CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raad 17 juni 2021

Raadsvergadering 17 juni 2021, gemeente Zaanstad36.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ik weet dat in 2018 de woningcorporaties ons hebben aangeboden, symbolisch maar ook feitelijk, dat zij driehonderd sociale huurwoningen per jaar gingen bieden. Dat heeft niet de gemeente gezegd, dat hebben de woningcorporaties gezamenlijk gezegd. Driehonderd, tien jaar lang. Dat zij in die afgelopen drie jaar amper hebben gebouwd, dat kun je niet de gemeente alleen verwijten, of misschien zelfs helemaal niet. De voorzitter: De heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Voorzitter, even op mijnheer Tuijn. Het klinkt natuurlijk leuk als u zegt dat de gemeente geslaagd is in haar woningbouwprogramma. Maar hoe ziet u dan de oplopende wachttijden van woningzoekenden? Dat staat daar schril tegenover, want die stijgt alleen maar. En u zegt: de gemeente Zaanstad is geslaagd in haar woningbouwprogramma. Dat begrijp ik even niet. De voorzitter: De heer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Dank u wel, en dank u wel, mijnheer Brekelmans. Nee, zo heb ik dat ook niet gezegd. Wat ik heb gezegd, dat is tegenover de heer Hartog, die zegt: het is mislukt. Dan heb ik gezegd: nou, ik vind het best geslaagd als ik die planningen zie. Niet in de zin van: we zijn geslaagd omdat de wachtlijsten nu weg zijn, maar wel omdat er perspectief is en omdat we het beleid van de gemeente veranderd hebben. Dat vind ik dan in ieder geval een geslaagde stap.

Maar niet omdat die wachtlijst weg is, want dat deel ik met u, die zou weg moeten zijn, want we willen dat iedereen een fatsoenlijke woning heeft, en wel snel. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Dank u wel. Ik heb een vraag aan de heer Tuijn en daarmee is er ook nog een extra toevoeging aan het antwoord net op de vraag van mevrouw Mathkor. Ik hoor u zeggen het centrum,

maar als het gaat over het dubbel gebruik van ruimte, bent u het met ons eens dat het dan ook interessant zou zijn om te kijken of we meer combinaties van wonen en winkels kunnen maken? Eigenlijk zoals we vroeger ook heel veel in Amsterdam zagen, aan de voorkant winkel, aan de achterkant wonen of erboven wonen. Dat is mijn vraag. En ik heb een uitnodiging aan de heer Tuijn om een keer bij mij ‘s middags in de voortuin te komen zitten, want de heer Tuijn impliceert dat wegpiraten alleen in de auto zitten, maar ik kan u vertellen dat het fietskruispunt voor mijn deur laat zien dat wegpiraten niet alleen op vier wielen rijden. De voorzitter: De heer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Ik vond het voorbeeld fiets gewoon grappig, omdat de heer Heida over wegpiraten begon, dus ik dacht: hij bedoelt vast geen fietsen, maar ik ga dat gewoon lekker zeggen. Nee, ik weet dat fietsers, racefietsers, mensen met een elektrische fiets, ja, daar gaat ook wel eens wat mis. Weet je, dat is herkenbaar. Het dubbel gebruik van ruimte, natuurlijk altijd goed. Of dat nu gaat om parkeren en wonen, of bedrijven en wonen wat we ook een mooie combinatie vinden, dat kan natuurlijk ook met een winkelcentrum of met een school.

Daar moeten we wel heel goed naar kijken, want volgens mij was gemeente Zaanstad echt twintig jaar geleden al eens bezig met een school met de woningen samen, of dat als de school ging krimpen, dat er dan weer wonen in konden komen. Dat was niet zo’n heel groot succes, dus dat dossier moeten we er nog wel even bij pakken hoe we het ook alweer niet moeten doen. De voorzitter: We hebben nog een kleine minuut en we hebben nog drie sprekers, althans, die zich gemeld hebben. Mevrouw Onclin, een korte reactie nog. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja, een korte reactie. Als ze het in Wormer kunnen, mijnheer Tuijn, dan moeten wij het in Zaanstad toch zeker ook kunnen. De voorzitter: De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank u, voorzitter. Dank, mijnheer Tuijn, voor uw bijdrage. Was het voor de PvdA daadwerkelijk een verrassing dat wij in een stikstofcrisis zijn beland? Hoor ik hem dat nou echt zeggen? De voorzitter: De heer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Nou, mijnheer Mattens, de verrassing zat eerder denk ik meer in dat het bij het schrijven van het coalitieakkoord nog niet zo heel erg boven op tafel lag om te denken: goh, hier moeten we dus de plannen nu op aanpassen. Laten we het zo zeggen. De voorzitter: De tijd is om, dus we gaan door naar de volgende spreker en dat is mevrouw Pancar van DENK, en daarna komt de heer Mattens van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Pancar (DENK): Voorzitter, ik begin graag met een kleine knipoog. Mag ik de ambtenaren bedanken voor hun inzet om tot deze voorjaarsnota te komen? Het is overduidelijk dat er vele uren werk in zit. Dank daarvoor. Laten we het rustig opbouwen, voorzitter, en beginnen met een opvallende uitspraak over oude en nieuwe wijken. Er staat in de voorjaarsnota dat bij de snelle ontwikkeling en verstedelijking van onze stad het belangrijk is om te waarborgen dat oude en nieuwe wijken uitnodigen tot ontmoeting en actief meedoen. Ik herken inderdaad wat hier staat als het gaat om nieuwe wijken, in het bijzonder wanneer het gaat om nieuwe wijken met koopwoningen. Ditzelfde kan ik helaas niet zeggen over oudere wijken. Denk bijvoorbeeld aan Poelenburg, een wijk die wij al jaren onder de aandacht brengen en waar voornamelijk huurwoningen staan.

Denk aan achterstallig onderhoud, schimmel, isolatie, veiligheid, etnisch profileren, schone straten en nog zoveel meer zaken. Voorzitter, hoe rijmt u dit met uitnodigen tot ontmoeting en actief meedoen? Vindt u niet dat hier sprake van tweedeling en zelfs selectief ontzorgen is? Waar u de ene wijk ontzorgt en ondersteunt, heeft de andere wijk het voor het nakijken. Dan, voorzitter, ik struikel over het onderwerp veiligheid in de voorjaarsnota. Lees ik iets over het hoofd, of is er iets misgegaan bij het opstellen van de voorjaarsnota? Er staat dat niet alle thema’s aandacht krijgen, maar na dit rijtje vraag ik me af welk thema nog wel aandacht krijgt. Ik noem de thema’s die geen aandacht zullen krijgen, voorzitter: straatintimidatie, cybercrime, extra inzet cameratoezicht, lokaal veiligheidsarrangement met de NS en Prorail, meer inzet buurtpreventieteam, KVO-trajecten. Daarnaast hebben we bestuurlijke middelen opgeschort, zoals het sluiten van panden waar drugs wordt gevonden. Binnentreden van panden doen we alleen nog als er sprake van acuut gevaar is. Besef vervolgens wel, voorzitter, in dezelfde alinea staat dat we een grote ambitie hebben. Wat blijft er nog over na deze hele reeks van thema’s waar geen aandacht voor is? Ik wil graag weten: wat doen we nog wel voor onze bewoners? Een kleine inkijk in wat we wel willen doen.

We gaan de capaciteit ophogen voor openbare orde en veiligheid voor onder meer radicalisering. Echt waar? Ik ben sprakeloos en u weet, dat gebeurt me amper, maar wat gebeurt hier? We hebben aandacht voor radicalisering – ik voel me opeens in 2014 – maar geen aandacht voor straatintimidatie? Dus onze vrouwen mogen dagelijks op straat geïntimideerd worden, cybercrime mag hier hun gang gaan, we plaatsen geen camera’s onder andere voor overlast en criminaliteit in onze straten tegen te gaan, maar we maken wel geld vrij voor het geval dat? Voorzitter, tekst en uitleg alstublieft, want ik volg dit oprecht niet meer. Tot slot. Du moment dat ik dure woorden gebruik, goed articuleer, netjes gekleed ben en er verzorgd uitzie, meega en meedoe met de rest hoor ik erbij. De maatschappij en deze stad verwacht van mij dat ik me gedraag en voordoe zoals gewenst, en niet zoals ik ben. Ik mag niet zijn. Afgewezen worden voor een baan om wie je bent is de dagelijkse praktijk. Vanwege je accent, je hoofddoek, dreadlocks, petje, tatoeage, dure auto. Van de wet mag het, van de maatschappij niet. Praat zoals ons, of zwijg. We willen geen accent horen. (Volgende passage wordt met een accent uitgesproken) Waarom, voorzitter? Ik vind namelijk wel dat ik op deze manier kan praten, ik kan gewoon serieus genomen worden. Ik ben anders en ik ben wat ik ben. Dit zijn mijn kwaliteiten.

