B-2021-002b Jaarstukken 2020 def
Tekst van het document
Pagina 20 van 73
PROGRAMMA PLUS PAKKET
4
IBOR ‘ij’
r
T
1
Dit programma gaat over: De aanvullende activiteiten die A vn verricht voor gemeenten, zoals het Integraal Beheer van de Openbare Ruimte (IBOR) en handhavingstaken.
4.1 Inleiding In dit programma zijn diensten opgenomen die individuele gemeenten in aanvulling op het basispakket contractueel van Avri kunnen afnemen. Dankzij dit pluspakket levert Avri een breed dienstenpakket voor de gemeenten. Dit dienstenpakket bestaat onder andere uit het Integraal Beheer van de Openbare Ruimte (IBOR). Verder levert Avri diensten op het gebied van toezicht en handhaving op onderdelen van de APV. Daarnaast worden voor een aantal gemeenten afvalstromen uit de openbare ruimte verwerkt en worden extra inzamelrondes afval uitgevoerd. De taken uit het pluspakket worden tegen kostprijs aangeboden en eventuele voor- en nadelen worden op basis van de afgesloten raamovereenkomst verrekend met de gemeenten. Daarmee ligt het financiële risico bij de individuele gemeenten. Voor overige, kleine pluspakketopdrachten waarbij dit niet is overeengekomen, worden financiële resultaten verrekend met de reserve pluspakket van Avri. —
—
4.2 Terugblik Het jaar 2020 ligt achter ons en de resultaten van het onderhoud van de openbare ruimte worden in februari (ambtelijk) gedeeld met de gemeenten. Met gepaste trots kunnen we zeggen dat de resultaten goed zijn. In 2020 is voor vier gemeenten de openbare ruimte onderhouden, voor drie gemeenten zijn toezicht- en handhavingstaken in het kader van de APV uitgevoerd. Samen worden we sterker De samenwerking tussen de IBOR-gemeenten en Avri is constructief. Medewerkers weten elkaar te vinden als het nodig is. Avri heeft specifieke thema overleggen belegd over onkruidbeheersing op verhardingen (zelf doen i.p.v. uitbesteden), over de bestrijding van de eikenprocessierups en over ecologisch bermbeheer. In 2020 is ook een intergemeentelijk overleg met alle IBOR gemeenten gestart. In dit overleg worden gezamenlijke thema’s besproken en afgestemd. Zo kunnen we van elkaar leren en wordt efficiënter gewerkt. Regionaal bomenbeheer Samen met de buurgemeenten heeft Buren besloten over te stappen op het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Alle vier de IBOR-gemeenten werken nu met dezelfde systematiek, hetzelfde beheersysteem en hetzelfde bomenpaspoort voor het beheer van bomen. Dit werkt efficiënt en maakt het uitwisselen en vergelijken van gegevens veel gemakkelijker. Een mooie stap in de regionale samenwerking tussen Avri en de IBOR-gemeenten.
Duurzaam hei d Avri is al jaren bezig met ontwikkelingen binnen de bedrijfsvoering om het milieu minder te belasten. Avri rijdt op groengas (CNG en LNG). Daarnaast zet Avri bij het beheer van de openbare ruimte elektrisch aangedreven voertuigen en gereedschap in. Omdat ze 100% elektrisch aangedreven zijn, werken ze zuinig en zonder uitstoot van 002, roet of fijnstof. De elektriciteit die hiervoor nodig is, wordt volledig opgewekt op ons eigen solar- en windpark. In 2020 heeft Avri biologisch zout (ca. 600 ton) toegepast bij de gladheidbestrijding. Ook door deze maatregel wordt het milieu minder belast. Het gebruik van dit bio-zout (een restproduct vanuit de voedingsmiddelenindustrie) geeft goede resultaten.
Pagina 21 van 73
Avri denkt er bewust over na om afgeschreven materieel niet direct te vervangen, maar in overleg met de leverancier een tweede leven te geven. Ook dat is duurzaam. Waar mogelijk worden onderdelen van gereedschap en machines vervangen door kunststof onderdelen. Het voordeel is dat die niet roesten en dus minder onderhoud vragen. Enkele voertuigen die door de wijkploegen gebruikt worden, zijn gebruikt gekocht, om de duurzaamheidsgedachte verder te onderstrepen. Vlindertuin Tiel Het openbare groen tussen cultuurcentrum Zinder en de Koninginnestraat in Tiel is ingericht als vlinder- en belevingstuin. De bloemrijke tuin is een initiatief vanuit bewonersvereniging Tiel Centrum XL, die onder meer is bijgestaan door Avri. Wij hebben geholpen door de planning en Organisatie O ons te nemen. Medewerkers van Toezicht en Handhaving van Avri hebben een oogje in het zeil gehouden op de bouwplaats. De nieuwe tuin moet het cultuurkwartier nog aantrekkelijker maken voor inwoners en bezoekers. Daarbij versterkt het de biodiversiteit door onder meer bijen en vlinders aan te trekken. Het is de bedoeling dat in de tuin ook enkele fruitbomen aangeplant worden. Zo wordt het beeld Tiel als fruitstad versterkt.
4.3
Resultaten IBOR
Avri heeft aan de gestelde beeldkwaliteitsnormen voldaan. Het beheersen van het onkruid in het groen en de kale oppervlakte in het groen vragen extra aandacht. Door intensief gebruik van de openbare ruimte door bewoners die thuis zaten vanwege corona, hebben we veel inzet moeten plegen op het zwerfvuil. In totaal heeft Avri ruim 9.000 meldingen ontvangen over de openbare ruimte, die binnen een gemiddelde tijd van 8 dagen zijn afgehandeld. Onderstaande grafiek geeft een beeld van het verloop van de beeldkwaliteit voor alle IBOR gemeenten. De conclusie is dat beeldkwaliteit in 2020 is verbeterd en ruim boven het afgesproken niveau is.
Pagina 22 van 73
IBOR verloop beeldkwaliteit 2018-2020
BOVEN NIVEAU
OP NIVEAU .2018
2019
ONDER NIVEAU 2020
Grafiek 6: verloop beeldkwaliteit IBOR breed In onderstaande tabel is een korte samenvatting van de IBOR-resultaten van 2020 per gemeente weergegeven. Kwaliteit
Gemeente
% boven niveau
% gewenst niveau
meldingen
% onder niveau
financieel saldo onderschrijding t.o.v. bijgesteld DVO budget
aantal
Buren
72,40%
26,50%
1,10%
2781
7,5%
West Betuwe
88,20%
11%
0,80%
458
5,5%
Neder-Betuwe
49,50%
50%
0,50%
1873
5%
Tiel
49,10%
44%
6,90%
4219
4%
Tabel 11: Kwaliteit, meldingen en financiële resultaten per IBOR gemeente. Enkele bijzonderheden voor 2020 binnen de IBOR-gemeenten worden hieronder toegelicht:
Eiken r rocess ie ru os In 2020 hadden de gemeenten weer veel last van de eikenprocessierups. In alle gemeenten hebben we de eikenprocessierups preventief met een biologisch bestrijdingsmiddel bestreden. Ook zijn er op meerdere plekken nestkastjes opgehangen.
Pagina 23 van 73
Stormen 2020 was een jaar met relatief veel stormen. In februari en maart raasden er in een paar weken tijd verschillende stormen over het land. De zwaarste waren Ciara en Dennis. Er zijn diverse noodkappen uitgevoerd. In augustus hadden we opnieuw te maken met twee stormen. Ook deze keer was er schade. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden in het kader van IBOR was voor 2020 een totaalbedrag van bijna € 12 miljoen begroot. In onderstaande grafiek is per gemeente de omvang van de DVO in beeld gebracht.
Omvang DVO per gemeente (op basis van realisatiecijfers 2020)
• Buren *
• Neder-Betuwe •TieI West Betuwe
Grafiek 7: Realisatie IBOR gemeenten Gedurende het jaar zijn de verschillende werkbegrotingen geactualiseerd. Avri heeft de IBOR-werkzaamheden voor de vier gemeenten binnen de geactualiseerde budgetten uitgevoerd. Dit is zichtbaar gemaakt in onderstaande tabel. Het verschil tussen het begrote bedrag genoemd in de bestuursrapportage 2020 van Avri en de toegekende DVO-budgetten, is ontstaan doordat de DVO-budgetten van enkele gemeenten nog in de laatste maanden van het jaar zijn gewijzigd. Jaarafrekening DVO’s IBOR gemeenten
bedragen x € 1.000 Geactualiseerd Berap 2020 DVO budget 2020
Gem. Buren IBOR Gem.WestBetuwe-IBOR Gem. Neder-Betuwe IBOR Gem. Tiel IBOR
2.690 1.775 2.217 5.184
Totaal DVOs IBOR
11.866
-
-
-
2.664 1.761 2.128 5.262 11.815
Totaal realisatie jaarrek 2020
Verschil B U d g J aarre k -
199 2.465 96 1.665 109 2.019 214 5.048 11.197 618 Tabel 12: Jaarafrekening DVO’s IBOR
De gerealiseerde kosten bedragen € 11.197.000. Dit is een onderschrijding van €618.000 (ca. 5,2%).
