CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

2026 Programmabegroting BVEB

Raadsvergadering 22 mei 2025, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Regionale samenwerking / Gemeenschappelijke Regelingen10.706 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Rekening 2024 17,54 %

Begroting 2025 20,43 %

Begroting 2026 19,40 %

Begroting 2027 15,04 %

Begroting 2028 10,92 %

Begroting 2029 14,82 %

18,99 15,51 6,05

21,37 % 8,70 % 0,87 %

22,78 5,09 0,13

18,41 % 3,83 % 0,13 %

14,30 2,05 0,13

18,20 % 0,00 % 0,02 %

% % %

% % %

% % %

De provincie hanteert de hieronder gebruikte indeling voor de financiële kengetallen. De indeling is gebaseerd op de signaleringswaarden zoals die bij stresstesten voor 100+ gemeenten worden gehanteerd. Om een beeld te geven hoe de financiële positie van gemeenten zich ontwikkelt, zijn de gemeenten per kengetal onderverdeeld naar 3 categorieën. Categorie A is minder risicovol dan categorie B en B is weer minder risicovol dan C. Financiële gemiddelde kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitspercentage Structurele exploitatieruimte

BVEB

Categorie A

%

<90 %

90-130 %

>130 %

22,78 % 5,09 % 0,13 %

<90 % >50 % >0 %

90-130 % 20-50 % 0,00 %

>130 % <20 % <0 %

19,40

Categorie B

Categorie C

BVEB categorie A A C A

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van onze schuldenlast tegenover onze eigen middelen. Het geeft op deze manier een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, maken wij bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid tussen het kengetal inclusief en exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. Zowel de netto schuldquote als de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen valt binnen de laagste risicocategorie A. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin wij in staat zijn om aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio verstaan wij het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Ons eigen vermogen bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserve) en het resultaat uit

27

BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | 2026 PROGRAMMABEGROTING BVEB

het overzicht van baten en lasten. We hebben een solvabiliteitsratio van 5 % in 2026 aflopen naar 0 % in 2029. Daarmee vallen we in categorie C. De BVEB is een GR en een eventueel tekort op de exploitatie wordt gedekt door de deelnemende gemeenten. Om die reden is het solvabiliteitspercentage laag. Er is overeengekomen dat de deelnemende gemeenten te allen tijde de financiële verplichtingen aan derden zullen nakomen. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte wij hebben om de eigen lasten te kunnen dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting maken wij onderscheid tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte bepalen we door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten en uit te drukken in een percentage. De structurele exploitatieruimte van de BVEB valt binnen categorie A.

28

BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | 2026 PROGRAMMABEGROTING BVEB

3.4. Financiering In de paragraaf Financiering geven wij inzicht en leggen wij verantwoording af over de activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van: • De financiële vermogensvoorwaarden; • De financiële stromen; • De financiële positie en de hieraan verbonden risico’s. In het kort noemen we de bovengenoemde drie punten ook wel treasury.

3.4.1. Beleidskader Afhankelijk van de hoogte en de verwachte duur van het liquiditeitstekort of -overschot, wordt vermogen tijdelijk of langdurig aangetrokken of uitgezet (vnl. Schatkist). Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat de kasgeldlimiet optimaal benut wordt en zoveel mogelijk kort vermogen wordt aangetrokken. De centrale doelstelling van ons treasurybeleid is het beheren van de financiële geldstromen en het beperken van de financiële risico’s voor de BVEB. De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) regelt de uitvoering van treasury. Deze wet regelt dat de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dient en geschiedt binnen de financiële kaders van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Om inzicht te geven in de wijze waarop wij dit doen en om beeld te geven van de stand van zaken gaan wij in deze paragraaf in op het risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financieringsen schuldpositie, het kasbeheer en de informatievoorziening.

3.4.2. Recente ontwikkelingen De rente op de geld- en kapitaalmarkten stijgt. De rente voor eenmaands kasgeldleningen was vele jaren negatief, maar dit jaar is dit opgelopen naar 3% - 4% positief. De marktverwachting is dat de rente voor de langlopende leningen zich de komende jaren rond de 2% - 3% beweegt. Het is belangrijk op te merken dat de renteverwachtingen voortdurend evolueren en afhankelijk zijn van diverse factoren, waaronder de geopolitieke gebeurtenissen, economische indicatoren en het monetaire beleid van de centrale banken.

3.4.3. Risicobeheer financieringsportefeuille Voor het beheersen van het renterisico maken we gebruik van de volgende financieringsstrategieën: • De kasgeldlimiet wordt conform Wet Fido niet overschreden; • De renterisiconorm wordt conform Wet Fido niet overschreden; • Nieuwe leningen stemmen wij af op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning; • De rente typische looptijd en het renteniveau van de desbetreffende lening stemmen wij zoveel mogelijk af op de actuele rentestanden en rentevisie. Renterisico Dit is het risico dat wij lopen op sterke rentestijgingen voor bestaande geldleningen. In zijn algemeenheid blijft dit risico beperkt door het afsluiten van leningen met een lange looptijd en een vast rentepercentage. Renterisico’s kunnen vanuit Wet Fido-optiek worden bezien op de korte en op de langere termijn.