Merkt u dat u niet meer wil luisteren als ik op deze manier praat, dat u ook anders kijkt? (Einde passage met accent) We keuren elkaar af en beoordelen elkaar op oneerlijke gronden. Zelfs in ons ambtenarenbestand is nog te weinig diversiteit. Er wordt al jaren over gepraat, maar er is amper verandering. Hoe kunnen wij onze bewoners vragen om elkaar een eerlijke kans te geven als wij dat niet doen? DENK maakt zich grote zorgen en zal zich blijven inzetten voor gelijke kansen. Het is niet je afkomst, maar je toekomst die ertoe doet. Je hoort erbij zoals je bent en de verschillen zien wij als kwaliteit, niet als bedreiging. Wanneer gaat de gemeente haar woorden waarmaken en het goede voorbeeld geven door meer diversiteit in het ambtenarenapparaat in te bouwen? Ik hoor graag uw reactie, voorzitter, met of zonder accent. Dank u wel. De voorzitter: Wie wil daarop reageren? Dank u wel. De heer Wit. De heer Wit (CDA): Dank, voorzitter. En dank voor uw bijdrage. Ik vond het met het petje ook wel leuk trouwens, dus wat mij betreft houdt u hem op. Nee, serieus. Meer diversiteit in het ambtelijk apparaat, ik denk dat iedereen dat wil. We doen aan anoniem solliciteren bijvoorbeeld, we doen misschien wel aan positieve discriminatie. Wilt u misschien sneller dan de praktijk leert, of verwijt u de praktijk dat zij niet genoeg snelheid maken? Hoe ziet u dat? De voorzitter: Mevrouw Pancar.

Mevrouw Pancar (DENK): Dank u wel, voorzitter. Ja, ik zal een klein voorbeeld geven. Er was een vacature open voor relatiemanager multiculturele samenleving. Er is uiteindelijk iemand aangenomen die een Marokkaanse Nederlander heeft gezegd: wat goed dat u zo goed Nederlands spreekt. Terwijl diegene hier geboren en getogen is. Ik probeer geen afbreuk te doen aan de kwaliteiten die deze persoon in kwestie had, ik probeer enkel inzichtelijk te maken waarom wij bepaalde patronen moeten doorbreken. Dit is alleen een voorbeeld. De voorzitter: We hebben wel afgesproken dat we niet herleidbaar de medewerkers hier noemen. Mevrouw Pancar (DENK): Nee, ik noem ook geen namen, dit is enkel voorbeeld. De voorzitter: Maar dit is wel herleidbaar en dat moeten we echt niet doen. Dus we moeten onze mensen beschermen … Mevrouw Pancar (DENK): Er zijn natuurlijk ook … De voorzitter: … en daar hebben we afspraken over, dus ik zou dat niet op deze manier verder willen uitwerken, dit voorbeeld. Mevrouw Pancar (DENK): Ja, voorzitter, dat is ook niet mijn intentie en dit is enkel een voorbeeld. Er zijn vast talloze nog andere voorbeelden, maar dit was het voorbeeld die ik even aan de heer Wit door wilde geven. Dus we moeten dit patroon doorbreken, dat is mijn punt. De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Dank u wel, mevrouw Pancar, mooi betoog.

In het begin gaf u aan: er is een tweedeling, één wijk wordt ontzorgd en de ander niet. Ik kan dat niet helemaal plaatsen, dus kunt u dat iets nader duiden wat u daarmee precies bedoelt? De voorzitter: Mevrouw Pancar. Mevrouw Pancar (DENK): Het gaat voornamelijk over nieuwe wijken en oude wijken, en nieuwe wijken waarbij voornamelijk eigenlijk heel veel aandacht wordt besteed en heel veel wordt geïnvesteerd, en dan heb je oudere wijken waar minder in wordt geïnvesteerd. De voorzitter: De heer Van Braam. De heer Van Braam (SP): Hartstikke mooie bijdrage, dank daarvoor. Ik vraag me wel af, staat DENK ook voor de LHBTIQ+ gemeenschap, staat u daar ook zo voor in? De voorzitter: Mevrouw Pancar. Mevrouw Pancar (DENK): Dank u wel, voorzitter. Ik vind dit een heel kinderachtige vraag, omdat wij staan tegen alle onrechtvaardigheid. Niemand in deze stad, in Nederland, mag gewoon gediscrimineerd worden op basis van hoe hij eruitziet, wie hij is, of wat dan ook. De voorzitter: Mevrouw Onclin.

Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Voorzitter, ik heb denk ik eigenlijk een beetje dezelfde vraag als mevrouw De Boer, maar ik ga hem net iets explicieter stellen. Zegt mevrouw Pancar nu dat deze gemeenteraad en dit college niet investeert in Poelenburg? De voorzitter: Mevrouw Pancar? Mevrouw Pancar (DENK): Ik zeg dat we meer moeten investeren in bepaalde wijken waar bijvoorbeeld veel meer aandacht voor is, zoals een oude wijk in Poelenburg inderdaad en de opsomming die ik heb gemaakt. Daar kunnen we aan werken, zeker. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Maar voorzitter, volgens mij is Poelenburg samen met Peldersveld de enige twee wijken in deze stad die hun eigen pact hebben waar echt miljoenen in omgaan. Dus ik ben echt heel erg op zoek naar, probeert mevrouw Pancar hier te beweren dat er andere wijken zijn dan Poelenburg en Peldersveld waar we meer geld in investeren? De voorzitter: Mevrouw Pancar. Mevrouw Pancar (DENK): Het gaat hier voornamelijk over straatbeeld, verouderde winkels, woningen en dat we daarin moeten investeren. De voorzitter: Mevrouw Onclin tenslotte. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Voorzitter, ook daar, want toevallig was ik laatst in die wijk en was ik positief onder de indruk van hoeveel er juist in de dingen die u noemt de afgelopen jaren is geïnvesteerd.

Er zijn huizen gerenoveerd, ik denk dat er een stuk meer groen in Poelenburg en Peldersveld staat dan bijvoorbeeld een Oud Koog. Dus ik vind het beeld dat mevrouw Pancar hier schetst niet helemaal overeenkomen met de werkelijkheid en dat is volgens mij niet helemaal chic. De voorzitter: Mevrouw Pancar. Mevrouw Pancar (DENK): Ik denk dat ik dan mevrouw Onclin graag zou willen uitnodigen om een keer een rondje te maken in een nieuwe wijk en dan naar Poelenburg te gaan, hoe dat eruitziet, want we zijn niet klaar met alleen een beetje groen en een gerenoveerde flat. We zijn dan nog niet klaar, we moeten nog veel meer investeren in de wijk en het moet er beter uitzien. De voorzitter: We hebben nog drie woordmeldingen, voor de heer Tuijn, Van Haasen en Van der Laan. Dus ik wil graag ook die nog ruimte geven. De heer Tuijn, daarna de andere twee. De heer Tuijn (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Nou, ik zal het heel kort houden, hoor, want de meeste dingen zijn wel gezegd. Mijn complimenten ook voor de zaken die u aansnijdt over gelijke behandeling en gelijke rechten. Ik haak eventjes aan op het punt straatintimidatie wat u noemt, dat noemde ik ook net in mijn algemene beschouwing. Er ligt ook een agenda-initiatief van ons, ik denk dat het goed is om straks ook bij het Zaanstad Beraad hier bij dit onderwerp deze discussie met elkaar te voeren. De voorzitter: De heer Van Haasen.

