Verslag raad 19 mei 2021
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE ZAANSTAD d.d. 19 mei 2021
Opening en mededelingen De voorzitter: Goedenavond, dames en heren van de gemeenteraad van Zaanstad. En ook de kijkers thuis, welkom bij deze vergadering van de gemeenteraad van Zaanstad op woensdag 19 mei 2021. We hebben eerst de vergadering te openen, en na het welkom bij deze vergadering moeten we ook constateren dat afgelopen woensdagavond 12 mei de raadsvergadering niet geopend kon worden, omdat er geen quorum was. Er werd een nieuwe digitale raadsvergadering uitgeschreven voor hedenavond. We hebben berichten van afwezigheid van de CDA- en de PVV-fractie, en de griffier leest de namen op van de aanwezigen. Hij heeft nu het woord. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Marianne de Boer, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): De heer Van Braam. De heer Van Braam (SP): Roland van Braam, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): De heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Ik weet niet of mijn naam al is genoemd, maar ik ben wel aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): U was inderdaad aan de beurt. De heer Calkhoven is afwezig gemeld. De heer Eid. De heer Eid (DENK): Ahmad Eid, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): De heer De Haas. De heer De Haas (ROSA): Aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): De heer De Haas is op dit moment nog geen raadslid, maar is wel aanwezig. De heer Van Haasen, afwezig gemeld. De heer Hartog.
De heer Hartog (SP): Ik ben er. De heer Jongbloed (griffier): De heer Heida, afwezig gemeld. De heer Heijnen. De heer Heijnen (DZ): Hein Heijnen, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): De heer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Flip Hoedemaeker, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): De heer Hoek, die is ook afwezig gemeld, voorzitter. De heer Keijser. De heer Keijser (POV): Jaap Keijser, aanwezig.
De heer Jongbloed (griffier): De heer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Jos Kerkhoven, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Köseoglu. Mevrouw Köseoglu lijkt momenteel ook afwezig. De heer Van … De heer Kuyper. De heer Kuyper (ROSA): Hans Kuyper, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): De heer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): De heer De Laat. En nou komt de zinsnede dat de eerste keer de microfoon moet worden aangezet door de griffie. De heer De Laat (GL): Dank u wel, griffie, maar ik ben volgens mij aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Mathkor. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Romkje Mathkor, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): Als u niet het woord hebt, zou u dan de microfoon dicht willen doen? De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Aanwezig, voorzitter. De heer Jongbloed (griffier): En ook daarvoor geldt dat de heer Mattens nog niet raadslid is, maar wel aanwezig. Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Van Nieuwamerongen. Mevrouw Van Nieuwamerongen (VVD Zaanstad): Annemarie van Nieuwamerongen, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Van Otterloo. Mevrouw Van Otterloo (LZ): Simone van Otterloo, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Pancar.
Mevrouw Pancar (DENK): Şebnem Pancar, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): De heer Pauw.
De heer Pauw (ROSA): Ruud Pauw, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): De heer Pietersma. De heer Pietersma (PvdA): Tjeerd Pietersma, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): De heer Rienstra. De heer Rienstra (VVD Zaanstad): Tjeerd Rienstra, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): De heer Rijken. De heer Rijken (PvdA): Geert Rijken, present. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Rot. Mevrouw Rot (DZ): Aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Schenk. Mevrouw Schenk (VVD Zaanstad): Rina Schenk, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Schuttevaer. Mevrouw Schuttevaer (ROSA): Mariska Schuttevaer, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): De heer Van der Sluis. De heer Van der Sluis? De heer Van der Sluis (GL): … Sluis, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): De heer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): René Tuijn, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): De heer Van der Velden. De heer Van der Velden (POV): Perry van der Velden, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): De heer De Vries. De heer De Vries (D66): Jan de Vries, aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): De heer Westerhof, die is afwezig gemeld. De heer Wit, die is ook afwezig gemeld. En de heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): Aanwezig. De heer Jongbloed (griffier): Voorzitter, dat waren er twintig of meer.
De voorzitter: Goed, dat betekent dat we de vergadering kunnen openen en alle agendapunten behandeld kunnen worden, inclusief eventuele nieuwe raadsinstrumenten die op de raadsvergadering worden ingediend. We hebben een aantal wisselingen in de raad en daar beginnen we mee. We danken Geert van Bemmelen die zich al steunfractielid heeft ingezet namens ROSA, en als fractieassistent de fractie zal blijven ondersteunen. Nou, zeer bedankt en heel veel succes in je nieuwe functie, Geert. We zien elkaar zeker weer. Beëdiging Hr. Mattens PvdD (raadslid), Hr De Haas ROSA (raadslid) en mw. v. Dalen ROSA (steunfractielid) De voorzitter: We gaan een aantal mensen beëdigen. De heer Mattens van de Partij voor de Dieren en de heer De Haas van ROSA worden beëdigd als raadslid, en mevrouw Van Dalen wordt beëdigd als steunfractielid. Voorzitter van de commissie geloofsbrieven, mevrouw Mathkor, leest de bevindingen voor. Mevrouw Mathkor heeft het woord. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): De commissie uit de raad van de gemeente Zaanstad, in wier handen werden gesteld als geloofsbrief en verder bij de Kieswet gevorderde stukken, ingezonden door de heer M.A. Mattens en de heer M. de Haas, op 19 mei 2021 benoemd tot lid van de raad van de gemeente Zaanstad, rapporteert aan de raad van de gemeente Zaanstad dat zij bovengenoemde bescheiden heeft onderzocht en in orde bevonden.
Gebleken is dat de benoemden aan alle in de Gemeentewet gestelde eisen voldoen. De commissie adviseert tot hun toelating als lid van de raad van de gemeente Zaanstad, getekend door mevrouw Nijfjes … Neefjes – neem mij niet kwalijk – mevrouw Neefjes, mevrouw Van Otterloo en mijzelf. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee kunnen wij overgaan tot het afleggen van de belofte. Dan beginnen we met de twee raadsleden, de heer Mattens en de heer De Haas, die willen allebei ook de belofte afleggen. Ik draag eerst de tekst voor en daarna zegt u: dat verklaar en beloof ik. Ik verklaar dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: De heer De Haas. De heer De Haas (ROSA): Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Dan wil ik u beiden van harte feliciteren en veel succes wensen met uw werk. We houden het bij een digitaal applausje.
Dan gaan we naar mevrouw Van Dalen, die wordt beëdigd als steunfractielid. Zelfde procedure. Ik lees eerst de tekst voor en dan zegt u: dat verklaar en beloof ik. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Sorry, voorzitter, de geloofsbrieven van mevrouw Van Dalen moet ik ook nog voorlezen. De voorzitter: O, natuurlijk. Ja, heel goed, dank u. Mevrouw Mathkor heeft het woord. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): De commissie uit de raad van de gemeente Zaanstad, in wier handen werden gesteld de bij het Reglement van Orde gevorderde stukken, ingezonden door mevrouw K.B.M. Van
Dalen, om op donderdag 19 mei 2021 te worden beëdigd tot steunfractielid van de raad van de gemeente Zaanstad, rapporteert aan de raad van de gemeente Zaanstad dat zij bovengenoemde bescheiden heeft onderzocht en in orde bevonden. Gebleken is dat het kandidaat-steunfractielid aan alle in het reglement gestelde eisen voldoet. De commissie adviseert tot haar toelating als steunfractielid van de raad voor de gemeente Zaanstad, getekend door mevrouw Neefjes, mevrouw Van Otterloo en mijzelf. De voorzitter: Moet natuurlijk wel zijn woensdag, en ten tweede is mevrouw Köseoglu ook aanwezig en maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. Welkom. De voorzitter: Dan ga ik nu door naar het voorlezen van de belofte. Ik verklaar dat ik, om tot steunfractielid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als steunfractielid naar eer en geweten zal vervullen. Mevrouw Van Dalen. Mevrouw Van Dalen (ROSA): Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Heel fijn om u weer te zien en heel veel succes in uw nieuwe rol.
