CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raad 9 november 2021

Raadsvergadering 23 december 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Vaststellen verslag en besluitenlijst d.d. 9 en 25 november 202144.520 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

En die aanpassingen vinden in 2022 plaats, dus eerder gaat het niet open. Het argument over die milieuwinst die er zou zijn, in het rapport uit 2017 is dat al vastgesteld dat dat niet zo is. Want je hebt inderdaad nu omrijden, dat is extra milieulast. Maar als die busbrug opengaat, trekt dat extra autoverkeer aan waardoor die milieuwinst helemaal niet bestaat. Dus ik zou adviseren: lees nog eens een keer dat rapport, en dat argument, dat wordt steeds herhaald, maar dat is dus niet legitiem. De voorzitter: Mijnheer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ja, daar wil ik wel even op reageren. Kijk, er wordt in een sneltreinvaart gebouwd in Westerwatering, de flats schieten daar als paddenstoelen de grond uit. Nou nog mensen erin die daarin willen wonen voor dat geld, maar dat even terzijde. Ik bedoel, dat zal ook extra verkeer met zich meebrengen. Dan kan je wel zeggen: ‘We stoppen met de bodembouw want anders gaat het meer stikstof opleveren’, maar zo werkt het ook niet dus. De voorzitter: Nog andere woordmeldingen? Mijnheer Van Braam. De heer Van Braam (DS): Nou ja, goed, wij zijn sowieso tegen permanente openstelling van de busbrug geweest en dat zijn we nog steeds. Wij vinden het eigenlijk, de rondweg die wordt als ontsluitingsweg gebruikt en dat is gewoon een hele slechte ontwikkeling.

Hoe je die weg ook gaat inrichten, die rondweg 30-kilometer, veilige fietspaden, noem maar op. De Westerwatering gaat zo direct gebruik maken van een ontsluiting in Westerkoog met tienduizend voertuigen per etmaal en dat gaat gewoon gevaarlijke situaties opleveren. En de heer Van Haasen zegt: ‘We laten de bewoners stikken’. Nou, op deze manier worden de mensen van Westerkoog verstikt door al die uitlaatgassen die straks door hun wijk heen gaan. De voorzitter: Wethouder Slegers. De heer Slegers (wethouder): Dank u, voorzitter. De discussie over Westerkoog of Westerwateringen en wie, wat en wat de winst is, daar hebben we al heel veel discussies over gehad. Eén opdracht die ik heb meegekregen, of het college heeft meegekregen is om die busbrug zo snel mogelijk open te doen, zolang het

veilig is en wij ons ook aan de wet- en regelgeving houden. Veiligheid staat voorop, daarom hebben we aan de ene kant al een rotonde aangelegd, de andere kant moet nog gebeuren. Het is een integrale afweging, ook met de rondweg waar die in meegenomen wordt, dat wordt in 2022 gedaan. En we hebben twee fenomenen waar we nu nog aan moeten voldoen: dat is de integrale afweging en dat de busbrug op een verantwoorde manier open kan. En ten tweede: het fenomeen stikstof. En ik vind het verbazingwekkend, mijnheer Van der Laan, dat u daarmee verbaasd wordt, want we praten er al twee jaar over. Dat alle infrastructurele projecten die we hier in Zaanstad hebben en over heel Nederland, praten we al twee jaar, misschien wel drie jaar erover dat iedereen met last zit met stikstof. En dan zouden wij in één keer een uitzondering zijn dat wij daar geen last van hebben. We hebben er ook last van. En ik heb u vorige keer in het Zaanstad Beraad gezegd: wij zijn bezig met een oplossing daarvoor in de naam van Meneba. Wij komen daar binnenkort met een raadsinformatiebrief bij u op terug, hoe dat we dat kunnen afhandelen. En dan gaan we zo snel als mogelijk verder met het proces om de busbrug echt ASAP open te krijgen. Maar het heeft gewoon tijd nodig en vier jaar lang zijn we er al mee bezig ja, maar twaalf jaar heeft u erop gewacht.

Maar in die vier jaar hebben we al heel veel bereikt en moet u even geduld hebben voordat die echt helemaal open kan. De voorzitter: Mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Ik zal het filmpje op onze Facebook zetten, van afgelopen keer. Daar waarin u zegt: ‘Plotseling komen we erachter dat het om stikstof gaat’. ‘Plotseling’. Zoals u zegt: ‘Dit weten we al vier jaar’, dan is dat heel knap van u, want u zegt in dat gesprek: ‘Plotseling komen we erachter dat het om stikstof gaat’. Daarom was ik verbaasd, want als u dat niet wist na vier jaar, weet ik niet wat u heeft zitten doen, wethouder. De voorzitter: Nog andere reacties op dit onderwerp? Dan gaan wij door naar het volgende onderwerp en dat is: de ‘Raadsenquête onderzoek veiligheid stortplaats Nauerna’, amendement A, ‘Veiligheid Nauerna’, van DZ. Mevrouw Rot heeft het woord. Mevrouw Rot (DZ): Dank u wel, excuses. Wij willen de raad voorstellen om een voorbereidingscommissie in te stellen in het kader van artikel 155 van de Gemeentewet. Die wordt belast met de voorbereiding en uitvoering van een raadsenquête naar de veiligheid van de stortplaats van afvalzorg Nauerna. En ook dat is een langlopend dossier. En gezien alle vragen omtrent de veiligheid daar en de onzekerheid waarin de direct omwonenden al jarenlang verkeren, lijkt het ons tijd dat er een keer grondig onderzoek gedaan wordt.

Ook omdat de onderzoeken die er zijn geweest en de aanbevelingen die daarin zijn gedaan, niet consequent zijn uitgevoerd. Daardoor weten we ook niet wat de huidige status quo is van de afvalstort en hoe veilig of hoe onveilig het is. En wij zijn eigenlijk van mening dat we als gemeente verplicht zijn in beginsel om voor veiligheid van onze inwoners zorg te dragen. En daar hebben wij financiële dekking voor gevonden in de vorm van de post die is aangegeven. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Twee dingen, eigenlijk drie dingen daarover. Allereerst het vorige raadsledenonderzoek wat gehouden is, ik dacht in 2013 maar dat weet ik niet zeker meer, dat ging natuurlijk alleen … De vraagstelling was: hoeveel is er gestort en hoeveel mag er nog gestort worden? Dat gaf wel verrassende resultaten, met name als het gaat om de onderafdichting. Als het gaat om de vraag die hier in dit amendement voorligt, dan kan ik niet overzien, u haalt dat geld uit de kosten van die gereserveerd zijn voor eventuele proceskosten en dergelijke, ik kan niet goed overzien in hoeverre daar ook inderdaad geld uitgehaald kan worden. Maar dat kan wellicht de wethouder nader toelichten. Dan speelt er ook nog natuurlijk het VROM-

onderzoek. Duurt weliswaar lang … Of sorry, RIVM ja, ik ben altijd in de war met die twee. Het RVIM is van Van Dissel toch? Ja. En dat speelt natuurlijk ook nog. En het duurt lang, dat ben ik het met iedereen eens die dat ook vindt, maar ik zou dat wel graag eerst even willen afwachten, wat de resultaten daarvan zijn. En dan kunnen we alsnog actie ondernemen, als de raad dat goed vindt, om zelf nog een nader onderzoek te doen. Maar om nou twee onderzoeken gelijk te laten lopen, dat vind ik een beetje moeilijk. De voorzitter: Mevrouw Rot. Mevrouw Rot (DZ): Dank u wel. Het RIVM-onderzoek baseert zich op het oude onderzoeksgegevens. Doet niet zelfstandig onderzoek vanaf een zeg maar nulpunt, dat kan je met een raadsenquête wel doen. En bovendien, het verschil met een raadsonderzoek is dat je ook in dit kader betrokkenen kunt horen onder ede en dat kan ook relevante informatie opleveren die we tot nu toe nog niet hebben gehoord. En ook een beter en completer beeld geven van de hele gang van zaken in de afgelopen jaren en ook hoe het er nu voor staat. De voorzitter: Mevrouw Mathkor en mevrouw Neefjes. Mevrouw Mathkor (GL): Ja, dank u, voorzitter. Net als de heer Pauw zouden wij ook veel liever het onderzoek van het RIVM afwachten. Dat niet alleen, maar er loopt ook nog een zaak bij de Raad van Staten over het bestemmingsplan, dus er is nog van alles gaande.

