Verordening op het referendum Zaanstad 2021
Tekst van het document
2021/2264 Verordening op het Referendum Zaanstad 2021 De raad van de gemeente Zaanstad; gelet op de artikelen 84, 149 en 154 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de Referendumverordening Zaanstad
Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Artikel 1. Het referendum 1. Een referendum is een volksstemming waarbij kiesgerechtigden zich uitspreken over een ontwerp raadsbesluit of een genomen raadsbesluit. 2. Een referendum kan worden gehouden op initiatief van de raad dan wel op initiatief van kiesgerechtigden.
Artikel 2. Toepassingsgebied Een referendum wordt gehouden onder de kiesgerechtigden van het hele grondgebied van de gemeente Zaanstad.
Hoofdstuk 2 Referendumonderwerpen Artikel 3. Uitzonderingen 1. Onderwerp van een referendum is een ontwerp raadsbesluit of een genomen raadsbesluit met uitzondering van besluiten: a. in bezwaar- en beroepsprocedures en besluiten tot het voeren van rechtsgedingen; b. over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen, schenkingen; c. over de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie; d. over rechtspositionele regelingen, en besluiten over geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers, en hun nabestaanden; e. over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; f. over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; g. in het kader van deze verordening; h. over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen; i. die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder dan 3 weken genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; j. ter uitvoering van een besluit van het Rijk of de provincie waarbij de raad geen beleidsvrijheid heeft; k. waarvan de raad van mening is dat er andere zwaarwegende redenen zijn om er geen referendum over te houden. 2.
Indien er een initiatief voor een referendum als bedoeld in artikel 7 is ingediend en dit initiatief is afgewezen op grond van één van de bovenstaande uitzonderingen, kan er geen initiatief voor een referendum als bedoeld in artikel 8 worden ingediend.
Hoofdstuk 3 Referendumcommissie Artikel 4. Samenstelling referendumcommissie 1. De raad stelt een referendumcommissie in en benoemt haar leden. 2. De referendumcommissie bestaat uit ten minste drie leden en kiest uit haar midden een voorzitter. 3. De referendumcommissie wordt ondersteund door een door de griffier aan te wijzen medewerker van zo mogelijk de griffie. 4. De voorzitter en de leden van de referendumcommissie maken geen deel uit van en zijn ook niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de gemeente Zaanstad. 5. De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftredende leden kunnen worden herbenoemd, met een maximum van drie termijnen. 6. De leden ontvangen presentiegeld en/of een uurvergoeding voor overige werkzaamheden.
Artikel 5. Taken en vergaderingen referendumcommissie 1. De referendumcommissie heeft tot taak: a. de raad te adviseren over: 1°. de toelaatbaarheid van een onderwerp waarover is voorgesteld of verzocht een referendum te houden; 2°. de vraagstelling van een referendum inclusief beide antwoordmogelijkheden; en 3°. de datum van het te houden referendum; b. de voorzitter van de raad te adviseren over de papieren en digitale ondersteuningsformulieren; c. burgemeester en wethouders te adviseren over: 1°. de stembiljetten; en 2°. de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 16; d. toezicht te houden op: 1°. de uitvoering van deze verordening; en 2°. het neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum; e. klachten te behandelen in het kader van de toezichttaak, genoemd onder d; f. binnen drie maanden na de dag waarop het referendum is gehouden dan wel binnen drie maanden nadat duidelijk is dat een initiatief niet heeft geleid tot een referendum, een evaluatie uit te brengen over het referendumproces. 2. De referendumcommissie kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen over zaken die het referendum betreffen. 3. De referendumcommissie vergadert in beslotenheid. 4. De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar.
Hoofdstuk 4 Initiatief tot het houden van een referendum Artikel 6. Initiatief van de raad 1. De raad kan het initiatief nemen en besluiten tot het houden van een referendum. 2. Zo spoedig mogelijk nadat dit besluit is genomen, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarover het referendum zal worden gehouden. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na 2 Verordening op het referendum Zaanstad 2021
verwerking van eventuele aangenomen amendementen wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum is bekendgemaakt.