Pagina 24 van 73
Totaal realisatie jaarrek 2019
2.645 1.694 1.965 4.957
11.261
4.4 Handhaving 2020 was voor team Handhaving een dynamisch jaar. Ook op het gebied van handhaven op de APV. De handhavers van Avri waren in 2020 door de corona-uitbraak meer dan ooit zichtbaar in de openbare ruimte. Vanaf maart 2020 werd de noodverordening corona in Nederland van kracht. Van de ene op andere dag was het team Handhaving genoodzaakt om de planning van de werkzaamheden rigoureus om te gooien. Geplande werkzaamheden zijn niet of minder uitgevoerd. Omdat ze zijn komen te vervallen (bijvoorbeeld toezicht op evenementen) of omdat de beschikbare capaciteit voor de handhaving voor de noodverordening nodig was. Daarbij ging het om zaken als het toezicht houden op anderhalve meter afstand bij groepsvorming, het dragen van mondkapjes en later in het jaar toezicht op het vuurwerkverbod, de horeca- en winkelsluiting. Dit vroeg veel flexibiliteit van onze medewerkers. In eerste instantie heeft het team Handhaving zich gericht op het verstrekken van informatie en waarschuwen. In tweede instantie zijn, na herhaaldelijk negeren van de richtlijnen, bekeuringen uitgeschreven. Coronamaatregelen Eind maart 2020 hebben de gemeenten Tiel, Zaltbommel en Culemborg aan Avri gevraagd om de handhavers in te zetten voor het toezicht op de coronamaatregelen.
Door snel te schakelen kon het team Handhaving de uitvraag aan, maar dat is natuurlijk ten koste gegaan van de thema’s die in de verschillende jaarplannen en DVO’s stonden beschreven. Aangezien de gemeenten nog niet wisten dat deze werkzaamheden door het Rijk gecompenseerd werden, zijn er geen extra hand havers ingehuurd. Tijdens de eerste lockdown is vrijwel de hele handhavingscapaciteit besteed aan controle op de coronamaatregelen. Pas rond de vakantieperiode zijn weer taken opgepakt op de thema’s die in de verschillende jaarplannen en DVO’s zijn beschreven. Vanuit de veiligheidsregio Gelderland-Zuid was de lijn naar de politie en Boa’s om repressief op te treden. Daardoor stonden de Avri en politie binnen de top 3 van Nederland, als het ging om het uitschrijven van veel bekeuringen op de noodverordeningen. Toen de maatregelen langer van kracht bleven, kregen wij de opdracht om de landelijke richtlijnen aan te houden en terughoudender op te treden. Door de korte lijnen met onze opdrachtgevers konden we snel schakelen en naar ieders tevredenheid dagelijkse rapportages aan de gemeenten en veiligheidsregio’s sturen. Overige ontwikkelingen Voor de gemeenten Culemborg en Zaltbommel is in 2020 een overeenkomst aangegaan voor het uitvoeren van toezicht- en handhavingstaken. Voor Tiel hadden we dit al.
Voor de gemeente Tiel is de opdracht voor onbepaalde tijd en voor de gemeente Zaltbommel voor vier jaar. Vorm en tijdsduur van het contract met de gemeente Culemborg is nog onderwerp van gesprek. Eind 2020 zijn onze handhavers uitgerust met bodycams om te toenemende agressie te verminderen. In samenwerking met verschillende partners hebben we dit in een korte tijd georganiseerd. Het doel is het de-escaleren van agressie. Afgelopen jaar hebben enkele handhavers van Avri de stap naar de politie gezet, of intern voor een andere functie gekozen. Tragisch was het afscheid van een collega die in de laatste maand van het jaar tijdens zijn dienst is overleden. Met name op zijn collega’s heeft dit diepe indruk gemaakt. Maar voor iedereen was het een druk en bewogen jaar. Ondanks de coronapandemie is het ziekteverzuim nooit zo laag geweest. Onze handhavers hebben zich bij iedere roosterwijziging weer flexibel opgesteld.
Pagina 25 van 73
4.5 Verantwoording baten en lasten Tabel 13 bevat de baten en lasten en het resultaat van het programma pluspakket over 2020. BATEN EN LASTEN PROGRAMMA PLUSPAKKET 2020
Lasten Integraal beheer Openbare ruimte Integraal beheer Openbare ruimte
-
-
va DVO overige opdrachten
Handhavngstaken Overige dienstverlening pluspakket Frictiekosten ontvtechting ovo Neerijnen N te dragen vennootschapsbelasting Totaal lasten programma pluspakket Baten Integraal beheer openbare ruimte sla DVO Integraal beheer openbare ruimte overige opdrachten Ha ndhasi ngs taken Overige dienstverlening pluspakket Frictiekosten onlslechting DVO Neerijnen -
-
Totaal baten programma pluspakket Saldo baten en lasten Gemeenlelijke bijdrage (o.b v bijdrageverordening) Resultaat voor bestemming Onttrekking uit reserves (reserve Pluspakket) Onttrekking uit reserves (reserve Frictiekosten Neerijnen) Storting naar reserves (reserve Pluspakket) Stortinq naar reserves (5ittemene bedrijfsreserve) Resultaat na bestemming .
-
.
-
begroting
berap
jaarrekening
verschil
GRAvri 2020
GRAvri 2020
GRAvri 2020
jaarrek-berap
10.956.000
11.866.000
11.196.000
215.000 1.119.000 263.000 0
473.000 1.277.000
0 1 2.553.000
210.000 1.242.000 239.000 0 0
235.000 6.000 4.000
-670.000 263.000 35.000 -4.000 6.000 4.000
1 3.557.000
13.191.000
-366.000
v
13.941.000
10.956 000 215000
11.866.000 210.000
11.196.000 473000
-670.000 263.000
N V
11.308.000 929000
1.119.000
1 242 000
1.277.000
35.000
V
1.1 70,000
273.000 0
254000
258.000
4000 0
v
219000
12.563.000
13.572.000
13.204.000
-368000
N
13.626.000
10.000 0 10.000
15.000 0 15.000
13.000 0 13.000
-2.000 0 -2.000
V
-315.000
V
-315.000
0
0 0 0
6000 -19.000
0 6.000 -19.000 0
0
-15.000
0 0 0 10.000
0 15.000
voordeel! nadeel
jaarrekening GRAvri 2019
v
11.308.000
N N N N N
929.000 1.170.000 223.000 312.000 -1.000
0
N V N
3.000 367.000 0 55.000
Tabel 13: baten en lasten programma pluspakket
Toelichting: In de baten en lasten van het programma Pluspakket (tabel 13) zijn kosten inzake corona opgenomen. De kosten zijn bij de diverse gemeenten in rekening gebracht. Voor de Ibor-gemeenten zijn deze kosten als meerwerk verwerkt, bij handhaving zijn de coronakosten opgenomen als DVO-kosten. Een nadere toelichting op de coronakosten is opgenomen in paragraaf 3.6. Integraal beheer openbare ruimte via DVO De verschillen tussen de jaarrekening en de bestuursrapportage ontstaan doordat de uiteindelijke kosten lager zijn uitgevallen. Dit komt vooral door lagere kosten van werken derden bij de diverse gemeenten. —
Integraal beheer openbare ruimte overige opdrachten Aan overige opdrachten voor het beheer van de openbare ruimte is in 2020 een bedrag van € 0,5 miljoen. besteed. Dit betreft opdrachten die buiten de overeengekomen afspraken uit de dienstverleningsovereenkomst als meerwerk aan Avri zijn verstrekt. -
4.6 Verklaring financieel resultaat Het financieel resultaat van dit programma is nihil. In beginsel worden alle baten en lasten binnen het pluspakket afgerekend met de gemeenten. Hierop zijn in 2020 drie uitzonderingen: • € 17.000 voordelig resultaat op het ophalen van extra GFT en incontinentie Neder-Betuwe. Dit resultaat wordt, na aftrek van te betalen vennootschapsbelasting, conform de nota reserves en voorzieningen verrekend met de reserve Pluspakket van Avri. • Een voordelig resultaat van € 6.000 op afvalstromen. Dit resultaat wordt, na aftrek van te betalen vennootschapsbelasting, conform de nota reserves en voorzieningen verrekend met de reserve Pluspakket van Avri. • Een nadelig resultaat van € 6.000 op de frictiekosten Neerijnen. In 2019 zijn minder frictiekosten gerealiseerd dan het bedrag dat volgens het overeengekomen afbouwplan onttrokken wordt uit de reserve. In 2020 zijn nog kosten gemaakt in het kader van begeleiding van medewerkers. Deze kosten in 2020 zijn gedekt uit het overschot van 2019, dat via de resultaatbestemming van 2019 is toegevoegd aan de reserve Frictiekosten Neerijnen.