De heer Van Haasen (PVV): Bedankt, voorzitter. Ik heb wel een vraag aan mevrouw Pancar, eerst een opmerking. Het toppunt van integratie was geweest als u een oranje petje had opgezet, maar dat even daarbuiten gelaten. U heeft het over de diversiteit van het gemeentelijk apparaat. Ik zat hier een tijdje geleden had ik een vraag gesteld aan iemand van de GGD en dat ging over de diversiteit van het brandweerkorps. Toen werd mij medegedeeld dat het niet mogelijk was om etniciteit te registreren, dus dat het ook niet mogelijk was om te kijken hoe etnisch gemêleerd het brandweerkorps was. Als dat bij wet niet toegestaan is, hoe willen we dan in godsnaam meten hoe divers het gemeentelijk apparaat is? Dat was eigenlijk de vraag aan u. Dan had ik nog een vraag aan de heer De Wit, die koppelde twee worden aan elkaar die ik niet zo bij elkaar vind passen en dat was positieve discriminatie. Bedoelt u daarmee anti-blank racisme, of in welke context bedoelt u dat? De voorzitter: Eerst mevrouw Pancar, dan de heer Wit. Mevrouw Pancar. Mevrouw Pancar (DENK): Dank u wel, voorzitter. De heer Van Haasen heeft het over integratie, maar ik ben hier geboren en getogen, dus er valt bij mij niks te integreren. En het is en-en, niet of-of. Dus we moeten kijken naar de personen met kwaliteiten, tegelijkertijd ook naar hun achtergrond natuurlijk. Maar we hoeven dat niet te registreren.

De voorzitter: De heer Wit. De heer Wit (CDA): Dank, voorzitter. De heer Van Haasen is een kunstenaar in een vraag stellen en hem zelf – voor zichzelf dan, niet namens mij – te beantwoorden. Dus daar laat ik het bij. De voorzitter: Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, wij hebben altijd wel een beetje moeite met dingen als dat op die manier gaat, dat er in die wijk Poelenburg niet geïnvesteerd wordt. Volgens mij was er een mevrouw Vogelaar die ooit daar de naam voor heeft gekregen. Bergen met geld zijn er geïnvesteerd in die wijk, er is gewoon helemaal geen donder uitgekomen op dat moment. Op dit moment is het zo dat de burgemeester volgens mij 52 miljoen heeft opgehaald, waar zwaar geïnvesteerd wordt, miljoenen in het Pact Poelenburg Peldersveld. Wat dan tot overmaat van ramp ook nog gebeurt, is dat andere inwoners van Zaanstad uit andere wijken 35 euro per jaar meer zijn gaan betalen, omdat in Poelenburg het grofvuil van de weg af gehaald moeten worden. Dat is bizar, dat zijn bizarre bedragen. Je kan altijd wel de verantwoordelijkheid terugleggen hier bij deze gemeente, maar het is gewoon goed dat de verantwoordelijkheid een keer teruggelegd wordt naar de bewoners. Want als die het niet leuk vinden dat wij het vuil daar weghalen en die leggen onmiddellijk weer nieuw vuil neer, dan moet je het niet meer weghalen, anders hebben ze geen leuke omgeving.

Het gaat om gedrag, het gaat om verantwoordelijkheid en niet elke keer dat zieligemensengedoe en kijken naar deze gemeente. Ophouden. De voorzitter: Pancar. Mevrouw Pancar (DENK): Dank u wel, voorzitter. Ik hoor niet zozeer een vraag, maar ik zal wel een opmerking geven. Het lijkt me eerst goed om het gesprek te voeren met buurtbewoners, want juist zij geven aan dat afval wat daar ligt niet van hun is, maar juist gedumpt wordt. Dus ik vraag mij af of er überhaupt wel een gesprek is gevoerd met buurtbewoners om dit dieper uit te zoeken en te kijken wat voor oplossingen we hiervoor kunnen vinden.

De voorzitter: De heer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, dat verhaal heb ik wel vaker gehoord. Ik heb er een hele tijd gewerkt voor, dat heette toen nog, het heet nog steeds Parteon. Dat probleem was toen ook al en iedereen zei: het wordt gedumpt van buitenaf, het wordt gedumpt van buitenaf. Misschien moet je dan wat betere actie ondernemen ook als bewoners voor je eigen omgeving. Het is je eigen omgeving. En ik heb wel vaker aan mensen gevraagd: wat doe je er zelf aan? Dan zeggen ze: ja, ik ga niet meer bellen, het is de verantwoordelijkheid van de gemeente. Verantwoordelijkheid ligt bij de bewoners en daar moet die blijven. En ik had niet echt een vraag, dat was ik ook niet van plan. De voorzitter: Goed. Mevrouw Pancar nog, tot slot? Mevrouw Pancar (DENK): Ja, nog een laatste opmerking. Want er zijn buurtbewoners die talloze keren bellen, een melding maken, maar niks gebeurt. Die mensen zijn er ook klaar mee en daarom moeten we juist het gesprek aangaan over: hoe kunnen we ervoor zorgen dat het wel schoon blijft in de wijken? De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Voorzitter, ik ging ervan uit dat we nog heel kort hadden, dus dan wilde ik toch graag een opmerking nog maken. Want ik heb ook helemaal niet gezegd dat wij klaar zijn met Poelenburg.

Alleen, mijnheer Van der Laan heeft net ook al volgens mij heel goed aangegeven, mevrouw Pancar probeert hier een beeld te schetsen alsof wij niet investeren in Poelenburg en Peldersveld, terwijl dat de wijk is waar we het meeste geld in investeren. Dat vind ik ook niet eerlijk naar die mensen toe, want u duwt ze daarmee in een slachtofferrol, terwijl u tegelijk pleit voor: laten we iedereen op dezelfde manier behandelen. Nou, laten we dan ook als het gaat over verantwoordelijkheid iedereen op dezelfde manier behandelen. Mevrouw Pancar nodigt mij uit om in Poelenburg te komen kijken, maar volgens mij heb ik het goed begrepen dat de hele raad binnenkort op werkbezoek gaat naar Poelenburg. Mocht het niet zo zijn, mevrouw Pancar, dan ga ik graag met u mee. De voorzitter: Goed, dan sluiten we dit debat af. Dan gaan we naar de Partij voor de Dieren en daarna DZ. De heer Mattens heeft het woord. De heer Mattens (PvdD): Dank u wel, voorzitter. Aandacht voor elkaar: het is een van de belangrijkste dingen in het leven. Je een voorstelling maken van de leefwereld van de ander, en daarmee rekening te houden in de keuzes die je maakt. Empathie gaat over het vermogen om je in de gevoelens van anderen in te kunnen leven.

Anderen die door kansenongelijkheid al vanaf de jeugd op achterstand zijn gezet, of anderen die als soort niet op ons gelijken, maar met wie we wel basale gevoelens delen als angst, stress, maar ook liefde. Zoals wij de afgelopen jaren al aanhaalden: corona heeft ons doen beseffen hoe verbonden wij zijn met de aarde, met haar andere bewoners, en dat hoe wij met hen omgaan ons in deze crisis heeft gebracht. Maar naast het eigenbelang van mensen om zorgvuldig met de aarde om te gaan, heeft deze crisis ons ook als geen ander doen beseffen dat onnoemelijk veel mensen en dieren in hun dagelijks bestaan het heel zwaar hebben. Kinderen die opgroeien in een gezin met huiselijk geweld, toeslagenouders die het eten uit hun mond sparen om hun kinderen nog iets te geven, of mensen die te maken hebben met de psychische gevolgen van sociaal isolement. Eenden die nooit in hun korte leven water zien, koeien die van hun kinderen gescheiden worden, of konijnen die in een klein hokje hun leven moeten doorbrengen. We moeten erbij stilstaan dat onze samenleving doordrenkt is met problemen en onrecht. Waarbij mensen vinden dat hun mening zwaarder weegt dan die van een ander, dat geweld een oplossing is voor problemen en dat wij als mens superieur

wanen aan andere mensen en dieren. Dat is niet de samenleving waarvoor wij staan. Ik wil daarom vanavond namens de Partij voor de Dieren – en hopelijk namens de hele raad – de wens uitspreken dat wij allemaal een stukje empathischer kunnen worden. Het je kunnen inleven in elkaar zorgt voor onderling begrip en voor het delen van levensgeluk. We maken het leven voor allemaal een stukje mooier, of dat nu gaat om het aanbieden van hulp aan ouderen, of het minder of zelfs stoppen met eten van vlees en zuivel. Mens of dier, we leven ons in in de ander, begrijpen hun problemen, het leed dat erachter schuilgaat en voelen de drive om iets voor ze te betekenen. Wat doet de ander pijn en kunnen we ons de vraag stellen of we daar iets tegen kunnen doen? In veel gevallen is de oplossing simpeler dan we denken. Voorzitter, hoe wij met dieren omgaan in onze samenleving is onmenselijk. Het levend in kokend water laten spartelen van varkens en het shredderen van haantjes is alledaagse praktijk. Stalbranden, waarbij de dieren geen enkele mogelijkheid hebben om te vluchten, kosten jaarlijks ruim 143.000 dieren het leven. Ook zou eenieder die gesnorkeld of gedoken heeft zich moeten kunnen voorstellen dat het in rap tempo binnenhalen van visnetten kan leiden tot een vorm van de caissonziekte, waarbij de oogbollen letterlijk uit de kassen springen.

