CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raad 1 juni 2021

Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente Zaanstad14.073 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE ZAANSTAD d.d. 1 juni 2021

1.

Opening en mededelingen De voorzitter: Dames en heren, hartelijk welkom. Ik open de vergadering. We hebben bericht van verhindering ontvangen van de heer Heijnen, Democratisch Zaanstad. De heer Kerkhoven en mevrouw Rot. En de heer Hartog van de SP.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: U ziet een voorstel, dat is bij de agenda gevoegd, met betrekking tot de spreektijd. Is dat akkoord? Ja, dat is het geval. Ik hoop niet dat u er allemaal gebruik van maakt, want dan zitten we hier tot 23.00 uur. Maar goed, dat is niet aan de voorzitter, dat is aan de raad zelf. En zoals u ziet, de heer Hamming is ook verhinderd. O ik hoor net, mevrouw Şebnem Pancar is ook afwezig, van DENK. De heer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): De heer Hoek is ook afwezig. De heer Hoek is afwezig. De voorzitter: De heer Hoek is ook afwezig. Voor de rest niet zo te zien? Nee.

3.

Bekrachtigen geheimhouding De voorzitter: Punt 3, bekrachtiging geheimhouding. Er zijn sinds de laatste raadsvergadering geen geheime stukken aan de raad aangeboden. En dat betekent dus dat er geen bekrachtiging geheimhouding hoeft plaats te vinden. Dus we kunnen gelijk door naar het, ja de heer Wit, CDA. De heer Wit (CDA): Ik heb een ordevoorstel. En ik denk namelijk dat deze vergadering niet door kan gaan. En het ontbreekt hem aan bepaalde functionaris. En ik doel dan niet op uzelf als raadslid, maar wij hebben natuurlijk een wethouder/portefeuillehouder Democratische Kwaliteit. En aangezien wij de laatste tijd heel veel extra vergadering hebben ingepland denk ik dat wij niet verder kunnen zonder een nieuwe portefeuillehouder, dat is democratie kwantiteit. Dus ik wil graag afstemmen met collega-raadsleden of wij vinden dat we door kunnen gaan zonder wethouder Democratische Kwantiteit. De voorzitter: Ja het is een ordevoorstel, dus breng hem in stemming. Even de microfoon graag. De heer Wit (CDA): Wie vindt, dat is de vraag, dat we niet door kunnen gaan zonder wethouder Democratische Kwantiteit? De voorzitter: Ik hoor net van de griffier dat die aangevraagd is deze raadsvergadering en dat we niet kunnen zeggen dat die niet door mag gaan. De heer Wit (CDA): En weet u wat ik dan altijd zeg, voorzitter dank u, daar ga ik zelf wel over. Nee hoor, ik trek bij deze die vraag in.

Hij is gesteld. En ik denk dat we wel even een beetje op de kwantiteit moeten letten. Dus het is gezegd. Dank u.

De voorzitter: Dank u wel. Ordevoorstel ingetrokken. De heer Van Haasen, PVV. De heer Van Haasen (PVV): Mag ik daar nog op reageren voorzitter? De voorzitter: Hij is al ingetrokken natuurlijk. De heer Van Haasen (PVV): Ja eigenlijk niet, daarom vraag ik het ook aan u. Dus omdat hij ingetrokken is. De voorzitter: Het antwoord is nee. De heer Van Haasen (PVV): Nee, oké. De voorzitter: Zullen we naar de debatagenda gaan? Debatagenda 4.

Motie vreemd aan de orde: Hard of hart voor horeca De voorzitter: Dan is het eerste punt, is de motie van vreemd aan de orde: Hard of hart voor horeca, ingediend door de PVV en de POV. Wie van de twee mag ik het woord geven? De heer Van Haasen, PVV. De heer Van Haasen (PVV): Ja bedankt voorzitter. Ja wij hebben deze motie ingediend omdat de erbarmelijke staat van het Damplein, om het zo maar even te zeggen, hier in Zaandam waar de horeca gevestigd is, die hebben een half jaar hebben die, zijn die gesloten geweest. Hebben ze niet kunnen functioneren. Hebben ze geen brood kunnen verdienen. En het plein lag er in hele slechte staat bij. Allemaal hobbels en bobbels en kuilen, wortels van bomen die boven de bestrating uitgroeide. Er is herhaaldelijk gevraagd om dat op te gaan lossen in de lockdown. Daar is geen gehoor aan gegeven. Er wordt verscholen achter een, achter gesprekken die al sinds 2016 lopen om dit plein op te knappen. En er worden dus ondernemers, die worden gedupeerd omdat andere ondernemers zogenaamd bouwwerken hebben geplaatst. Dat zijn dan stormpalen om hun luifels aan vast te maken, zodat ze als het wat slechter weer is ook hun terras kunnen gebruiken. En als er dan wat gevraagd wordt dan is er nooit geen geld.

En als we dan zien dat Zaanstad wel geld heeft om hartjes tegen gebouwen aan te projecteren die, na schriftelijke vragen die ik heb gesteld, € 15.000 hebben gekost, en dat we dan niet een soort bedrag over hebben om deze ondernemers te compenseren. Daarom heb ik deze motie, daarom hebben wij deze motie gemaakt. En wij roepen dus op aan de wethouder om die ondernemers, waar hij zegt dat hij zich hard maakt voor deze ondernemers, dat hij zich werkelijk hard maakt voor deze ondernemers en dezen compenseert voor de geleden schade door het nalatigheid van de gemeente Zaanstad om dat plein in orde te maken. Daar is deze motie voor. Dank u voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Laan, POV. De heer Van der Laan (POV): Ja voorzitter, dank u wel. We hebben er volgens mij al een aantal keren over gesproken hier in deze zaal. De meest ondernemersvriendelijke gemeente willen we worden. Ja en in dit geval zijn we daar dus echt helemaal niet in geslaagd. En dit is natuurlijk een probleem wat niet van vorige week is, maar dit loopt al jaren. We hebben al jaren een enorme achterstand in de onderhoud in onze openbare ruimte. Maar die Dam, dat is er wel één. Daarom dat ik ook, ik snap dat deze wethouder die zit, maar eigenlijk had ook de wethouder Achterstand Openbare Ruimte hier moeten zitten. Die had kunnen vertellen waarom hij dat niet heeft opgepakt.

En misschien dat ik die vraag nog wel op een later moment ga stellen, want het is natuurlijk een hele rare zaak dat wij nu, om te zorgen dat ondernemers kunnen ondernemen, gaan zorgen, of

eigenlijk niet zorgen dat ze kunnen ondernemen, dat ze het allemaal zelf moeten betalen. En dat is best een hele rare constructie, vooral al om het feit dat ze bij de BIZ betalen, ze betalen allerlei precario. Dus je betaalt precario in principe over een straat die niet goed genoeg is om op te ondernemen. En dat is eigenlijk wel kwalijk. Dus wij hopen dat deze wethouder zegt van, nou dat vinden wij ook. Wij gaan die ondernemers, die gaan we kostenvrij maken. En we gaan zo snel mogelijk, dus nou ja, niet meer denk ik nu deze zomer want dan kan er helemaal niemand meer zitten, maar echt zo snel mogelijk dat plein oppakken om dat een beetje kwaliteit terug te geven. Want het is hier gestopt aan het einde van de Gedempte Gracht. En daar moet het gewoon niet alleen maar ophouden, het moet gewoon door. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: De heer Wit, CDA. De heer Wit (CDA): Dank u voorzitter. Nou, ik snap die achtergrond van de motie heel goed. Waar wij bang voor zijn is dat dit zo’n specifiek gebiedje is en een aantal ondernemers die we gaan helpen, dat wij dan ook problemen kunnen krijgen, en dat hoor ik graag van de portefeuillehouder, met ondernemers buiten dat specifieke gebiedje. Die misschien ook kosten hebben gemaakt om het veilig en begaanbaar te maken.

