Slim verbinden Samen meer - Visie vernieuwde aanpak samenhangend jongerenwerk
Tekst van het document
2021/686
Slim verbinden: samen meer visie vernieuwde aanpak samenhangend jongerenwerk & werken met jongeren Zaanstad 2021-2026
2021/686
Inhoudsopgave Bestuurlijk voorwoord
2
1. Aanleiding
3
2. De huidige situatie: het Zaanse bos
5
3. Definities & doelgroep
8
4. ‘Een opdracht krijg je, een opgave voel je’
13
5. Uitgangspunten vernieuwde aanpak jongerenwerk & werken met jongeren
16
6. Voorwaarden voor een gezond pedagogisch klimaat
20
7. Programmatische uitvoering
22
Nawoord Zaanse jongeren
26
Gesproken partijen
28
Literatuurlijst
29
2021/686
Bestuurlijk voorwoord Zaanstad staat de komende jaren voor een aantal grote opgaven. We willen kansenongelijkheid verder terugdringen, we willen gezond leven, bewegen en ontmoeting stimuleren en een lans breken voor de veiligheid op straat. Onze jeugd speelt hierin een cruciale rol. Een derde van onze inwoners is onder de 25 jaar. Zij bieden ons de kans, de kracht en het sociaal kapitaal, om een bijdrage te leveren aan de groei en bloei van onze stad en al haar inwoners. Willen we deze kans, deze kracht en dit kapitaal benutten, dan vraagt dat om een welverdiende investering in onze jeugd. Een investering waarmee onze kinderen en jongeren het beste uit zichzelf kunnen halen, hun talenten kunnen ontplooien en kampioen kunnen worden van hun eigen dromen. Kortom, als de jeugd de juiste kansen krijgt en optimaal kan groeien en bloeien, kan zij in staat zijn om onze stad en onze opgaven ook diezelfde kans te geven. Elk kind heeft talent. Elk kind heeft dromen. Met de juiste middelen en met de juiste voedingsbodem, is elk kind in staat om het beste uit zichzelf te halen. Aan ons als stad, als maatschappij, de schone taak om alles op alles te zetten om kinderen te bieden wat ze nodig hebben. Soms is dat de spreekwoordelijke ‘wortel’ (carrot), maar soms moet dat ook weleens de spreekwoordelijke ‘stok’ (stick) zijn. Dat kunnen we als gemeente natuurlijk niet alleen.
Om even te blijven spreken in Engelse spreekwoorden: ‘it takes a village to raise a child’. We doen het met partners, met ouders en verzorgers, met het onderwijs, met werkgevers, met politie en handhavers, met zorgprofessionals, uiteraard met de jongeren zelf en met vele anderen. Willen we al deze partners goed laten samenwerken in het belang van de jeugd, dan is er een gerichte aanpak nodig, met een eenduidige visie en een heldere opdracht. Veel gaat er al goed in Zaanstad. Er zijn talloze initiatieven, professionals en samenwerkingsverbanden waar de jeugd van kan profiteren bij het najagen van dromen en talenten. Tegelijkertijd is er behoefte om meer eenheid en samenhang aan te brengen in een soms wat versnipperd professioneel veld. De urgentie en wilskracht om hier verdere stappen in te zetten is nog sterker aangewakkerd door een aantal recente incidenten met jongeren. We zien verjonging en verharding in de criminaliteit. Willen we met elkaar zaken doorbreken, dan is dit onze kans. Het bij elkaar brengen van alle partners en goede initiatieven, is daarom een belangrijk onderdeel van de visie die voor u ligt. Deze visie is opgesteld voor de periode 2021-2026 en is gebaseerd op een uitgebreide analyse die in mei 2020 is gepresenteerd. Onze wens die centraal staat in deze visie, is dat we als Zaanstad en als partners naast, achter en voor onze opgroeiende jongeren gaan staan.
