Versie 21 april 2021 Gezamenlijke reactie ZaWa op voorstel MRA Transitiecommissie
Tekst van het document
2021/7253
Deelregio Zaanstreek–Waterland 22 april 2021 Geachte leden van de MRA Transitiecommissie, Namens MRA-deelregio Zaanstreek-Waterland (ZaWa) bieden wij u een gezamenlijke reactie aan op het voorstel Metropool van grote klasse. Allereerst willen wij onze waardering uitspreken voor de grote hoeveelheid werk en het enthousiasme van de Transitiecommissie om tot het voorstel te komen. Zaanstreek-Waterland (ZaWa) onderschrijft als actief MRA-deelnemer de noodzaak van de Metropoolregio Amsterdam. Het is goed om in deze tijden deze ambitie tot samenwerking opnieuw te bevestigen en te actualiseren en onze samenwerking helderder en eenvoudiger te willen maken. Het is passend dat de nadruk ligt op een sterke democratische controle en dat er wordt voortgebouwd op de samenwerkingsstructuur die in het verleden is opgebouwd en die zijn waarde heeft bewezen. Tegelijkertijd zijn wij nog verre van tevreden met het voorstel zoals het nu is voorgelegd, juíst op het vlak van de democratische controle, specifiek voor wat betreft de betrokkenheid en positie van de raden en Staten. Het is een tijd stil geweest na oplevering van het rapport, mede door corona, maar nu ligt er dan eindelijk een voorstel op tafel. Maar de snelheid waarmee u het proces wilt afronden, staat op gespannen voet met juist die democratische controle waarvoor gepleit wordt.
In de aanbiedingsbrief wordt gesteld dat het belangrijk is dat alle gemeenten mee kunnen denken, van groot tot klein. De termijnen die tot nu toe gesteld worden zijn echter voor veel gemeenten niet haalbaar. Aanpassing van de planning zodat er ruimte is voor voldoende reflectie en discussie in en met raden is voor ons dan ook een harde voorwaarde om door te kunnen gaan met dit traject. Wij nemen de uitspraak dat dit pas het begin is van het traject en niet het einde, zeer serieus. Bij de uiteindelijke beoordeling van een voorstel voor samenwerkingsafspraken in de tweede helft van dit jaar zal de zorgvuldigheid van het proces voor ons een van de centrale overwegingen zijn om een besluit te nemen of wij wel of niet instemmen met uw voorstellen. De Noodzaak van de Metropoolregio Amsterdam Terecht is het vertrekpunt het dilemma dat er enerzijds behoefte is aan een krachtige regio, terwijl er anderzijds sprake is van terughoudendheid bij een regionaal orgaan dat zich mogelijk macht en positie toe-eigent zonder dat het geworteld is in de lokale en provinciale democratie. De Transitiecommissie zoekt een weg in dit dilemma. Wij constateren dat er ook met dit voorstel, net als in de huidige samenwerking, géén raadsbevoegdheden worden overgedragen aan de MRA.
Bestuurders van gemeenten en provincies maken afspraken in MRA-verband maar kunnen dit alleen doen binnen de kaders zoals meegegeven door hun volksvertegenwoordigers. Ze leggen verantwoording af aan die zelfde volksvertegenwoordigers in de raden en Staten. Er wordt geen bestuurslaag toegevoegd. Deelname aan een Regionale Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Holland bijvoorbeeld, waar nu sprake van is, is niet een besluit van de MRA maar van alle individuele gemeenteraden en Provinciale Staten. Het lijkt ons goed dit te markeren.
1
2021/7253
Inhoudelijk zitten er sterke punten in het eerste deel van het voorstel waarin aangesloten wordt op de goede kanten van de MRA die wij koesteren: ‘de historische wording, de grote variatie in stedelijke kernen en landschappelijke schoonheid, de brede welvaart en de spreiding van maatschappelijke kansen’ en de kracht van de menselijke maat en nabijheid. Terecht is er aandacht voor problemen die er in de MRA spelen rond bijvoorbeeld de betaalbaarheid van woningen, bereikbaarheidsproblemen, de druk op leefbaarheid, energietransitie en klimaatverandering en toenemende segregatie. Niet iedere gemeente en gemeenschap zal elk van deze problemen even sterk ervaren, maar terecht wordt in dit kader de term solidariteit genoemd in het voorstel. Willen we die metropool met de menselijke maat zijn, dan moeten we oog hebben voor de landelijke kernen in onze gemeenten die moeite hebben om voorzieningen te behouden, voor de kwetsbare wijken in sommige gemeenten, voor de mobiliteitsopgave van de een en de leefbaarheidsproblemen vanwege milieuoverlast van de ander. In de MRA Verstedelijkingsstrategie moeten we keuzes maken die soms pijn doen, maar uiteindelijk moeten we één verhaal hebben waarin we ook aan al onze inwoners uit kunnen leggen waar de MRA voor staat, gebaseerd op moed en solidariteit, en op onderling vertrouwen zoals het voorstel duidt.
