CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raad 17 juni 2021

Raadsvergadering 16 september 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Vaststellen verslag en besluitenlijst d.d. 17 en 29 juni, 5 en 8 juli 202136.268 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

tekentafel. Strijd loont. Dan de Europese School, wat moeten we daar nou weer mee? Het is duidelijk dat deze plannen indruisen tegen alles wat deze raad en deze zaal en het college zelf belangrijk vonden: op een plek waar heel veel sociale woningen gebouwd konden worden wil Zaanstad opeens een school hebben voor expats. Een school voor ouders van kinderen die nadrukkelijk niet opgenomen behoeven te worden in de Nederlandse samenleving, want ze reizen rond van land tot land. Hoe anders is de houding van het gemeentebestuur naar mensen in achterstandswijken als Poelenburg en Peldersveld? Daar is geen rode loper. Overigens, in het debat over de Europese School werd deze raad, deze democratisch gekozen volksvertegenwoordiging, op achterstand gezet door de geheimhouding door het college. Daar bouwde het college weer aan de teleurstelling in de politiek. Dan het Klimaatakkoord. In 2009 werd met deze gemeenteraad afgesproken dat Zaanstad in 2020 klimaatneutraal zou zijn. Niets is minder waar, nu is het 2030 geworden, nu is weer 2040 geworden. Zou dat lukken? Wie weet het? Ambtelijke molens draaien langzaam. Het wordt vervelend, maar daar bouwt het college weer aan de teleurstelling in de politiek. Gelukkig is er de gelukkige omstandigheid dat Zaanstad tussen maar liefst 3 Natura 2000-gebieden ligt.

Omdat de uitstoot volgens de Europese richtlijnen en de rechter fors moet verminderen is het afgelopen met de bouw van dure luxewoningen in het buitengebied, is de kans op extra autowegen rond Zaanstad zowat verkeken en moet de vervuilende industrie in en rond Zaanstad vooral heel veel schoner worden. De SP heeft binnenkort niet meer tegen windmolens te vechten, maar heeft nu koren op de molen. Daarover komt de SP met moties en amendementen voor het milieu. Dan het investeringsfonds en de kredietbesluiten. Eerst maar weer eens de A8/A9. Het is Zaanstad niet gelukt wat betreft de provinciale snelweg de molen op de wind te houden. Veertig miljoen zou er uiteindelijk gereserveerd moeten worden, maar komt die weg er wel? Gezien de uitspraak over uitstoot en de dure inpassing van de weg – ondertunneling, misschien wel een miljard – is het voor Zaanstad eigenlijk niet meer zinvol om veertig miljoen in het investeringsfonds te laten zitten. De provincie heeft de financiering van de A8/A9 al uit haar investeringen gehaald, die staan er niet meer in. De provincie legt er geen geld meer voor vrij, die ene druppel van ons maakt geen verschil. Dus komt de SP weer met een amendement om de veertig miljoen van Zaanstad nuttiger te besteden, namelijk aan openbare ruimte, wat meer partijen hier willen. Als laatste, de hockeyvereniging De Kraaien.

Bijna vier miljoen ligt klaar om daaraan uit te geven, maar de verhuizing is nog geen gelopen race. Nog steeds het probleem van de stikstof, allemaal juridisch niet erg simpel. Laten we die juridisch geschoolde deskundigen nu hun werk doen en de SP zal hun daarbij aanmoedigen. Dat houdt onze rol als politiek zuiver en zo herstel je het vertrouwen in de rechtsstaat en de gemeenteraad. Want uiteindelijk gaat het om vertrouwen in de krachtige rol van de volksvertegenwoordiging, wij dus, onafhankelijk van dichtgetimmerde coalitieakkoorden, ongezonde wekelijkse achterkamertjes-overleggen tussen collegepartijen en wethouders, waarin wordt bepaald welke ruimte een coalitiefractie nog krijgt. Alles om een Omtzigt in spé te sensibiliseren. Het gaat om onafhankelijkheid, om principes van de raadsleden, om het bepalen van beleid en controleren op de uitvoering van beleid. En wat de SP betreft om menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit tegen het grote geld en de grote mond en tegen de vermalende ambtelijke molens en voor een groene en solidaire toekomst voor iedereen, ongeacht waar je wieg stond of staat. De voorzitter: Dank u wel. Wie wil daarop reageren? De heer Wit. De heer Wit (CDA): Ja, je moet je in ieder geval ergens op onderscheiden. Dank, voorzitter. Maar ik heb ook hele zinvolle punten.

SP, u noemt – dank u, de heer Zoomermeijer, voor uw bijdrage – u heeft het over vertrouwen. Maar hoe betrouwbaar bent u als wij De Kraaien na zoveel jaar zeggen, nadat een meerderheid van de raad heeft gezegd: “Jullie mogen verhuizen.” Als u dan als fractie zegt: “Nou, dat gaan we toch maar stoppen.” Hoe betrouwbaar bent u dan? Dat is vraag één.

De heer Zoomermeijer (SP): Mag ik die eerst beantwoorden? De heer Wit (CDA): Nou, ik zou hem graag even af willen maken, voorzitter. De heer Zoomermeijer (SP): Oké. De heer Wit (CDA): Het tweede punt is: u had het over de afname van het aantal sociale huurwoningen. Is dat nou beleid van de gemeente geweest? Of is, en dan is de quizvraag: wie bouwt sociale huurwoningen en wie verkoopt ze? Dank u. De voorzitter: De heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): Goed, om op die laatste terug te komen: die discussie hebben we al eerder gevoerd, mijnheer Wit, en net ook met Evert Hartog van mijn partij. U claimt: die driehonderd woningen, sociale huurwoningen zijn een belofte geweest van de corporaties. Maar dat heb ik ook al gezegd een jaar geleden, en een jaar daarvoor waarschijnlijk ook: het college heeft zich die belofte eigengemaakt. Er staat nu jullie – dus ook dat van jou, u – coalitieprogramma, dat jullie die sociale woningbouw zouden realiseren. Daarmee hebben jullie je verantwoordelijk gemaakt, jullie gesprekspartners zijn de directies van die woningbouwcorporaties, die overigens – lees De Orkaan maar – een vrij gemene lobby voeren om ook daarop niet te presteren wat ze moeten doen. En jullie, dus jullie verantwoordelijke portefeuillehouders, behoort die corporaties daarop aan te spreken. Jullie verantwoordelijkheid, jullie belofte.

Hier in de zaal is door de linkse partij in het college gezegd – nou ja, ‘links’, wat ze zelf vinden – dat die sociale woningbouw er zou komen. Nu hoor ik als laatste moment voor de volgende verkiezingen: ja, we zijn al goed op weg met de prognoses en de plannen. Maar bouwen, ho maar, want al die projecten die ik net noemde, ik noemde er zo drie, daar zit die sociale woningbouw dus in ieder geval niet in en waar de Europese School komt, daar zou sociale woningbouw komen en daar wordt weer een deel van afgeknibbeld. Dus dan vraag ik me af: wie breekt nu een belofte? Wat was uw eerste vraag ook alweer? Over De Kraaien. Nou, sorry, wij zijn heel consequent geweest in ons standpunt, wij zijn één van de weinige partijen geweest die vanaf dag één niet voor die verhuizing van De Kraaien voor dat bedrag zijn geweest, dat is een cadeautje geweest van partijen als de uwe om verkiezingen mee te winnen, dus dat is uw verantwoordelijkheid. Maar ik gaf ook aan dat het een juridische strijd is die we voorlopig niet eens kunnen winnen. Dus ook al hebben we het geld, wat we niet hebben, die Kraaien kunnen niet zomaar verhuizen, want de strijd is nog niet gestreden op juridisch vlak. Hetzelfde geldt voor de A8/A9, en dat weet u. De voorzitter: De heer Wit.