Pagina 26 van 73
5
PROGRAMMA BEDRIJFSAFVAL
BEDRIJFSAFVAL
Dit programma gaat over: De inzameling en verwerking van afval van bedrijven.
5.1 Inleiding Avri voert in beperkte mate activiteiten uit voor bedrijven in de vorm van inzameling, inname en het laten verwerken van bedrijfsafval. De dienstverlening aan bedrijven is ondersteunend aan het Basispakket. De positieve financiële resultaten worden al enkele jaren benut voor verlaging van de afvalstoffenheffing voor de inwoners. We schatten ons stabiel marktaandeel in de MKB sector met totaal zes partijen op circa 20%. We zien nog altijd potentieel om dit aandeel in de toekomst te vergroten en de dekkingsbijdrage voor de inwoners van Rivierenland te verstevigen. —
—
De activiteiten op het gebied van bedrijfsafval zijn gericht op het zo goed mogelijk benutten en inzetten van beschikbare productiemiddelen. Ze vormen een beperkt onderdeel van de bedrijfsvoering en de omzet. We onderscheiden ons op de markt door gescheiden inzameling van papier en plastic mogelijk te maken, door bedrijven te adviseren en service te bieden. Daarnaast maakt dit programma het mogelijk om uiting geven aan de regionale maatschappelijke betrokkenheid van Avri. Door verbinding met het regionale bedrijfsleven en sponsoring in natura tijdens regionale evenementen wordt de zichtbaarheid van Avri in de regio vergroot. 5.2
Terugblik 2020
Bedrijfsmatig afval Het jaar 2020 is goed verlopen, zowel op het gebied van inzameling van bed rijfsafvalstromen als aanleveren van afvalstromen op ons grondstoffenpark in Geldermalsen. Ondanks de coronacrisis zet het herstel van de markt zich voort. Dit is terug te zien in de groei van het aantal klanten, maar ook in de groei van hoeveelheden aangeleverd op ons grondstoffenpark en de daaruit voortvloeiende stijging in omzet en resultaat. Sponsoring Door de coronacrisis zijn de jaarlijkse regionale evenementen, waaronder de Rode Kruis Bloesemtocht, Appelpop en Dijken Sport, niet doorgegaan. Om die reden heeft Avri hieraan geen bijdrage in de vorm van gratis diensten kunnen leveren. 5.3 Verklaring financieel resultaat 2020 Het jaarresultaat voor VPB van het programma Bedrijfsafval valt € 180.000 positiever uit dan verwacht bij de bestuursrapportage 2020 en bedraagt € 231.000 voor vennootschapsbelasting (Vpb). In 2020 zijn we, in navolging van onze collega bedrijven, begonnen met het factureren van de papierinzameling bij onze klanten omdat deze grondstof geen opbrengst meer had. In de bestuursrapportage is hiermee onvoldoende rekening gehouden. Daarnaast is een deel van het positieve resultaat te danken aan de groei van het aantal klanten, de effecten van het thuiswerken en een voordeel op verwerkingskosten.
Hierdoor was het aanbod van afval lager terwijl de contractuele inkomsten stegen. Dat levert naar verwachting een structureel voordeel op van ca € 80.000.
Pagina 27 van 73
BATEN EN LASTEN PROGRAMMA BEDRIJFSAFVAL Resultaat voor vennootschapsbelasling Af te dragen vennootschapsbelasting Resultaat na vennootschapsbelasting
begroting 2020 69.000 -14.000 55.000
berap 2020 51.000 -10.000 41.000
jaarrek 2020 231.000 -40 000 191.000
verschil voordeel! jaarrek-berap nadeel 180.000 V -30.000 N 150.000 V
jaarrek 2019 131.000 -25.000 106.000
Tabel 14: Resultaat programma Bedrijfsafval Verantwoording baten en lasten 5.4 Tabel 15 bevat de baten en lasten van het programma Bedrijfsafval over 2020. Hierin worden de baten en lasten nader gespecificeerd en worden de stellingen en onttrekkingen uit de reserves inzichtelijk. begroting 2020
berap 2020
jaarrek 2020
verschil voordeel! jaarrek-berap nadeel
jaarrek 2019
Lasten Lasten uitvoering bedrijfsafval Af te dragen vennootschapbelasting Totaal lasten programma bedrijfsafval
2.022.000 14.000 2.036.000
2.075.000 10.000 2.085.000
2.030 000 40.000 2.070.000
-45.000 V 30.000 N -15.000 V
2.024.000 25.000 2.049.000
Baten Opbrengsten contracten bedrijfsafval Verwerkingsopbrengsten grondstoffen Overige opbrengsten Totaal baten programma bedrijfsafval
1.844.000 198.000 49.000 2.091.000
1.883.000 177.000 66.000 2.126.000
2.007.000 198.000 56.000 2.261.000
124.000 V 21.000 V -10.000 N 135.000 V
1.880.000 243.000 32.000 2.155.000
55.000 0 55.000 0 55.000 0
41.000 0 41.000 0 41.000 0
191.000 0 191.000 0 191.000 0
150.000 V 0 150.000 V 0 150.000 V 0
106.000 0 106.000 0 106.000 0
BATEN EN LASTEN PROGRAMMA BEDRIJFSAFVAL
Saldo baten en lasten Gemeentelijke bijdrage Resultaat voor bestemming Onttrekking uit reserves Storting naarreserves Resultaat na bestemming
Tabel 15: Baten en lasten programma Bedrjfsafval
Pagina 28 van 73
ALGEMENE BATEN EN LASTEN
ALGEMENE BATEN EN LASTEN
Dit programma gaat over: de baten en lasten van het primaire proces in het algemeen en de overhead
6.1
Inleiding
In dit programma worden de lasten en baten verantwoord die niet rechtstreeks aan de producten uit de overige programmas kunnen worden toegekend. Hierin vormen de kosten van de ondersteunende bedrijfsvoering (taakveld Overhead) een groot onderdeel. De bedrijfsvoering zorgt er met ondersteunende werkzaamheden voor dat de primaire processen zo optimaal mogelijk kunnen bijdragen aan de bedrijfsdoelstellingen. Daarnaast worden in dit programma ook de baten en lasten van de taakvelden Rente en Vennootschapsbelasting verantwoord. 6.2 Verklaring financieel resultaat Over het boekjaar 2020 is een tekort op de bedrijfsvoering budgetten gerealiseerd van € 371.000. Dit betekent dat de werkelijke uitgaven hoger zijn dan de gedekte uitgaven in de diverse programma’s. In de bestuursrapportage 2020 werd een tekort op de bedrijfsvoering budgetten over 2020 voorzien van € 528.000. Het tekort valt € 157.000 lager uit, door gerichte keuzes in de bedrijfsvoering en dekking van coronakosten door het Rijk (via de deelnemende gemeenten). De afgelopen jaren nemen de kosten van overhead toe, met name door externe marktomstandigheden. Voorbeelden hiervan zijn de krapte op de arbeidsmarkt (met hogere inhuurkosten tot gevolg), forse premiestijgingen in de verzekeringsbranche en CAO-ontwikkelingen. Ook zorgt aangescherpte wet- en regelgeving (o.a.
op het gebied van inkoop en aanbesteden, ICT) voor stijging van beheers- en controlekosten. In de jaarrekening 2020 bedraagt het overheadpercentage 13% (zie paragraaf Bedrijfsvoering). Het tekort wordt verrekend met de reserve bedrijfsvoering (ABR) van Avri. Deze is de afgelopen jaren benut om onvoorziene kostenstijgingen te dekken, waardoor bedrijfsvoeringrisico’s nu niet volledig meer kunnen worden afgedekt. In de begroting 2021 is reeds een stijging van de (naar de programma’s doorbelaste) overhead verwerkt, om te anticiperen op de structurele markteffecten en een tekort in de reserve zoveel mogelijk te voorkomen. Het doel is ook om de bedrijfsvoering meer robuust en wendbaar te maken, dit is nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Pagina 29 van 73
______________________________________________________________________________________
______________________________________________________________________________________ ______________________________________________________________________________________
Verantwoording baten en lasten
6.3 In
deze
van
paragraaf wordt
de jaarstukken
de
2019
ontwikkeling
afgezet
tegen
van
de
baten
en
lasten
nader verklaard.
bestuursrapportage
In
onderstaande
tabel
zijn
de
baten
en
lasten
2020.