Om ze toekomstperspectief te bieden en ze te helpen om hun weg te vinden naar een gelukkig leven. De titel van onze visie zegt genoeg, ‘Slim verbinden: samen meer’. Een bloeiende, kansrijke toekomst voor de Zaanse jeugd, is onze gezamenlijke taak en de kans op een bloeiend Zaanstad. Wethouder Songül Mutluer, (Jeugd)
Wethouder Natasja Groothuismink, (Onderwijs, Werk & Inkomen)
Burgemeester Jan Hamming (Openbare Orde en Veiligheid)
2
2021/686
1. Aanleiding
2021/686
Zaanstad is een jonge stad. Bijna een derde van de Zaanse bevolking is onder de 25 jaar. In Zaanstad wonen 45.798 jeugdigen van 0 – 24 jaar¹ . Met veel van deze jongeren gaat het goed, andere jongeren kunnen een steuntje in de rug gebruiken. Om de jongeren te helpen hun talenten te ontwikkelen en waar nodig dit steuntje in de rug te bieden, heeft de gemeente verschillende partijen opdracht gegeven hierin een rol te vervullen. Dit levert veel op, maar er is ook behoefte aan verbetering. Daarnaast kent Zaanstad een groeiende problematiek op het gebied van jongeren en veiligheid. Er is sprake van verjonging en verharding in de criminaliteit. Als we niet vroegtijdig ingrijpen, bestaat de kans dat we het contact verliezen met deze jongeren. Een stevige preventieve aanpak kan hierin een belangrijke rol spelen. In de zomer van 2019 werd de raadsmotie ‘Jongeren centraal’ unaniem aangenomen. Deze motie roept op tot een onderzoek naar de inhoud, preventie en effectiviteit van het jongerenwerk en het daarbij betrekken van de Zaanse partijen. Aanvullend vraagt de motie om te komen met een voorstel aan de raad voor een vernieuwde aanpak van het jongerenwerk met daarin aandacht voor de relatie met veiligheid. Naar aanleiding van de raadsmotie heeft een analyse plaatsgevonden van de huidige situatie van het jongerenwerk in Zaanstad.
Hierbij hebben we niet alleen naar de aanbieders van het jongerenwerk gekeken (de drie hoofdaanbieders van de Sociaal Wijkteams), maar naar alle partijen in Zaanstad die werken met jongeren en een vorm van jongerenwerk uitvoeren. De uitkomsten van deze analyse zijn in een presentatie aan de gemeenteraad weergegeven en terug te kijken via deze link (presentatie ‘Jongeren Centraal’ op het YouTube kanaal van de gemeenteraad van Zaanstad). In het volgende hoofdstuk worden kort de belangrijkste punten van deze analyse weergegeven. Een belangrijke conclusie uit de analyse is het ontbreken van een gezamenlijk gedragen visie voor de opgave rond jongerenwerk en werken met jongeren. We spraken over jongeren, jongerenwerk, werken met en voor jongeren en veiligheid met vele betrokkenen en belanghebbenden. Dit heeft geresulteerd in de visie die nu voor u ligt. Deze visie is afgestemd met de betrokken partijen of eigenlijk een resultante van de input van al deze partijen samen. Deze visie wordt dan ook door hen allen breed gedragen en sluit aan bij de wens om het beter te doen in het belang van alle Zaanse jongeren. Uiteraard sluiten we met deze visie aan bij het integraal beleidskader jeugd ‘Jong zijn in Zaanstad’, dat momenteel wordt opgesteld. Dit beleidskader vormt de paraplu waarvan deze visie een deel invult.
Met deze visie haken we ook aan bij de inzet vanuit het Breed Offensief Tegen georganiseerde Ondermijnende Criminaliteit (BOTOC - Back on Track 075). Dit visiestuk bestaat naast deze aanleiding uit zes andere hoofdstukken. U gaat in H2 de belangrijkste uitkomsten van de eerder gepresenteerde analyse lezen. H3 gaat in op de doelgroep en de definitie van onder andere jongerenwerk. In H4 leest u meer over de opgave. H5 beschrijft de uitgangspunten voor de vernieuwde aanpak jongerenwerk en werken met jongeren. H6 schetst wat nodig is voor een gezond pedagogisch klimaat. H7 gaat in op hoe we de uitgangspunten in deze visie kunnen gaan realiseren. De Zaanse jongeren zelf krijgen het laatste woord, zij hebben de visie zoals die nu voor u ligt ook grafisch vormgegeven. ¹ OnderzoeksPlein Zaanstad, 2020; Dat is iets hoger dan gemiddeld. In het jaarrapport van de Landelijke Jeugdmonitor 2019 van het CBS staat “Begin 2019 waren bijna 3 op de 10 inwoners van Nederland jonger dan 25 jaar”.
