CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raad 17 juni 2021

Raadsvergadering 17 juni 2021, gemeente Zaanstad36.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Voor GroenLinks is het allerbelangrijkst dat Zaanstad de uitstoot van CO2 vermindert, zodat we onze ambitie halen om uiterlijk in 2040 – en liever nog in 2030 – klimaatneutraal te zijn. Want afgezien van een coronacrisis moeten wij geen moment vergeten dat er ook een klimaatcrisis is. Een tweede idee vanuit de Ideeënmarkt, dat woningen efficiënter van het gas afgehaald kunnen worden. Dat kan misschien dan ook wel goedkoper, want de kosten is ook een belangrijke factor en wij vinden daarbij zeker dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Want helaas zal een klimaatcrisis ook de sociaal zwakkeren treffen, dat moeten wij koste wat kost eigenlijk voorkomen. Zoals wij bij de coronacrisis solidair konden optrekken, moet dat ook bij de klimaatcrisis kunnen. En bedenk wel: voor de klimaatcrisis bestaat er geen vaccin. Dank u wel. De voorzitter: Ik zag al reacties van de heer Van Haasen en mevrouw Onclin. Eerst de heer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Bedankt, voorzitter. Ik heb een vraag aan de fractievoorzitter van GroenLinks, hoe zij dat voor zich ziet, hoe een nieuw woningruimteverdelingssysteem leidt tot kortere wachttijden? Want volgens ons kan dat alleen maar als je meer woningen hebt. De voorzitter: Mevrouw Mathkor.

Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Ja, natuurlijk blijft bouwen, bouwen, bouwen ook heel erg belangrijk, maar door dit zoeksysteem, dat mensen die actief zoeken bovenaan komen en dat je dus ook zo’n wachtlijst

kan opschonen, omdat daar veel mensen opstaan die helemaal niet reageren, die daar wel opstaan als reserve, wie weet wat er verder ooit dan gebeurt, maar die verder eigenlijk helemaal niet actief zoeken. Daarom vinden wij dit op zich een goed systeem, omdat je zo ook de wachtlijsten kunt opschonen en daardoor misschien ook de wachtlijsten wat korter worden. De voorzitter: De heer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Maar een nieuw verdeelsysteem, die zorgt toch alleen maar voor een andere volgorde van verdelen, toch niet voor het verkorten van de lijst? Ik zie dat niet helemaal helder. Ik denk niet dat mensen die niet actief zoeken dan ineens van de lijst verdwijnen, want je krijgt alleen een andere volgorde. Die wachtlijst blijft net zo lang, naar mijn mening. De voorzitter: Mevrouw Mathkor. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Ja, maar er komt wel een onderscheid in tussen de mensen inderdaad die actief zoeken en de mensen die eigenlijk nauwelijks zoeken. Daar kan je … Ja, ik hoef mezelf niet eindeloos te herhalen en u ook niet. Volgens ons leidt het wel tot uiteindelijk een opschoning van de wachtlijsten en dat je kan zeggen dat de wachtlijsten toch wat zijn gekrompen. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Brekelmans zei het net ook al: er is al 3,5 miljoen in deze voorjaarsnota opgenomen aan Rijksgelden.

Dat klopt, maar er is ook gezegd dat er 1,3 miljard komt. Als we er dan vanuit gaan dat Zaanstad ongeveer 1 procent krijgt, net iets minder, dan komt er veel geld onze kant op. Meer dan dat er nu begroot is, meer dan dat we tekortkomen, dus er blijft nog wat over. Dan hoor ik mevrouw Mathkor zeggen, voorzitter: dat geld wil GroenLinks graag oormerken. Begrijp ik dan goed dat de fractie van GroenLinks liever op een pot geld gaat zitten dan dat ze de prioriteiten uitvoeren, maaibeleid en openbare ruimte? Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Nou, misschien heb ik het niet duidelijk genoeg gezegd. In elk geval, het geld dat vrijkomt uit de arbitrage, dat is echt specifiek voor jeugdhulp bedoeld. Dat moeten wij daarvoor oormerken. Betekent wel dat door deze tekorten inderdaad in te vullen die er waren, dat je daarnaar moet kijken, of je die nu anders kunt inzetten. Daar, zoals ik ook gezegd heb, willen we graag de discussie over. De voorzitter: De heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Mevrouw Mathkor, het zijn alleen maar aannames, dat er geld loskomt vanuit Den Haag. Het zijn aannames dat er geld komt voor de jeugdzorg, het zijn aannames dat er geld komt uit de herijking van het gemeentefonds. Maar er staat nog helemaal niets vast, er wordt hier gegokt met geld wat er niet is. De voorzitter: Mevrouw Onclin.

Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Voorzitter, want mevrouw Mathkor geeft geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was: de fractie van GroenLinks, niet het Rijk, de fractie van GroenLinks wil deze gelden oormerken. Maar, zoals het er nu uitziet – mijnheer Brekelmans heeft gelijk: het zijn aannames – maar zoals het er nu uitziet krijgt wij meer geld dan we nodig hebben voor jeugdzorg. Is mijn constatering dan terecht dat de fractie

van GroenLinks liever op dat geld blijft zitten dan dat ze het uitgeven aan de prioriteiten zoals door het college is beschreven, waaronder maaibeleid en openbare ruimte? De voorzitter: Mevrouw Mathkor. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Nou, mijnheer Brekelmans heeft helemaal gelijk dat het aannames zijn, dus laten we eerst kijken wat er komt precies en daarna verder de balans opmaken. De voorzitter: De heer Tuijn en dan mevrouw Onclin. De heer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Ik wil mevrouw Mathkor daar wel een beetje in bijvallen, in de zin van: laten we eerst eens even kijken hoe dit uitpakt. Volgens mij is trouwens voor 2022 wel al een bedrag vastgesteld tussen de VNG en het Rijk, maar als we weten hoeveel geld het is moeten we ook natuurlijk nog kijken: hoe ziet de problematiek en jeugdzorg er verder uit en welke stappen moeten daar nog in gezet worden? Welke stappen hebben we bereikt met de maatregelen die we nemen, wat is daar nog in te bereiken verder? Maar ook: wat is er nodig om naar die wachtlijsten te kijken? We willen hier ook allemaal in deze raad dat die kinderen krijgen wat ze nodig hebben. Dus dat vergt nog wel eventjes breder kijken dan geld nu in stukjes hakken voor allerlei verschillende doelen. De voorzitter: Mevrouw Onclin.

Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Nee, maar voorzitter, volgens mij is mevrouw Mathkor het dan met mij eens, wat ik namelijk in mijn eigen bijdrage zei, dat het geen automatisme moet zijn – en dat is oormerken wel – dat al het geld dat onze kant op komt automatisch wordt gereserveerd voor jeugdzorg. Want als mevrouw Mathkor net zegt ‘we moeten een integrale afweging maken’, dan ben ik het helemaal met haar eens. Volgens mij is dat precies wat we moeten doen, maar dan moeten we het niet aan de voorkant oormerken, want dan is die integrale afweging niet mogelijk. De voorzitter: De heer De Vries. De heer De Vries (D66): Mijnheer de voorzitter, toen wij begonnen aan dit college wist de oude portefeuillehouder ons te vertellen dat we een vuiltje op moesten lossen van 13 miljoen tekort op jeugdzorg. Dat hebben we natuurlijk ook gedaan, want de jeugd verdient dat ook, onze zorg. Toen hebben we dus allerlei gelden uit allerlei potjes gehaald en dat is ten koste gegaan van andere dingen. Dus ik vind het volstrekt logisch dat als wij straks een bijdrage krijgen vanuit de Rijksoverheid, dat we een deel daarvan zouden kunnen gebruiken om de middelen die we hebben moeten pakken, zeg maar, waar we een deel van de stad misschien zelfs wel mee uitgehold hebben, bijvoorbeeld onderhoudsachterstanden op een ander niveau gezet hebben, dat we die weer terug proberen te brengen.

