet alleen ván de regio zijn, maar ook voor de regio. Draagvlak verkrijgen we niet alleen door wat we doen, maar ook door hoe we de dingen doen. Avri maakt in de periode 2021-2022 een omslag naar een meer mensgerichte en samenwerkingsgerichte organisatie, die haar deskundigheid daarbij inzet: de specialistische verzorger. Dat betekent dat wij bewuster de verbinding maken met anderen. We weten wat er bij hen speelt en wat hun behoeften zijn. Daarna bepalen we hoe we een win-win situatie kunnen bereiken en helpen we vanuit onze expertise. De waarden die hierbij horen zijn: inlevend, verbindend, wendbaar, deskundig en behulpzaam. Door deze waarden consistent uit te dragen in alles wat we doen, bouwen we aan een herkenbare Avri-ervaring bij onze inwoners en gemeenten. De komende jaren blijft Avri eraan werken om dat nog bewuster en beter te doen. Het karakter en de waarden zijn als positionering vastgelegd in het Avri-kompasboekje.

Toenemende inzet van online communicatie Online communicatie (zoals de Avri-app, social media en website) krijgt een steeds grotere rol in het snel en accuraat informeren van inwoners en het aangaan van interactie. Het in 2021 uitgevoerde communicatieplan wordt in 2022 geëvalueerd. Dat levert ons de aanknopingspunten om onze online communicatie naar een hoger niveau te brengen. Uiteraard moeten we dan ook onze online communicatiemiddelen aanpassen. Sommige, zoals de website van Avri, zijn technisch aan het einde van hun levensduur en moeten vervangen worden. Middelen als de Avri-app moeten worden doorontwikkeld om te blijven voldoen aan de eisen van de tijd. We willen de inwoners kanalen bieden waar ze altijd snel de gewenste informatie kunnen vinden. Volwaardige expertise Om dit alles te bereiken is binnen Avri een nog intensievere samenwerking tussen de verschillende disciplines een voorwaarde. Het team communicatie wordt aan de voorkant betrokken bij alle nieuwe ontwikkelingen, beleidsvoornemens en uitvoeringszaken. Het doel blijft: draagvlak bij inwoners creëren voor onze opgave, om onze doelstellingen voor Rivierenland succesvol te realiseren.

46

12

ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

Het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) vormt de basis voor de jaarlijkse dotatie in de voorziening onderhoud gebouwen. Met deze voorziening worden de kosten van het onderhoud van de Avri-gebouwen geëgaliseerd. Alleen (in het plan opgenomen) kosten voor groot onderhoud mogen ten laste komen van de voorziening. Een actuele onderhoudsplanning is op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) noodzakelijk om de hoogte van de voorziening te onderbouwen. In 2020 is het MJOP van Avri geactualiseerd. Het loopt tot en met 2039. De kosten voor vervangingsinvesteringen en groot onderhoud laten de gebruikelijke forse fluctuaties zien. Om deze fluctuaties te egaliseren is de voorziening groot onderhoud ingesteld. Daarmee worden de jaarlijkse kosten gelijkmatig verdeeld. Het onderhoudsplan van Avri is van toepassing op alle gebouwen en terreininrichting op locatie De Meersteeg en op de diverse milieustraten in het verzorgingsgebied. Om de voorziening onderhoud op het gewenste niveau te houden wordt jaarlijks € 207.000 aan deze voorziening gedoteerd. De kosten voor vervangingsinvesteringen en groot onderhoud uit het MJOP worden voldaan uit de daarvoor gevormde voorziening onderhoud gebouwen. Het saldo van de voorziening bedroeg per 1 januari 2022 € 758.000. In de begroting 2023 is een dotatie opgenomen van € 207.000 op basis van het in 2020 vastgestelde MJOP.

VOORZIENING ONDERHOUD GEBOUWEN Voorziening onderhoud gebouwen Dotatie vanuit exploitatie Onderhoudskosten

Saldo 01-01

Saldo 31-12

2021 635 207 -84 758

2022 758 207 -98 867

2023 867 207 -192 882

2024 882 207 -120 969

2025 969 207 -113 1.063

2026 1.063 207 -113 1.157

Tabel 22: Verloopoverzicht voorziening groot onderhoud gebouwen

47

13

VERBONDEN PARTIJEN

13.1

Inleiding

Verbonden partijen zijn rechtspersonen waar GR Avri een bestuurlijke en een financiële band mee heeft. Dit zijn onder andere vennootschappen (waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in het bezit zijn van Avri), verenigingen of stichtingen die een publiek belang behartigen, en andere gemeenschappelijke regelingen. Met de bestuurlijke band wordt bedoeld dat Avri één of meer zetels heeft binnen de betreffende partij, dan wel stemrecht heeft. Van een financiële band is sprake als middelen aan deze partij ter beschikking zijn gesteld. 13.2

