Toelichting Bp Aanpak Verkeersdruk
Tekst van het document
Het onderzoek naar vliegroutes en foerageergebieden is nog niet afgerond, maar inmiddels is wel geconstateerd dat er voldoende alternatieven aanwezig zijn. Bij eventuele verstoring daarvan zal een vergunning Wet Natuurbescherming moeten worden aangevraagd. Met het treffen van de noodzakelijke mitigerende of compenserende maatregelen is de verwachting dat de vergunning ook kan worden verleend. In de regels zijn voorschriften (artikel 13) opgenomen ter bescherming van kraamverblijven, vliegroutes en foerageergebieden om te borgen dat voorafgaand aan de realisatie van projecten/ontwikkelingen, de bovenstaande uitgangspunten nogmaals worden bevestigd. Alhoewel bunzing, hermelijn en wezel in het plangebied kunnen voorkomen zijn hier slechts enkele waarnemingen van bekend. Wel is het biotoop geschikt. Er zijn echter geen holen aangetroffen, en de omliggende landschappen zijn veel geschikter als leefgebied, waardoor uit te sluiten valt dat er door de werkzaamheden effecten op deze soorten zullen zijn. Het plangebied is slecht geschikt als leefgebied voor de rugstreeppad. In de omgeving is deze wel aangetroffen (afstand van 2 km), maar de soort wordt niet aanwezig geacht in het plangebied. Door het nemen van maatregelen tijdens de bouwwerkzaamheden (vermijden plassen en losgrondige zandpartijen) kunnen effecten worden uitgesloten. In het Vijfhoekpark zijn Sleedoorns aangetroffen.
Het gebied is bekend om het voorkomen van Sleedoornpages. Door voorafgaand aan uitvoering van kapwerkzaamheden vast te stellen of er eitjes aanwezig zijn kan overtreding van de Wet Natuurbescherming worden voorkomen. Conclusie soorten- en gebiedsbescherming Omdat uit het verkennend natuuronderzoek is gebleken dat er verblijfplaatsen van beschermde soorten (vleermuizen) worden geschaad, er sprake is van een belangrijk leefgebied voor de bunzing, hermelijn en wezel en omdat uit de Aerius-berekening is gebleken dat de ontwikkeling een negatief effect kan hebben op beschermde natuurgebied, is vervolgonderzoek naar soorten- en gebiedsbescherming uitgevoerd. Daaruit is gebleken dat er weliswaar effecten te verwachten zijn,
22
2021/24757
maar dat deze gemitigeerd en/of gecompenseerd kunnen worden waardoor de ontwikkelingen zonder negatieve effecten doorgang kunnen vinden. 4.13.
Economische uitvoerbaarheid
Op 23 maart 2021 zal de bestuurlijke samenwerking tussen Vervoerregio Amsterdam, gemeente Zaanstad, gemeente Oostzaan, Rijkswaterstaat en de provincie Noord-Holland worden vastgelegd in een Uitvoeringsovereenkomst. Hiermee zijn de bestuurlijke medewerking en de financiële middelen zeker gesteld en kan het project, en daarmee dit bestemmingsplan als economisch uitvoerbaar worden beschouwd. Een exploitatieplan zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ontwikkeling (Wro) en het Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro) is daarom niet opgesteld.
5. Participatie 5.1. Overleg met overheden en diensten Ten behoeve van het vaststellen van het bestemmingsplan doorloopt de gemeente Zaanstad niet alleen de gebruikelijke bestemmingsplanprocedure, waarin overheden en belangenorganisaties geraadpleegd worden conform artikel 3.1.1 Bro en belanghebbenden de gelegenheid krijgen om zienswijzen in te dienen. De gemeente Zaanstad hecht waarde aan een bredere consultatie, ook vanuit het gedachtegoed van de Omgevingswet en de wijze waarop plannen vanuit deze wetgeving vormgegeven zullen moeten worden. Voor de participatie wordt daarom een bredere consultatie opgezet, waarin verschillende partijen en belanghebbenden op en rondom het terrein worden gevraagd input te leveren ten behoeve van het bestemmingsplan. Hierbij is vooral gebruik gemaakt van de inspanning die vanuit het project Aanpak Verkeersdruk Thorbeckeweg op dit vlak is gedaan. In de onderstaande paragrafen worden de verschillende vormen van participatie toegelicht. Tevens worden de verschillende groepen aangehaald met wie contact geweest is in deze periode.
5.1.1. (Wettelijke) overlegpartners Over de inhoud van het project Aanpak Verkeersdruk Thorbeckeweg is vooroverleg geweest met relevante bestuursorganen, te weten: -
Gemeente Oostzaan Gemeente Amsterdam Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Provincie Noord-Holland Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland GGD Zaanstreek-Waterland
De Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland heeft aangegeven geen aanvullende opmerkingen te hebben. Van de Provincie Noord Holland en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier zijn inhoudelijke reacties ontvangen. Deze zijn hieronder samengevat en van antwoord voorzien.
23
2021/24757
Nota 3.1.1-vooroverleg Wijziging
Reden
1. Provincie Noord Holland
In de toelichting in Bijlage 1, paragraaf 2.2. Omgevingsverordening NH2020 is de toetsing opgenomen.
De toetsing aan paragraaf 6.20 van de Provinciale Verordening is achterwege gebleven in het ontwerp bestemmingsplan. Provincie verzoekt deze toetsing alsnog in de toelichting op te nemen. Provincie is zich ervan bewust, nu het een wegconstructie betreft, dat het geen gevolgen heeft voor het bestemmingsplan..
In paragraaf 4.9 Geluid van de toelichting wordt ingegaan op de aanvullende maatregelen in verband met de toename van max. 11 dB van de geluidbelasting.
De provincie zet zich in op een omgeving met goede basiskwaliteit van het milieu (lucht, geluid, geur, bodem en waterkwaliteit) en aanwezigheid en toegang tot natuur, biodiversiteit en gezonde mobiliteit. Wij stimuleren onze partners om gezonde leefomgeving mee te nemen. Ten overvloede in het kader van een gezonde leefomgeving zijn de aanvullende maatregelen noodzakelijk tbv de toename max. 11 dB van de geluidsbelasting op de woning. De maatregelen (max. pakket) zouden daarom in ogenschouw moeten worden genomen om de gezonde leefomgeving te behouden. Voor luchtkwaliteit wordt getoetst voor de toekomstige jaren aan de wettelijke grenswaarden. De gemeente Zaanstad heeft het Schone Lucht Akkoord ondertekend waarbij het streven is om te voldoen aan de WHO advieswaarden in 2030. Een toetsing aan de WHO advieswaarden ontbreekt.