4
2021/686
2. De huidige situatie: het Zaanse bos
2021/686
Zoals gezegd, heeft naar aanleiding van de motie van de gemeenteraad een analyse plaatsgevonden van de huidige situatie rondom jongeren en veiligheid in de gemeente Zaanstad. Uit deze analyse volgt een aantal conclusies, verbeterpunten en blinde vlekken:
Een overkoepelende visie ontbreekt.
Het aanbod voor jongeren is versnipperd.
Er zijn veel partijen betrokken in het jongerenwerk & werken met jongeren, het zogenaamde Zaanse bos² .
Jongeren met hetzelfde verzoek kunnen soms bij meerdere ketenpartners terecht en doen dit soms ook. Deze dubbelingen zorgen voor veel onduidelijkheid.
De opdrachten van de partijen zijn onvoldoende op elkaar afgestemd en onvoldoende in samenhang tot de gezamenlijke opgave verstrekt. Een gevolg hiervan is dat professionals zich soms concurrenten voelen.
Flexibiliteit in inzet ontbreekt: de huidige werkwijze (verkaveling van de stad) sluit niet aan op de mobiliteit van de Zaanse jeugd (zij bewegen zich kriskras door de gemeente en daarbuiten) en de verschillen in problematiek per wijk. Dit maakt het lastig de capaciteit gericht in te zetten.
De financiering voor deze partijen is net zo versnipperd als het aanbod zelf en afkomstig uit verschillende programma’s en domeinen. Sturing door de gemeente is daarmee complex en beperkt.
Sommige (preventieve) ondersteuningsvragen kunnen onvoldoende worden opgepakt, mede door het ontbreken van een persoons- en systeemgerichte aanpak voor risicojongeren.
De aansluiting met het onderwijs vanuit het jongerenwerk en andere partijen die werken met jongeren behoeft versteviging
Er is een onbalans tussen structurele inzet en incidentele projecten.
Er is behoefte aan een gezamenlijke visie en een eenduidig pedagogisch klimaat.
Een opeenstapeling van incidenten heeft ertoe geleid dat professionals niet toe komen aan hun preventieve taken.
Hoewel alle instrumenten die het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) voor jongerenwerk onderscheidt in Zaanstad zijn vertegenwoordigd, bestaat er verschil in de mate van beschikbaarheid per wijk (zie H3 voor nadere toelichting).
Tot slot is er binnen de gemeente een beperkt aantal ontmoetingsplekken waar jongeren zich thuis voelen.
² Het jongerenwerk is in de gemeente Zaanstad ondergebracht bij de 11 Sociaal Wijkteams. Naast het jongerenwerk zijn er nog vele andere partijen die een rol vervullen in het werken met en voor jongeren. De geïndiceerde jeugdhulp valt buiten de scope van deze visie.
6
2021/686
Er is sprake van gebrek aan samenhang tussen de losse opdrachten, partijen en elementen. Doordat er niet altijd in breed perspectief gekeken is naar de samenhang tussen alle losse elementen is er een situatie ontstaan waarin partners soms voor dezelfde opdracht staan en zich concurrent van elkaar zijn gaan voelen. Dit heeft de samenwerking op onderdelen bemoeilijkt. Het lukt ons daardoor onvoldoende om de Zaanse jongeren passend te helpen ontwikkelen en ondersteunen. Een hoop kansen voor verbetering die de betrokken partijen gezamenlijk signaleren en bevestigen. En er is een grote ambitie om samen de gewenste vernieuwde aanpak te realiseren. Tijdens het onderzoek zijn we metaforisch gaan spreken over het ‘Zaanse bos’. Het Zaanse bos, waarin we verscholen wel die mooie bloem zien. De bloem die we gezamenlijk tot bloei kunnen laten komen. De grote mate van betrokkenheid van professionals bij het welzijn van de Zaanse jongeren vormt hiervoor een uitstekende basis. Een uitgebreidere toelichting op de korte weergave in dit hoofdstuk kunt u vinden in de presentatie ‘Jongeren Centraal’ op het YouTube kanaal van de gemeenteraad van Zaanstad.