Dus het oormerken van de hele pot geld alleen voor jeugdzorg gaat mij een stap te ver. De voorzitter: Mevrouw Mathkor eerst. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Het gaat erom dat … Kijk, het geld, wij vinden wel dat het geld dat uit die arbitrage komt, want dat is specifiek ook bestemd voor de jeugdhulp, dat vinden wij dat geoormerkt moet worden. Voor de rest heeft mijnheer De Vries gelijk, eerder is er geld naar jeugdhulp toegestroomd omdat er verder geen andere middelen waren op dat moment. Dat kan je het beste integraal afwegen, maar dat staat los van het geld wat nu vanuit de arbitrage komt. Althans, zo zien wij het.

De voorzitter: De heer Keijser. De heer Keijser (POV): Even in reactie op de heer De Vries. Het geld wat dus uit andere potjes is gekomen dan jeugdzorg, dat is daar heengegaan omdat dat geprioriteerd werd, de jeugdzorg had een hogere prioriteit. Als het geld nu komt uit het Rijk voor jeugdzorg denk ik dat die prioriteit ook moet blijven bestaan. Jeugdzorg heeft de hoogste prioriteit, voordat we die andere potjes weer gaan vullen. De voorzitter: De heer De Vries, dan mevrouw De Boer. De heer De Vries (D66): Voorzitter, laat ik er volstrekt helder over zijn dat jeugdzorg hoog in het vaandel staat. Dat zijn degenen die de minste stemmen hebben hier in dat huis en waar wij over moeten besluiten, laat dat helder zijn. Maar als wij de jeugdzorg op een zodanige manier kunnen organiseren dat we aan de Rijksbijdrage geld over zouden houden, dan vind ik het volstrekt logisch dat we dat op een andere manier inzetten. Dat hebben we vroeger ook gedaan, daar hebben we wel eens een school van verbouwd, van gelden die voor de Wmo bestemd waren. Dus dat is niks vreemds, dat kunnen we nu best weer doen als wij het goed organiseren. Wij hebben de stad een keer uitgehold ook, omdat we jeugd in een hoog vaandel hadden staan. Daar blijf ik bij, dat vind ik ook, geen woord verkeerd over.

Maar ik vind het wel logisch dat als je dus extra middelen krijgt en jij weet het beter te organiseren, zodat je eraan overhoudt, dat je die op een andere manier in kan zetten. De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Ja, ik vind dit een hele pijnlijke discussie, want de VNG heeft enorm strijd geleverd en vervolgens heeft arbitrage uitsluiting moeten geven. Als het Rijk nu deze discussie hoort, dat wij ook nog het idee hebben dat we heel veel geld overhouden en we dat ook nog aan andere doelen kunnen uitgeven, dan maken we ons echt volslagen belachelijk. Daarnaast hebben we natuurlijk zeker geen garantie voor 2023, waarin we van het Rijk ook nog eens een enorme opgave hebben gekregen om alle kosten binnen de perken te houden. Dus ik zou echt heel voorzichtig zijn met deze discussie. Dank u, voorzitter. De voorzitter: De heer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Ik wilde reageren eigenlijk op de heer De Vries en dat heeft te maken met hoe hij het brengt, want ik weet vanuit een vorige discussie ook dat u heel erg juist voor die jeugd bent en heel erg kijkt van die wachtlijsten, het gaat juist om kwaliteit. Maar zoals u het hier net brengt lijkt het net alsof u denkt: er is wel genoeg uitgegaan, het kan wel weer terug. Maar u nuanceerde dat daarna, dus toen dacht ik misschien … Nee, laat maar.

De voorzitter: Mevrouw Onclin en dan de heer Pauw en dan sluiten we dit debat af. Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Voorzitter, heel kort, want mevrouw Mathkor weet het mooi te brengen, maar ik heb nieuws voor mevrouw Mathkor: het is of integraal afwegen of oormerken. Maar je kunt niet iets dat je oormerkt vervolgens integraal afwegen. De voorzitter: De heer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Voorzitter, volgens mij krijgt deze discussie een hele andere wending als de cijfers daadwerkelijk bekend zijn. Dan kunnen we er altijd nog verder over praten.