Begroting 2020
Berap 2020
Jaarrekening 2020
Verschil jaarek-berap
Jaarrek 2019
6.077.000 -3.755.000 -1.899.000 -261.000 162.000
6.443 000 -3.755 000 -1.899.000 -261.000
6.283.000 -3.882.000 -1.769.000 -261.000
-160.000 -127.000 1 30.000 0
528.000’
371.000
-157.000
6.728.00C -3.538.00C -2 012 OOC -26500C 913.000
692.000 0 -692.000 0
622.000 0 -622.000 0
602.000 0 -602.000 0
-20.000 0 20.000 0
608.000 -350.000 -608.000 -350.000
Subtotaal taakveld 0.9 Vennoorschapsbelasting
14.000 0 0 -14.000 0
21.000 -7.000 -4.000 -10.000 0
46.000 -2.000 -4.000 -40.000 0
25.000 5.000 0 -30.000 0
44.000 -20.000 1.000 -25.000 0
Saldo baten en tasten Gemeentelijke bijdrage (o.b.v. bijdrageverordening) Resultaat voor bestemming Taakveld 0.10 Mutatie reserves Resultaat na bestemming
-1 62.000 0 -162.000 162.000 0
-528.000 0 -528.000 528.000
-371.000 0 -371.000 371.000 0
1 57.000 0 157.000 -157.000 0
-563 000 0 -563.000 563000 0
PROGRAMMA ALGEMENE BATEN EN LASTEN Lasten TaakId 0.4 Orhead Doorbelaste overhead naar programma Basispakket Doorbelaste overhead naar programma Pluspakket Doorbelaste
overhead
naar programma
Bedrijfsafval
Subtotaal taakveld 0.4 Overhead Taakveld 0.5 Treasury (rente) TaakId 0.5 Treasury (di’Âdend) Doorbelaste
rentekosten
naar
programmas
Subtotaal taakveld 0.5 Treasury Taakveld 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Doorbelaste Vpb naar programma Basispakket Doorbelaste Vpb naar programma Pluspakket Doorbelaste
Vpb
naar
programma
Bedrijfsafval
0
Tabel 16: Baten en lasten programma Algemene baten en lasten
Pagina 30 van 73
JAARVERSLAG PARAG RAFEN
Pagina 31 van 73
7
“LOlWAi1EEFFlNGEN
Inleiding 7.1 GR Avri is verantwoordelijk voor de afvalstoffenheffing van de deelnemende gemeenten. De gemeenschappelijke regeling Belasting Samenwerking Rivierenland (BSR) verzorgt voor GR Avri de belastingaanslagen en de inning daarvan. Uitgangspunt is dat de tarieven afvalstoffenheffing kostendekkend zijn. Dit komt overeen met het wettelijk uitgangspunt dat de gemiddelde tarieven voor de dienstverlening op begrotingsbasis niet meer dan l00% kostendekkend mogen zijn. 7.2 Ontwikkeling baten afvalstoffenheffing In tabel 17 zijn voor 2020 het aantal huishoudens, de van toepassing zijnde tarieven en de berekening van de opbrengsten afvalstoffenheffing uiteengezet. In deze tabel wordt het totaal aan kwijtschelding inzichtelijk. Deze worden als lasten verantwoord in het programma basispakket. BATEN AFVALSTOFFENHEFF1NG Aantal huishoudens Geregislreerde huidhoudens Niet betalende huishoudens basisdeel Betalende huishoudens basisdeel Tarieven Basistarief Toeslag basistarief per extra container restafval iJariabel tarief: aanbieding 3Oltr (brengvoorxtening hoogbouw) Variabel tarief: aanbieding 3Oltr (brengvoorxtening) Variabel tarief: aanbieding 6Oltr (brengvoorziening) variabel tarief: aanbieding l4Oltr (mini container) Variabel tarief: aanbieding 2401tr (mini container) -
Baten afvalstoffenheffing programma Basispakket Bruto baten afvalstotfenhefltng Kwipts cheld ing Resultaat na bestemming
jaarrekening 2020
verschil jaarrek-berap
jaarrekening 2019
509 -183 326 -0,1%
97953 -6 945 91.008 92,9%
begroting 2020
berap 2020
98.870 -7.613 91.257 92,3%
99.217 -7.049 92.167 92,9%
99.725 -7.232’ 92.493 92,7%
€211 €50
€211 €50
€211 € 50
€ 169 €25
€0,96 € 1,20
€0,96 € 1,20
€ 0,96 € 1,20
€5,60 €9,60
€5,60 € 9,60
€5,60 €9,60
€0,80 €1,00 €1,60 €4,67 € 8,00
24.190.000 -1.059 000 23.131.000
23.444.000 -1.044.000 22.400.000
23.665.000 -996.000 22.669,000
221.000 48.000 269.000
20 755.000
-898.000 19.857.000
Tabel 17: Ontwikkeling baten afvalstoffenheffing Het aantal geregistreerde huishoudens is ten opzicht van de bestuursrapportage licht gestegen. In het tweede halfjaar is daardoor ook een lichte stijging van het aantal niet-betalende huishoudens te zien ten opzichte van de bestuursrapportage 2020. In par. 3.4.1 is het resultaat op de afvalstoffenheffing toegelicht. Zienswijze afvalstoffenverordening: Het Besluit gescheiden inzamelen huishoudelijke grondstoffen Per 1 juli 2020 is het Besluit gescheiden inzamelen huishoudelijke grondstoffen in werking getreden. Het is een uitwerking van nieuwe Europese regelgeving. Op basis van dit Besluit moeten huishoudelijke grondstoffen gescheiden van elkaar worden ingezameld en verwerkt. Voor blik als onderdeel van PDB, en voor bioafval (GFT) in de hoogbouw geldt dat Avri deze grondstoffen niet gescheiden inzamelt. Dat is toegestaan, maar moet wel worden vermeld en gemotiveerd in de afvalstoffenverordening, zoals die per 1januari 2021 van kracht is. Bij het maken van die uitzondering moet een inspraakprocedure plaatsvinden. Die vond in het vierde kwartaal van 2020 plaats, zodat de afvalstoffenverordening van Avri per 1januari 2021 aan nieuwe wetgeving voldoet.
