CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

B-2021-001b Begroting avri 2022-2025

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Avri25.751 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

L

Kvri SAMEN WERKEN AAN EEN SCHOON RIVIERENLAND

Begroting 2022 inclusief meerjarenraming t/m 2025

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding

3

2

Bestuurlijke samenvatting

4

3

Leeswijzer

10

BELEIDSBEGROTING PROGRAM MAS 4

Programma Basispakket

12

5

Programma Pluspakket

21

6

Programma Bedrijfsafval

25

7

Programma Algemene Baten en lasten

27

PARAGRAFEN 8

Lokale heffingen

32

9

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

38

10

Financiering

44

11

Bedrijfsvoering

46

12

Onderhoud kapitaalgoederen

50

13

Verbonden partijen

51

FINANCIËLE BEGROTING 14

Totaaloverzicht baten en lasten

55

15

Uiteenzetting financiële positie

56

16

Vaststellingsbesluit

61

BIJLAGEN Bijlage 1: Totaal baten en lasten per taakveld

62

Bijlage 2: Kostenstaat per product

63

Bijlage 3: Overzicht BTW baten afvalstoffenheffing per regiogemeente

64

Bijlage 4: Scenarios tarieven afvalstoffenheffing 2021

65

Bijlage 5: Beschrijving van de reserves en voorzieningen

66

1

INLEIDING

We willen een trendbreuk realiseren en hiervoor zijn we in 2021 een nieuwe koers ingeslagen. Financiële reserves zijn de afgelopen jaren teruggelopen doordat grondstofprijzen fors daalden en risico’s uit het verleden zich daadwerkelijk voordeden. Met als gevolg dat de financiële weerstand van Avri weg is. We werken hard aan herstel en bouwen aan vertrouwen bij onze inwoners en gemeenten. Goede dienstverlening aan inwoners en financieel weer gezond worden, staan centraal in deze koers. We realiseren ons dat we daarvoor de dingen anders moeten gaan doen. En dat we dat voor en met onze inwoners moeten doen. Alleen zo kunnen we Avri klaar maken voor de toekomst. Voor u ligt de ontwerp begroting 2022 en de meerjarenramingen 2022-2025 van Avri. In deze begroting leest u hoe we deze nieuwe koers verder invulling gaan geven. We vervolgen de projecten uit het programma GRIP dat in 2021 van start is gegaan, Hiermee richten we ons op kostenbeheersing en prijsstabiliteit. Met het strategisch koersplan geven we verder richting aan onze dienstverlening. Door goede communicatie werken we aan verbinding en samenwerking met onze inwoners. Bij het beheren van de openbare ruimte, het uitvoeren van handhaving streven wij ook in 2022 naar meerwaarde door perspectief te bieden aan medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt, duurzaam te innoveren en schaalvoordelen te benutten.

Al deze maatregelen zijn onderdeel van de route om klaar te zijn voor de toekomst en om uit het financiële dal te komen. Deze begroting is opgesteld binnen de kaders van de kadernota 2022, zoals aan de gemeenteraden aangeboden. Hiermee is een extra gelegenheid geboden om tijdig het gesprek te voeren over de kaders voor de begroting. Zo ontstaat meer grip aan de voorkant van het begrotingsproces. De behandeling in de raden heeft geleid tot diverse nieuwe aandachtspunten, die in februari 2021 in het Algemeen Bestuur van Avri werden besproken. Ze zijn teruggebracht tot de volgende hoofdthema’s: inzet op communicatie, behoud van kwaliteit van de grondstofstromen en het realiseren van prijsstabiliteit. We realiseren ons dat de manier waarop wij de dingen doen, uitermate belangrijk is bij het verkrijgen van draagvlak onder inwoners. Dat draagvlak hebben we hard nodig, bij het succesvol realiseren van onze doelstellingen voor Rivierenland. Hiervoor moeten we de verbinding en samenwerking met de inwoners van Rivierenland aangaan. We intensiveren onze communicatie en werken aan voorspelbaarheid in dienstverlening en kosten. Zodat inwoners, gemeenten en andere partijen weten wat ze van ons kunnen verwachten. We zijn trots op de inzet van onze medewerkers. Het afgelopen jaar zijn er grote stappen gezet om ons klaar te maken voor deze toekomst.

We hebben het volste vertrouwen dat de ingezette koers ons helpt om op duurzame wijze dienstverlenend te zijn voor onze gemeenten en inwoners van regio Rivierenland. Walter Brouwer Directeur Avri

3

BESTUURLIJKE SAMENVATTING

2

Inleiding 2.1 Samen met 248.000 inwoners en de acht gemeenten werken wij voor en met de regio aan een schoon, veilig, duurzaam en circulair Rivierenland. Avri wil zich steeds meer inzetten als een brede maatschappelijke uitvoeringspartner die anticipeert op de veranderende behoeftes van de maatschappij. Daarbij horen een doorontwikkeling van de werkwijze en bekostiging van het huidige afvalsysteem, een rol als regionale kennispartner voor het onderhoud van de openbare buitenruimte en lokale arbeids- en bewonersparticipatie. 2.2 Werken aan financieel herstel We werken aan financieel herstel, zodat Avri een financieel gezonde basis krijgt om haar bedrijfsvoering te kunnen uitvoeren. De afgelopen jaren zorgden dalende grondstofvergoedingen, ingevoerde rijksbelastingen en prijsindexeringen voor een stijgende afvalstoffenheffing in Nederland. Ook de afvalstoffenheffing in Rivierenland maakte hierdoor een stijging door. We willen deze trend doorbreken en werken aan meer stabiliteit door de bedrijfsvoering te verstevigen, risico’s te beheersen en financiële weerstand voor de toekomst op te bouwen. Ook in voorliggende begroting blijven we inclusief deze investeringen voor financieel herstel onder het landelijk gemiddelde tarief afvalstoffenheffing. —

—

2.2.1 Tarieven afvalstoffenheffing; stijging met 5% en onder landelijk gemiddelde In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het gemiddelde tarief afvalstoffenheffing ten opzichte van 2021 toegelicht.

ONTWIKKELING TARIEF AFVAISTOFFENHEFFING € 297

Gemiddeld tarief afvalstoftenheffing 2021 (mcl. 12 weerstandsvermogen) a) Autonome prijsmndexeringen (03. CAO. rnarkttarieven) b) Bezetting milieustraten en inzarnelactiviteiten c) Communicatie d) Overige mutaties. per saldo

9 3 1 1 14 5o

€ • Herinrichting milieustraten

Gemiddeld tarief atvalstoffenhetfing 2022

pm

€ 311

Potentiele besparingen, nader te onderzoeken Circulaire verwerking incontinentiemateriaal, reductie restafual prn Alternatieve inzet verenigingen in basispakket pm Verlagen BTV’J percentage afvalstoffenheffing pm Beprijzen van grondstoffen pm • Dienstverlening verminderen Tabel 1: Ontwikkeling tarief afvalstoffenheffing per 2022 -

-

-

-

Uit de tabel blijkt per 2022 een stijging van de gemiddelde afvalstoffenheffing met € 14 (5%) naar € 311, met name veroorzaakt door een toename van de uitvoeringskosten. De stijging bestaat voor € 9 uit niet-beïnvloedbare, autonome prijsstijgingen van gemiddeld 3% (o.a. CAO en markttarieven). We willen daarnaast onze inwoners tot dienst kunnen blijven door de bezetting voor de milieustraten en inzameling uit te breiden. Dit stelt ons in staat om te kunnen anticiperen op wijzigingen in het aanbod van afval- en grondstofstromen. Het nieuwe afvalbeleid zorgt structureel voor een toegenomen aantal bezoekers en aanbod van gescheiden afvaistromen. Om deze dienstverlening minder kwetsbaar te maken wordt voorgesteld de afvalstoffenheffing met € 3 te verhogen. Om invulling te geven aan de oproep van gemeenten om de communicatie naar inwoners te intensiveren, stellen we voor € 1 toe te voegen aan de begroting. Hiervoor willen we meer beeldende communicatie middelen ontwikkelen zoals filmpjes, infographics etc. De overige budgetmutaties (per saldo € 1), betreffen diverse bijstellingen van onder andere verwerkingskosten en -opbrengsten door bijstelling van het aanbod door inwoners.