Voorzitter, waarom laten we dit leed voortbestaan, en waarom werken we daar actief aan mee? Voorzitter, hoe we met de planeet omgaan is barbaars. Voor de productie van onze kleding, onze auto’s en onze vliegvakanties worden bossen gekapt, zeeën en meren vervuild, en smelten hele ecosystemen weg waar we bij staan. Het gif- en kunstmestgebruik is alomtegenwoordig. Zoals de uitvinder van kunstmest al aanhaalde: als de bodem gebrek heeft aan minerale bestanddelen, dan geven ammoniumzouten, kunstmest, hetzelfde effect als brandewijn op arme mensen om hun werkkracht te verhogen. Oftewel: we putten de aarde uit en laten de rotzooi achter voor onze kinderen en kleinkinderen. Maken wij ons een voorstelling van hun leefwereld? Sluit ons toekomstpositivisme aan bij hun reële angsten? Zijn wij nog op tijd om ze ook een leefbare aarde te kunnen doorgeven? Voorzitter, tot slot. En hoe zit het met ons inlevingsvermogen in al die mensen die door ons economisch systeem gevangen zitten in een eeuwige val van armoede en stress? Mensen die vluchten, of door een overheid worden beroofd van een menswaardig bestaan? Zijn wij bereid deze mensen de hand te reiken? Als politiek en als stad zullen we daar komend jaar wel hele grote stappen moeten zetten. Wij hopen dat we onze opdracht, het vertegenwoordigen van het volk, weer meer laten kleuren door ons empathisch vermogen. Dank u, voorzitter.

De voorzitter: De heer Pauw. De heer Pauw (ROSA): En nu over Zaanstad, zou ik zeggen. Ik bedoel, ik herken een heleboel van wat u zegt, hoor, laat dat duidelijk zijn. Maar we zitten hier natuurlijk om te kijken: hoe komen we zo direct met Zaanstad weer tot een goede begroting, en wat zijn de wensen van de Partij voor de Dieren, en wat zijn de wensen van de andere partijen. Daar ben ik wel heel erg nieuwsgierig naar. De voorzitter: De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank, voorzitter. Dank, mijnheer Pauw. Kijk, de bijdrage bevat heel veel punten waar wij op terug willen reflecteren en wat er nu niet in de voorjaarsnota staat, wat er wel zou moeten zijn. Op het moment dat wij nu weer drieënhalve ton gaan bezuinigen op duurzaamheid, is dat de wereld, is dat het Zaanstad wat wij willen doorgeven aan de kinderen van morgen? Op het moment dat wij uitsluitend het stukje recyclen over schuilstallen in de voorjaarsnota van drie jaar geleden en verder bijna geen aandacht hebben voor hoe wij met dieren omgaan in deze stad, ja, dan vinden wij dat heel karig en dan willen wij daar heel veel meer over zeggen. Zoveel meer dat het eigenlijk niet te vatten is in deze korte bijdrage.

Maar richting de voorjaarsnota en richting het Zaanstad Beraad zullen wij nog met een heel tal amendementen komen om deze voorjaarsnota toch een stukje te verrijken op het gebied van dieren, mensen, natuur en milieu. De voorzitter: De heer Heida.

De heer Heida (PVV): Dank u wel, voorzitter. Ja, ik wou het juist over die schuilstallen hebben, want dat is precies wat mijnheer Pauw bedoelt, dat is in Zaanstad. Het staat in de nota dat er een onderzoek naar gedaan wordt. En ja, ik snap er eigenlijk niks van, want gaan die weidedieren volgens u dan speciaal daar naartoe, weten ze dat, vertellen ze dat door aan elkaar? Ik wil het niet belachelijk maken, maar hoe werkt dat nou precies? Want u doet net alsof, het staat er ook bij, hè, sociale hulpverlening naar dieren toe. Dat zet u als het ware op één lijn met sociale hulpverlening naar mensen toe. Daar is volgens u geen verschil dus? De voorzitter: De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Allereerst over de schuilstallen. Dieren zoeken schaduw op, zeker op hele hete dagen. Ik weet niet of u wel eens koeien en varkens gewoon in de schaduw heeft zien liggen, maar dat zoeken ze gewoon op. En als het er niet is, dan kunnen ze ook gewoon heel lelijk verbranden, dan hebben ze ook verbrandingswonden. Dat willen we niet en we moeten eigenlijk kijken als gemeentelijke organisatie hoe we dat ook gewoon binnen bestemmingsplannen gewoon op een redelijke termijn mogelijk kunnen maken. En niet dat we over drie jaar nog een keer zo’n stukje erin hebben staan, dat moet gewoon op hele korte termijn gebeuren.

Als het gaat over het, wat u vraagt, volgens mij: bekijken wij het op één sociaal level, dat we en ons proberen in te leven in mensen en dieren? Ja, dat proberen we allebei te doen. Wij stellen het ene leed niet boven het andere leed. De voorzitter: Nog andere reacties op de bijdrage van de heer Mattens? Nee? Daar gaan we door naar mevrouw Rot heeft het woord. Mevrouw Rot (DZ): Dank u wel. Voorzitter, in deze laatste kadernota van dit college – we blijven het bewust kadernota noemen, omdat dat woord precies de functie en de rol van de gemeenteraad in deze aanduidt – zijn veel keuzes gemaakt zonder de gemeenteraad bij het nemen van die beslissingen te betrekken. Er is bijvoorbeeld geen geld vrijgemaakt voor het handhaven van besluiten, waaronder het tegengaan van woningsplitsingen. Wat is de reden dat uw college de gemeenteraad geen voorstel heeft gedaan voor een integrale afweging? Dat voorstel willen wij alsnog zien, omdat de gemeenteraad keuzes moet kunnen maken wat wel en wat niet te doen. Woningsplitsingen kunnen zeer negatief van invloed zijn op de leefbaarheid in wijken. Iets wat we met veel geld proberen te verbeteren. Dan is het totaal onlogisch om de handhaving op woningsplitsingen niet te organiseren. Dat heet dweilen met de kraan open. Indien het college dit voorstel niet uit eigen beweging uit wil voeren, dan zullen wij hiervoor een motie indienen.

Datzelfde geldt voor het niet willen realiseren van openbare toiletten, iets wat hoort bij een normaal voorzieningenniveau in een serieuze stad. Ook hier gebruiken we bewust de zin niet willen, het is namelijk een kwestie van keuzes maken. Keuzes waarin de gemeenteraad niet is gekend. Uw college stelt tevens dat “verstedelijking ook van ons vraagt om in een evenredige groei van de dienstverlening en het beheer van de openbare ruimte en sportaccommodaties te voorzien”. Het investeringsfonds bevat op dit moment geen ruimte meer om deze investeringen mee te betalen, we zullen dus op zoek moeten naar aanvullende dotaties aan het fonds, of andere dekkingsbronnen. Wat is de reden dat de woningbouwopgave van 20.000 extra woningen niet met de gemeenteraad besproken wordt in dit kader? De raad heeft immers nooit expliciet voor dit aantal zich uitgesproken en ook geen discussie gevoerd over de verhouding woningen ten opzichte van het aantal en de kwaliteit van voorzieningen. Gaat het college dit alsnog agenderen? Zo niet, dan komen wij met een voorstel om dit voor ons principiële punt te bediscussiëren. We kunnen niet oneindig leningen aangaan en geld blijven uitgeven dat we niet hebben. Tevens wordt voor een bedrag van 37 miljoen euro bij deze voorjaarsnota aan de gemeenteraad gevraagd om vervangingsinvesteringen te autoriseren.

