2. Voorgenomen centrumregeling BWMO Meierij-Bommelerwaard 2026-2030
Tekst van het document
Artikel 20 Lokaal uitvoeringsprogramma en lokaal uitvoeringsbudget 1. Elke gemeente krijgt elk jaar een lokaal uitvoeringsbudget voor het realiseren van de lokale set aan basisvoorzieningen voor beschermd wonen op basis van de verdeelsleutel. 2. Elke gemeente stelt een lokaal uitvoeringsprogramma op waarin is opgenomen hoe er wordt gewerkt aan de opgave voor het realiseren van de lokale set aan basisvoorzieningen. 3. De invulling van de lokale set aan basisvoorzieningen gebeurt binnen de kaders van het Regioplan beschermd wonen 2022 e.v. Elke gemeente conformeert zich aan de inspanning op deze opgave.
Artikel 21 Lokaal uitvoeringsprogramma en lokaal uitvoeringsbudget 1. Elke gemeente krijgt elk jaar een lokaal uitvoeringsbudget voor het realiseren van de lokale set aan basisvoorzieningen voor beschermd wonen op basis van de verdeelsleutel. 2. Elke gemeente stelt een lokaal uitvoeringsprogramma op waarin is opgenomen hoe er wordt gewerkt aan de opgave voor het realiseren van de lokale set aan basisvoorzieningen. 3. De invulling van de lokale set aan basisvoorzieningen gebeurt binnen de kaders van het Regioplan beschermd wonen 2026 e.v. Elke gemeente conformeert zich aan de inspanning op deze opgave. 16
4. Het is aan elke gemeente zelf te bepalen in welke vorm het uitvoeringsprogramma wordt geschreven, voor hoe lang het uitvoeringsprogramma geldt en de inhoudelijke invulling van het uitvoeringsprogramma. 5. Het lokaal uitvoeringsprogramma is uiterlijk op twee maanden voor de ingangsdatum (op 01 november) gereed, in ieder geval in het eerste jaar. Indien een uitvoeringsprogramma voor meerdere jaren geldig is, dan vervalt deze deadline. 6. Met het vaststellen van het lokale uitvoeringsprogramma wordt er in elke gemeente ook een besluit genomen over de inzet van de beschikbare financiële middelen uit het lokaal uitvoeringsbudget.
4. Het is aan elke gemeente zelf te bepalen in welke vorm het uitvoeringsprogramma wordt geschreven, voor hoe lang het uitvoeringsprogramma geldt en de inhoudelijke invulling van het uitvoeringsprogramma. 5. Het lokaal uitvoeringsprogramma is uiterlijk op twee maanden voor de ingangsdatum (op 01 november) gereed, in ieder geval in het eerste jaar. Indien een uitvoeringsprogramma voor meerdere jaren geldig is, dan vervalt deze deadline. 6. Met het vaststellen van het lokale uitvoeringsprogramma wordt er in elke gemeente ook een besluit genomen over de inzet van de beschikbare financiële middelen uit het lokaal uitvoeringsbudget en/of de tussentijdse uitkering uit de Reserve BW MO Regionaal.
Artikel 21 Monitoring transformatie 1. Alle gemeenten organiseren gezamenlijk elk jaar een bijeenkomst waar de ontwikkelingen van het afgelopen jaar worden gepresenteerd aan alle stakeholders en waar vooruit wordt gekeken naar het komende jaar. 2. Na twee jaar wordt door de regionaal programmamanager een evaluatie uitgevoerd (met o.a. een safari) naar de stand van zaken van de transformatie van beschermd wonen; het realiseren van de lokale set aan basisvoorzieningen. Op basis van deze evaluatie kan er bijgestuurd worden op de basisafspraken in de regio.
Artikel 22 Monitoring transformatie 1. Alle gemeenten organiseren gezamenlijk elk jaar een bijeenkomst waar de ontwikkelingen van het afgelopen jaar worden gepresenteerd aan alle stakeholders en waar vooruit wordt gekeken naar het komende jaar. 2. Na twee jaar wordt door de regionaal programmamanager een evaluatie uitgevoerd (met o.a. een safari) naar de stand van zaken van de transformatie van beschermd wonen; het realiseren van de lokale set aan basisvoorzieningen. Op basis van deze evaluatie kan er bijgestuurd worden op de basisafspraken in de regio. 1. De resultaten op de strategische doelstellingen van het regioplan beschermd wonen en maatschappelijke opvang worden tweejaarlijks gemonitord en vastgelegd in een regionaal monitorrapport. 2. Er wordt tweejaarlijks een cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd onder cliënten beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 3. De regionale monitoring wordt uitgevoerd door de afdeling Onderzoek en Statistiek van de centrumgemeente in samenwerking met de regiogemeenten.