En dan wordt het natuurlijk een hellend vlak, want dan wordt het een soort staatssteun voor een beperkt aantal ondernemers. Dus of u, of de wethouder, kan daarop reageren, maar dat vinden wij wel belangrijk voor welke keuze wij maken in het stemmen. De voorzitter: Mevrouw Neefjes, ChristenUnie. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Ja ik ben, ik ben blij dat er juist wel heel veel hart voor ondernemers is getoond de afgelopen tijd. En daarom snap ik ook echt niet dat u zegt, het enige hart wat dit college openbaar heeft getoond is de projectie van een hart. Ik vind dat, ja dat vind ik heel bijzonder, want er is echt heel veel geprobeerd om ondernemers door deze tijd heen te helpen. En u heeft gelijk, dat het Damgebied en de Sluizen, ja dat, daar wordt nu heel hard aan gewerkt om dat een prachtig gebied te maken. Het hart, het wordt het hart van het centrum hebben we gehoord van de nieuwe supervisor van Stadscentrum Zaandam. Dus ja, ik denk dat je het beter in één keer dan helemaal goed kunt doen, dan nu weer een klein stukje even oppakken. En ik begrijp ook dat je niet zomaar al je plannen die je overal in de stad hebt om kunt gooien om dan even tussendoor dit gebied te gaan her straten. Ik snap dat wel, maar ik hoor ook graag de wethouder wat die hiervan vindt. De voorzitter: Alvorens we de wethouder het woord geven, zijn er nog andere woordvoerders.

Daarna kom ik weer terug bij de heer Van der Laan en de heer Van Haasen en dan kunnen die misschien, de andere opmerkingen, ook meenemen. De heer Van der Laan (POV): Ik wilde antwoord geven op mijnheer Wit. De voorzitter: O, u wilt antwoorden op de heer Wit? Dan mag dat eerst. En daarna de heer Van Haasen. Dan ga ik daarna naar de heer De Laat van GroenLinks. En daarna de heer De Vries. De heer Van der Laan (POV): Ja, mijnheer Wit vroeg van, misschien wilt u erop reageren of anders de wethouder. Ja mijnheer Wit, als andere ondernemers dat ook gaan doen, dan is dat toch ook wel een schreeuw om aandacht. En in dit geval is dat het ook. En natuurlijk is het niet de bedoeling dat iedereen zomaar uit eigen beweging gaat zeggen, nou dan doe ik dat maar want dan zet ik de gemeente onder druk. Zij hebben diverse verzoeken ingediend bij de gemeente Zaanstad om het op te pakken. En ook de tijd te gebruiken dat corona ervoor zorgde dat het dicht was, dat was echt een fantastisch moment. Goed, dat je dat

niet kan plannen in één week, of in twee weken, die begrijpen wij ook wel. Maar als ondernemers gaan schreeuwen, dit is een schreeuw om aandacht, denk ik dat we ons dat ter harte moeten nemen. Wij zijn ook degenen die verantwoordelijk zijn voor de openbare ruimte in deze stad. En als er meer ondernemers zijn die daar last van hebben, dan denk ik dat het college, of eigenlijk de wethouder Achterstand Openbare Ruimte, daar serieus in moet gaan kijken waar ga ik dan prioriteiten leggen en hoe pak ik dat dan op. Het is niet voor, deze motie is niet een oproep aan iedereen om dit morgen ook te gaan doen. Maar puur meer een oproep van ja dit is niet van gisteren of vandaag, ze vragen dit al dik anderhalf jaar, pak het nou op, pak het nou op, pak het nou op. De voorzitter: Dat is duidelijk. De heer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ik wil nog wel even reageren op mevrouw Neefjes. Die zegt van het is ook beter als dat in één keer gebeurt. En dat ben ik ook helemaal met mevrouw Neefjes eens. Maar toen de persconferentie van de premier bekendmaakte dat de terrassen weer open konden, toen konden de ondernemers op de Dam, die konden met goed fatsoen konden ze geen tafeltje neerzetten. Zo schots en scheef was dat.

Dus die hebben gewoon uit nood, ja, omdat ze bang waren dat ze niet konden ondernemen als de lockdown eraf ging, hebben ze uit nood hebben ze binnen een week à twee weken hebben ze zelf geregeld dat dit gefaciliteerd wordt. Ik ben daar wezen kijken, het was echt, ik heb foto’s gemaakt, dat was echt schrikbarend de staat zoals het was. En er kon gewoon fatsoenlijk geen terras neergezet worden. Wat ik nog toe wil voegen. Dan komt er dus een memo van de wethouder. En die zegt van, wij hebben uitbreiding terrassen hebben we uitgebreid tot 2023, zodat de ondernemers daar rekening mee kunnen houden als ze investeren op hun terras. Diezelfde investeringen die die ondernemers doen in hun terras, wordt ook gebruikt als blokkade sinds 2016 om dat terras juist netjes te maken. Dus het is allemaal zo tegenstrijdig. En omdat die noodkreet van die ondernemers, dat ze dus in de laatste week voor de lockdown allemaal snel hun straatje zijn gaan straten om te kunnen ondernemen, ja ik denk dat het wel duidelijk is dat ze dit niet uit vrije wil hebben gedaan, maar puur uit noodzaak. En ik vind dat wij ons hand over ons hart moeten strijken en dit, ja moeten vergoeden. En ik heb dat hart heb ik natuurlijk eigenlijk alleen maar gebruikt om het contrast aan te geven dat wij die harten projecteren voor € 15.000 en voor minder van dat geld hadden we deze ondernemers kunnen compenseren.

Hadden ze gewoon goed kunnen ondernemen. En dan had je dus daad bij het woord gevoegd. Dat wou ik even zeggen. De voorzitter: Dank u we. De heer De Laat, GroenLinks. De heer De Laat (GL): Ja dank u voorzitter. Ja dat vond ik trouwens wel het lastigste aan deze motie, alsof het ene hart harder klopt dan het andere hart. Terwijl die hartjes daar toch wel voor een speciaal doel stonden. Dus in dat geval vind ik de motie een beetje een valse tegenstelling opwekken. En het andere is dat ik gewoon benieuwd ben hoe nou het zit. Als ik nou zelf een kuil in mijn straat zie, mag ik dan zelf de schop ter hand nemen en hem dan dichtstraten en dan de rekening naar de overheid sturen? Dus ik ben gewoon even benieuwd naar hoe dat precies zit, dus hoe de verantwoordelijk zit. En dan ben ik het ook met mevrouw Neefjes eens, dat het ook fijn is om dit soort dingen centraal op te pakken. Daar zijn we natuurlijk als overheid voor. En als wij daar een bepaalde rol in hebben, dan maken wij natuurlijk hier in de gemeente een keuze of we daar wel of niet geld in willen stoppen. Dus daarom ben ik wel benieuwd naar hoe precies de verantwoordelijkheden zitten als het gaat om deze terrassen en het, en of hier nou echt een geval was van een onveilige situatie bijvoorbeeld. De voorzitter: De heer De Vries, D66.

De heer De Vries (D66): Dank u wel mijnheer de voorzitter. Mijnheer de voorzitter, de terrassen waar ik gebruik van maak daar staan altijd stapels bierviltjes of wiggetjes om de boel recht te houden. Dus wat dat aangaat maken wij geen uitzondering. Maar ik wil wat anders vragen via u eigenlijk aan de heer Van der Laan. Want de heer Van der Laan deed nogal een uitspraak. Die zei namelijk dat precariorecht, dat dat is om de bestrating op peil te houden. En dat is natuurlijk niet waar. Tenminste, ik denk dat het niet waar is. Ik denk dat het een belasting is die naar de algemene middelen gaat. En dat wij bijvoorbeeld met een begrotingsbehandeling gaan over de besteding. Dus wat mij betreft is deze motie op dit moment ook aan het verkeerde adres. Als je er al iets zou mee willen doen, dan moet je daar denk ik iets mee doen als het de begrotingstijd is. Daar wil ik het bij laten voorzitter. De voorzitter: Die vraag ligt dan ook gelijk bij de wethouder, neem ik aan. De heer Wit nog. De heer Wit (CDA): Nog een vraag voor de indieners. Week 10, week 11, zijn er werkzaamheden uitgevoerd, zie ik. Dat was begin maart. De versoepeling van de terrassen was in mei, volgens mij. Was het dan niet slimmer geweest als men de gemeente alsnog onder druk had gezet van willen jullie in week 11, 12, 13, die werkzaamheden op jullie kosten doen.