We hopen dat u ook snel weer in staat bent om aan te sterken. Dank u wel. Mevrouw Van Dalen (ROSA): Ik ben blij er weer te zijn, dank u. De voorzitter: Mooi. Ook een applaus, heel fijn. Vaststellen agenda De voorzitter: Goed, dan hebben we dat onderdeel gehad en zijn we weer op volle sterkte, en gaan wij door naar het vaststellen van de agenda. Overzicht spreektijd De voorzitter: De spreektijd is verdeeld en gepubliceerd op RIS. Is dat zo akkoord? Dan is die vastgesteld. Hebben we nog verder punten voor het vaststellen van de agenda? Neen? Bekrachtiging geheimhouding De voorzitter: Dan gaan we door naar ‘Bekrachtiging geheimhouding’. Kunnen we dit behandelen als zakelijk voorstel? Zo niet, dan steekt u digitaal uw hand op. De heer Van der Laan heeft het woord. De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, omdat dit als een pakket behandeld wordt weer en wij tegen de geheimhouding zijn op het stuk Krommenie, zullen we tegen alles stemmen. De voorzitter: Goed. Dan brengen we de bekrachtiging geheimhouding in stemming en dan leest de griffier de namen voor en zegt u of u voor of tegen bent. De griffier heeft het woord. De heer Jongbloed (griffier): 23. Dat is mevrouw Van Otterloo.
Mevrouw Van Otterloo (LZ): Simone van Otterloo, voor. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Stephanie Onclin, voor. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Pancar. Mevrouw Pancar (DENK): Şebnem Pancar, voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Ruud Pauw, voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer Pietersma. De heer Pietersma (PvdA): Tjeerd Pietersma, voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer Rienstra. De heer Rienstra (VVD Zaanstad): Tjeerd Rienstra, voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer Rijken. De heer Rijken (PvdA): Geert Rijken, voor. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Rot. Mevrouw Rot (DZ): Juliëtte Rot, voor. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Schenk. Mevrouw Schenk (VVD Zaanstad): Rina Schenk, voor. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Schuttevaer. Mevrouw Schuttevaer (ROSA): Mariska Schuttevaer, voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer Van der Sluis. De heer Van der Sluis. De heer Van der Sluis (GL): Voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): René Tuijn, voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer Van der Velden. De heer Van der Velden (POV): Perry van der Velden, tegen.
De heer Jongbloed (griffier): De heer De Vries. De heer De Vries (D66): Jan de Vries, voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer Westerhof, afwezig. De heer Wit, afwezig. De heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): Voor. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Marianne de Boer, voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer Van Braam. De heer Van Braam (SP): Voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Brekelmans, tegen. De heer Jongbloed (griffier): De heer Calkhoven, afwezig. De heer Eid. De heer Eid (DENK): Ahmad Eid, voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer De Haas. De heer De Haas (ROSA): Menno de Haas, voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer Van Haasen, afwezig. De heer Hartog. De heer Hartog (SP): Evert Hartog, voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer Heida, afwezig. De heer Heijnen. De heer Heijnen (DZ): Heijn Heijnen, voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Flip Hoedemaeker is voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer Hoek, afwezig. De heer Keijser. De heer Keijser (POV): Keijser, tegen. De heer Jongbloed (griffier): De heer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Jos Kerkhoven, voor. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Köseoglu.
Mevrouw Köseoglu (PvdA): Eylem Köseoglu, voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer Kuyper. De heer Kuyper (ROSA): Hans Kuyper, voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Tegen. De heer Jongbloed (griffier): De heer De Laat. De heer De Laat (GL): Voor. De heer Jongbloed (griffier): U was bij mij niet in beeld, mijnheer De Laat. De heer De Laat (GL): O, dat vind ik vervelend, maar ik ben voor. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Mathkor. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Romkje Mathkor, voor. De heer Jongbloed (griffier): De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Melchior Mattens, voor. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Christa Neefjes, voor. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw Van Nieuwamerongen. Mevrouw Van Nieuwamerongen (VVD Zaanstad): Annemarie van Nieuwamerongen, voor. De heer Jongbloed (griffier): Dan tellen we. 29 stemmen voor, 4 stemmen tegen. De voorzitter: Daarmee is de geheimhouding bekrachtigd. Debat Interpellatieverzoek Bokashi De voorzitter: Dan gaan we door naar de debatagenda. Er is een ‘Interpellatieverzoek Bokashi’. Eerst de indieners krijgen het woord voor een toelichting, dat is de heer Van Braam. Daarna kunnen ook nog de medeindieners, als ze daar behoefte aan hebben, het woord voeren.
Vervolgens beantwoording door de portefeuillehouder, daarna eerst de reactie van de indieners en debat. Dat is de volgorde zoals die gebruikelijk is bij een interpellatieverzoek. Het woord is aan de heer Van Braam.
De heer Van Braam (SP): Dank u wel, voorzitter. De SP is zwaar teleurgesteld over de wijze waarop de wethouder de klachten van onze bewoners heeft afgehandeld en de slechte communicatie hierover. Ook zijn we zeer ontstemd dat er niet gereageerd is op de brandbrief van de SP en Lokaal Zaans, zelfs niet dat de brief ontvangen is. Wij zijn blij met de twee memo’s van de wethouder, maar daar hebben we hemel en aarde voor moeten bewegen, nadat we een interpellatiedebat hebben aangevraagd. Daar zit ook onze zorg. De wijze, maar vooral de tijd die eroverheen is gegaan voor er een reactie kwam van het college. Het is een schoffering naar onze bewoners die al langere tijd klaagden over het uitstrooien van bokashi. Uiteindelijk gingen inwoners zelf de troep opruimen van de gemeente. Door de latere actie van de wethouder is er onnodig veel gif en andere vervuiling gestort op groenvelden, in wijken en op recreatievelden. Er is onnodig veel troep en gif in de grond verdwenen, waar allemaal flora en fauna last van hebben, misschien wel onherstelbare schade voor de langere termijn. Er is een stuk weide in de Jagersplas waar een dikke, gefermenteerde laag bokashi ligt waardoor saneren noodzakelijk is. De laag is zo dik dat het gras eronder is verstikt en al het andere wat eronder groeide. Het hele nut van bokashi is gewoon zinloos.
De hele Jagersplas stikt het van de molshopen en die zitten er omdat het vruchtbare grond is. Om daar bokashi te strooien is totaal zinloos. Geef het spul aan akkerbouwers of heemtuinen, maar stop met dit zinloze experiment. Tot zover, wethouder. Voorzitter. De voorzitter: Voorzitter, ja. Dank u. Ik zag dat mevrouw De Boer ook graag nog iets wilde voegen als medeindiener. Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Dank u wel, voorzitter. In oktober 2020 heeft Lokaal Zaans vragen gesteld in het vragenuur aan wethouder Slegers hoe het toch kon dat er weer afval aangetroffen was in de bemesting van onze parken en onze groenstroken. Het was immers in april 2020 ook al gebeurd. Of de wethouder wel in regie was, vroegen wij ons af. De wethouder antwoordde: het college betreurt dat het is voorgevallen. Het is een pilot en we trachten groenafval op een natuurlijke wijze tot bemesting te laten worden en over onze eigen ruimte te verdelen. Daardoor brengen we minder afval naar HVC, minder bewegingen, minder kosten. Helaas is er plastic tussen gekomen en er is geen tweede tranche, de opruimploeg, overheen gegaan. Na het vragenuur is wel een tweede tranche, de opruimploeg, aan het werk gesteld om het plastic te verwijderen.