Wat betreft het Schone Lucht Akkoord wordt verwezen naar Bijlage 1, paragraaf 3.3 van de toelichting.
2. HHNK De Watertoets is als bijlage aan de toelichting toegevoegd.
Met betrekking tot de wateraspecten is er ook een watertoets document opgesteld. Het hoogheemraadschap verzoekt deze dient nog als bijlagen bij dit bestemmingsplan toe te voegen.
In paragraaf 4.8.3 is hierover een tekstpassage opgenomen.
HHNK verzoekt de hindercontouren van de Rioolwaterzuivering (RWZI) Zaandam Oost in de toelichting te benoemen. Men zich ervan bewust is dat de contouren geen consequenties voor de verkeersbestemming hebben.
24
2021/24757
Nota 3.1.1-vooroverleg Wijziging
Reden
In paragraaf 4.8.3 wordt ingegaan op de klimaatadaptieve aangelegenheden wat betreft het project.
In de waterparagraaf dient ook nog in te worden gegaan op een klimaatadaptieve inrichting van het AVANT-project.
Artikel 5.1 Verkeer is overeenkomstig de opmerking aangepast.
Binnen de regels van het bestemmingsplan dient binnen Artikel 5 Verkeer ook water en duikers nog mogelijk worden gemaakt (net zoals dat bij Artikel 4 Groen) is aangegeven.
5.1.2. Belanghebbenden In de gebruikelijke procedure van een bestemmingsplan wordt aan belanghebbenden gevraagd om mee te denken over de mogelijke invulling van het terrein en daarmee de vormgeving van het bestemmingsplan. In dit kader zijn omwonenden en gebruikers van het gebied betrokken geweest bij verschillende stappen die genomen zijn vóór het maken van het bestemmingsplan. Ook is deze diverse groep belanghebbenden van het gebied voor het bestemmingsplan vroegtijdig betrokken. In de voorbereiding op het project Aanpak Verkeersdruk Thorbeckeweg is in de verkenningsfase, en later doorgezet in de planstudiefase, uitgebreid overleg geweest met betrokken bewoners en organisaties. Hiertoe is een begeleidingsgroep opgericht waarmee meerdere keren overleg is gevoerd. In de begeleidingsgroep zitten omgevingspartijen die een direct belang bij het project hebben. Het gaat hier om bewonersverenigingen Poelenburg, Zaanstad Zuid en Zijkanaal-H, bedrijvenverenigingen Achtersluispolder, Ambacht, Contactgroep Bedrijven Oostzaan, Zaans Ondernemers Netwerk, de Fietsersbond, Connexxion, Depot Rijkswaterstaat, Contactgroep Zaanse Natuur & Milieuorganisaties, projecten Transformatie Achtersluispolder, Transformatie Poelenburg en Corridorstudie Amsterdam Hoorn.
Er is actief met de begeleidingsgroep afgestemd waarbij betrokkenen gevraagd is om in meerdere sessies mee te denken over de ontwerp opties, de onderliggende onderzoeken en het draagvlak voor het voorkeursalternatief. Over het algemeen heeft de Begeleidingsgroep positief gereageerd op het voorkeursalternatief. Naast de Begeleidingsgroep is ook een klankbordgroep geformeerd, bestaande uit geïnteresseerde burgers en bedrijven. Er zijn 4 bijeenkomsten geweest. Daarnaast hebben diverse 1 op 1 overleggen plaatsgevonden met partijen die een indirect dan wel direct individueel belang hebben bij het project zoals het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, bewoners rondom de Westkolkdijk, bedrijven in de buurt van de Vlinder, bedrijvenvereniging Zaandelta en de tankstations in het gebied. Uit deze bijeenkomsten komt naar voren dat men het fijn vindt dat er een vroege en intensieve wijze van participatie heeft plaatsgevonden. Men is positief over de stappen die gezet worden, het betekent voor veel bewoners een kans om minder overlast te hebben van het verkeer. Dit geldt vooral voor omwonenden bij de Vijfhoek en langs de Westkolkdijk. Hierbij dient gezegd te worden dat ondanks de verbetermogelijkheden van de onderdoorgang Vijfhoek, dat toch aanvullende wensen om een groter 25
2021/24757
dak toepassen, belangrijke wensen zijn van de omwonenden. Voor bewoners in de omgeving Westkolkdijk wordt vooral gevraagd om een goede fietsverbinding naar Oostzaan. Dit is nu niet mogelijk en men steekt over bij de voetgangersoversteek. Binnen dit bestemmingsplan wordt hiervoor geen voorziening opgenomen omdat de kwestie buiten het plangebied speelt. Tot slot is er op 19-01-2019 een inloopavond georganiseerd in Wijkcentrum De Poelenburcht waarvoor bewoners en bedrijven gevestigd in de omgeving van de N516-Thorbeckeweg zijn uitgenodigd. De bijeenkomst is goed bezocht met circa 125 tot 150 bezoekers. 5.2. Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft 6 weken ter inzage gelegen met ingang van 26-05-2021 voor een periode van zes weken (dus tot en met 07-07-2021). Naar aanleiding van de tervisielegging zijn 3 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn in onderstaande tabel beschreven en beantwoord. Zo nodig zijn de zienswijzen verwerkt in dit bestemmingsplan. Op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is het niet toegestaan om persoonsgegevens (zogenaamde NAW-gegevens; naam, adres en woonplaats) van natuurlijke personen te verwerken zonder bijvoorbeeld een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen.
1. 2. 3
Reclamant Reclamant 1 Reclamant 2 Reclamant 3
Datum ontvangst 6 juli 2021 6 juli 2021 12 juli 2021
Registratienummer 2021/015802 2021/015803 2021/016313
Reclamant 1
Inhoud zienswijze
Reactie gemeente
1
Reclamant heeft in de bestaande situatie een verplaatsbaar bloemenverkooppunt op het parkeerterrein aan de oostkant van de Wibautstraat schuin tegenover de begraafplaats. Graag zou hij dit verkooppunt ook in de toekomstige situatie willen behouden. Hij is daarom bereid om mee te denken over de standplaats tijdens en na afronding van de werkzaamheden.