De voorzitter: De heer De Vries. De heer De Vries (D66): Voorzitter, ik kan me nog een opening van een politiek jaar herinneren dat er een staatssecretaris was – zijn naam was Van Rijn, als ik hem hier mag noemen – toentertijd, die zei: we gooien de jeugdzorg over de schutting van de gemeente. Maar, zei hij erbij, we laten jullie niet in de steek. Als jullie geld tekortkomen kunnen jullie bij ons aankloppen. Er kwam een nieuw kabinet, we klopten aan en we klopten voor niks aan. Uiteindelijk is er na vele strijd, is er na – hoe heet zoiets? – na het VNG heeft het geweldige werk gedaan komt er nu geld. Maar ik vind dat heel erg – hoe zal ik dat zeggen, netjes? – ik vind het heel legitiem om eventueel een deel van dat geld wat je dan nu krijgt terug te brengen daar naar waar het eigenlijk hoort. Want we zijn wel in de steek gelaten door de Rijksoverheid en het is bevochten en dat is goed. Nou ja, goed, verder heb ik gezegd wat ik gezegd heb, net zo goed als mijnheer Tuijn, denk ik. De voorzitter: Ja, dat is in de bel. Daarmee ronden we dit … De heer Brekelmans heeft nog één cri de coeur. De heer Brekelmans (POV): Ik had al vijf minuten geleden gevraagd om het woord, maar ja, zo ben ik, dan laat maar zitten. Voorzitter … De voorzitter: De heer Brekelmans een laatste zin en dan gaan we door naar mevrouw Neefjes. De heer Brekelmans.

De heer Brekelmans (POV): Voorzitter, even naar mijnheer De Vries toe. Die begint altijd eerst met de geschiedenis, maar misschien kunt u zich elf jaar geleden nog herinneren, dat hier toen zat een wethouder, die ging één miljoen bezuinigen op de Wmo. Die zei: “Ja, ik stop het in een potje en als het nodig is dan komt het weer uit dat potje en dan krijg je het terug.” Misschien weet Pauw dat ook nog wel. Elf jaar geleden, ik zat net in de raad, ik schrok me rot. En we gaan nu weer een half miljoen bezuinigen op het WME. Kom op. De voorzitter: Goed, we gaan door naar mevrouw Neefjes met haar bijdrage. Het woord is aan mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Voorzitter, dit is een tijd van een zon en wolken. Zon, omdat het coronavirus lijkt bedwongen en we klaarstaan om het leven weer op te pakken. Wolken, omdat er achter de voordeur van het Zaanse stadhuis gedoe is. Het zou heel triest zijn als goede plannen en geweldige inzet van velen in dit huis stuklopen op slechte samenwerking, juist nu de voorjaarsnota melding maakt van de stappen vooruit die we maken: er worden woningen gebouwd, inwoners zijn bezig met funderingsherstel en verduurzaming van hun huizen. Er zijn en worden visies vastgesteld. Om de molen op de wind te houden is het nodig dat hier een nieuwe wind gaat waaien, zodat de visies ook allemaal uitgevoerd kunnen worden.

De volgende punten wil de ChristenUnie bespreken en aan het college meegeven. Naast coronagelden komen er extra gelden naar Zaanstad, zoals de Woningbouwimpuls en de Regiodeal ZaanIJ, waarmee we de ambitie van Pact Poelenburg dichterbij kunnen brengen. Goed gedaan. We zijn blij met de keuze om niet te bezuinigen, maar juist door te zetten en ons uit de crisis te investeren. We zien de koppelkansen helaas nog niet zo duidelijk. Er is gelukkig steeds meer aandacht voor voorzieningen in de stad. Voor zover deze nog niet betaald kunnen worden kan het Transformatiefonds mogelijk ingezet worden. Want blijf investeren in ruimte voor ontmoeting, voor groen en voor speelruimte in de stad. Als mensen uit hun huizen komen omdat buiten iets te doen is, doen we ook iets aan het voorkomen van eenzaamheid. We willen graag een update over de buurthuizen na corona en zien uit naar de totstandkoming van de Maatschappelijke Visie als complement van de fysieke Omgevingsvisie. Tijdens de Ideeënmarkt werd een betere verwelkoming voor nieuwe bewoners voorgesteld. In overleg met de indienster heeft de ChristenUnie een motie voorbereid om in nieuwe buurten kort na de oplevering een

