Beantwoording technische vragen beeindigingsregeling geitenhouderij kooiweg Brakel CDA (002)
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN
Datum: 24-09-2021 Onderwerp: technische vragen over de Actualisatie subsidiebeleid 1) Welke portefeuillehouder is belast met de uitvoering van de motie ‘Handhaving Geitenbedrijf Van Giessen’ welke aangenomen is in de raadsvergadering van 25-042019? Document: https://zaltbommel.raadsinformatie.nl/document/7560638/1/2019-0425%20A%20Handhaving%20geitenbedrijf%20Van%20Giessen Burgemeester Van Maaren 1.a.) Indien dit een andere portefeuillehouder betreft dan van het voorliggende voorstel ‘beëindigingsovereenkomst’: Welk collegebesluit ligt ten grondslag aan het toewijzen van dhr. Zondag als portefeuillehouder voor de concrete uitwerking van dit ene specifieke scenario? Wethouder Zondag heeft dit als portefeuillehouder MFA Brakel opgepakt. Hierover is in het college overeenstemming. 2) In de beantwoording van schriftelijke vragen ‘Voortzetting handhaving geitenhouderij’ welke zijn gesteld door de fractie PvdA/Gl op 28-04-2020 en beantwoord op 26-06-2020 wordt aangegeven dat gewerkt wordt aan een opiniërende nota met verschillende mogelijke (vervolg-)scenario’s. Ook in het voorliggende voorstel wordt verwezen naar deze nota in uitwerking. Inmiddels wordt er dus ruim twee jaar gewerkt aan deze opiniërende nota met verschillende mogelijke (vervolg-)scenario’s.
Graag ontvangen wij een overzicht van deze scenario’s, inclusief een toelichting, de concrete stappen die gezet zijn om deze in beeld te brengen en de daarbij horende onderliggende (juridische) onderzoeksdocumentatie. In uw motie van 25 april 2019 heeft u gevraagd om een opiniërende nota met de scenario’s uit de mediation. Deze scenario’s betreffen het positief bestemmen van de geitenhouderij en het tijdelijk vergunnen voor een periode van 10 jaar. Daarnaast heeft het college eerder al besloten te handhaven, dit is dus ook een mogelijk scenario. In uw motie heeft u aangegeven dat wij hierbij ook de uitkomsten van het VGOonderzoek moeten betrekken. De verwachting was dat deze uitkomsten eind 2021 / begin 2022 zouden komen. In afwachting daarvan hebben wij het onderzoek naar de scenario’s tijdelijk stilgezet. Inmiddels is duidelijk dat deze uitkomsten pas in 2024 worden verwacht. Dat zou voor ons aanleiding zijn de scenario’s weer op te pakken,
met de kanttekening dat voor 2024 geen duidelijkheid is te bieden. Echter heeft in de tussentijd de betreffende ondernemer zich bij ons gemeld en aangegeven in gesprek te willen gaan over een mogelijke verplaatsing. Deze gesprekken hebben geleid tot voorliggend voorstel. Document schriftelijke vragen met beantwoording: https://zaltbommel.raadsinformatie.nl/document/8682009/4/2020-0428%20Schrifelijke%20vragen%20PvdAGL%20Voortzetting%20handhaving %20geitenhouderij 3) Welk collegebesluit ligt ten grondslag aan het afwijken van de, reeds geruime tijd ingezette, lijn voor een opiniërende nota met verschillende mogelijke (vervolg-)scenario’s door het concreet uitwerken van één specifiek scenario? Op welke wijze is de raad hierover geïnformeerd? Het collegebesluit van 6 september 2021 waarin het college heeft ingestemd met voorliggend raadsvoorstel. Overigens heeft het college niet besloten deze opiniërende nota niet op te stellen, maar door het achterwege blijven van het VGO-rapport is deze op dit moment niet af te ronden. 4) Op 27-08-2020 zijn door de fractie PvdA/Gl schriftelijke vragen gesteld ‘bouwstop rond geitenstal’. Deze vragen zijn beantwoord op 26-09-2020.