De heer Wit (CDA): Als het bij sommige fracties, ook wel eens de uwe, spannend wordt dan zegt u: ja, u heeft er geen verstand van, u heeft het niet goed gelezen of u bent niet goed voorbereid. Nou, volgens mij bent u dat nu, want wij hebben tegen de verhuizing van De Kraaien gestemd. Maar wij zijn zo verantwoordelijk bezig dat als de raad dan bij meerderheid zegt: “Ze mogen over en we zijn ook al bezig.” Dan gaan wij die koers varen. Dat is betrouwbaarheid en dat is bij u dan toch wel heel lastig. De voorzitter: De heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): U kunt misschien wel zeggen dat ik niet voor ogen had dat u ook tegen had gestemd, excuses daarvoor en heel knap dat u dat heeft gedaan, net zoals wij één van de weinige partijen. Hulde daarvoor. Maar feit blijft dat wij consequent zijn geweest in dit standpunt en dat wij trouw blijven, zoals

dat ik ook in mijn betoog net heb gedaan, aan onze principes. Wij maken gewoon andere keuzes en daar zijn we superduidelijk in. Mensen weet precies wat ze van ons kunnen verwachten, wij zijn niet verantwoordelijk voor wat andere partijen beslissen. De voorzitter: Mevrouw De Boer en dan de heer Mattens. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Dank u, voorzitter. Dank aan de heer Zoomermeijer voor het betoog. Toch even scherp over de A8/A9, dank dat u zo alert bent om te constateren dat dat dus niet helemaal goed gaat in het provinciale meerjarenprogramma. Dus u weet dat wij een voorstander zijn van die A8/A9, dus ik neem dit ook nadrukkelijk mee om het college aan te sporen hier toch heel stevig met de provincie over in gesprek te gaan, want dan hebben we toch echt wel een probleem. Maar als u, u geeft aan ‘we willen meer woningen, waaronder ook meer sociale huurwoningen’, dat kan toch alleen maar als die A8/A9 er komt? Want we zijn als raad ook bij Krommenie geweest de afgelopen weken, dan zien we dat het piept en het kraakt. De enige oplossing zou kunnen zijn die A8/A9. De voorzitter: De heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): Zou kunnen zijn, maar u weet ook – en deze discussie voeren we hier natuurlijk al jaren – dat er dan weer duizenden huishoudens bij de Zaanbrug bij de A8 met de ellende van 30.000 verkeersbewegingen per dag erbij komen te zitten.

Daar worden dan ook weer mensen door geraakt die ook weer in goedkopere woningen wonen. Dus wat dat betreft is er niet een makkelijke oplossing en feit is dat heel veel nieuwbouwprojecten, zoals bijvoorbeeld op het Hembrugterrein, die zijn niet direct geholpen met een verbinding A8/A9. Dus er zijn op zich wel plekken en ik zie dat verband niet direct liggen. Ik zie wel dat er verbeteringen mogelijk zijn voor Zaanstad-Noord. Ik denk overigens dat de A8/A9 gewoon geen reële optie is, omdat zelfs in het gunstige geval dat dat geld er zou zijn het nog heel veel jaren duurt voordat die fysiek zou kunnen worden aangelegd. Maar de realiteit is dus: het geld ligt niet eens klaar. Dus om daarop te blijven drukken terwijl je weet dat dat geen oplossing is voor laten we zeggen binnen vijf, tien of eerlijk gezegd zelfs twintig jaar geef je dus eigenlijk geen enkele oplossing. Ik kijk dan meer naar bijvoorbeeld doorstroming. Of ik ben voor het stimuleren, wat het college op zich wel goed doet, van een hogesnelheidslijn en … De voorzitter: U heeft nog reacties van de heer De Vries en Tuijn op dit punt. De heer De Vries (D66): Ik heb een hele tijd gewacht, mijnheer de voorzitter, maar toen mijnheer Zoomermeijer net zei ‘het geld ligt niet klaar’, toen dacht ik: nee, dat klopt, daar heeft hij helemaal gelijk in. Maar hij wil het wel besteden.

Hoe gaat hij dat probleem oplossen, is mijn vraag? De voorzitter: De heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): Dit college en alle colleges hiervoor van de afgelopen jaren hebben zelf dat geld altijd willen reserveren. Zij hebben daar kennelijk gaatjes voor gevonden, want kennelijk is de accountant er altijd mee akkoord gegaan, de provincie ook, dus dat kunt u mij niet in het gezicht werpen. Datzelfde geld, stellen wij voor, besteden voor de openbare ruimte. Bent u daarmee akkoord of niet? U hebt erop bezuinigd vorig jaar. De voorzitter: De heer De Vries.

De heer De Vries (D66): U bent natuurlijk een hele goede debater, complimenten daarvoor. Maar mijn vraag was: het geld is er niet. U zei dat net zelf: het geld is niet. Dat klopt, dat is er ook niet, het is een wens. Maar u wil dat geld besteden, zei u in uw bijdrage. Dat is een groot verschil, want dat geld is er namelijk niet, wat u wil besteden. De voorzitter: De heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): Ik ga niet discussies moeten herhalen toch van jaren? Jan, ik heb je dit al vaker gezegd, jullie, jij maakt met je verhalen van Zaanstad-Noord: “Ik, het orakel van Noord, ik wil die A8/A9”. Dat zeg je nu al jaren. Dus jij maakt een belofte op basis van iets waarvan jij weet, met wethouder en college, dat er geen geld voor is. Waarover zelfs dit college tussentijds is gesneuveld, omdat deze wethouder die hier zit zelfs aangaf dat hij iets ging wachten met de A8/A9, wat vervolgens een deel van de VVD niet pikte. Dus u heeft dat hele spel gespeeld en dan gebruikt u dat tegen mij? Kortom, u speelde cynisch spel van beloftes maken van mensen en Zaanstad-Noord, van iets wat er voorlopig niet gaat komen en waarvoor u en uw college het geld niet heeft. De voorzitter: De heer De Vries. De heer De Vries (D66): Tot slot, mijnheer de voorzitter. Kijk, ik knok ervoor – en dat zal ik ook blijven doen en dat doe ik – omdat daar duizenden schoolkinderen elke dag last van hebben.

Dat heb ik al vaker tegen u gezegd en dat zal ik dus blijven doen. Dan mag u mij het Orakel van Noord noemen en dat is prima, dat beschouw ik als een geuzennaam, want ik zal blijven vechten tot ik erbij neerval, want daar gaat het mij om. De mensen die u bedoelt, die niet langs de Zaanbrug wonen, maar de Coenbrug wonen, op de A8/A9 – want de Zaanbrug is een hele andere brug, laten we daar helderheid over verschaffen, daar gaat het niet over, het gaat over de Coenbrug – en als we dus werkelijk wat met elkaar zouden willen, dan zouden we dat probleem op moeten lossen en daar hebben we al een voorstel over gedaan. Was u ook voor, om de snelheid te verlagen en om daar geluidsarm asfalt te maken en misschien hele hoge geluidsschermen, zoals ze in Amsterdam langs de ring hebben, om ook de nood voor die mensen te ledigen. Dan is het niet of/of, maar dan is het en/en. Dan doen we iets voor de jeugd en dan doen we iets voor de inwoners in het midden van onze stad. Want die gaan mij net zo goed als u aan het hart. De voorzitter: Een korte reactie, de heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): Net zo kort als mijnheer De Vries met zijn nogal lange interruptie, alstublieft, met uw welnemen. Heel simpel en dat heb ik ook al gezegd: daar wonen dus duizenden mensen die daaronder gaan lijden, onder die 30.000 extra verkeersbewegingen.

De maatregelen die u schetst – waarvoor wij concreet hebben gestreden met die bewoners, vraag maar aan Anna de Groot – die gaan dus voor de huidige verkeerssituatie. Als die 30.000 verkeersbewegingen erbij komen dankzij de door u gewenste A8/A9 verplaatst u het probleem naar daar. Dat zijn die hogere muren en geluidsarm asfalt niet meer voldoende en dat weet u. Dus u verplaatst het probleem voor uw achterban en niet in het algemene belang. De voorzitter: De heer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Er is al gezegd dat de heer Zoomermeijer een buitengewoon intelligent debater is, maar ook gewoon heel goed weet hoe het er hier in deze raad aan toegaat. Ik kom nog eventjes terug op het stukje woningbouw. U noemt net De Kraaien, u weet ook hoe lang dat al loopt en wanneer dat besluit genomen is om die te verplaatsen. Dat is nu denk ik al een jaar of vier niet gebeurd. Geldt

ook voor woningbouwprojecten, dat die zolang doorlopen voordat er iets staat. U zegt nu: er worden nu geen sociale huurwoningen opgeleverd. Nee, in die lijn is dat wel verklaarbaar. Dit zijn allemaal oude projecten die al zolang lopen. Daarom heb ik ook net bij de heer Hartog ook verwezen naar wat er nu wordt afgesloten en wat dus ook logisch is dat dat er nu nog niet staat, maar wat er wel aankomt. U kunt dan heel hard roepen dat het allemaal niet deugt en dat het niet klopt, maar deze zo zelfbenoemde linkse partij vindt wel degelijk dat daar iets goeds gebeurt en dat er stappen zijn gezet. De voorzitter: De heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): U herhaalt ook zelf exact net wat u bij het eerdere betoog tegen mijn collega Hartog zei, maar feit is: het zijn nog beloftes, die staan dus nu al drieënhalf jaar met uw college, terwijl u alle tientallen jaren hiervoor in het college heeft gezeten, permanent en continu. Dus wanneer gaat het dan gebeuren, wanneer? De voorzitter: Er zijn nog drie mensen die woordmeldingen hebben, maar de tijd is om. Dus ik stel voor dat we doorgaan naar de volgende, dat is ROSA. De heer Pauw heeft het woord en daarna het CDA. De heer Pauw (ROSA): Dank u wel, voorzitter.