bewonersbijeenkomst te organiseren. Bloemenlinten zijn een groot succes, een relatief kleine investering die bijdraagt aan herstel van biodiversiteit en die de stad mooier maakt. Blijf inzetten op het terugdringen van stikstofuitstoot en CO2. Het budget voor Stappensubsidie was op 20 mei al op, dat is jammer. Isolatie van onze oudere woningvoorraad is één van de simpelste manieren. Een nieuwe motie lijkt ons overbodig. De ChristenUnie vraagt om de aangenomen motie 25 over Stappensubsidie uit november ook uit te voeren. Bij de vorige begroting is tijdelijk ruimte gevonden om de leges grafrechten niet te laten stijgen, met de belofte om een structurele oplossing te vinden. We willen het college graag aan deze belofte houden en vragen u om bij de begroting met een voorstel te komen. De gunstige ontwikkelingen van besmettingscijfers en de vaccinatiegraad geven goede hoop op een eind-in-zicht van allerlei beperkende COVID-maatregelen. We winkelen alweer en de horeca gaat versneld open, we kunnen voorzichtig op vakantie. Na de zomer starten de scholen, zullen we minder thuiswerken, zullen sport en het culturele leven weer verder op gang komen. De economie herstelt en de samenleving blijkt veerkrachtig. Maar er is veel schade geleden: mensen hebben geliefden verloren, zijn hun gezondheid, baan of onderneming kwijt en worstelen nog met de financiële gevolgen.

Er is, vooral door jongeren, eenzaamheid en een onzekerheid ervaren die niet zomaar voorbij is. Wij vinden dat het goed zou zijn om daar een gezamenlijk moment bij stil te staan. We hebben een motie voorbereid die oproept om in september of oktober een herdenking te laten organiseren voor de hele stad. Een bijeenkomst voor en door inwoners en organisaties, met mogelijk aansluitend een dag om ook het einde van deze coronatijd te vieren. Tot slot kiest de ChristenUnie voor kansen voor onze jeugd en maatregelen die ervoor zorgen dat iedereen meedoet. Het is belangrijk om na corona een nieuw perspectief te bieden aan echt iedereen. Er is een overschot op de Jaarrekening 2020 en wij zien dat graag gebruikt voor dit doel in plaats van het te laten terugvloeien in de algemene reserve. Dit geld is nu nodig om de crisis te boven te komen en dat is precies waar een algemene reserve voor bedoeld is. Voorzitter, ik wil afsluiten met het refrein van een liedje: Geloven van Youp Van ’t Hek. In een opsomming van de donkere wolken boven de samenleving zingt hij dit refrein. Het lied eindigt met twee herkenbare vragen. Ik geloof dat daar, mits oprecht gesteld, een antwoord op komt. Het gaat als volgt, het refrein: “Maar toch, en toch. En toch, en toch. En toch, en toch. En toch blijf ik geloven in de bloemen en de lente, de lente met zijn jonge milde groen.

Ik blijf geloven in de kracht en de talenten die iets aan onze wereld willen doen. Ik blijf geloven in het kind dat niet kan liegen, mijn kleinzoon met zijn lief en blij gezicht. Ik blijf geloven in de vogels die nog vliegen. Ik blijf geloven, ik blijf geloven in het licht. Geloven in het licht, de wereld die moet vechten. Geloven in het licht, we mogen niet kapot. Geloven in het licht, en wie is onze herder? Geloven in het licht, en waar is toch die God?” Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Voorzitter, ik heb voor mevrouw Neefjes een aantal vragen die ik eerder vanavond ook al gesteld heb. Ik hoor de ChristenUnie zeggen: wij willen toch uitvoering, dus geld voor de Stappensubsidie, wij willen toch dat de begraafrechten omlaaggaan. Dus vraag één, net als aan mijnheer Wit: wat gaat het college volgens de ChristenUnie dan niet doen om deze wensen te kunnen dekken? Vraag twee, net als mijnheer Pauw: wat is het verschil tussen de algemene reserve en de reserve onvoorziene omstandigheden, zoals de ChristenUnie die omschrijft? Volgens mij is namelijk de definitie van de algemene reserve: een reserve voor onvoorziene omstandigheden. In het tweede deel verwijst de ChristenUnie naar: we willen dit om COVID-gerelateerde zaken op te lossen.