Na dit antwoord vroeg Lokaal Zaans door, omdat we constateerden dat vaak in het dossier openbare ruimte achteraf aan het repareren zijn, of de wethouder in regie was. Gestort puin, vergiskap, het maaibeleid en nu dus het plastic in de bemesting. Gevaren die het met zich meebrengt, als gevolg ook verontruste inwoners. Elke week achteraf oplossingen horen in het vragenuur, dat wilden we niet meer. De wethouder antwoordde: we zijn de regie niet kwijt, maar moeten af en toe bijsturen. Communicatie moet beter naar inwoners over wat er gebeurt met puin, afgraven en bemesting in de openbare ruimte. Daar gaan we vanaf nu actief over communiceren. April 2021 zitten we in precies hetzelfde schuitje: het gaat mis en het moet weer achteraf gerepareerd worden. Na druk vanuit inwoners, media en raad wordt weer een tweede tranche, de opruimploeg, ingezet. Naast het feit dat de bokashi nu schoon had moeten zijn, is een opruimploeg niet effectief, omdat er al heel veel kapot is gemaaid. Daarnaast, te laat reageren van de wethouder waardoor al vijftig hectare vervuilde bokashi is uitgereden. Als de wethouder naar de eerste berichten in de media op 16 april en een paar dagen later op aangeven van de raadsfracties had gereageerd, dan had in ieder geval nog een deel van het uitrijden van de bokashi gestopt kunnen worden.
Nu kwam dat bericht pas op 6 mei, en antwoord op de technische vragen leert ons dat toen alle bokashi toch al was uitgereden. Daarnaast is niet meteen gestopt met het maaien van de bokashi, dat kwam pas in het memo van 10 mei, waardoor ook na 6 mei verspreid afval verder kapot gemaaid is en dus vrijwel niet op te ruimen valt. In het memo van 10 mei zei de wethouder dat in het eerstvolgende Zaanstad Journaal aandacht besteed wordt aan het experiment bokashi en een aantal verbeteringen worden aangepakt. Een van die verbeteringen is eerder en proactief informeren. Aanvullende vraag op de interpellatie: maar waarom nu pas informeren? Dat was immers toch
allemaal al toegezegd in oktober 2020? En wat vindt de wethouder dan van het beloofde beterschap en het feit dat hij aangaf dat hij betreurde dat het in oktober fout is gegaan? Dat brengt mij er uiteindelijk toe dat we weer dezelfde vraag stellen als oktober 2020, namelijk: gezien het herhaaldelijk misgaan en achteraf repareren, vindt de wethouder dat hij in regie is? Tot slot, gezien de eerdere gedane belofte voor verbetering, gezien de reactietijd tot overgaan van handelen, vindt de wethouder dat hij adequaat heeft gehandeld? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wilt u wel als u niet het woord heeft de microfoon uitzetten? Want wij horen allerlei bijgeluiden. Mevrouw De Boer, was u klaar met uw bijdrage? Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Ja, ik zei een tijdje terug: dank u wel, voorzitter. Maar toen werd er inderdaad gekucht. De voorzitter: Ja, goed. Dan de heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank u wel, voorzitter. Ja, ook de Partij voor de Dieren is geschrokken van de veel te lang genegeerde signalen onder bewoners dat er ongelooflijk veel afval werd verspreid via de bokashi.
Ondanks dat het positief is dat er nu wel gestopt is met het uitrijden ervan, staat het voor ons als een paal boven water dat een lang onzichtbaar gebleven probleem opeens heel zichtbaar aan het worden is, namelijk dat je geen grasveldje meer kan maaien en geen struik meer kan snoeien zonder dat je te maken hebt met enorme hoeveelheden zwerfvuil. We lijken eraan te wennen, want zoals een ambtenaar van de OD tegen mij zei over zwerfvuil in het centrum van Rooswijk: er lag bij controle wel zwerfafval, maar het was niet extreem veel. Voorzitter, het lijkt wel alsof we de vuilniswagen letterlijk moeten omkieperen voordat het probleem serieus genomen wordt. De angst is dat het op een dag gaat wennen dat de onderhoudszone A, zoals het stadscentrum van Zaandam, ja, dat lijkt op sommige dagen meer op de afvalstort van Nauerna met grote hoeveelheden zwerfafval in de gracht, dan op een woon- en winkelgebied. Ja, dan lijkt het meer op de afvalstort van Nauerna, dan op een woon- en winkel- en werkgebied met allure. Het waait weg, eindigt in struiken, in het gras en daarna in de bodem. Bokashi is een wake-up call: het stoppen met uitrijden was stap één, maar tijdig opruimen en het handhaven, voorlichten, lobbyen bij het Rijk en ga zo maar door zijn stap twee tot en met duizend.
De wethouder heeft een kolossale klus, een klus die hij echt niet makkelijk kan opvatten en een klus waar hij soms heilige huisjes voor zal moeten slechten, maar hij zal lef en visie moeten tonen. Maar daarvoor zal hij ook in de organisatie een stevig beleid moeten voeren zoals de structuur qua uitvoering en communicatie tegen het licht houden, dat er over minder schijven gecommuniceerd wordt en dat signalen, zoals dat nu ook bij GROENzaans bijvoorbeeld gebeurt, ook op gebieden als zwerfafval en maaibeleid snel door de organisatie kunnen worden opgenomen en verwerkt. Want hoe dit gegaan is met de bewoners en alle signalen, dat baart ons diepe zorgen. Wij zijn daarom heel benieuwd naar de antwoorden van de wethouder. Dank, voorzitter. De voorzitter: Heeft mevrouw Rot ook nog behoefte om iets toe te voegen, als mede-indienster? Mevrouw Rot (DZ): Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Rot. Mevrouw Rot (DZ): Dank u wel. Mijn collega’s hebben volledig verwoord waar het ons om gaat vanavond. Ik zou eigenlijk alleen nog maar willen benadrukken dat het van belang is dat wij vanavond horen op welke wijze
het proces en de communicatie ten aanzien van projecten in de openbare ruimte, waaronder nu bokashi in het bijzonder, verbeterd zullen worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Dan is het woord aan de wethouder, de heer Slegers. De heer Slegers (wethouder): Dank u, voorzitter. Ook het college was zeer teleurgesteld over de afloop van de bokashi-proef. In 2020, zoals mevrouw De Boer dat al zegt, zijn we ook begonnen met het toepassen van deze bokashi-methode. Ondanks de grote inzet om de toepassing van deze methode te laten slagen, is het ons helaas niet gelukt om dit tot een goed einde te brengen. Dit heeft geleid tot diverse klachten die ook wij vanuit social media natuurlijk, vanuit verontruste inwoners kregen, en natuurlijk ook vanuit de brandbrief die is gestuurd door de diverse fracties die ook dit interpellatiedebat hebben aangevraagd. Ik heb daarop twee memo’s gestuurd, eentje in zijn algemeenheid en een tweede memo daaropvolgend in verband met een aantal extra vragen die deze wethouder heeft gekregen om een stukje verduidelijking aan te brengen. Ik kan mij voorstellen dat ook vele raadsleden teleurgesteld zijn in de wijze waarop het misschien gegaan is, maar het is wel zo dat: Zaanstad is gestart met die bokashi-proef, omdat wij ook vanuit andere gemeentes de methode in potentie ook veel voordelen heeft, ook juist voor het milieu en ook voor de biodiversiteit.
