1.3 Vast te stellen bestemmingsplan 'Zaltbommel, Fietstunnel Hogeweg - Steenweg' Toelichting
Tekst van het document
De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgelegd en ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge versie van het bestemmingsplan. Als de digitale en analoge versie tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale versie leidend. Hieronder worden de aanwezige planregels puntsgewijs besproken.
5.2
Bestemmingsplanregels
In het navolgende wordt de algemeen gehanteerde opbouw van de regels toegelicht. Deze ziet er als volgt uit: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. De tekst hieronder bespreekt deze hoofdstukken puntsgewijs. 5.2.1
Inleidende regels
Dit onderdeel bestaat uit de begrippen (Artikel 1) en de wijze van meten (Artikel 2). Deze artikelen geven aan wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe moet worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, in overeenstemming met normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Alle begrippen zijn in alfabetische volgorde opgenomen, met uitzondering van de eerste begrippen 'plan' en 'bestemmingsplan'. 5.2.2
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de bestemmingen. De navolgende tekst bespreekt de bestemmingen afzonderlijk. Het plan kent de volgende bestemmingen:
31
bestemmingsplan Zaltbommel, fietstunnel Hogeweg - Steenweg
Verkeer - Langzaam verkeer De voor 'Verkeer - Langzaam verkeer' (Artikel 3) aangewezen gronden zijn bestemd voor onder meer een onderdoorgang, fiets- en wandelpaden, water(berging) en groenvoorzieningen. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn onder voorwaarden mogelijk. Leiding - Hoogspanning 1 De voor 'Leiding - Hoogspanning 1' (Artikel 4) aangewezen gronden zijn mede bestemd voor ondergrondse hoogspanningsverbindingen met een spanning van maximaal 150kV. De dubbelbestemming geldt voor het totale ruimtebeslag na aanleg van de kabel. Het totale ruimtebeslag tijdens de aanlegfase bedraagt ongeveer 30 meter. Deze werkstrook omvat niet alleen de kabelsleuf, maar ook de werkweg en de ruimte voor de tijdelijke opslag van de grond en het materiaal. Het totale ruimtebeslag na aanleg van twee circuits bedraagt circa 11 meter bij het deel in open ontgraving en 16 meter bij de gestuurde boringen. Hierbij wordt uitgegaan van een breedte van het kabelbed (1 circuit bestaande uit 3 kabels) van iets meer dan 1 meter, een breedte voor de belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden bij open ontgravingen en een breedte van 5 meter aan weerszijden bij boringen. In het kader van de dubbelbestemming is uitgegaan van een breedte van 8,2 meter (open ontgraving) tot 16 meter (boringen).
Ter plaatse van de dubbelbestemming geldt dat er bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd ten behoeve van de hoogspanningsverbinding. Voor bepaalde werken en werkzaamheden is een vergunningenstelsel opgenomen. In de regels is opgenomen, dat een vergunning voor die werken en werkzaamheden uitsluitend kan worden verleend, indien de belangen van de kabel niet onevenredig worden geschaad. Via een afwijking van de bouwregels kan, mits de veiligheid van de kabel niet onevenredig wordt geschaad en na overleg en instemming met de netbeheerder, op of in de belemmeringenstrook worden gebouwd of kunnen gronden worden gebruikt ten behoeve van de geldende enkelbestemming. Wel is bij de tracering rekening gehouden met een strook van circa 30 meter ten behoeve van de aanleg. Tijdens de aanlegfase zullen tijdelijke werkzaamheden verricht worden. Het kan hier gaan om werkzaamheden zoals bemalen, tijdelijke opslag en tijdelijke wegen ten behoeve van de aanleg. Deze werkzaamheden zijn niet opgenomen in dit bestemmingsplan. Voor zover deze werken niet vergunningsvrij kunnen worden gerealiseerd (Besluit omgevingsrecht, bijlage 2, artikel 2 onder 18) kan hiervoor een tijdelijke vergunning worden verleend.
