Algemene beschouwingen SP
Tekst van het document
Algemene beschouwingen perspectiefnota SP 2024 - Van uitstel komt uitstel Daar staan we weer. Een nieuw (boek)jaar afgerond en een nieuwe blik op het komende (laatste!) volle jaar van de huidige gemeenteraadsperiode. Dat stemt op het eerste oog hoopvol, we hebben gezamenlijk weer een vol jaar in een financieel gezonde gemeente om onze doelstellingen te realiseren. Een nieuw jaar waarin het college vanwege enkele wisselingen vol frisse energie werk kan gaan maken van haar ambities. Het stemt me daarbij in eerste instantie dan ook positief dat ik teruglees in de perspectiefnota dat er goed naar de SP wordt geluisterd. Een jaar geleden riep ik immers op dezelfde plek, tijdens het bespreken van de perspectiefnota van 2024 het college op, om flexibeler te zijn in het handelen en uitvoeren van projecten. Onder de titel ‘in steen gebeiteld’ hield ik een pleidooi om meer aandacht te hebben voor verschillende perspectieven en om meer aandacht te schenken aan groepen waar het college in haar plannen en stukken weinig tot geen aandacht aan schonk. Zo sprak ik over de toegenomen armoede in onze gemeente en de vergrote kansenongelijkheid. Over het pijnpunt rondom huisvesting en het gebrek aan woningen voor (lokale) inwoners.
En daarbij besprak ik ook de steeds groter wordende problematiek ten gevolge van de decentralisatie en de gevolgen voor kwetsbare burgers in de jeugdzorg, rondom werk en inkomen, ouderen zorg en langdurige zieken. De flexibiliteit waar ik een jaar geleden over sprak lezen we terug in de aanpassingen van de huidige perspectiefnota. Voortaan worden er minder middelen toegekend aan individuele projecten maar aan zogenoemde ambities per beleidsveld waarbij er meer flexibiliteit wordt ingebouwd. Daarbij zien we dat er middels enkele (verplichte) taakmutaties bedragen vastgesteld worden voor kwetsbare inwoners zoals de centrumregeling voor armoede en schulden, of de werkdrukverlaging jeugdbescherming. De nieuwe perspectiefnota geeft ons met deze ‘nieuwe’ aanpak een inkijkje in alles wat we volgend jaar zouden mogen verwachten en dat stemt me, ondanks de opgenomen flexibele aanpak en de beschikbare gelden voor kwetsbare inwoners, dan toch enigszins treurig. Immers, de gelden zijn op last van hogere instanties vrijgemaakt en juist op basis van de uitvoering en de doelstellingen blijven de uitspraken zorgelijk stil. De organisatie krijgt meer ruimte om doelstellingen zelf in te vullen, maar onduidelijk is hoe deze behaald worden. Deze open benadering zorgt voor het gevaar dat er komend jaar vooral aan doelstellingen gewerkt wordt zonder deze ook te behalen.
Het gevaar van proces boven resultaat voert hierbij de boventoon. En dat is iets wat we juist niet weer willen zien. De afgelopen jaren zijn de inwoners immers al te veel teleurgesteld met het niet behalen van doelstellingen, het niet naleven van gestelde afspraken, doelen of beloften. Deze periode van het jaar ben ik overdag (voor de luisteraars thuis, raadsleden hebben (meestal) ook gewoon een baan ernaast) tijdens mijn werk als docent veel aan het nakijken, waarbij ik ook veel gesprekken voer met studenten over de voortgang en de haalbaarheid van het werk dat zij inleveren. Studenten leveren daarbij, eigenlijk net als deze perspectiefnota- tussentijds af en toe een verslagje in met de plannen voor de komende periode – daarbij leveren ze dan (als ze goed bezig zijn) ook al het werk in dat ze de voorafgaande periode hebben gemaakt. De perspectiefnota is dat plannetje, grote lijnen, ruime en open ambities en wat punten op de horizon genoteerd in potlood.
Maar daarbij hoort ook dat we eens goed kijken naar het werk dat is ingeleverd, is de student (lees college) op de goede weg op basis van de opdracht uit 2022 (lees het bestuursakkoord) en zijn de gestelde doelen en ambities die het college uitsprak in 2022 nog wel haalbaar? Met studenten wordt dan gesproken over het werk dat ze hebben ingeleverd, de kwaliteit daarvan en natuurlijk wordt er vooruit gekeken naar alles dat nog moet gebeuren. Een tussentijdjes balans wordt opgemaakt zodat het helder is of ze goed bezig zijn (of niet) en waar nog aandacht aan moet worden besteed.