Bij een proef – en ik benadruk dat nog maar een keer, en dat is niet om het te verbagatelliseren – maar bij deze proef hoort natuurlijk ook evalueren, leren, oplossingen aandragen en natuurlijk ook verbeteringen toepassen. Daarbij is het wel zo dat in die uitvoering, dat we daar ook in een rijdende trein zaten om bepaalde velden bij die proef te kunnen betrekken. Die eerste meldingen die we toen kregen, ook vanuit sociale media, die hebben we ook meteen opgepakt door te onderzoeken hoe wijdverbreid het probleem was, en tegelijkertijd hebben we niet stil gezeten en hebben ook pleksgewijs oplossingen geboden. Dat bleek wel mogelijk wat betreft de stankoverlast op een gegeven ogenblik, wat ook een van de verontrustende berichten was van veel inwoners, maar nou juist niet geheel wat betreft de aanwezigheid van het zwerfvuil, wat wij ook tot onze teleurstelling aantroffen in de bokashi. Daarom heb ik ook gemeend om direct na al die berichten vanuit de social media, maar ook naar aanleiding van de brandbrief om de bokashi-methode in de huidige vorm direct te stoppen. Ik heb u ook aangegeven in de memo dat wij daarop een zorgvuldige afweging zullen maken en u zullen informeren en de raad te informeren over de wijze waarop we deze bokashi-methode zijn gestopt en waarom het fout is gegaan.
Maar tevens ook te bekijken, een zorgvuldige afweging daarin te maken, om te bezien op welke wijze dat we de bokashi-methode misschien toch door zouden kunnen laten gaan. Dat zullen wij doen door een raadsinformatiebrief. Dan even op basis van de communicatie. Naar aanleiding van de brandbrief, en het woord brandbrief is mij niet onbekend, niemand denk ik, maar de brandbrief als een tool te hebben vanuit de gemeenteraad, die was mij nog niet bekend. Dus ook de reactietijd die het college zou hebben op een brandbrief was mij ook niet bekend, maar we hebben direct daarop ook actie ondernomen. De brandbrief is op vrijdag binnengekomen en de maandagochtend heb ik direct een wethoudersmemo in concept laten maken. De volgorde die wij als college daarin hanteren is dat wij iedere wethoudersmemo eerst door mijn collega’s, door het hele college laten toetsen of men het daarmee eens is met de inhoud daarvan. Op dinsdag, toen het concept helemaal klaar was, is dat via de mail naar alle wethouders gestuurd en hebben ook direct daarop geantwoord met akkoord.
Daarop, dat was namelijk 4 mei, op Dodenherdenking, hebben we deze definitief gemaakt met een aantal aanpassingen die ook collega’s van mij hadden aangegeven, en is helaas ook 5 mei, de Bevrijdingsdag waarop wij een nationale viering hebben, is die helaas niet de deur uit gekund en is die op donderdagochtend direct via de griffie aan u ter beschikking gesteld. Dat was voor mij in ieder geval de snelste methode om deze wethoudersmemo aan u te overhandigen. Vanaf vrijdagmiddag, vrijdag dat de brandbrief is binnengekomen, tot aan de donderdag dat die ook op het RIS stond en van daaruit ook naar u toe is gekomen. Dat we daarin misschien nog sneller hadden kunnen handelen, dat zijn we ook aan het onderzoeken, maar ook – en dat heb ik ook in een memo daarin gezegd – ook naar de communicatie naar
de verontruste inwoners om te bekijken hoe dat we dat sneller ter hand kunnen nemen om die onrust ook weg te nemen. Dat zwerfvuil een serieus vraagstuk is, ik denk dat we dat met elkaar wel kunnen bevestigen. Het is een onderdeel wat onze gemeente teistert en waarin we ontzettend veel vrijwilligers gelukkig hebben die in de Zwerfvuil- Estafette zitten en ons daarbij helpen om het zwerfvuil toch binnen bepaalde proporties te houden. Desalniettemin baart het ons wel zorgen, het zwerfvuil, en zo zien we dat ook dat het in de bokashi uiteindelijk ook helaas terecht is gekomen, het zwerfvuil. We hebben dan ook direct naar aanleiding van de meldingen de eerste velden ook ontdaan van het zwerfvuil wat dat moment op de bovenste laag ook lag. Daarna is nog een tweede tranche geweest toen het eenmaal het product is gefermenteerd en de grond is ingegaan. Toen kwamen er nog wat meer resten naar boven van het zwerfvuil. Ook dat hebben we in de tweede tranche weer verwijderd. Het maaibeleid en de maaikavels die we hebben, naar aanleiding van de eerste bokashi-uitrijding is eerst het zwerfvuil weggehaald en daarna is er pas gemaaid. Daarna hebben we ook gezegd: naar de andere velden toe, waar de bokashi is op uitgereden, zijn we direct gestopt met het maaien totdat alle vervuiling eruit is. Zo hebben we dat gedaan.
Dat wij ook op basis van de openbare ruimte niet alleen met zwerfvuil te maken hebben, maar met veel problematiek en de capaciteit die we daar ook voor hebben, en wat we al meerdere malen ook naar voren toe bracht dat wij van een C- naar een B-kwaliteit willen en dat we de openbare ruimte heel hard nodig hebben, ook voor onze leefbaarheid, dat baart ons ook zorgen op basis van de middelen die wij hebben en de capaciteit die daarvoor nodig is. We zien dus ook in het centrumgebied, wat net ook aangehaald werd, dat we daar ook van een A+ naar een A-niveau zijn gegaan. We zien dan ook direct wat dat voor gevolgen heeft. Wil niet zeggen dat onze ambtenaren en onze mensen in de buitenruimte, die hun stinkende best doen om alles, maar dan ook alles in het werk te stellen om deze buitenruimte zo goed mogelijk achter te laten en ook leefbaar te maken voor onze Zaankanters. Ik denk dat ik daarmee, mijnheer de voorzitter, in het algemeen even ook onze mening en onze kracht daarin heb gezet. Dank u wel. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan kijk ik eerst naar de heer Van Braam voor een reactie. De heer Van Braam (SP): Dank u wel, voorzitter. Het had niet speciaal ik hoeven te zijn, het had ook een van mijn collega’s mogen zijn, maar ik maak dan van de gelegenheid meteen gebruik. Wat mij opvalt in het geheel is in ieder geval een procedure die de wethouder beschrijft.
Een procedure die ons al bekend is. De procedure luidde dus dat het vele trajecten moet doorlopen alvorens we een antwoord krijgen na een brandbrief. Ik vind dat een zwak excuus. Een brandbrief – hij zei het al, de wethouder – dat vraagt om urgentie. Als je dan de Dodenherdenking en Bevrijdingsdag als argument gaat gebruiken waardoor het nog langer is vertraagd, ja, dat vind ik een zwaktebod. Daarbij ook even melden natuurlijk dat het niet eerste keer is dat we dit experiment hebben gedaan met bokashi. Het heeft ook al in april, of vorig jaar oktober heeft het plaatsgevonden en toen is het ook niet goed gegaan. Dan geeft u daarbij aan dat u een lerende organisatie bent en die zich moet verbeteren. Ja, dat begrijp ik, maar als je dat een tweede keer doet, dan vraag ik mij af wat je aan het leren bent en wat je aan het verbeteren bent. Als je dan op die rijdende trein zit, waar u het over hebt, dan heeft u die rijdende trein niet in control dus. Dus ik hoor nog steeds niet hoe u die rijdende trein nou in control gaat krijgen.
Hoe gaat u die rijdende trein in control krijgen op het moment dat er vele klachten vanuit de gemeenschap komen over het strooien van bokashi? Hoe gaat u dan ervoor zorgen dat dat adequaat wordt gestopt en dat er een adequate communicatie komt op een snellere en juistere manier? Hier wil ik het even bij laten, dus ik hoor ook graag even mijn collega’s, mede-indieners. De voorzitter: Dank u. Mevrouw De Boer.
Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Ja, de heer Van Braam heeft het goed verwoord. Aanvullend nog als het ga… Ik hoor de wethouder een aantal keer zeggen: we hebben direct gehandeld. Wat heeft u dan gedaan tussen oktober 2020 en april nu? Want de inwoners zijn in ieder geval niet betrokken, zoals u beloofd heeft, en u heeft daar ook beterschap beloofd dat er geen plastic meer aangetroffen zou worden. Dan nog een punt waar toch directer gehandeld kan worden, want voor de brandbrief is er al vanaf 16 april, ook door de media uitgebreid aandacht besteed aan de bokashi. Dus er had veel eerder gereageerd kunnen worden. De rijdende trein die u zelf aan de pers heeft vermeld, en de heer Van Braam noemt dat net ook, dat impliceert dat u het accepteert dat u ook niet adequaat kunt sturen. Het gaat natuurlijk niet om dat wij als raad een memo krijgen, maar dat u stopt met het uitrijden van bokashi. Daar horen we nog graag uw antwoord op. Heeft u, vindt u dat u adequaat gehandeld heeft? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u. De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Ja, kort, voorzitter, want die rijdende trein is wel een interessante, blijft een interessant iets. Want in principe blijft de intentie er wel om met bokashi door te gaan omdat het zijn voordelen heeft, mits daar dan uiteindelijk niet die plastics in zitten en ander zwerfvuil.
Maar dan vraag ik mij toch af of daar al ideeën over zijn hoe je dan aan de voorkant dit kan gaan voorkomen, want blijkbaar inderdaad heeft het niet gewerkt ten opzichte van oktober. Dat is één ding. En inderdaad, over de organisatie: hoe vroeg zit u er dan op, wethouder, in dit proces? Hoe dicht zit u er bovenop? Want wij zien dit geval, maar we zien binnen een heel aantal processen binnen de openbare ruimte dat er eerst wat dingetjes fout moeten gaan, voordat er weer wordt bijgestuurd van bovenaf. Het is niet altijd direct uw verantwoordelijkheid, of meer in de organisatie. Maar goed, uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid bij u, dus waar stapt u in het proces in, en hoe gaat u voorkomen dat het nog een derde keer gebeurt als we dit meer gaan doen? Want ik zeg wel, bokashi heeft in de potentie om wel goed te zijn voor biodiversiteit. De voorzitter: Mevrouw Rot. Mevrouw Rot (DZ): Even geen aanvullingen, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u. Als u het woord wilt, dan steekt u uw hand op, uw digitale hand, en dan krijgt u het woord. Wie? Niemand? Dan is het woord aan de wethouder om te reageren op de bijdrages van de diverse indieners van de motie. De heer Slegers (wethouder): Dank u wel, voorzitter. Mijn excuses als ik onvolledig ben, maar dat ga ik dan nu herstellen.
We hebben wel direct gereageerd, en met direct bedoel ik dat ten aanzien van de eerste uitrijding in 2020 hebben we direct gekeken naar een betere selectie bij de instroom, en dat ook meteen nagekeken en opruimend gewerkt bij het uitrijden. Dus we hebben in de voorselectie direct al gekeken of er zwerfafval in zat en uiteindelijk bij het uitrijden hebben we dat nog een keer gedaan. Uiteindelijk is ook bij de eerste tranche per locatie meteen door personeelsleden van de aannemer het zwerfafval opgeruimd. Daarin kan ik mij voorstellen dat inwoners zeggen: nou ja, heeft dat één, of twee, of drie dagen geduurd. We hebben naar aanleiding ook, ik als verantwoordelijk wethouder, naar aanleiding van de eerste signalen die we hebben gekregen, hebben we ook direct contact opgenomen met de aannemer. Ik ben heel blij dat ook inwoners, of bewoners waar de bokashi is uitgestrooid ook meteen hebben geholpen om te bekijken waar zwerfafval lag en dat ook hebben opgeruimd. Maar ook vanuit de personeelsleden van de aannemer is meteen het zwerfafval geruimd. Op deze locaties, en die eerste locaties ligt ook geen zwerfafval meer, in ieder geval niet op basis van hetgeen we op de bokashi-methode hebben uitgereden. We hebben ook nog een keer een tweede tranche eroverheen gedaan toen zowat negentig procent van alle gefermenteerde blad door het gras was opgenomen,
en van daaruit ook geconstateerd dat er her en der nog wat zwerfafval lag en dat ook direct hebben opgeruimd. De voorzitter: Interruptie van de heer Van der Laan. De heer Slegers (wethouder): Dat kan. De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, dank u wel. Ja, wethouder, ik heb wel een vraag, want u zegt: we hebben direct contact opgenomen met de aannemer. Nou vraag ik mij af wat die aannemer, die heeft dat uitgereden, heeft die dat niet geconstateerd dan, dat dat vervuild was? Dan heb je toch een aannemer die volgens mij zijn werk niet volledig doet? Die aannemer had meteen moeten zien dat dat vervuild was en die heeft dat niet teruggekoppeld naar u. Dus misschien bent u in zee gegaan met de verkeerde aannemer. Ik vind het een beetje makkelijk dat u het op deze manier teruglegt. Ik vind dat heel raar. Dat is uw verantwoording, u geeft de opdracht. De voorzitter: Wethouder Slegers. De heer Slegers (wethouder): Dat klopt, mijnheer Van der Laan. Wij hebben daarop … Ik geef het niet terug aan de aannemer, uiteindelijk zijn wij verantwoordelijk voor de aannemer, en de aannemer heeft dat inderdaad niet direct aan ons teruggekoppeld. Na een aantal dagen is het wel geconstateerd. En misschien hebben we dan … Ik kan die constatering niet doen op basis van het feit dat we dat nog verder uit gaan zoeken, maar de aannemer liep wel direct erachteraan en heeft daarna het aan ons gemeld.
Dus daarop zijn ook signalen binnengekomen, direct ook via social media en zijn we ook tot actie overgegaan. Dus in de raadsinformatiebrief die ik u ook beloofd heb, waar we ook de hele uiteenzetting zullen doen vanaf de eerste uitrijding tot aan de laatste, en wat de methodes zijn geweest en wat we toen voor acties hebben ondernomen, dat zullen we ook uitgebreid aan u communiceren. Daar kunt u dan daarop ook weer reageren. Voor ons is het ook een les, absoluut. Ook met het contact met de aannemers die we hebben voor de openbare ruimte en hoe dat we daarmee omgaan en hoe terugmeldingen dienen te zijn. De voorzitter: De heer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, dan kan de wethouder misschien ook meenemen hoeveel tijd er gezeten heeft tussen het uitrijden en het melden van die aannemer, want daar ben ik wel een beetje benieuwd naar. Want als zo’n aannemer ziet dat als hij dat aan het uitrijden is en het is zwaar vervuild, want daar was … Hè, laten we eerlijk zijn, wethouder, daar kon niemand onderuit, dat kon je meteen zien. Dan gaat zo’n aannemer gewoon door met uitrijden. Dus ik ben wel benieuwd: hoeveel tijd heeft daartussen gezeten? Want zo iemand moet toch meteen aanslaan en zeggen: ja, maar dit gaan we niet doen. Maar dat is misschien mijn standpunt, voorzitter. Ik vind dat een beetje geldverspilling.