Maar nu hebben de ondernemers dus redelijk vroeg gekozen om op eigen kosten, rekening houdend met het declareren, om het zo te doen. Hadden ze niet beter de gemeente onder druk kunnen zetten om het zelf te doen? De voorzitter: Duidelijk. Zal ik het woord geven aan de heer Van Haasen? De heer Van Haasen (PVV): Dank u voorzitter. De voorzitter: U stak uw hand op. De heer Van Haasen (PVV): Ja sorry, dank u voorzitter. De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Van Haasen (PVV): Ik heb hier alle facturen van de ondernemers. En factuurdatum 3 mei, 19 april. Dit is een vroege, dit is een vroege. Er zijn er die het vroeg hebben opgepakt, maar hier 27 april. Die hebben dus echt in de laatste weken voordat het openging hebben ze dit aangepakt. De voorzitter: Gaat dit heen en weer? De heer Wit nog één keertje en dan ga ik echt naar de wethouder als er geen andere en nieuwe woordvoerders zijn. De heer Wit (CDA): O sorry. Nee, dit is echt belangrijk wat ik nu ga zeggen voorzitter. De werkzaamheden zijn uitgevoerd in week 10/11. En de factuurdatum, ja die kan wel in 2023 zijn. De werkzaamheden zijn uitgevoerd begin eerste periode maart. De voorzitter: De wethouder. De heer Krieger (wethouder): Ja voorzitter, dank u wel. Ik vind het een mooie woordspeling: Hard of hart voor de horeca. Wat mij betreft is het een hart met een T.

En dat is ook de manier waarop wij in dit huis met de horeca om willen gaan. En zeker in deze moeilijke tijd die ze doorstaan vanwege de coronacrisis. Dat is ook de reden dat ik samen met de burgemeester om de paar weken in deze zaal met alle horecaondernemers die dat maar willen in gesprek ben. En dat gaat niet alleen over de herinrichting van de Dam, dat gaat over het onderhoud, dat gaat over openbare orde en veiligheid. En dat gaat om heel veel zaken die de horeca aangaan.

Eerlijk gezegd is ons college wel een beetje teleurgesteld over hoe dit nu gaat, want wij hebben ook met diezelfde horecaondernemers steeds het gesprek over het onderhoud. En ik vind eerlijk gezegd niet dat je zo met elkaar moet omgaan door het heft in eigen handen te nemen, te gaan repareren en dan de nota bij de gemeente neer te leggen. Mijnheer Van der Laan, ik zit, ik spreek hier namens het college. Dus ook namens collega Slegers. Maar wij vinden dat alle openbare ruimte in Zaanstad moet voldoen aan schoon, heel en veilig, volgens de normen die we met elkaar afgesproken hebben. En wat ik daarmee wil zeggen is dat als een horecaondernemer constateert als dat niet voldoet, of dat nou op de Dam is of ergens anders in Zaanstad, bij een horecaconcentratie of bij andere openbare plekken, dan is het het mooiste dat hij dat gewoon meldt. En dat wij daarop gaan acteren. Dat is de weg die we met elkaar moeten bewandelen. En dat staat los van de herinrichting van de Dam, daar zijn we ook over in gesprek. Maar zolang de herinrichting van de Dam nog niet gestart is, repareren wij alles wat er op meldingen binnenkomt. En als ik daar even op mag aansluiten en het af mag maken, voorzitter, ik ben bijna klaar.

De heer Slegers heeft ook toegezegd dat er op zeer korte termijn samen met de horeca opnieuw een schouw op de Dam gehouden zal worden, om te kijken waar eventuele tekortkomingen zijn. Die worden dan terstond gerepareerd. En als laatste zou ik nog even toe willen voegen dat wat mijnheer De Vries al zegt, dat de precario geen dekkingsmiddel is voor het onderhoud. Overigens, we hebben de precario voor de terrassen kwijtgescholden in 2020. En dat gaan we voor 2021 weer doen. Maar dat staat even los van hoe je met elkaar omgaat. Dus ik wil u toch deze motie ontraden. De voorzitter: Dat lokt wel een reactie uit van de heer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ja dank u wel voorzitter. Ja de wethouder zegt dat, wij zijn in gesprek met de ondernemers. Maar als ik de ondernemers dan spreek, dan wordt er tegen mij gezegd de gemeente praat met ons, maar ze luistert niet naar ons. En ja, ik vind het gewoon zeer kwalijk, zeker als je dus, wat de heer Van der Laan al zei, MKB-vriendelijke gemeente wil worden. Ja, ik vind het nogal schokkend dat ondernemers genoodzaakt zijn om hun eigen terrassen op te hogen om te kúnnen ondernemen. Ik bedoel, we faciliteren iedereen van alles en de ondernemers op de Dam laten we, naar mijn mening, stikken als we hun niet ondersteunen hierin. Dank u voorzitter. De voorzitter: Vraagt dat nog om een reactie van de wethouder? Nee.

Ik denk dat we dan kunnen overgaan tot stemming. Wie is er voor deze motie vreemd aan de orde? Dat is Lokaal Zaans, PVV en de POV. En daarmee is de motie verworpen. 5.

Motie vreemd aan de orde: Basisbanen De voorzitter: Gaan we door met de motie vreemd aan de orde: Basisbanen. Ingediend door de Partij van de Arbeid. Ik denk mevrouw Köseoglu, die lacht al zo vriendelijk naar me. Gaat uw gang. Mevrouw Köseoglu (PvdA): Altijd. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Moment, ik denk dat er even een wethouders wisseling komt. Mevrouw Köseoglu, gaat uw gang. Mevrouw Köseoglu (PvdA): Dank u wel voorzitter. In de uitkeringspraktijk wordt vaak gesproken over mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Maar we vergeten vaak ook wel de arbeidsmarkt ook zelf een grote afstand tot hen heeft gecreëerd. Nou, dat er in Nederland een kwalitatieve mismatch is op de arbeidsmarkt dat weten we al heel lang. En we vergeten ook soms dat mensen in de eerste plaats ook werkeloos zijn omdat er geen werk is of omdat we het inmiddels geen baan meer noemen. Als Partij van de

Arbeid Zaanstad willen we basisbanen voor alle mensen die nauwelijks of structureel geen plek op de arbeidsmarkt kunnen bemachtigen. Hiervoor hebben we ook een agenda initiatief ingediend en daar hebben we het ook met elkaar uitvoerig hier over gehad. En met een basisbaan, want er is wel werk in de wijken, sport, onderwijs zoals ik al zei, maar we noemen het geen banen. Daarom verzoeken we het college om te verkennen wat de mogelijkheden zijn voor het invoeren van basisbanen. En dat vervolgens weer voor te leggen aan de raad, zodat wij daar weer een besluit over kunnen nemen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Onclin, VVD. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja dank u wel voorzitter. Wij vinden deze motie eigenlijk net iets te vroeg. We weten dat Werkom bezig is met een verruiming van de bestaande middelen. En ik denk dat dat elkaar best dicht gaat naderen. Dus het is zeker niet de bedoeling om hier een discussie uit te lokken over wat exact de definitie van een basisbaan is. Maar wat voor ons belangrijk is in de ontwikkeling waar Werkom mee bezig is, is dat het niet definitief is en er blijft ontwikkelperspectief voor mensen. Dus we zeggen niet bij voorbaat al, met jou wordt het niks meer, blijf jij maar voor altijd bij ons. Maar we houden vertrouwen en hoop op ontwikkelperspectief. Dat is wat wij ook heel erg belangrijk vinden.

Dus nogmaals, wij vinden dat deze motie eigenlijk net iets te vroeg komt. En wij zouden eerst graag willen weten wat er uit de proef van Werkom komt. Ik heb begrepen dat we daar 8 juli onder andere over gaan praten. Dus wij zouden dat graag eerst zien. Dank u wel. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Ja mevrouw Onclin, wij vinden het ook heel belangrijk dat Werkom doorontwikkeld en, alleen ik vraag me even af, bij een basisbaan is het ook niet zo dat je dat is dan je eindperspectief. Een basisbaan kan juist een hele mooie opstap zijn naar een normale baan. Waarom ziet u dat niet zo? De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Nou ja, voorzitter, dat is precies wat ik bedoelde van het is niet de bedoeling om hier een hele definitie discussie over een basisbaan te gaan voeren. Maar ik denk dat mevrouw Neefjes en ik het met elkaar eens zijn, alleen dat is dus precies hetgeen waar Werkom op dit moment mee bezig is. Om banen te ontwikkelen, en ik heb begrepen 74 volgend jaar, die tot een maximum van 3 jaar gelden, waarin het dus inderdaad niet meteen definitief is maar voor een maximumperiode van 3 jaar. Alleen, dan is een beetje mijn vraag, als mevrouw Neefjes en ik allebei hetzelfde bedoelen en dat ook de strekking van deze motie is, wat dan de toegevoegde waarde van deze motie is.