2.2.2 Potentiële besparingen onderzoeken In tabel 1 zijn enkele PM posten vermeld. Dit betreffen actuele ontwikkelingen die in de toekomst van invloed kunnen zijn op de hoogte van de tarieven afvalstoffenheffing. Eventuele gevolgen zijn op dit moment niet in de begroting (en tariefstelling) voor 2022 opgenomen. Gemeenten wordt zienswijze gevraagd om aan te geven welke pm posten nader zouden kunnen worden uitgewerkt om potentiële besparingen nader te onderzoeken. Uit het onderzoek naar de herinrichting van de milieustraten verwachten we geen besparingsmogelijkheden. Hiertoe wordt een afzonderlijk investeringsvoorstel aan het Algemeen Bestuur aangeboden. In onderstaande tabel zijn diverse potentiële besparingen opgesomd, waarbij een aantal onderwerpen reeds in gang zijn gezet. In de tabel is een indicatie en bandbreedte weergegeven van de potentiële besparing. Potentiele besparingen, nader te onderzoeken 1 Circulaire verwerking incontinentiemateriaal; reductie restatval 2 Alternatieve inzet verenigingen in basispakket 3 Verlagen BTVb percentage afvalstoffenheffing 4 Beprijzen van grondstoffen 5 Dienstverlening verminderen

indicatie proces effect lopend pm lopend € 0 € 8 lopend € 0 € 34 nieuw pm pm nieuw -

-

1 en 2) De circulaire verwerking van incontinentiemateriaal ligt momenteel in de diverse gemeenteraden voor. Het is op dit moment onzeker welke gemeenten deelnemen (en wat het daadwerkelijke aanbod is) waardoor het financiële effect op de reductie van restafval in het basispakket onzeker is. Ook in het lopende proces over de alternatieve inzet van verenigingen is op dit moment onduidelijk wat het financiële effect is. 3) Gemeenten profiteren van BTW compensatie over de afvalstoffenheffing. Hoe hoger de afvalstoffenheffing, hoe groter het voordeel voor de gemeenten. Gemeenten kunnen indirect bijdragen door deze BTW opbrengst niet te verhogen in de gemeentelijke begroting. Wanneer de huidige opbrengsten voor de gemeenten (o.b.v. begroting 2021 Avri) op constant niveau blijft kan de afvalstoffenheffing met € 2 worden verlaagd. Wanneer de opbrengsten voor de gemeenten naar beneden wordt bijgesteld kan potentieel tot € 34 per huishouden worden bespaard. 4 en 5) Naast deze reeds in gang gezette onderwerpen zijn er mogelijkheden om inkomsten te vergroten door grondstoffen te beprijzen (bijv. PMD of tarieven bij de milieustraten) of door de dienstverlening te verminderen (bijv. inzamelfrequentie verlagen, openingstijden milieustraat inkorten).

Op basis van de zienswijzen van de gemeenten kunnen aanvullende voorstellen worden uitgewerkt die begrotingswijziging kunnen worden verwerkt in de tarieven voor 2022 of de begroting 2023. —

—

via een

In onderstaande grafiek is de tariefontwikkeling van de afgelopen 10 jaar en komende jaren uiteengezet en afgezet tegen het landelijke gemiddelde (tlm 2021, bron: COELO). Ondanks deze stijging komt het tarief van Avri ook in 2022 niet boven de verwachte gemiddelde afvalstoffenheffing van Nederland uit. De tarieven voor 2022 liggen 13% hoger vergeleken met 2010. Tarief ontwikkeling afvalstoffenheffing 2010

-

2025

4122

350

3cG

250

—

A’e 2010- 2022

—

Gemiddelde Nededand 2010-2021

— — —

4cr, progrrose 2022-2025

Avr i eed opbouw Snanciele weerstand 2021 2024 2023 2024 2025 2021 2022

— — —

150 2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

jaar

Grafiek 1 tariefontwikkeling afvalstoffenheffing 2010

—

2025

In meerjarig perspectief voor Nederland gaan we vanaf 2021 uit van een gemiddelde jaarlijkse stijging van de afvalstoffenheffing met gemiddeld 5% per jaar. De afgelopen jaren lag de landelijke stijging van de afvalstoffenheffing gemiddeld op 8% (bron; Coelo), In de meerjarenbegroting van Avri verwachten we dat de tarieven zich meer gaan stabiliseren. Door te investeren in het nog beter scheiden van afval door inwoners, verwachten we meer stabilisatie van het aanbod van grondstoffen door inwoners. Daarnaast zijn grondstofvergoedingen de afgelopen jaren verder gedaald, waardoor de afvalstoffenheffing een steeds groter aandeel van de (meer beïnvloedbare en constantere) uitvoeringskosten dekt. Via het programma GRIP werken we ook binnen de bedrijfsvoering aan het realiseren van meer prijsstabiliteit. Voor een goede en transparante vergelijking van de kosten van bedrijfsvoering sluiten we aan bij een landelijke benchmark van de branchevereniging NVRD (zie ook programma Algemene Baten en lasten). 2.2.3 Opbouw van financiële weerstand Weerstandsvermogen; meerjarige opbouw van financiële weerstand Er is voldoende financiële armslag nodig om continuïteit in dienstverlening te waarborgen, risico’s af te dekken en daarmee meer prijsstabiliteit te realiseren.

Financiële reserves zijn de afgelopen jaren ingezet om de tarieven afvalstoffenheffing te verlagen en risico’s die zich voordeden op te vangen. In de jaarrekening 2020 was er geen financiële weerstand meer bij Avri en moesten we daarom terugvallen op de deelnemende gemeenten. We willen Avri financieel weer gezond te maken. We stellen zodoende voor om de jaarlijkse opbouw van het weerstandsvermogen met € 12 per huishouden te handhaven. Dit is in lijn met de zienswijze van een meerderheid van de gemeenten bij de begroting 2021.

61

Weerstandsvermogen Basispakket 2011-2025 op basis van risicoparagraaf begroting (risco = kans x effect) tedrepe31.12,€ 1

10.0

9,0 —Weeftandscpaoteit

8.0 7.0

6,3 6,0 0

5.0 4_4

4,0

--—-t

Ongedekte nciëIe risicos

3,0

/ s:»

-_.-‘

2.2 ,

1,4

6’

j’l.l

1,0

t t

t

0.0 2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

e—-— 2021 2022

2023

2024

2025

Het risicoprofiel van Avri daalt naar verwachting per 2022 naar € 7 mln. Onder andere door de afwikkeling van de vergoeding over het kunststof verpakkingsmateriaal over 2019 en 2020. Daarnaast verwachten we een daling van de risico’s rondom de vervuiling van grondstoffen als gevolg van het programma GRIP. Maar er dienen zich ook nieuwe onzekerheden aan, zoals de C02 heffing en de aanbestedingen van nieuwe, grote verwerkingscontracten vanaf 2024. Een significant risico in het totale risicoprofiel van Avri is de overdracht van stortplaats (€ 4,9 mln.). Het is op dit moment onzeker welk bedrag nodig is bij de toekomstige overdracht.. Risico’s rondom overdracht stortplaats De provincie en Avri hebben in december 2020 een bestuurlijk akkoord gesloten voor uitstel van de overdracht van de stortplaats van Avri. Het is hierdoor gelukt om de korte termijn effecten voor de gemeenten te verminderen die waren ontstaan door het besluit van Provinciale Staten om de rekenrente te verlagen. Kernpunt in het bestuursakkoord is uitstel van het moment van overdracht voor onbepaalde tijd; in 2031 besluit provincie na overleg met de Avri-gemeenten over het overdrachtsmoment. Dat biedt de ruimte om via de afvalstoffenheffing vermogen op te bouwen. Tot het moment van overdracht zijn alle risico’s (zowel technisch als financieel) voor rekening van Avri (en in het verlengde; de Avri gemeenten).

1) Risico op directe overdracht na besluitvorming We gaan in het risicoprofiel uit van directe overdracht na het beslismoment door de provincie op basis van de provinciale uitgangspunten (waaronder de huidige rekenrente van 3,1%). Op dat moment (2034) dient er€ 12,2 mln. extra te zijn ‘gespaard’ om het dan benodigde doelvermogen te hebben opgebouwd. Dit wordt bereikt door de huidige (reeds in de begroting 2021 opgenomen) opslag in de tarieven voor opbouw van de weerstandscapaciteit bij Avri (€ 12 per huishouden) te handhaven tot en met het moment van overdracht. Dit risico kan daarmee worden gedekt (gebaseerd op de huidige inzichten en uitgangspunten van het doelvermogen). In onderstaande grafiek is dit scenario gevisualiseerd.