En ja, ik moet eerlijk zijn, de indieners hebben op dat punt wel een beetje gelijk, daar heeft de wethouder het misschien niet helemaal onder controle. Dus ik ben wel benieuwd hoe dat gegaan is en hoeveel tijd daartussen gezeten heeft, dat u dat mee kan nemen. De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): De heer Van der Laan snijdt natuurlijk een heel belangrijk punt aan, die had ik ook al opgeschreven: ja, direct ingegrepen met de aannemer, maar wanneer was dat? Want de eerste berichten uit de media waren al 16 april. Dan zitten er toch echt heel wat weken tussen. Dus als we het even …
Inderdaad, de aannemer had het moeten zien, maar wij, ik ga er toch van uit dat onze ambtenaren en u ook de pers goed volgen. Dus dan had daarna ook meteen gereageerd kunnen worden, want nu is alle bokashi al uitgereden. Maar dan nog een punt: een aantal inwoners hebben de maaiers aangesproken. Want u zegt: alle afval is opgeruimd. Maar dat kan natuurlijk niet als het helemaal fijngemalen is, dan is het niet allemaal meer op te ruimen. Dat is ook gewoon een feit. Inwoners hebben maaiers aangesproken: nou, maai het nou alsjeblieft niet. Die zeggen gewoon: ja, wij hebben een opdracht. Dat was na 6 mei, dus daar hoor ik de wethouder ook nog graag over. De voorzitter: Mevrouw De Boer heeft nog vijf minuten spreektijd over. Ik denk dat het goed is als eerst de wethouder reageert. De heer Slegers (wethouder): Dank u, voorzitter. Mijnheer Van der Laan, we gaan dat zeer zeker uitzoeken op basis van een melding van de aannemer en hoeveel tijd dat daartussen zat. We weten wel dat op een gegeven moment het nog meer zichtbaar werd naarmate de bokashi werd opgenomen in de bodem en daar is ook in die tweede tranche meteen direct actie op ondernomen. Wat ik weet is dat de eerste foto’s die op social media terechtkwamen, die zaten precies tussen het uitstrooien van de bokashi en de opruimers. Dus we hebben dat moeten inplannen, maar daar is gewoon ook actie op ondernomen.
Maar ik ben het met u eens: we gaan even kijken of daar, en wat voor tijdsaspect dat er direct ook actie is ondernomen. Dat komt ook in de raadsinformatiebrief. Ja, en mevrouw De Boer, ik ga dat even uitzoeken op basis van het maaien. U noemt dan een datum van 6 mei. Er vliegen nu heel veel datums om mijn oren, van 16 april, 6 mei, wanneer is de eerste klacht daarover geweest, en dat inwoners ook de maaiers daarover aanspreken. Ik ben daar zeker voorstander van dat wij ook inwoners hebben die dat ook aangeven en we zullen ook daarin even controleren wat daarop de maaiers … Als het zo is dat de maaiers dus: nou, we hebben gewoon een bestek en we gaan gewoon maaien. Of zij dat ook wel terug hebben gekoppeld naar onze organisatie toe, en op welke manier en in welk tijdsaspect. De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Ja, en dan, als ik kijk, 6 mei is de datum waarop de wethouder zijn memo heeft gestuurd, dus ik hoop wel dat de wethouder in ieder geval scherp heeft wanneer hij zelf wat heeft gestuurd. Want daarin zegt u: we stoppen met de bokashi. Dat leek ons een heel goed punt. Alleen, 10 mei, uw tweede memo, kwam pas: ja, we stoppen nu ook met maaien. Dus in die tussentijd, en het is ook, we hebben dat daarvoor ook aangegeven: stop ook met dat maaien van die bokashi. Daar heb ik het over, wethouder. De voorzitter: De heer Van Braam.
De heer Van Braam (SP): Ja, aanvullend daarover. Met name het stukje communicatie heb ik het dan over, want de wethouder geeft aan dat hij vanaf 16 april een aantal acties heeft gedaan om zeg maar die bokashi die is uitgestrooid, dat op te ruimen en het vuil er tussenuit te halen enzovoort. Maar ondertussen gingen alle klachten, alles ging door. Dat betekent dus dat vanaf 16 april de klachten zijn blijven binnenkomen bij de gemeente en dat er eigenlijk pas op 6 mei de eerste reactie is gekomen van het college. Ik vraag mij dan echt af, in dat tijdsbestek, als je ziet wat er dan allemaal is gebeurd, ja, dan vind ik dat gewoon wel heel veel tijd met zich meenemen voordat u dan met een reactie komt. En ja, dat moet toch echt anders. De voorzitter: Wethouder Slegers.
De heer Slegers (wethouder): Dank u, voorzitter. Wat ik u net al zei, mevrouw De Boer, over het maaien, we hebben eerst bij de eerste kavels die uitgereden waren eerst het vuil weggehaald en toen is er gemaaid. Uiteindelijk op 6 mei, toen wij toch constateerden dat er nog steeds bij de laatste tranche aan bokashi die uitgereden is toch nog kleine hoeveelheden zwerfvuil zaten, hebben we ook direct gezegd: daar gaan we ook echt niet meer maaien. We stoppen met het maaien, zeker op die velden waar de bokashi is uitgestrooid. Dat is tussen 6 mei en 10 mei gebeurd. Daarom heb ik ook direct in de memo gezet dat we de velden die eigenlijk nog gemaaid zouden moeten worden waar ook de bokashi-methode is uitgestrooid, dat we die niet meer maaien. Dus de eerste velden zijn eerst opgeruimd en zijn daarna pas gemaaid. De latere velden, dus naar aanleiding van de klachten die er nog steeds binnenkwamen, hebben we ook gezegd: we stoppen met de bokashi-methode in de huidige vorm gezien het feit dat we de stankoverlast er wel uit hebben kunnen krijgen, maar niet het zwerfvuil voor de volle honderd procent en dat moet gewoon als je dit soort methodes toepast. Toen heb ik ook gezegd: dan stoppen we ook direct met het maaien op de velden die als laatste zijn uitgereden. Dus dat is de tijdsgeest waarin dat is gebeurd.
En ja, mijnheer Van Braam, de klachten die binnenkwamen, wij moeten even gaan kijken of dat allemaal nieuwe klachten waren op basis van de velden die als laatste zijn uitgereden, of dat dat nog klachten waren die ook op basis van de oude velden natuurlijk, want uiteindelijk krijgt dat een soort loop. Terecht dat mensen zich allemaal ongerust maken en klachten indienen: hoe kan dit nou, hoe zit dat nou? Dus ik kan niet helemaal traceren of dat nou ging op basis van de eerste velden nog, of dat er echt nieuwe klachten waren op basis van de laatste velden die uitgereden zijn. Want daar hebben we inderdaad in het totale proces, wat ik net ook heb uitgelegd, hebben we zeer zeker gekeken naar: wat is de invoer van de bokashi-materiaal? Daar is een eerste schifting al op gedaan. En wat is er uiteindelijk als laatste uitgereden? En daar is ook meteen achter de uitrijtractor een ploeg gaan kijken: wat voor materiaal zit daar dan misschien nog in? Dat is ook direct opgeruimd, dus … Maar iedere klacht is er één te veel en daar gaan we ook zeker aandacht aan spenderen.
We zitten wel te kijken: hoe kunnen we nou op een adequate en veel snellere manier klachten die binnenkomen op welke manier dan ook, of dat nou via het KCC gaat en met Facebook en Twitter, daar kan ik niet direct op antwoorden, maar op Facebook vaak zien we wel dat onze ploeg mensen heel snel op een Facebookbericht reageren en dat ze dat onderzoeken en ook direct in de organisatie uitzetten, maar alles is voor verbetering vatbaar. De voorzitter: De heer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, ik beluister de wethouder en ik hoor hem de hele tijd zeggen dat hij dingen moet uitzoeken, dat hij het niet weet. “Ik moet het nog nakijken, ik kom daarmee terug.” Ja, deze interpellatie staat al een tijdje gepland en ik moet heel eerlijk zeggen dat de Partij voor Ouderen en Veiligheid toch wel het idee heeft dat de wethouder heel slecht is voorbereid. Dit loopt al vanaf april, u had dit allemaal kunnen uitzoeken, dat heeft u niet gedaan. Ik hoop dat de informatiebrief die u naar de gemeenteraad gaat sturen wel iets beter in elkaar zit, want dat is wat wij van een wethouder verwachten, dat die weet wat er speelt, dat die weet welke termijnen ertussen gezeten hebben en dat hij zeker weet waardoor die problemen komen.