Waarom heeft de ChristenUnie er dan niet voor gekozen om voor te stellen om het toe te voegen aan de coronareserve? Voor die reserve heeft de raad namelijk al spelregels met elkaar afgesproken en het lijkt mij enorm elkaar bezighouden en werkverschaffing als we nu nog een extra reserve gaan bedenken waar we dan ook weer spelregels voor met elkaar moeten afspreken. De voorzitter: Mevrouw Neefjes.

Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Wij hebben als raad een tweetal moties aangenomen. De eerste ging over begraafrechten en de ander ging over de Stappensubsidie. In die moties hebben wij gevraagd om bij de voorjaarsnota met een uitwerking, een idee te komen op welke manier je dat zou kunnen borgen en waarop je wel gelden voor zou kunnen vinden. Dat is niet gebeurd, maar we zijn nog niet zover als bij de begroting, dus wij willen gewoon met deze moties aandringen om toch te blijven zoeken tot we bij de begroting gekomen zijn, om dit toch op te lossen, omdat wij dit belangrijk vinden. Niet alleen wij, want deze moties/amendement zijn door deze raad aangenomen. Uw andere vraag over die algemene reserve, coronareserve, een bijzondere reserve. Wat wij willen aangeven is dat wij het belangrijk vinden dat het geld wat overgebleven is van vorig jaar, dat wij dat niet in de algemene reserve laten terugvloeien en dat dus verder niet meer terugzien. Wij willen dat graag reserveren voor alle effecten van corona die we nu langzaamaan zullen gaan merken. Dat is nog lang niet allemaal duidelijk, wij willen gewoon zorgen dat dat beschikbaar blijft. Als u zegt: stop dat dan in de coronareserve. Nou, daar wil ik best over nadenken en misschien kunnen we dat in het Zaanstad Beraad nog verder bespreken. De voorzitter: Mevrouw Onclin.

Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Voorzitter, ik heb thuis aangegeven dat ik graag een nieuwe auto wil, maar onze spaarrekening zegt dat het niet kan. Dan kan ik nog vijf keer zeggen dat ik het echt heel graag wil en mijn partner vragen om nog zes keer onze bankrekening te checken of het kan, maar het einde van het geld is het einde van het geld. Ik denk dat het prettig zou zijn als deze raad zich dat ook een keer gaat realiseren, dat we eindeloos kunnen herhalen aan het college wat we heel graag willen, maar einde geld is einde geld, net zoals thuis. De voorzitter: De heer Wit, dan de heer Pauw en de heer De Vries. De heer Wit (CDA): Ja, twee reacties op mevrouw Onclin. Bedankt, voorzitter, en bedankt, mevrouw Neefjes. Kijk, u begon uw bijdrage met het afschaffen van erfpacht, hondenbelasting, dus u moet niet te makkelijk over geld praten dat we niet kunnen dekken, dat is één. Twee, u keert het weer om. Wij hebben als raad gewoon – het politiek orgaan dat de kaders stelt – financieel gezegd: wij willen dit, dat en dat. Moeten wij dan twee keer beslissen dat we iets willen doen? Er is gewoon een fout gemaakt, denk ik, in de beoordeling door het college. Dat is helemaal niet erg, want zij moeten echt heel veel geld op een rij zetten. Maar de raad zegt nu op een paar punten: dit willen we gewoon prioriteit geven. Dan moet u niet dat afdoen met: ja, ik heb geen geld.