Wat betreft de proceskosten: wij hebben begrepen dat dat echt nodig is, omdat die processen inderdaad nog lopen. En daarbij, als er een enquête gehouden zou moeten worden, dan is volgens ons de provincie de bevoegde instantie en niet wij. Wij zullen niet voor dit amendement stemmen. De voorzitter: Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes (CU): Ja, wij hebben ook al vaker aangegeven dat er ons veel aan gelegen is dat de situatie daar goed onderzocht wordt, van: wat zijn nu werkelijk de gezondheidsgevaren daar? En daar zou je inderdaad heel graag, niet alleen theoretisch maar ook gewoon echt in de praktijk, naar willen kijken en ook richting de toekomst iets willen oplossen. En we hebben ook in onze raad gezegd: wij willen heel graag dat die dat die afvalberg wordt afgedekt en daar kunnen wij ook … Dat gebeurt ook maar niet, dus er moet nog heel veel gebeuren daar. En het gevaar of in ieder geval bij een raadsenquête, dan denk ik ook heel vaak dat je teruggaat in het verleden en allerlei dingen wilt gaan onderzoeken hoe dingen gegaan zijn en bij wie de schuld ligt. Terwijl wij als fractie denken: je moet vooral naar de toekomst kijken, wat is er nu aan de hand en hoe gaat het in de toekomst? En daar zouden wij liever geld aan besteden, dus vandaar onze aarzeling om dit amendement te steunen. De voorzitter: Eerst nog even de heer Hoedemaeker en dan reageert mevrouw Rot op de bijdrage.

Mijnheer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Ja, dank u wel. Ik kan me eigenlijk helemaal aansluiten bij de woorden van mevrouw Mathkor, ook wat betreft de bevoegdheid van de provincie in deze. En ik heb dan ook al contact opgenomen met onze Provinciale Statenfractie om te kijken of we hierin samen kunnen optreden. Want dat het nauwlettend in de gaten moet worden gehouden, dat staat natuurlijk buiten kijf. De voorzitter: Mevrouw Rot.

Mevrouw Rot (DZ): Dank u wel. Maakt het moeilijk, want heel veel punten achter elkaar. Mevrouw Mathkor, ik verbaas me wel erover dat een zitting bij een rechtbank of een vonnis wat nog moet komen iets te maken heeft met veiligheid. Want volgens mij is veiligheid moet altijd voorop staan. Of er nou wel of niet over geprocedeerd wordt, het wegnemen van die onzekerheid over mensen hun gezondheid, over de gezondheid van dieren in dat gebied, gaat volgens mij boven welke rechtspraak dan ook. Dat is onze eerste verantwoordelijkheid als overheid. Over de raadsenquête, daar is de gemeenteraad zeker wel toe bevoegd om die te houden. Ik weet niet waarom daar wordt gesteld dat de provincie daartoe bevoegd zou zijn en dat zou ook heel erg slecht zijn voor de democratische controle in dat geval, omdat de provincie ook nog een keertje partij is in deze. En volgens mij was er nog een punt over financiën? Nee, mevrouw Neefjes had een … Mevrouw Rot (DZ): O ja, over terugkijken. We hebben altijd geleerd dat leren van de geschiedenis juist voorkomt dat je dezelfde fouten maakt in de toekomst. En wat ons betreft moet het niet zozeer gaan over de schuldvraag, al kan die natuurlijk aan de orde komen. Maar wat ik al zei: het gaat echt over het veiligheidsvraagstuk en dat is een heel groot vraagstuk waar wij allemaal geen zekerheid in kunnen bieden.

En we denken dat daarom een objectief onderzoek in de vorm van een raadsenquête heel erg van belang is in deze. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer (LZ): Ja, wij steunen DZ in dit hele goede amendement. Heel belangrijk inderdaad om aan de gezondheid van mens en dier te werken. Maar wat mij dan wel opvalt is dat er wordt gezegd door andere partijen: ‘We hebben al het RVIM’. Maar Juliëtte Rot geeft net aan dat het RIVM zich baseert op oude cijfers en dat het dus heel erg noodzakelijk is om juist nu goede cijfers op te gaan halen. De voorzitter: Nog andere reacties? Dan geef ik het woord aan mijnheer Breunesse. De heer Breunesse (wethouder): Ja, dank u wel, voorzitter. Volgens mij is heel helder dat er heel veel vragen en zorgen leven over de stortplaats Nauerna. Het is onder andere uw fractie die daar ook met regelmaat uitgebreid vragen over stelt en die wij ook uitgebreid beantwoorden. En ik denk: het onderwerp is bijna zo groot, te groot om dat hier in de zijlijn van de begroting ook met elkaar te bespreken. Want ik denk van: al die beantwoording van die vragen die wij gesteld hebben, die zijn verder ook nooit door u of andere fracties geagendeerd. En ik denk dat het goed zou zijn om dat wel te doen, als daar vraagtekens bij zijn. Dat daargelaten, het is natuurlijk het voorstel aan de raad en ook uw raadsonderzoek.

Ik denk goed om een aantal dingen mee te geven. De gemeente is bevoegd gezag voor zover het ruimtelijk ordening spoor betreft. In dat kader hebben we afgelopen jaar of vorig jaar ook een bestemmingsplan vastgesteld met elkaar, waarin met name de veiligheid van recreatie geborgd is. In dat bestemmingsplan is met elkaar afgesproken dat er een bovenafdichtingsconstructie moet worden aangelegd. Inmiddels is helder dat er een procedure bij de Raad van Staten is aangespannen onder andere door afvalzorg, juist tegen dat aspect. Dus het lijkt het college logisch om vanuit die inhoud die uitkomst van de procedure af te wachten. En daarnaast is afgesproken om door het RIVM als onafhankelijk instituut ook echt onderzoek te doen naar hoe die veiligheid van recreatie geborgd kan worden. En het lijkt vanuit het college ook raadzaam om in ieder geval de uitkomsten daarvan ook af te wachten. En tot slot … Nou, niet helemaal tot slot want ik moet ook nog even ingaan op de kosten. Eerder al aangegeven: wij zijn bevoegd gezag voor het ruimtelijke ordening spoor en de provincie is bevoegd gezag voor de veiligheid van de stortplaats in zijn geheel. En ik vind het in ieder geval lastig inpasbaar dat de raad een enquête doet naar zaken waarvoor de provincie het bevoegd gezag is en ook voor zou moeten handelen. Maar goed, dat is misschien een deelaspect.

Wat betreft de kosten, de heer Pauw vroeg daarnaar: het is zo dat de kosten die wij opvoeren dat dat ook noodzakelijke kosten zijn, die nodig zijn om de processen

waar we in zitten ook op een goede manier uit te voeren. En waarvoor we nu niet 150.000 euro eruit kunnen halen om een raadsonderzoek te doen. Dat zou daar dan bovenop moeten komen buiten alle ambtelijke inzet die waarschijnlijk daar ook verder nog voor nodig is. Dus zo kijken wij daarnaar. De voorzitter: Wie wil daarop reageren? Mevrouw Rot. Mevrouw Rot (DZ): Ja, voorzitter, ik overweeg het voorstel van de heer Van der Laan van eerder van deze avond te gaan volgen. Maar ik kom er nog op terug. De voorzitter: Nog andere woordmeldingen? Dan gaan we naar het volgende onderwerp, als dit voldoende is besproken. Dan gaan we naar het onderwerp ‘de Hemmes’. Motie 15: ‘Molen op de Hemmes’ van D66. Ik denk … Ja, mijnheer De Vries. De heer De Vries (D66): Helemaal goed, mijnheer de voorzitter. Het is inmiddels een amendement geworden en op de laatste lijst staat die al keurig. Mijnheer de voorzitter, in 2012 heeft de gemeente Zaanstad de Hemmes aangekocht, althans een deel van de Hemmes aangekocht, inmiddels alweer ruim negen jaar geleden. En tot op heden zijn er hekken neergezet en er is gras gemaakt, maar er zijn ook hele mooie plannen gemaakt, onder andere door de Hemmesgroep. En mijn fractie en ik zeker, wij samen, vinden het hoogste tijd worden dat daar wat gaat gebeuren.