“Tijdens het onderzoek zijn we metaforisch gaan spreken over het ‘Zaanse bos’. Het Zaanse bos, waarin we verscholen wel die mooie bloem zien. De bloem die we gezamenlijk tot bloei kunnen laten komen”.
7
2021/686
3. Definities & doelgroep
2021/686
Over jeugd en jongerenwerk is veel geschreven en er zijn veel definities beschikbaar. In dit hoofdstuk worden de definities en doelgroep beschrijving gegeven waarvoor de gemeente Zaanstad en de Zaanse partijen kiezen.
Wat is jongerenwerk? Lector social work Judith Metz beschrijft jongerenwerk als volgt: “Het jongerenwerk is een laagdrempelige sociale basisvoorziening gericht op het begeleiden van jongeren bij het volwassen worden in de samenleving, met aandacht voor de brede, positieve en langdurige ontwikkeling van jongeren.” ³ Het Nederlands Jeugdinstituut onderscheidt 9 onderdelen van jongerenwerk: Groepswerk, Individuele begeleiding, Ambulant jongerenwerk, De inloop, Informatie en advies, Talentgericht werken, Meidenwerk, Peer-to-peer en Youth Organizing. Al deze vormen van jongerenwerk en werken met jongeren zijn in Zaanstad vertegenwoordigd. De spreiding over de gemeente en de mate van beschikbaarheid verschilt per wijk. Deze visie is van toepassing op alle partijen die werken met en voor jongeren in Zaanstad.
Voor wie is jongerenwerk? Over de doelgroep van het jongerenwerk schrijft Judith Metz het volgende:
1 2 4 5 7 8
3 6 9
Groepswerk
Individuele begeleiding
Ambulant jongerenwerk
Gericht op het beïnvloeden van interacties en processen binnen een groep, met als doel om bij te dragen aan de ontwikkeling van de groep als geheel en op individueel niveau.
Motiveert jongeren tot positieve gedragsveranderingen en het versterken van hun talenten en kwaliteiten.
Jongerenwerkers zijn aanwezig op plaatsen waar jongeren (samen) komen. Dit kan zijn op straat, scholen, pleintjes, sociale media en winkelcentra. Vanuit de leefwereld van de jongeren onderzoeken zij welke mogelijkheden er zijn om jongeren te ‘activeren’ of waar ondersteuning nodig is om obstakels in persoonlijke omstandigheden te overwinnen.
De inloop
Informatie en advies
Talentgericht werken
Een laagdrempelige omgeving waar jongeren (nieuwe) vrienden ontmoeten en vaardigheden opdoen. Jongerenwerkers bouwen hier een betekenisrelatie op met jongeren en sporen aan tot empowerment en participatie .
Als integraal onderdeel van het dagelijks contact tussen jongeren en jongerenwerkers, is deze methodiek erop gericht dat jongeren toegang krijgen tot de informatie die voor hen van belang is. Zo ontwikkelen zij het vermogen om informatie te analyseren en te gebruiken.
Meidenwerk
Peer-to-peer
Gericht op identiteitsontwikkeling van meisjes en jonge vrouwen bij wie de ontwikkelvraag voortvloeit uit het ‘vrouw’ zijn.
Jongerenwerk stimuleert en faciliteert interacties tussen jongeren die eigenschappen, ervaringen of vriendengroepen delen, om zo een positieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van jongeren.