Want dan zeggen we dus eigenlijk, doe wat Werkom al aan het doen is. Dus ik denk dat wij het eigenlijk wel met elkaar eens zijn. De voorzitter: De heer Westerhof, CDA. De heer Westerhof (CDA): Dank u voorzitter. Ja, wij zien ook het probleem van te lang vastzitten in de bijstand en het niet meer uit vandaan komen. Maar om toch even te reageren, toch wel op de inhoud van deze motie. Daar missen we toch wel twee zaken. En dat kwam net ook al aan de orde. Maar voor ons is dat in ieder geval de financiële onderbouwing. En ook het toewerken naar die normale banen. Financieel zou je wellicht kunnen denken aan het bijstandsniveau handhaven en werkgevers loon laten bij betalen tot een bepaald niveau. Maar daarmee kom ik vanzelf bij het tweede punt. Er worden in deze motie blijkbaar overheidsbanen gecreëerd, want nergens lees ik iets over dat je van daaruit naar de reguliere baan zou kunnen komen. En misschien dat

Werkom daar inderdaad dan te zijner tijd wel een methode voor kan ontwikkelen. Maar, ja zover is het nog niet. En ja, landelijk gezien adviseert de WRR ook wel basisbanen, maar wij zien wel dan wel graag dat ze dan ook echt toe leiden naar die normale baan. Tot zover. De voorzitter: Mevrouw De Boer, Lokaal Zaans. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Ja dank u wel. De voorzitter: Ik heb u gezien hoor mevrouw Mathkor. Komt goed. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Dank u wel voorzitter. Ja wij vonden het ook een mooie discussie vanuit het agenda initiatief van de Partij van de Arbeid. Wij, aanvullend eigenlijk aan de VVD, mevrouw Onclin, hebben wij inderdaad, zien wij daar ook de ontwikkeling van Werkom. Maar wij hadden bij deze motie ook dat het voor ons net even te snel gaat, omdat het eigenlijk al zegt naar de mogelijke manieren om het in te voeren, waarbij bij ons nog heel erg zit de mogelijke voordelen. We hebben het net al over definities gehad van basisbanen. En ook een kosten-batenanalyse. En dat zou wat ons betreft, als de Partij van de Arbeid bereid is om het op die manier aan te passen, dan kunnen we de motie ook steunen. En dan zien wij dat ook in de hele ontwikkeling rondom Werkom, nou ja, eventueel een goede aanvulling bij die ontwikkeling. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dan de heer De Haas, ROSA. De heer De Haas (ROSA): Was een woordvoering voorzitter.

De voorzitter: Sorry? De heer De Haas (ROSA): Het was geen interruptie. De voorzitter: Nee, gaat uw gang. De heer De Haas (ROSA): Oké, dank u wel. Ja wij hebben bij de eerdere bespreking in het Zaanstad Beraad al aangegeven dat we niet onsympathiek staan tegenover het idee van een basisbaan. Maar we hebben toen ook wel de vragen gesteld over hoe er tegen Groningen wordt aangekeken die als voorbeeld wordt aangehaald. Ze zijn daar heel voorzichtig positief met de eerste evaluatie. Maar de kosten zijn aanzienlijk hoger dan dat ze hadden voorspeld. En ten tweede lopen ze tegen een aantal landelijke regels aan die het niet erg fijn maken voor een gemeente om werkgever te worden. Risicodragerschap. Bovendien wordt dat uitgebreid onderzocht en gemonitord. En volgens mij door de studenten van de Hanzehogeschool. Mogen wij de motie zo lezen dat dit soort resultaten meegenomen mogen worden in het onderzoek? En zit er een tweedeling in, want u vraagt over een terugkoppeling van de bevindingen? Is dat dan het onderzoek? Of is dat dan ook al meteen het meenemen in de doorontwikkeling van Werkom, want dat is een mogelijkheid die wij zeker ook wel zien. Dat horen we graag terug straks in de eerste stand van zaken.

Maar kunnen we die los van elkaar zien? En is die inderdaad dan zo ruim als dat die nu geformuleerd is? En dan zullen de kosten die door menigeen al genoemd zijn ongetwijfeld ook onderdeel uitmaken van het onderzoek. De voorzitter: De heer Hoedemaeker, D66. De heer Hoedemaeker (D66): Ja dank u wel. Ja ik heb heel veel gehoord van wat ik op mijn lijstje had staan. En er staan natuurlijk heel veel constateringen en overwegingen in de motie waar je het eigenlijk niet oneens

mee kan zijn. Maar inderdaad, er zijn nog heel veel vragen bij onze fractie van komt het niet te vroeg? Moet het college nu onderzoek doen in plaats van Werkom? Of samen met Werkom? Of ondanks Werkom? Wat gebeurt er nou met mensen die in zo’n basisbaan terechtkomen? En mevrouw Onclin heeft het bijvoorbeeld al genoemd. Wat is het perspectief? Zijn dat dan tijdelijke plekken die dan op een gegeven moment weer verdwijnen? Of kun je echt doorgroeien naar andere posities, naar echte banen zullen we dan maar zeggen als je het over basisbanen hebt. Hoe zit het met de inzet van het bedrijfsleven, die toch ook wel een SROIverplichting hebben om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te gaan nemen. En hoe lezen we dan bijvoorbeeld dat een basisbaan niet tot verdringing van werkgelegenheid leidt? Want dan moet dus wel extra werkgelegenheid dan gecreëerd worden. Dus kortom, we hebben nog heel veel vragen en we wachten naast de reacties van u allen, ook de reactie van de portefeuillehouder nog even af. De voorzitter: Mevrouw Mathkor, GroenLinks. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Ja dank u voorzitter. Wij hebben een iets andere insteek. Het is helemaal waar dat het voor heel veel mensen moeilijk is om gepast werk te vinden. De afstand tot de arbeidsmarkt is heel erg groot. Dat geeft ook heel veel stress.

En wat ons betreft zou een basisinkomen een betere oplossing uiteindelijk zijn dan een basisbaan. Maar we snappen ook dat dat nog wel, nog even zal duren. Het zal er komen, een basisinkomen, maar het zal nog even duren. In die tussentijd vinden wij het wel heel belangrijk dat er gekeken wordt toch hoe sommige mensen toch een bestaanszekerheid kunnen opbouwen. En in dat idee, maar wel ook met de inclusieve opmerking dat er inderdaad bij dat onderzoek dat er ook naar financiën gekeken kan worden, want dan kan er misschien ook een zuivere vergelijking maken tussen de invoering van een basisbaan en een experiment met het basisinkomen. Dus met die aantekening, dat wij ervan uitgaan dat ook de kosten in het onderzoek worden meegenomen, zullen wij voor deze motie stemmen. Dank u. De voorzitter: Mijnheer Mattens, Partij voor de Dieren. De heer Mattens (PvdD): Dank u wel voorzitter. Ja ook wij zijn in principe voorstander voor een pilot met een basisinkomen, juist omdat er hier ook heel veel vragen blijven kleven. Ik hoorde al de arbeidsmarktverdringing. We hebben vragen over zet je het nou, ja, zorg je er nou voor dat je maatschappelijk gezien het meest nuttige gaat doen. Geef je mensen nou daadwerkelijk die vrijheid om zichzelf te kunnen ontwikkelen, ook stressloos zichzelf te kunnen ontwikkelen.