En dat plan waar heel hard aan gewerkt is van de Hemmes en waar ze allerlei fondsen voor aangeschreven hebben, wat er goed uitziet, daar komen ze nog een heel klein stukje aan te kort. Volgens mij is het amendement duidelijk, ik heb er ook geen schroom bij om dit in te zetten, omdat als je goed naar de begroting van 2021 kijkt, dan zie je dat er twee posten onvoorzien in zitten. Eén van 101.000 euro en één van 52.000 euro. Er is immers ook nu een positieve septembercirculaire, dus ik ken het college, ik ken ook de ambtelijke dienst met hun precieze werkwijze, waarvoor veel dank. Ik heb alle vertrouwen dat deze dekking ingezet kan worden om dit prachtige project vlot te trekken. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wie wil daarop reageren? Mijnheer Tuijn, mevrouw Neefjes en mevrouw Van Otterloo. De heer Tuijn (PvdA): Ja, dank u wel, voorzitter. Wij delen met de heer De Vries dat er hele mooie plannen zijn voor de Hemmes. En wij hebben ook altijd meegedacht in de molens, bij voorkeur drie op de Hemmes, om daar uiteindelijk te laten komen. Ik moet wel zeggen dat ik de procesgang, en u bood daar in uw bericht aan de raad ook al uw excuses voor aan dat het een beetje laat was, wel in het proces ingewikkeld vind.

En dat heeft er vooral mee te maken dat ik denk: blijkbaar is dit extra bedrag nu op stel en sprong nodig om een landelijke subsidie aan te vragen, die je niet graag wil mislopen voor zo’n project. Maar ik heb geen enkel inzicht in wat voor acties er tot nu toe verder ondernomen zijn, of er andere manieren zijn om dit probleem op te lossen zodat die aanvraag voor dat fonds alsnog gedaan kan worden in januari. Want het voelt nu een beetje makkelijk om in twee uur te zeggen: ‘O jullie …’. Want ze hebben al twee ton gehad van de gemeente, om nu te zeggen: ’Nou, hier heb je nog 65.000 euro’. Dus daar zit voor mij wel een knelpunt. Juist omdat ik denk van: ik wil heel graag dat die molen daar komt, ik vind ook dat we daarin mee moeten denken. Maar ik had eigenlijk dan verwacht dat we in een soort bij wijze van spreken in een raadsinformatiebrief of in een Zaanstad Beraadsessie met elkaar gesproken hadden van: goh, hoe kunnen we dit oplossen als we dit met elkaar willen? Misschien dat de heer De Vries nog iets kan zeggen over iets … Want ik keek ook even op hun website en daar zag ik dat er nog geen crowdfunding was geweest. Die logica snapte ik in het traject ook niet helemaal want er staat wel van: ‘Die gaan we nog doen als we geld nodig hebben’, maar dat proces ken ik niet. Volgens mij is dat ook nog een waardevolle aanvulling.

Ik kan me ook voorstellen dat dat niet meer te doen is

voor januari. Maar misschien is daar nog weer een link in bijdrage gemeente, garantstelling, kijken hoe doe je dat te vinden zodat die subsidie toch aangevraagd kan worden. Nou, tot zover eventjes. De voorzitter: Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes (CU): Ja, aansluitend daarop: dat dacht ik ook. Misschien kun je nog inderdaad kijken: kan het in de vorm van een lening of een voorschot of een …? Dat je dan toch even de kans grijpt dat wel die aanvraag gedaan kan worden en dat dit mooie traject toch wel voortgang vindt. De voorzitter: Mevrouw Van Otterloo. Mevrouw Van Otterloo (LZ): Ja, dank u wel. Ik kan me aansluiten bij de voorgaande sprekers en aansluitend daarop, want die inzage is voor Lokaal Zaans ook erg belangrijk. Wij zijn wel erg voor het erfgoed. Maar wij hebben toch nog wel vragen omdat er wordt gezegd: ‘Het is een energieopwekkende winterbühne’. En daar hebben wij dan nog wel onze vragen bij want molenaar expert Jan Hofstra, die heeft ook gezegd: dat oude molens niet kunnen draaien, die bemand moeten worden door een molenaar. Is er een molenaar? Kan die worden bemand? We spreken over windturbines, hoe zit het dan met geluidsoverlast en is de opwekking ook rendabel? Wat gaat hij opleveren? Dat zijn eigenlijk wel onze vragen hierover. De voorzitter: Mijnheer Van Haasen en dan de heer Wit. De heer Van Haasen (PVV): Ja, bedankt, voorzitter.

Ja, ik wil me eigenlijk aansluiten bij het verhaal van mevrouw Otterloo, zeer duidelijk … Van Otterloo, sorry. We zitten ook nog met afstandsnormen die de provincie stelt, dus ik bedoel: wordt dan gelijk de hele Hemmes onbewoonbaar op dat moment als je daar een molen neer gaat zetten? En ja, het blijft een windturbine en al doe je er een roze strik omheen, het blijft gewoon een windturbine en die wil je eigenlijk niet binnen je gemeentegrenzen hebben. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Ja, dank u, voorzitter. Een wijs raadslid zei ooit: ‘Als er brand is, moet je blussen’. Volgens mij is dat dezelfde heer als die dit voorstel indient. En ik denk dat het ook zo is, we kunnen nu hele verhalen gaan houden over of het wel of niet mag, of het goed is. Als de Hemmes om hulp roept, dan is dat serieus en dan nemen wij dat ook heel serieus. Net zoals straks de Bruynzeel, de watersportvereniging vraagt ook om hulp. Als die om hulp roept, dan staan wij klaar en hier ook. De voorzitter: Mijnheer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Dit project speelt volgens mij al een jaar of tien. We hebben ook een jaar of tien geleden grond aangekocht van de Hemmes wat verdeeld was over ik weet niet hoeveel partijtjes, daar zijn we eigendom van.

En het zit nu eigenlijk een beetje in de finale en dat betekent dat er gewoon een bedrag benodigd is om uiteindelijk die landelijke subsidie hopelijk binnen te halen. Het is wel een ingewikkeld probleem, dat geef ik toe. Maar als we nu niet … Als we nu op dit moment dit soort acties niet ondernemen, en dit is volgens mij niet de enige horde die nog genomen moet worden, dan is het op een gegeven moment ook helemaal klaar. Dan vervalt die erfgoeddeal en dan valt het hele project in duigen. Dus het is of nu die keuze maken en die andere keuzes, waarvan de wethouder ongetwijfeld zo direct kan toelichten wat die ook nog betreffen, of het is niks.

De voorzitter: Mevrouw Van Otterloo. Mevrouw Van Otterloo (LZ): Ja, dank u wel. Ik had een vraag aan mijnheer Pauw dan, want u zegt: ‘Het is nu of nooit’, daar komt het eigenlijk op neer. Maar als er geen subsidie komt voor een molen met een windturbine, gaat het dan helemaal niet door, komt er dan helemaal geen molen? Of is er dan gewoon ruimte voor een molen zonder windturbine? De voorzitter: Mijnheer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Ik dacht dat die twee ton die ooit door de gemeente Zaanstad ook ter beschikking was gesteld, dat die juist voor het turbinegedeelte zou worden bestemd. Dus dan … Dat is al gereserveerd, dus er komt gewoon een turbine in. En dan moet u niet denken aan zo'n enorme grote windmolen met drie van die bladen, maar dat is gewoon een traditionele Hollandse windmolen. Die weliswaar een lagere opbrengst heeft, maar die ook in ieder geval voor een groot deel van deze toekomstige woonwijk stroom kan leveren. De voorzitter: Mijnheer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Ja, dank u wel, voorzitter. Eigenlijk wou ik dat ook eventjes benoemen, dat ik het juist dat heel mooi vind dat je vanuit het klassieke beeld van een molen ook iets moderns kan doen met duurzaamheid. En daar hebben we heel veel jaar over gepraat in deze raad, hoe dat ook zou passen in combinatie met wonen.