De fractie van ROSA wil iedereen dankzeggen die betrokken is geweest bij het opstellen van deze voorjaarsnota, die dit jaar wederom – ik had eerst ‘wel’ staan, maar ik denk: nee, het is wederom – onder heel bijzondere omstandigheden tot stand is gekomen. Enerzijds door de impact die de coronacrisis heeft gehad en nog steeds heeft op de Zaanse samenleving en anderzijds door de decentralisaties die vanuit het Rijk naar gemeentes zijn gekomen zonder voldoende daaraan verbonden financiële middelen. Dat zijn naar ons idee de twee factoren die de voorjaarsnota en daarmee ook de toekomstige begroting ernstig beïnvloeden, en dat is merkbaar. Het college stelt voor geen sluitende voorjaarsnota aan te bieden en voorkomt daarmee deels maatregelen te moeten nemen op tal van terreinen die toch al zwaar getroffen zijn. ROSA kan die lijn volgen en hoopt in november op een sluitende meerjarenbegroting. Om de kans hierop te vergroten hebben wij een amendement gemaakt, waarbij in november bezien wordt hoe wij er dan financieel voorstaan. Als de financiële situatie er in november om vraagt, zullen wij dan ook accepteren dat de weerstandsratio teruggeschroefd wordt van 1,4 naar 1,1 voor het jaar 2022.

Dit is onder andere ingegeven uit de eerdere gesprekken met de accountant, waarin ons duidelijk werd dat de algemene reserve niet alleen bedoeld is voor het afdekken van risico’s, maar zeker ook ingezet kan worden in financieel slechte tijden. De 1,2 miljoen kan dan gebruikt worden voor de zaken waar het college vooralsnog niet voor heeft gekozen. Niettemin blijft het zoeken naar financiële middelen om afgesproken beleid te effectueren dan wel nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. Nee, ik lees hem verkeerd. Niettemin blijft het zoeken naar financiële middelen om afgesproken beleid te effectueren dan wel nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. Het college benoemt daarbij een aantal urgente zaken die zij met voorrang wil oppakken. Genoemd wordt onder andere de actualisatie van de woonschepenverordening en het woonwagenbeleid. Ik moet u zeggen dat dit voor ons niet zo’n hoge prioriteit heeft. Datzelfde geldt voor de ROM-MRA. Dat schept dus weer ruimte in de toekomstige begroting. Wij zouden graag zien dat wanneer de financiën dit toelaten gekozen wordt voor verdere uitwerking van de visie Dijken, Linten en Paden, hetgeen hard nodig is om verwarring te voorkomen. Maar de lijst bekijkende valt ons tevens op dat het college er niet voor kiest om geld beschikbaar te stellen voor handhaving en toezicht op de huisvestingsverordening.

Dat is een hard gelach, als we bedenken dat de voltallige raad dit onderwerp als een groot probleem ziet. Het is voor ons ook van een geheel andere orde als bijvoorbeeld het niet honoreren van toiletten in de openbare ruimte. Tenslotte over deze veelbesproken en voorlopige afvallers: er is geen financiële ruimte voor meer biodivers maaibeleid. Ook dat is voor ons een heikel punt waar we in november zeker op terug zullen komen, want het

staat immers overduidelijk in het coalitieakkoord. Er hebben al diverse tranches uit de coronareserve plaatsgevonden. ROSA constateert dat de kloof tussen arm en rijk groter is geworden, net als bijvoorbeeld polarisatie, eenzaamheid en overgewicht, om er maar een paar te noemen. Dit blijft jarenlang invloed houden op het sociaal domein en daar gaat dus onze specifieke aandacht ook naar uit. Laaggeletterdheid en meedoen in onze stad hebben een direct verband. ROSA vraagt blijvend aandacht voor steun bij het ontwikkelen van de noodzakelijke basisvaardigheden in een steeds verder digitaliserende samenleving. Het lijkt erop dat het Rijk uiteindelijk over de brug komt met extra geld voor de jeugdzorg. De effecten daarvan zijn nog niet terug te zien in deze begroting, maar wat ROSA betreft beschouwen we deze gelden, als ze al komen, als geoormerkt voor die zorg. Door de invoering van het abonnementstarief bij de WMO is een aanzienlijk tekort ontstaan. Dit tekort wordt voornamelijk door de aanzuigende werking van het abonnementstarief veroorzaakt. Het college blijft daarom actief een beroep doen op het Rijk om de regelgeving op het gebied van het abonnementstarief aan te passen. Uiteraard steunen wij dat beroep van harte. Als dan straks de coronacrisis van de baan is, gaat de stad hopelijk weer bruisen als nooit tevoren.

Dan is het naar ons idee meer dan ooit belangrijk te investeren in kleinschalige initiatieven die het gemeenschapsgevoel versterken en die de buurtkracht stimuleren. Voorzitter, het blijkt geen eenvoudige klus om de begroting voor de komende jaren rond te krijgen, maar niettemin zien wij de toekomst met vertrouwen tegemoet. De voorzitter: Dank u wel. Wie wil daarop reageren? Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ik zal mijnheer Wit even aflossen. Voorzitter, ik heb een vraag aan mijnheer Pauw, want is mijnheer Pauw het niet met mij eens dat het altijd een recht van deze raad is om af te wijken van onze eigen spelregel met betrekking tot de ratio 1,4 en ons weerstandsvermogen? Dus als deze raad bij de komende begroting het wenselijk vindt om geld uit de algemene reserve te halen, wat eigenlijk het amendement van mijnheer Pauw beschrijft, is mijnheer Pauw het dan niet met mij eens dat dat al kan, conform onze eigen spelregels? De heer Pauw (ROSA): Ja hoor, dat ben ik helemaal met u eens. Alleen ik wil hem door middel van dit amendement wel even benadrukken, want anders ben ik bang dat uiteindelijk gewoon die ratio op 1,4 blijft staan. Dat vind ik gezien deze tijden, waarin we gewoon tekort geld hebben van het Rijk en door de coronacrisis heel veel groepen in de samenleving zijn getroffen, vind ik het acceptabel om daarvan af te wijken.

Ik hoop dat u dat amendement ook van harte gaat ondersteunen, want dat verdient de stad echt. De voorzitter: De heer Wit. De heer Wit (CDA): Dank, voorzitter. Als reactie op mevrouw Onclin. Kijk, wij zijn ook voor om, als er een uitzondering nodig is, om die ook te benutten, met in dit geval die weerstandratio nog niet te verhogen. Maar we moeten wel beseffen: hier ligt een raadsbesluit onder en ik vind ook dat we dat moeten benadrukken. Iedere keer als we afwijken van die 1,4 moeten we dat beargumenteren, er ligt een raadsbesluit onder. Anders moet de raad een nieuw besluit nemen, maar verantwoord boekhouden en besturen betekent dat je ook raadsbesluiten in acht neemt. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Voorzitter, ik snap niet zo goed wat mijnheer Wit nu eigenlijk zegt en waarom hij zich tot mij richt. De voorzitter: De heer Wit.