Pagina 32 van 73
8
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING
8.1 Inleiding Avri is een gemeenschappelijke regeling die taken uitvoert in opdracht van 8 gemeenten. Het weerstandsvermogen van Avri wordt gevormd door het weerstandsvermogen van de afzonderlijke gemeenten. Het is wenselijk om voor activiteiten een reserve te hebben om te voorkomen dat onvoorziene omstandigheden grote afwijkingen veroorzaken in de jaarlijkse programmaresultaten en de afvalstoffenheffing. 8.2 Beleidskader 2020 Het Algemeen Bestuur heeft in februari 2017 de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van Avri vastgesteld. De nota biedt inzicht in het risicomanagement en risicoprofiel van Avri en de bijbehorende weerstandscapaciteit en -ratio. Het beleidskader rond weerstandscapaciteit is verder uitgewerkt in de Nota Reserves en Voorzieningen. 8.3
Ontwikkeling risico’s
ONTWIKKELING F1NANCIELE RISICO’S
Berap 2020
Jaarrekening
Verschil
(‘€1.000)
Basispakket 1 Verkoop gebulktrnateriaal 2 Prijsontwikkeling op de afvalmarkt 4 Faillissement van verwerkers 5 Betaling afvalstoffenheffing 6 Onzeker doelvermogen voor nazorg stortplaats 8 Data Registratie GSL 10 Chemische vervuiling ofgrondwatervervuiling 11 Avri Realisatie B.V. en Solar BV. 12 Inzet medewerkers Afvalbeheer 14 Onzekerheid scheidingsgedrag huishoudens 17 Vervuiling van aangeboden grondstoffen 19 Vergoeding kunststof verpakkingen 20 Onregelmatigheidstoeslag 21 Brand bij verwerker kunststoffen 22 Corona effecten 23 Geschil met verwerker PMD’s Totaal Basispakket Pluspakket 13 Risicos uitvuering pluspakket activiteiten Totaal Pluspakket Bedrijfsafval 2 Prijsontwikkeling op de afvalmarkt 4 Faillissement van verwerkers 12 Inzet medewerkers Afvalbeheer Totaal Bedrijfsafval Bedrijfsvoering 1 Gekwantificeerde risicos (10% taakveld 0.4) Totaal Bedrijfsvoering Totaal alle programma’s
29 242 266 90 960 15 140 29 233 500 550 2.150 950 pm pm 0 6.153
29 242 266 120 4.900 15 140 29 283 500 550 500 950 pm pm 430 8.952
0 0 0 30 3.940 0 0 0 50 0 0 -1.650 0 pm pm 430 2.799
75
75
0
75
75
0
37 14 10 61
37 14 17 68
0 0 7 7
614 614
614 614
0 0
6.903
9.709
2.806
Tabel 18: Ontwikkeling financiële risicos Avri
Pagina 33 van 73
Toelichting op de grootste of gewijzigde risico’s Onderstaand wordt een toelichting gegeven op de grootste risico’s (>€ 500.000) of in 2020 gewijzigde risico’s ten opzichte van de bestuursrapportage. 5 Betaling afvalstoffenheffing: risico verhoogd De afgelopen twee jaar is de afvalstoffenheffing fors gestegen. Dit zorgt voor een groter financieel effect wanneer betaling uitblijft. Het risicobedrag is bijgesteld op basis van deze stijging. —
6 Onzeker doe/vermogen voor nazorg stortplaats: risico verhoogd De provincie en Avri hebben in december 2020 een bestuurlijk akkoord gesloten voor uitstel van de overdracht van de stortplaats van Avri. Dit akkoord heeft als doel om de korte termijn effecten voor de gemeenten te verminderen die waren ontstaan door het besluit van Provinciale Staten om de rekenrente te verlagen (oktober 2020). Kernpunt in dit bestuursakkoord is de uitstel van het moment van overdracht voor onbepaalde tijd; in 2031 besluit provincie na overleg met de Avri-gemeenten over het overdrachtsmoment Tot dat moment zijn alle risico’s (zowel technisch als financieel) voor rekening van Avri. -
.
Tevens is afgesproken om jaarlijks overleg te voeren over de nazorg (technisch en juridische aspecten), bestuurlijk en financieel. Het geeft partijen de tijd voor implementatie van maatregelen die een efficiënte nazorg waarborgen en voldoende financiële middelen hiervoor op te bouwen. Het stelt de gemeenten in staat tijdig te anticiperen op de ontwikkelingen en invloed uit te oefenen op de besluitvorming hieromtrent. Er dienen voldoende financiële middelen beschikbaar te zijn bij overdracht. Verschillende uitgangspunten en parameters voor de bepaling van dit doelvermogen zijn onzeker in de tijd gezien. Daardoor blijft het risico bestaan dat er te weinig doelvermogen is opgebouwd op de nog nader te bepalen overdrachtsdatum. Daarentegen kunnen ook positieve ontwikkelingen (zoals bijvoorbeeld een langere vervangingstermijn van toegepaste materialen of hogere gerealiseerde beleggingsrendementen van het nazorgfonds) de komende jaren van invloed zijn op het benodigde, op te bouwen vermogen. De stortplaats wordt al meerdere jaren intensief gemonitord en onderhouden. De technische risico’s (o.a. ongelijke zetting’, percolaatvorming) beschouwen we daarom als beheersbaar, waarbij opgemerkt wordt dat toekomstige (wettelijke) ontwikkelingen altijd van invloed kunnen zijn op de nazorgkosten. Avri loopt meerdere financiële risico’s bij de opbouw van het toekomstig doelvermogen.
Deze risico’s zijn niet beïnvloedbaar omdat de provincie autonoom bevoegd is te besluiten over de uitgangspunten (waaronder het overdrachtsmoment dat na overleg met de Avri-gemeenten wordt bepaald). In het risicoprofiel gaan we er vanuit om voldoende middelen te hebben opgebouwd voor directe overdracht na besluitvorming in 2031. Rekening houdend met de reële doorlooptijd van het (deels juridisch) sluitingsproces en contractuele afspraken gaan we voor de inschatting van de risico’s uit van (eerdere) overdracht per 2034 (voor de opbouw van het doelvermogen gaan we uit van overdracht per 2044). Hierbij zal er naar verwachting voor het beslismoment in 2031 (tenminste) door het nazorgfonds nog een studie worden uitgevoerd voor actualisatie van de rekenrente, welke de meeste invloed heeft op het doelvermogen. Op dit moment is ook voor de nazorgorganisatie onzeker of de rente stijgt of daalt, hoe de beleggingsmix zich gaat ontwikkelen en welk effect deze wijzigingen vervolgens hebben (zowel positief als negatief). —
-
Op basis van de gehanteerde uitgangspunten in voorliggende jaarrekening wordt € 10,6 mln. doelvermogen opgebouwd per 2044. Bij deze geleidelijke opbouw is er per 2034 een bedrag van € 7,7 mln. beschikbaar. Voor de bepaling van de financiële risico’s zijn met het landelijke rekenmodel Rinas (voor berekening van het doelvermogen) meerdere scenario’s berekend. De scenario’s gaan er vanuit dat één of meerdere uitgangspunten afwijken van de huidig ingenomen standpunten door Avri (zie onderbouwing voorziening stortplaats, pag. 63) bij eventuele overdracht per 2034; Bij een tussentijdse verlaging van de rekenrente naar bijvoorbeeld 2,5% neemt het effect bij overdracht in 2034 toe tot naar schatting ca. € 30 mln. Uitgaande van alle provinciale uitgangspunten zou een tussentijdse verlaging van de rekenrente naar 2,5% zelfs een effect kunnen hebben tot maximaal € 40 mln. -
-
De kans dat de rente bij de volgende studie wordt verlaagd en in welke mate is op dit moment niet duidelijk. In het bestuursakkoord is afgesproken om jaarlijks de ontwikkelingen en verwachtingen voor de komende jaren te bespreken. Dit stelt de gemeenten in staat om samen met de provincie te anticiperen op deze ontwikkelingen. De kans dat de genoemde uiterste effecten zich gaan voordoen wordt derhalve op dit moment als zeer klein ingeschat. Er zijn de komende jaren ook ontwikkelingen mogelijk die een positief effect kunnen hebben op het doelvermogen. Voorbeelden zijn lagere nazorgkosten door technische ontwikkelingen, hogere beleggingsrendementen van de provincie of een hogere rekenrente.
Pagina 34 van 73
Rekening houdend met de diverse risico scenario’s en de actuele inschatting van de kans dat deze zich voordoen, bedraagt het gekwantificeerd risico in de jaarrekening (per 31-12-2020) €4,9 mln. Er is in de tarieven afvalstoffenheffing voor 2021 geen rekening gehouden met opbouw van vermogen voor dit specifieke risico door Avri. We gaan er vanuit dat hetbij de provincie opgebouwde vermogen met de rekenrente 3,1% toeneemt. De provincie hanteert de methode dat het rendement uit een jaar, het jaar erop wordt toegevoegd aan de doelvermogens van elke deelnemer (stortplaats). Na besluitvorming door GS is medio 2021 het toegevoegde bedrag aan het opgebouwde vermogen bij de provincie bekend. Of Avri hierdoor haar voorziening moet bijstellen zal in de bestuursrapportage 2021 gemeld worden. Vanaf begrotingsjaar 2022 kan zowel de opbouw van het doelvermogen als de weerstand tegen de risico’s in de tarieven afvalstoffenheffing worden gedekt. Dit uitgangspunt zal in de ontwerp begroting 2022 worden verwerkt.