7t

_______—---_____

Prognose weerstandsvermogen Basispakket 2011-2034 op basis van scenario handhaven € 12 nsico opslag per huishouden in tarieven t.rn 2034 € 122 mln effect (risico = effect) bij directe overdracht stortplaats (overdracht per 20340 ho uogangspunten -

-

10,0 —

;,ee-sia—vscavaoteO

—

pm;’nse-veer8andspaaIet

16,0 —

—

740

J

0.nnçnrn

12,0

-

S

1

---*.--

___.___._._.____:=r 0 137

•

-

-

Srrflrrio directn onnrdrad,l 2534 nxtr doeivern,ogen 0ortpIa0 12,2 win.

10.s

12,2 nrln. ,iico ——

,lo,lpj tedk9

—

---

8,9 0,0

-—

-

0riFi034

_—

-

--

—— ,—‘

-

—

6,6

6.e

—

Overr t tbv larinfnga ti

—

8,1

— —

-

2011

-

—

4.n

:

—— — _5 S

-

-—

— — Is

0’.nrige riaro

2,5

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2010

2019

2020

2021

__—r

0

2022

2024

2023

2025

Cl 5r,’î

edekt

2026

2027

t

af2C 3

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2) Risico op tussentiidse renteverlaging We lopen daarnaast het risico dat voor het beslismoment in 2031 de rekenrente verder wordt verlaagd. Op dit moment is onzeker of de rente stijgt of daalt, hoe de beleggingsmix van de provincie zich gaat ontwikkelen en welk effect deze wijzigingen vervolgens hebben (zowel positief als negatief). In voorliggende begroting zijn de risico’s op basis van verschillende scenario berekeningen op dit moment gekwantificeerd op € 4,9 mln. (op basis van de toe te passen kans x effect methode). Uitgaande van de huidige provinciale uitgangspunten zou een tussentijdse verlaging van de rekenrente naar 2,5% een effect kunnen hebben tot potentieel € 40 mln. Er zijn de komende jaren ook ontwikkelingen mogelijk die een positief effect kunnen hebben op het op te bouwen doelvermogen bij overdracht, zoals lagere kosten door technologische ontwikkelingen, hogere beleggingsrendementen van de provincie of een hogere rekenrente. -

In het bestuursakkoord is afgesproken om jaarlijks de ontwikkelingen en verwachtingen te bespreken. Gemeenten kunnen ervoor kiezen dit risico te accepteren. Indien gemeenten dit risico zoveel mogelijk of geheel willen voorkomen zullen er keuzes worden voorgelegd in welke vorm al eerder kan worden ‘gespaard’ voor dit risico. Dit kan bijvoorbeeld door tijdelijke verhoging van de tarieven afvalstoffenheffing of weerstand in de eigen gemeentelijke begroting te reserveren. Mogelijk behoort ook een eventuele verkoop van het zonnepark tot de te onderzoeken mogelijkheden. Een combinatie van dekkingsmaatregelen is ook mogelijk. De diverse opties worden de komende maanden verder uitgewerkt, zodat financiële scenario’s aan de gemeenteraden kunnen worden voorgelegd. De voorkeuren van de gemeenten kunnen worden betrokken in het jaarlijkse, bestuurlijke overleg met de provincie. We stellen voor dit te betrekken bij de kadernota 2023, zodat hier in de begroting (van Avri of gemeenten) in de komende jaren op kan worden geanticipeerd.

j

8

2.3 Programma GRIP: werken aan prijsstabiliteit In 2021 is het programma GRIP van start gegaan. Doel van het programma is het realiseren van prijsstabiliteit en verbeteren van de voorspelbaarheid van de afvalstoffenheffing. Die bereiken we door enerzijds kostenreductie en kostenbeheersing, en anderzijds het vergroten van de opbrengst door het leveren van toegevoegde waarde aan producten en diensten.

Er zijn drie lijnen in het programma die het programmadoel inhoud geven: Inwoners, Markt en Organisatie. In onderstaande figuur is het programma visueel weergegeven.

—“

G R1 P

Prijsstabteë&kostsing -

Inwoners

-INDIVIDUEEL Afvalcosches -Maatwerk dienstverlening -Avri-app: inzicht, melding, particpatie, dienstverlening

-COLLECTIEF -Communicatie-campagnes -Afvaltoerisme (buiten regio, via bedrijfsafval, in openbare pwllenbakken) aanpakken

Markt

-MINDER VERVUILING -Minderverwertdnskosten

Organisatie

—.

-

ELOÏ’

..,

e

-MEER WAARDE -Bewerken focus-fractie: gft -Zeven/sorteren overige fracties: textiel / plastic / -Businesscases& projecten (oa. RegioDeal)

-Nieuwe koers, anders denken

-DATAGESTUURD WERKEN -Efficiënt en op maat -Maatwerk / pluspakket: inco, papier, gft, zorg.

-OVERIGE INKOMSTEN -Bedrijfsafval / solar / huur

Organisatie ontwikkeling als belangriike randvoorwaarde We stellen de nieuwe koers van Avri centraal in de verdere ontwikkeling van de Organisatie. We willen de Avri Organisatie en haar medewerkers via ontwikkeling en werving en selectie op het gewenste niveau brengen en houden. Daarbij hebben we aandacht voor de cultuur in de Organisatie. We willen het goede van de huidige cultuur behouden (aandacht voor elkaar en elkaar helpen als de druk hoog is) en tegelijkertijd bewegen naar een meer zakelijke cultuur waarbij integrale verantwoordelijkheid, projectmatig werken en resultaatgerichtheid meer centraal komen te staan. De invoering van de organisatiestructuur is geen eindpunt, maar een eerste stap in de verdere ontwikkeling van de organisatie. Dat vraagt dat we blijven investeren in de robuustheid en wendbaarheid van onze bedrijfsvoering. In hoofdstuk 11, de paragraaf bedrijfsvoering, wordt hier uitgebreider op ingegaan.

LEESWIJZER

3

Deze begroting bevat een beleidsmatig en financieel gedeelte en is opgebouwd conform de uitgangspunten en richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De begroting 2022 begint met een algemene inleiding die vervolgd wordt met een bestuurlijke samenvatting. De beleidsbegroting begint vanaf hoofdstuk 4 met de vier programmas: • • • •

programma Basispakket programma Pluspakket programma Bedrijfsafval programma Algemene baten en lasten

(hoofdstuk 4) (hoofdstuk 5) (hoofdstuk 6) (hoofdstuk 7)

De wettelijk voorgeschreven beleidsparagrafen komen aan bod in de hoofdstukken 8 tot en met 13. De volgende paragrafen zijn opgenomen: • • • • • •

paragraaf lokale heffingen paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing paragraaf financiering paragraaf bedrijfsvoering paragraaf onderhoud kapitaalgoederen paragraaf verbonden partijen

(hoofdstuk 8) (hoofdstuk 9) (hoofdstuk 10) (hoofdstuk 11) (hoofdstuk 12) (hoofdstuk 13)

De paragraaf grondbeleid is voor Avri niet van toepassing en is derhalve niet opgenomen in deze begroting. De financiële begroting bevat een overzicht van de totale lasten en baten van alle activiteiten van Avri (hoofdstuk 14). De financiële positie van Avri (hoofdstuk 15) komt eveneens in de financiële begroting aan bod. De financiële positie geeft onder andere inzicht in het verloop van de exploitatie, de geplande investeringen, het verloop van de reserves en voorzieningen en een meerjarig geprognosticeerde balans.

BELEIDSBEGROTING PROGRAMMA’S

4

PROGRAMMA BA!

AFVALBEH EER

.

Dit programma gaat over: het inzamelen en veîwerken van huishoudelijke afva/stromen en grondstoffen.

4.1

Inleiding

In het programma Basispakket zijn de diensten opgenomen die Avri uitvoert voor de acht regiogemeenten in Rivierenland. Avri geeft hiermee invulling aan de gemeentelijke taak van inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en aan het Regionale Afvalbeheer Plan. Daarin zijn de ambities en speerpunten van de acht regiogemeenten op het gebied van afval en grondstoffen vastgelegd. Naast beleidsontwikkelingen van het Rijk en gemeenten zijn in toenemende mate ook marktontwikkelingen van invloed op de begroting van Avri. Zo is de afgelopen jaren een belasting op verbranding van restafval ingevoerd en wordt door het Rijk de invoering van een 002 -heffing voorbereid. Ook zorgt de groei van het aandeel grondstoffen in de inzameling ervoor dat de begroting meer afhankelijk wordt van de markt. Daardoor worden de tarieven van de afvalstoffenheffing minder beïnvloedbaar en onvermijdelijk hoger. Ook zorgt de huidige economische situatie voor stijgende prijzen op de arbeidsmarkt en hogere tarieven bij marktpartijen bij de inkoop van goederen en diensten. Dit is zowel bij de inzameling van afval als bij het beheer van de openbare ruimte van toepassing. De afvalstoffenheffing is daardoor een van de snelst stijgende belastingen.