Mensen komen vaak, mensen zijn vaak niet zonder reden dat ze afstand tot de arbeidsmarkt hebben. En daarom zien wij in eerste instantie ook veel meer in een basisinkomen om die stress, om die basis goed te leggen, om die stressfactoren weg te nemen, zodat mensen zichzelf kunnen ontwikkelen op een manier dat ze in ieder geval over zichzelf denken dat ze een, de beste bijdrage aan onze maatschappij kunnen leveren. Dat zou in theorie ook met een basisbaan kunnen, maar daar blijven dus wel heel veel vragen aan over. Over die arbeidsmarktverdringing. Over ontneem je mensen wel voldoende de stress? Weet je wel te zorgen als gemeente, maar ook als bedrijfsleven, hoe je nou daadwerkelijk de maatschappelijk nuttige dingen gaat doen en niet alleen maar mensen aan de productieband zet tot het zinloze af? Dat moet het niet zijn. En wat ons betreft zijn we wel benieuwd naar een onderzoek, maar dat wil nog zeker niet zeggen dat wij voor een basisbaan zijn als dat ten koste zou gaan van een pilot met een basisinkomen. De voorzitter: De heer Heida, PVV. De heer Heida. De heer Heida (PVV): Dank wel. Ja de vakantie toen in Rusland dat was heel interessant, om in zo’n hotel te merken dat daar gasten rondliepen met stiekem rollen wc-papier onder de mouw, of onder de trui. Want dat

was elke verdieping had een medewerker. En daar moest je alles vragen. En dat was werkverdeling a la Sovjetunie. En ik weet dat dit natuurlijk heel idealistisch is in aanzet en opzet, maar het is gewoon het hellende vlak. Iedereen heeft, ja recht op hulp en ondersteuning bij het vinden van werk. Maar wat, hoe zit het met de motivatie van mensen die langdurig in de bijstand zitten? Als je werk laat doen moet je daarvoor vaardigheden hebben. Hoe garandeer je dat ze geen fouten maken of in gevaar komen? Dit is wel een heel erg moeilijk onderwerp en dat kun je niet zo met een kleine motie zomaar eventjes regelen. En zelfs met een onderzoek niet. Je moet eerst, ideologisch moet je je afvragen, willen we dit? En die vraag wordt tot nu toe nog niet gesteld. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Neefjes, ChristenUnie. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Ja dank u wel. Wij vinden juist dat onderzoek heel erg interessant, omdat we allemaal weten dat de werkdruk in sommige sectoren echt heel erg hoog is terwijl er mensen thuis misschien niets zitten te doen. En dat klinkt een beetje naar, maar dat bedoel ik niet zo. Die misschien dolgraag iets willen bijdragen, aan het werk willen. En ik denk dat zo’n basisbaan kan precies die match maken.

En daarom denk ik dat dat onderzoek heel belangrijk is om dan ook bij die organisaties, onderwijs en zorg ook te vragen, hebben zij behoefte, zien zij kansen voor mensen te plaatsen op die basisbanen. Ik zou deze motie graag willen steunen. De voorzitter: Nog andere woordvoerders? De heer Heida zie ik nog. En de heer Mattens komt ook nog aan de beurt. De heer Heida (PVV): Dank u. Wat mevrouw Neefjes zegt dat klinkt dus weer heel principieel. Je kunt niet garanderen dat iedereen werk krijgt. Er bestaat helemaal niet zoiets. En dat je dat toch wil invoeren en wil afdwingen, dat is gewoon het hellende vlak. Je moet gewoon afvragen of je dit wil doen. Het is heel idealistisch, maar het is absoluut een heel communistisch idee. Dank u wel. De voorzitter: De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank u voorzitter. Ja ik hoor in het betoog van mevrouw Neefjes, hoor ik wel een beetje juist waar ik bang voor ben. Dat het gaat om arbeidsmarktverdringing. De sectoren waar de arbeid, arbeidsmarkt het nijpends is wil niet per se zeggen dat het daar het meest maatschappelijk nut heeft. En dan haalt u de onderwijsinstellingen aan. Dat kan ik begrijpen. Alleen, mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt zet je niet zomaar voor de klas. Dus hoe ga je dat dan begeleiden? Dat zijn hele lastige vragen. En volgens mij bieden scholen dat soort banen natuurlijk allang aan.

Dus daar zoek ik wel even naar van wat is de toegevoegde waarde dan? De voorzitter: De heer Zoomermeijer, SP. De heer Zoomermeijer (SP): Nou, ik dacht dat ik me hier niet over hoefde te roeren, want we kunnen het voor zoverre wel steunen op zich. We weten niet of Werkom het uit moet voeren, maar dat er een onderzoek gedaan gaat worden hiernaar lijkt me alleen maar goed. Ik denk dat basisbanen op zich geen slecht idee zijn. En wij vinden het fijn om te horen dat er aandacht is voor de mogelijke verdringing, wat eigenlijk een groot probleem is ook nu al bij heel veel vergelijkbare, ja werkzaamheden op dit moment. Waar mensen bijvoorbeeld tegen hun wil te werk worden gesteld. Dat wordt hier duidelijk niet beoogd. Dus dat vinden we eigenlijk positief. Maar de ‘…’ communisme dat heeft daar niets mee te maken. Dit is dus eigenlijk klassiek sociaaldemocratisch, dat je gewoon het bestaande systeem, zonder het te veranderen, probeert een klein

beetje bij te sturen of de scherpe kantjes eraf te halen. En zelfs ik als socialist ben ervan overtuigd dat dat geen slechte stap is en dat heeft niets te maken met communisme, maar dat zijn dezelfde beweegredenen waarom we nu, dankzij strijd, een achturige werkdag hebben. En af en toe eens vrij. En geen kinderarbeid. Of wilt u dat soms weer terug? De voorzitter: Deze vind ik wel heel leuk worden. De heer Heida dan maar even tussendoor. De heer Heida (PVV): Ja, ja graag, want ik heb gewerkt voor de vakbonden. Ik heb gewerkt voor werkgevers. Ik hou van het poldermodel. En dus als u dat er allemaal bijgeslepen wordt voorzitter dan, ja dan zeg ik daar gaat het hier niet over. Het gaat hier om een basisverhaal. Het staat ook in het woord. Een basisuitkering. Dat betekent dat iedereen hier straks recht heeft op een uitkering. Nee, op een baan. Die kun je niet geven. Dus je verplicht je op een manier zodat, waar de hele bevolking voor moet betalen, want het kost gewoon gigantisch veel geld. En je verwatert gewoon het begrip arbeid. Dank u. De voorzitter: Helder. De heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): Nou, ik zou zeggen, laten we het onderzoek afwachten. En wat daar uitkomt vooral gebruiken voor dit debat. En u weet dat ik daar absoluut voor opensta. En dat onze meningen daarover verschillen, dat zal verder zich niet oplossen en dat is oké.

Maar laat wel even duidelijk zijn, wat hier wordt bepleit is inderdaad een recht op werk. Wat de SP van harte verdedigt. En dat staat ook als artikel 19 in de Grondwet. Wij behoren dit te doen. De Grondwet heeft dat voor ons vastgelegd. Mensen hebben recht op werk. En het is aan de overheid om de omstandigheden te creëren dat mensen aan werk kunnen komen, zelfs dat de overheid dat werk moet regelen. Dat is de Grondwet en daar hou ik me aan. De voorzitter: Ga ik nu even verder met andere mensen. De heer Westerhof stak als eerste zijn hand op. En daarna de heer Van der Velden. De heer Westerhof (CDA): Ja dank u voorzitter. Ik wilde nog even benadrukken dat doorstromen bij zo’n basisbaan ontzettend belangrijk vinden. En als je dan toch zoiets ziet als een soort, ja haven waar je iemand in wil laten, beschermd wil laten werken. Ja, dan denken wij toch echt meer aan de al oude sociale werkplaats. En overigens hoorde ik ook net iemand zeggen dat werk soms eentonig kan zijn, maar ja dat is natuurlijk ook per individu verschillend. Er zijn juist mensen die dat heerlijk vinden om altijd hetzelfde te blijven doen. Dus ik denk dat je daar ook niet algemeen zoveel dingen over kan zeggen. Tot zover. De voorzitter: De heer Van der Velden, POV. De heer Van der Velden (POV): Dank u wel voorzitter. Ik had wel een andere vraag.

Sinds 2000 wordt er in Nederland al gesproken over het principe van basisbanen. En er heeft altijd een schwung omheen gehangen van bij zo’n verplichting naar bepaald, naar betaald werk. Maar ondertussen is dat niet van de grond gekomen en zijn er ongeveer een 13 regelingen in Nederland die al ondersteunen bij het zoeken en vinden van mekaar naar betaald werk. Mobiliteitsbonussen, tegemoetkomingen, nou noem maar op. Het zijn er ongeveer een 14. En dan als klap op de vuurpijl komt ook nog het traject Makkie in Amsterdam. Daar zit het ongeveer in zo’n zelfde vorm wat nu ook naar voren is gekomen dat dit traject ook niet werkt. En men dus weer teruggaat naar begin jaren 2000 van toch maar weer na te denken over die basisbaan. En dan zeg ik van, wat gebeurt er dan met de afgelopen 14 regelingen die er al zijn? Worden die zomaar weggegooid of, ik ben daar een beetje zoekende. Dus ik denk ook dat deze motie, enerzijds dat die te vroeg komt, denk ook niet dat het een gemeentelijke aangelegenheid is maar een overheidsaangelegenheid.