De heer Wit (CDA): Ik zal het in Jip en Janneke-taal zeggen dan. U had het erover dat de raad gaat over wat zij doen, wat ze uitgeven en welke uitzonderingen ze maken. Ja, daar ben ik het mee eens en dan voeg ik gewoon toe dat er een raadsbesluit onder ligt. Dat is het, heel simpel. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja, maar mijn vraag aan de heer Pauw was: bent u het met mij eens dat het amendement eigenlijk vraagt – en dat blijkt ook wel uit het antwoord van mijnheer Pauw – dit amendement vraagt de raad eigenlijk om zich aan haar eigen spelregels te houden. Mijnheer Wit, dat bent u toch met mij eens, dat dat eigenlijk een beetje gek is? De voorzitter: De heer Wit. De heer Wit (CDA): Dank, voorzitter. Ja, daar lopen eigenlijk twee spelregels door elkaar, wat de heer Pauw zegt en wat u zegt. Dat mag allebei, maar het moet wel benadrukt worden dat er twee spelregels in het spel zijn. Snapt u het nog? De voorzitter: De heer Van Haasen wil hier ook op reageren. De heer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ja, bedankt. Ik wil het eigenlijk even omdraaien. Wat gebeurt er nou als het amendement niet wordt aangenomen? Wordt er dan een amendement aangenomen tegen onze eigen spelregels? Dat is dan de vraag. De voorzitter: Mevrouw Onclin.

Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Nou ja, mijnheer Van Haasen snijdt enigszins wel een terecht punt aan, want ik zoek oprecht heel erg, samen met mijn fractie, naar de toegevoegde waarde van dit amendement en daarmee inderdaad ook wel de implicatie: wat als deze raad dan dit amendement niet aanneemt? Want als VVD vinden we het ergens een beetje gek om een amendement aan te nemen waarin de raad wordt gevraagd om zich aan haar eigen spelregels te houden. Dan in reactie op mijnheer Wit: mijnheer Pauw en ik hebben het niet over twee verschillende spelregels, we hebben het wel over de toegevoegde waarde van dit amendement. Want nogmaals, de raad wordt in dit amendement gevraagd om zich bij de begroting aan haar eigen spelregels te houden. Dat lijkt ons heel bijzonder. En ja, mijnheer Van Haasen, dat zou een reden kunnen zijn om tegen dit amendement te stemmen, maar daarmee wil ik zeker niet zeggen dat wij vinden dat die spelregel op zichzelf niet klopt. Maar eigenlijk is dit een hele gekke discussie. De voorzitter: De heer Pietersma wil daar ook op reageren. De heer Pietersma (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Als ik het volgens mij goed begrepen heb: als het amendement niet wordt aangenomen en er ligt niks anders, dan volgt raadsbesluit zoals het door het college is voorgelegd. Dan gaan we volgens mij de 1,4 gewoon hanteren.

Maar ik heb even een andere vraag, dat is in de richting van de heer Pauw, want ik begreep hem eigenlijk niet goed. Enerzijds zei hij dat we het positieve rekeningresultaat gaan aanwenden, want de stad heeft daar behoefte aan. Anderszins hoor ik u volgens mij zeggen dat u die 1,2 positief rekeningresultaat wil aanwenden om die onderwerpen, waarvan het college zegt ‘die vinden wij wel wenselijk, maar daar hebben we op dit moment geen geld voor’, om die in te vullen. Maar die hebben volgens mij op een aantal terreinen helemaal niets te maken met de effecten van de corona. Dus ik wilde daar graag wat helderheid over van de heer Pauw.

De voorzitter: De heer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Nee, maar ik zie ook dat je dat samen moet voegen en dat enerzijds de corona-effecten natuurlijk en anderzijds dat we gewoon, als die corona er niet was geweest hadden we waarschijnlijk ook financieel gewoon in geen makkelijk weer gezeten, laat ik het voorzichtig uitdrukken. Dat is voor mij dus de reden om te zeggen: voor mij is die 1,4 niet heilig. Daar gaat het uiteindelijk ook om en dat wil ik nu hier bij de voorjaarsnota, waarin we de kaders aangeven, wil ik dat gewoon al benadrukken door middel van dit amendement. Ik bedoel, ik weet ook dat we nog de coronagelden hebben, hoor. Waar we gebruik van gaan maken om de nood te ledigen die in de stad alom aanwezig is. De voorzitter: De heer Pietersma. De heer Pietersma (PvdA): Ja, mijnheer Pauw, maar ik begrijp het toch niet helemaal goed. Zoals u mijn collega, de heer Tuijn, heeft horen zeggen verwachten wij nog wel een stukje nasleep van de corona als het gaat om mensen die in de bijstand komen of ondernemers die in de problemen komen. We hebben een bepaalde reserve nog zitten in de coronareserve. U begint uw amendement wel met heel breed dat u de gevolgen van de corona wenst te ondervangen, voor zover die zich nog zullen voordoen. Vervolgens zegt u: hou het geld in de algemene reserve.

Verwijst u naar een besteding, waarvan het college zegt dat we die de komende tijd nog niet kunnen uitvoeren, die helemaal niets met corona te maken heeft. Dan raak ik een beetje de weg kwijt in uw betoog en waar u nou precies voor staat en wat u met die 1,2 miljoen wil. De voorzitter: De heer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Ja, dus het gaat enerzijds om wat corona in de maatschappij teweegbrengt en anderzijds, de keuzes die het college op dit moment niet gemaakt heeft vanwege het feit dat ze gewoon onvoldoende geld hebben, maar die wel op het wensenlijstje staan om, mits er voldoende geld is – en dat hoop ik ten zeerste in november, dat het duidelijk is – dat we beiden zouden kunnen gebruiken van dat geld. Wat ik er dus eigenlijk van zeg: als het in november zodanig is dat we er financieel nog slecht voorstaan, dan vind ik dat je zowel voor het ene als voor het andere kan gebruiken – maar niet verder uitlatingen, want ik bedoel, want dat is het debat wat we in november met elkaar gaan voeren – aan welk bedrag of aan welk doel dat besteed gaat worden. De voorzitter: Mevrouw De Boer en dan mevrouw Neefjes. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Dank u wel, voorzitter. Ook nog even over de weerstandsratio, daar ben ik natuurlijk ook al een tijd heel kritisch op geweest. Want u geeft aan dat u grote verschillen in rijk en arm constateert, andere effecten van corona.

Die herkennen wij ook, maar als je uiteindelijk geen buffer meer hebt om bijvoorbeeld weer de nieuwe risico’s op te vangen en het enige is nog dat je bijvoorbeeld de lasten omhoog kan gooien. Want ja, als je zo weinig reserves hebt zoals u straks voorstelt, dan helpen we toch ook niemand en maken we misschien die kloof alleen nog maar veel groter? Daarnaast heeft de arbitrage aangegeven dat we in ieder geval de kosten van volgend jaar voor de jeugdzorg flink krijgen. Dus op een gegeven moment is het dan ook toch een keer oké? Het lijkt nu alsof u en/en wilt. Dank u, voorzitter. De voorzitter: De heer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Nee, het is heel duidelijk – en dat heb ik ook voorgelezen – zo dat als in november blijkt dat we er financieel goed voorstaan en dat we ook inderdaad die gelden uit de jeugdzorg hebben ontvangen.

Ik weet dat het op dit moment nog een incidenteel bedrag is tot 2022 en dat het voor de jaren daarop nog onzeker is. Als we die bedragen hebben ontvangen en wij hebben nog andere bedragen ook ontvangen, want ik bedoel, het is niet alleen een wensdroom van de gemeente en van het college om met betrekking tot de jeugdzorg die gelden te ontvangen, maar het ligt nog op meer terreinen. Als dat op een gegeven moment aanleiding is tot het maken van een sluitende begroting, dan laten we wat mij betreft hem gewoon op 1,4 staan. Maar als dat niet het geval is, dan durf ik dat risico wel te nemen om terug te schalen naar die 1,1-ratio en die 1,2 miljoen dan in de stad in te zetten, waar dan ook. Dat is het doel wat er met dit amendement ook beoogd wordt. De voorzitter: Wil mevrouw Neefjes hier ook op reageren? Ja, mevrouw Neefjes eerst. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Ja, ik wil wel reageren, maar ik wil ook even zeggen dat de ChristenUnie een beetje een vergelijkbaar amendement heeft ingediend. Dat gaat dan meer over het bedrag en niet zozeer over de ratio en dat ik hoop dat we gewoon in het Zaanstad Beraad misschien hier verder over kunnen praten en dan tot ook een misschien andere formulering nog zouden kunnen komen. De voorzitter: De heer Brekelmans en mevrouw Onclin. De heer Brekelmans (POV): Voorzitter, dank u wel.