4.2

Wat willen we bereiken

Inwoners willen betrokken worden bij het beleid van Avri en de uitvoering die daar bij hoort. Dit geldt ook voor gemeenten, raadsleden en inwoners. We willen als wendbare Organisatie in kunnen spelen op de behoeftes die er zijn. De invoering van het nieuwe afvalbeleid heeft laten zien dat de behoeftes van de deelnemende gemeenten uiteen kunnen liggen. Om die reden is het gesprek over maatwerk en de grip op gemeenschappelijke regelingen opgestart. Deze ontwikkelingen vragen van Avri om in verbinding te blijven met haar stakeholders. Maar ook om innovatie en aanpassingsvermogen. De behoeftes veranderen en Avri verandert mee. We zien een sterke verlaging van de hoeveelheid restafval en we zamelen meer grondstoffen in. Maar we zien ook dat de kosten stijgen door de hogere kosten voor het verbranden van restafval en door vervuiling van de grondstofstromen. De grondstofopbrengsten dalen door marktontwikkelingen en (wederom) door vervuiling van de grondstoffen. Dit leidt tot een hogere afvalstoffenheffing. Beleidsontwikkelingen In 2022 zal binnen de landelijke beleidskaders Van Afval Naar Grondstof (VANG) het eigen beleid (‘Afval scheiden heel gewoon’) worden doorontwikkeld.

Om de regionale doestelling van reductie van de hoeveelheid restafval te bereiken, is in 2019 middels het omgekeerd inzamelen’ een comfortprikkel ingevoerd, naast de bestaande prijsprikkel (betalen per aanbieding restafval). Mede hierdoor liggen de Avri gemeenten voor op het landelijke gemiddelde en is de landelijke doelstelling van 100kg. restafval per inwoner in 2019 reeds behaald. Mede hierdoor wordt de focus de komende jaren verlegd op het schoon houden van ingezamelde grondstoffen. ‘

1

12

L__

Het ingevoerde beleid gaan we in 2022 verder vormgeven door aanvullend beleid te ontwikkelen. Voorbeelden daarvan zijn: stimuleren van positief scheidingsgedrag, doorontwikkeling milieustraten, maatwerkoplossingen, grip op de grondstoffenmarkt, verbeteren van grondstoffen en er meer waarde uit halen, scheidingsfaciliteiten optimaliseren bij hoogbouw (papier, PDB, bioafval). Het doel van dat aanvullend beleid is verbetering van de kwaliteit van onze grondstofstomen en daarmee een verdere reductie van het restafval. Daarbij zijn externe ontwikkelingen van belang, zoals een verruiming van de producentenverantwoordelijkheid, productontwikkeling met oog voor de gehele lifecycle productie en meer repair en retourinitiatieven. Dat heeft direct invloed op wat inwoners nog als afval aan Avri ter inzameling aanbieden. Verenigingen zijn voor Avri belangrijke ambassadeurs voor onze duurzaamheidsdoelen en een schone leefomgeving. Voor de verenigingen die nu papier inzamelen zal een nieuwe overeenkomst komen, die de mogelijkheid geeft om voor hun vergoeding ook andere taken binnen het basispakket op te pakken. In 2021 worden op dit vlak een aantal pilots uitgevoerd. Die vormen de basis voor mogelijke alternatieve werkzaamheden. In 2021 zal duidelijk worden of de installatie voor gescheiden verwerking van incontinentiemateriaal- en luiers bij ARN ook daadwerkelijk gerealiseerd is.

De financiële effecten van de verwerking van incontinentiemateriaal en luiers en de inzameling zijn in het pluspakket opgenomen. Met de inzameling van luiers en incontinentiemateriaal werken we aan verdere reductie van restafval en komen we tegemoet aan de wens van gemeenten om maatwerk te bieden. Deze afvalstroom is de eerste stroom die geen financiële, maar alleen milieu-opbrengst geeft. Gelet op de besluitvorming die in de gemeenteraden op het moment van opstellen van deze begroting nog moet plaatsvinden, hebben we dit nog niet in deze begroting opgenomen. Ontwikkelingen op de afval- en grondstoffenmarkt Door de groeiende hoeveelheid ingezamelde grondstoffen wordt de begroting van Avri gevoeliger voor en meer afhankelijk van de markt. Voor diverse grondstoffen verwachten wij een negatieve tendens in de prijsstelling. Dat wordt veroorzaakt door diverse factoren. De toenemende invoering van prijs- en comfortprikkels voor afvalscheiding in Nederland heeft een nadelig effect op de kwaliteit van de grondstoffen. De vervuiling van de grondstoffen neemt toe door vermenging met restafval. De gemiddelde kwaliteit neemt verder af, doordat grondstoffen van lage kwaliteit, die eerst in het restafval zaten, nu ook gescheiden ingezameld worden.

Tot slot zorgt import van afvalstromen vanuit het buitenland ervoor dat het aanbod op de Nederlandse markt groter is dan de verwerkingscapaciteit. Daarmee stijgen de verwerkingskosten. Deze ontwikkelingen zijn onderdeel van het programma GRIP. Het tarief afvalstoffenheffing is door deze niet-beïnvloedbare ontwikkelingen de afgelopen jaren fors gestegen. We verkennen continu de mogelijkheden om onze grip op de tariefontwikkeling te vergroten. Het vergroten van de grip op onze kosten bereiken we door onze invloed op de afzetmarkt te vergroten. Dat kan onder meer door het afsluiten van langlopende contracten met verwerkers, samenwerking met regionale partners en deelname of investeringen in verwerkingscapaciteit. 002 -heffing

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat industriële bedrijven worden gestimuleerd om te investeren om minder CO2 uitte stoten. Als bedrijven alsnog te veel 002 uitstoten, gaan ze een C02-heffing betalen. In 2019 werd definitief besloten dat deze heffing er gaat komen, maar de precieze invulling daarvan was nog lang onderwerp van discussie. Inmiddels is bekend dat ook de afvalverwerking aan deze heffing onderhevig gaat zijn. Die loopt op van € 30 per te veel uitgestoten ton 002 in 2021 tot € 150 in 2030. Dat gaat gepaard met dispensatierechten, die het effect van de heffing de praktijk teniet zullen doen. Het ministerie van Financiën verwacht dat de heffing daarom pas in 2024 gevolgen heeft, voor bedrijven die hun 002-uitstoot onvoldoende weten terug te dringen. De precieze impact is nog onzeker. Veel hangt af van politieke wil in de komende jaren. In theorie heeft de politiek de instrumenten in handen om door de afvalbranche uitgestoten 002 merkbaar te beprijzen. Maar de politiek kan er ook nog steeds voor kiezen om de gevolgen van de 002-heffing voor onze branche geheel teniet te doen. Uit berekeningen van KplusV blijkt, dat in het voor de afvalbranche minst gunstige geval de heffing in 2030 kan oplopen tot € 50 per persoon of € 100 per huishouden.

j

1_

Milieustraten in ontwikkeling Een extern bureau is een onderzoek gestart naar de functionaliteit en daarmee de toekomstbestendigheid van de milieustraten. Dat zou moeten leiden tot praktische verbeteringen om het bezoek aan de milieustraten voor de inwoners aangenamer te maken. Dus: betere doorstroming, meer duidelijkheid over prijzen, wat in welke bak moet etc. Daarnaast moeten de verbeteringen onze medewerkers helpen bij het goed kunnen uitvoeren van hun werk. Om de komende dertig jaar onze inwoners goed te faciliteren en onze doelstellingen te halen, zijn investeringen noodzakelijk. We staan voor keuzes, die invloed hebben op deze investeringen. Denk daarbij aan het toekomstbestendig maken van milieustraten, of het realiseren van circulaire pleinen, met kringloop en repair. Het Algemeen Bestuur zal in 2021 besluiten wat de ambitie van de regio is. Overdracht stortplaats De provincie en Avri hebben in december 2020 een bestuurlijk akkoord gesloten voor uitstel van de overdracht van de stortplaats van Avri. Het is hierdoor gelukt om de korte termijn effecten voor de gemeenten te verminderen die waren ontstaan door het besluit van Provinciale Staten om de rekenrente te verlagen. Mede dankzij de bestuurlijke en ambtelijke inzet en betrokkenheid bij zowel provincie, gemeenten als Avri is het gelukt om het financiële effect voor 2020 te verkleinen van € 10 mln. naar € 0,7 mln.