En nu lijkt het in sommige bijdrages ineens net alsof er zich dan weer een ramp voltrekt, maar daar gebeurt juist iets fantastisch, wonen naast zo'n mooie windmolen. De voorzitter: Een aantal vragen aan de heer De Vries. Mijnheer De Vries kan die beantwoorden? De heer De Vries (D66): Jazeker, voorzitter, dank u wel. De excuses die ik al gemaakt heb wil ik graag nog een keer herhalen: het heeft geen schoonheidsprijs, iedereen die dat zegt ben ik het mee eens. Het proces is lastig, ik kon even niet anders dan het op deze manier doen. Inzicht in de acties is er gevraagd, die acties die zijn er geweest. Er zijn … Er is heel veel geld binnengehaald van fondsen. De juiste getallen ken ik maar mag ik niet noemen omdat de fondsen dat niet willen. Een raadsinformatiesessie had misschien beter geweest, maar misschien komt die er nog wel een keer aan. Niet over die molen maar over de project wat er ook nog op de Hemmes prima zou kunnen. De crowdfunding ligt op dit moment stil vanwege corona, daar hebben we niet zoveel bedrijven. Die hebben hun handel al vol, dus die hebben niet zoveel zin in crowdfunding-activiteiten. Dat ligt op dit moment stil, maar daar heeft men het volste vertrouwen in dat het in de toekomst ook nog wel een rol zou kunnen gaan spelen. Er wordt zelfs gesuggereerd om privégeld in te zetten of om je garant te stellen. Ik vind dat we dat moeten voorkomen. Dat is één.

ChristenUnie zegt: ‘Lening of voorschot’. Links- of rechtsom, ik vind dat we er nu een klap op moeten geven, het is nu of nooit. Ik sluit me van harte aan bij degenen die zeggen: ‘Er is brand, we moeten blussen’. Lokaal Zaans, inzage heb ik net geprobeerd te geven. Energieopwekkende turbine, dat kan uitstekend. Degene die met enige regelmaat op Texel komt, die vindt daar de traanroeier in het dorp Oudeschild, die heeft denk ik al een jaar of 25, 30 een turbine in een klassieke molen. Dat werkt fantastisch. Rendabel, zeker, want dat eiland dat wordt straks bebouwd en dat wordt dan helemaal zelfvoorzienend. En de PVV sluit zich daarbij aan en volgens mij heb ik daar voldoende over gezegd. Voor ROSA en CDA dank ik voor de steun. De voorzitter: Zullen we dan eerst de wethouder vragen om nog te reageren? Wethouder Breunesse.

De heer Breunesse (wethouder): Ja, dank u wel. Volgens mij is helder: de Hemmes en de ontwikkeling daarvan, die doet altijd de harten sneller kloppen. Ook vanavond weer. Volgens mij gaat het niet om het principebesluit over de Hemmes, want dat heeft de raad allang een keer genomen met ook het beschikbaar stellen van twee ton. Ik moet zeggen dat het amendement of de motie van de heer De Vries ook voor het college als een verrassing kwam. Tot op heden hadden wij goed overleg met de Hemmesgroep en was het beeld dat zij financieel rond waren om een aanvraag voor de erfgoeddeal te doen. We zouden ook binnenkort een erfpachtovereenkomst met elkaar kunnen sluiten. En als die erfpachtdeal … Of als de erfgoeddeal wordt toegekend, dan is dat met name het vliegwiel om daadwerkelijk de realisatie tot stand te laten brengen, en dat zou begin februari duidelijk moeten worden. Ik heb vandaag ook nog even contact gezocht met de Hemmesgroep zelf, op zichzelf bevestigt die het beeld wat de heer De Vries hier weergeeft. Dus daar hebben we inmiddels hetzelfde beeld van. Maar dat neemt niet weg dat op het moment dat je nu dat bedrag natuurlijk richting de Hemmesgroep beschikbaar stelt, je daarmee die stimulans om geld op te halen via crowdfunding of op andere manieren vanuit de samenleving, dat je die stimulans eruit haalt.

En dat vind ik wel ingewikkeld aan het voorstel, dat heb ik ook met de Hemmesgroep zo besproken. Maar dat geef ik u dan ter overweging mee. Ten aanzien van de dekking die u voorstelt, daar heeft denk ik de heer Krieger eerder op de avond in algemene zin iets over gezegd. En ik kan mij nog voorstellen, ook naar aanleiding van de opmerkingen die mevrouw Neefjes geeft, dat wij vanuit de gemeente ook nog nadenken over een eventuele garantstelling of lening als andere vorm om toch die aanvraag bij de erfgoeddeal goed tot stand te laten komen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Ja, dank u wel. Kijk, de waarschuwing die de wethouder afgeeft rond de motivatie, die deel ik, maar ik weet nu ook even geen andere oplossing. Dus daar zit ik dan mee, dat ik denk: zijn er nog andere manieren om … Daarom had ik het net over een vorm van garantstelling richting zo’n aanvraag, dat je kan zeggen: wat er dan niet is, daar staat de gemeente dan op termijn garant voor of iets dergelijks. Maar niet zo van: ‘Nou, hier heb je het alvast’. De voorzitter: Wethouder Breunesse. De heer Breunesse (wethouder): Ja, daar … Ik dacht dat mevrouw Neefjes die opmerking ook maakte en u maakt hem ook. Het is allemaal kort dag binnengekomen, dus wij hebben daar nog niet uitgebreid over nagedacht.

Maar ik wil dat wel nadrukkelijk overwegen, zodat we ook die stimulans om geld op te halen vanuit de samenleving ook erin houden. Maar volgens mij willen we met elkaar dat er een goede aanvraag bij de erfgoeddeal kan plaatsvinden en dat de realisatie ook kan plaatsvinden, dat is het belang wat we allemaal delen. Linksom of rechtsom. De voorzitter: Mijnheer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ja, bedankt, voorzitter. Ik hoor u net zeggen: ‘Als we dit nu niet doen, dan is het over. Dan is het einde oefening’. Dan vraag ik: wat gebeurt er dan met die 200.000 euro die we daarvoor gereserveerd hebben? De voorzitter: Mijnheer Breunesse. De heer Breunesse (wethouder): Die komt dan niet tot uitkering.

De voorzitter: Mevrouw Van Otterloo. Mevrouw Van Otterloo (LZ): Ja, dank u wel, voorzitter. De heer De Vries die refereerde nog even naar de traanroeier, maar dan wil ik eigenlijk toch wel even terug refereren dat dat project dus mislukt is. En dat die gewoon weer als korenmolen wordt gebruikt omdat er dus niet voldoende werd opgewekt. Dat wou ik nog wel even meegeven. En onze vraag is: hoeveel gaat deze dan opwekken? Die is naar onze mening ook niet naar bevrediging beantwoord. De voorzitter: Mijnheer De Vries. De heer De Vries (D66): Dat laatste wat mevrouw Van Otterloo in ons midden legt, dat komt voor mij als een grote verrassing. Ik heb dertig jaar een onderkomen gehad op Texel en dertig jaar lang heeft dat ding energie opgewekt, dus dat is blijkbaar dan sinds kort veranderd, denk ik dan zomaar. Dus ja, als dat zo is, is dat zo. Dan heb ik een fout gemaakt, maar dat te goeder trouw denk ik dan. En de erfgoeddeal is nodig en ik denk dat de stimulans om met crowdfunding iets te doen, daar … Je hoeft die mensen van de club van de Hemmes hoef je niet meer te stimuleren om iets aan crowdfunding te doen. Dat hebben ze met alles wat ze in zich hadden, hebben ze dat gedaan. En het gaat natuurlijk best wel om veel geld, 62.500 euro is natuurlijk veel geld. Maar aan de andere kant: er moet ook een keer wat gebeuren.

We zijn al … Mijnheer Pauw zei tien jaar, maar ruim negen jaar zijn we eigenaar van die grond. Ja, het wordt wel een keer tijd, weet je. Er staan alleen maar hekken omheen en we maaien gras. Het wordt een keer tijd dat er wat gebeurt. Als dit gebeurt, kan het misschien een aanjager zijn voor de rest van de Hemmes, dat daar ook wat gaat gebeuren. Daarom handhaaf ik vooralsnog dit amendement en beveel ik het aan iedereen van harte aan. De voorzitter: Mijnheer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ja, bedankt, voorzitter. Wij lezen hier dat de aanvraag voor de erfgoeddeal loopt tot eind 2022. Dus deze organisatie heeft nog tijd zat om via andere fondsen dit geld te werven, neem ik aan. Maar ik snap niet waarom dit nu en acuut moet gebeuren als we nog tot eind ‘22 de tijd hebben. Dank. De voorzitter: Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes (CU): Ik hoor de heer De Vries zeggen dat hij de motie zoals die er nu ligt wil handhaven. Ik vind dat dan wel een beetje jammer. Ik zou hem toch willen vragen of hij niet een kleine paar woorden ertussen kan voegen, dat het ook in de vorm van een lening of garantstelling kan? Dan zou ik hem namelijk kunnen steunen. De voorzitter: Mijnheer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Ja, ik deel dat met mevrouw Neefjes, die toevoeging moet erbij. De voorzitter: Nou weet ik zijn naam niet. Mijnheer Van der Sluis.