Als we balans opmaken op basis van het bestuursakkoord uit 2022 en het aangeleverde werk (lees raadsbesluiten en bespreekstukken) moeten we concluderen dat er nog veel werk aan de winkel is om dit vak met een voldoende af te sluiten. Immers, is op dit moment is het aangeleverde werk summier te noemen, en zijn er te weinig concrete zaken volledig aangeleverd of opgestart. Als docent zijnde (lees raadslid) zie ik te veel zaken nog niet terug, of zijn de zaken die wél besproken worden vaak niet goed genoeg uitgewerkt (lees niet rijp voor raadsbehandeling) of wordt het werk door stage/praktijkbegeleiders als onvoldoende getypeerd (lees actoren en partijen ervaren weinig tot geen communicatie, participatie of uitwerking van de projecten).
In deze besprekingen met studenten vraag ik ook altijd hoe ze zelf tegen hun voortgang aankijken, zien zij het anders, is er wellicht thuis in kladversies wel allerlei werk verricht maar hebben ze dat dan niet ingeleverd of laten zien (en waarom dan eigenlijk niet?), hoe komt het dat allerlei tussentijdse feedback niet is opgenomen in deze laatste versie? Die vraag wil ik dan ook graag aan het college stellen: Zijn jullie tevreden met de voortgang van de geplande ambities en doelstellingen uit het coalitieakkoord van 2022 en reflecteer daarbij eens op die interpretatie? In de feedback gebruiken we dan natuurlijk wat concrete voorbeelden om daar wat dieper op in te gaan. Als we op die manier een blik werpen op die voortgang en de (hoofd) doelstellingen, dan leert ons dat de belangrijkste speerpunten van enkele jaren terug inmiddels zo goed als zijn stopgezet. De majeure projecten zijn zodoende halverwege geëindigd in mineur met voornamelijk teleurgestelde partijen en weinig tastbare resultaten. Maar ook andere minder majeure projecten komen moeilijk tot niet van de grond. Gesteld kan worden dat er überhaupt weinig aanvoer en initiatief is voor dergelijke projecten is vanuit het college. Om dat te onderstrepen (lees, maak hier werk van) enkele voorbeelden uit het bestuursakkoord.
Zo lezen we bijvoorbeeld dat de inwoners centraal staan en er specifiek voor inwoners in een kwetsbare situatie wordt overlegd met de inwoner, zijn naasten en er een passend aanbod vormgegeven. De kloof tussen kansarm en kansrijk groeit. De gemeente volgt het effect hiervan op inwoners en onderzoekt wat er mogelijk is om huishoudens die dit ervaren te ondersteunen met een ‘beweging naar voren’. Vraag aan de wethouder(s): Op welke wijze heeft het college hier specifiek aandacht aan besteed en wat wordt er eigenlijk bedoeld met deze beweging naar voren? In een andere paragraaf lezen we terug dat we als gemeente inzake huisvesting hier creatiever mee willen werken. Een aspect dat we toevallig met de laatste raadsvergadering bespraken in de woonzorgvisie. In het bestuursakkoord spreekt het college namelijk al over het versterken van burgerparticipatie, het opzoeken van de mensen die ergens gaan wonen en dat woningzoekenden eerder en vaker betrokken worden om meer evenwicht in de participatie te krijgen. Daarbij wordt aangegeven dat het creatieve aspect gaat over het anders invullen van woonbehoeftes. Er wordt gesproken over het transformeren van kantoren, leegstaand vastgoed tot wooneenheden. Of over het bouwen van meer mantelzorgwoningen, kleinere huizen, kleinschalige hoogbouw en het splitsen van huizen.