Kernpunt in het bestuursakkoord is de uitstel van het moment van overdracht voor onbepaalde tijd; in 2031 besluit provincie na overleg met de Avri-gemeenten over het overdrachtsmoment. Dat biedt de ruimte om via de afvalstoffenheffing vermogen op te bouwen. Tot het moment van overdracht zijn alle risico’s (zowel technisch als financieel) voor rekening van Avri (en in het verlengde; de Avri gemeenten). In voorliggende begroting zijn deze risico’s gekwantificeerd op €4,9 mln. (maart 2021). In de begroting 2022 gaan we uit van overdracht per 2044, na afloop van de technische levensduur van het huidige zonnepark die dan zal worden verwijderd. Hierbij gaan we er vanuit dat een aantal provinciale uitgangspunten de komende jaren nog worden bijgesteld op basis van (landelijke) ontwikkelingen (zie jaarstukken 2020). We verwachten dat de opbouw van het uiteindelijke doelvermogen’ per 2044 kan worden gedekt op basis van de jaarlijkse rendementen van de reeds gestorte middelen in het provinciaal nazorgfonds. We lopen het risico dat de stortplaats eerder dan 2044 overgedragen moet worden, op zijn vroegst direct na het beslismoment in 2031. We verwachten dat dit risico in de huidige tariefstelling kan worden gedekt.

Hiervoor moet de reeds opgenomen, jaarlijkse opbouw van financiële weerstand van € 12 per huishouden worden voortgezet tot het moment van overdracht, ook ter dekking van de overige risico’s. Op basis van de huidige verwachtingen en uitgangpunten (waaronder rekenrente) hoeft de afvalstoffenheffing niet extra worden verhoogd. De rekenrente die van grote invloed is op het benodigde doelvermogen kan echter tussentijds worden bijgesteld. Voor het eerstvolgende beslismoment in 2031 verwachten we dat dit zal plaatsvinden. Het is op dit moment onzeker wanneer de volgende studie door de provincie zal plaatsvinden en wat de uiteindelijke effecten zijn op het benodigde doelvermogen. In de risico paragraaf wordt op dit moment rekening gehouden met een risico van € 4,9 mln., die gelet op de vele onzekerheden in het uiterste geval zou kunnen oplopen tot potentieel € 40 mln. Er zijn echter ook positieve ontwikkelingen mogelijk, zoals een stijging van de rekenrente, een langere levensduur van de ‘bovenafdichting’ van de stortplaats of betere beleggingsresultaten van de provincie. Om het risico op renteverlaging te vermijden zullen voldoende middelen moeten zijn opgebouwd voor een volgend rentebesluit, we gaan in dit scenario uit van 2026. —

-

In het bestuursakkoord is afgesproken om jaarlijks de ontwikkelingen en verwachtingen te bespreken. Gemeenten kunnen ervoor kiezen dit risico te accepteren. Indien gemeenten dit risico zoveel mogelijk of geheel willen voorkomen zullen er keuzes worden voorgelegd in welke vorm al eerder kan worden ‘gespaard’ voor dit risico. Dit kan bijvoorbeeld door tijdelijke verhoging van de tarieven afvalstoffenheffing of weerstand in de eigen gemeentelijke begroting te reserveren. Mogelijk behoort ook een eventuele verkoop van het zonnepark tot de te onderzoeken mogelijkheden. Een combinatie van dekkingsmaatregelen is ook mogelijk. De diverse opties worden de komende maanden verder uitgewerkt, zodat financiële scenario’s aan de gemeenteraden kunnen worden voorgelegd. De voorkeuren van de gemeenten kunnen worden betrokken in het jaarlijkse, bestuurlijke overleg met de provincie. We stellen voor dit te betrekken bij de kadernota 2023, zodat hier in de begroting (van Avri of gemeenten) in de komende jaren op kan worden geanticipeerd.

4.3

Wat gaan we daar voor doen?

Circulariteit; investeren in verbetering kwaliteit van grondstoffen De hoeveelheid restafval is het afgelopen jaar fors gereduceerd en inwoners van Rivierenland doen het daarmee goed. Hierdoor lopen de Avri gemeenten voor op de landelijke gemiddelden (zie onderstaande grafiek) waardoor we ons in 2022 meer willen gaan focussen op het behoud van de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen. De toegenomen vervuiling van grondstoffen veroorzaakt door een gering deel van de inwoners om betaling van restafval te voorkomen- zorgt voor hogere maatschappelijke kosten, mede dankzij de huidige landelijke en wereldwijde ontwikkelingen op de grondstoffenmarkt. —

Restafval kg/inw getoetst aan doelen 2020

bodd

-.—Avi

-

p,€nee voo, C.oo

.—dod 2020 In&

..

4

Grafiek 2: ontwikkeling hoeveelheid restafval per inwoner 20 13-2020 We blijven investeren in gedragssturing om het hergebruik van grondstoffen te stimuleren en tegelijkertijd de kwaliteit van grondstofstromen te behouden. Gedragssturing moet leiden tot een verbeterde perceptie van inwoners ten opzichte van afvalscheiding. Door duidelijkheid naar inwoners te vergroten ten aanzien van afvalscheiding en de gevolgen van vervuiling van schone grondstofstromen. Preventieve voorlichting, actieve communicatie door Avri èn gemeenten en als uiterst middel inzet van handhaving om dit te bereiken. —

—

De genoemde investeringen moeten op termijn leiden tot verlaging van de afvalstoffenheffing of verbeterd milieurendement. Schonere grondstoffen en vermindering van afvaltoerisme zorgen bijvoorbeeld voor hogere inkomsten op de begroting en een verlaging van het aantal kg’s per inwoner. De kosten gaan hierbij echter voor de baten uit. In deze bestuurlijke samenvatting is de ontwikkeling van de afvalstoffenheffing en het weerstandsvermogen toegelicht. Uitgangspunt voor de begroting blijft het aanbod van 70 kg restafval per inwoner per jaar (60kg fijn restafval en 10kg grof restafval). We houden tevens rekening met de negatieve effecten op het scheidingsgedrag. zoals de vervuiling en het zogenaamde afvaltoerisme’, waarbij restafval als bedrijfsafval of buiten het Avri gebied wordt aangeboden. Vanwege de actuele marktrisico’s en beperkte financiële weerstand houden we voorlopig geen rekening met verbeterde inkomsten door de genomen maatregelen. Wij willen investeren in het verkrijgen van inzicht, door meer data gestuurd te gaan werken. We willen het hergebruik van grondstoffen stimuleren en tegelijkertijd de kwaliteit van grondstofstromen behouden. Data gestuurd werken geeft inzicht in de resultaten van de eigen bedrijfsvoering en de prestaties die inwoners leveren in het scheiden van hun afval.

Het merendeel van de inwoners scheidt al goed, en heeft alleen wat extra hulp nodig om het nog beter te doen. Een kleine groep heeft daar meer moeite mee of vindt afval scheiden niet belangrijk. Het niet goed scheiden van afval leidt tot een teveel aan restafval en vervuiling van grondstoffen. Dat verlaagt de hoeveelheid herbruikbare grondstoffen en daarmee de opbrengsten. Waardoor voor alle inwoners de afvalstoffenheffing stijgt. Ook om goed en efficiënt feedback te kunnen geven aan inwoners is het belangrijk om data gestuurd te werken: waar (in welke straten en buurten) treedt vervuiling het meest op en hoe kunnen we inwoners gericht informatie

geven over hun eigen scheidingsgedrag? De doorontwikkeling van de Avri-app is een middel om dit te doen. Daarnaast blijven we inzetten op preventieve voorlichting, actieve communicatie door Avri én gemeenten. En als uiterste middel is er de handhaving. We zetten in op meer voorspelbaarheid van de begroting. Onder meer om pilots te kunnen uitvoeren en onderzoek te doen naar het vergroten van grip op de keten van circulariteit. De investeringen in programma GRIP moeten op termijn leiden tot verlaging van de afvalstoffenheffing of verbeterd milieurendement, Schonere grondstoffen en vermindering van afvaltoerisme zorgen bijvoorbeeld voor hogere inkomsten op de begroting. De kosten gaan hierbij echter voor de baten uit. Het nieuwe afvalbeleid geven we in 2022 verder vorm. Er komt aanvullend beleid op diverse gebieden, zoals het stimuleren van positief scheidingsgedrag, doorontwikkeling van de milieustraten, maatwerkoplossingen, het verbeteren van grip op de grondstoffenmarkt en meer waarde uit grondstoffen halen, en het optimaliseren van scheidingsfaciliteiten bij hoogbouw (papier, PDB en bioafval). Daarbij zijn externe ontwikkelingen van belang, zoals een verruiming van de producentenverantwoordelijkheid, productontwikkeling met oog voor de gehele lifecycle productie en meer repair- en retourinitiatieven.