De heer Van der Sluis (GL): Ja, ik steun mevrouw Neefjes daarin. De voorzitter: Nog anderen? Nee? Mijnheer De Vries. De heer De Vries (D66): Mijnheer de voorzitter, ik ben niet doof voor argumenten. Dus er komt vast nog een tekstwijziging.

De voorzitter: Oké, dus voordat we gaan stemmen, wellicht nog een wijziging in de tekst. Die zien we dan op RIS verschijnen. Dan gaan we door naar het volgende onderwerp: ‘Watersportvereniging Bruynzeel’. Amendement F: ‘Sociaal plan watersportvereniging Bruynzeel’, van CDA en DZ. Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Dank u, voorzitter. Een wijs man in deze raad zei ooit: ‘Als er brand is, moet je blussen’. En er is nog een brand, al is het op water. Je zou maar drie keer op straat komen te staan tegen je zin, je zou maar een nieuwe plek aangewezen krijgen, maar dan voor de duur van tien jaar. En je zou maar je leden weg zien lopen omdat je geen alternatief hebt. En het mooie van dit amendement is dat wij kunnen als raad deze vereniging redden, terwijl het ook nog geld oplevert, dit zijn niet-begrootte inkomsten. En zijn we dan bang voor een precedentwerking? Nee, want ik denk dat geen enkele vereniging in Zaanstad zegt: ‘Laat mij maar onvrijwillig opstappen’, of: ‘Geef mij maar een vergunning voor mijn nieuwe vereniging voor tien jaar en dan zoek ik het wel weer uit’. Niemand zal dat willen, dus we hoeven ook niet bang te zijn voor een precedentwerking. En als wij het hebben over hoeveel garantstellingen wij geven per jaar aan verenigingen, gezelschappen, hoeveel leningen, en dat zijn dan ook subsidies, wij geven.

Ga me dan niet vertellen dat dit mogelijk oneigenlijke staatssteun is. Dus ik denk dat hier aan de orde is voor deze raad: gaan wij een watersportvereniging die als opgejaagd wild weer aan de gang moet ergens, gaan we die redden? Of gaan wij zeggen: zoek het uit en de groeten? De voorzitter: Mijnheer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Dank u wel, voorzitter. De heer Wit heeft dat denk ik heel goed verwoord. Wij zijn inderdaad ook van mening dat deze watersportvereniging nu vier keer is verhuisd van Balkenhaven, Westzaan, tijdelijk naar IJmuiden en toen naar de Achtersluispolder. En alleen maar door toedoen van de gemeente Zaanstad, omdat er wijzigingen in bestemmingsplannen kwamen en moest gewoon weg, men wordt gewoon opgejaagd. Een historische vereniging die meer dan vijftig jaar bestaat, dat kunnen wij als raad niet aandoen. En mensen, echt, dit is gewoon belangrijk voor deze club. Het zijn vrijwilligers, het is geen commerciële haven. Het bestaat uitsluitend uit vrijwilligers die hard werken en proberen hun bootje zelf te onderhouden en op een leuke plaats ergens neer te leggen. En er is een fantastische locatie gevonden, niks mis mee. Alleen, dat wordt nu … Dat zou verpacht moeten worden voor commerciële prijzen. En ik denk dat dit voorstel van Democratisch Zaanstad en het CDA een goed voorstel is en ik hoop dat u dit allemaal steunt. Tot zover.

De voorzitter: Mijnheer De Laat. De heer De Laat (GL): Ja, dank u, voorzitter. Toen ik dit het voorstel las, ben ik me een beetje gaan verdiepen in het onderdeel. Ik word nu een beetje aangeslagen door het woord ‘opgejaagd’. Want ik kan me herinneren dat het niet de gemeente is die voor een verplaatsing van deze haven heeft gekozen, maar gewoon de aanbieder waar ze nu liggen, en dat de gemeente ook ervoor gezorgd heeft dat ze ergens anders kunnen gaan liggen. Dus ik vraag ook even aan het college of die inschatting klopt en dat het woord ‘weggejaagd’ of ‘opjagen’ toch eigenlijk niet op zijn plaats is. De voorzitter: Mijnheer Heida. De heer Heida (PVV): Ja, dank u wel, voorzitter. We vragen ons af, als er een borgstelling is, is er dan ook een onderpand mocht het fout gaan? Zijn die steigers die daar gebouwd gaan worden, zijn die geld waard? Heeft mijnheer Wit daar enig idee over en kan hij daar iets over melden? Dan zou ik dat graag horen, dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Wit.

De heer Wit (CDA): Ja die … Zij moeten ze flink gaan lenen om steigers aan te leggen die ook nog verplaatsbaar zijn, want zij denken vooruit. Zij denken: als wij over tien jaar weer ergens anders heen moeten, dan gaan wij die steigers proberen te verplaatsen. Dus zij moeten veel geld investeren om op die plek waar zij nu terechtkomen, om daar te kunnen gaan liggen voor tien jaar. Dus zij weten heel goed waar ze mee bezig zijn. De voorzitter: Mijnheer Heida. De heer Heida (PVV): Ja, mooi verhaal, maar dat is niet het antwoord op mijn vraag. Is dat geld waard en kun je dan als borgstellende gemeente dat opeisen als die vereniging failliet gaat? Dat is mijn vraag. De voorzitter: Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Ik ben er altijd op tegen om alles uit te drukken in geld. Als wij gaan handhaven op verkameren, is dat geld waard? Als wij de Hemmes redden met een extra injectie, is dat geld waard? We moeten niet in deze maatschappij alles platslaan of het geld kost of niet. En het voor… Het is nog wel een punt, deze, dit amendement levert geld op. Kost geen geld. Dus als we dit niet doen, zijn we dief van de eigen portemonnee. De voorzitter: Mijnheer Rienstra. De heer Rienstra (VVD Zaanstad): Dank u, voorzitter.

Ja, laat ik beginnen, ik vind het een hele sympathieke motie, want Bruynzeel heeft zich echt wel heel veel energie gestoken om de gemeente zo ver te krijgen dat ze een nieuw locatie krijgen. Dat is gelukt, dus dat, op zich vind ik dat hartstikke goed voor ze. Ja, dan moeten ze hogere tarieven gaan vragen en ja, ik denk dat als men echt zo geknocht is aan de vereniging dat men die tarieven ook best wel zou kunnen gaan betalen als lid. Ik denk ook dat ik moet zeggen: als je zegt, als je een borgstelling leent, geeft, een borgstelling is balanstechnisch niets anders als een lening, dus we gaan geld lenen aan deze vereniging. Ik denk dat we dat dus niet moeten doen, dus nogmaals: een hele sympathieke motie, maar ik denk dat Bruynzeel, deze zeilvereniging het op eigen benen moet staan om dit verder voor elkaar te krijgen. De voorzitter: Mijnheer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Ja, dank u wel, voorzitter. Mijnheer Rienstra, waar haalt u het vandaan dat u denkt dat die leden dat wel kunnen opbrengen, al dat deze verhoging op te brengen is door te lenen, hoe komt u daarbij? Weet u wat dat betekent? Dat betekent dat het meer is dan een commerciële haven gaat rekenen per lengtemeter. Dus dat is helemaal … Dan kunnen ze stoppen als vrijwillige vereniging. Dan gaan ze naar een commerciële haven en ze willen die vereniging in stand houden.