Hoofdstuk 6 Informatie, verantwoording en bedrijfsvoering
Hoofdstuk 6 Informatie, verantwoording en bedrijfsvoering
Artikel 22 Informatie en verantwoording 1. De centrumgemeente verstrekt de regiogemeenten alle informatie over de uitvoering van deze centrumregeling ten behoeve van de invulling van de verantwoordingsplicht van de gemeenten overeenkomstig de artikelen 212 en 213 Gemeentewet.
Artikel 23 Informatie en verantwoording 1. De centrumgemeente verstrekt de regiogemeenten alle informatie over de uitvoering van deze centrumregeling ten behoeve van de invulling van de verantwoordingsplicht van de gemeenten overeenkomstig de artikelen 212 en 213 Gemeentewet. 17
In iedere gemeente wordt al gewerkt met lokale uitvoeringsplannen BW MO.
Vanaf 2021 verschijnt het regionale monitorrapport BW MO.
2. De regiogemeenten verstrekken de centrumgemeente en uitvoerende organisaties tijdig alle benodigde informatie die noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taken. 3. De gemeenten verstrekken het Regionaal Inkoopteam de gegevens over de lokale toegang. Deze gegevens worden ook verstrekt ten behoeve van het overleg met gecontracteerde aanbieders. 4. De regiogemeenten kunnen de centrumgemeente en uitvoerende organisaties om aanvullende inlichtingen verzoeken, voor zover het haar taak betreft.
2. De regiogemeenten verstrekken de centrumgemeente en uitvoerende organisaties tijdig alle benodigde informatie die noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taken. 3. De gemeenten verstrekken het Regionaal Inkoopteam de gegevens over de lokale toegang. Deze gegevens worden ook verstrekt ten behoeve van het overleg met gecontracteerde aanbieders. 4. De regiogemeenten kunnen de centrumgemeente en uitvoerende organisaties om aanvullende inlichtingen verzoeken, voor zover het haar taak betreft.
Artikel 23 Facturering en verrekening 1. Iedere deelnemende gemeente is verantwoordelijk voor een deugdelijke geautomatiseerde verwerking van declaraties van aanbieders via het GGK. 2. Iedere deelnemende gemeente is verantwoordelijk voor een deugdelijke en actuele geautomatiseerde verwerking van toewijzingen via het GGK. 3. Iedere deelnemende gemeente is verantwoordelijk voor tijdige betaling van haar facturen. 4. Gemeenten declareren 1 keer per kwartaal de uitgaven zorg bij de centrumgemeente. 5. Gemeenten dragen de eigen bijdragen vanuit het CAK die door de gemeenten worden ontvangen in het kader van beschermd wonen af aan de centrumgemeente.
Artikel 24 Facturering en verrekening 1. Iedere deelnemende gemeente is verantwoordelijk voor een deugdelijke geautomatiseerde verwerking van declaraties van aanbieders via het GGK. 2. Iedere deelnemende gemeente is verantwoordelijk voor een deugdelijke en actuele geautomatiseerde verwerking van toewijzingen via het GGK. 3. Iedere deelnemende gemeente is verantwoordelijk voor een deugdelijke en actuele verwerking van het berichtenverkeer CAK voor eigen bijdragen Wmo. 4. Iedere deelnemende gemeente is verantwoordelijk voor tijdige betaling van haar facturen. 5. Gemeenten declareren 1 keer per kwartaal de uitgaven zorg bij de centrumgemeente. 6. Gemeenten dragen de eigen bijdragen vanuit het CAK die door de gemeenten worden ontvangen in het kader van beschermd wonen af aan de centrumgemeente.
Artikel 24 Communicatie 1. Het Regionaal Inkoopteam is het aanspreekpunt voor de gecontracteerde aanbieders van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslavingszorg en aanverwante taken voor alle contractuele afspraken en vraagstukken over de uitgevoerde inkoop en aanbesteding. 2. Gemeenten zijn aanspreekpunt voor gecontracteerde aanbieders van beschermd wonen en aanverwante taken wat betreft het berichtenverkeer in het GGK en de lokale factuurafhandeling.