Artikel 7. Initiatief van kiesgerechtigden bij een ontwerp raadsbesluit, stap 1: inleidend verzoek 1. Kiesgerechtigd voor het inleidend verzoek zijn ingezetenen van de gemeente Zaanstad van zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten van het kiesrecht voor leden van de gemeenteraad op de dag dat het formulier als bedoeld in het vijfde lid wordt verstrekt. 2. Kiesgerechtigden kunnen middels een inleidend verzoek schriftelijk aangeven dat zij een initiatief willen nemen tot een referendum over een ontwerp raadsbesluit. 3. Het inleidend verzoek moet ten minste 5 dagen vóór de raadsvergadering waarvoor het besluit is geagendeerd bij de voorzitter van de raad schriftelijk worden ingediend. Het inleidend verzoek gaat vergezeld van ten minste 500 geldige ondersteuningsverklaringen van kiesgerechtigden. 4. Een ondersteuningsverklaring bestaat uit een handtekening met bijbehorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 5. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen plus eventueel een beknopte beschrijving van het onderwerp, de datum waarop het formulier is verstrekt en uitleg wie kiesgerechtigd is. 6.
De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op kiesgerechtigdheid aan de hand van naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 7. De raad beslist of het inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt ingewilligd. 8. Als het verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarop het verzoek zich richt. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum is bekendgemaakt, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist.
Artikel 8. Initiatief van kiesgerechtigden bij een genomen raadsbesluit, stap 1: inleidend verzoek 1. Kiesgerechtigd voor het inleidend verzoek zijn ingezetenen van de gemeente Zaanstad van zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten van het kiesrecht voor leden van de gemeenteraad op de dag dat het raadsbesluit is genomen. 2. Kiesgerechtigden kunnen middels een inleidend verzoek schriftelijk aangeven dat zij een initiatief willen nemen tot een referendum over een genomen raadsbesluit. 3. Het inleidend verzoek moet uiterlijk drie weken na de dag dat het raadsbesluit is genomen bij de voorzitter van de raad schriftelijk worden ingediend. Het inleidend verzoek gaat vergezeld van ten minste 500 geldige ondersteuningsverklaringen van kiesgerechtigden. 4. Een ondersteuningsverklaring bestaat uit een handtekening met bijbehorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 5. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het genomen raadsbesluit is opgenomen plus eventueel een beknopte beschrijving van het onderwerp, de datum van het raadsbesluit en uitleg wie kiesgerechtigd is. 6. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op kiesgerechtigdheid aan de hand van naam, adres, woonplaats en geboortedatum.
3 Verordening op het referendum Zaanstad 2021
7.
8.
Handtekening die zijn ingezameld voor een inleidend en/of definitief verzoek over het raadsbesluit in de fase van het ontwerp raadsbesluit tellen niet mee voor het referendumverzoek over een genomen raadsbesluit. De raad beslist of het inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt ingewilligd.
Artikel 9. Initiatief van kiesgerechtigden bij een ontwerp raadsbesluit en een genomen raadsbesluit, stap 2: definitief verzoek 1. Kiesgerechtigd voor het definitief verzoek zijn ingezetenen van de gemeente Zaanstad van zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten van het kiesrecht voor leden van de gemeenteraad op de dag dat de raad het inleidend verzoek heeft ingewilligd. 2. Een definitief verzoek om een referendum te houden wordt ingediend door ten minste 4% van de kiesgerechtigden binnen een uiterlijke termijn van 6 weken. Deze termijn begint een dag na de raadsvergadering waar de raad op basis van het inleidend verzoek heeft besloten dat over een te nemen ontwerp raadsbesluit dan wel een genomen raadsbesluit een referendum kan worden gehouden. 3. Een ondersteuningsverklaring bestaat uit een handtekening met bijbehorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit dan wel genomen raadsbesluit is opgenomen plus eventueel een beknopte beschrijving van het onderwerp, de datum van de raadsvergadering waarin het inleidend verzoek is ingewilligd of van het genomen raadsbesluit en uitleg wie kiesgerechtigd is. 5.