De voorzitter: Mevrouw Onclin, VVD. Mevrouw Onclin (VVD): Ja dank u wel voorzitter. Eerst maar even in het kader van de geschiedenisles. Het was een liberaal die de kinderarbeid in Nederland afschafte en geen socialist. Maar voorzitter, ja misschien fijn om even terug te gaan naar de wethouder, of terug te gaan om even het antwoord aan de wethouder te vragen. Want volgens mij zijn heel veel dingen die ik hier hoor, ook als het gaat over de aansluiting op waar maatschappelijk behoefte aan is. Of dat nou zorg is, onderwijs is, maar even om te voorkomen dat er arbeidsverdringing ontstaat. Precies datgeen wat onderdeel is van het plan van Werkom. Dus misschien is dit een fijn moment, om te voorkomen dat we hier een discussie met elkaar gaan voeren die niet meer nodig is, om even naar de wethouder te gaan. De voorzitter: Ik geef eerst het woord aan mevrouw Köseoglu. Mevrouw Köseoglu (PvdA): Ja dat wilde ik net ook al vragen. Ik bedoel, we zijn de indiener van de moties. Motie, sorry. Ik zou toch nog willen reageren op een aantal partijen. En voor mijn gevoel leek het weer alsof ik weer, of we weer de agenda initiatief aan het doornemen waren. En, nou ja, ik probeer toch echt even kort te reageren. Allereerst, de reden waarom we graag willen dat we in Zaanstad wordt gekeken of onderzocht in hoeverre basisbanen meegenomen kan worden in de doorontwikkeling van Werkom in dit geval.

Is omdat we met elkaar moeten erkennen dat er een groep is die echt niet mee kan komen in de arbeidsmarkt. Dat is gewoon een feit. Dan kunnen we hoog of laag springen, maar het is gewoon zo. POV gaf net aan van er zijn zoveel regelingen die ingezet worden om mensen inderdaad aan een baan te helpen. Dat kost ook geld. We gaan op een gegeven ogenblik een soort constructie creëren waarop we dus heel veel geld gaan inzetten om een infrastructuur te creëren om mensen, nou ja, twee maanden, drie maanden, ergens te kunnen plaatsen, soms met behoud van uitkering en dan komt iemand weer terug. En dan begint de mallemolen weer. Dat kost ook geld. Voor mensen waarbij er wel een perspectief is op een baan. Natuurlijk, die moet je begeleiden naar een baan. Het gaat hier om mensen die, zoals ik al zei, ze hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt, maar de arbeidsmarkt heeft ook inmiddels een grote afstand tot hen gecreëerd. En we focussen heel erg op de kosten, terecht, maar moeten ook misschien kijken naar de waarde van iets. Mensen die in wijken, buurten nuttig werk kunnen doen waar ze zich kunnen, nou ja een beetje ook weer in de samenleving actief kunnen participeren dat heeft ook een toegevoegde waarde voor degene zelf, voor de wijk en voor de omgeving. Dat heeft ook een bepaalde maatschappelijke waarde.

We focussen heel erg op de economische waarde, maar het lijkt me ook goed om te kijken naar de maatschappelijke waarde, wat dat betekent voor de mensen die in een basisbaan nuttig iets kunnen doen en participeren in de samenleving. Daar gaat het om. Vervolgens die doorontwikkeling van Werkom en heroriëntatie, volgens mij gaan we, ik sluit niet uit dat we na een tijdje nog een keer een soort door ontwikkelen of een heroriëntatie van Werkom gaan krijgen. Omdat in de afgelopen raadsinformatiebrief werd ook aangegeven, ik ga dat even voorlezen: ‘We zien ontwikkelen op de arbeidsmarkt die leiden tot de vraag of we met de huidige infrastructuur van Werkom nog wel doen wat nodig is om de brede groep mensen die dat nodig heeft aan het werk te helpen. Daarnaast zien we ook dat die bestaande infrastructuur van leer/werkbedrijven niet optimaal wordt benut.’ Dus daarom is dit juist het moment om te zeggen, laten we ook kijken naar basisbanen, laten we ook kijken wat de rol van Werkom hierin zou kunnen zijn. En vervolgens kan het college het weer aan ons, aan de raad, voorleggen, zodat wij er nog een keer naar kunnen kijken en een weloverwogen keuze kunnen maken. Dus ja, alle vragen die zijn gesteld door de partijen over de financiën, ja het kost geld. Maar we moeten ook kijken wat dus, wat de maatschappelijke waarde ervan is.

Want zoals ik al zei, met de huidige infrastructuur, dat kost ons ook geld. En dat, ik bedoel, ik wil hier de bedragen niet noemen maar hè, we geven ook wel het één en ander uit. En voor de rest, ja Liberaal, of nee sorry, Lokaal Zaans, nou kosten-baten. Eigenlijk zeggen we dat ook al impliciet in de

motie, want ja, je wilt natuurlijk wel kijken van hoe ziet het huidige structuur eruit en hoe zou het dan, wat zou het dan kosten als we dan die basisbanen, als we dat in die doorontwikkeling van Werkom zouden meenemen. Nou ja, kortom, ik wil niet tot 23.00 uur vergaderen en ik denk jullie ook niet. Maar het gaat er echt om, laten we hier in Zaanstad alsjeblieft, alsjeblieft, op een andere manier durven kijken naar het vraagstuk waarvan we weten dat het al heel lang voor ons ligt. De voorzitter: Ik heb nog drie woordmeldingen gezien. Dat is allereerst van de heer Zoomermeijer, o dat gaat niet meer door. Dan ga ik naar de heer Heida. En ik zag ook nog mevrouw De Boer. O en ook nog mijnheer Mattens. Korte reacties graag, daarna ga ik naar de wethouder. De heer Heida: Ja dank u wel voorzitter. Nog even over het fabeltje van mijnheer Zoomermeijer, dat de overheid er is om mensen hun werk te garanderen. Dat bestaat helemaal niet. Bevordering van voldoende werkgelegenheid is een voorwerp van zorg voor de overheid. En het recht wat de Nederlander heeft dat is de recht van vrije keuze van arbeid. Is heel wat anders. En wat mevrouw Köseoglu zegt vind ik helemaal juist. Het is fantastisch als je mensen kan inschakelen in de wijken, dus daar, het hele verhaal, daar kan ik van harte mee eens zijn. Alleen, daar hoort niet een basisbaan bij, dat is gewoon vrijwilligerswerk. Dank u wel.

De voorzitter: Mevrouw De Boer, Lokaal Zaans. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Ja dank u wel voorzitter. Dank aan mevrouw Köseoglu. Ik hoor uit uw bewoordingen, u kiest net even andere bewoordingen in uw betoog dan dat in de motie staat. Want dan hoor ik inderdaad de kosten-baten, dat u dat wilt meewegen. En u zegt ook dat we als raad uiteindelijk een weloverwogen keuze kunnen maken als we die voordelen dan ook wegen. Nou, als dat de intentie van de motie is, dan kunnen we hem op die manier steunen. De voorzitter: De heer Mattens, Partij voor de Dieren. De heer Mattens (PvdD): Dank u wel voorzitter. Ja het blijft ook een beetje, ook op een principe dingetje hangen denk ik. Want iets wat ik gewoon niet begrijp aan het betoog van mevrouw Köseoglu. Ze zegt, de arbeidsmarkt heeft ook zich verwijderd van deze mensen. En op het moment dat de overheid dan degene moet zijn die bepaalt voor mensen wat maatschappelijk nuttig is, dan stel je mensen niet in hun kracht. Het is juist, het zou juist zo mooi zijn als mensen zelf op zoek kunnen gaan naar wat zij het meest maatschappelijk nuttig achten en zien in hun omgeving. En daar de grootste eigenwaarde uit ophalen. En dat kost ook geld, net als een basisbaan. Dus wat dat betreft is het om het even.