Artikel 25 Communicatie 1. Het Regionaal Inkoopteam is het aanspreekpunt voor de gecontracteerde aanbieders van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslavingszorg en aanverwante taken voor alle contractuele afspraken en vraagstukken over de uitgevoerde inkoop en aanbesteding. 2. Gemeenten zijn aanspreekpunt voor gecontracteerde aanbieders van beschermd wonen en aanverwante taken wat betreft het berichtenverkeer in het GGK en de lokale factuurafhandeling. 18
Ad. 3. Vanaf 2023 is het berichtenverkeer met het CAK voor de hoge eigen bijdragen intramuraal BW is doorgedecentraliseerd naar de regiogemeenten.
Ad 6. De eigen bijdragen die onder het abonnementstarief Wmo vallen (voor ambulant en kleinschalig BW) zijn niet te onderscheiden in de betalingen van CAK aan gemeenten en zijn niet regionaal verrekenbaar.
Hoofdstuk 7 Tussentijds wijzigen, toetreden, uittreden en opheffen
Hoofdstuk 7 Tussentijds wijzigen, toetreden, uittreden en opheffen
Artikel 25 Tussentijdse wijziging 1. De colleges van de gemeenten kunnen tussentijds aan de centrumgemeente voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2. Na een positief advies van het Poho MZ over het wijzigingsvoorstel doen de gemeenten een daartoe strekkend voorstel toekomen aan hun colleges. 3. Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten na verkregen toestemming van hun raden. 4. Op de tussentijdse wijziging van deze regeling is artikel 30 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
Artikel 26 Tussentijdse wijziging 1. De colleges van de gemeenten kunnen tussentijds aan de centrumgemeente voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2. Na een positief advies van het Poho MZ over het wijzigingsvoorstel doen de gemeenten een daartoe strekkend voorstel toekomen aan hun colleges. 3. Wijzigingen worden voor een zienswijze door de colleges voorgelegd aan hun raden. 4. Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten na verkregen toestemming van hun raden. 5. Op de tussentijdse wijziging van deze regeling is artikel 32 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
Artikel 26 Tussentijdse toetreding 1. Andere gemeenten kunnen tussentijds tot deze regeling toetreden, wanneer de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten na verkregen toestemming van hun raden. 2. De gemeenten regelen in overleg de rechten en verplichtingen die voor de toe te treden gemeente uit de regeling voortvloeien. 3. Indien een gemeente tot de regeling wenst toe te treden, draagt deze gemeente de financiële gevolgen van deze toetreding. 4. Op de tussentijdse toetreding tot deze regeling is artikel 30 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
Artikel 27 Tussentijdse toetreding 1. Andere gemeenten kunnen tussentijds tot deze regeling toetreden, wanneer de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten na verkregen toestemming van hun raden. 2. De gemeenten regelen in overleg de rechten en verplichtingen die voor de toe te treden gemeente uit de regeling voortvloeien. 3. Indien een gemeente tot de regeling wenst toe te treden, draagt deze gemeente de financiële gevolgen van deze toetreding. 4. Op de tussentijdse toetreding tot deze regeling is artikel 32 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
Artikel 27 Tussentijdse uittreding 1. Een regiogemeente kan tussentijds uittreden uit de regeling (op het gebied van beschermd wonen en aanverwante taken) door een besluit van het college na verkregen toestemming van de betreffende raad. 2. Een regiogemeente kan uitsluitend per 1 januari van een kalenderjaar uittreden. 3. Een regiogemeente maakt het voornemen tot uittreding minimaal een jaar van tevoren per aangetekende brief kenbaar aan de centrumgemeente. 4. Als een regiogemeente uittreedt, zal die gemeente tot 01-01-2026 de jaarlijkse uitvoeringskosten van de centrumgemeente en de contractuele
Artikel 28 Tussentijdse uittreding 1. Een regiogemeente kan tussentijds uittreden uit de regeling (op het gebied van beschermd wonen en aanverwante taken) door een besluit van het college na verkregen toestemming van de betreffende raad. 2. Een regiogemeente kan uitsluitend per 1 januari van een kalenderjaar uittreden. 3. Een regiogemeente maakt het voornemen tot uittreding minimaal een jaar van tevoren per aangetekende brief kenbaar aan de centrumgemeente. 4. Als een regiogemeente uittreedt, zal die gemeente tot 1-1-2030 de jaarlijkse uitvoeringskosten van de centrumgemeente en de contractuele 19
Ad. 3. Wijziging in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen/Wgr per 1 juli 2022.