Voorzitter, ik hoor mijnheer Pauw zeggen dat we er goed voorstaan, als we dat geld van jeugdzorg maar krijgen. Dat geld is al gecalculeerd in de begroting, die 3,6 miljoen, en we staan nog negatief. Hoeveel moet er dan nog meer bij komen? We blijven gewoon negatief staan. De voorzitter: De heer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Zoals ik net al tegen mevrouw De Boer ook gezegd heb: ik bedoel, die gelden van de jeugdzorg 2022, inderdaad, die zijn wel ingecalculeerd, maar voor die jaren erop is het nog steeds onduidelijk wat er dan gaat gebeuren. Die gelden hebben we absoluut niet ontvangen. Dat noemde ik net ook. De voorzitter: Goed, dank u wel. De heer Pauw (ROSA): En ik wil toch wel naar een sluitende meerjarenbegroting … De voorzitter: Punt. De heer Pauw (ROSA): … in november komen. De voorzitter: Een mooie afronding van dit debat. Dan gaan wij door naar de heer Wit en daarna de heer De Vries van D66. De heer Wit (CDA): Dank u, voorzitter. Voorzitter, allereerst wil het CDA stilstaan bij het leed van allen die getroffen zijn, en helaas nog steeds worden, door COVID-19 en de coronacrisis, zowel qua gezondheid als in economisch opzicht. Gelukkig krijgen we onze mooie vrijheid steeds meer terug. De CDA-fractie deelt in deze moeilijke periode ook graag een pluim uit aan ons college, onze ambtelijke organisatie en onze griffie.

Zij hebben als dagelijks bestuur en adviseurs de gemeente goed door de ergste crisis geleid. De Rijkscoronagelden voor Zaanstad zijn actief binnengeharkt en daarnaast is de winkel gewoon zoveel mogelijk opengebleven. En ja, ook wij als raad hebben verantwoordelijkheid genomen in deze crisisbeheersing, als volksvertegenwoordigers en kritisch kaderstellend. Als het moet staan we zij aan zij en maken we een sterk

gemeentebestuur. Tot zover de veren, want af en toe kan de raad ook doorschieten in haar ijver, ‘democratische kwantiteit’ noemde ik het ook net nog. Recent voorbeeld ons ZMP, en voor de luisteraars: ons Zaans Mobiliteitsplan. Een beleidsplan, of visie, die na een uitvoerig participatietraject z’n finale vorm heeft gekregen. En dan toch regent het nu amendementen, alsof de raad Zaanstad moet behoeden voor een ramp en alsof het ZMP een scope heeft van een week in plaats van twintig jaar. Voorzitter, voor ons ligt – dat is al genoemd – de laatste voorjaarsnota voor deze bestuursperiode. Kunnen en durven we de politiek-bestuurlijke balans al op te maken? Wat hebben wij als raad als geheel en als CDA-fractie in het bijzonder gedaan aan de Zaanse uitdagingen? Waar ik trots op ben is de niet aflatende aandacht in mijn fractie voor mantelzorg en specifiek respijtzorg, een knellend probleem. Wij zijn daarom blij dat er een mantelzorgcoördinator komt, maar we zien ook graag een respijtzorghuis verschijnen. Waar we niet tevreden over zijn is het terugdringen van de wachtlijst van onze starters, onze jongeren die geen kant op kunnen, behalve bij pa en ma blijven wonen. Kan ook leuk zijn, trouwens. Van onorthodoxe maatregelen, waar velen van ons in 2018 om riepen, is het niet gekomen. En zeker, er zit nu veel in de pijplijn, maar dat was in 2018 ook het geval.

Binnenstedelijk bouwen is logisch, maar ook complex en tijdrovend. Zeker als de provincie ook nog onbegrijpelijke bouwblokkades gaat opwerpen, zoals bij het Jacob Visterrein. Om te voldoen aan de enorme behoefte aan woonruimte zouden we er goed aan doen om ook aan de randen van de gemeente te gaan bouwen. Nee, geen Vinex-wijk, maar waarom bouwen we geen duurzaam eigentijds lintdorp, opgetrokken uit Zaanse houtbouw? En waarom bouwen we die 120 te vinden woningen niet extreem duurzaam en groen aan het station Wormerveer? Goed voor het milieu, net als de A8-A9 trouwens. Voorzitter, tot slot twee aandachtspunten. Participatie. Projecten lopen ook vertraging en gedoe op als niet vanaf het begin wordt ingezet op participatie, het zoeken naar draagvlak. Wat mij opviel is hoeveel gesprekken ik in de afgelopen periode heb gevoerd met ontevreden Zaanse inwoners, neem het Zaaneiland, ontevreden ondernemers, neem het Meneba-project, en andere instellingen/corporaties. Wij hebben dit als raad onlangs ook aan den lijve ondervonden bij de eenzijdige actie om mogelijk windturbines aan onze grens te plaatsen die de Achtersluispolder op slot zouden kunnen zetten en aangaande de eenzijdige plannen van het nieuw MRAbestuur, die onze autonomie zou kunnen aantasten. Participatie is geen post om op te bezuinigen, draagvlak loont.

Tweede punt is het deprioriseren, noem ik het, van politieke keuzes door het college. De heer Pauw noemde dat ook al net. Wij snappen dat het college de hand op de knip wil houden, maar wij hebben moeite met het vooruitschuiven van een aantal prioriteiten die de raad heeft gesteld. Neem het toezicht en de handhaving op het voorkomen van woningsplitsingen. Ik zie nog de inspreker uit Westerwatering die de raad bijna smeekte om tegen dit soort buurtverstoringen door huisjesmelkers op te treden. Kennelijk moet de raad nog een keer herbevestigen dat het haar menens is, en wel hier en nu in 2021. Wij komen met een motie om niet te wachten tot 2022. Tot slot, voorzitter, de CDA-fractie zal alles in het werk stellen om in dit laatste politieke jaar een aantal hoofdpijndossiers, zoals de Hemkade en de overlast in het Veldpark, te helpen oplossen. Dossiers die we niet meer mogen doorschuiven naar een volgend bestuur. Als raad en college samen kunnen we dat realiseren. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Boer wil reageren. Mevrouw De Boer, u heeft het woord. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Iemand moet de rol van mijnheer Wit overnemen. Dank voor de bijdrage, interessante punten altijd van u te verwachten rondom onorthodox bouwen. Eigenlijk hele concrete vraag aan het CDA: komt u nou ook met een voorstel om inderdaad zo’n lintdorp te realiseren in Wormerveer? Hartstikke interessant.

En het bouwen in de randen, want ik zie de heer Pauw al ‘nee’ schudden, maar ik ben heel erg benieuwd of de heer Wit dan ook met een concreet voorstel komt, want dan doen we graag mee. U zegt: “We mogen een aantal dingen niet doorschuiven naar de volgende periode.” Ik had een beetje gehoopt dat u daar de achterstand in de openbare ruimte ook onder zou scharen. Ik hoor dat graag nog.

De voorzitter: De heer Wit. De heer Wit (CDA): Kijk, ik heb wel gedacht: waarom hadden onze voorouders, voor-voorouders het privilege om wel een lintdorp te mogen bouwen en waarom wij niet? Wat is er mooier dan een eigentijds extreem duurzaam houtbouw-lintdorp? Ik kan me daar wel wat bij voorstellen. Maar dat is niet voor vanavond. De tweede, daar heb ik niet op … Wat was uw tweede punt ook? Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Openbare ruimte. De heer Wit (CDA): Openbare ruimte. Kijk, de provincie volgt ons op de voet. Terecht, we lopen achter, maar dat lek hebben we wel een beetje de vinger op liggen. U had het over vinger in de dijk, we hebben de vinger op het lek nu. Het kan altijd beter, maar die woningsplitsingen die plaatsvinden, dat is echt verschrikkelijk. De huisjesmelkers kunnen gewoon hun gang gaan, zeker als ze de kadernota hebben gelezen. Dan gaan ze ook nog even extra hun gang. Wij willen niet, want op deze manier worden dus de werkzaamheden verschoven naar ’22 en dat vinden wij, dit speelde al in ’20. Dat kan niet, wij moeten dat in dit jaar en dan met incidenteel geld. Als we dat eerder hadden uitgevoerd was gewoon het rekeningresultaat ‘20 iets lager. Nou, dat gaan we dus herstellen. Wij willen dit jaar actie op woningsplitsing tegengaan en handhaving daarop, dus dat. De rest willen we ook, maar dat kan nu dan weer niet. De voorzitter: Mevrouw De Boer.

Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Dat lintdorp, ik weet hoe fantastisch het is om in een lintdorp te wonen, maar het is dus meer toch helaas dan een beetje een losse flodder in plaats van toch een concreet voorstel, begrijp ik dus? De voorzitter: De heer Wit. De heer Wit (CDA): U mag het een losse flodder noemen, maar ik ben het meest concreet van iedereen geweest. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Dank u wel, voorzitter. Want ik begrijp enerzijds wat mijnheer Wit zegt, volgens mij heb ik in mijn bijdrage ook een aantal wensen uitgesproken van de VVD. Maar wat ik niet begrijp is dat ik mijnheer Wit eigenlijk hoor zeggen: wij willen het, dus gaan we het college de opdracht geven om het uit te voeren. Want nou heb ik deze wethouder Financiën vrij hoog zitten, maar volgens mij is er één ding wat hij niet kan en dat is geld maken. Dus mijn vraag aan het CDA en specifiek aan de heer Wit is dan wel: als u het college opdracht gaat geven om een aantal zaken alsnog versneld uit te voeren, welke zaken gaat dit college dan volgens het CDA niet meer doen? De voorzitter: De heer Wit. De heer Wit (CDA): U bent het met mij eens dat als dit eerder, deze prioriteit van de raad, uitvoering was gegeven was het rekeningresultaat enkele duizenden euro’s lager.

Daar bent u het met mij eens, hè? Daar volgt u mij nog? Wat ik nu zeg, wat wij nu voorstellen, is om niet de geldzaken voorrang te geven, maar een prioriteit van de raad. Niet te wachten tot ’22, maar uit te voeren in ’21. Dat heeft gevolgen voor de rekening in ’21. Ja, zo simpel is het, maar dat had ik ook kunnen bedenken voordat die voorjaarsnota werd geschreven.

Dus wij laten ons niet leiden door boekhouding. Met alle respect, want wij hebben heel veel heel veel respect voor deze wethouder, die heeft het heel goed gedaan, maar dit zijn politieke keuzes vooruitschuiven en dat vinden wij in dit geval niet goed. Dus die jaarrekening 2021 wordt iets lager, dat zeg ik nu alvast. Als de motie gehaald wordt natuurlijk. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja, maar volgens mij, als ik mijnheer Wit goed begrijp, is hetgeen wat hij het college dan kwalijk neemt precies wat mijnheer Wit dan zelf gaat doen. Want dan zegt u eigenlijk: ik wil het per se, dus voert u het maar uit zonder financiële dekking en dan zien we aan het einde van het jaar bij de jaarrekening wel hoe we het gaan oplossen. Daarmee bent u toch zelf eigenlijk de keuze voor u aan het uitschuiven? De voorzitter: De heer Wit. De heer Wit (CDA): Nee, en dat gaat ook niet om ‘ik’. Ik gebruik dat woord wel, maar we hebben het over de raad. Wij hebben dat besluit als raad genomen, wij zijn tegen dat verpanden van huizen, het verpesten van buurten. Waarom moet het dan twee jaar duren voordat we echt in actie komen? Ik wil die discussie niet op geld toespitsen, ik wil gewoon dat we doen wat belangrijk is voor onze inwoners. De voorzitter: Mevrouw Onclin.

Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Nou ja, ik zou ook graag in een wereld leven waarin we de discussie over geld niet hoeven te voeren, als we een soort geldboom hier op het Stadhuisplein zouden hebben staan waarmee we eindeloos onze wensen konden uitvoeren. Maar uiteindelijk, hoe vervelend we dat misschien ook met zijn allen vinden, want inhoudelijk, voorzitter, ben ik het absoluut met mijnheer Wit eens over hoe belangrijk dit is. Maar iemand moet het ook betalen en daar hoor ik van mijnheer Wit nog steeds geen oplossing voor. De voorzitter: De heer Pauw, eerst even de heer Pauw en de heer Tuijn en dan de heer Wit. De heer Pauw (ROSA): Ik benadruk nogmaals dat de voltallige raad dit een ontzettend groot aandachtspunt vindt en dat hier ook snel actie op moet worden ondernomen. Dat hebben we volgens mij vorig jaar al met elkaar besproken en ondertussen, ik weet niet hoe het gebeurt in de stad, maar ik hoor ook diverse signalen dat dat gewoon nog doorgaat, ook al hebben wij een besluit genomen. Dat is raar, dat je al een hele tijd geleden een besluit hebt genomen en dat er nu plotseling geen geld voor is. De voorzitter: De heer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Soms gaat het natuurlijk wel zo in de wereld, dat ineens het geld op is.

Hoewel ik het ook inhoudelijk helemaal mee eens ben dat je dit op moet lossen, en we weten ook dat er een begroting aankomt, ik heb in mijn bijdrage dat ook gezegd: doe nu geen dingen en neem geen besluiten terwijl je weet dat je straks in het najaar misschien wel een hele andere situatie hebt en dan veel weloverwogener keuzes kan maken. Maar als ik de heer Wit nu hoor dan zegt hij: we doen nu een voorjaarsnota die wel dekkend is, dan geven we het geld stiekem uit in de jaarrekening, dan klopt straks de begroting wel, maar dan zien we in de loop van de begroting wel dat er nog ergens een tekort hangt. Dat komt dan wel een keertje boven tafel bij een volgend college. Dat vind ik een beetje een rare redenatie, want dan

denk ik ook wel: laten we toch financieel wel de juiste stappen zetten dan en daar dan in ieder geval een weloverwogen besluit van maken. In plaats van te zeggen: we doen het nu en dat komt wel een keertje boven tafel als we alle echte documenten hebben vastgesteld. De voorzitter: De heer Van Haasen en dan mevrouw Onclin. De heer Van Haasen (PVV): Bedankt, voorzitter. Ja, wij zijn natuurlijk al een hele tijd bezig om het verkameren en het woningsplitsen tegen te gaan en wij dachten dat met de huisvestingsverordening dit onderbouwd te hebben. Dat blijkt dus achteraf niet het geval te zijn en de woningsplitsing en het verkameren gaat vrolijk door en de vergunningen blijven vergeven worden. Wij hebben ondertussen een initiatief aangevraagd, samen met het CDA. Die staat 1 juni op de agenda, dus ik neem aan dat we hier nog heel veel over kunnen debatteren. Dan hoop ik dat er dan een definitieve oplossing komt tegen het verkameren en de woningsplitsing. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Dank u wel, voorzitter.

Want mijnheer Pauw doet het nu overkomen alsof er op het moment van het besluit wel financiële dekking was, maar volgens mij, en misschien is het goed om met de wethouder Financiën volgende week de discussie nog een keer te voeren, maar volgens mij was het een pre-prioritair besluit en was er dus op het moment van besluiten geen dekking en is dus dit het moment waarop we met elkaar dekking moeten zoeken en kan dan dus ook, zoals in dit geval, een pijnlijke conclusie zijn dat dat geld er op dit moment niet is. Nogmaals, voorzitter, begrijp me niet verkeerd, als iemand in deze raad een goed idee heeft om hier toch dekking tegenover te zetten dan vind je de VVD echt aan je zijde. Maar we vinden een goede financiële huishouding ook belangrijk. De voorzitter: De heer Mattens. De heer Mattens (Partij voor de Dieren): Dank, voorzitter, en dank aan de heer Wit voor zijn bijdrage nog. Ik hoor hem zeggen om de woningnood te lijf te gaan, dat we weer moeten kijken naar die kaveltjes die direct aan het Natura 2000-gebied liggen, maar hoe staat het CDA eigenlijk tegenover ontwikkeling in landbouwgebied? Bent u daar net zo hard in, dat u daar ook wil kijken of daar ontwikkeling gemaakt kan worden? De voorzitter: De heer Wit tenslotte. De heer Wit (CDA): Dank, voorzitter. Ik ga natuurlijk met u beginnen, want dit is een heel belangrijk punt. Kijk, wij zijn omringd door veel groen.