Financiële verwerking visueel Risico op afwijkend doelvermogen per 2034
r’
doel vermogen Avri
•so.4tee _—‘:
per
Seshitovend,ad,t n,wnentd,w,PS
2020
2031
SneLste oserdrathtomoment
2044
UitgangspuntAvri; Overdracht
2034
2044
lonuekerl
lomeke
Operationele risico’s en financiële risico’s voor Avri (gemeenten)
12 Medewerkers Afvalbeheer (bezettingsproblematiek): risico toegenomen Als gevolg van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt is de werving van medewerkers lastig, wat bij de bestaande bezetting tot een hogere werkdruk kan leiden. Hierdoor nemen de zorgen over de inzetbaarheid toe. Daarnaast neemt de gemiddelde leeftijd toe van onze medewerkers. Hierdoor is de kans dat het ziekteverzuim oploopt steeds groter. Daardoor moet steeds vaker gebruik gemaakt worden van externe partijen. -
14 Onzekerheid scheidingsgedrag huishoudens; risico in 2020 ongewijzigd Dit betreft het risico dat het scheidingsgedrag positiever uitvalt dan verwacht, waardoor er minder restafval wordt aangeboden en er minder opbrengsten afvalstoffenheffing verkregen worden. Ook een belangrijk onderdeel van het scheidingsgedrag is het ontwijkgedrag om betaling van restafval te voorkomen. Hierbij kan worden gedacht aan afvaltoerisme en het onvoldoende scheiden waardoor restafval als vervuiling in onze grondstoffen terecht komt. Via programma GRIP werken we aan vermindering van dit risico. —
17— Veîvuiling van aangeboden grondstoffen; risico in 2020 ongewijzigd Door toenemende invoering van financiële prikkels en comfortprikkels bij afvalscheiding door gemeenten, raken grondstoffen steeds meer vervuild. Dit is het gevolg van scheidinggedrag door huishoudens om (betaling van) restafval te reduceren. Gelijktijdig worden ook de acceptatie voorwaarden op de Nederlandse markt aangescherpt. De verwachting is dat de vervuiling zal toenemen en veelal afhankelijk zal zijn van inzamelgedrag van de inwoners en reproduceren van grondstof op de wereldmarkt. In 2019 is dit risico toegenomen als gevolg van de invoering van het nieuwe afvalbeleid, waarbij naast de financiële prikkel ook een comfortprikkel wordt ingebouwd. Dit vergroot de kans op vervuiling van grondstoffen. Het risicoprofiel is in 2019 verhoogd met € 250.000 naar € 500.000, aangezien de hoeveelheid grondstoffen naar verwachting toenam door het nieuwe afvalbeleid. Via programma GRIP werken we aan vermindering van dit risico. 19 Vergoeding kunststof verpakkingen: risico gedeeltelijk vervallen Gemeenten worden, in het kader van de producentverantwoordelijkheid voor verpakkingen, vergoed voor het inzamelen, sorteren en vermarkten van kunststof verpakkingen en drankenkartons. -
Pagina 35 van 73
Het Algemeen Bestuur van Avri is sinds 2017 geïnformeerd over de problematiek en risicos ten aanzien van de landelijke raamovereenkomst voor verwerking van kunststof verpakkingen voor de periode 2015 tlm 2019. Deze vergoedingen van vorige boekjaren zijn nog niet definitief vastgesteld door de raamovereenkomstpartijen. Er zijn landelijk overeenkomsten tussen VNG, het Afvalfonds en verwerkers gesloten over de verwerking en het vergoedingenstelsel. De VNG heeft eind 2018 aangekondigd dat gemeenten rekening moeten houden met een terugbetaling, omdat ze in het verleden teveel vergoeding hebben ontvangen. In 2019 heeft Avri overeenstemming over de jaren 2015 en 2016 bereikt. Dat heeft geleid tot een financieel nadeel in de jaarrekening 2019. In 2020 is overeenstemming bereikt over de boekjaren 2017 en 2018, waardoor het risico voor deze boekjaren komt te vervallen. In het huidige risicoprofiel resteert het risico over het boekjaar 2019 en eerste kwartaal 2020. In de meerjarenbegroting vanaf 2022 komt dit risico te vervallen. 20 Onregelmatigheidstoeslag risico in 2020 ongewijzigd De onregelmatigheidstoeslag is een toeslag op het salaris en wordt in bepaalde gevallen toegepast wanneer op specifieke werktijden wordt gewerkt. Er is onduidelijkheid ontstaan over de huidige toepassing van de onregelmatigheidstoeslag voor chauffeurs. Momenteel wordt dit juridisch uitgezocht.
In het geval dat blijkt dat de betreffende medewerkers recht hebben op deze toeslag dient deze met terugwerkende kracht door de werkgever te worden vergoed. In de bestuursrapportage 2020 was abusievelijk een lager risico opgenomen. —
—
—
-
21 Brand bij verwerker kunststoffen In april 2019 vond er een brand plaats bij onze sorteerder van PMD in Duitsland. In een eerder stadium is aangegeven dat het aangeleverde kunststofmateriaal voor de brand gewoon is gesorteerd. Deze voorraad zou op een later moment vermarkt worden. In mei 2020 kregen we een brief dat door diverse omstandigheden de sorteerder het PMD heeft moeten opslaan. Daarmee is de kwaliteit dusdanig verslechterd dat de verwachting is, dat het hergebruikpercentage van 82% naar 65% is gedaald. Deze situatie zorgt ervoor dat de sorteerder niet meer aan zijn verplichtingen tot vermarkten kan voldoen en zich beroept op een overmacht situatie. De consequenties zijn nog niet duidelijk. Inmiddels hebben we gereageerd naar de sorteerder dat we niet kunnen instemmen en hem aan zijn contract houden. Het risico is op dit moment niet te kwantificeren en daarom als PM-post opgenomen. -
22 Corona-effecten: risico verlaagd De coronakosten komen ten laste van de exploitatie van Avri. De gemeenten zijn via het gemeentefonds gecompenseerd voor de diverse coronakosten. Om de verrekening van kosten zuiver in de administratie te kunnen volgen, zijn deze kosten door Avri apart afgerekend met de gemeenten. De compensatie van de gemeenten aan Avri zorgt voor een minder nadelig resultaat op de jaarrekening van Avri. Voor de komende jaren is het risico op dit moment niet te kwantificeren. Om die reden is het als PM post in de risicoparagraaf opgenomen. —
23 Geschil met vetwerker PMD’s nieuw risico Avri heeft een geschil met een verwerker van het ingezamelde PMD materiaal. Zowel Avri als de verwerker zijn op basis van het afgesloten contract van mening dat er recht is op compensatie door de tegenpartij. De effecten als gevolg van het geschil zijn momenteel zijn nog niet duidelijk. -
—
8.4
Ontwikkeling weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit van Avri bestaat uit de reserves van Avri. Doordat de jaarstukken 2020 (voor reservemutaties) sluiten met een negatief resultaat wordt een groot deel van de reserves van Avri ingezet. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit van Avri verder is gedaald. In tabel 18 is de beschikbare weerstandscapaciteit per programma weergegeven. Een nadere toelichting op de mutaties van de reserves en voorzieningen is uitgewerkt in de jaarrekening (paragraaf 14.4). 8.5
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de gekwantificeerde risico’s (par. 8.3) af te zetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit (par. 8.4). In de nota risicomanagement wordt de uitkomst gewaardeerd volgens onderstaande waard erin gsta bel:
RATIO WEERSTANDSVERMOGEN
BETEKENIS
Groter dan 2,0 Uitstekend Tussen 1,4 en 2,0 Ruim voldoende Voldoende Tussen 1,0 en 1,4 Tussen 0,8 en 1,0 Matig Tussen 0,6 en 0,8 Onvoldoende Kleiner dan 0,6 Ruim onvoldoende Tabel 19: Waarderingstabel weerstandsvermogen
Pagina 36 van 73
In onderstaande tabel is het weerstandsvermogen uiteengezet. De uitkomsten zijn afgezet tegen de bestuursrapportaae 2020. bestuursrapportage jaarrekening ON1WIKKELING WEERSTANDSVERMOGEN Verschil 2020 2020 Gekwantificeerde risico’s Basispakket (A) 6.153 8.952 2.799 Beschikbare weerstandscapaciteit (B) 0 0 0 Ratio weerstandsvermogen (B/A) 0,0 0,0 0,0 Betekenis Ruim onvoldoende Ruim onvoldoende Pluspakket
Gekwantificeerde risico’s Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis
(A) (B) (S/A)
75 80 1,1 voldoende
75 84 1,1 voldoende
0 4 0,0
Bedrjfsafval
Gekwanticeerde risico’s Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis
(A) (B) (BIA)
61 238 3,9 Uitstekend
68 68 1,0 voldoende
7 -170 -2,9
Bedrijfsvoe ring
Gekwantificeerde risico’s Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis
(A) (B) (BIA)
614 64 0,1 Ruim onvoldoende
614 297 0,5 Ruim onvoldoende
0 233 0,4
TOTAAl.