verplichtingen met aanbieders aan de centrumgemeente blijven voldoen. Daarnaast betaalt die regiogemeente de werkelijke kosten ten gevolge van de uittreding. De centrumgemeente stelt de hoogte van de in dit lid genoemde kosten vast in overleg met de gemeenten. 5. De uitgetreden regiogemeente is verantwoordelijk voor het regelen van de beschermd wonen of aanverwante taken voor de betreffende gemeente. 6. Op de tussentijdse uittreding uit deze regeling is artikel 30 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
verplichtingen met aanbieders aan de centrumgemeente blijven voldoen. Daarnaast betaalt die regiogemeente de werkelijke kosten ten gevolge van de uittreding. De centrumgemeente stelt de hoogte van de in dit lid genoemde kosten vast in overleg met de gemeenten. 5. De uitgetreden regiogemeente is verantwoordelijk voor het regelen van de beschermd wonen of aanverwante taken voor de betreffende gemeente. 6. Op de tussentijdse uittreding uit deze regeling is artikel 30 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
Artikel 28 Tussentijdse opheffing of beëindiging 1. De regeling wordt tussentijds opgeheven voor beschermd wonen en/of aanverwante taken, wanneer de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten na verkregen toestemming van hun raden. 2. De regeling kan niet tussentijds worden opgeheven voor maatschappelijke opvang en verslavingszorg, aangezien de gemeente ’sHertogenbosch tot en met 2025 is aangewezen als centrumgemeente door het Rijk. 3. Indien de regeling tussentijds wordt opgeheven, of indien de samenwerking wordt beëindigd met ingang van 1 januari 2026, regelt de centrumgemeente in overleg met de gemeenten de financiële gevolgen van de opheffing of beëindiging in een opheffingsplan ofwel een liquidatieplan. 4. De centrumgemeente registreert de werkelijke kosten die zij per jaar maakt voor het te herplaatsen personeel en declareert deze bij de gemeenten. 5. Volgens de verdeelsleutel worden de kosten verdeeld over de gemeenten. 6. Het is in ieders belang de opheffingskosten of liquidatiekosten zo laag mogelijk te houden en er wordt afgesproken dat iedere gemeente een bijdrage levert aan het te herplaatsen personeel. 7. Op de tussentijdse opheffing van deze regeling is artikel 30 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
Artikel 29 Tussentijdse opheffing of beëindiging 1. De regeling wordt tussentijds opgeheven voor beschermd wonen en/of aanverwante taken, wanneer de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten na verkregen toestemming van hun raden. 2. De regeling kan niet tussentijds worden opgeheven voor maatschappelijke opvang en verslavingszorg, aangezien de gemeente ’sHertogenbosch tot en met 2025 is aangewezen als centrumgemeente door het Rijk. 3. Indien de regeling tussentijds wordt opgeheven, of indien de samenwerking wordt beëindigd met ingang van 1 januari 2030, regelt de centrumgemeente in overleg met de gemeenten de financiële gevolgen van de opheffing of beëindiging in een opheffingsplan ofwel een liquidatieplan. 4. De centrumgemeente registreert de werkelijke kosten die zij per jaar maakt voor het te herplaatsen personeel en declareert deze bij de gemeenten. 5. Volgens de verdeelsleutel worden de kosten verdeeld over de gemeenten. 6. Het is in ieders belang de opheffingskosten of liquidatiekosten zo laag mogelijk te houden en er wordt afgesproken dat iedere gemeente een bijdrage levert aan het te herplaatsen personeel. 7. Op de tussentijdse opheffing van deze regeling is artikel 30 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
20
Ad. 1. Dit is enkel van toepassing als de doordecentralisatie BW door het Rijk wordt ingevoerd. Ad. 2. De doordecentralisatie van maatschappelijke opvang is momenteel landelijk niet aan de orde.