Dat kan altijd meer, maar wij hebben ook veel Natura 2000-gebieden, besef ik heel goed, maar we hebben ook te maken met woningnood. Iedereen roept moord en brand om die wachtlijsten te verlagen en ondertussen gebeurt er relatief weinig. Ik heb wel eens met een fractievoorzitter die nu niet meer in de raad zit gezegd: waar woont u? U woont gewoon op een voormalig weiland, een uitleggebied. In de eerdere woningnoden waren er besturen die durfden te kiezen om te bouwen buiten de stedelijke kern. Daarom woon ik, hij, iedereen, ik denk dat een heel groot deel van deze raad woont op een voormalig groengebied. Dat moeten we niet als regel doen, maar dit gaat om een uitzondering. Dus er zijn een paar, de heer Pauw woont echt op een heel oud stukje grond, dus. En even reageren, ik schaam me bijna voor de discussie die we voeren. Wij gaan over een prioriteit van de raad heen om dat soort excessen in de woningbouw en de gevolgen van woningsplitsingen zijn: de wachtlijsten nemen niet af, de woningprijzen stijgen, de sociale cohesie in de buurt gaat kapot en dan gaan wij discussiëren over een boekhoudkundig

verhaal. Terwijl wij al hebben gezegd: dat willen wij. Dan denk ik: sorry college, maar hier corrigeert, hoop ik, de raad u in uw keuzes. Wij gaan dit corrigeren en het gaat helemaal niet veel geld kosten, maar ik ga me niet laten leiden door een boekhoudkundige discussie, sorry. De voorzitter: Goed, het belletje is gegaan, dus we gaan door naar de volgende spreker. Dat is de heer De Vries. Daarna nog mevrouw Mathkor en daarna als laatste mevrouw Neefjes. De heer De Vries heeft het woord. De heer De Vries (D66): Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Mijnheer de voorzitter, het coronaspook, dat een groot deel van de wereld nog steeds in de greep houdt, lijkt in ons land onder controle te komen. De onzekere tijd waar vele van ons afscheid hebben moeten nemen van hun dierbaren gaan we, zoals het er nu naar uitziet, stap voor stap gelukkig achter ons laten. Voorzitter, eerlijk is eerlijk, wij waren nogal kritisch – uiteraard opbouwend bedoeld – over de GGD in hun voorbereiding op de grootschalige vaccinatiecampagne, maar zoals deze inmiddels vorm is gegeven is een compliment aan al die hardwerkende GGD’ers waard. Het vaccineren loopt als een geoliede machine. Mijnheer de voorzitter, mijn fractie wil graag het college, maar zeker ook al die hardwerkende ambtenaren complimenteren met het gevoerde beleid.

Het is een prestatie van formaat om in 2020 met een begroting van rond de 600 miljoen uit te komen op een positief saldo van 1,8 miljoen. Mijnheer de voorzitter, de kadernota die nu voor ons ligt is voorzichtig en met verschillende aannames opgesteld. Wij gaan ervan uit dat de regering ons ruimhartig gaat compenseren om het hoofdpijndossier jeugdzorg in beter vaarwater terecht te laten komen. Maar, voorzitter, er dreigt een nieuw probleem aan de financiële horizon en dat lijkt de invoering van de Omgevingswet. De gemeentelijke kosten worden, als alles volgens de plannen vanuit Den Haag doorgaan, hoog en er dreigt een nieuw financieel moeras. Mijnheer de voorzitter, op voorspraak van D66 wordt gelukkig het probleem van die illegale verkamering ter hand genomen en dat is maar goed ook, omdat buurten en wijken daardoor onleefbaar dreigen te worden. Parkeeroverlast, lawaai, illegale vuilnisdumping dient te worden aangepakt, mede omdat aan onze opgroeiende jeugd daarmee het verkeerde voorbeeld wordt gegeven. De portefeuillehouder heeft aangegeven daar vier Fte voor nodig te hebben en wij zijn, ondanks dat we preventie hoog in het vaandel hebben staan, bereid om daar de benodigde middelen – zijnde 320.000 euro – voor vrij te maken en kondigen daarvoor een motie of indien nodig een amendement aan.

Voorzitter, de komende tijd blijven de financiën krap en dus zijn het uitvoeren van nieuwe ambities lastig, maar zeker niet onmogelijk. Het is van belang om de stad leefbaar te houden en voor D66 staat voorop om niet, ik herhaal niet te snijden in basisvoorzieningen zoals zwembaden, bibliotheken en buurthuizen. Het is ons ook veel waard om de cultuur te sparen en de ambitie om in het noorden van de stad De Pelikaan nieuwe stijl, met een volwaardige cultuurzaal, te realiseren. Mijnheer de voorzitter, nu het einde van corona in zicht komt wordt het tijd voor de gemeenteraad om meer naar buiten te gaan. Het zichtbaar aanwezig zijn in de stad is belangrijk om ons te kunnen verplaatsen in de dagelijkse problematiek van onze stad. Jongeren hebben het zwaar in deze tijd. Veel jongeren, en zeker zij die thuis weinig voorzieningen hebben, hebben daardoor significante leerachterstanden opgelopen. Ook het gebrek aan sociale contacten is fnuikend voor deze leeftijdscategorie. Corona discrimineert niet, maar de realiteit is dat kinderen en minder bedeelden zwaarder zijn getroffen, alertheid is hier zeker op zijn plaats. Mijnheer de voorzitter, de bouwopgave in onze stad is groot en de ambitie mogelijk nog groter. Bij de ambitie om Zaanstad inclusiever te maken hoort een goede bereikbaarheid, toegankelijkheid, en levensloopbestendig bouwen.

Een wooncarrière opbouwen in de eigen wijk dient maatstaf te zijn. Voorzitter, zorgen over het klimaat bedreigen ook de leefbaarheid in Zaanstad. Nationale overheden en ook multinationals worden nu echt gehouden aan de gemaakte klimaatafspraken van Parijs. De urgentie dat het met ons milieu zo niet langer kan begint breed door te dringen en er ontstaat juist nu het momentum om flink te versnellen. In Zaanstad hebben we onlangs de RES (Regionale Energie Strategie)

vastgesteld en we moeten nu vol door op de uitvoering. Dit gaat ongemakkelijke keuzes opleveren waar we de inwoners op zullen moeten voorbereiden. Vooral door lokale participatie in duurzame opwek kan het draagvlak vergroot worden. Hier moeten we vandaag, maar liever nog gisteren mee aan de slag. Wij achten de nauwe samenwerking met de Zaanse industrie op het gebied van de energietransitie van het grootste belang en het overleg hierover loopt gelukkig. Naast de energietransitie is klimaatadaptatie belangrijk voor de leefbaarheid. Bij het verdichten van de stad hoort ook vergroening van gevels en daken tegen hittestress en om overmatige regenval daarmee te voorkomen. Mijnheer de voorzitter, ook de woningnood bedreigt onze leefbaarheid. Wat de D66-fractie betreft zetten wij hier vol op in, maar hier hoort ook bij dat alternatieve woonvormen de ruimte krijgen en het wordt nu toch wel echt de hoogste tijd dat Kleine Huisjes die off-grid, dus zonder gebruik te maken van nutsvoorzieningen, de ruimte krijgen. De Hemmes, maar ook de Omzoom lenen zich daar prima voor en mijn fractie zal het zeer waarderen als daar voor het einde van deze bestuursperiode een tiental van dit soort Klaine Hoisies gerealiseerd worden. Stoppen met praten, mouwen opstropen en aan de slag.