Vraag aan de wethouder(s): Op welke wijze acht het college dat burgerparticipatie in huisvestingsbeleid positief is versterkt. En in hoeverre is er al daadwerkelijk concreet beleid ontwikkelt of zijn er concrete plannen gemaakt om die creatieve, alternatieve woonvormen te realiseren? Wat verderop zien we een ambitie om nieuw beleid te ontwikkelen, gericht op iets wat met een nogal liberale term ‘vrijetijdseconomie’ wordt genoemd waarbij men zich richt zich op de ‘kwaliteitsrecreant – recreatie op spierkracht’. Gesteld wordt dat veel van het recreatiepotentieel onbenut is gebleven en de lezer mag denken aan de verdere ontwikkeling van aantrekkelijke en gevarieerde routenetwerken, agrotoerisme en een toename van activiteiten en evenementen. Alles bij de schaal en het karakter van onze gemeente. U voelt hem al aankomen, de vraag aan de wethouder(s): Op welke wijze heeft het college hier al uitvoering aan gegeven? Welke concrete voorbeelden kunnen we hiervan terugzien of verwachten?
En dan zijn dit alleen maar enkele punten uit het bestuursakkoord, ook aangedragen plannen vanuit de gemeenteraad zijn vaak onvoldoende uitgewerkt en ‘in proces’. Als SP zijnde hebben we zelf ook verscheidene van dit soort initiatieven voorgelegd of hieraan meegewerkt. Zo wacht de scouting al geruime tijd op actie, ondersteuning en informatie vanuit de gemeente om gezamenlijk een nieuw clubhuis te realiseren, hebben inwoners nog altijd geen cultuurvouchers ontvangen, weten muzikanten niet waar ze aan toe zijn m.b.t. repetitieruimten, is er onduidelijkheid voor jongeren over het wel/niet opstarten van een jongerencentrum, wacht men in de omgeving nog altijd op een calamiteiten/rampenoefening voor een niet nader te noemen BRZO bedrijf, alsmede dat inwoners en omwonenden hierover überhaupt niet goed geïnformeerd zijn, blijven we wachten op antwoorden op schriftelijke vragen over de voortgang van de woonzorgvisie (dag 277 vandaag). Etc. Aan de andere kant, ere wie ere toekomt. Er is ook een biodiversiteitsplan opgesteld en de werkzaamheden van de binnenstad-manager worden gecontinueerd.. én het huidige niveau van groenvoorziening wordt vastgehouden (bekijk in dat licht de vragen van de CU van onlangs of van ons de SP van een jaar daarvoor – daar zien we een consistente lijn). Er mag dan ook geconcludeerd worden dat er nog veel werk aan de winkel is.
Zorg voor daadkracht, actieve plannen en communicatie (zowel intern als extern) en vermijd lethargisch gedrag. Wij als SP zien hierin dus nog en flinke uitdaging. Een waarin we in ons eigen verkiezingsprogramma al refereerden. Zorg ervoor dat je de mens (lees inwoner) centraal zet en niet de regels (lees procedures/ systeemwereld) en zorg ervoor dat je dicht bij de inwoner staat. De SP staat voor een solidaire aanpak samen met de inwoners waar de overheid regie neemt en de koers bepaald. Wij zijn niet voor niets als afdeling consistent aanwezig in bijvoorbeeld Pand9 of vaak in de samenleving te vinden. Die regie, koersbepaling en daadkracht missen wij nog altijd. Zeker in deze tijd waarin sociaal-culturele en economische verschillen steeds groter worden en duidelijk is dat niet alle inwoners zelf kunnen ‘participeren’ of mee kunnen doen is het nodig om die ondersteuning en mogelijkheden vanuit een lokale overheid aan te bieden. En juist in een periode dat geïndividualiseerde voorzieningen en keuzes zorgen voor een nog schevere verdeling in de maatschappij. Juist op dit soort thematieken, huisvesting, energievoorzieningen, zorg, onderwijs, verduurzaming of (openbaar) vervoer is het zaak om dit collectief en sociaal aan te pakken. Dus neem je voortrekkersrol, neem regie, wees daadkrachtig en werk concreet en zichtbaar aan een duurzaam en sociale Bommelerwaard.
Om dit proces te versnellen, althans vanavond, heb ik geen traditionele perspectiefnota-moties om in te dienen. Het lijkt mij zaak om maar eens eerst alle openstaande zaken te concretiseren en uit te werken. Extra huiswerk of opdrachten lijkt mij op dit moment te veel van het goede waardoor het overzicht wellicht helemaal verdwijnt om de gestelde basispunten uit te werken binnen deze 4 jaar.