Reclamant 2
Inhoud zienswijze
Vooropgesteld wordt dat het hier een aangelegenheid betreft, die niet in het bestemmingsplan wordt geregeld. Neemt niet weg dat we de zienswijze van een antwoord willen voorzien. Voor wat betreft de bereikbaarheid van de locatie tijdens de werkzaamheden gaat de projectorganisatie met de reclamant in overleg om de mogelijkheden te onderzoeken. In de eindsituatie kan het bloemenverkooppunt terug komen. Reactie gemeente
2.1
Men pleit voor het zoveel mogelijk behouden van het bestaande groen. Waar het
Voor wat betreft het behoud van zoveel mogelijk groen geldt dat
Gevolgen voor bestemmingsplan Niet
Gevolgen voor bestemmingsplan Niet
26
2021/24757
groen verdwijnt in verband met de werkzaamheden dit terug te planten.
2.2
Tijdens de werkzaamheden zal er langs de noordzijde van de Thorbeckeweg veel bestaand groen worden verwijderd. Er wordt verzocht om met een oplossing te komen om de huidige bomenrij en ander groen zoveel mogelijk te behouden in verband met de werkzaamheden aan de Thorbeckeweg.
2.3
Omwonenden willen graag meedenken over de inrichting van de toekomstige overkapping van de tunnelbak op de kruising Thorbeckeweg/Wibautstraat. Dit om het belang van een goede aansluiting bij het nieuwe parklandschap te borgen.
2.4
Bij de presentatie van het ontwerp aan omwonenden is uitgegaan van een bepaalde afmeting van de overkapping van de tunnelbak, zoals in het vorige punt genoemd. Men dringt er op aan deze maatvoering ook in het definitieve ontwerp minimaal blijft
dit waar mogelijk is ook is overgenomen in het project. In overleg met de speciaal daarvoor ingestelde Klankbordgroep Groen zijn hiervoor verschillende verbetermaatregelen opgenomen in het ontwerp. Daarnaast is het uitgangspunt opgenomen dat het aantal te kappen bomen conform recent vastgesteld bomenbeleid weer terug geplant wordt. Voor wat betreft het verzoek om deze bomenrij te behouden gaat de projectorganisatie met de reclamant in overleg om de mogelijkheden te onderzoeken. Hierbij wordt opgemerkt dat het bestemmingsplan geen uitspraken doet over het instandhouden van bestaande bomen. De fysieke inrichting van de toekomstige overkapping is geen aangelegenheid die in een bestemmingsplan wordt geregeld Neemt niet weg dat we de zienswijze van een antwoord willen voorzien. Het definitieve ontwerp wordt opgesteld door de aannemer die door de projectorganisatie geworven wordt. De projectorganisatie gaat met de reclamant in overleg om de mogelijkheden voor het aanhaken van omwonenden in de uitwerking van het ontwerp onderzoeken. Er geldt dat op basis van het bestemmingsplan een aantal geluid reducerende maatregelen toegepast dient te worden. Deze dienen afgestemd te worden op basis van de afmetingen van het huidige dek zoals in het
Niet
Niet
Niet
27
2021/24757
gehandhaafd in verband met geluidshinder.
akoestische onderzoek is opgenomen. De afmetingen van dit dek kunnen daardoor niet wijzigen.
2.5
Aandacht wordt gevraagd voor te toegang tot de winkel die ook in de nieuwe situatie bij het benzinepompstation komt. Er wordt gepleit voor en scheiding van het fiets/brommer verkeer met het voetgangersverkeer.
2.6
Direct aanwonenden pleiten voor een kort en hevige bouwperiode in verband met het woongenot.
2.7
In verband met de verwachte overlast wil men een intensief – en effectief communicatietraject met de projectleider en de aannemer.
Er geldt dat de toegang tot het park conform huidig beleid niet is toegestaan voor fiets/brommer verkeer. Met het vaststellen van het bestemmingsplan wijzigt in deze situatie niets. Hierbij wordt opgemerkt dat het al dan niet toestaan van fiets/brommer verkeer geregeld wordt in een verkeersbesluit en niet in een bestemmingsplan. Vooropgesteld wordt dat het hier een aangelegenheid betreft, die niet in het bestemmingsplan wordt geregeld. Neemt niet weg dat we de zienswijze van een antwoord willen voorzien. De omvang en periode van de bouwperiode is geen aangelegenheid die in een bestemmingsplan wordt geregeld. De projectorganisatie streeft wel in de aanbesteding van het werk een aannemer te werven die de totale hinder van de bouwperiode zoveel mogelijk beperkt voor zowel omgeving als voor het doorstroming van het doorgaande verkeer. Vooropgesteld wordt dat het hier een aangelegenheid betreft, die niet in het bestemmingsplan wordt geregeld. Neemt niet weg dat we de zienswijze van een antwoord willen voorzien. De wijze waarop gecommuniceerd wordt met de aannemer is geen aangelegenheid die in een bestemmingsplan wordt geregeld. Wel geldt,
Niet
Niet
Niet
28
2021/24757
Reclamant 3
Inhoud zienswijze
3.1
Reclamant heeft buiten de daarvoor wettelijk gestelde termijn zienswijzen ingediend tegen het Beeldkwaliteitsplan Thorbeckeweg.
zoals ook bij punt 2.6 gemeld, dat de projectorganisatie onderzoekt hoe een aannemer geworven kan worden die de hinder voor de omgeving beperkt. De projectorganisatie zal de wens om de omgeving aan te haken daarin betrekken. Reactie gemeente De zienswijzen zijn tegen het Beelkwaliteitsplan ingediend, echter vanwege de aard van de zienswijzen worden deze aangemerkt als zijnde ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan.
Gevolgen voor bestemmingsplan Niet
De zienswijzen zijn buiten de daarvoor gestelde termijn ingediend en daardoor niet ontvankelijk. Mocht reclamant besluiten in beroep te gaan tegen het bestemmingsplan dan is het aan de rechter om te beoordelen of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Hierover worden in dit kader geen uitspraken over gedaan. Ondanks de termijnoverschrijding is de zienswijze wel overwogen en van antwoord voorzien. Hierin weegt het mee dat de termijnoverschrijding slechts een paar dagen was en het beantwoorden van de zienswijze geen grote gevolgen heeft voor de planning van de besluitvorming. 3.2
Met een nieuwe verkeerslicht bij de nieuwe aansluiting bij de Vlinder op de Thorbeckeweg zal er geluidsoverlast ontstaan bij de woningen aan de westzijde van de Oost Dorsch als gevolg van optrekkend autoverkeer. Dit is nu al het geval bij de bewoners aan de oostzijde van de Oost Dorsch
Voor het project geldt dat aan de wettelijke vereisten omtrent geluidhinder voldaan wordt. Op basis van het akoestisch onderzoek, dat een bijlage vormt bij het bestemmingsplan, is een
Niet
29
2021/24757
als gevolg van het verkeerslicht bij de Ambacht. Als maatregel hiertegen wordt voorgesteld aan geluidscherm aan te brengen tussen de Ambacht tot aan de Vlinderbrug. Daarnaast op het desbetreffende wegdeel zeer stil asfalt aan te brengen.