De gemeente voorziet zowel in papieren ondersteuningsformulieren als in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. De digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren ondersteuningsformulier. 6. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op kiesgerechtigdheid aan de hand van naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 7. De voorzitter van de raad maakt wekelijks bekend hoeveel geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend. 8. De voor het inleidend verzoek verzamelde handtekeningen bij een voorgenomen raadsbesluit tellen niet mee voor het definitief verzoek om een referendum te houden. 9. In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, neemt de raad een besluit over het houden van het referendum.
Hoofdstuk 5 Uitstel inwerkingtreding raadsbesluiten Artikel 10. Uitstel inwerkingtreding genomen raadsbesluit 1. Een raadsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na haar bekendmaking, tenzij in het raadsbesluit tot een andere inwerkingtreding is besloten. 2. Bekendmaking van raadsbesluiten vindt niet eerder plaats dan drie weken na de vergadering waarin het raadsbesluit is genomen. 3. Indien in de in het tweede lid genoemde termijn een inleidend verzoek tot het houden van een referendum over een genomen raadsbesluit is ingediend, wordt het raadsbesluit in afwijking van het tweede lid niet bekendgemaakt.
4 Verordening op het referendum Zaanstad 2021
4.
Na een afwijzend besluit van de raad op een inleidend of definitief verzoek over een genomen raadsbesluit wordt het besluit waarop het referendumverzoek ziet bekend gemaakt.
Artikel 11. Raadsbesluiten met een spoedeisend belang 1. In geval de raad oordeelt, en dit opneemt in het raadsbesluit dat er sprake is van spoedeisend belang kan, in afwijking van artikel 10, lid 2 de raad besluiten tot onmiddellijke bekendmaking en daarmee inwerkingtreding. 2. Over dit inwerking getreden raadsbesluit kan een referendumverzoek worden ingediend. 3. Indien er een inleidend verzoek wordt ingediend, besluit de raad in de eerstvolgende vergadering over de schorsing van de werking van dit raadsbesluit. Indien wordt besloten tot schorsing van het raadsbesluit, wordt dit besluit zo spoedig mogelijk bekendgemaakt. 4. Na een afwijzend besluit van de raad op een inleidend of definitief verzoek over een geschorst raadsbesluit beslist de raad over het opheffen van de schorsing.
Hoofdstuk 6 Datum en vraagstelling Artikel 12. Datum referendum 1. De raad bepaalt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de dag waarop het referendum plaatsvindt. 2. Het referendum vindt plaats uiterlijk 5 maanden nadat besloten is tot het houden van een referendum. 3. De raad kan deze termijn met ten hoogste twee maanden verlengen om de stemming te combineren met een reguliere verkiezing of om te voorkomen dat de stemming in een door de minister vastgestelde schoolvakantie voor het basis- en voortgezet onderwijs in regio Noord Nederland valt. 4. Er kunnen twee of meer referenda op dezelfde dag worden gehouden.
Artikel 13. Vraagstelling referendum 1. De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de vraagstelling en beide antwoordmogelijkheden vast. 2. De vraagstelling kan geen betrekking hebben op afzonderlijke onderdelen van het ontwerp raadsbesluit dan wel het genomen raadsbesluit. 3. Aan kiesgerechtigden wordt de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerp raadsbesluit dan wel genomen raadsbesluit zijn. Als het ontwerp raadsbesluit dan wel het genomen raadsbesluit twee inhoudelijke oplossingsrichtingen betreft, wordt kiesgerechtigden de vraag voorgelegd een voorkeur uit te spreken voor één van de twee inhoudelijke oplossingsrichtingen. 4. De vraagstelling wordt weergegeven op de stempas, de kiezerspas en het volmachtbewijs.