Hoofdstuk 8 Overige bepalingen
Hoofdstuk 8 Overige bepalingen
Artikel 29 Geschillen Onverminderd het bepaalde in artikel 28 Wgr, verplichten de gemeenten zich om in geval van geschillen over de inhoud en uitvoering van deze Centrumregeling met elkaar in overleg te treden, waarbij zal worden getracht dergelijke geschillen in der minne te beslechten.
Artikel 30 Geschillen Onverminderd het bepaalde in artikel 28 Wgr, verplichten de gemeenten zich om in geval van geschillen over de inhoud en uitvoering van deze Centrumregeling met elkaar in overleg te treden, waarbij zal worden getracht dergelijke geschillen in der minne te beslechten.
Artikel 30 Aanwijzing artikel 26 Wgr gemeente Het college van de centrumgemeente is aangewezen om uitvoering te geven aan artikel 26 van de Wgr.
Artikel 31 Aanwijzing artikel 26 Wgr gemeente Het college van de centrumgemeente is aangewezen om uitvoering te geven aan artikel 26 van de Wgr.
Artikel 31 Privacy De gemeenten waarborgen, als verwerkingsverantwoordelijken in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, dat bij de onderlinge gegevensuitwisseling de vigerende privacywetgeving wordt nageleefd.
Artikel 32 Privacy De gemeenten waarborgen, als verwerkingsverantwoordelijken in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, dat bij de onderlinge gegevensuitwisseling de vigerende privacywetgeving wordt nageleefd.
Artikel 32 Inwerkingtreding, duur van de regeling en opheffing 1. Deze centrumregeling treedt in werking op 1 januari 2022. 2. Deze centrumregeling wordt aangegaan voor de duur van vier jaar en eindigt derhalve van rechtswege op 31 december 2025. 3. Deze centrumregeling kan na 31 december 2025 steeds met 1 jaar verlengd worden, na instemming van alle gemeenten tenminste 1 jaar voor de startdatum van de beoogde verlenging.
Artikel 33 Inwerkingtreding, duur van de regeling en opheffing 1. Deze centrumregeling treedt in werking op 1 januari 2026. 2. Deze centrumregeling wordt aangegaan voor de duur van vier jaar en eindigt derhalve van rechtswege op 31 december 2029. 3. Deze centrumregeling kan na 31 december 2029 maximaal tweemaal met 1 jaar verlengd worden, na instemming van alle colleges tenminste 1 jaar voor de startdatum van de beoogde verlenging.
Artikel 33 Bekendmaking 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking van de regeling in de Staatscourant door de centrumgemeente. 2. De centrumgemeente zendt deze regeling aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. 3. Gemeenten nemen deze regeling op in het door hen bij te houden register als bedoeld in artikel 27, lid 1 van de Wgr.
Artikel 34 Bekendmaking 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking van de regeling in het gemeenteblad de Staatscourant door de centrumgemeente. 2. De centrumgemeente zendt deze regeling aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. 2. Gemeenten nemen deze regeling op in het door hen bij te houden register als bedoeld in artikel 27, lid 1 van de Wgr.
21
Er is in 2022 een verwerkersovereenkomst gesloten tussen centrumgemeente en regiogemeenten.
Ad. 3. De zinssnede “na instemming van alle gemeenten” is onduidelijk. Dit wordt vervangen door “colleges”. Colleges kunnen indien noodzakelijk de centrumregeling tweemaal één jaar verlengen. Voor alle andere besluiten (instellen, wijzigen, toe- en uittreden en opheffen) is toestemming van hun raden vereist. Ad. 1. In artikel 26 lid 1 van de Wgr staat gemeenteblad en niet Staatscourant. Ad. 2. Verouderd artikel, kan vervallen.
Artikel 34 Slotbepaling In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, treden de gemeenten met elkaar in overleg.
Artikel 35 Slotbepaling In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, treden de gemeenten met elkaar in overleg.
Artikel 35 Citeertitel Deze centrumregeling wordt aangehaald als: centrumregeling beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslavingszorg en aanverwante taken regio Meierij en Bommelerwaard 2022 – 2025.
Artikel 36 Citeertitel Deze centrumregeling wordt aangehaald als: centrumregeling beschermd wonen, maatschappelijke opvang en aanverwante taken regio Meierij en Bommelerwaard 2026-2030.
22