Deze hebben een looptijd tot 2030, hoe verhoudt zich dit met de voorjaarsnota die loopt tot 2025 en de financiële bewegingsvrijheid van

toekomstige besturen? Waarom is voor deze looptijd gekozen? Enigszins verbaasd was Democratisch Zaanstad over een opmerking aangaande woonoverlast en problematiek rondom woonschepen. Wij dachten dat de problematiek omtrent woonschepen beslecht was door de vaststelling van de daarop betrekking hebbende verordening. We horen dus graag over welke problematiek dit concreet gaat, over hoeveel gevallen en welke risico’s het college ziet. Democratisch Zaanstad heeft in deze bestuursperiode diverse woonoverlastzaken bij het college aangedragen. Steevast kregen wij te horen dat het best uniek is dat wij regelmatig met deze zaken bij het college aankloppen. Verbijsterd zijn wij dan ook dat naar nu blijkt zelfs gemeentelijke regie op woonoverlast voor de aanpak van circa vijfhonderd complexe casussen per jaar nodig is. Wat is er in hemelsnaam aan de hand in deze gemeente qua woonoverlast? Waar is sprake van de meeste gevallen van woonoverlast, wat zijn de meest voorkomende klachten? Wat is de reden dat het college hier niet op inzet, juist vanwege alle maatregelen en kosten ter verbetering van de leefbaarheid in wijken? We worden graag op zeer korte termijn hierover geïnformeerd en komen anders zelf met een initiatief.

In de kadernota wordt de actualisatie van de woonvisie genoemd ten aanzien van het woonwagenbeleid, terwijl het college ons de toezegging had gedaan deze bijzondere woonvorm in 2019 in de vastgestelde woonvisie op te nemen. Waarom is dit niet gedaan en kost dit nu 28.000 euro extra, die ook geïnvesteerd had kunnen worden in fatsoenlijke standplaatsen en andere voor deze doelgroep belangrijke voorzieningen? Het college stelt te willen inzetten op verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte door het inlopen van onderhoudsachterstanden zodra de financiën dit toelaten. Hoe verhoudt zich dit met de opmerkingen van de provincie sinds jaar en dag op dit specifieke punt? Wat is de reden dat het plan van aanpak niet klaar was voordat de provincie haar analyse op onze begroting losliet, gezien het feit dat dit een jaarlijks terugkerend punt van terechte kritiek is? Ten aanzien van de uitvoering van moties, zodra dit financieel mogelijk is, wil Democratisch Zaanstad het volgende zeggen. Voor ons is het een principieel vraagstuk of moties zomaar terzijde kunnen worden geschoven, zonder de gemeenteraad afwegingsruimte te bieden. Het is onzes inziens niet aan het college om deze beslissing te nemen zonder daarvoor terug te komen naar de gemeenteraad. We vernemen graag hoe onze collega’s aankijken tegen deze stellingname en overwegen ook een initiatief op dit punt.

Dan nog twee andere voorstellen die we indienen of waarvan we mede-indiener zijn. We zullen samen met POV en CDA een motie indienen om de watertoerismebelasting per 2022 op te heffen. Het blijkt dat de gemeenteraad bij de vaststelling van de begroting onvolledig is geïnformeerd. Ook dienen we samen de Partij van de Arbeid een amendement in met als doel de overlast in het Veldpark per direct aan te pakken via handhaving in de avonduren. Sinds de vaststelling van de Nota gebiedsoverstijgende kosten wordt volgens de kadernota een deel aan te vergoeden plankosten gevraagd aan ontwikkelaars, mede mogelijk gemaakt door het Dynamische handboek Zaans omgevingsplan. Hiermee lopen we volgens het college voorop en faciliteren wij de ontwikkelaars. Nou, dat is te merken en u slaat zelfs een beetje door in dat faciliteren van ontwikkelaars. Meer en meer merkt Democratisch Zaanstad dat het college moeite heeft het algemeen belang, uw inwoners, in het oog te houden en te beschermen. Zij moeten hun belangen niet langer alleen verdedigen tegen ontwikkelaars, maar sinds kort ook tegen onze gemeente, die in een hevige, nietcoronabestendige verstrengeling dreigt te raken met diezelfde ontwikkelaars. Deze handelswijze vormt een groot risico en tevens contrast ten aanzien van de wens om te dejuridificeren. In gewonemensentaal: het zoveel mogelijk voorkomen van een gang naar de rechter.

Op welke wijze denkt het college de balans terug te brengen tussen enerzijds zo dienstverlenend faciliteren van ontwikkelaars en anderzijds beschermen van uw inwoners tegen grootmachten als ontwikkelaars en onze gemeente. Uw inwoners dreigen vermalen te worden tussen de raderen van de ontwikkeling met het credo bouwen, bouwen, bouwen. De voorzitter: Wilt u afronden?

Mevrouw Rot (DZ): Ja. Tenslotte, er staat een passage in de kadernota: “Uit de doelen die zijn opgenomen in deze paragraaf, blijkt dat wij als organisatie beter willen worden door slimmer gebruik te maken van data, ons werk op een agile manier continu kort cyclisch te verbeteren, mensen aan te trekken die vanuit diversiteit helpen bij de juiste aanpak en oplossingen, en door actief de verbinding te maken met de stad.” Het klinkt fantastisch en al helemaal dat we uit deze ronkende teksten zouden kunnen opmaken welke invloed uw en onze inwoners hebben in deze. Op welke wijze wordt gebruik gemaakt van hun expertise? De afgelopen maanden hebben we kunnen zien dat participatie een schitterend woord is, zolang je het niet concreet toe hoeft te passen. De gemeente lijkt participatie als af te vinken taak op hun lijst te beschouwen, om ondertussen ongestoord verder te gaan op de voorgenomen weg. Wij zien diversiteit vooral in het hebben van een afwijkende mening, die soms best verfrissend kan zijn in de politieke en bestuurlijke arena, waarin het vooral van belang is meningen en inzichten te herhalen en te onderstrepen. Want stel je voor dat je een mening, voornemen of besluit moet herzien. In uw wereld is dat het bewijs van bestuurlijke onbetrouwbaarheid. In onze wereld getuigt dat van lef en intellect, van ondernemerszin, de molen op de wind zetten en houden. Dank u wel.

De voorzitter: Dat was wel een hele lange laatste zin, maar wel goed. Oké, dank u wel. Wie wil daarop reageren? De heer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ik hoorde mevrouw Rot zeggen dat ze met een amendement kwam om in de avonduren te handhaven in het Veldpark, die u samen met de Partij van de Arbeid gaat indienen. Kunt u daar iets nader over vertellen? Mevrouw Rot (DZ): Ik kan u daar niets nader over vertellen, want ik ben niet genoeg betrokken in het dossier geweest zodat ik alle ins en outs weet. Wat ik kan doen voor u is mijn collega Peter Kranenburg, die alle ins en outs wel weet, u van een antwoord voorzien. De voorzitter: De heer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Het amendement betreft de inloopvoorziening, om die op de prioriteitenlijst te zetten. Het stukje van de handhaving, dat gaat om een discussie in het Zaanstad Beraad met een motie of het niet verstandig is om in de zomer na tienen nu toch goed te gaan kijken: wat gebeurt daar? Om daar echt de overlast te stoppen, dat dat niet tot middernacht doorgaat voor de buurt. De voorzitter: De heer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ik vraag dit natuurlijk, omdat wij vorig jaar omstreeks deze tijd ook een motie hebben ingebracht samen met de POV voor handhaving in het Veldpark. Omdat die toen niet door de Partij van de Arbeid werd gesteund, vandaar dat ik dat vraag. De voorzitter: De heer Tuijn.

De heer Tuijn (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Daar hebben we het al een paar keer over gehad. Kijk, deze motie is de combinatie van hard en zacht, die ik ook net in mijn algemene beschouwing had. Het gaat niet alleen om handhaven, maar ook om te kijken: hoe kan je die mensen naar een andere plek toe leiden? Dus met aanvullende hulp zorgen dat er ook een plek is, dus niet alleen zeggen: u mag hier niet zijn. Want dan verplaats je alleen maar het probleem, maar ook iets anders te doen. Uw motie ging echt alleen maar over handhaving, daarom hebben wij daartegen gestemd.