Dus waardoor is het vervuild, wanneer is het uitgereden, waardoor heeft die aannemer zijn werk niet goed gedaan? Dus ik begrijp niet helemaal, voorzitter, de wethouder maakt een heel lang verhaal. Bij ons thuis zeggen ze altijd: zo praat je poep lekker. Maar ik zou echt wel gewoon willen dat deze wethouder goed onderbouwd terugkomt naar deze gemeenteraad. De voorzitter: De heer Van Braam. De heer Van Braam (SP): Ja. De heer Van der Laan heeft helemaal gelijk, hij haalt de woorden uit mijn mond. Ik hoor hetzelfde. Ik hoor de wethouder zeggen: ja, daar gaan we aandacht aan spenderen, aan de
communicatie, we gaan kijken hoe we dat beter kunnen doen. Maar dit probleem ligt er nu al vanaf 16 april inderdaad. Ik had toch eigenlijk wel verwacht: hoe gaat u dan er nu voor zorgen dat u dit sneller gaat oppakken? En niet zeggen: ja, we gaan er aandacht aan spenderen en we zitten in een lerende organisatie en we moeten ons verbeteren. Maar ik hoor op geen enkele manier hoe. Dus, dat. De voorzitter: De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank, voorzitter. Ja, bij mij blijft ook nog even de vraag hangen die ik al stelde: we hebben in oktober gezien dat het fout ging. Dan denk je: je leert uit zo’n proces dat je extreem moet verbeteren in die voorscheiding en dat je heel alert moet zijn op wat er allemaal in zit en wat je dan extra moet doen om zeker te weten dat alles eruit gehaald is. Maar wat heeft de wethouder, wat hebben ambtenaren nou feitelijk gedaan met die kennis richting de tweede ronde die in april is uitgereden? Daar hoor ik eigenlijk nog steeds geen concreet antwoord op. Het tweede ding wat ik toch eigenlijk ook wel aandragen: we zijn gestopt met maaien met machines, maar de schaapskudde bleef gewoon rondlopen in Zaanstad.
Nou lijkt het erop dat een aantal schapen zijn overleden door zomerlong, zomerlongontsteking moet ik zeggen, bij de IJdoornflat, maar ik maak me er toch wel ongerust over dat we wel ook schaapskuddes over die bokashi hebben laten lopen, iets waar we al heel bang voor waren dat het met honden zou kunnen gebeuren dat die die rotzooi binnen zouden kunnen krijgen. Het is niet met zekerheid vast te stellen wat er nou precies met die schapen gebeurd is, maar ik maak mij er wel zorgen over dat bepaalde maaimethoden dan wel acuut stopgezet kunnen worden en andere maaimethoden blijkbaar niet. Daar hoor de wethouder ook nog graag even over. De voorzitter: Mevrouw Rot. Mevrouw Rot (DZ): Dank u wel, voorzitter. Even in navolging van collega Van der Laan vraag ik mij nog steeds af waarom de wethouder niet concreet antwoord op de vraag heeft gegeven of hij vindt dat hij in control is. En zo niet, hoe hij denkt in control te komen? En ik constateer dat er een of meer vragen die geformuleerd zijn in de interpellatie nog niet beantwoord zijn door de wethouder, dus ik hoop dat hij die nog van een antwoord zou willen voorzien. Dank u wel. De voorzitter: De wethouder heeft het woord. De heer Slegers (wethouder): Dank u, voorzitter. De voorzitter: Sorry, mevrouw Schuttevaer had ook haar hand opgestoken, die had ik per abuis gemist. Dus eerst mevrouw Schuttevaer.
Mevrouw Schuttevaer (ROSA): Dank u, voorzitter. ROSA was wel heel blij met de twee memo’s. Vooral de eerste waarin stond dat er werd gestopt met het gebruik van bokashi, en in de tweede met name het punt: “Een van deze verbeteringen is het eerder en proactief informeren van inwoners en raadsleden over dit onderwerp.” Dat vonden wij een hele belangrijke de toekomst. Hier heb ik een vraagje over. Betekent dit dat de raad dan ook wordt geïnformeerd voortaan voorafgaande aan het gebruik van bokashi? En dan met name over de kwaliteit van de bokashi op dat moment. Ik had nog een vraagje over de raadsinformatiebrief die eraan komt. Komt daar ook in te staan waar de bokashi wordt gemaakt en door wie en wanneer precies die aannemer in beeld komt? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder Slegers heeft het woord.
De heer Slegers (wethouder): Dank u, voorzitter. Mijnheer Van der Laan, het betreurt mij als u denkt dat ik om de brij heen ga, of dat ik bepaalde antwoorden niet weet. Ik heb denk ik aangegeven hoe de systematiek is geweest, wat we hebben geconstateerd, wat we eraan hebben gedaan. Dat heb ik ook in de memo’s uitgelegd en ook specifiek naar aanleiding van alle technische vragen die er zijn geweest en alle antwoorden die u ook allemaal heeft gehad. Daarin hoop ik ook dat daar in ieder geval heel veel vragen mee opgelost waren. Ik ben met mevrouw Rot, vraag ik mij dan even af of mevrouw Rot kan aangeven welke vraag ik dan niet beantwoord heb volgens mevrouw Rot, dan ga ik dat alsnog doen. Dan mijnheer Mattens, de schapen, daar heeft u ook vragen over gesteld en dat is inderdaad geconstateerd dat een aantal schapen gestorven zijn, maar dat is absoluut door de zomerlong. Daar is geen twijfel over mogelijk, dat is ook onderzocht, dat heeft niets met de bokashi te maken, helemaal niets. Alle andere vragen, ook mevrouw Schuttevaer, als wij … We komen ook in die raadsinformatiebrief, wat ook in de memo is toegezegd, komen wij terug op het relaas van de bokashimethode zoals we die nu hebben gedaan, van daaruit te kijken wat dan een betere methode zou zijn. Daar komen wij bij u terug op terug in de raad.
Als alle vragen daarop met aannemers, wie welke aannemer, waar de bokashi vandaan komt, waar die neergelegd wordt, wanneer dat we uit gaan rijden, dan zullen we dat zeer zeker doen. De cruciale vraag of deze wethouder in control is: wij denken dat we zeer zeker in control zijn, met die aanpassing dat ook wij leren van ieder moment. En daar wil ik niet mee zeggen om dat af te zwakken. Ook wij maken inderdaad fouten en we zullen dat zeer zeker tot ons toenemen, ook alle kritiek die u heeft daarop, maar zeker op basis van de communicatie is dat absoluut voor verbetering vatbaar en dat zullen we ook echt ter hand nemen. Daar hebben we ook allerlei onderzoeken voor gehad, ook op basis van de openbare ruimte. Dat hebben we allemaal ter harte genomen en ook daar zijn we volop mee bezig om al die punten die daarin genoemd worden, die voor verbetering vatbaar zijn, om die mee te nemen in het vervolg. Daar zullen wij u ook als raad van op de hoogte houden hoe het vervolg daarvan is en hoever dat we daarin staan. Dus wij zullen zoveel mogelijk in de raadsinformatiebrief aan u uitleggen en als u daarop nog vragen heeft, dan kunt u die uiteraard natuurlijk altijd stellen. De voorzitter: Dank u wel. Ik moet constateren dat de spreektijd van het college over de helft is. Dat is ook het geval voor de Partij voor de Dieren en de SP. Mevrouw Rot vroeg het woord, en heeft het woord.