Focus van de jongerenwerker ligt hierbij op het ontwikkelen van interesses, talenten en competenties van jongeren. Jongerenwerkers bieden jongeren de ruimte om kwaliteiten in te zetten binnen de samenleving en zich persoonlijk te ontwikkelen.
Youth Organizing Jongerenwerkers stimuleren, motiveren en ondersteunen jongeren om zelfstandig initiatieven te nemen, deze vorm te geven, uit te voeren en te onderhouden. Hierbij gaat het erom dat jongeren de aanzet doen, regie hebben en de verantwoordelijkheid dragen voor de praktische realisatie van het initiatief.
“Het jongerenwerk houdt zich bezig met de begeleiding van jongeren in de leeftijd van 10–27 jaar die steun nodig hebben bij het volwassen worden in de samenleving. Het jongerenwerk is voor alle jongeren, maar maakt in het contact met jongeren onderscheid tussen jongeren met wie het goed gaat, jongeren met lichte of beginnende problemen en jongeren met zware of meervoudige problemen.” ⁴
³ Metz, J. (2011). Volwassen worden binnen de samenleving. Legitimatie en inhoudsbepaling Amsterdams jongerenwerk nieuwe stijl. Amsterdam: Youth Spot HvA. ⁴ Metz, J. Bijdrage jongerenwerk aan transformatie. Jeugdbeleid 11, 235–241 (2017).
9
2021/686
Jongerenwerk is toegankelijk voor alle Zaanse jongeren: het sluit aan bij hun behoeften, het is inclusief en iedereen is welkom. Het jongerenwerk heeft wel een extra belangrijke functie voor jongeren die zich in een kwetsbare positie bevinden. Judith Metz onderscheidt verschillende categorieën jongeren. Elke categorie heeft in Zaanstad een eigen aanpak. Jongeren met zware problematiek, die meerdere keren zijn veroordeeld of steeds zwaardere delicten plegen, vallen onder het bereik van de bestaande 075-aanpak. Jongeren met gemiddelde problematiek worden geholpen via de beschikbare ondersteuning of met de persoonsgerichte aanpak gericht op risicojongeren die recent gestart is. Voor jongeren met lichte problematiek en jongeren waar het goed mee gaat, is nu onvoldoende inzet beschikbaar. Professionals die verantwoordelijk zijn voor preventieve inzet zijn te vaak genoodzaakt hun inzet te richten op jongeren met zwaardere problematiek. Met de invulling van de blinde vlek, het realiseren van een persoonsgerichte aanpak voor risicojongeren, ontstaat meer ruimte voor de inzet op preventie, gericht op Zaanse jongeren waar het goed mee gaat en Zaanse jongeren met lichte problematiek.
Waar werken we aan jongerenwerk? Jongerenwerkers zijn aanwezig op plaatsen waar jongeren (samen)komen.
In de openbare ruimte: op straat, pleintjes, winkelcentra en online;
Op locaties: laagdrempelige omgevingen waar jongeren (nieuwe) vrienden ontmoeten en vaardigheden opdoen;
Op scholen: belangrijk om in de relatie tussen jongerenwerk en het onderwijs te blijven investeren.
De opmars van de digitale wereld De afgelopen jaren heeft de digitale wereld aan terrein gewonnen. Jongeren begeven zich een steeds groter deel van de tijd in een ‘digitale (hang)wereld’. Dit vraagt om een verschuiving van inzet van onze werkers met jongeren. Daarbij is het van belang dat de jongerenwerker behalve ‘streetwise’ ook ‘onlinewise’ is. De verwachting is dat online in de toekomst een steeds grotere rol gaat spelen.