Of ziet u dat anders? De voorzitter: Mijnheer Rienstra. De heer Rienstra (VVD Zaanstad): Dan zou ik wel graag van u horen: hoeveel gaan ze dan betalen als dit het eindplaatje is? Dat heeft u dan vast en zeker ook wel op een rijtje gezet. De voorzitter: Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Dank, voorzitter. Fijn dat de heer Rienstra het een sympathiek amendement vindt. Weet u wat zij betaalden aan waterpacht de afgelopen 25 jaar? Weet u hoeveel gemeentegeld erin is gaan zitten om op die plek aan de slag te kunnen? Maar vooral, en ik hoef het antwoord niet eens, want het is 1,20 euro aan

rijksdomeinen. In Lelystad is ook een jachthaven van rijksdomeinen, die betalen ook 1,20 euro. En nu zijn wij als Zaanstad zeggen: ja, wij hebben een verordening of beleid en dat respecteer ik. Maar dan zeg ik: er is een uitzondering. Zij zijn onvrijwillig van hun plek af en zij krijgen een omgevingsvergunning voor tien jaar. Dat wil eigenlijk geen enkele vereniging. En dan gaan wij ook zeggen: dan moet je ook nog de hoofdprijs betalen die vijf keer zo hoog is als je gewend was. Dan hadden zij in februari een hele andere verwachting van ons mogen hebben dan wat wij nu met elkaar gaan neerleggen. Dat spijt mij heel erg richting Bruynzeel. De voorzitter: Mijnheer Pietersma. De heer Pietersma (PvdA): Ja, dank u wel, voorzitter. Wat mij een beetje triggert in dit voorstel is, ik kan me best voorstellen dat u op een gegeven moment u aangesproken voelt door de roep vanuit de vereniging dat zij bepaalde problemen tegenkomen. Vervolgens gaat u daarmee aan de slag. Dan ligt er een notitie van de wethouder van 5 oktober jongstleden waarin heel nadrukkelijk wordt aangegeven dat wij hier als raad met elkaar een aantal afspraken hebben gemaakt over hoe wij omgaan met grondexploitatie en de grondprijzen en dat soort dingen.

Ten tweede: er wordt ook aangegeven dat als wij een lening willen verstrekken, dat daar hele stringente voorwaarden aan verbonden zijn omdat het anders al snel lijkt op een soort van staatssteun aan private ondernemingen. In uw eerste betoog veegt u dat eigenlijk zo van tafel, omdat u zegt: ‘Ja, er is brand, er moet geblust worden’. Ik mag toch veronderstellen dat wij hier als raad toch ook een beetje onze eigen spelregels in acht nemen, laat staan wettelijke spelregels, hoe wij omgaan met dit soort aanvragen. En dan is het me toch wat te snel door de bocht. Ik heb daar toch wel een beetje last van, even los van al die cijferberekeningen die u op het laatste moment nog bij ons neerlegt, die voor sommigen ook onnavolgbaar zijn. Dus misschien kan u daar wat op ingaan. Ik hoor ook zeker de reactie van de wethouder op dit punt. De voorzitter: Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Ik heb ook wel eens een wethouder horen zeggen: ‘We moeten meer denken aan de leefwereld, aan wat logisch is en niet denken in regels en procedures’. Ik heb het hier over een vereniging die het moeilijk heeft, die gedwongen op straat komt, die een tienjaarsvergunning krijgt. Dan gaan wij zeggen: dit zijn de regels. Dan denk ik, dan hebben wij als raad iets meer, denk ik, lef in ons lijf nodig om te zeggen: die uitzondering die zien wij zitten.

Zij verdienen een uitzonderingspositie, dat kunnen we ook rechtvaardigen, niks precedentwerking. En wij doen wel vaker plotselinge uitgaven. Ik kan me nog een uitgave herinneren van 150.000 euro die plotseling werd gedaan. Dus laten we nou niet hangen in regels en procedures, laten we gaan voor de logica, voor de leefwereld van deze watersportvereniging. De voorzitter: Mijnheer Pietersma en dan mevrouw De Boer. De heer Pietersma (PvdA): Nou ja, mijnheer Wit, via u voorzitter, het gaat hier juist wel om een precedentwerking, omdat als we terugkijken over het afgelopen anderhalf jaar hoeveel ondernemers dan wel instellingen in de problemen zijn geraakt, ik ken er eentje op de Zaanse Schans toen het Cacaolab … Ik bedoel, dat soort voorbeelden zijn er zat. U heeft er nu eentje uit waarvan u zegt: ‘Ik heb speciale omstandigheden’, ik weet niet welke, op grond waarvan u zegt: ‘Hier moeten we het wel doen’. Ik vind dat wel degelijk wat dat betreft een hele aparte benadering van de materie, want nogmaals, we kunnen denk ik wel meer verenigingen en bedrijven aanwijzen die problemen hebben en misschien ook steun hadden moeten hebben en op een aantal gevallen ook hebben gekregen hoor. De voorzitter: Mijnheer Kerkhoven.

De heer Kerkhoven (DZ): Ja, dank u wel, voorzitter. Mijnheer Pietersma, toen wij de vorige raadsvergadering spraken over geld bij de circulaire economie voor een bedrijf wat geld tekortkomt in een businesscase, stemde Partij van de Arbeid voor. Was daar geen precedentwerking dan? Hoe ziet u dat? De voorzitter: Mijnheer Pietersma. De heer Pietersma (PvdA): Ja, voorzitter, ik verwijs hier naar de notitie die wij hebben gekregen op 5 oktober, waar zeer uitvoerig is uitgelegd hoe wij afspraken met elkaar hier hebben gemaakt over wat we wel of niet doen. Ik heb u nergens horen verwijzen dat de zaak zoals die is voorgelegd in het kader van de duurzaamheidsontwikkeling, de circulaire economie, wat past binnen de reguliere begrotingen, dat dat in strijd zou zijn met onze huidige regels die we hebben afgesproken. De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Ja, volgens mij, dit was ook precies wat ik wilde zeggen. De hele discussie over precedentwerking, over dat circulaire bedrijven, waar we het een paar weken terug heel erg lang over gehad hebben, verbaast mij echt deze opstelling van de heer Pietersma. Ik wil alleen maar steun uitspreken aan het CDA en DZ. De voorzitter: Mijnheer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Ja, dank u wel. Mijnheer Pietersma, dat is toch ook staatssteun wat je dan geeft? Wij geven toch die steun? Dat is staatssteun.

Of is dat, ziet u dat anders? De voorzitter: Geen reactie meer. Dan hebben we mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Ja, dank u. Ik wil eigenlijk het liefst wegblijven uit deze voorbeeldendiscussie. Het gaat nu om: willen wij Bruynzeel redden en geld toekrijgen, of willen wij Bruynzeel laten zinken? De voorzitter: Mijnheer Kuyper. De heer Kuyper (ROSA): Ja, voorzitter, om meteen te reageren op de heer Wit, wij willen Bruynzeel zeker niet laten zinken. Maar wat de heer Pietersma zei, dat moet ik ook onderstrepen. We hebben op korte termijn heel erg veel cijfers en inzichten en andere informatie gekregen. Voor mijn fractie is het gewoon heel lastig om hier nu een beslissing over te nemen in de tien minuten dat we hierover praten. Dat zouden wij liever uitgebreider doen, ook juist om Bruynzeel zo goed mogelijk te steunen. Want die steun dat delen wij met het CDA. Maar wij vinden het heel lastig om hier bij de begroting nu een beslissing over te nemen, dat zouden we liever uitstellen tot een beter moment. De voorzitter: Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Nou goed, dank u, voorzitter. Ik … Er staat helemaal geen hogere wiskunde in het amendement. Als ik het heb over een onderbouwing van het dekkingsvoorstel van de handhaving op verkamering, dat is best wel ingewikkeld en is dit echt Jip en Janneke. De voorzitter: De heer Kerkhoven niet meer, dan de wethouder Krieger.

De heer Krieger (wethouder): Ja, voorzitter, dank u wel. Eerst maar even de vraag van de heer De Laat. Volgens mij was uw vraag: de suggestie wordt gewekt dat ze weggejaagd zijn. Dat kan in de beleving van de watersportvereniging best aan de orde zijn, maar het is wel iets wat speelde tussen een particuliere eigenaar en de watersportvereniging en niet tussen de watersportvereniging en de gemeente Zaanstad. Maar er zijn vanavond een aantal opmerkingen gemaakt over mogelijke precedentwerking. Die opmerkingen onderschrijf ik. Wij hebben met die prijs die wij in rekening wilden brengen echt de absolute onderkant gezocht van datgene wat mogelijk was. Ik denk dat het terecht is wat de heer Rienstra ook zegt: ‘Ja, kijk nou even uit dat er niet vergelijkbare verenigingen zijn waarbij je dan een te groot verschil creëert’. Op het moment dat je op die 1,20 uitkomt is dat natuurlijk een heel groot verschil ten opzichte van die 5,88 euro. Dat laatste dat zijn trouwens de afspraken die opgenomen zijn in onze uitvoeringsregels bij grondzaken, dus daar confronteren wij iedere partij of vereniging mee. Ik denk inderdaad dat het gevaarlijk is, voorzitter, om vanuit die precedentwerking tot iets te komen. Ook nog even een opmerking over die garantstelling. Als je het amendement leest, dan zou je eruit kunnen opmaken: o ja, verstrek dat bedrag maar.