Gekwantiticeerde risico’s Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis
(A) (B) (B/A)
6.903 382 0,1 Ruim onvoldoende
9.709 449 0,0 Ruim onvoldoende
2.806 67 0,1
Tabel 20: Ontwikkeling weerstandsvermogen Avri Het weerstandsvermogen van Avri is ruim onvoldoende. Dit komt met name doordat risicos zich daadwerkelijk hebben voorgedaan in het programma Basispakket en de ontwikkelingen van het risico doelvermogen stortplaats. De totale ratio daalt naar factor 0,0 (ruim onvoldoende). Hierbij merken we op dat het programma Basispakket (waarin de grootste risicos worden gelopen) een weerstandsratio van factor 0,0 heeft (ruim onvoldoende). Gemeenten wordt dringend geadviseerd weerstandscapaciteit voor GR Avri in te richten. In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van het weerstandsvermogen van het programma Basispakket van de afgelopen jaren uiteengezet. Hierin is inzichtelijk dat vanaf 2016 de beschikbare weerstandscapaciteit ontoereikend is om alle risico’s te dekken.
Pagina 37 van 73
Weerstandsvermogen Basispakket2Oll-2020
— Weo,so,o1ScapaoOo,t —m— Totaal recoprofI
bod,aço por3l-J2E 11,10
t ‘0 0,
Grafiek 8: Ontwikkeling weerstandsvermogen Basispakket
8.6
Kengetallen financiële positie
Kengetallen financiele positie Jaarrekening
Jaarrekening
2020
2019
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
68,9%
79,5%
68,9%
79,5%
Solvabiliteitsratio
1,2%
2,3%
0,0%
-0,9%
Structurele exploitatieruimte
Tabel 21: Ken getallen financiële positie Netto schuldcjuote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van Avri ten opzichte van de omzet. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Netto schuldguote gecorrigeerd voor alle verstrekte leninQen Dit kengetal is gelijk aan de netto schuldquote, aangezien Avri geen leningen heeft verstrekt. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan, waarin de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totaal vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder de gemeenschappelijke regeling. Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin Avri in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Structurele exloitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte Avri heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.
Pagina 38 van 73
ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN
9
9.1
Onderhoudsplan Avri
Het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) vormt de basis voor de jaarlijkse dotatie in de voorziening onderhoud gebouwen. Met deze voorziening worden de kosten van het onderhoud van de Avri gebouwen geëgaliseerd. Alleen (in het plan opgenomen) kosten voor groot onderhoud mogen ten laste komen van de voorziening. Een actuele onderhoudsplanning is op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) noodzakelijk om de hoogte van de voorziening te kunnen onderbouwen. In 2020 is het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) van Avri geactualiseerd. Het geactualiseerde onderhoudsplan heeft een looptijd tot en met 2039. De kosten voor vervangingsinvesteringen en groot onderhoud laten de gebruikelijke forse fluctuaties zien. Om deze fluctuaties te egaliseren is de voorziening groot onderhoud ingesteld. Daarmee worden de jaarlijkse kosten gelijkmatig verdeeld. Het onderhoudsplan van Avri is van toepassing op alle gebouwen en terreininrichting op locatie De Meersteeg en op de diverse milieustraten in het verzorgingsgebied. Om de voorziening onderhoud op het gewenste niveau te houden wordt jaarlijks tot en met 2020€ 155.000 aan deze voorziening gedoteerd. De kosten voor vervangingsinvesteringen en groot onderhoud uit het MJOP worden voldaan uit de daarvoor gevormde voorziening onderhoud gebouwen. Het saldo van de voorziening bedroeg per 1januari 2020 €504.000.
In de begroting 2020 is een dotatie opgenomen van € 155.000 op basis van het voormalige plan. In 2020 is €24.000 onttrokken. Groot Onderhoud gebouwen bedragen x € 1.000
31-12-2019 Toevoegingen Onttrekkingen 31-12-2020
Voorzieningonderhoudgebouw
504
155
-24
635
Totaal
504
155
-24
635
Tabel 22: Verloopoverzicht voorziening onderhoud gebouwen
Pagina 39 van 73
10
FINANCIERING
10.1 Inleiding Het Treasurystatuut 2016 van GR Avri bevat nadere regels voor de uitoefening van de financieringsfunctie. Ook staan hier de uitgangspunten en doelstellingen voor het treasurybeleid vermeld. Het treasurybeheer is de (beleids-)uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het huidige treasurystatuut. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die gericht zijn op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, financiële geldstromen, de financiële posities en hieraan verbonden risico’s. 10.2
Risicobeheer
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een wettelijke limiet. Deze bepaalt de maximale omvang van de externe kortgeld positie in enig jaar. De zogenaamde netto vlottende schuld mag voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 8,5% bedragen van het begrotingstotaal (€ 3,74 mln.). Daarboven moet lang geld worden aangetrokken. In 2020 is de kasgeldlimiet niet overschreden. Renterisico De rente risiconorm bepaalt dat jaarlijks 20% van het begrotingstotaal (ca. € 8,79 miljoen) onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximumgrens gesteld aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. De vaste schulden van Avri bestaan uit geld leningen waarop geen renteherzieningen plaatsvinden. Er is dus geen renterisico op bestaande leningen. Kredietrisicobeheer Kredietrisicos zijn risico’s op het niet-terugontvangen van uitgezette middelen. Avri heeft geen middelen uitgezet en loopt dus geen kredietrisico. 10.3 Financiering De waarde van de vaste activa bedraagt ultimo 2020€ 32,4 mln., hiervoor heeft Avri per 31-12-2020 voor€ 33,5 mln. aan leningen uitstaan.
De vraag naar externe financieringsmiddelen is toegenomen, omdat Avri de afgelopen jaren een substantieel deel van haar lasten heeft afgedekt door inzet van voorzieningen en het eigen vermogen. Avri heeft daarnaast als kapitaalintensief bedrijf permanent een grote financieringsbehoefte, mede als gevolg van (technologische) ontwikkelingen in de branche en beleidsontwikkelingen. Een voorbeeld is de in 2019 doorgevoerde beleidswijziging, die heeft geleid tot een hoge investeringslast en hieruit volgende financiering. In tabel 23 zijn de langlopende geldleningen uiteengezet. Schulden langer dan 1 jaar Datum einde looptijd
Rente %
Stand 31-12-2019
Aflossingen
Stand 31-12-2020
333.334
333.335
0
Geldlening BNG4O.10.12.12 (2005)
16-12-2020
3,55%
Geldiening BNG 40.10.85.83 (2013)
1-10-2023
2,21%
1.680.000
420.000
1.260.000
Geldiening BNG4O.10.89.41 (2014)
15-1 -2024
2,00%
4.250.000
1.000.000
3.250.000
Geldlening BNG 40.110.118 (2015)
1-10-2035
1,60%
4.000.000
250.000
3.750.000
Geldiening BNG 40.110.265 (2015)
2-1-2036
1,60%
4.012.346
246.914
3.765.432
Geldiening BNG 40.110.308 (2015)
2-1-2036
1,60%
4.062.500
250.000
3.812.500
Geldlening BNG 40.110.355 (2016)
25-1-2041
1,75%
2.552.000
116.000
2.436.000
Geldlening BNG4O.110.356 (2016)
25-1-2041
2,13%
1.400.000
0
1.400.000
Geldiening BNG 40.112.541 (2019)
22-1 -2044
1,55%
5.000.000
200.000
4.800.000
Geldiening BNG 40.112.895 (2019)
14-6-2044
0,82%
4.312.000
176.000
4.136.000 3.492.000
Geldlening BNG 40.113.547 (2020)
17-1-2045
0,69%
0
108.000
Geldlening BNG 40.113.548 (2020)
17-1-2045
0,69%
0
42.000
1.358.000
31.602.180
3.142.249
33.459.932
Totaal
Tabel 23: Overzicht langlopende geldienin gen
Pagina 40 van 73
In 2020 zijn 2 leningen afgesloten van in tezamen € 5 mln. om in de liquiditeitsbehoefte te kunnen voorzien. Renteschema Onderstaand het renteschema volgens de notitie rente 2017 van de Commissie BBV. Renteschema voor jaar:
2020
a.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
b.
De externe rentebaten over de korte en lange financiering
594.653 0
Saldo rentelasten en rentebaten cl.
594.653
De rente die aan grondexploitatie moet worden doorberekend
c2.
0
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
c3.
0
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken
(= projecttinanciering). die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
0
dl.
Rente over eigen vermogen
0
d2.
Rente over voorzieningen
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
594.653
e.
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
601.772
f.