3.3
Reclamant pleit voor een goede fasering van de verkeerslichten. Ter voorkoming van het “vollopen” van het wegennet en als gevolg daarvan de geluidshinder voor de bewoners van de Oost Dorsch.
aantal maatregelen geformuleerd om daar waar de overlast boven de normen uitkomt, te reduceren. Voor het gebied rondom de Oost Dorsch zijn op basis van dit onderzoek geen maatregelen noodzakelijk. Desondanks is om de geluid reducerende werking van het groen in de noordelijke berm N516 te verbeteren, een aantal extra bomen in het Groenplan opgenomen op de door reclamant genoemde locatie. Tevens geldt dat de snelheid van de provinciale weg N516 van 80 km/u naar 70 km/u gereduceerd wordt. Vooropgesteld wordt dat het hier een aangelegenheid betreft, die niet in het bestemmingsplan wordt geregeld. Neemt niet weg dat we de zienswijze van een antwoord willen voorzien. De verkeerslichten op de N516 worden op elkaar afgestemd en aangesloten op de provinciale verkeerscentrale om het effect van het vollopen van het wegennet te voorkomen.
Niet
5.3. Ambtshalve wijzigingen
Naar aanleiding van de zienswijzen en de reacties van de (wettelijke) overlegpartners zijn de volgende ambtshalve wijzigingen doorgevoerd: 1. Paragraaf 4.8 “Water” van de Toelichting is aangevuld met een beschouwing van klimaatadaptatie en de aanwezigheid van rwzi Zaandam-Oost; 2. Paragraaf 4.10 “Luchtkwaliteit” van de Toelichting is aangevuld met de aanwezigheid van een RWZI in (de nabijheid van) het plangebied; 3. In de bijlagen bij de Toelichting is de uitgevoerde watertoets toegevoegd; 4. In artikel 5 (Verkeer) van de Regels is opgenomen dat tevens voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding zijn toegestaan; 5. In Bijlage 1 paragraaf 2.2 van de Toelichting is vermelding en toetsing aan de Milieucontour industrieterrein van provinciaal belang toegevoegd; 6. In Bijlage 1, hoofdstuk 3 is paragraaf 3.3 Schone Lucht Akkoord toegevoegd; 30
2021/24757
7. 6. Toelichting op bestemmingsplan 6.1. Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding waarop de bestemmingen staan aangegeven, een toelichting op (de totstandkoming en onderbouwing van) het plan, regels waarin wordt vastgelegd wat binnen de bestemmingen wordt toegestaan, en daar waar nodig een toelichting op die regels. Vanwege de aard van dit plan is bij het opstellen van de regels zoveel mogelijk aangesloten bij de regels van het vorige bestemmingsplan of van naastgelegen bestemmingsplannen. Het aantal verschillende bestemmingen is binnen dit plan beperkt. Het gaat slechts om Verkeer, Groen, Water en Bedrijven als primaire bestemming. De specifieke bestemmingsregels zijn verder aangevuld met generieke regels over de wijze van meten, begrippen en wijzigingsbevoegdheden.
Bijlagen
1
Beleidskaders
2
WP 2.7 Akoestisch onderzoek Avant
SWNL0268538
D1
15-01-2021
3
Verkennend natuuronderzoek AVANT Thorbeckeweg (N516) te Zaandam
SWNL0253738
D1.0
10-12-2019
4
Aanvullend onderzoek Sleedoornpage Thorbeckeweg, Zaandam
SWNL0258639
D1.0
24-03-2020
5
Soortenonderzoek project Aanpak Verkeersdruk Ambacht N516 Thorbeckeweg (AVANT) te Zaandam"
SWNL0268183
C1.0
3-11-2020
6
Struijf, M (2020). Vervolgonderzoek vleermuizen Thorbeckeweg te Zaanstad.
M-20-50536
2
17-12-2020
7
Ecologische beoordeling stikstofdepositie AVANT
SWNL0270982
D1.0
8-1-2021
8
AVANT – AERIUS-berekening
SWNL0268587
D2
5-11-2020
9
AVANT – AERIUS-berekening
SWNL0274766
Rev 0
26-03-2021
10
Onderzoek Externe Veiligheid
SWNL0256466
D1.1
18-1-2021
11
Rapportage milieukundig bodemonderzoek
368983-WP2.14-RAP01
D02
04-03-2020
12
Rapportage milieukundig waterbodemonderzoek
368983-WP2.14-RAP02
D01
19-12-2019
31
2021/24757
13
Oplegnotitie verkennend bodemonderzoek
SWNL0264061
D1.0
20-7-2020
14
Vooronderzoek Conventionele explosieven N516
19p146
1.0
29-11-2019
15
Archeologisch onderzoek plangebied AVANT N516 te Zaandam,gemeente Zaanstad en gemeente Oostzaan
SWNL0250466
D1
11-10-2019
16
Archeologisch onderzoek AVANT te Zaandam, Noorder IJ- en Zeedijk; inventariserend veldonderzoek d.m.v. verkennend booronderzoek
SWNL0261377
D1
19-5-2020
17
WP 2.25 Luchtonderzoek AVANT
SWNL0256794
D1
17-2-2020
18
Waterbalans
SWNL0254230
V02
20-10-2020
32
2021/24757
Bijlage 1 Beleidskaders Bij de opzet van een bestemmingsplan kunnen beleidskaders op rijksniveau, provinciaal niveau en gemeentelijk niveau van toepassing zijn. In dit hoofdstuk worden de relevante kaders genoemd en samengevat. Tevens wordt een uitspraak gedaan of en in hoeverre de kaders van invloed zijn op dit bestemmingsplan, en op welke wijze daar dan in is voorzien. 1. Algemene nationale beleidskaders 1.1. De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft richting aan grote uitdagingen in Nederland: we hebben te maken met veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en aanpassing aan de gevolgen van de klimaatverandering in beperkte ruimte, (boven- en ondergronds). Ingrepen in de leefomgeving worden niet los van elkaar gezien, maar in samenhang met elkaar. De NOVI loopt vooruit op de komst van de Omgevingswet, die in 2021 in werking treedt. Tot die tijd hangt de NOVI als structuurvisie onder de Wet op de ruimtelijke ordening. Het Rijk stuurt aan op vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Met groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. De leefomgevingskwaliteit neemt toe met kansen voor natuur. 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Hiervoor is nodig: goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met internationale partners. Hierbij horen duurzame energiebronnen. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s. Vooral in steden en stedelijke regio’s zijn meer locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen en met behoud van de ruimte tussen stedelijke regio’s. Dit vraagt investeringen in betere mobiliteit. Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen, ontspannen en samenkomen. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Verdienpotentieel voor bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Hiermee helpen we het verbeteren van de biodiversiteit. We willen de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap verder uitbouwen. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Relevantie voor dit bestemmingsplan: Vanuit de doelstellingen van het Aanpak Verkeersdruk Thorbeckeweg project wordt vooral bijgedragen aan prioriteit nummer 3.