De voorzitter: De heer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ja, nee, ik vroeg dat ook ter verduidelijking naar mevrouw Rot, omdat zij niet over inloop had, ze had het alleen maar over handhaving, vandaar dat ik het vroeg. De voorzitter: Nog andere opmerkingen, vragen, reacties op de bijdrage van mevrouw Rot? Nee? Dan meld ik u dat we nu even gaan pauzeren. Ik stel voor dat we om tien voor negen weer terug zijn en dat we dan beginnen met de POV en daarna de SP. Ik zie u zo weer terug, tien voor negen. En vergeet u niet de mondkapjes nog op te doen, dat is nog een weekje in ieder geval. Wettelijk vastgelegd dat dat moet, mijnheer Van der Laan. Schorsing De voorzitter: Volgens mij zijn we weer compleet. De heer …: Nu is het volkslied. De voorzitter: Ja, dat begrijp ik, de volksliederen worden nu gespeeld, maar we gaan toch beginnen met het tweede deel van de vergadering. De heer Van der Laan heeft het woord en daarna de heer Zoomermeijer. De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, ik ben mijn algemene beschouwing wel eens begonnen met de opmerking dat ik geen enkele inspiratie had, niets. Ik moet zeggen, daar had ik nu niet zoveel last van, want er was genoeg te kiezen. Laten we zeggen, iedereen heeft goed zijn best gedaan.

Laat ik ontspannen beginnen, dankzij de inzet van de Partij voor de Ouderen en Veiligheid achter de schermen, samen met de wethouder Verkeer en met het hoofd Handhaving, is de zogenaamde Damstraat nu een gebied geworden waar auto’s, brommers en scooters niet meer gewenst zijn. Dus dank aan wethouder Slegers en Handhaving. Jammer dat de inzet van de POV niet in het persbericht is opgenomen, dat zou in de toekomst echt wel wat beter kunnen. Ondanks alles zullen wij evengoed met een motie komen om een poller te plaatsen op die plek, zoals net in Haarlem en Alkmaar, geen auto’s meer langs kunnen op het moment dat er bevoorradingstijden zijn. En even voor de Fietsersbond: Sonja, we hebben het graag gedaan. Om te kunnen handhaven, ook op die plekken, zijn er handhavers nodig. Niet alleen in het zogenaamde Damstraatje, maar ook in de Czaar Peterstraat en op De Slinger. De bezorgscooters rijden je vouwen uit je broek en het verbaast ons dat er nog geen zware ongevallen zijn gebeurd. Handhaven is lastig en dat vergt grote inzet van veel mensen. We hebben contact gezocht bij de afdeling Handhaving en gevraagd of ze aan alle opdrachten vanuit de raad kunnen voldoen. Dat is niet het geval en daarom komen wij met een motie tot uitbreiding van de handhavingscapaciteit. Ook in dit dossier dank voor de goede samenwerking met het hoofd Handhaving.

Wel is belangrijk, voorzitter, dat we de prioriteitenlijst Handhaving gaan updaten. Dit is door de burgemeester al toegezegd, maar helaas blijft dat uit. Dan, voorzitter, op donderdag 10 juni wordt in het presidium aan onze fractie gevraagd akkoord te gaan naar een onderzoek naar de organisatie. Wij gaan gezien de notulen akkoord met een extern onderzoek. Maar zaterdag 12 juni 2021 komt het NHD met het artikel ‘Zaanse ambtenaren zitten elkaar bewust dwars’. Het artikel is geschreven naar aanleiding van een logboek van de verandermanager, een logboek dat eigenlijk geheim had moeten blijven. Het is ook zelfs geheim gebleven voor de commissie die het presidium ging adviseren over welk onderzoek we konden doen. De wethouders bleven stil – het zal hun ook wel raken, het is bij hun bekend – en wij vinden dat onbegrijpelijk. Voor een helder beeld, voorzitter, zou de gemeenteraad over dit document moeten beschikken. Ik verzoek dan ook nadrukkelijk dit document aan de gemeenteraad te verstrekken. Met het verborgen houden van deze informatie had de Partij voor Ouderen en Veiligheid geen kans een goede keuze te maken en wij hebben het

gevoel dat we hier een beetje gepiepeld worden. Ik citeer in het artikel: “De hoofdrol is voor gemeentesecretaris Apeldoorn helemaal aan de top van de ambtelijke piramide.” De voorzitter: Ook hier geldt dat we geen namen noemen. De heer Van der Laan (POV): O, ja, ik citeer de krant, voorzitter. De voorzitter: Ja, maar … De heer Van der Laan (POV): “Apeldoorn had mot met de Ondernemersraad … De voorzitter: We zijn in de raad, dus ik wil echt voorstellen om geen namen te noemen. De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, ik citeer de krant, meer doe ik niet. De voorzitter: Maar dat kan ook op een andere manier. De heer Van der Laan (POV): “In januari meldde zij dat de Ondernemingsraad een procedure gestart was tegen haar bij de Ondernemingskamer. Zij zou daar vrijwel niemand over hebben ingelicht, en met name burgemeester Hamming niet.” Schandalig, voorzitter, en bizar, vooral omdat ik aan de gemeentesecretaris bij de behandeling van het webinar Organisatieontwikkeling heb gevraagd hoe de OR erin stond. Prima, niets aan de hand. De gemeentesecretaris heeft mij voorgelogen, voorzitter. De voorzitter: Maar mijnheer Van der Laan, u spreekt hier het college aan en niet ambtenaren. Dus dat is wat … De heer Van der Laan (POV): Ik spreek helemaal niemand aan, voorzitter.

De voorzitter: Nee, maar u zegt wel, u doet uitspraken en kwalificaties over wat de handelswijze is en dat gaat … De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, dat is dan maar jammer. De voorzitter: U spreekt altijd het college aan en dat is wat we hier doen. De heer Van der Laan (POV): Dat is dan maar jammer, voorzitter. De voorzitter: Nee, dat is niet jammer. De heer Van der Laan (POV): De gemeentesecretaris heeft mij voorgelogen, voorzitter. Glashard. Graag ontvangen wij ook het … De voorzitter: Mijnheer Van der Laan, anders schors ik de vergadering. Ik vind echt dat we dat hier niet doen. We spreken het college aan, u mag mij aanspreken en u mag de wethouders spreken, dat is wat we hier doen. Maar medewerkers, ambtenaren kunnen zich niet verdedigen en dat is ook niet de manier waarop we in een democratisch proces met elkaar omgaan.

De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, het is wat het is. Graag ontvangen wij het verzoekschrift van de OR aan de Ondernemingskamer, ofwel ook de rechtbank Amsterdam. Want hoe kan ik een goed besluit nemen als ik niet over de juiste informatie beschik? Zijn de raadscollega’s met mij van mening dat we hier een debat over moeten hebben met de burgemeester en pas daarna bepalen wat voor onderzoek we willen? Of wordt dit een onderzoek in achterkamers van dit pand en gaat het eindigen in de wijze van ‘wij van Wc-eend adviseren: Wc-eend’-conclusie? De Partij van Ouderen en Veiligheid wil graag in de openheid discussiëren en transparant naar iedereen, ook voor de mensen die hier in dit gebouw wel integer de ballen uit hun broek werken. Voorzitter, ik citeer nog een keer: “In de voerbare praktijk vertaalt het geruzie zich naar de klachten van wijkmanagers, die vanuit het stadhuis geen steun krijgen.” De speciale behandeling die de Russische Buurt krijgt in verband met kamerverhuur loopt achter, Pollenburg lopen de ambtenaren vast bij gebrek aan support. Welke dossiers zijn er nog meer vastgelopen? Het Veldpark, dat duurt ook al meer dan een jaar, de omwonenden zitten in de ellende. De Hemkade, kost tonnen en dat duurt en duurt. Verkamering gaat gewoon nog steeds door.

En waarom is Kurdi niet opgelost? Een half jaar geleden vertelde u mij, voorzitter, dat dit snel opgelost zou worden. Collega Pietersma uit deze raad vroeg toch aan u om dat snel te doen, omdat er anders niets meer op te lossen zou zijn? Kurdi geeft aan u in december voor het laatst gesproken te hebben, hij spreekt nu alleen nog maar de stadsadvocaat. Welke vergunningen zijn in de knel gekomen? Die van die visboer in Assendelft? Welke bestemmingsplannen, welke moties? Waar heeft de strijd, hier op nummer 100, een direct effect op het werk van de gemeenteraad? Zo heb ik nog veel meer vragen. Ik zal een verzoek uitdoen voor een interpellatie nog voor het reces en ik hoop dat dat door deze raad breed gesteund gaat worden. Je zal hier als ambtenaar werken en weten dat de directie onderling elkaar de toko uitvecht. Ze moeten het goede voorbeeld geven, vooral op het gebied van gedrag. Ondertussen loopt diegene waar het over gaat, die ik zijn naam niet mag noemen, nog in de rondte. Nee, dat is een goed signaal, voorzitter. Maar wel op zoek naar de klokkenluider, want lekken, dat is ernstig. Wat een slecht en verkeerd signaal, om je dood te schamen. Dan, voorzitter, als afsluiting het volgende. Afgelopen week spreekt u mij en mijn collega Van Haasen aan op de manier waarop wij een mogelijke belangenverstrengeling hebben aangekaart.