Verbonden partijen Avri

Avri Realisatie B.V. Soort verbintenis Gevestigd Openbaar belang Bestuurlijk belang Omvang belang Avri Taak / doelstelling

Veranderingen in belang gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Deelnemende partijen Financiën Financiële consequenties begrotingsjaar Vermogen en resultaat verbonden partij

Deelneming Geldermalsen Zie taak / doelstelling Aandeelhouder Avri beschikt over 100% van de aandelen met een nominale waarde van € 74.874. Avri Realisatie B.V. is in 1999 opgericht (destijds Avri Ontwikkeling B.V.). Het doel van deze B.V. is om de middelen van Avri maatschappelijk nuttig aan te wenden. Maatschappelijk nuttig betekent onder meer dat overcapaciteit aan aanwezige middelen en ruimte wordt verhuurd aan derden die afval recyclen en duurzame energie produceren en dat de opbrengsten ten goede kunnen komen van de afvalstoffenheffing. Geen.

Programma Basispakket Niet van toepassing

Eigen vermogen Vreemd vermogen Exploitatieresultaat

31 december 2019 € 2.177.000 € 8.978.000 € 179.000

31 december 2020 €.2.339.800 € 8.288.000 € 163.000

Risico's Het financiële risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal (€ 75.000). Daarnaast is in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van GR Avri het maatschappelijke risico beschreven, volgend uit de bestuurlijke verantwoordelijkheid van Avri als enig aandeelhouder van deze B.V. Toelichting Na goedkeuring van de aandeelhouders is in 2021 (over boekjaar 2020) € 250.000 uitgekeerd. De huurovereenkomst met de Grondbankcombinatie is verlengd tot 30 juni 2024. De overeenkomst met Reterra (groencompostering) is verlengd tot 30 juni 2022 in verband met heroriëntatie. Bij het opstellen van deze begroting zijn er geen concrete ontwikkelingen te melden waarvoor het nog in te richten (braakliggende) terrein nodig is. Vanuit beheer en beveiliging is langs de Betuweroute een nieuwe watergang gegraven en zijn extra hekken geplaatst. Bureau Waardenburg heeft een advies uitgebracht over het maaibeheer, om de biodiversiteit te stimuleren.

48

Avri Solar B.V. Soort verbintenis Gevestigd Openbaar belang Bestuurlijk belang Omvang belang Avri Taak / doelstelling Veranderingen in belang gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Deelnemende partijen Financiën Financiële consequenties begrotingsjaar Vermogen en resultaat verbonden partij

Deelneming Geldermalsen Zie taak / doelstelling Aandeelhouder. Avri Realisatie B.V. is de oprichtster van Avri Solar B.V. en enig aandeelhouder van deze vennootschap. Avri Solar B.V. kent een zelfstandige jaarrekening die geconsolideerd wordt met de jaarrekening van Avri Realisatie B.V. Avri Solar B.V. is in 2014 opgericht ten behoeve van de realisatie en mogelijk de exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. Geen.

Programma Basispakket Niet van toepassing Avri Solar B.V. heeft geen personeelsleden in dienst.

Eigen vermogen Vreemd vermogen Exploitatieresultaat

31 december 2019 € 436.000 € 7.398.000 € 162.000

31 december 2020 € 563.000 € 8.655.000 € 1127.000

Risico's Het risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal van Avri Realisatie B.V. Daarnaast is in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van GR Avri het maatschappelijke risico beschreven volgend uit de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Toelichting Avri Solar B.V. is in 2014 opgericht ten behoeve van de realisatie en exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. Dit zonnepark is begin 2018 gerealiseerd en sindsdien in gebruik. Avri Realisatie B.V. is de oprichtter en enig aandeelhouder van Avri Solar B.V. Avri Realisatie B.V. fungeert tevens als bestuur en AvA voor Avri Solar B.V. Avri Solar B.V. kent een zelfstandige jaarrekening die geconsolideerd wordt met de jaarrekening van Avri Realisatie B.V. In 2021 zijn vijfjarige contracten afgesloten inzake assetmanagement en beheer & onderhoud. Ook is op verzoek van de raad van commissarissen door een deskundig bureau een waardebepaling opgesteld voor het zonnepark van Avri (Avri Solar B.V.). Besloten is om vooralsnog zelf het park te blijven exploiteren, mede door de hoge energieprijzen in 2022. Het park biedt concrete mogelijkheden voor de energietransitie, die in lijn liggen met de strategie van GR Avri.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11418785/1