Hoe werken we aan jongerenwerk? Jongeren hebben iemand nodig die tastbare doelen met hen opstelt voor de korte termijn, die hen begeleidt en erop toeziet dat ze de stappen zetten om die doelen te bereiken. Jongeren geven aan dat het belangrijk is dat ze van iemand het vertrouwen en de ruimte krijgen om zaken zelf aan te pakken. Tegelijkertijd hebben ze behoefte aan advies en steun en een vangnet voor als het misgaat. Uit verhalen van jongeren blijkt dat ondersteuning beter relatiegericht, dan toekomstgericht kan zijn. In relatiegericht werken is een gerichtheid op de toekomst mogelijk, maar alleen als deze behoefte verschijnt in de relatie tussen de jongere en professional. De professional volgt de wensen van een jongere niet, maar geeft deze mede vorm in relatie tot de jongere⁵. ⁵ Marte Wiersma, Roel van Goor (2020): https://www.socialevraagstukken.nl/kijk-niet-te-ver-vooruit-met-kwetsbare-jongeren/
10
2021/686
Gewenst profiel jongerenwerker = veelzijdig⁶
flexibel
dichtbij
zichtbaar
toegankelijk
dynamisch
als spil in het netwerk gericht op samenwerking
‘streetwise’
‘onlinewise’
kan aansluiten bij de doelgroep
in staat om duurzame relaties met jongeren aan te gaan vanuit respect en oprechte interesse
heeft een signalerende functie
gaat naast de jongere staan waar het kan, geeft heldere grenzen aan waar het moet
spreekt de taal van jongeren en van de buurt
stimuleert hun persoonlijke en sociale ontwikkeling
behartigt hun belangen
⁶ Gebaseerd op het dossier Jongerenwerk van het Nederlands Jeugdinstituut en De Meere, F., & Stoutjesdijk, F. (2019). Náást de jongeren. De staat van professioneel jongerenwerk in Nederland. Verwey-Jonker Instituut.
11
2021/686
Rol van het jongerenwerk in relatie tot zorg en veiligheid Met het oog op goede ondersteuning van jongeren én in het belang van veiligheid en leefbaarheid, is het noodzakelijk dat zorg- en veiligheidsprofessionals goed met elkaar samenwerken. Jongerenwerkers hebben op dit gebied een bijzondere signalerende functie. Zij signaleren op jongeren met internaliserende en externaliserende problematiek en leiden toe naar jeugdhulp via het Jeugdteam en het Sociaal Wijkteam. Huiselijk geweld heeft hierin extra aandacht. Daarnaast kunnen jongerenwerkers de doelgroep pedagogisch verantwoord begrenzen en bijsturen. Dat kan individueel of groepsgewijs. Daarmee vervullen zij een cruciale rol in de aanpak van jeugdoverlast en jeugdgroepen op straat. In dit netwerk werken zij samen met politie, (jeugd)boa’s, jeugdhulp, Sociaal Wijkteam en Jeugdteam.
Vormen van preventie We onderscheiden 3 vormen van preventie:
1.
Primair – doelbewuste initiatieven om te anticiperen op risicofactoren
2.
Secundair – interventies om te voorkomen dat risicofactoren zich verergeren
3.
Tertiair – interventies om herhaling te voorkomen
12
2021/686
4. ‘Een opdracht krijg je, een opgave voel je’
2021/686
De nieuwe koers voor het jongerenwerk in de gemeente Zaanstad vraagt om creativiteit, omdenken en verbreding naar samenhangende thema’s. Een verbreding die gericht is op het volgen van het ritme van de dag en de leefwereld van jongeren. Denk aan slimme combinaties in het bestaande aanbod met sport, cultuur, onderwijs, bedrijfsleven, participatie, ontmoeten en de mooie initiatieven daarbinnen. Dit kan alleen slagen door stevige netwerken in het veld, goede samenwerking en samenhang. Het belang van de Zaanse jongeren staat hierbij voorop, concurrentie en bureaucratie kunnen en mogen dat niet in de weg staan. Alle partners voelen gezamenlijk dit eigenaarschap en werken samen aan concrete doelen zoals geformuleerd in de opgave en de uitgangspunten.