Dat staat u vrij, maar ik bepaal zelf hoe ik dingen aankaart. Daar gaat u niet over. In elk geval waren wij transparant. Dank u wel. De voorzitter: Goed, maar ik zal altijd de gedragscode hanteren die we hier met elkaar hebben vastgesteld en daar spreek ik altijd iedereen op aan. De rest van de discussie doen we volgende week op een ander moment. De heer Zoomermeijer wil reageren op de heer Van der Laan. De heer Zoomermeijer (SP): Het is belangrijk om toch weer iets te zeggen. Ik had in mijn bijdrage, die ik zo direct ga houden, ervoor gekozen om dit niet aan de orde te stellen, maar een goed verstaander kon wel wat horen. Ik voelde me eerlijk gezegd de afgelopen dagen ook gepiepelt, maar ik vind het nu niet de plek om dit te bediscussiëren. Maar ik ben het met u eens, laten we voor het reces het er wel over hebben. Alleen, we zijn al met verschillende fracties al bezig om te kijken hoe we dit op een geordende manier aan de orde kunnen stellen, ik hoop dat u zich daarbij aan wil sluiten en over mee wil denken. Vanavond is gewoon niet het podium, omdat veel mensen zich overvallen voelen, maar ik deel absoluut uw emotie – ik ben nu heel beheerst – dat we ons niet netjes behandeld voelden in de afgelopen dagen. Dus het heeft een staartje, maar niet voor vanavond. De voorzitter: De heer Van der Laan.

De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, dat is mooi, dat mijnheer Zoomermeijer ervoor gekozen heeft dit onderwerp niet te gebruiken. Ik vind dat het onderwerp wel plaats moet hebben in deze discussie. Zeker voor

de komende periode, want het kan ook nog een effect hebben financieel op ons. Als we nu gaan doen alsof het niet bestaat en het in achterkamers gaan uitpraten, vind ik geen goede zaak. Ik denk dat het goed is dat we hier stevig over moeten discussiëren en dat dat op een degelijke manier moet ben ik met u eens. Alleen het zegt wel iets over de bestuurscultuur. De voorzitter: De heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): Ik wil dat debat vanavond niet voeren, maar wel voor het reces. Ik heb het woord ‘gepiepelt’ gebruikt en dat zal ik ook niet terugnemen, want zo voelde ik me echt. Maar vanavond wilde ik het niet laten overschaduwen over de politieke keuzes die we hier gaan maken en die vind ik wel deel van het verhaal als je het hebt over een voorjaarsnota of eigenlijk een kadernota. Want we gaan hier, voor één van de laatste keren dit college, afrekenen. Maar zeker, dit debat zal heel snel gevoerd moeten worden en ik zal me niet inhouden. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de heer Van der Laan, want ik ben blij dat hij begint over de prioritering van handhaving, want dat is inderdaad een vraag die de VVD gesteld heeft, al een hele tijd geleden, om daar een keer meer inzicht in te krijgen. Dus dank daarvoor, mijnheer Van der Laan.

Maar ik heb ook vragen gesteld over: tijdens corona hebben wij een aantal zaken binnen handhaving geherprioriteerd. Plat gezegd: op sommige dingen zijn we wat minder gaan handhaven. Ik heb uit antwoorden op technische vragen begrepen dat al die prioritering nu wordt teruggedraaid. Wij zouden het wel interessant vinden om dat gesprek met elkaar te hebben, in hoeverre hebben we die handhavingsuren de afgelopen anderhalf jaar gemist? Want zou bijvoorbeeld dat we minder hebben gehandhaafd op fout-fietsparkeren, maar misschien kunnen we dat het beste op het niveau van corona houden en ontstaat er op die manier ook zonder extra geld extra handhavingscapaciteit om op een aantal andere wensen die we hebben te gaan handhaven. Mijn vraag aan mijnheer Van der Laan is of hij daar ook open voor zou staan, om er ook op die manier een keer naar te kijken. De voorzitter: De heer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Nou ja, ik vind van wel. Wij hebben als gemeenteraad enorm veel eisen gesteld aan die afdeling. Ze hebben nu prioriteit gegeven aan andere zaken en wij gaan ondertussen door met nieuwe eisen maken en nieuwe verwachtingen. Daaruit blijkt dat in elk geval de capaciteit die er nu is, met alles wat wij vragen als gemeenteraad, dat die capaciteit gewoon niet goed genoeg is. En moeten mensen bij, willen ze kunnen doen wat wij graag willen.

Ik heb daar goed contact over gehad, ik kom ook met een motie waar de cijfers in staan. Het is goed om die herprioritering te doen, vooral als je kijkt hier naar De Slinger bijvoorbeeld, staat in het lijstje wat we hebben bij handhaving, of we wel of niet gaan handhaven, staat hier op deze Slinger ‘niet handhaven’. Maar het is wel een pad waar geen brommers op mogen komen. Dus ja, als je overal regels maakt en je gaat niet handhaven, dan moeten we nu gewoon kijken: wat vinden we wel belangrijk en wat vinden we niet belangrijk? De voorzitter: De heer Wit. De heer Wit (CDA): Dank, voorzitter. Ik wil toch benadrukken dat ik het ongepast vind wat hier is geuit door u. Zowel het onderwerp vind ik niet hier op zijn plaats, want we kunnen niet debatteren hierover, want we hebben maar tien minuten. Mensen kunnen zich niet verdedigen, u heeft vragen gewoon in de ruimte gegooid

die niet beantwoord kunnen worden. Eigenlijk vind ik het heel slecht van u getimed om dat nu op tafel te gooien en dan heb ik het nog niet over de vorm. Dus ik had gehoopt dat u wat meer geduld zou betrachten. Jammer. De voorzitter: De heer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, mijnheer Wit kent me goed genoeg dat dat me echt totaal niet interesseert. De voorzitter: Mevrouw Pancar. Mevrouw Pancar (DENK): Dank u wel, voorzitter. Ik wilde eigenlijk niks zeggen, maar de opmerking van de heer Wit triggert mij toch om wat te zeggen. Ik sluit me volledig aan bij de woorden van de heer Van der Laan, want ik vind juist dat we dit niet in achterkamertjes moeten bespreken, maar transparant gewoon in een debat. Dat moeten we op een andere manier, misschien op een ander later moment met elkaar gaan bespreken. Dat de heer Van der Laan ook telkens wordt doorbroken, dat we het niet moeten hebben over ambtenaren. Het gaat over een krant, waar al over is geschreven. Er is al zoveel gezegd en zoveel geschreven, waarom moeten we dit nog steeds gaan verbergen? Waarom moeten we doen alsof het niet bestaat? Dat we dit hier ook niet mogen bespreken zegt al heel veel. De voorzitter: De heer Wit. De heer Wit (CDA): Volgens mij bent u geen spreekbuis van de krant, maar spreekt u uw eigen woorden uit.

Daar zit de heer Van der Laan natuurlijk altijd ook op te hameren: ik spreek voor mezelf en ik bepaal wat ik zeg. Dus dat citeren uit de krant en dan alles mogen zeggen, dat is natuurlijk onzin. En achterkamertjes, wie heeft het hier over achterkamertjes? Ik heb het dan eerder over eigen rechter spelen, conclusies trekken. Er gaat een onderzoek plaatsvinden, er heeft een stuk in de krant gestaan, u heeft misschien mensen gesproken. Ik ben gewend om even te wachten om iemand die verdacht is, dat is al te veel, ook al schuldig te bevinden. Heeft niks met achterkamertjes te maken, u loopt vooruit op zaken en u beschadigt mensen. De voorzitter: Eerst de heer Pauw en de heer Van Haasen en dan hebben we ook nog een reactie. Eerst de heer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Ja, voorzitter. Want ik zou graag van de heer Van der Laan een nadere toelichting willen hebben op wat nou precies zijn voorstel is. Want we hebben dus die onderzoekscommissie, maar wat wilt u nou precies voorafgaand daaraan? Kunt u dat nog een keertje toelichten? De voorzitter: De heer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Mijnheer Pauw, ik zeg het volgens mij op goede volgorde, waarbij ik zeg dat ik vind dat ik een andere keuze had gemaakt als ik die informatie van zaterdag op die donderdag in het presidium had gehad en meer mensen dat zouden hebben gedaan.