Dus waarom bent u nou zo’n tegenstander van een pilot met een basisinkomen en bent u wel zo’n warm pleit bezorgen voor een basisbaan? Want het levert volgens mij mensen niet meer vrijheid op dan een basisinkomen. De voorzitter: Mevrouw Köseoglu. Mevrouw Köseoglu (PvdA): Sorry, ja. Nou volgens mij ben ik niet echt heel erg tegen een basisinkomen. Maar omdat het nu gaat over een basisbaan. Ik vind wel en dat heb ik net ook al aangegeven, dat als mensen wel een bijdrage kunnen leveren, en zoals ik al zei, dat is ook werk maar we noemen het dus vrijwilligerswerk wat de heer Heida net ook aangaf, want het is geen vrijwilligerswerk. En als mensen daartoe in staat zijn en dat willen gaan doen, dan is dat, dan creëer je daarmee toch wel extra werkgelegenheid. En volgens mij is daar helemaal niks op tegen. En, ja, mevrouw Mathkor heeft al heel vaak dit onderwerp natuurlijk ook al aangekaart, ja ik sluit niet uit dat we op den duur landelijk wel meer gesproken zal worden over een basisinkomen. Maar vanuit Lokaal perspectief gezien, ja daarmee kan je niet experimenteren.

De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Groothuismink. Mevrouw Groothuismink (wethouder): Voorzitter, wat een prachtige discussie. En deze prachtige discussie hebben we ook al in het Zaanstad Beraad gevoerd. En ik vind dat deze discussie ook hier thuishoort in de raadzaal. Dat verschillende politieke inzichten heel duidelijk naar voren komen. En ik denk dat we de komende jaren ook nog lang niet uitgesproken zijn over het geven van bestaanszekerheid aan mensen. En of dat dan een basisbaan is of een basisinkomen en in welke vorm dan, daar worden op dit moment, en mijnheer Van der Velden refereerde daar al aan, altijd ook verschillende regelingen voor bedacht, verschillende experimenten in het land voor gedaan, al dan niet in samenwerking met het Rijk. Groningen heeft een experiment, maar ook Amsterdam, in Rotterdam. En wij hebben hier in Zaans, in de regio, Werkom die ook is gestart met een soort experiment, maar dan om mensen in dienst van Werkom te nemen. Om te kijken wat voor een effect dat heeft op het geven van zekerheid. Bij al die verschillende experimenten zie je wel dat het doel wat verschillend kan zijn. Dus bij Werkom zijn mensen in dienst van Werkom en die doen dan niet zoals u suggereert in de motie klussen in de wijk. Dus dat wijkt dan wat af.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, waar mijnheer Westerhof het over had, die heeft het over het hebben van basisbanen als zekerheid. Terwijl heel veel gemeentes basisbanen inzetten om doorstroom naar reguliere arbeid te stimuleren. En waar mevrouw Neefjes het over heeft. En waar mevrouw Onclin waarde aan hecht. Kortom, ik denk dat het inderdaad geen kwaad kan dat u terecht aangeeft, ja laten we dit meenemen in de doorontwikkeling van ons participatiebedrijf, van ons beleid rond participatie, van ons beleid hoe wij zien, nou ja hoe we dat willen vormgeven. En dan tegelijkertijd, mevrouw De Boer, denk ik wel dat het goed is om te kijken naar zowel de financiële consequenties daarvan, als de maatschappelijke opbrengsten. Dus dat je dat wel tegen elkaar moet kunnen afwegen. Of dat nou een kant en klaar onderzoek oplevert binnen een bepaald gesteld aantal tijd, dat vind ik heel erg lastig om aan u terug te, want het is echt een ontwikkeling. En in de doorontwikkeling van Werkom denk ik dat het goed is om dit soort experimenten en ook de ervaringen van Groningen, van Amsterdam, van Rotterdam mee te nemen. En daar zal ik u zeker over rapporteren. Dus de richting kunnen we meenemen en verkennen, maar of het nou een apart separaat onderzoek is met een conclusie en, nou bij wijze van spreken, een nietje erdoor van nou dit is het dan.

Dat weet ik niet of dat, dat is lastig voor het college om dat zoals eindproduct dan op te leveren. Maar als u bedoelt neem het mee in de doorontwikkeling, kijk wat er kan, maak gebruik van conclusies en landelijke rapporten ook, dan denk ik dat het college daar positief tegenover staat. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie helemaal geen reacties. Dus dan gaan we stemmen. Maar nee, daar is de hand van mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Ja, ik moest er nog even op broeden, want de wethouder geeft een heel mooi betoog denk ik met een mooie toezegging. Dus de vraag, ziet u het als een toestemming of wilt u hem in stemming brengen. Want waar ik nog een beetje op zit vooral, gaan we het invoeren of krijgen we nog dat afwegingsmoment. En zoals u het schetst, lijkt het er al op alsof we het al doen, al gaan doen en we het meenemen. Dat ben ik nog even benieuwd naar. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Groothuismink (wethouder): Op dit moment zijn we wel bij Werkom bezig met een experiment om mensen in dienst te nemen om te kijken, maar dat is echt een experiment om te kijken wat dat doet. Net zoals in andere gemeentes ook experimenten plaatsvinden. Er is op dit moment geen enkele gemeente die dit standaard of structureel heeft ingevoerd. Iedereen is bezig om het pad te verkennen.

En ik neem aan dat wellicht bij de kabinetsformatie het thema van arbeid zekerheid ook aan bod komt. En dat geeft wellicht

regelingen waardoor het maken van lokale afwegingen makkelijk is. Of niet, dat moet, daar zijn we natuurlijk afhankelijk van het Rijk. De voorzitter: We gaan stemmen. Nee. De heer De Haas, ROSA. De heer De Haas (ROSA): Ja volgens mij hoor ik de wethouder net nog zeggen, voorzitter, als u bedoelt dat. En volgens mij zat er een vraag in naar mevrouw Köseoglu. Aan het einde. Ik zag haar knikken, maar ik hoor graag of zij zich kan vinden in de uitleg die de wethouder net gegeven heeft aan de manier waarop zij de motie zou kunnen uitvoeren. De voorzitter: Mevrouw Köseoglu. Mevrouw Köseoglu (PvdA): Ja ik was aan het knikken, dus ik ga ervan uit dat dat goed is. Of althans, dat ik er wel mee akkoord mee ben. De voorzitter: Ik stel voor dat we gaan stemmen. Wie is er voor de motie vreemd aan de orde: Basisbanen? Dat is de SP, ROSA, DENK, GroenLinks, Lokaal Zaans, D66, Partij voor de Dieren, ChristenUnie en de Partij van de Arbeid. De motie is aanvaard. Wij gaan verder met, mevrouw De Boer? Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Ja ik wil graag even melden dat ik om 20.00 uur deze zaal verlaat vanwege een gesprek met inwoners die al stond voordat deze raadsvergadering gepland was. Dus als u mij straks ziet vertrekken dan weet u daarvan. Dank u voorzitter. De voorzitter: Oké. 6.

Motie vreemd aan de orde: Wet inburgering in gemeentelijke verordening De voorzitter: We gaan naar de Motie vreemd aan de orde: Wet inburgering in gemeentelijke verordening. Ingediend door de VVD, CDA en POV. Welke wethouder hoort daarbij? Die wethouder. Nou, dan hoeven we niet te wachten. Die zit er al. Wie mag ik het woord geven van de drie? Mevrouw Onclin. Gaat uw gang. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Dank u wel voorzitter. Het agenda initiatief over de inburgering werd op 6 april behandeld en daar heeft ondersteunend fractielid José Puiman het woord gevoerd, met voorbereidend werk van onze fractieassistent Anés Weerden. Dus dank via deze weg aan beiden. De VVD wil graag als aanvulling op de koersaanpak en het basismodel van de VNG zoals de wethouder dat heeft aangegeven, expliciet aandacht vragen voor een aantal zaken. Dat gaat onder andere over de rol van vrouwen in onze samenleving en specifiek in de arbeidsparticipatie. Het voorkomen van, of in ieder geval zo veel mogelijk beperken van taalachterstanden. En het toevoegen van een boetebepaling conform de wet bij verwijtbaar niet inburgeren. Voorzitter, de wethouder heeft toegezegd dat er eind van het jaar een verordening komt. Dat zou precies op tijd zijn, want de beoogde ingang van deze wet is nu 1 januari.