In de beantwoording op vraag 3 geeft het college aan dat bij elke ontwikkeling rondom de betreffende geitenstal middels een beleidsmatige beoordeling een zorgvuldige afweging wordt gemaakt of een bepaalde ontwikkeling wel of niet als haalbaar wordt beschouwt. Op basis van welke beleidsmatige beoordeling heeft het college bepaald dat een eventuele ontwikkeling van een MFA in Brakel-Zuid met de huidig beschikbare kennis niet als haalbaar wordt beschouwd vanwege de aanwezigheid van de geitenstal aan de Kooiweg? Verzoek tot inzage van de expertise-rapportage die hieraan ten grondslag ligt op basis waarvan het college een zorgvuldige risico-afweging heeft gemaakt bij het instemmen met de beëindigingsovereenkomst voordat de gezondheidsonderzoeken zijn afgerond. Vanwege de onzekerheid rondom eventuele gezondheidsrisico’s rondom geitenhouderijen zijn wij van mening dat het op dit moment niet verstandig is gevoelige functies zoals scholen binnen 400 meter van een geitenhouderij te realiseren. Zoals bij u bekend heeft het RIVM haar expertise-rapportage niet voor 2024 gereed. Tot die tijd blijven deze afwegingen helaas gebaseerd op inschattingen van risico’s zonder duidelijke objectieve normen die daaraan ten grondslag liggen. 5) Verzoek tot (vertrouwelijke) inzage in de opbouw van het bedrag uit de beëindigingsovereenkomst. Deze is vertrouwelijk beschikbaar gesteld.
6) Verzoek tot (vertrouwelijke) inzage onderliggende taxatierapportage.
Deze is vertrouwelijk beschikbaar gesteld. 7) Verzoek tot (vertrouwelijke) inzage gespreksverslagen/notulen van de gesprekken die gevoerd zijn tussen de betrokken partijen van de beëindigingsovereenkomst vanaf het moment van het eerste contactmoment dat geleid heeft tot het voorliggende voorstel. Van deze gesprekken zijn geen notulen gemaakt. 8) Kan uit de taxatierapportage worden afgeleid voor welk bedrag de functie geitenhouderij van het bedrijf zou kunnen worden beëindigd middels een schadeloosstelling? Met andere woorden: Welke inschatting is gemaakt van de kosten om de betwiste vergunning voor het houden van geiten op het bedrijf ‘weg te kopen’ middels schadeloosstelling indien uit het definitieve VGO-onderzoek zou blijken dat sprake is van een oorzakelijk verband tussen geitenhouderij en volksgezondheid? Aangezien De Lorijn zich nu ten behoeve van de taxatie van het bedrijf heeft verdiept in de bedrijfsinformatie hebben we aan De Lorijn gevraagd om een globale inschatting hiervan te maken. Wanneer de rechter een schadeloosstelling zou bepalen wordt dit over het algemeen gedaan op basis van 10 jaren de misgelopen inkomsten te berekenen. Op basis van de vertrouwelijk beschikbaar gestelde taxatie is een inschatting te maken van het mogelijke schadebedrag. Is dit toekomstige scenario (afh. uitkomsten def.
VGO-onderzoek) van herbestemming zonder aankoop van een alternatief bedrijf in beeld gebracht en besproken met de betreffende ondernemer? Concreet: een beëindigingsovereenkomst die mee kan bewegen met de definitieve uitkomsten van het VGO-onderzoek. De betreffende ondernemer heeft in een vroegtijdig stadium aangegeven op een andere locatie een geitenbedrijf te willen voortzetten. Een mogelijke uitkomst van het VGO-onderzoek is dat een oorzakelijk verband wordt aangetoond, maar dat dit kan worden gemitigeerd door (technische) aanpassing in de bedrijfsvoering of van het bedrijf. Welke opties zijn verkend om afspraken daarover (voortzettingsoverkomst) in combinatie met een beëindigingsovereenkomst zoals bovenstaand beschreven uit te werken in afwachting van het definitieve VGO-onderzoek? Voorliggende beëindigingsovereenkomst is tot stand gekomen, omdat de betreffende ondernemer nu de gelegenheid heeft een ander geitenbedrijf te kopen. Uitgangspunt voor deze overeenkomst was dus verplaatsen. 9) Tijdens de carrouselbehandeling heeft portefeuillehouder aangegeven dat voorliggende voorstel beoogd was voor behandeling in de raadsvergadering van 22 juli 2021. Doordat het presidium besloten heeft het annuleren daarvan door het presidium niet mogelijk was.
Op welk moment had een collegebesluit plaats moeten vinden voor behandeling in de raad van 22 juli 2021? Op welk moment heeft het collegebesluit plaatsgevonden? Het college heeft op 6 september besloten het voorstel aan de gemeenteraad voor te leggen. Begin juli heeft de ondernemer bij ons gemeld dat de mogelijke aankoop van het bedrijf in Maasbommel in een stroomversnelling kwam. Op dat moment hebben wij onderzocht of het mogelijk was voor 22 juli een collegebesluit en raadsvoorstel te laten behandelen, omdat het er op leek dat de verkopende partij een ontbindende voorwaarde wilde die verliep voor september. Uiteindelijk heeft de ondernemer bereikt dat de ontbindende voorwaarde loopt tot oktober, waardoor raadsbehandeling in september mogelijk was. Eventuele toelichting: Namens de fractie CDA Zaltbommel, Hein de Kort