Nee, dan zoeken we geld. De voorzitter: De heer Pauw. De heer Pauw (ROSA): De heer Wit was me aardig voor, want ik wilde dus ook eigenlijk aangeven dat hier, en niet alleen maar de ChristenUnie, maar ook bij andere partijen, ideeën naar voren gedragen worden van: zou u dat geld niet hieraan kunnen besteden? De één gaat daar wat verder in als de ander, maar de big spender, de Sinterklaas, die zit daar. Die zit echt daar met de hondenbelasting en erfpacht. Mijnheer Zoomermeijer had precies gelijk: daar gaat het grote geld, dat wordt uitgegeven daar. Dat slaat een gat in de begroting wat we nooit meer kunnen herstellen. De voorzitter: De heer De Vries. De heer De Vries (D66): Mijnheer de voorzitter, ik hoorde mevrouw Onclin zeggen bij een eerder deel van deze avond, toen het over een grote som geld ging die voor jeugdzorg op ons af zou komen, dat ongeveer één

procent voor Zaanstad zou zijn. Dan nu, we hebben ook een keer zeshonderd miljoen is er door het Rijk uitgetrokken en daar zou ook één procent voor Zaanstad zijn. Zes miljoen en in de begroting staat drie. Dus ik bedoel, als je goed zoekt en goed kijkt in de begroting dan is er best wat te schuiven. Als je dingen wil realiseren dan kun je dat er best uithalen. De voorzitter: De heer Van Braam. De heer Van Braam (SP): Ja, ik vond het wel opmerkelijk wat de heer Wit zei. Er is eigenlijk helemaal geen dekking en eigenlijk wordt er aan de oppositie sowieso altijd gevraagd: waar is de dekking? En dan hoor ik de heer Wit zeggen: dan zoeken we naar geld. Is dat de methode waarop we het hier gaan doen? De voorzitter: De heer Wit. De heer Wit (CDA): Dank u, voorzitter. Dat u terugkomt op besluiten van de raad door De Kraaien in één keer niet te willen verhuizen. Wij zijn betrouwbaar en wij hebben als raad één keer besloten dat we iets willen en wij willen dat niet twee keer doen. Dat leidt tot inflatie van onze macht. Wij hebben gezegd: we willen dit. Dus als dat helaas niet is gelukt, dan gaan we dus zoeken. De voorzitter: Mevrouw Onclin eerst.

Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Voorzitter, ik snap dat een aantal van mijn collega’s het heel vervelend vindt als ik hun iedere keer op onze eigen spelregels wijs, maar ik vind het niet netjes als u mij woorden in de mond gaat leggen die ik niet heb gezegd. Ik heb namelijk heel duidelijk aangegeven dat de VVD wensen heeft voor wanneer er geld is. Ik wijs u nu een aantal keer op een aantal wensen die hier zijn uitgesproken, waarvan wordt gezegd: u fikst het maar, wethouder Financiën. En ja, mijnheer Wit, wij hebben spelregels met elkaar afgesproken, want deze raad gaat erover. Eén van die spelregels is dat dit college moet zorgen voor een sluitende begroting. Dus of u geeft dit college de opdracht om dan maar geen sluitende begroting te presenteren of u zorgt voor dekking voor uw voorstel. Maar u moet dit college niet wegsturen met opdrachten die ze niet kunnen uitvoeren. De voorzitter: Ik zag de heer Van Braam en de heer Mattens. De heer Van Braam. Nee? De heer Mattens en dan de heer Van der Laan. De heer Mattens (Partij voor de Dieren): Dank u, voorzitter. Want ergens zit er natuurlijk wel een punt in, hè? We begroten heel prudent, we zien jaar op jaar in de jaarrekening terugkomen dat het allemaal marginaal sluitend te krijgen is en dat we dan, als we terugkijken, dat er toch 1,8 miljoen euro resultaat geboekt wordt.