Renteresultaatop hettaakveld 0.5Treasury
Tabel 24: Renteschema
Pagina 41 van 73
-7119
BEDRIJFSVOERING
11
11.1
Algemene terugblik 2020: kantelen van de koers van de organisatie
Samen met 247.000 inwoners en de acht gemeenten werken wij dagelijks voor en met de regio aan een schoon, veilig, duurzaam en circulair Rivierenland. Avri wil zich steeds meer inzetten als een brede maatschappelijke dienstverlener, passend bij een veranderende maatschappij. We streven naar excellente uitvoering. Dienstverlening die aansluit bij de behoeftes van gemeenten en inwoners, waarbij onverwachte ontwikkelingen zo min mogelijk invloed hebben op dienstverlening en kosten. De afgelopen jaren is gebleken dat de begroting van Avri steeds meer onderhevig is aan de werking van de markt. Daarmee zijn de risico’s fors toegenomen. Invoering van het nieuwe afvalbeleid heeft weliswaar significant bijgedragen aan de regionale milieudoelstellingen (reductie van restafval), maar leidt ook tot hogere kosten, door toegenomen vervuiling van grondstoffen en afvaltoerisme. Daar waar de afgelopen jaren de invoering van het nieuwe systeem centraal stond, moest vanaf 2020 de focus verlegd worden, om toekomstige financiële tekorten zoveel mogelijk tegen te gaan. Aan de hand van de kadernota en begroting zijn in 2020 met gemeenten (raadsleden, wethouders en ambtenaren) gesprekken gevoerd over de koerswijziging die nodig is. Hoe komen we tot meer prijsstabiliteit, pro-actieve communicatie met inwoners en gemeenten en behoud van de kwaliteit van grondstofstromen.
11.1
Programma GRIP
Deze nieuwe koers is in 2020 verder uitgewerkt in een programma GRIP. Daarin is de programmastructuur verder uitgewerkt. Doel van het programma is het verbeteren van de voorspelbaarheid. Dat doen we door kostenbeheersing en —reductie, maar ook door het vergroten van opbrengsten: het leveren van toegevoegde waarde aan producten en diensten. Er zijn drie lijnen in het programma, die het programmadoel inhoud geven. In 2021 wordt het programma verder vorm gegeven.
GRIP -
Prijsstabiliteit & kostenbeheersing Inwoners
MDUEEL rrniatie en educatie -Afvalcoaches -Maatwerk dienstverlening -Avri-app: inzicht, melding, particpatie, dienstverlening -COLLECTIEF -Communicatie-campagnes -Afvaltoensme (buiten regio. via bedrijfsafval. in openbare prullenbakken) aanpakken
Markt
Organisatie
-MINDER VERVUILING ‘ -Minder verwerkingskosten s:.
-UITVOERINGSKOSTEN -Benctimark NVRO ICOELO! extern
-MEER WAARDE -Bewerken focus-fractie: gft -Zevenfsorteren ovenge fracties: textiel/ plastic / -Businesscases & projecten (oa RegioDeal)
ORGANISA TIEONTWIKKELING -Nieuwe koers, anders denken
-.
-DA TAGESTUURD WERKEN -Efficiënt en op maat -Maatwerk / pluspakket: inco, papier, gft, zorg,
-OVERIGE INKOMSTEN :,-Bedrijfsafval / solar / huur -----
—
Regiodeal Avri diende drie projecten in voor de Regiodeal die allemaal werden gehonoreerd. Avri wil, samen met haar partners. voor deze drie projecten een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren en/of een businesscase opstellen. Avri vraagt hiervoor € 300.000. Daar zet Avri met partners een co financiering (veelal uren) van € 300.000 tegenover. Avri maakt voor de volgende drie projecten een haalbaarheidsonderzoek en/ of businesscase. Deze projecten hebben een looptijd van maximaal 3 jaar. Regiodeal is in 2020 aangevraagd maar eerste subsidie verstrekking zal in 2021 plaatsvinden. In de bestuursrapportage 2021 wordt hierop teruggekomen.
Pagina 42 van 73
Organisatie: ontwikkeling van een robuuste en wendbare organisatie die op een efficiënte, kostenbewuste manier haar taken uitvoert. In 2020 is een start gemaakt met de organisatieontwikkeling. Dat proces wordt in de volgende paragraaf verder toegelicht. 11.2
Organisatieontwikkeling
De inrichting van de Organisatie 5 een belangrijk element om invulling te kunnen geven aan de nieuwe koers. Er zijn diverse actuele ontwikkelingen die van invloed zijn op de bedrijfsvoering: Sociaal maatschappelijk: toenemend belang van duurzaamheid en inclusiviteit. De burger wil meer invloed uitoefenen op beleid. Het belang groeit van goede communicatie met inwoners, bestuur, gemeenten, (markt)partijen en (potentiële) medewerkers. We moeten uitdragen wat Avri doet en waarom we dit doen. Regionaal: gemeenten verwachten een meer proactieve rol van Avri als kennispartner bij het realiseren van beleidsdoelen. Ook willen zij meer maatwerk. Veranderende marktomstandigheden: druk op verwerkingstarieven en grondstofvergoedingen, stijgende prijzen. Wet- en regelgeving: hogere scheidingsdoelen, meer nadruk op preventie en kwaliteit, toenemende regeldruk financieel beheer, lOT-beveiliging, Wet openbaar bestuur. -
-
-
-
We zien dat de scheidslijnen tussen Afvalbeheer, IBOR en Handhaving vervagen. Dit geldt voor de governance, maar ook voor de uitvoering. Er zijn kansen om personeel en materieel uit te wisselen, om op gebiedsniveau werkzaamheden en planning meer integraal te benaderen en om gedragssturing effectiever als instrument in te zetten. Deze ontwikkelingen en de ervaringen die zijn opgedaan met de invoering van het omgekeerd inzamelen doen een ander appèl op de Avri organisatie. Avri leert van de ervaringen die met deze ontwikkelingen gepaard gaan en we gebruiken ze om de organisatie te ontwikkelen en te verbeteren. We hebben geleerd dat we moeten bouwen aan toekomstgerichte Organisatie, die kan inspelen op veranderende vragen uit de omgeving. In 2020 heeft het MT Avri met het bestuur, teamleiders en OR Avri gewerkt aan een ontwikkelingstraject om de organisatie meer robuust en wendbaar te maken. Een organisatie die bovendien met een open houding en in verbinding met bestuur, gemeenten en inwoners leert van ervaringen in de praktijk en zo voortdurend werkt aan verbetering. De rode draad in de ontwikkeling van de organisatiestructuur is: Het organiseren van verbinding tussen de werkvelden Afvalbeheer en IBOR om tot een excellente uitvoering te komen.
Bundelen van strategische en tactische functies om de denkkracht te vergroten, het contact met verschillende stakeholders te organiseren, te innoveren en grip op externe markten te vergroten. Bundelen van de ondersteuning in het primair proces om de versnippering in aansturing terug te dringen, werkprocessen efficiënter in te richten en kwetsbaarheden te verminderen. De organisatieontwikkeling leidt tot een wijziging van zowel de structuur als de sturing van de organisatie (functieprofielen managers, teamleiders en coördinatoren). De beoogde ingangsdatum is 1 april 2021. -
-
-
mci usiviteit Avri wil een inclusieve organisatie zijn; een organisatie waar ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een plek hebben en met plezier kunnen werken. Ieder jaar biedt Avri 7 Ieerwerktrajecten als springplank voor mensen uit de kwetsbare groepen naar regulier werk. Het is niet voor iedereen gemakkelijk om een baan te vinden en lekker aan het werk te gaan en te blijven. Sommige mensen hebben daarbij wat hulp nodig. Avri biedt deze hulp als inclusieve en maatschappelijk verantwoorde organisatie. Dat doen we met veel inzet, enthousiasme en betrokkenheid. En daar zijn we trots op. In samenwerking met Werkzaak Rivierenland, gemeenten en marktpartijen bieden wij werkervaringsplaatsen aan, waarbij we in een periode van 3 tot 6 maanden mensen activeren. Zij ontwikkelen vaardigheden waardoor zij kansrijker worden op de arbeidsmarkt. In 2020 ging het om 4 personen. In 2020 hebben 55 medewerkers uit de Sociale wetgeving en 16 medewerkers uit de participatiewet aan het positieve resultaat bijgedragen. Avri heeft 4 personen begeleid naar een baan buiten onze organisatie. Deze mensen zijn vanuit de bijstand doorgegroeid naar een betaalde baan. Daarnaast hebben we twee personen ‘werkfit’ gemaakt en zo bijgedragen aan hun zoektocht naar betaald werk.
Ook is een traject geweest met een vroegtijdige schoolverlater, om zolang hij nog Ieerplichtig was hem een werk activeringsplaats te bieden.
Pagina 43 van 73
SW-en participatiemedewerkers in 2020 SW’ers
P-wetters
Nede r-B etuwe
14
5
West-Betuwe
14
4
Buren
17
4
Tiel
10
3
55 16 Lotaal Tabel 25: aantal Ibor-medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt 11.3