Ik … Er is volgens mij geen enkele sportvereniging waar wij dat al dan niet op de blauwe ogen doen. Er is een waarborgfonds voor de sport waar wij alle sportverenigingen naar doorverwijzen, en ik ben zelf ook wel even benieuwd of men al gepolst heeft of men voor zo’n borgstelling langs die weg in aanmerking komt. Als je het allemaal dan bij elkaar telt, voorzitter, dan snap ik heel goed dat de heer Kuyper zegt: ‘Als we dit nou nog serieuzer verder willen bestuderen, dan is het misschien handiger om het even uit de hitte van het begrotingsdebat te trekken’. En misschien ook nog een aantal vragen beantwoord te krijgen: wat zou nou de consequentie zijn, ook op het niveau van bij wijze van spreken leden, als die prijs van 5,88 euro wel in rekening gebracht wordt? En op die manier tot een weloverwogen besluit te komen De voorzitter: Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Dank u, voorzitter. Snap ik, alleen ik snap niet van dat er steeds wordt gehangen aan precedentwerking. Als ik het heb over dat een vereniging een aanbod krijgt, je mag daar tien jaar zitten waar je eigenlijk al niet heen had gewild, er is toch geen enkele vereniging in Zaanstad die hetzelfde lot wil treffen? Er is toch geen enkele vereniging die zegt: nou, doe mij ook maar zo’n aanbod. Zij zitten daar tien jaar, gaan investeren en over tien jaar is het misschien weg.

Dus ik wil best wel nadenken over om de raad verder te informeren, maar dan wil ik ook wel een toezegging hebben van u dat u bereid bent om van dat precedentwerkingsverhaal af te stappen. Want anders zitten we over twee, drie weken hetzelfde verhaal af te houden en dat vind ik zonde van Bruynzeel, want dat is valse hoop. De voorzitter: Mijnheer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Ja, dat vind ik een goed voorstel van de heer Wit, daar sta ik achter. Maar ik wil nog één ding kwijt toch wel, wethouder, en ook naar mijnheer De Laat toe. Deze vereniging moest weg omdat er een brug kwam in Westzaan. Toen is er een contract afgesloten met, tussen de gemeente Zaanstad, Bruynzeel en een andere firma, Kokernoot. Dat was een contract voor 25 jaar en die is op 1 oktober afgelopen. Dus het is wel degelijk zo dat deze vereniging opgejaagd is, eerst vanuit Westzaan en nu na 25 jaar in de Achtersluispolder. Dat wou ik nog even rechtgezet hebben. Tot zover. De voorzitter: Wethouder Krieger nog. Nee? Dan gaan wij door naar het volgende debatonderwerp en dat is: ‘In ’t Veldpark’. We hebben nog twee uur om het daarover te hebben, om tien uur moet het leeg zijn. De heer Rijken heeft het woord over de motie en er is ook nog een amendement van CDA en DENK. Mijnheer Rijken.

De heer Rijken (PvdA): Ja, dank u wel, voorzitter. Ik spreek even namens, voor de motie, ingediend samen met DZ en de POV. Sinds 2020 zijn wij betrokken bij het Veldpark. De problematiek speelt al lang en we zetten in op een structurele oplossing die voor ons bestaat uit de volgende bouwstenen. Dat is een overkoepelend plan. Waarom? Zodat inzichtelijk wordt wat er nu allemaal eigenlijk wordt gedaan en zodat we als raad ook een stuk hebben om te kunnen monitoren en op te kunnen sturen. Bouwsteen twee dat is de persoonlijke aanpak. Daar is de afgelopen anderhalf zijn daar ook stappen in gemaakt met onder andere de inzet van Surant en het Leger des Heils. Waarom is dat goed? Om de mensen die in het Veldpark zijn te helpen met bijvoorbeeld financiële problemen en verslavingsproblematiek. Bouwsteen drie is een stuk handhaving in de openbare ruimte. In de afgelopen anderhalf jaar zijn daar ook stappen in gemaakt. Wat is er gedaan? Er wordt nu structureel gehandhaafd op dat het tien uur ’s avonds stil is. We horen van bewoners dat dat werkt en die zijn daar ook blij mee. Daarnaast bijvoorbeeld in het schoonhouden van het park zijn er ook extra ophaalrondes voor het afval. Bouwsteen vier, die nog niet gerealiseerd is, dat is de inloopvoorziening met gebruikersruimte.

Daar hebben we in het, tijdens het Zaanstad Beraad goed nieuws over gehad en dat eigenlijk zo goed als zeker het Volkshuisvestingsfonds daarvoor gebruikt kan worden. Daar gaat onze motie ook over, om eigenlijk het college aan te sporen daar prioriteit aan te geven. Het staat ook op de prioriteitenlijst. En om als dat geld er eenmaal is, zo snel mogelijk een voorziening ook te realiseren met die gebruikersruimte. En waarom is dat? Die groep bestaat uit verschillende mensen en er zit ook een grote groep mensen bij die zorgbehoevend zijn met hun verslavingsproblematiek en daarom is dit ook een belangrijke bouwsteen. De laatste bouwsteen in de oplossing dat is eigenlijk de ontmoetingsruimte à la Famiri wat vroeger op de Vinkenstraat was. Die plek is weg. Dan haak ik meteen even in op het amendement, want zo’n ontmoetingsruimte daar speelt eigenlijk het amendement op in, dus daar vinden we eigenlijk elkaar dat zoiets ook belangrijk is. Wij zeggen alleen dat vanuit die stichting Samen 1 Samen Sterk, dat is voormalige stichting Surbeza, die hebben onlangs natuurlijk een pand verkocht dat in de Slachthuisbuurt staat, daar zit geld voor een nieuw pand wat dienst kan doen als die ontmoetingsruimte.

Wij zeggen: leg nu je prioriteit op die inloopvoorziening met gebruikersruimte, en tegelijkertijd, en daar is de gemeente ook mee bezig, ga nou goed in gesprek met die stichting Samen 1 Samen Sterk, om een nieuw soort Famiri ook te realiseren. Dit is even de toelichting, voorzitter. De voorzitter: de heer Wit ook iets wil zeggen, maar ik wijs hem er wel op dat hij nog minder dan twee minuten heeft. Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Dank u, ik hou het scherp in de gaten. Ik heb in ieder geval een aantal vragen aan de indieners. Want er is een … We trekken heel mooi op met elkaar, dat klopt, en we verschillen van inzicht in de oplossing. Voor de tijdelijke oplossing hè, niet voor de duurzame oplossing. We zijn daar nu eigenlijk met die groep dertien jaar onderweg, waarvan zes jaar, zeven jaar in het Veldpark. Als ik uw motie lees bij de tweede opdracht, daarnaast ter overbrugging te werken aan een inloopvoorziening op een tijdelijke locatie, dan heb ik de volgende vragen: waar is die, per wanneer komt die tijdelijke locatie met voorziening en wat mag dat dan gaan kosten? Want u wilt ook snelheid, dus ik neem aan dat u een beeld heeft van de antwoorden op die drie vragen? De voorzitter: Mijnheer Rijken. De heer Rijken (PvdA): Zeker, kijk het gaat om snelheid en zorgvuldigheid natuurlijk.

Er komt ongeveer 2,6 miljoen vrij vanuit het Volkshuisvestingsfonds voor die aanpak, dus dat budget heb je, daarmee kan je aan de slag. Qua locatie, daarvan zeggen wij: daar die kennis en inzicht, dat ligt gewoon bij het college en bij de organisatie, dus die moeten dat inderdaad gaan uitvoeren. De voorzitter: Mijnheer Wit.

De heer Wit (CDA): Ik had nog ook de vraag: per wanneer kunnen de omwonenden en de doelgroepleden in een tijdelijke voorziening stappen? De voorzitter: Mijnheer Rijken. De heer Rijken (PvdA): Daar hoor ik straks dan graag even de burgemeester over. Kijk, wij zetten daarop in dat het in kwartaal 1, kwartaal 2 van volgend jaar, dat dat kan gaan gebeuren. Dus dat is vanuit onze doelstelling. Heb ik ook misschien nog even een vraag terug. Dus u geeft aan dat Veldpark de problematiek bestaat al heel lang. Nou is het mijn eerste periode in de raad, het is uw tweede periode. In de afgelopen zeven jaar, hoeveel initiatieven en voorstellen heeft u gedaan om eerder deze problematiek op te lossen? De voorzitter: Mijnheer Wit heeft nog 45 seconden. De heer Wit (CDA): Wij hebben in de vorige verkiezingsperiode ons heel druk gemaakt om aanhoudende sociale overlast op te lossen. Ook bij de Vermiljoenstraat hebben wij toen echt een oplossing gecreëerd, zij het geforceerd maar het was een oplossing. Dus wij zijn al vier jaar een het knokken en wij roepen al vaker om oplossingen in het Veldpark en we hebben nu gezegd: het is genoeg. Wij hebben een concreet plan uitgewikkeld, uitgedokterd, en dat is te realiseren. Dus ons amendement gaat om boter bij de vis, oplossing voor de doelgroep. Ik ben ook blij dat de fractie van DENK participeert.