Maar wij willen hem via deze motie ook eigenlijk verzoeken om eerder met die verordening bij de raad te komen, zodat de raad ook actief betrokken kan worden bij het opstellen van deze verordening, omdat het wel over hele essentiële zaken gaat. Daarnaast, en daar is natuurlijk ook eerder over gesproken, is er ook nog wel zorg over de financiering die we volgens mij breed delen in deze raad. Wij denken wel dat de uitkomst van de arbitrage van de Jeugdzorg ook een positief effect kan hebben op de Inburgeringswet, omdat er ook wel een principe-uitspraak vanuit gaat dat je dus bij een decentralisatie moet zorgen voor voldoende financiële middelen. En hebben wij begrepen dat er daarnaast ook een brief van minister Koolmees is gekomen tussen zeg maar de laatste keer dat wij

hierover gesproken hebben en vanavond. Dat het kabinet sowieso ook 30 miljoen extra ter beschikking stelt. Op zich allebei denk ik goed nieuws, maar alsnog denken wij goed om vroeg hierover met elkaar in gesprek te gaan. Zodat mocht blijken dat de wensen die wij als raad hebben ten aanzien van de nieuwe verordening niet uit te voeren is met de financiële middelen die we krijgen, dat we ook op tijd kunnen beginnen met een extra lobby. Zowel vanuit het college, maar uiteraard natuurlijk ook vanuit in ieder geval de VVD. Dank u wel. De voorzitter: Wie nog meer van de indieners? De heer Westerhof, CDA. De heer Westerhof (CDA): Dank u voorzitter. Wij vinden de motie inburgering een goed initiatief van de VVD. Het is belangrijk om, zeker gezien de te verwachtte kosten, op tijd met beleid te komen. We zijn ook blij met de toevoeging over het aansluiten bij bestaande voorzieningen voor kinderen met taalachterstanden, zodat er geen zaken dubbel geregeld worden. Tijdens de behandeling van het agenda-initiatief over de inburgering in het Zaanstad Beraad hadden we moeite met de bestuurlijke boete die de gemeente wettelijk op moet leggen. We zijn zeker voor handhaving, maar dat moet dan wel voor iedereen effectief zijn. Handhaven is belangrijk, maar de menselijke maat ook.

En daarom is aan de motie toegevoegd dat bij het beboeten rekening gehouden moet worden met de omstandigheden van degenen die moet inburgeren. En de omstandigheden waarin het verwijtbare gedrag plaatsvond. Wij denken dat dit de wethouder voldoende ruimte geeft om dit in de verdere vormgeving van het beleid op een passende manier in te vullen. En we dienen de motie graag mee in. De voorzitter: POV nog woordvoerders? Nee? Kijk ik de zaal rond. De heer De Laat, GroenLinks. De heer De Laat (GL): Ja dank u wethouder, dank u voorzitter. Ja op 6 april vond u GroenLinks aan uw zijde met de oproep om alles uit de kast te halen om maatwerk te kunnen leveren, zoals dedicated klantmanagers. Toen waren het trajecten. En het begeleiden naar duurzame werk, taal en huisvesting. Maar zoals toen al gezegd, GroenLinks wil werken vanuit, niet vanuit wantrouwen, maar vertrouwen. Want investeren in mensen verdient zich altijd terug. En volgens mij heeft het college toen toegezegd om de verordening op tijd voor te leggen. Hoe eerder, hoe beter. Daar heeft u ook gelijk in. Maar die toezegging had u volgens mij al in de pocket. En waar u ons verliest, in alle bullet points over boete en handhaving. We willen namelijk dat het college de ruimte vindt zodat professionals hun werk kunnen doen om te doen wat nodig is. De wet is al redelijk neoliberaal genoeg, om maar met een termpje te strooien.

Dus we zullen uw motie niet steunen, maar we steunen uw oproep natuurlijk wel aan Mark Rutte, die op dit moment toch wel een sleutelspeler is in de hervorming van de sociale zekerheid en de financiering van alle zaken die naar de gemeente gaan. Dank je wel. De voorzitter: Mevrouw De Boer, Lokaal Zaans. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Ja dank aan de indieners, opstellers. Wij hebben ook getwijfeld of we mede wilden indienen, want we vinden het op zich hartstikke goed om er goed over te praten want het is nogal wat. Maar de laatste tijd komt steeds meer bericht dat dit weer een enorme kostenpost wordt, mevrouw Onclin zei het al. Het wordt een groot risicoparagraaf in onze begroting, dus wij willen hem liever helemaal niet. Maar wij hebben een motie, hadden wij gemaakt rondom een lobby te starten om de decentralisatie tegen te gaan. Maar dat leek ons beter op de plaats bij de Kadernota, omdat wij hem nadrukkelijk ook zien gekoppeld aan de risicoparagraaf. Maar zo’n motie zoals die nu is, voor mij kan dat prima naast elkaar bestaan en zullen we hem ook steunen. Dank u voorzitter. De voorzitter: De heer Hoedemaeker, D66.

De heer Hoedemaeker (D66): Dank u wel. Ja wij hebben eigenlijk net als GroenLinks ook wel moeite met de boeteparagraaf die in deze, in het dictum van deze motie staat. Het is weliswaar uitgebreid vanaf de eerste versie die wij gezien hebben, maar is daarmee ook wel heel erg wollig en verwarrend geworden, omdat dan een bullet bijgevoegd is waarbij de gemeente geen boete oplegt wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt. Terwijl de boete alleen is voor verwijtbaar niet inburgeren. Dus wat ons betreft is dit veel te onduidelijk. Er moeten gewoon duidelijke criteria zijn, wat verwijtbaar en wat niet verwijtbaar niet inburgeren is. Er moet in ieder geval iets van een hardheidsclausule in. Dus op dit moment zullen we deze motie niet steunen. De voorzitter: De mededeling dat mevrouw De Boer van Lokaal Zaans de vergadering heeft verlaten. Ik zag de heer Rijken, Partij van de Arbeid. Gaat uw gang. De heer Rijken (PvdA): Ja dank u wel voorzitter. Ook dank aan de indieners van deze motie. We hebben hem uitvoerig in de fractie ook besproken, maar we gaan hem niet steunen. Ja wij zien ook dat op 6 april is er al veel door de wethouder toegezegd om met de verordening te komen. We steunen wel de oproep om die wel wat eerder in het jaar of in ieder geval zo vroeg mogelijk mee te komen, zodat inderdaad de raad goed betrokken kan worden.

Ja en verder zaten we een beetje in de motie, het is een beetje een mix van zaken die eigenlijk al landelijk wettelijk al geregeld worden. En er is ook een modelverordening. Dus ja, wij twijfelden daaraan of die nou echt nog veel daaraan toevoegt. Maar goed, daar horen we dan ook de wethouder graag nog eventjes over. Maar zoals we het nu zien, zullen we hem niet steunen. De voorzitter: De heer Van Haasen, PVV. De heer Van Haasen (PVV): Ja bedankt voorzitter. Toen in de raad de decentralisatie besproken werd hebben wij gelijk al onze zorgen uitgesproken. Wij kwamen met de term Jeugdzorg 2.0, waar in deze motie gerefereerd wordt. Wij zien het financieel gigantisch uit de klauwen lopen straks en wij zullen dit dus ook niet steunen. En het enige punt waar ik nog wel wat over wil zeggen is de taalachterstand van jonge kinderen. Dat vinden wij natuurlijk ook zorgelijk als dat zo is. Maar afijn, wij vinden dat het al onderbouwd is door Pact Poelenburg en zullen daarom deze motie ook niet steunen. Dank u. De voorzitter: Mevrouw Neefjes, ChristenUnie. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Dank u wel. Ja, de bullet om tijdig een concept voor te leggen aan de raad, dat vinden we een hele verstandige. Wat betreft de andere punten daar overheerst wel de, alle regels over boetes dat vinden wij niet positief.

Verder denken wij dat er ook heel veel aandachtstrepen staan voor zaken die volgens mij al voor iedere burger geldt. Taalachterstand daar wordt al iets aan gedaan. Waarom moet je dat dan nog expliciet nu in een motie vragen om dat op te nemen in de verordening? Ja, wij zien de toegevoegde waarde daar niet van, van het tweede bullet. Dank u wel. De voorzitter: De heer Eid, van DENK. De heer Eid (DENK): Dank u wel voorzitter. Wij kunnen niet meegaan in deze motie. Wij zijn ook tegen, wij zijn geen voorstander van straffen en boetes. Verder ben ik van mening dat, ja de motie ook moeilijk uitvoerbaar is, want hoe bepaal je dat iemand verwijtbaar niet inburgert. Er zijn genoeg mensen die keihard hun best doen. Wij zijn van mening dat je die mensen het beste kan ondersteunen als het wat moeilijker gaat. Dank u wel voorzitter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10351250/1