29

BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | 2026 PROGRAMMABEGROTING BVEB

Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote schommelingen in de rentelasten. Juist voor kortere financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct invloed hebben op de rentelasten. Om een grens te stellen aan de korte financiering is in de Wet Fido een kasgeldlimiet opgenomen. Deze kasgeldlimiet wordt berekend als een vast percentage (8,2%) van de jaarbegroting van de gemeenschappelijke regeling bij aanvang van het begrotingsjaar. Berekening kasgeldlimiet Begrotingstotaal Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage Kasgeldlimiet

Begroting 2024 12.107.920

Begroting 2025 12.125.000

Begroting 2026 12.125.000

Begroting 2027 12.125.000

Begroting 2028 12.125.000

Begroting 2029 12.125.000

8,2 %

8,2 %

8,2 %

8,2 %

8,2 %

8,2 %

992.849

994.250

994.250

994.250

994.250

994.250

Ons uitgangspunt is dat we het financieringstekort binnen de wettelijke grenzen zoveel mogelijk met kort geld financieren tenzij het rentepercentage voor kort geld hoger is dan het percentage voor leningen met een lange looptijd. Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de organisatie. Dit is te bereiken door een limiet te stellen aan een deel van de vaste schuld; het rentepercentage moet op een bepaald moment worden aangepast aan de op dat moment geldende markttarieven. De bedoelde aanpassingen van rentepercentages doen zich voor bij herfinanciering en renteherziening: • Herfinanciering is het afsluiten van nieuwe leningen en vervanging van bestaande leningen; • Renteherziening doet zich voor wanneer de geldgever het percentage van een lening gedurende de looptijd herziet. De norm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen voor de organisatie niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De omvang van de renterisiconorm is als volgt weer te geven: Berekening renterisiconorm en risico 1 Renteherziening 2 Aflossing

Begroting 2024 500.000

Begroting 2025 500.000

Begroting 2026 500.000

Begroting 2027 500.000

Begroting 2028 -

Begroting 2029 -

3 Renterisico (1+2)

500.000

500.000

500.000

500.000

-

-

12.107.920

12.125.000

12.125.000

12.125.000

12.125.000

12.125.000

20 %

20 %

20 %

20 %

20 %

20 %

2.500.000

2.500.000

2.500.000

2.500.000

2.500.000

2.500.000

4 Begrotingstotaal 5 Renterisiconorm in % 6 Renterisiconorm (4x5) minimum € 2.500.000

Kredietrisico Dit is het risico dat de BVEB loopt wanneer rechtspersonen aan wie een lening is verstrekt in financiële problemen komen. De BVEB verstrekt geen leningen.

3.4.4. Leningenportefeuille In 2024 is de bestaande lening bij de BNG - met een looptijd van 7 jaar - volledig afgelost en is er een nieuwe geldlening van € 1,5 miljoen afgesloten. Deze lening is bestemd voor de investeringen in ICT. Jaarlijks wordt er € 500.000 afgelost.

30

BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | 2026 PROGRAMMABEGROTING BVEB

3.4.5. Financieringsbehoefte De financieringspositie wordt bepaald door diverse factoren, zoals de ontwikkelingen in de investeringen en de mutaties in de geldleningenportefeuille. Met een liquiditeitenplanning brengen we structuur aan in de verwachte inkomsten en uitgaven. Hierdoor hebben we een beter inzicht in onze financieringsbehoefte. In onderstaand overzicht wordt de financieringsbehoefte weergegeven. Financieringspositie Investeringen per 31 december Totaal kapitaalbeslag in vaste activa Reserves Voorzieningen Opgenomen geldleningen Totaal kapitaalfinanciering vaste passiva Financierings overschot/tekort

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

3.074.674

3.153.375

2.615.522

2.017.038

1.448.721

1.865.553

3.074.674 898.056 96.772

3.153.375 322.793 78.624

2.615.522 216.878 46.332

2.017.038 140.102 53.664

1.448.721 63.327 60.996

1.865.553

500.000

1.500.000

1.000.000

500.000

-

-

1.398.056

1.822.793

1.216.878

640.102

63.327

-1.676.618

-1.330.582

-1.398.644

-1.376.936

-1.385.394

68.328

-1.865.553

3.4.6. Renteomslag Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Vanaf 2026 hebben we de rentelasten in zijn geheel ondergebracht bij ons enige taakveld 0.4 Overhead. Hierdoor is een berekening renteomslag niet meer noodzakelijk.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15559156/1