Tot slot, voorzitter, mijn fractie overweegt verder moties of amendementen om de hondenbelasting – liefdevol ook wel eens blaftaks genoemd – af te schaffen, om investeringen in duurzaamheid een boost te geven en de investeringen, maar zeker ook de subsidies voor grote en kleine culturele en maatschappelijke instellingen, immers het cement van de samenleving, minimaal op pijl te houden of zelfs waar mogelijk uit te breiden. De financiële middelen vinden wij in de voorzichtig begrote extra bijdragen vanuit het Rijk, maar ook in het terugbrengen van de post inhuur derden naar het niveau van de realisatie 2019, namelijk 15,8 miljoen. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja, dank u wel, voorzitter. Het voordeel aan een landelijke partij is dat we soms heel snel kunnen communiceren over uitspraken die er in deze raad worden gedaan, dus ik heb een vraag aan mijnheer De Vries. Zou hij geïnteresseerd zijn in een verdere toelichting over de stelling van de SP, dat de A8/A9 op provinciaal niveau nu op de agenda staat? De voorzitter: De heer De Vries. De heer De Vries (D66): Uiteraard, voorzitter, zou ik haast willen zeggen. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Dat was uiteraard het antwoord waar ik op hoopte, voorzitter.

Maar mijnheer Zoomermeijer heeft gelijk, de provincie heeft de reservering die ze hebben gedaan voor de A8/A9 uitgegeven om motie 42 uitvoeren, voor de mensen die hier van de details houden. Maar de SP vergat een heel belangrijk detail: tegelijkertijd is er afgesproken dat de reservering die nodig is met een opbouw weer wordt aangevuld, zodat op het moment waarop de A8/A9 nu daadwerkelijk gepland staat de provincie gewoon genoeg geld heeft om hun eigen bijdrage te doen. Dus de implicatie die hier werd gedaan, dat de provincie zich niet gaat houden aan de eigen A8/A9-planning is onjuist, dat staat in het coalitieakkoord, inclusief middelen. Ze zijn voornemens om zich daar ook aan te houden. De voorzitter: De heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): Ze zijn dus creatief aan het boekhouden, de urgentie ontbreekt. GroenLinks zit aan het roer, daar moet u helaas in schikken op provinciaal vlak. Eigenlijk zijn die gewoon helemaal aan het breiden. Dus ik bedoel, het geld is er gewoon niet, net als het geld er hier in het Zaans ook niet is en dat gaat er voorlopig echt niet komen en dat weet u.

De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Nee, mijnheer Zoomermeijer heeft gelijk: het geld is er nu niet. Maar het geld hoeft er nu ook niet te zijn. Nogmaals, op het moment dat het geld er moet zijn dan is het geld er wel. Dat is geen creatief boekhouden, maar dat is goed plannen. De voorzitter: De heer De Vries. De heer De Vries (D66): Voorzitter, ik dank mevrouw Onclin voor deze bijdrage uiteraard. Zij heeft het heel scherp in beeld en daar ben ik blij om. Dat maakt de urgentie van de A8/A9 nog eens duidelijk en omdat de provincie dit doet getuigt de provincie zich ervan dat het een betrouwbare partner is in deze en daar ben ik natuurlijk ook wel heel blij om. Dat zal de VRA ook blij kunnen zijn en dat zal denk ik de Rijksoverheid ook blij kunnen zijn. Dus ik hou ook nog steeds goede hoop dat die aansluiting er ooit komt. De voorzitter: De heer Wit. De heer Wit (CDA): Dank, voorzitter. Met politieke vrienden in het bestuur van de provincie – van de PvdA, D66, VVD – dan moet dat gewoon goed komen. Ik wou ook even opmerken dat zo arm als Zaanstad is, zo rijk is volgens mij de provincie. Dus geld is daar geen probleem. De voorzitter: Mevrouw Mathkor. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Ik wou alleen even toevoegen dat GroenLinks ook in het bestuur zit van de provincie. De voorzitter: De heer Wit.

De heer Wit (CDA): Daarom had ik in mijn bijdrage ook nog de opmerking, in de hoop u nog te verleiden, dat de A8/A9 goed voor het milieu is. De voorzitter: Goed, nog andere woordmeldingen naar aanleiding van de bijdrage van de heer De Vries? Nee? Dan gaan we naar mevrouw Mathkor, u heeft het woord. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Dank u, voorzitter. Het late voorjaar is uitgebroken samen met een heleboel versoepelingen. We mogen weer naar het terras, de film, een concert en een evenement. Hoog tijd voor de jeugd en ook voor de horeca en de culturele sector, die veel hebben moeten afzien. We gebruiken het dankbaar, zij het met enige schroom of het wel goed zal gaan. Een evaluatie van alle coronamaatregelen zal nog wel komen. Voorlopige kanttekeningen zijn er wel. De kansengelijkheid verslechterde verder, zowel qua gezondheid, waarbij ook de lockdowns de druk op de GGZ doet toenemen, als in het onderwijs, wanneer kinderen weinig apparatuur thuis hadden en ouders die moeite hadden hun kinderen te helpen met huiswerk. De scholen zijn gelukkig weer open. Wij hopen op het inlopen van achterstanden, onder andere door de zomerschool. Triest is wel dat het lerarentekort nog niet is opgelost. Dat verdient onze voortdurende aandacht, evenals de laaggeletterdheid, die juist in Zaanstad behoorlijk groot is. Daarom juichen wij het idee van een leesfeest van harte toe.

Samen met andere partijen zullen wij dit idee van de Ideeënmarkt graag verder uitwerken. Een voordeel van de coronacrisis was dat mensen vaker de fiets pakten en gingen wandelen in eigen omgeving. Meer oog voor fiets- en voetgangersvoorzieningen, daar is GroenLinks helemaal voor. Dat

komt ook nog terug bij het ZMP, evenals het vergroten van de veiligheid door dertig kilometer in de bebouwde kom in te stellen. Het openbaar vervoer heeft misschien iets meer tijd nodig om te herstellen, aandachtspunt daarbij blijft de bereikbaarheid van nieuwe wijken en bedrijventerreinen. Ter bespreking ligt nu een beleidsarme voorjaarsnota. Begrijpelijk, omdat er nog veel onduidelijkheid is over wat we terugkrijgen van het Rijk. Gelukkig is er nu wel de uitkomst van de arbitrage over de jeugdhulp. GroenLinks vindt wel dat het geld dat we nu krijgen als uitkomst van die arbitrage voor jeugdhulp geoormerkt moet worden. Wel zouden wij graag binnenkort bijpraten wat de gevolgen zijn van dit geld voor de totale begroting. Geld voor jeugdhulp is zeker broodnodig, alleen al voor het wegwerken van de wachtlijsten, maar wij zouden ook graag meer onderzoek zien naar de gestegen behoefte aan jeugdhulp. De hele lijdensweg rond bijdragen van het Rijk zorgt er wel voor dat wij extra kritisch moeten zijn bij de overheveling van de inburgering. Teleurstellend is het uitstel van het maaibeleid. Ook al staan de bermen er nu redelijk bij, er is nog steeds geen structureel maaibeleid. Onze inwoners komen steeds vaker met vragen daarover. Waarom moet het met minder maaien altijd tot hogere kosten leiden? In gemeenten als Amersfoort en Borssele kan het wel goedkoper bij minder maaien.

Hierover komen wij met een motie. Er zijn zaken in gang gezet, zoals het tegengaan van leegstand. Helaas is er nog geen zicht op vermindering van de wooncrisis. Wij rekenen erop dat een nieuw kabinet als één van de eerste daden de verhuurdersheffing zal afschaffen, dat geeft lucht aan de corporaties. Ook zijn er een aantal grote woningbouwprojecten gereedgekomen, zoals de Zaanse Helden en de Houthavenkade. Goede participatie zo vroeg mogelijk in het proces blijft heel belangrijk. De nieuwe toewijzing van sociale woningen door middel van een puntensysteem zal hopelijk toch tot een verkorting van de wachtlijsten leiden. Er is een begin gemaakt met een notitie voor het inhalen van de achterstanden in de openbare ruimte. Voor GroenLinks is essentieel dat daarbij goed gekeken wordt naar het bevorderen van de biodiversiteit. Mooi dat er nu een uitvoeringsplan voor klimaatadaptatie ligt. Met de aantekening daarbij dat we momenteel verontrustende geluiden lezen over de waterkwaliteit en het risico dat wij in droge zomers op een watertekort afstevenen. Daarom is het ook goed om te kijken naar bezuiniging en/of hergebruik van water. Wij zijn blij dat het eerste gedeelte van de RES voor Noord-Holland Zuid is afgerond. Wij streven daarbij eerder naar uitbreiding dan beperking van de zoekgebieden, omdat wij denken dat de opgehaalde terawattuur uiteindelijk niet genoeg zal zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10453369/1