We onderschrijven in die zin de formulering van de drie doelen, die bijdragen aan een ‘rijker’ verhaal dan tot nu toe, van grote betekenis voor ál onze inwoners. Daarbij waarschuwen wij wel voor borging van de recent gelanceerde MRA Agenda 2.0: het voorgestelde proces mag niet tot vertraging van de uitvoering leiden. De Transitiecommissie grijpt het momentum en probeert dit ook te creëren of vast te houden. Daarbij vragen wij zoals gemeld expliciet aandacht voor dat zorgvuldigheid en een ‘zachte landing’ (waarbij iedereen zich de inhoud van de voorstellen eigen kan maken) belangrijk zijn. De betrokkenheid bij de regionale samenwerking is groot. Op 14 april was er een regionale raadsledenbijeenkomst in Zaanstreek-Waterland waar meer dan 75 aanwezigen zich bogen over de MRA Verstedelijkingsstrategie en de MRA governance-voorstellen. Laten we deze betrokkenheid als startpunt nemen en hier geen spanning op zetten vanuit een begrijpelijke maar onverstandige haast. Er zit een spanning tussen wens om door te pakken zodat de MRA-samenwerking snel meer en betere resultaten kan boeken, en de noodzaak om voldoende ruimte te nemen, met name ook voor discussie in (en tussen) raden en staten. Er zit een inhoudelijke boodschap met drie nieuw geformuleerde doelen in het stuk, een voorstel om de organisatie te verbeteren en er wordt een stevige opdracht bij de deelregio’s neergelegd.
Met name die laatste (consequenties voor deelregionale organisatie, financiering) is zowel minder uitgewerkt (want mede afhankelijk van de dynamiek in elke deelregio) en (mede daardoor) in zijn consequenties van groot belang. Nieuwe ambitie een Metropool van grote klasse Een punt van aandacht in ons taalgebruik is de relatie tussen deelregio’s en MRA. Als op blz. 6 ‘bemoeienis door de MRA’ geplaatst wordt tegenover wat lokaal of in de deelregio’s kan, dan bevestigen we de tweedeling van ‘deelregio’ en ‘MRA’. Ook in onze deelregionale gesprekken betrappen we onszelf erop dat we ‘de MRA’ soms als een externe entiteit zien (‘wat vragen wij van de MRA?’), terwijl wij allen de MRA zijn. Wij zijn met zijn allen een bestuurlijk netwerk, dat staat los van het feit dat sommige van onze opgaven gezamenlijk of vanuit de MRA-organisatie worden opgepakt en andere zaken niet. De MRA dat zijn wij, vijfendertig decentrale overheden met bestuurders en volksvertegenwoordigers, namens 2,5 miljoen inwoners. Het is dan ook belangrijk om tot een duidelijke rolverdeling te komen (bijvoorbeeld tussen gemeenten en platforms, tussen Bestuur en Algemene Vergadering, en tussen Amsterdam als grootste gemeente en de andere gemeenten in het polycentrisch netwerk) en die goed te borgen. De MRA kenmerkt zich onder meer door een gelijkwaardige positie van gemeenten en provincies. Wij waarderen dat ten zeerste.
Echter, in het voorstel aangaande de herstructurering van het Dagelijks
2
2021/7253
Bestuur, Algemeen Bestuur en de platforms constateren we dat de positie van de gemeente en de deelregio’s afzwakt. De Regiegroep was een gremium waar (met name, maar niet alleen) burgemeesters van grotere gemeenten uit de deelregio’s, met een belangrijke rol binnen de deelregio maar ook uitgerust met een krachtig netwerk, een belangrijke rol konden spelen. Wij zijn van mening dat het bestuur van de MRA moet zijn samengesteld langs de lijnen van de deelregio’s en dat de keuze van voorzitters aan de platforms zelf moet worden overgelaten. Sterke MRA, sterke democratische controle Het belang van de betrokkenheid van raads- en statenleden wordt terecht op diverse plekken in het stuk benoemd. Tegelijkertijd ontbreekt het aan vernieuwende voorstellen om hier inhoud aan te geven, behalve een andere samenstelling van de MRA Raadtafel en de belofte dat raadsleden eerder en vaker betrokken zullen worden vanaf de voorkant. Daarbij achten wij het verstandig om de betrokkenheid van de raad op te bouwen binnen de deelregio’s, zoals via de Regionale Raadsledenbijeenkomsten die ZaWa periodiek organiseert. Hier moet de komende periode invulling aan gegeven worden in gesprekken met de raden en staten. Dit zal automatisch ook gaan over hoe de positie in de deelregio’s verder vormgegeven wordt. Terecht stelt het stuk dat de basis voor de MRA wordt gevormd door de zeven deelregio’s.