Vanwege de aard van onderhavig bestemmingsplan (bestemmingsplan voor het mogelijk maken van verbetering verkeersdoorstroming in een bestaande omgeving), het achterwege blijven van duidelijke functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen, en ook de zeer geringe impact op de ruimtelijke structuur, zal met dit plan geen strijdigheid ontstaan met de doelstelling van de NOVI. 33
2021/24757
1.2. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat een uitwerking van bepalingen uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) met eisen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen. Relevantie voor dit bestemmingsplan: Het Bro bevat geen verplichtingen specifiek voor dit plangebied. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is rekening gehouden met de eisen waaraan het plan moet voldoen. De ladder voor duurzame ontwikkeling is niet van toepassing, aangezien het hier niet gaat over stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het Besluit. 1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30-12-2011 vastgesteld en bevat instructieregels voor decentrale overheden met betrekking tot door hen vast te stellen beleid, visies en plannen. Deze instructies dienen om de onder 3.2 beschreven nationale belangen te borgen. Relevantie voor dit bestemmingsplan: Er zijn geen nationale belangen in het plangebied die in het bestemmingsplan moeten worden opgenomen.
Vanwege de aard van onderhavig bestemmingsplan (bestemmingsplan voor het mogelijk maken van verbetering verkeersdoorstroming in een bestaande omgeving), het achterwege blijven van duidelijke functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen, en ook de zeer geringe impact op de ruimtelijke structuur, zal met dit plan geen strijdigheid ontstaan met de instructiebepalingen uit het Barro. 1.4. Crisis- en herstelwet (Chw) De Chw beoogt ruimtelijke en infrastructurele projecten versneld te ontwikkelen, of duurzame ontwikkelingen mogelijk te maken. Projecten die in het besluit Uitvoering Crisis- en herstelwet zijn aangewezen als experiment kunnen gebruik maken van afwijkingen op bepaalde wetten op onder andere het gebied van ruimtelijke ordening en milieu. Relevantie voor dit bestemmingsplan: Het project Aanpak Verkeersdruk Thorbeckeweg is niet aangemeld als, en opgenomen in de bijlage bij het Besluit. De Chw is daarom niet van toepassing 1.5. Omgevingswet Door de Omgevingswet wordt het wettelijke kader voor burgers, ondernemers en overheden inzichtelijker en ontwikkeling en beheer van de leefomgeving beter beheersbaar. Onderwerpen die in de nieuwe wet worden geregeld verdwijnen uit de bestaande wetgeving, daartoe worden (delen van) bestaande wetten ingetrokken.
De nieuwe wet zal daarmee een aanzienlijke inhoudelijke reductie van regels, wetten en regelingen op het terrein van de fysieke leefomgeving betekenen. De nieuwe wet regelt: -
het versnellen en verbeteren van besluitvorming in het brede fysieke domein; de integratie van plannen en toetsingskaders; het vergroten van bestuurlijke afwegingsruimte; het doelmatig uitvoeren van onderzoek.
De Omgevingswet omvat een aantal integrale instrumenten als de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. Hierin worden soortgelijke sectorale instrumenten geïntegreerd in één instrument. De omgevingsvisie vervangt de (gebiedsdekkende) structuurvisie voor ruimtelijke ordening, het waterplan, het milieubeleidsplan, het verkeers- en vervoerplan en de ruimtelijke
34
2021/24757
aspecten van de natuurvisie uit de voorziene Wet natuurbescherming. Procedures worden al in de eerste fase geüniformeerd. Het omgevingsplan is een gebiedsdekkend plan voor de leefomgeving. Relevantie voor dit bestemmingsplan: Tot het moment van in werking treding van de Omgevingswet (prognose 1-7-2022) blijft het huidige WRO kader in stand. Dat betekent dat de Omgevingswet en bijbehorende AMvB’s op dit plan niet van toepassing zijn.
2. Algemene regionale beleidskaders 2.1. Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (OVNH2050) De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is vastgesteld op 19-11-2018 en bevat de visie op de ontwikkelingen binnen de provincie tot 2050 op het gebied van Klimaatverandering, Bodem-, wateren luchtkwaliteit, Biodiversiteit, Economische transitie, Energietransitie, Mobiliteit, Verstedelijking en Landschap. De OVNH2050 bindt de provincie zelf bij besluitvorming en beleidsontwikkeling, maar heeft geen rechtstreekse werking voor derden, zoals de gemeente Zaanstad bij het vaststellen van het bestemmingsplan. Evenwel blijkt uit een globale toets dat het onderhavige plan geen afbreuk doet aan de aard van de OVNH2050, en hier op onderdelen zelfs aan bijdraagt. 2.2. Omgevingsverordening NH2020 Deze verordening vertaalt de OVNH2050, naar instructieregels voor gemeenten bij het opstellen en vaststellen van bestemmingsplannen. Op 22 oktober 2020 heeft Provinciale Staten de verordening vastgesteld, en op 17 november 2020 is deze in werking getreden. De instructieregels zijn te vinden in Hoofdstuk 6 en zijn, voor zover relevant, toegepast bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan. Het gaat met name om de onderwerpen klimaatadaptatie, regionale waterkeringen en Milieucontour industrieterrein van provinciaal belang.