Aansluiten op het ritme van de dag Binnen de vernieuwde aanpak van het jongerenwerk in Zaanstad stellen we het ritme van de dag van de jongeren en hun gezin centraal. Het 3x8 model kan hierbij een helpend instrument zijn. Een etmaal bestaat uit 24 uur. Voor het merendeel van de jongeren en hun gezinnen geldt dat ze de eerste 8 uur slapen, ongeacht waar ze vandaan komen. Voor de tweede 8 uur geldt dat de meesten een dagbesteding hebben. Ze gaan naar school, ze werken. Voor een deel geldt dat ze begeleiding nodig hebben om dat weer op te pakken. In de derde 8 uur staat talentontwikkeling, sport, cultuur, vrije tijd en het maken van huiswerk centraal. Het is juist in deze 8 uur dat de werkers met jongeren een cruciale rol vervullen. Dat maakt ons ervan bewust dat juist in dit tijdvak het zwaartepunt van de inzet moet plaatsvinden. Aangesloten op de behoefte van de jongeren en hun gezinnen.
Het 3x8 (= 24 uur) model Eerste 8 uur
Slapen – thuis
Huisvesting, bijv. rol ouders, …..
Tweede 8 uur
School en/of werk
Bijv. scholen, leerplicht, RMC, participatie (Jongerenloket)
Derde 8 uur
Vrije tijd, huiswerk, talentontwikkeling
Partijen die werken met en voor jongeren aan zet!
Verbreding naar sport, cultuur, onderwijs, bedrijfsleven, participatie en ontmoeten als logische stap
Het 3x8 model kan ook helpen bij het in beeld brengen van de verschillende thema’s die voor jongeren van belang zijn op een bepaald moment van de dag. Het kan bijdragen aan de afstemming van professionals: ‘welke professional is wanneer leidend?’ Zo mogen we verwachten dat zowel school als leerplicht tijdens schooluren de eerste aan zet zijn wanneer een jongere niet op school komt. Begrijpen we dat een thuis heel belangrijk is voor een goede nachtrust. Hebben we beeld bij de spitsuren in de ochtend voor het naar school gaan en voor het naar bed gaan bij grote gezinnen soms in minder grote huizen. Het 3x8 model helpt ons bij het vormgeven van deze verbreding en verbinding. Niet als een blauwdruk, wel om ons inzicht te geven in wat er nodig is.
14
2021/686
Jongerenwerk staat niet op zichzelf Er zijn veel verbindingen te maken met het jongerenwerk en werken met jongeren. Er is, zoals gesteld, een link met zorg en veiligheid. Maar er zijn er veel: verbindingen met thuis, met het onderwijs, met participatie en werk, met sport en cultuur en met het bedrijfsleven. Combinaties die aansluiten bij de behoeften van jongeren. Het is daarbij van belang dat de experts leidend zijn in hun eigen discipline. Dus cultuur organiseert cultuur en sport organiseert sport. Maar wel samen. Samen met bijvoorbeeld de jongerenwerkers. Zodat alle professionals zich tijdens een activiteit op hun expertise kunnen richten en er vanuit de combinatie genoeg ruimte is om te signaleren en opvolging te geven.
“we zijn te lang alleen aanbieder geweest”
Meer preventie = meer kansen voor jongeren Een ander element van de opgave is dat preventieve inzet ook echt in de preventie landt. Het opzetten van een persoonsgerichte aanpak voor risicojongeren creëert hiervoor meer ruimte. Doelstelling is te investeren in preventie om jongeren vroegtijdig te ondersteunen en daarmee repressieve inzet te verminderen. Zo worden hogere kosten voorkomen en kan repressie daar worden ingezet waar het het hardst nodig is.
zorg
jeugd
veiligheid
Het is goed om te benoemen dat onder preventie naast ‘individuele begeleiding’ en ‘ambulant jongerenwerk’ ook de vormen ‘groepswerk’ en ‘inloop’ vallen (zie H3 Definities & doelgroep). Deze laatste twee categorieën zijn in Zaanstad nog minder belicht. Positief versterkend werken met jeugd moet gezien worden als aanvulling op werkvormen die meer gericht zijn op het tegengaan van concrete risico’s. Hierbij kan gedacht worden aan positieve identiteitsvorming, het versterken van de inspraak en het eigen sociaal netwerk van jongeren. Met het voorzien in de aanpak van risicojongeren is de verwachting dat er meer ruimte ontstaat voor preventie, waarin deze vormen een plek kunnen krijgen. Grenzen stellen kan alleen wanneer er in de eerste plaats voldoende perspectief wordt geboden en we erin slagen de jongeren aan te spreken op hun talenten, kansen en dromen!