Laten we die basis versterken en daarmee het hele netwerk. Zoals we aan het begin stelden, krijgen de deelregio’s impliciet een sterke opdracht mee vanuit het voorstel van de Transitiecommissie, ook in relatie tot het ter beschikking stellen van capaciteit voor de MRA en dit gezamenlijk te financieren. Het is ons nog niet duidelijk wat de organisatorische gevolgen zijn voor de gemeenten die personeel beschikbaar stellen. Bovendien zijn veel gemeenten waarschijnlijk niet draagkrachtig genoeg om significant capaciteit te leveren. Dit onderdeel zien wij graag nog helder uitgewerkt voordat het besluit over de nieuwe organisatie genomen kan worden. Daarbij delen wij graag de beschouwing dat juist de door u voorgestelde structuur meer inzet in de deelregio’s behoeft in plaats van een versterking van het centrale apparaat van de MRA. We kunnen ons ook voorstellen dat er meerdere alternatieven uitgewerkt worden, op basis van de huidige begroting en op basis van een hogere bijdrage. Voldoende aanlooptijd In uw oorspronkelijke voorstel geeft u aan dat u meteen na het zomerreces een start wilt maken met de nieuwe organisatie. In de communicatie hierna vanuit de transitiecommissie is deze te strakke planning losgelaten.
Uit de brief van 19 april van de Transitiecommissie maken wij op dat het voorstel nu is dat er voor de zomer géén besluiten worden genomen, anders dan dat de Regiegroep in mei besluit over de inrichting van het vervolgproces op basis van de opbrengsten van de consultatieronde. Formele besluitvorming over de samenwerkingsafspraken vindt niet voor het najaar plaats en zal plaatsvinden in raden en Staten voorgelegd. Ook dit willen wij graag markeren. Laten we deze ruimte in het proces goed gebruiken. Belangrijke onderdelen (uitwerking platforms en portefeuillehoudersoverleggen, samenstelling MRA-directie) ontbreken nog. Ga de discussie met de platforms en portefeuillehoudersoverleggen aan over een logische ordening. Geef ruimte voor discussies in de deelregio’s over de eigen organisatie als onderdeel van de MRA en faciliteer dat ook tussen de deelregio’s of met informatie over de samenwerking in andere regio’s in Nederland. Laten we er met zijn allen uiteindelijk vooral voor zorgen dat we een nieuwe bestuursperiode na de raadsverkiezingen van maart 2022 met de nieuwe organisatie kunnen starten, deelregionaal en op MRA-schaal. Wij benadrukken hier nogmaals dat de instemming van de bestuurders colleges en raden is voor het kunnen aanpassen van de huidige organisatie.
3
2021/7253
De betrokkenheid van onze deelregio als geheel bij de MRA is groter dan ooit en we zijn ervan overtuigd dat een nieuwe organisatie dit alleen maar zal vergroten, mits de vormgeving ervan ook mede uit de raden is voortgekomen. Zowel bestuurlijk als ambtelijk kan de MRA de komende tijd veel van onze deelregio verwachten. Hierbij dient wel aandacht te zijn voor het proces van besluitvorming. Het voorleggen van een voorstel vergt meer tijd dan nu wordt gegeven om alle raden goed te betrekken bij de besluitvorming. Dit is een risico voor het draagvlak van de MRA. De acht gemeenten in Zaanstreek-Waterland Zowel de colleges als de raden in de regio Zaanstreek-Waterland hechten veel waarde aan deze gezamenlijke reactie. Acht colleges en acht gemeenteraden hebben natuurlijk ook een eigen visie en mening. Deze is in meerdere vergaderingen vastgelegd in moties die wij bij deze reactie voegen, met het verzoek deze mee te nemen bij het vaststellen van het uiteindelijke concept voor de nieuwe organisatie. Het spreekt voor zich dat niet alle gemeenten in staat zijn voor 17 mei 2021 een reactie te geven, wij gaan er van uit dat deze reacties evengoed zullen worden meegenomen bij het vaststellen van het definitieve concept. Namens de colleges en raden van Zaanstreek-Waterland, Hoogachtend,
J. Hamming
4