Klimaatadaptatie Krachtens de Omgevingsverordening dient in de toelichting bij het bestemmingsplan omschreven te worden hoe rekening is gehouden met de risico’s op en de gevolgen van klimaatverandering. De beschrijving richt zich ten minste op: a. wateroverlast; b. overstroming; c.
hitte; en
d. droogte. In H4.8 wordt in de waterparagraaf beschreven hoe invulling wordt gegeven aan het beperken van wateroverlast en droogte. De andere aspecten zijn voor dit plan niet relevant. Regionale waterkeringen
35
2021/24757
Met betrekking tot de regionale waterkeringen bevat de Omgevingsverordening de instructie om deze inclusief beschermingszone op de verbeelding weer te geven en in de planregels te beschermen tegen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In dit bestemmingsplan is daaraan opvolging gegeven, waarbij aansluiting is gezocht bij de beperkingen die reeds in het voorgaande plan bestonden. Milieucontour industrieterrein van provinciaal belang Een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied milieucontour industrieterrein van provinciaal belang, voorziet alleen in een nieuwe of wijziging van een bestaande functie: 1. als er geen beperkingen optreden voor de bestaande milieugebruiksruimte voor geluid, geur of omgevingsveiligheid voor bedrijven op het industrieterrein van provinciaal belang; en 2. als in het geval van woningen of andere milieugevoelige objecten rekening wordt gehouden met de milieubelasting van het industrieterrein van provinciaal belang op de desbetreffende locatie. Daarbij worden de redenen vermeld om op de desbetreffende locatie een nieuwe milieugevoelige functie toe te staan, voorzien van een afweging over de verwachte kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de aan de zijde van de ontvanger zo nodig te treffen maatregelen alsmede de uitkomsten van onderzoek naar de haalbaarheid van die maatregelen.
De ruimtelijke ontwikkelingen die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt zullen niet leiden tot een beperking van de fysieke ruimte en milieugebruiksruimte voor de energietransitie, circulaire activiteiten en bedrijven, zware industriële activiteiten en havengebonden en havengerelateerde activiteiten. Het betreft een reconstructie van een weg, binnen de regels is het niet mogelijk om gevoelige of (beperkt) kwetsbare functies binnen de milieucontour te brengen. 2.3. Metropoolregio Amsterdam In de Metropoolregio Amsterdam (MRA) heeft een bestuurlijke denktank van vertegenwoordigers van provincie Noord-Holland en betrokken regio's en regiogemeenten, opdracht gegeven om een toekomstperspectief op te stellen voor de landschappen in en rond de MRA. Door de toenemende dynamiek en ruimtevraag in de MRA neemt de urgentie toe om zorgvuldig en met aandacht voor kwaliteit het landschap te ontwikkelen. De genoemde opdracht heeft in maart 2014 geresulteerd in de publicatie 'Kwaliteitsbeeld en nieuwe opgaven voor het MRA-landschap'. Het 'Kwaliteitsbeeld en nieuwe opgaven voor het MRA-landschap' biedt een vijftal principes om het landschap aan vitaliteit te laten winnen en voor te bereiden op de toekomst. Het is een instrument dat door alle betrokken partijen kan worden gebruikt bij het werken aan plannen en projecten in het metropolitane landschap.
De vijf principes zijn achtereenvolgens: 1. Capaciteit en bereikbaarheid van een aantal landschappen van de MRA vergroten respectievelijk verbeteren. 2. De aantrekkelijkheid en de belevingswaarde van de MRA-landschappen verhogen en verschillen in karakter, gebruik en geschiedenis uitgesprokener maken. 3. Koesteren en versterken van een aantal structuurlijnen en landschappen, die uniek of 'outstanding' zijn. 4. 'Doorwaadbaarheid' van de MRA-landschappen vergroten door in te zetten op passages voor fietsers, wandelaars en vaarverkeer daar waar dragende, landschappelijke structuren infrastructuurbundels kruisen. 5. Ruimte reserveren voor waterberging, natuur, landschapsontwikkeling en verstedelijking. 36
2021/24757
De principes zijn uitgewerkt in ‘Perspectieven’. Het Perspectief 2040+: stedelijke functies en infrastructuur in het MRA-landschap bevat de opgave om infrastructuur te verdikken, kwalitatief te verbeteren en “doorwaadbaar” te maken. Relevantie voor dit bestemmingsplan: De doorstroommaatregelen die binnen het project Aanpak Verkeersdruk Thorbeckeweg worden genomen dragen in beperkte mate bij aan de opgave uit het Kwaliteitsbeeld. 2.4. Visie Noordzeekanaalgebied 2040 De visie NZKG, heeft de ambitie om een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan het verbeteren van de internationale concurrentiepositie van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en daarmee ook aan de regionale en nationale economie. Om de belangrijke waarden in het gebied te versterken zijn een aantal opgaven geformuleerd: Ruimte voor groei van de economie/haven. Zowel de Amsterdamse haven als het Noordzeekanaalgebied bieden door hun specifieke kenmerken ruimte voor economische groei. Ruimte voor gemengd stedelijke gebieden: De gebieden rond de Zaan en het IJ bieden vanwege de ligging, de nabijheid van Amsterdam, het unieke karakter van het water in de stedelijke gebieden en de ruimte die langzaam ontstaat door transformatie zeer goede kansen voor het aantrekken van (inter)nationale kennismedewerkers.
Ruimte voor natuur, landschap en recreatie: De regio wordt gekenmerkt door een rijke verweving van stedelijke gebieden en groen. Het metropolitaan landschap en de stad wisselen elkaar af. In het Noordzeekanaalgebied en in de directe omgeving liggen zeven Natura2000 gebieden. De veenweidegebieden rond Zaanstad en het strand bij IJmuiden en Beverwijk zijn gebieden die beschermde dier- en plantensoorten herbergen en toegankelijk zijn voor recreanten. Met de verdergaande verstedelijking wordt de waarde van en vraag naar gebruiksmogelijkheid van het groen in de MRA belangrijker. Met de (her)ontwikkeling van groengebieden en verbetering van de beleefbaarheid en bereikbaarheid van natuur en/of landbouwgebieden ontstaan aantrekkelijke nieuwe, aanvullende bestemmingen voor recreanten. Ten noorden van het Noordzeekanaal wordt binnen het project 'Tussen IJ en Z' (IJmond - Zaanstad) het agrarisch gebied geschikt gemaakt voor recreatief medegebruik. Kleinschalige landelijk - recreatieve attractiepunten of voorzieningen kunnen samen met bestaande en uit te breiden verbindingen, de recreatieve waarde verhogen en de ontsluiting tussen verschillende recreatieve en Natura2000 gebieden vergroten. Leefbaarheid en milieuruimte: Het NZKG is wat betreft milieuruimte (lucht, water, geluid, externe veiligheid) op sommige plekken een zwaar belaste regio met weinig ruimte.