Dit heeft direct invloed op wat inwoners nog als afval of grondstof aan Avri ter inzameling aanbieden. In oktober 2022 zal samen met Nedvang de sorteeranalyse voor het vierde jaar op rij uitgevoerd worden. Ook daarmee blijven we monitoren op de resultaten en sturen op schonere grondstofstromen. We gaan onderzoek doen naar de brengvoorzieningen in het algemeen. Zijn de locaties en verschillende fracties voor de inwoners duidelijk of moeten we dit herzien? Zijn de huidige voorzieningen nog het juiste middel om deze grondstofstroom in te zamelen? Afvalscheiding in de hoogbouw en stadscentra is een grote uitdaging. Ruimtegebrek maakt het voor bewoners lastig om hun afval in veel fracties te scheiden. Om ook hier het serviceniveau te verhogen en meer grondstoffen te genereren moeten alternatieven worden uitgewerkt. Zo wordt hergebruik gestimuleerd. We willen een pilot starten in een gemeente om alle ondergrondse containers vrij te geven voor alle inwoners in deze gemeente. Dit moeten we goed monitoren. De uitkomsten van een verkennend onderzoek naar de milieustraten zijn in 2021 aan het bestuur voorgelegd.

Later in 2021 wordt een meer diepgravend onderzoek uitgevoerd naar het benodigde aantal, de optimale spreiding, een goede functionaliteit (bereikbaarheid, omvang, veiligheid, prettige werkomgeving) en de mate waarin elke milieustraat geschikt is om hoger op de circulariteitsladder te functioneren. Het is een optie om de milieustraten te ontwikkelen tot circulair ambachtscentrum. We verwachten dat het toekomstbestendig maken van de brengvoorzieningen een grote investering gaat vragen. De afhankelijkheid van de onzekere grondstoffenmarkt is onderdeel van een strategische verkenning. De grilligheid van de markt, de grote schommelingen van onze inkomsten van textiel en papier en de vervuilingen scheppen onzekerheid. De verkenning zal moeten leiden tot meer grip en stabiliteit. We zien mogelijkheden om ons op de sorteermarkt te begeven of nieuwe manieren van inzameling te creëren. Het doel moet daarbij zijn dat we schonere grondstoffen afzetten. De resultaten daarvan worden verwerkt in het te voeren beleid. —

—

Papierverenigingen kunnen nu ook kiezen voor andere taken in het basispakket. Zo is in 2020 uitwerking gegeven aan de alternatieven en daarmee te zorgen dat verenigingen een inspanning blijven leveren voor de vergoeding die zij krijgen. Definitieve besluitvorming zal in 2021 plaatsvinden, in de begroting 2022 is nog geen rekening gehouden met een gewijzigde invulling van het takenpakket en/of de hoogte van de vergoeding hiervoor. 4.4

Wat gaat dat kosten?

Naast beleidsontwikkelingen zijn in toenemende mate ook marktontwikkelingen van invloed op de begroting van Avri. Zo zorgt de toenemende inzameling van grondstoffen dat de begroting meer afhankelijk wordt van marktmechanismes waardoor de ontwikkeling van de tarieven afvalstoffenheffing minder beïnvloedbaar wordt. Ook zorgt de huidige economische situatie voor stijgende prijzen op de arbeidsmarkt en hogere tarieven bij marktpartijen bij de inkoop van goederen en diensten. De kosten en opbrengsten van de uitvoering van het programma Basispakket zijn weergegeven in onderstaande tabel. Voor de begroting geldt dat de uitvoeringskosten worden gedekt door de baten uit ingezamelde grondstoffen en de afvalstoffenheffing van inwoners. Dit is in onderstaande afbeelding weergegeven, waarbij de ontwikkeling ten opzichte van 2019 en 2020 is weergegeven;

Ontwikkeling begroting Avri 2020 2022 -

Bedrogen per huFshe,den ier.) 13.5% BW/

Begroting 2022

Begroting 2021

Begroting 2020

Papier €8

niet beïnvioedbaar

Plastic/drankkrt €29 Overige € 7

Textiel€3 Papier € 11 Plastic/drankkrt €40

Variabel deel €27

Overige€7

Basisdeel

€284

Variabel deel B 42 Basisdeel

211

Afval stoffen heffing

Afval stoffen heffing

C 311 C 253

kosten

dekking

kosten dekking kosten dekking Grafiek 3: ontwikkeling begroting Avri 2020 2022 -

De specificatie van de beïnvioedbare uitvoeringskosten is als bijlage opgenomen. De ontwikkeling van de tarieven afvalstoffenheffing is weergegeven in de paragraaf Lokale Heffingen. In dit hoofdstuk geven we inzicht in de opbouw van de uitvoeringskosten, de externe verwerkingskosten en -baten. Opbouw uitvoeringskosten In onderstaande grafiek 4 is de opbouw van de uitvoeringslasten weergegeven en afgezet tegen de begroting 2021. Het grootste gedeelte van de uitvoeringslasten komen voort uit de dagelijkse inzameling van alle mini containers bij de inwoner thuis, het legen van verzamelcontainers en het beheer van 4 milieustraten. Als het afval en de grondstoffen zijn ingezameld worden deze (eventueel overgeslagen en) getransporteerd naar de externe verwerker. We maken hierbij gebruik van duurzame kapitaalgoederen en hebben daardoor vaste afschrijvingslasten van ons materieel en de inzamelvoorzieningen. Om dit operationele proces goed te faciliteren zijn er ook een aantal ondersteunende diensten in het kader van gedragssturing zoals beleid, communicatie (mcl. KCC) en handhaving. Ook de administratieve afhandeling van de ledigingen restafval, de aanslagoplegging door BSR en de beheerkosten voor de stortplaats zijn in het basispakket ondergebracht.

Uitvoeringsiasten 2021

-

2022

€ 300

€ 263

€ 275 • Vergoeding verenigingen inzameling papier

€ 250

• Aanslagbil jet / regio rivierenland • Vaste afschrijvingslasten (overslaghal en containers) € 200

• Beheer stortplaats Beleid • Communicatie / KCC

€ 150

• Afvalcoaching en handhaving Milieustraten extern € 100 Milieustraten Avri Verwerking atvaistromen € 50

• Inzameling ondergronds • Inzameling huis aan huis

2021

2022

Grafiek 4: uitvoeringslasten 2021

-

2022

Ontwikkelingen afval- en grondstoffenmarkt We zien dat de grondstoffenmarkt grillig is wat wordt veroorzaakt door te veel aanbod, aanscherping van importbeleid in andere landen en mindere kwaliteit en vervuiling van de aangeboden grondstoffen. Dit heeft direct effect op de vergoedingen waar we zien dat in deze markten geen meerjarige contracten meer worden afgesloten. In Europa wordt geanticipeerd op deze trend door het creëren van extra productiecapaciteit door verwerkers. Wij moeten ons blijven focussen op schone grondstofstromen om de gevolgen van deze marktontwikkelingen zoveel mogelijk financieel te beperken.

In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van kosten en opbrengsten de afgelopen jaren weergegeven:

Ontwikkeling verwerkingsopbrengsten/ -kosten

2016

2017

2019

2018

—.——Verwerki ngskosten

2020

2021

2022

—Verwerki ngsopbrengsten

Grafiek 5: ontwikkeling begroting Avri 2016 2022 -

Deze niet beïnvioedbare ontwikkelingen zijn zorgwekkend en hebben cle afgelopen jaren grote impact op ons tarief. We willen meer grip in de keten ontwikkelen om meer stabiliteit na te streven en risico’s te verkleinen. We gaan hiertoe binnen het programma GRIP een strategische verkenning uitvoeren. Waar mogelijk sluiten we langdurige contracten af en gaan we onderzoeken of met regionale partners kunnen samenwerken of kunnen deelnemen in de keten om onze invloed te vergroten of tot slimme, duurzame oplossingen te komen. VERWERKINGSKOSTEN MEERJARENBEGROTING Restafval GFTafvaI Sorteer- en ermarkIingskosten Orige kostenstromen Totaal verwerkingskosten

2021 1.956 2413 0 1.413 5.782

VERWERKINGSOPBRENGSTEN MEERJARENBEGROTING

2021

2022

2023

2024

2025

Papier Kunststof rpakkingen en drankkartons Textiel Orige opbrengststromen

543 2.369 0 528

673 2369 0 559

663 2.346 0 559

653 2.322 0 559

643 2.299 0 559

3.440

3.602

3.568

3.535

3.502

Totaal verwerkingsopbrengsten

2022 1.925 2.483 0 1.241 5.649

2023 1.996 2.583 0 1241 5.820

2024 2.070 2687 0 1.241 5.997

Tabel 2: Vetwerkingskosten en -opbrengsten tim 2025

2025 2146 2.796 0 1241 6.182

Programmabaten en -lasten De lasten van het programma basispakket worden gedekt door de baten uit de ingezamelde grondstoffen en de afvalstoffenheffing. De opbouw van de baten afvalstoffenheffing is weergegeven in de paragraaf Lokale Heffingen en zijn gebaseerd op de in dit hoofdstuk uitgewerkte lasten. In onderstaande tabel worden de baten en lasten gespecificeerd volgens de financiële begroting en worden de stortingen en onttrekkingen uit de reserves inzichtelijk.