Boter bij de vis en daar wachten burgers op en ook de doelgroep. De voorzitter: Mooi, heeft u nog vier seconden over. De heer De Haas had een woordmelding, mevrouw Neefjes dacht ik, mevrouw Mathkor, de heer Eid, de heer Hoedemaeker en de heer Van Haasen. Nu hoop ik dat het ik zo allemaal nog heb onthouden. Mijnheer De Haas. De heer De Haas (ROSA): Dank u wel, voorzitter. Ja, zoals de PvdA weet staan wij ook positief tegenover deze motie. We vinden het ook belangrijk dat met name ook de gebruikersruimte is genoemd en niet alleen maar een inloopvoorziening. Ik denk dat daar voor een deel het succes vanaf kan hangen, of het ook gaat werken. We gaan ervan uit, maar dat heb ik net al gehoord, dat het gaat om honderd procent dekking vanuit het fonds, dus ik neem aan dat we daarop wachten. Dat vind ik meteen ook het mooie, dat daarmee dit voorstel ook gedekt is, in tegenstelling tot het andere voorstel wat een andere dekking heeft, het voorstel van het CDA. We denken wel dat het belangrijk is dat er goed gekeken wordt of het werkt, of het ook doet wat we voor ogen hadden. Het mooie is natuurlijk dat er daarnaast ter overbrugging te werken aan een inloopvoorziening op een tijdelijke locatie. Misschien is juist die tijdelijke locatie dan wel mooi een eerste ijkpunt om te kijken, hoe loopt het daar, voordat je verdergaat met een permanente locatie. Maar onze steun kan het krijgen.

Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Ja, voorzitter, wij zijn blij dat er op veel fronten aanpak is van deze problematiek van overlast en wij zijn ook erg voor om kwetsbare mensen te helpen. Ook een inloopvoorziening kan daar echt ook een contactmoment, contactpunt zijn, ontmoeting met ook met hulpverleners. Maar wat ons nou tegen de borst stuit is echt die gebruikersruimte, dat je als overheid een ruimte gaat faciliteren waarin mensen kunnen doen wat hun probleem juist veroorzaakt. Daarom vind ik het gewoon heel lastig om deze keer weer voor deze motie of het amendement te stemmen. Wij vinden … Wij zien geen heil in een gebruikersruimte. De voorzitter: Is dat een interruptie van mijnheer Hartog?

De heer Hartog (DS): Ja, voorzitter, ik wil daar toch wel even iets over zeggen, over wat mevrouw Neefjes naar voren brengt. Ik kan me herinneren dat, ik heb vier jaar ben ik deelraadslid geweest in Amsterdam-Zuidoost, net in de periode dat daar heel veel drugsoverlast was. In die periode is daar ook een gebruikersruimte gerealiseerd waar mensen onder controle van de GGD konden gebruiken en onder begeleiding ook dat af konden bouwen, maar dat lukt niet altijd hoor. Maar in ieder geval was het wel zo dat de overlast die deze mensen veroorzaakten in die periode enorm is afgenomen, de kwaliteit van leven van die mensen is enorm verbeterd en dat kan hier ook gebeuren. Helaas is daarna weer heel erg bezuinigd, landelijk, op dit soort voorzieningen, en is die problematiek weer toegenomen. Dus ik ben blij als wij als gemeente dit initiatief nemen, dat wij proberen om dat weer hanteerbaar te maken. Want het is op dit moment niet goed hanteerbaar en dit is een middel om dat wel te bereiken, zowel voor ons als gemeente als voor de gebruikers. De voorzitter: Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Ik denk niet dat er hier sprake is van gebruik onder begeleiding of iets dergelijks. Dit wordt gewoon een ontmoetingsplek waar gewoon ook toegestaan is dat je drugs of alcohol gebruikt en dat vinden wij jammer. De voorzitter: Mevrouw Mathkor.

Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Ja, dank u, voorzitter. Allereerst even op dat laatste punt ingaand, want ik denk dat je die inloopvoorziening, dat die veel minder aantrekkelijk wordt als je daar niet die gebruikersruimte bijvoegt, dus dan heeft het ook waarschijnlijk niet zoveel functie. Dus wij zijn heel erg blij met deze motie. Wij hopen dat er ook inderdaad een structurele oplossing komt zo gauw mogelijk. Natuurlijk is het fijn als er ook een tijdelijke oplossing komt, maar die mag zeker die structurele oplossing niet in de weg staan. Wij gaan inderdaad erg uit van maat op zorg, ik bedoel zorg op maat, en inderdaad met inzet van veel ervaringsdeskundigen. Want dat is denk ik voor ons heel belangrijk, dat dat … Zo worden die mensen ook gauwer denk ik beter aangesproken, beter begeleid. En tenslotte over het amendement van het CDA denk ik: die hebben het over de plaats Figaro, ik denk niet dat die groep zich daar thuis zal voelen eerlijk gezegd. Tot zover. De voorzitter: Mijnheer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ja, dank u, voorzitter. Locatie, locatie, locatie, zou ik zeggen. Ik bedoel, het vinden van een geschikte locatie is al een crime op zich. De woorden van de heer Rijken: ‘Dit kunnen we het voorjaar geregeld hebben’, daar geloof ik dus helemaal geen hout van.

Ik bedoel, in Purmerend zijn ze al vier jaar op zoek naar een locatie en dat stuit overal op weerstand. Als je het over een tijdelijke locatie gaat hebben, dan zijn er waarschijnlijk minder regeltjes aan gebonden, dus dan krijg je … Ga je meer mensen voor het hoofd stoten, dus wij zien het niet zitten, sorry. Dank u. De voorzitter: Mijnheer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Ja, dank u, voorzitter. Ja, complimenten aan beide indienersgroepen zal ik maar zeggen van zowel de motie als amendement dat hier echt nu goed aandacht voor is en ook goed over is nagedacht over wat we willen en wat we kunnen en wat er nodig is. Een compliment vooral aan de indieners van motie 8, omdat er echt gewoon goed stapsgewijs wordt nagedacht over de opvang en de inloopvoorziening. Ik wil wel even met nadruk er nog wel bij zeggen dat je dat inderdaad ook met de doelgroep moet organiseren en niet voor de doelgroep. Met name zijn er ook elders in het land initiatieven

ook om met de doelgroep zelf panden te ontwikkelen om daar als permanente inloopfunctie te gaan verdienen, gaan voorzien worden. Als je dat over de hoofden van de doelgroep doet, dan wordt het een wegloopvoorziening in plaats van een inloopvoorziening. De voorzitter: Mijnheer Wit heeft nog vier seconden om … De heer Wit (CDA): Er is overleg geweest met de doelgroep. Dat kunnen we … Anders zouden we dit ook niet doen. De voorzitter: Mooi. Mijnheer Eid. De heer Eid (DENK): Dank u, voorzitter. Aanvullend op de heer Wit, er is op dit moment gewoon heel veel urgentie. Er is inderdaad gesproken met de doelgroep. Het wordt natuurlijk kouder en wij zijn van mening dat we een verantwoordelijkheid hebben, niet alleen richting de doelgroep maar ook de omwonenden van het Veldpark. Ons voorstel kan eigenlijk gezien worden als een aanvulling op de motie en het zorgt er eigenlijk alleen maar voor dat er tijd bespaard wordt met het zoeken naar een geschikte locatie. Dit kan op zeer korte termijn gerealiseerd worden en het is … Het blijft een noodvoorziening natuurlijk. We hopen dat er ook een permanente locatie gevonden kan worden in de toekomst. Dank u, voorzitter. De heer Hamming (burgemeester): Nog andere woordmeldingen? Zal ik als portefeuillehouder … O, de heer Rijken. Ik kan als portefeuillehouder ook kort reageren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10908514/1