Mevrouw Rot (DZ): Dank u wel, voorzitter. Ja, wethouder, dank voor dit antwoord, maar de vraag is natuurlijk gesteld in de context van uw ambt. U geeft een antwoord over in control zijn namens uw organisatie en namens onze organisatie, maar dat zijn volgens mij twee verschillende dingen. In een interpellatie in dit geval gaat het over uw ambt en niet zozeer over of de organisatie het wel of niet goed heeft gedaan, want u bent daar tenslotte eindverantwoordelijk voor. Dan ben ik u nog een antwoord verschuldigd op de vraag welke vragen dan niet beantwoord zijn. Dat betreft de vragen vijf, zes en acht. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, vraag aan de wethouder: binnen hoeveel tijd komt die brief? Kunnen we daar een goede, korte termijn aan hangen, dat dat niet zo meteen wordt gedwarsboomd door het reces? De voorzitter: De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank, voorzitter. Ik hoor de wethouder met hele stelligheid zeggen dat die schapen daar niet aan zijn overleden en daar kan ik een heel eind misschien in mee komen, gegeven de weersomstandigheden, maar wat mij wel schokte over deze situatie is dat schapen blijkbaar van deze kudde opgevouwen in achterbankjes van personenauto’s en ergens kunnen worden afgevoerd door mensen die als derde worden ingevlogen. Of wij daar ook de processen op orde hebben, dat vraag ik mij af.
Dus helemaal de
constatering: we hebben het uitgebreid onderzocht, het is honderd procent zeker, we weten het allemaal ze… Daar ga ik toch nog wel nadere vragen over stellen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog andere sprekers? Nee? Dan heeft de wethouder het woord om te reageren op de laatste vragen. De heer Slegers (wethouder): Klopt. Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Van der Laan, voor het zomerreces heeft u in ieder geval de raadsinformatiebrief, dus dat is verzekerd. En of deze wethouder in control is. In control is naar mijn mening dat ik adequaat reageer op zaken die binnen de organisatie spelen en die naar mij toekomen, en ook de processen daarvan. Alles is voor verbetering vatbaar, maar we maken wel op dat moment op die keuzes ook vooruitgang. Dus wat dat betreft denk ik dat we in control zijn met dien verstande dat we ook opbouwend zijn daarin en ook successen boeken. Dit is er niet eentje van, maar deze wordt wel meegenomen in het leerproces en van daaruit ook verbeterd in het totaal geheel van de openbare ruimte. Vandaaruit ook dat we ook met de aanbevelingen die we ook hebben gehad, ook vanuit de Rekenkamer, al dat alles bij elkaar zijn we daar echt hard mee bezig om al die vooruitgangen in kaart te brengen en van daaruit ook vooruitgang te boeken.
Dus wat dat betreft is het nog een lange weg, dat ook, maar met u en met ons en ook met de inwoners proberen we daar wel het beste resultaat van te maken. Dat is wat we op dit moment ook echt met man en macht aan het doen zijn. Dan heeft u het over vraag vijf, zes en acht. Daar bedoelt u mee, mevrouw Rot, de vragen die ten aanzien van het interpellatiedebat zijn gestuurd? De voorzitter: Dat lijkt mij vanzelfsprekend. De heer Slegers (wethouder): Oké. Ik kan ze zo niet één, twee, drie vinden. Maar in zijn algemeenheid op vijf, zes en acht, is het zo dat: nee, we vinden dat zwerfvuil niet acceptabel is, ook niet in de bokashi-methode zoals we die nu hebben gedaan. Er werd ook een vraag gesteld of wij hier een vergunning voor nodig zouden hebben. Die hebben wij daar niet voor nodig. Dat is ook zo beantwoord, ook in de technische vragen die er gesteld zijn en waar ook de antwoorden zijn gegeven. Want op eigen grond zijn wij vergunningsvrij wat dat betreft. Wil niet zeggen dat op basis van deze bokashi-methode en het zwerfvuil wat erin heeft gezeten, dat we daar blij mee zijn dat het op deze wijze is gebeurd, natuurlijk. Maar het is niet vergunningsplichtig. Tot zover. De voorzitter: Dank u. Dan kijk ik of er nog woordmeldingen zijn. De heer Van Braam. De heer Van Braam (SP): Ja, ik kom nog even terug over dat in control zijn.
De wethouder zei letterlijk: we denken in control te zijn. Dus u bent niet overtuigd dat u in control bent, u twijfelt er zelfs eigenlijk over. U zegt ook dat u gaat werken aan de zicht… U geeft ook niet aan …. O ja, dat zei u: we maken vooruitgang. Maar hoe maakt u de vooruitgang dan? De heer Van der Laan zei het net ook al: u gebruikt veel woorden zoals aandacht spenderen en we denken in control te zijn, we maken vooruitgang. Maar het is niet zichtbaar, het is niet tastbaar. De voorzitter: Mevrouw De Boer zag ik. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): We missen vraag zes nog en vraag vijf. Hoe kan het dat wij het blijkbaar acceptabel vinden dat er plastic in de bokashi zit, ook al is het maar een heel klein deel? Want de woordvoerder zei: er zit meer in dan verwacht. Dan verwacht je dus al een deel plastic. Als we onze inwoners willen stimuleren om zwerfafval te voorkomen, dan zal je toch op zijn minst het goede voorbeeld moeten geven. Aanvullend op de heer Van Braam, want terecht, de woorden die de wethouder kiest klinken mooi
zoals nu een leerproces, maar ik zie geen … Dat heeft u in oktober ook beloofd en ik zie geen verschil. Dus hoe kunt u ons, nou ja, ervan overtuigen dat dat nu anders gaat? De voorzitter: Mevrouw Rot. Mevrouw Rot (DZ): Ja, wat mevrouw De Boer zei, voorzitter. De voorzitter: Dank u. De heer Slegers. De heer Slegers (wethouder): Wij accepteren natuurlijk niet dat er zwerfafval in Zaanstad zou moeten zijn. Daar hebben we ook allerlei campagnes voor. We hebben een Zwerfvuil-Estafette, maar uiteindelijk zit het ook bij ons en bij de burger om te bekijken dat het goed op het netvlies staat dat zwerfafval voor ons desastreus is. Het zijn inderdaad, mevrouw De Boer, en daar zullen we heel zorgvuldig mee om moeten gaan denk ik, want daar bedoelt u op, dat we zorgvuldig moeten zijn in onze woordkeuze en dat we niet accepteren dat: ja, als er een klein beetje in zit, dan zou dat acceptabel moeten zijn. Nee, ik denk dat we als gemeenschap het niet acceptabel moeten vinden, daar ben ik zelf ook van overtuigd, niet acceptabel zouden moeten vinden dat er überhaupt zwerfvuil in onze gemeente ronddwaalt en sowieso dat doet. Het zal ook niet motiverend zijn voor mensen op basis van het scheiden van afval dat als wij daar het slechte voorbeeld in geven, dat anderen dan denken: nou ja, als de gemeente het kan, dan kan ik het ook.
Dus we zullen onze stinkende best doen om dat proces nog veel verder te gaan verbeteren. Als u zegt: ja, dat traject. Wij komen van ver. Als u weet dat wij ook binnen de openbare ruimte al een aantal periodes hebben moeten bezuinigen – en niet alleen op personeel, maar ook op allerlei dingen binnen de openbare ruimte – en u weet dat we nu op een C-niveau zitten en we willen echt terug naar een B-niveau, maar dat heeft wel tijd nodig. Dus als u zegt: bent u in control? Wij zijn bezig met processen te hervatten en te kijken waar we stap voor stap – want we kunnen niet alles in één keer – maar stap voor stap ook daadwerkelijk die kwaliteit kunnen leveren en dat ook kunnen borgen met die kwaliteit. Dat kunnen wij niet alleen, dat zullen we met zijn allen moeten doen, maar wij zullen daar inderdaad zelf het goede voorbeeld in moeten geven. Maar het kan niet zo zijn dat wij binnen een jaar in één keer alles voor elkaar hebben, dat zal stap voor stap moeten gebeuren en daar gaan we ook kei- en keihard aan werken. Daar hebben we genoeg zaken voor liggen die onze aandacht daarin vergen en daar gaan we ook hard aan werken, maar ik kan niet alles in één keer. Dan, ik hoop ook dat ik daarmee de vraag heb beantwoord van dat wij niet accepteren op basis van de vragen die toen in het interpellatiedebat zijn gesteld. Wij accepteren het ook niet, en het is helaas gebeurd.