2023

2024

2025

29.170 3.452 1.402 34.023

30.000 3.568 1.513 35.081

30.916 3.685 1.630 36.231

32.245 3.866 1.783 37.893

3.440 0 28.702 -27 32.115

3.602 0 30.421 0 34.023

3.568 0 31.513 0 35.081

3.535 0 32.613 1 36.149

3.502 0 34.283 0 37.785

Saldo van lasten en baten voor vermogensmutaties

-50

0

0

-82

-108

Vermogensmutaties (stortingen /onttrekkingen reserves)

-50

0

0

-82

-109

BATENENLASTENPROGRAMMABASISPAKKET Lasten Lasten uitvoering basispakket BTW basispakket 13,5% Kwijtscheldingen Totaal lasten Baten Verwerkingsopbrengsten grondstoffen Inzetvoorzieningen Baten afvalstoffenheffing (bruto) Exploitatieresultaat programma basispakket Totaal baten

2021

2022

27.593 3.254 1.318 32.165

0 0 0 0 Saldo van lasten en baten na vermogensmutaties Tabel 3: Meerjarenbegroting baten en laten programma Basispakket

0

:

F

IBOR

Dit programma gaat over: De aanvullende activiteiten die Avri verricht voor gemeenten, zoals het Integraal Beheer van de Openbare Ruimte (IBOR) en handhavingstaken.

5.1

Inleiding

Naast de dienstverlening uit het basispakket kunnen gemeenten additionele (o.a. Handhaving APV en Beheer Openbare Ruimte) taken aan Avri opdragen. Deze taken dienen in het belang van de regeling te vallen. Het belang van additionele taken ligt voor Avri in een robuuste en efficiëntere bedrijfsvoering. Daarnaast heeft de individuele gemeente een efficiëntie belang door alle taken bij één Organisatie onder te brengen wat schaalvoordelen met zich meebrengt. Het beleggen van additionele taken biedt verder voordelen op het gebied van kwaliteit van uitvoering, efficiëntie en kostenbeheersing. De individuele gemeente houdt hierbij ten allen tijde de regie en haar bestuurlijke verantwoordelijkheid. De genoemde taken worden in een dienstverleningsovereenkomst (DVO) nader uitgewerkt. Voor het jaar 2022 zijn of worden in totaal 7 DVO’s met 6 van de 8 regio gemeenten overeengekomen (4 voor IBOR en 3 voor handhaving). In de loop der jaren heeft Avri veel kennis van het beheer van de openbare ruimte opgedaan. De komende jaren willen wij ons verder ontwikkelen tot het regionale kenniscentrum voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte, waarmee we onze dienstverlening voor de gemeenten verder kunnen verbeteren. Hiervoor zullen investeringen in denkkracht van de Organisatie en in innovaties nodig zijn.

In het data-gestuurd beheer (legen afvalbakken, vegen van verhardingen) zijn we koploper in de regio. 5.2

Wat willen we bereiken?

Avri streeft naar partnerschap met haar gemeenten als het gaat om ‘Schoon, Heel en Veilig’ in de openbare ruimte. Sinds 2012 voeren we onderhoudstaken in de openbare ruimte uit voor individuele gemeenten. Naast het basispakket kunnen gemeenten ervoor kiezen om ook taken op het gebied van Integraal beheer openbare ruimte (IBOR) en handhaving en toezicht af te nemen van Avri. Deze dienstverlening richt zich op alle acht gemeenten, waarbij de inbreng modulair is, De komende jaren werkt Avri verder aan een integraal en intergemeentelijk takenpakket waarbij we in overleg met de opdracht gevende gemeenten continu streven naar het steeds duurzamer, efficiënter én belevingsgerichter beheren van de openbare ruimte. Daarbij geven wij ook invulling aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid op het gebied van participatie. -

5.3

-

Wat gaan we daar voor doen?

Dit dienstenpakket bevat de onderhoudstaken op het gebied van groen, grijs, riolering, verkeer, begraafplaatsen, speeltuinen, gladheidbestrijding, evenementen en ongediertebestrijding. Daarnaast voert Avri toezichthoudende taken en opsporingstaken uit die in diverse wet- en regelgeving zijn opgenomen ten aanzien van de openbare ruimte (genaamd domein 1’). Te denken valt aan handhaving rond honden-, jeugd- en parkeeroverlast, toezicht op de Drank en Horecawet en de APV, en controles op evenementen. Daarbij heeft Avri een vakinhoudelijk adviserende rol richting de gemeenten en verzorgt de intake en afhandeling van meldingen in de openbare ruimte.

21

1

__________

Voor de begroting van IBOR en Handhaving gaan we voor 2022 uit de bestaande DVO’s 2021 Dat is gebaseerd op de lopende individuele contractafspraken en reeds overeengekomen werkbegrotingen 2021. Daarbij wordt in deze begroting 2022 verondersteld dat zich geen wijzigingen in het dienstverleningspakket voordoen. In de begroting is wel rekening gehouden met de nu volgende ontwikkelingen: Beheer openbare ruimte In de loop der jaren heeft Avri veel kennis van het beheer van de openbare ruimte opgedaan. De komende jaren willen wij ons verder ontwikkelen tot het regionale kenniscentrum voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Dit doen we op een duurzame- en innovatieve wijze. Zo kunnen we onze dienstverlening voor de gemeenten verder verbeteren. Hiervoor zijn investeringen in denkkracht van de Organisatie en innovaties nodig. Maatschappelijke betrokkenheid We voeren de taken uit op basis van de gewenste kwaliteitseisen van de gemeente en streven naar meerwaarde door perspectief te bieden aan medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt, door duurzaam te innoveren en schaalvoordelen te benutten. Avri verwacht dat in de toekomst minder medewerkers vanuit de voormalige Sociale werkvoorziening beschikbaar komen. Avri vult deze vrijkomende ruimte zoveel mogelijk in met mensen die onder de Participatiewet vallen en mensen met een bijstandsuitkering.

In onderstaand overzicht is de ontwikkeling en verwachting van het aantal SW en Participatiemedewerkers in de vier IBOR gemeenten te zien. SW-en Participatiemedewerkers 2018 2019 2020 2021 2022 SW’ers

47

43

55

53

51

NB

15

14

14

12

12

14

14

14

WB BU

19

17

17

17

16

Tl

13

12

10

10

9

P-wetters

4

11

16

19

20

NB

1

4

5

6

6

4

4

4

WB BU

1

4

4

6

6

TI

2

3

3

3

4

Duurzaamheid Avri kijkt bij het vervangen van voertuigen en machines en bij het gebruik van materialen of er duurzame alternatieven zijn. Zoals elektrisch gereedschap of voertuigen en bio-zout. Bij elk nieuw aan te kopen voertuig of machine wordt de meest duurzame/economische oplossing beoordeeld. Op dit moment maakt Avri al gebruik van twee elektrische onkruidmachines en een elektrische straatstofzuiger. Ook wordt door de wijkploegen steeds vaker elektrisch handgereedschap gebruikt. Daarnaast worden strooiers voor de gladheidbestrijding gerefurbished. Dit wil zeggen dat de gebruikte materialen worden hergebruikt. Ook wordt bij het bestrijden van de gladheid voor een deel bio-zout gebruikt. Door gebruik van dit restproduct uit de voedingsindustrie wordt het milieu minder belast. Markt werking contracten Naast de reguliere medewerkers en de medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt voert Avri het beheer uit met behulp van (lokale) marktpartijen. De kosten van marktpartijen zijn mede afhankelijk van de economie. Dit kan zorgen voor fluctuatie van de werkbegrotingen. Om deze fluctuatie zoveel mogelijk te beperken wordt, daar waar mogelijk, gebruik gemaakt van meerjarige contracten. Klimaatontwikkeling In de nieuwe Omgevingswet krijgen biodiversiteit en klimaatadaptatie een belangrijke plek.