Hoofdstuk 7 Budget en subsidie Artikel 14. Budget en subsidieplafond 1. De gemeentebegroting bevat een voorziening om de kosten van ten minste één referendum per jaar te kunnen dekken. 5 Verordening op het referendum Zaanstad 2021
2. 3.
4.
5.
Onmiddellijk nadat is besloten tot het houden van een referendum, stelt de raad een budget vast voor de organisatie van en de voorlichting over het referendum. Tegelijk met het budget stelt de raad het subsidieplafond vast voor activiteiten ter ondersteuning van het publieke debat en de meningsvorming over het onderwerp waarop het referendum betrekking heeft. Dit budget wordt onderverdeeld in drie gelijke deelplafonds voor activiteiten die tot doel hebben: a. de kiesgerechtigden te laten stemmen voor het ontwerp dan wel genomen raadsbesluit dan wel een van de oplossingsrichtingen; b. de kiesgerechtigden te laten stemmen tegen het ontwerp dan wel genomen raadsbesluit dan wel een van de oplossingsrichtingen; en c. het debat over het ontwerp dan wel genomen raadsbesluit of de oplossingsrichtingen op neutrale wijze te bevorderen. Burgemeester en wethouders maken het subsidieplafond en de deelplafonds en de begin- en einddatum van de aanvraagtermijn, plus een redelijke termijn waarop eventuele onvolledige aanvragen dienen te worden aangevuld, bekend. Op subsidies verstrekt op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening (ASV) Zaanstad 2018 niet van toepassing.
Artikel 15. Subsidiecriteria 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan: a. collectieven van ten minste vier kiesgerechtigden (in de zin van artikel 18, lid 1) van wie de contactpersoon van het betreffende collectief op de dag van de aanvraag achttien jaar of ouder is; en b. rechtspersonen, met uitzondering van politieke groeperingen als bedoeld in hoofdstuk G van de Kieswet. 2. Niet voor subsidie komen in aanmerking activiteiten die: a. geheel of gedeeltelijk plaatsvinden na de dag van stemming; b. met winstoogmerk worden ondernomen; c. die zijn begonnen voordat over de subsidieaanvraag is beslist. 3. De subsidie wordt verstrekt ter bekostiging van materiële kosten tot een maximum van € 2.000,per campagne-activiteit. 4. Loonkosten of kosten voor eigen arbeid komen in beginsel niet in aanmerking voor subsidie. 5. Indien loonkosten voor externe professionals noodzakelijk zijn, dan worden deze gemaximeerd op € 35,00 per uur met een maximum van 15 uur per campagne-activiteit. 6. Subsidieverlening vindt plaats aan de hand van de volgende criteria: a. de activiteiten leveren naar redelijke verwachting een bijdrage aan het publieke debat en de meningsvorming; en b. de activiteiten zijn voldoende voor kiesgerechtigden toegankelijk en/of de uitingen zijn voldoende openbaar; en c.
de activiteiten zijn vooraf bekend gemaakt bij de kiesgerechtigden, althans wanneer de activiteiten zich daar redelijkerwijs voor lenen; en d. er is sprake van voldoende spreiding over aanvragers, soort en inhoud van de activiteiten; en e. het gevraagde bedrag staat in redelijke verhouding tot het ermee te realiseren product of het verwachte bereik van de activiteit.