Dat zien we al heel lang en dat komt ook omdat je gewoon altijd heel voorzichtig probeert te begroten. Dat is in de basis natuurlijk wenselijk om te doen, maar zeker als we zo krap zitten dan is het ook de vraag: hoe prudent wil je begroten? En zijn er niet nog ruimtes om wat minder prudent te begroten, om bijvoorbeeld op duurzaamheidsbeleid of op andere plekken, die Stappensubsidie, daar ondersteun ik mevrouw Neefjes helemaal in, om dat wel leven in te blazen? Want wij vinden dat gewoon heel belangrijk. Hoe prudent wil je wezen? Dus die ruimte, dan vinden we geld, daar steun ik de heer Wit ook in, dat kan helemaal wel. De voorzitter: De heer Van der Laan, dan de heer De Vries. De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, als ik mevrouw Onclin zo hoor zou ik als partner echt niet om een nieuwe auto gaan vragen, als ik haar zo … Maar goed, mijnheer Wit, het kan ons ook sieren om terug te komen

op besluiten die we genomen hebben, wat misschien niet echt een heel goed besluit was. Als we nu kijken waar we heel veel geld hadden kunnen verdienen — hadden is altijd bij ons: kijkje paard in zijn achterste — maar de Zaanbrug staat ondertussen op 30 miljoen van de 23. U zei altijd: "Nou, dat is helemaal Been probleem, geen probleem, het geld loopt de Zaan in." Dus daar hadden we een goede slag kunnen slaan, dat wiide u ook niet. Waarom zou je als raad niet gewoon terug kunnen komen op een besluit wat je genomen hebt, dat is toch helemaal niet raar? Dus ik vind dat u dan zegt, dat is een snort van afname van onze geloofwaardigheid en van onze macht, vind ik een beetje overdreven, een beetje kindertheater. De voorzitter: Eerst de heer De Vries, dan de heer Wit. De heer De Vries (D661: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Mattens had het net via u over prudent begroten en daar heeft hij ook helemaal gelijk in. Maar dat doen we ook bij de begroting, in november, dan hebben we ook de debatten over de echte begroting. Nu hebben we een kadernota en in de kadernota stellen we kaders en die geven mee aan degenen die de begroting gaan opstellen de komende zomer en in november hebben we dan een diep debat en dan gaan we het misschien wel over dubbeltjes en kwartjes hebben. Maar tot die tijd stellen we gewoon kaders en dat doen we nu.

Dat hoeven we niet op de cent of nauwkeurig to regelen, we stellen kaders. Dus inderdaad, Ban geven we het college opdracht om Bingen to zoeken en we geven zoekrichtingen mee. Dat lijkt me een volstrekt logische werkwijze. Toch, mijnheer Mattens? De voorzitter: De heer Mattens. De heer Mattens (Partil voor de Dieren): Het is ook een logische werkwijze, maar op het moment Bat we nu uitgaan van 3,6 miljoen wat we van het Rijk gaan krijgen in plaats van 6 miljoen en we nemen vervolgens het besluit om 350.000 to bezuinigen op duurzaamheid, omdat we prudent begroten, Ban vind ik het wel heel belangrijk om nu die kaders mee to geven van: wees daar nou voorzichtig in. Want je maakt ook heel veel kapot als je nu gaat bezuinigen op die vlakken. De voorzitter: Het laatste woord is aan mevrouw Neefjes, want het ging om de bijdrage van haar. Dus mevrouw Neefjes heeft het woord. Mevrouw Neefles-Ufs (CU): Ja, ik wil toch nog even benadrukken Bat ik met mijn oproep aan het college niet gevraagd heb voor extra geld voor de leges voor begraven. Ik heb ook niet gevraagd voor extra geld voor Stappensubsidie, ik heb gevraagd of gezocht wordt Haar mogelijkheden. We weten Bat er een nota begraven is, waarbij ook andere keuzes gemaakt kunnen worden.

Er is gesuggereerd Bat de begraafleges ook, of de onderhoudskosten van begraafplaatsen meegenomen kunnen worden bij de andere algemene kosten voor onderhoud. Dat snort zoekrichtingen kun je ook aan denken, niet alleen aan geld. Sluiting De voorzitter: Goed, daarmee heeft iedereen zijn algemene beschouwingen gegeven en is er ook op gedebatteerd en is het 22:45 uur. Als het goed is, is Ban ook het Nederlands elftal klaar, Bus ik wens u aliemaal wel thuis en we zien eikaar Ban weer volgende week dinsdag en donderdag. Wel thuis, goedenacht. Vastgesteld in de raadsvergadering d.d. 16 September 2021 Griffier,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10567071/1