Er is een punt bereikt waarop de spanning tussen het faciliteren enerzijds en de beschikbare milieuruimte anderzijds groot is en tot impasses leidt. De uitdaging is om deze impasses zodanig op te lossen dat tegelijkertijd de gezondheid en de veiligheid van de bewoners en gebruikers van het gebied worden gegarandeerd en nieuwe knelpunten in de toekomst worden voorkomen door bijvoorbeeld gebruik te maken van schone technologieën en het leveren van maatwerk voor ruimtelijk-economische ontwikkelingen en milieuruimte. Bereikbaarheid: Bij eventuele havenontwikkeling moet het provinciale wegennet worden aangepast. Er wordt gewerkt aan snelfietsverbindingen tussen Amsterdam - Zaandam en Haarlem. Dit levert ook een bijdrage aan de recreatieve ontsluiting van Spaarnwoude vanuit het oosten. Daarnaast is ook de fietsverbinding door de IJmond (route Velsen - via de pont - Beverwijk tot in Castricum) van belang. De zeewaartse bereikbaarheid van de havens wordt voor de toekomst geborgd door fysieke maatregelen, zoals vervanging en vergroting van de grote sluis in IJmuiden en het brengen van de IJgeul op diepte. Het gebruik van de oevers voor stedelijke ontwikkeling mag de vaarfunctie niet beperken.
37
2021/24757
In de visie NZKG is de stortlocatie aangeduid als recreatiegebied. De locatie kent geen extra aanduiding voor intensieve recreatie. Voor de Nauernasche Polder geldt vanuit de visie de strategie om de bereikbaarheid van recreatieve bestemmingen te verbeteren. In de visie NZKG is de Nauernase Venen als landelijk gebied en Park HoogTij als bedrijventerrein aangewezen. De Houtrakpolder, ten zuiden van het plangebied is aangeduid als reservering uitbreiding havenareaal. Hier is ruimte gereserveerd voor een extra insteekhaven. Relevantie voor dit bestemmingsplan: De doorstroommaatregelen die binnen het project Aanpak Verkeersdruk Thorbeckeweg worden genomen dragen in beperkte mate bij aan de opgave uit de Visie.
3. Algemene gemeentelijke beleidskaders 3.1. Maak.Zaanstad
Op 30 juni 2016 is MAAK Zaanstad door de gemeenteraad vastgesteld. Binnen MAAK.Zaanstad is de gemeente Zaanstad met inwoners, ondernemers en organisaties in gesprek gegaan over de toekomst van Zaanstad. MAAK.Zaanstad is een toekomstbeeld en agenda en is eigendom van de stad. Het heeft tot doel met een investerings- en uitvoeringsagenda te komen die ervoor zorgt dat Zaanstad ook op de lange termijn een sociaal duurzame stad is, waar mensen zich thuis voelen en met plezier wonen en werken. MAAK.Zaanstad is een uitwerking van bestaande visies, zoals Zaans Evenwicht en de Economische en Ruimtelijke Structuurvisie. Deze visies zijn verrijkt met het gesprek met de stad en majeure ontwikkelingen, waaruit opgaven, richting en ambitie zijn gedestilleerd. Het gebied Achtersluispolder wordt benoemd in Maak.Zaanstad. Het gebied valt onder deellocatie Zuid. De opgave voor het gebied is in MAAK.Zaanstad geformuleerd als transformatie naar een gemengd gebied met naast werken ook wonen en stedelijke voorzieningen, en in dichtheden die aansluiten bij Amsterdam. De gemeente Zaanstad is hierbij actief door het zoeken van kansen en die benutten, het ondersteunen en faciliteren van bedrijven (of ze nu komen of gaan) en het leggen van (fysieke) verbindingen.
Om de transformatie in economische en ruimtelijke zin in goede banen te leiden, is in het voorjaar van 2017 een economisch-ruimtelijke verkenning uitgevoerd in opdracht van de gemeenten Zaanstad en Amsterdam. Deze verkenning dient als bouwsteen voor een ontwikkelstrategie voor het gebied Achtersluispolder, NoorderIJplas en het aangrenzende Amsterdamse bedrijventerreinen Melkweg en Cornelis Douwes. Er is een toekomstbeeld opgeleverd voor het gebied in 2040, en de belangrijkste strategische stappen tot die tijd, de transformatiestrategie. Het toekomstbeeld is geen gefixeerd eindbeeld, maar een ‘wenkend toekomstperspectief’ dat fungeert als kompas waarop meer concrete ontwikkelingen en aanpassingen gericht kunnen worden. Relevantie voor dit bestemmingsplan: Het project Aanpak Verkeersdruk Thorbeckeweg en de benodigde bestemmingsplanwijziging staan de ontwikkelingen in het gebied niet in de weg. De ontwikkelingen die Maak.Zaanstad zijn geschetst zijn zelf deels aanleiding voor de aanpak van de doorstroming. 3.2. Nota 'Project prioritering; Kiezen is noodzakelijk' In de raadsvergadering van 17 oktober 2013 heeft de raad de notitie 'Project prioritering; Kiezen is noodzakelijk' vastgesteld (2013/231283). Het leidend principe van deze notitie is 'een
38
2021/24757
gedifferentieerde aanpak van de stad om zo de beschikbare capaciteit gericht te kunnen inzetten op de prioritaire opgaven na de invoering van bezuinigingen.' Er wordt inzicht gegeven in de keuzes die gemaakt worden met betrekking tot prioritering, ondersteuning en monitoring van projecten en ontwikkelingen. Voor kruispunt De Vijfhoek e.o. wordt gekozen om vanuit strategisch oogpunt initiatieven bestuurlijk actief te ondersteunen. Relevantie voor dit bestemmingsplan: De bestemmingsplanwijzigingen rondom kruispunt De Vijfhoek vinden hun oorsprong in de bouw van een ongelijkvloerse kruising. De onderdoorgang zelf past binnen de vigerende bestemming, maar doordat de omliggende infrastructuur hierdoor aangepast moet worden, leidt dat tot het wijzigen van de bestemming zoals in dit bestemmingsplan wordt voorzien. De werkzaamheden passen binnen de kaders van de Nota. 3.3. Schone Lucht Akkoord Gemeente Zaanstad heeft in 2020 het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend. Het doel van het SLA is dat in 2030 50% gezondheidswinst wordt gehaald door schonere lucht ten opzichte van 2016. Luchtkwaliteit houdt zich niet aan grenzen. Daarom is goede samenwerking cruciaal en is het noodzakelijk dat zoveel mogelijk partijen zich inspannen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Het SLA is dan ook een akkoord tussen gemeenten, provincies en het Ministerie van Milieu en Wonen.