6 Verordening op het referendum Zaanstad 2021
Artikel 16. Subsidieaanvragen Burgemeester en wethouders stellen een aanvraagformulier beschikbaar dat een opgave bevat van de volgende gegevens: a. de aard en inhoud van de activiteit en of deze in de zin van artikel 14, lid 3, voor het ontwerp dan wel genomen raadsbesluit of een van de oplossingsrichtingen, tegen het ontwerp dan wel genomen raadsbesluit of een van de oplossingsrichtingen, of neutraal is; b. de wijze waarop een bijdrage aan het publieke debat en de meningsvorming wordt gerealiseerd en het beoogde publieksbereik van de bijdrage; c. een gespecificeerde begroting die inzicht geeft in de geraamde inkomsten en uitgaven voor zover deze betrekking hebben op de activiteit; d. een zo concreet mogelijke tijdsplanning; e. indien het een rechtspersoon betreft: de rechtsvorm, de statutaire naam, en het vestigingsadres van de rechtspersoon namens welke de aanvraag wordt gedaan en de handtekeningen van degene(n) die bevoegd is/zijn de rechtspersoon te vertegenwoordigen; f. indien het een collectief van kiesgerechtigden betreft: de achternaam, voorletter(s), het adres, de woonplaats, de geboortedatum en de handtekening van vier kiesgerechtigden van wie één kiesgerechtigde als contactpersoon is aangemerkt; en g. het rekeningnummer waarop het subsidiebedrag bij toekenning overgemaakt dient te worden.
Artikel 17. Subsidieverlening en vaststelling 1. Een week na afloop van de sluitingsdatum van de aanvraagtermijn beslissen burgemeester en wethouders over de subsidieverlening. 2. De verleende subsidie wordt uitgekeerd in de vorm van een voorschot. 3. Uiterlijk acht weken na het referendum dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in. De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag en bewijsstukken waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 4. Burgemeester en wethouders besluiten uiterlijk acht weken na de datum van de aanvraag over de vaststelling van de subsidie.
Hoofdstuk 8 De procedure van de voorbereiding, de stemming en de uitslag Artikel 18. Uitvoering Het college van burgemeester en wethouders is belast met de uitvoering van het raadsbesluit tot het houden van een referendum.
Artikel 19. Procedures stemming 1. Kiesgerechtigd voor het referendum zijn inwoners van Zaanstad die op de drieënveertigste dag voor de dag waarop het referendum wordt gehouden kiesgerechtigd zijn voor de raadsverkiezingen alsmede inwoners van de gemeente Zaanstad van zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten van het kiesrecht voor leden van de gemeenteraad. 2. De bepalingen van de Kieswet en het Kiesbesluit zijn op de gang van zaken bij het referendum van overeenkomstige toepassing.
7 Verordening op het referendum Zaanstad 2021
Artikel 20. Uitslag 1. Het centraal stembureau berekent de uitslag van het referendum en geeft aan hoeveel stemmen voor en tegen het ontwerp raadsbesluit dan wel het genomen raadsbesluit zijn uitgebracht, alsmede het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal stemmen bij volmacht. Tevens stelt het stembureau vast of een meerderheid voor dan wel tegen het voorgenomen raadsbesluit dan wel het genomen raadsbesluit, dan wel een van de voorgelegde oplossingsrichtingen, heeft gestemd; hierbij worden blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing gelaten. 2. Het centraal stembureau brengt de uitslag over aan de raad, vergezeld van het proces-verbaal, en maakt beide onverwijld bekend op een algemeen toegankelijke wijze. 3. De raad doet op basis van het door het centraal stembureau vastgestelde proces-verbaal een uitspraak over de vraag of de stemming op wettige wijze is geschied.
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen Artikel 21. Strafbepaling Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die: a. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; b. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken; c. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen voorhanden heeft met het oogmerk om deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; d. als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden; e. bij een referendum door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem; f. stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert teneinde hen te bewegen het formulier op hun stempas, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven.
Artikel 21. Intrekking oude verordening De Referendumverordening (2019) wordt ingetrokken.
Artikel 22. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op .. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Referendumverordening Zaanstad 2021.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van .. De voorzitter, De griffier, 8 Verordening op het referendum Zaanstad 2021