Ik denk dat het goed is om over die informatie te spreken, er zijn documenten waar dingen in staan. Ik heb ze gevraagd of de burgemeester die wil verstrekken. In alle transparantie neem ik aan dat dat ook gaat gebeuren. Een debat met de raad: waar willen we het over hebben en welk onderzoek kiezen we dan? Dan bespreken we het in de openheid, bespreken we het op deze manier. Als ik eerlijk ben had ik de keuze die ik afgelopen donderdag heb gemaakt niet gemaakt als ik deze informatie had gehad. Ik ben daar gewoon heel eerlijk in.

De heer Pauw (ROSA): Maar is het niet, voorzitter, de taak van die onderzoekscommissie om juist dit soort dingen waar u om vraagt, om die juist allemaal boven tafel te krijgen en dat dan terug te koppelen aan de raad, om met die informatie te delen? En dan ga je een debat met elkaar voeren eventueel, als dat gewenst is. De heer Van der Laan (POV): Ja, maar voorzitter, als … De voorzitter: De heer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Met uw goedkeuring. Als ik die informatie van zaterdag donderdag al had gehad, had ik afgelopen donderdag onverwijld achter een raadsonderzoek gestaan. De voorzitter: De heer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Nou ja, het is duidelijk verder. De voorzitter: De heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): Ik vind het moeilijk om dat debat nu te voeren, want ik kwam afgelopen donderdag al tot dezelfde conclusie, maar toen wist ik ook dit allemaal niet. We moeten het debat misschien wel volgende week gewoon hebben en dan gaat het gewoon helemaal open. Maar niet vanavond, want niemand heeft alle informatie en zelfs de voorzitter van de commissie voelt zich kennelijk niet vrij om enige opmerking te maken. Volgende week moet het gewoon los gaan, het spijt me. De voorzitter: De heer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Ik waardeer de woorden van de heer Zoomermeijer heel erg in deze, om dit niet nu te doen.

Er moet echt breder gesproken worden dan, als u dat wilt, en ook van de andere kant dingen belicht kunnen worden. Dat kan ook niet in deze setting, het wordt nu een raadsonderonsje. Dat gaat niet tot conclusies leiden of tot andere inzichten. Dus het lijkt mij goed om een ander onderwerp te gaan kiezen. De voorzitter: De heer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Bedankt, voorzitter. Dan kies ik een ander onderwerp, maar ik citeer toch ook even een stukje uit de krant: “In een bekendmaking geeft Hamming wel een sneer naar de raadsleden Van der Laan en Van Haasen, zij brachten de eventuele belangenverstrengeling ter sprake in een openbare vergadering. Dat hadden zij anders moeten doen, zegt Hamming.” Wat ik hieruit lees is eigenlijk dat wij niet in een openbare vergadering dit aan de orde mogen stellen, maar dat wij wel openbaar aan de paal genageld kunnen worden. Ik vind het een beetje tegenstrijdig. Wat vindt u ervan, mijnheer Van der Laan? De voorzitter: De heer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Ik heb daar al jaren een uitgesproken mening over. Ik ga over wat ik zeg en niet iemand anders en dat zeg ik al al die keren. Ik wil even aanvullen, ook aan de collega’s: ik vraag niet om die discussie nu te voeren, ik vraag om een debat.

Ik hoop dat iedereen dat zal steunen als ik een interpellatie indien en dat we daarna gaan kijken welke informatie er komt vanuit het college, want we moeten wel al die stukken hebben. Dan is het goed dat we kunnen praten hoe we erover verder willen. Alleen als we nu stil gaan zitten dan zit het tot na het reces en dan is het klaar. De vraag die hier in zit is niet het beschadigen van mensen, dat kunnen mensen dondersgoed zelf.

De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Voorzitter, mijnheer Van der Laan weet dat ik een aantal van zijn vragen en zorgen deel, maar ik wil toch de heer Tuijn en de heer Wit wel bijvallen, dat we het hier over mensen hebben en dan ook enige zorgvuldigheid moeten betrachten in beide voorbeelden. Want als we niet uitkijken, dan hebben wij in deze raad straks mensen al veroordeeld voordat we goed en wel hebben uitgezocht wat er wel gebeurd is en wat er niet gebeurd is. Dus als mijnheer Van der Laan graag een debat wil volgende week, dan zou ik wel mijn collega’s bij deze willen oproepen om wel enige zorgvuldigheid te betrachten en niet voor eigen rechter te gaan spelen voordat we goed weten wat hier is gebeurd. De voorzitter: De heer Wit. De heer Wit (CDA): Dank, voorzitter. Ja, volgende week een interpellatiedebat, democratiekwantiteit. Ik zie het alweer gebeuren: ongeduld. Volgende week hebben we geen extra informatie om een debat te voeren en ik zeg nu al, daar ga ik weer: daar ga ik gewoon niet heen. De voorzitter: Goed, zullen we dit debat, de tijd is echt om, dus ik stel voor dat we nu dit afsluiten. De heer Van Haasen heeft nog een heel dringende opmerking. De heer Van Haasen.

De heer Van Haasen (PVV): Ik had een verzoek aan mevrouw Onclin, of zij het verzoek van de heer Van der Laan deelt om dit stuk, waar het over gaat, of dat openbaar moet worden gemaakt naar raadsleden? Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Voorzitter, ik zie daar geen bezwaar tegen als mijnheer Van der Laan dat verzoekt. De voorzitter: Goed. Daarmee zijn alle vragen en opmerkingen gemaakt. Dan gaan wij door naar de heer Zoomermeijer van de SP en daarna de heer Pauw van ROSA. De heer Zoomermeijer (SP): Nou, weer even terug in de emotie en terug naar de kadernota of voorjaarsnota, whatever. ‘De molen op de wind houden’, dat klinkt echt Zaans, maar in deze voorjaarsnota en bij dit college betekent dat niet veel meer dan alles bij het oude laten. Dus veel geld uitgeven aan kostbare zaken, waar veel inwoners van onze stad weinig aan hebben. Voor de SP ligt dit als een molensteen op het hart. Zo worden er betaalbare woningen beloofd, maar de voorraad sociale huurwoningen is kleiner geworden en de vrije sector en koopwoningen zijn belachelijk duur. Zaanstad bouwt vooral dure woningen, we hebben het voorbeeld al gehad van zelfs bijna negen ton in het Zaans Pijl, Brokking aan de Zaan, de Zaanse Oever, noem maar op. Om dat te compenseren zegt de SP: meer sociale huurwoningen in de andere nieuwbouwwijken en snelheid gaan maken.

Want er zijn planningen, maar die moeten ook uitgevoerd worden, daar zitten we nu al een paar jaar tegenaan te hikken. En hoe zou het nou toch komen dat zoveel inwoners van Zaanstad het vertrouwen in de politiek en hun gemeentebestuur verloren hebben? Hoe komt het toch dat onze inwoners denken: “Je rommelt als een molen, maar ik zie geen meel”? Dat is omdat Zaanstad steeds de molen naar de wind keert, de koers van Zaanstad is een neoliberale. Steeds weer wordt meer geluisterd naar de mensen met een grote mond en grootse plannen, die koersen op eigen voordeel dan naar de mensen die noodgedwongen moeten zwijgen, murw gemaakt en moe gebeukt. De bewoners van de Peperstraat zijn gelukkig nog niet moe en die lopen niet met molentjes, maar met spandoeken. Gelukkig nog strijdbaar, ze vechten tegen bezopen sloopplannen en gebrekkige inspraak door de projectontwikkelaar, waarmee het Zaanse college het vertrouwen in de politiek ondermijnde of liet ondermijnen. Onze felicitaties aan de strijdbare bewoners, want vandaag bleek dat het college inbindt en de onzalige plannen voor de Peperstraat terugstuurt naar de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10567071/1