Gemeenten moeten die begrippen vertalen naar beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Het anders beheren van hemelwatervoorzieningen, bermen en sloten, grasvelden, perken en plantsoenen en zelfs bomen zijn daarin actuele thema’s. Voorspellingen geven namelijk aan dat diverse boomsoorten op termijn (+1- 20 jaar) gaan verdwijnen uit het Nederlandse straatbeeld. Ook inwoners gaan dat merken. Avri ondersteunt gemeenten door mee te denken over deze ontwikkelingen, en te helpen in de voorlichting omtrent het dagelijks beheer van de Openbare ruimte.

22

Handhaving Avri kan voor iedere gemeente maatwerk leveren, waarbij het handhavingsbeleid van de gemeente de leidraad vormt. De handhavers van Avri zijn zichtbaar in de openbare ruimte en vervullen een belangrijke rol in het sturing van het gedrag van inwoners. Door mensen te informeren, waarschuwen en in het uiterste geval te beboeten leveren onze handhavers een belangrijke bijdrage bij het behouden en vergroten van de leefbaarheid. —

—

Ondermijning krijgt bij gemeenten steeds meer aandacht. Het ligt voor de hand dat ook onze handhavers een grotere rol krijgen in het signaleren van die ondermijning. Landelijk wordt gekeken naar de uitrusting en optionele bewapening van boa’s. Avri volgt deze ontwikkelingen op de voet en zal bij de landelijke richtlijnen aansluiten indien de opdracht gevende gemeenten daarom vraagt De ontwikkelingen in de digitale wereld gaan hard. Moderne tools kunnen het werk van de handhavers professionaliseren en efficiënter maken. Voor het toezicht op foutparkeren gaan we onderzoeken of we meer data gestuurd kunnen werken deze taak digitaal (door middel van een scanvoertuig) uit kunnen voeren. Naast scanvoertuigen valt ook te denken aan handhelds, telefoons, portofoons, bodycams en systemen om goed te rapporteren. Incontinentie materiaal Om de inwoners van Rivierenland een praktisch en financieel aanvaardbare oplossing te bieden voor incontinentiemateriaal en babyluiers heeft op 4 juli 2019 het Algemeen Bestuur besloten om incontinentiemateriaal (en babyluiers) gescheiden van het restafval in te zamelen en aan te bieden als een pluspakket. Door dit afval apart in te zamelen en duurzaam te verwerken, vermindert de hoeveelheid restafval. In 2020 is er onderzoek naar gedaan en een pilot uitgevoerd.

Elke individuele gemeenteraad kan zelf een besluit nemen of ze hier gebruik van willen maken of niet, Zij kunnen ervoor kiezen om deze kosten met hun inwoners te verrekenen als opslag van de afvalstoffenheffing. In de primaire begroting 2022 kunnen de effecten van de invoering van de gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal en babyluiers op de begroting (en het basispakket) nog niet worden meegenomen. De besluiten hierover worden de komende maanden door de diverse gemeenteraden genomen. In de begrotingswijziging van 2022 nemen we deze effecten mee. De kosten voor de eventuele incontinentie-inzameling worden vermeld in de tarieventabel 2022, behorende bij de Verordening Afvalstoffenheffing 2022. De tarieven worden in december 2021 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. 5.4

Wat gaat dat kosten?

Avri voert de diensten in het pluspakket uit tegen kostprijs. Dit betekent dat er voor IBOR en handhaving geen financieel resultaat door Avri wordt behaald op deze activiteiten. Om deze reden houdt Avri geen (risico)reserves voor de IBOR activiteiten aan, maar uitsluitend voor de operationele risico’s van de andere pluspakket activiteiten. Voor de overige (niet IBOR) activiteiten worden -afhankelijk van de gesloten overeenkomst eventuele financiële verschillen op realisatiebasis verrekend met de Reserve Pluspakket. -

BATENENLASTENPROGRAMMAPLUSPAKKET Lasten Integraal beheeropenbare ruimte -via DVO Integraal beheer openbare ruimte overig Handhavngstaken gescheiden inzameling incontinentiemateriaal Overige dienstverlening pluspakket Totaal lasten programma pluspakket

2021

2022

2023

2024

2025

12.390 230 1.180 0 390 14.190

12.826 282 1.195 0 390 14.692

12.954 285 1.207 0 404 14.849

13.083 287 1.219 0 408 14.998

13.214 290 1.231 0 412 15.148

12.390 230 1.180 0 400 14.200

12.826 282 1.195 0 390 14.692

12.954 285 1.207 0 404 14.849

13.083 287 1.219 0 408 14.998

13.214 290 1.231 0 412 15.148

Saldo van lasten en baten voor

10

0

0

0

0

Vermogensmutaties (stortingen /onttrekkingen

-10

0

0

0

0

0

0

0

0

0

-

Baten Integraal beheeropenbare ruimte -via OVO Integraal beheer Openbare ruimte overig Handhangstaken gescheiden inzameling incontinentiemateriaal Overige dienstverlening pluspakket Totaal baten programma pluspakket -

Saldo van lasten en baten na

Tabel 4: Meerjarenbegroting programma Pluspakket

23

Avri voert voor 4 gemeenten de uitvoering- en beheertaken in de openbare ruimte uit op het gebied van groen, grijs, riolering, verkeer en vervoer, openbare verlichting, begraafplaatsen, speeltuinen, gladheidbestrijding en ongediertebestrijding. De totale geraamde lasten per IBOR gemeente zijn in onderstaande tabel uiteengezet. De cijfers voor 2022 in deze tabel zijn gebaseerd op de goedgekeurde werkbegrotingen 2021, autonome kostenindexatie en overheadstijging. 2021 2022 VERSCHIL VERSCHIL ONTVVIKKELINGUITVOERINGSLASTEN 2020 3,7% 2.645 2.855 2.960 105 Gemeente Buren IBOR 1 .895 1.964 69 3,7% Gemeente West Betuwe IBOR 1 .694 1 .965 2.276 2.356 80 3,5% Gemeente Neder-Betuwe IBOR 5.545 181 3,4% 4.957 5.364 Gemeente Tiel IBOR 12.826 436 3,5% Totaal DVO’s IBOR 11.261 12.390 Tabel 5.’ Ontwikkeling uitvoeringslasten DVO’s IBOR -

Op verzoek van de gemeenten wordt per DVO tevens de toegerekende overhead weergegeven. In tabel 6 is te zien dat deze met 5,6% stijgt per 2022. Dit is voornamelijk het gevolg van autonome prijsstijgingen (CAO, markttarieven) en toegenomen kosten binnen de bedrijfsvoering van Avri door nieuwe wet- en regelgeving. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar het programma Algemene Baten en Lasten. De huidige bedragen in tabel 6 zijn gebaseerd op de inzet van personeel volgens de werkbegroting 2021. De uiteindelijke toerekening van overheadkosten binnen het pluspakket aan de individuele werkbegroting 2022 is afhankelijk van eventuele wijzigingen in de te leveren diensten en de daaruit volgende personele inzet. De overheadkosten per gemeente kunnen hierdoor wijzigen in de definitieve werkbegroting. OVERHEAD IBOR DVO Gemeente Buren IBOR DVO Gemeente West Betuwe BOR DVO Gemeente Neder-Betuwe IBOR DVO Gemeente Tiel Totaal

2021 IBOR 406 268 220 645 1.539

2022 IBOR VERSCHIL VERSCHIL 429 23 5,6% 283 15 5,6% 232 12 5,6% 681 36 5,6% 1.625 5,6% 86 Tabel 6: Ontwikkeling overhead DVO’s IBOR

Extra GFT inzameling De gemeenten West Betuwe en West Maas en Waal maken gebruik van de extra inzamelrondes voor GFT afval in de zomermaanden. Deze activiteit uit het programma Pluspakket wordt gefinancierd door de huishoudens uit deze gemeenten middels een opslag op het basistarief van de afvalstoffenheffing. De baten en lasten worden verantwoord in het programma pluspakket De kostprijs per huishouden stijgt per 2022 van € 7,40 naar € 7.53 per huishouden. De stijging is beperkt gebleven tot 2% doordat de areaaluitbreiding deels in bestaande routes ingepast kan worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10406996/1