Concreet gaat het Schone Lucht Akkoord om een vermindering van de uitstoot van fijnstof en stikstofdioxiden door wegverkeer, mobiele werktuigen, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens.. Daarbij wordt gestreefd naar het halen van de advieswaarden voor fijnstof van de Wereld Gezondheidsorganisatie. Uit de berekeningen blijkt dat het effect van de ontwikkeling, die met het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, niet leidt tot een overschrijding van de advieswaarden van het SLA op fijnstof- en NO2 emissie (zie paragraaf 4.10 van de toelichting). Geconcludeerd kan worden dat het SLA de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staat. 3.4. Overig Ook beoordeeld zijn de beleidsnota’s en visies “Structuurvisie Zichtbaar Schans (tot 2020)”en “Ontwikkelingsplan Zaan/IJ (nvt)”. Vanwege het ontbreken van relevantie voor dit bestemmingsplan zijn deze niet verder uitgewerkt.
4. Beleidskaders Cultuurhistorische waarden 4.1. Erfgoedwet Het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed is geregeld in de Erfgoedwet 2016. In de Erfgoedwet staat: ·
wat cultureel erfgoed is;
·
hoe Nederland omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen);
·
wie welke verantwoordelijkheden heeft;
·
hoe Nederland daar toezicht op houdt.
39
2021/24757
Op basis van de Erfgoedwet wijst de minister o.a. rijksmonumenten aan. Daarnaast volgt uit de Erfgoedweg een verplichte certificering voor diegenen die zich bezig houden met archeologische opgravingen. 4.2. Cultuurhistorische Waardenkaart In 1999 is de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW-kaart) van de gemeente Zaanstad door het gemeentebestuur goedgekeurd als beleidsinstrument voor het opstellen van bestemmingsplannen. Op de kaart staan alle gebieden binnen de gemeente aangegeven, die van cultuurhistorisch belang zijn, bijvoorbeeld door een historisch stratenpatroon, oude dijken of oude verkaveling. Verder is een overzicht opgenomen van alle beschermde monumenten binnen Zaanstad (Zaanse huizen, fabrieken, pakhuizen, arbeidershuizen, kantoren, molens, enz.) en gebieden van archeologische waarde (bijvoorbeeld terreinen met resten van prehistorische bewoning, middeleeuwse boerderijen, oude molenplaatsen of voormalige traankokerijen). De CHW-kaart wordt regelmatig aangepast, omdat gebieden en gebouwen kunnen afvallen door sloop, brand of herinrichting en er komen gebieden of gebouwen bij door archeologische ontdekkingen of door plaatsing op de monumentenlijst.
Het is de bedoeling dat bij het opstellen van structuurplannen, bestemmingsplannen, infrastructurele plannen, natuurontwikkelingsplannen, bouwplannen en plannen met betrekking tot aanpassing van de grondwaterstand zwaarwegend rekening gehouden wordt met de aanwezige cultuurhistorische waarden binnen een bepaald gebied. Zo kan bij herstructurering van een woonbuurt een oud stratenpatroon worden gehandhaafd, bij planning van een nieuwbouwwijk kunnen oude dijken, boerderijen of archeologische vindplaatsen in het ontwerp worden opgenomen en kan getracht worden leegstaande fabrieken of pakhuizen voor sloop te behoeden door ze een nieuwe functie te geven (kantoor, woning). De kaart is digitaal te raadplegen via https:\\geo.zaanstad.nl/zaanatlas/
4.3. Cultuurhistorisch onderzoek in de vormgeving van de ruimtelijke ordening In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is vastgelegd dat de ruimtelijke ordening een samenhangende afweging van alle belangen behelst. Tot die belangen wordt ook het cultureel erfgoed gerekend. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is daarom de verplichting vastgelegd om in de ruimtelijke ordening “rekening te houden met aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten”. Om aan deze verplichting te voldoen is cultuurhistorisch onderzoek noodzakelijk. Deze richtlijnen geven aanwijzingen en aanbevelingen voor de uitvoering ervan. 4.4. Leidraad landschap en cultuurhistorie De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 is een uitwerking van de Provinciale Ruimtelijke Verordening. De leidraad is gericht op ontwikkelingen buiten het bestaand bebouwd gebied, met behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteiten die het landschap heeft. Nieuwe ruimtelijke plannen dienen rekening te houden met de ontwikkelingsgeschiedenis, de bebouwingskarakteristiek en de inpassing in de wijdere omgeving. Bestaande historische kenmerken en objecten in het landschap moeten herkenbaar blijven. De openheid van het landschap in Laag Holland verdient extra bescherming. De visuele impact van nieuwe ontwikkelingen moet daarom voor de uitvoering duidelijk en beoordeeld zijn.
Ontwikkelingen binnen of in de directe nabijheid van dorpen moeten passen bij het bestaande 'DNA' van het dorp. Voor de lintbebouwing in Zaanstad zijn o.a. de doorzichten vanuit het lint naar het omringende polderlandschap als onderdeel van dit 'DNA' aangewezen.
40
2021/24757
4.5. Erfgoedverordening Tegelijk met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010 is ook de Erfgoedverordening Zaanstad 2010 van kracht geworden. Voor alle wijzigingen en werkzaamheden aan rijks-, provinciale- en gemeentelijke monumenten is na genoemde datum een omgevingsvergunning nodig. Omdat de verordening ook een archeologisch deel bevat, is gekozen voor de overkoepelende term 'erfgoed' verordening in plaats van monumentenverordening. In de erfgoedverordening is het mogelijk om op gemeentelijk niveau dorpsgezichten, historisch groen en roerende zaken te beschermen. Tevens kunnen er via de erfgoedverordening monumenten aangewezen worden. Daarnaast regelt de erfgoedverordening de instandhouding van al het Zaanse erfgoed. Het bestemmingsplan is, voor zover van toepassing, met inachtneming hiervan opgesteld. 4.6. Nota archeologie Zaanstad In deze nota zijn de uitgangspunten van de vernieuwde Erfgoedwet verwerkt. In de nota staat dat de gemeente in haar bestemmingsplannen de gebieden van archeologische waarde aan gaat geven. Aan omgevingsvergunningen voor de activiteiten bouwen, slopen of aanleggen voor projecten die binnen deze gebieden vallen, verbindt de gemeente voorwaarden om archeologische vindplaatsen in de bodem te beschermen. Is dit niet mogelijk dan zal de aanvrager van de vergunning de vindplaatsen op moeten laten graven.
Dergelijke eisen worden ook opgenomen in (planologische) afwijkingen van het bestemmingsplan.
-
41