Op grond van artikel 2.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto bijlage II artikel 4 van het Besluit Omgevingsrecht (kruimelgevallen) kan een tijdelijke omgevingsvergunning worden gegeven voor afwijkend planologisch gebruik. Hiervoor geldt de reguliere procedure (acht weken). Waarde - Archeologie 1 De voor 'Waarde - Archeologie 1' (Artikel 5) aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Het bouwen van bouwwerken, met een oppervlakte groter dan 30 m2 en waarbij de grond dieper dan 30 cm wordt geroerd, is vergunningplichtig. Daarnaast is het uitvoeren van enkele werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden vergunningplichtig. Gedacht kan worden aan het het aanleggen van paden en het dempen van sloten. Hierbij geldt ook de vrijstellingsgrens van 30 m2 en ene diepte van 30 cm. Waarde - Archeologie 3 De voor 'Waarde - Archeologie 3' (Artikel 6) aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Het bouwen van bouwwerken, met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en waarbij de grond dieper dan 30 cm wordt geroerd, is vergunningplichtig. Daarnaast is het uitvoeren van enkele werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden vergunningplichtig.
Gedacht kan worden aan het het aanleggen van vijvers en het aanbrengen van ondergrondse leidingen. Hierbij geldt ook de vrijstellingsgrens van 2.500 m2 en ene diepte van 30 cm.
32
bestemmingsplan Zaltbommel, fietstunnel Hogeweg - Steenweg
5.2.3
Algemene regels
In hoofdstuk 3 van de regels zijn de algemene regels opgenomen. Deze worden hieronder kort toegelicht. Anti-dubbeltelregel Het doel van de anti-dubbeltelregel (Artikel 7) is om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Kort gezegd, komt het erop neer, dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede maal mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels (Artikel 8) is aangegeven welke specifieke vormen van gebruik in elk geval strijdig zijn met de bestemmingen. Overige zone - PIP N322 Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - PIP N322' geldt nu het 'Inpassingsplan N322 Zaltbommel' van de provincie Gelderland. Dit inpassingsplan staat een onderdoorgang slechts toe ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang'. Middels deze regel blijft het 'Inpassingsplan N322 Zaltbommel' onverminderd van kracht, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' een (extra) (brom)fietstunnel is toegestaan.
Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels (Artikel 10) is een aantal bepalingen opgenomen die het mogelijk maken om het plan op ondergeschikte punten aan te passen. Omdat dit zich niet beperkt tot één bestemming, maar bij diverse bestemmingen gewenst of noodzakelijk kan blijken, zijn deze regels in beginsel op alle bestemmingen van toepassing. Het verlenen van een omgevingsvergunning met afwijking mag geen automatisme zijn. Het verlenen van de vergunning wordt zorgvuldig afgewogen en gemotiveerd. Overige regels In de overige regels (Artikel 11) is geregeld dat de bestemmingsplannen 'Parapluplan Parkeren' en 'Parapluherziening verkamering woningen' van toepassing blijven op dit bestemmingsplan. 5.2.4
Overgangs- en slotregels
In dit hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen in Artikel 12 en Artikel 13. Voor de redactie van het overgangsrecht geldt het Besluit ruimtelijke ordening. Bebouwing die niet voldoet aan de bepalingen van dit bestemmingsplan is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing met 10% wordt mogelijk gemaakt. Het gebruik van gronden en bebouwing dat in strijd is met dit nieuwe bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van het plan wordt vergroot. Indien het strijdige gebruik, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. In de slotregel van het bestemmingsplan wordt aangegeven onder welke titel het bestemmingsplan wordt vastgelegd.
33
bestemmingsplan Zaltbommel, fietstunnel Hogeweg - Steenweg
34
bestemmingsplan Zaltbommel, fietstunnel Hogeweg - Steenweg
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economisch
De gemeente is volgens de Wet ruimtelijke ordening verplicht om kostenverhaal toe te passen bij: a. b. c. d. e.
f.
de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte.
Hiervoor dient een exploitatieplan vastgesteld te worden, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Het kostenverhaal is anderszins geregeld als de gemeente Zaltbommel met ontwikkelaar een anterieure overeenkomst heeft gesloten. De ontwikkeling valt niet onder 1 van de onder a t/m f genoemde categorieën dus het was niet nodig om een exploitatieplan vast te stellen dan wel een anterieure overeenkomst te sluiten.
6.2
Maatschappelijk
Het ontwerp wijzigingsplan heeft met ingang van 23 maart 2023 zes weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
35