Samen meer Het is nodig om vanuit een gezamenlijke opgave te werken. Deze opgave wordt mede gevormd door de dynamiek onder jongeren. In de theorie rondom netwerkregie⁷ wordt dat heel treffend beschreven: “een opdracht krijg je, een opgave voel je”. Bij een opgave zijn de acties en taken misschien wel verdeeld, maar wordt gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor het geheel gevoeld, in plaats van alleen voor het volbrengen van de eigen taak. Goed opdrachtgeverschap is een essentiële voorwaarde, waarbij de individuele opdrachten in samenhang worden verstrekt. Alleen met elkaar kunnen we dit bereiken. Samen kunnen we echt meer! Daarvoor is wel samenhang nodig in de opdrachten van de verschillende partijen om het voor de jongeren overzichtelijker te maken en de effectiviteit van de ondersteuning te vergroten. Een netwerkbenadering staat hierin centraal. ⁷ Netwerkregie - Hans Licht (2016).
15
2021/686
5. Uitgangspunten vernieuwde aanpak jongerenwerk & werken met jongeren
2021/686
Om de opgave beschreven in H4 te kunnen realiseren zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd.
1. Versterken opdrachtgeverschap en sturing Er is behoefte aan samenhang in de opdrachten. Dit kan gerealiseerd worden aan de kant van de gemeente door de opdrachten scherper te formuleren en beter op elkaar aan te sluiten in samenhang tot de opgave. Aangevuld met concrete prestatieafspraken. Dit is wat wij verstaan onder sterk opdrachtgeverschap. Op deze manier kunnen dubbelingen worden weggenomen en kan gewerkt worden aan gecontroleerde overgangen. Met als resultaat dat jongeren vanuit samenhangend perspectief worden geholpen. Daarnaast worden de complexe geldstromen vanuit de verschillende domeinen vereenvoudigd. Hierbij gaat eveneens aandacht uit naar de lopende incidentele projecten, die waar nuttig en mogelijk aangehaakt worden op de nieuw te vormen structuur. Zo kan meer balans komen in structurele inzet en incidentele projecten.
2. Synergie in het netwerk De uitdaging voor het aanbrengen van samenhang in het netwerk ligt naast goed opdrachtgeverschap vanuit de gemeente ook bij de partijen zelf. Er komt een duidelijke rol- en taakverdeling voor professionals in het veld. Daarbij is erkenning van elkaars functie en expertise, ruimte voor elkaars werkwijze, onderling vertrouwen en open communicatie een voorwaarde. Samenwerking is daarin alles behalve vrijblijvend. De gemeente stuurt scherp op het bereiken van de gewenste samenwerking intern en extern. De gemeente spreekt daarin ook met 1 mond naar uitvoerende partijen en is daarmee een betrouwbare opdrachtgever die geen ruimte geeft voor onduidelijkheid of losse eindjes. Gezamenlijk wordt hierin een goede balans gevonden tussen vertrouwen geven aan de professionals in het veld en krachtig sturing geven wanneer nodig. Aansluiting zoeken bij bestaande initiatieven en samenwerkingsverbanden is essentieel. Deze zijn vaak opgezet vanuit de professionals in de uitvoering die de behoefte van de wijk goed kennen. Door hen de ruimte te geven om op basis van hun expertise passende oplossingen te vinden, creëer je een volwassen relatie tussen opdrachtnemer en opdrachtgever. Het wegnemen van dubbelingen en het creëren van goede overgangen, op de snijvlakken van partijen, is extra van belang waar jeugd en veiligheid elkaar raken.
Deze domeinen spreken niet altijd dezelfde taal. De gemeente dient hierin als vertaler en regisseur op te treden.
3. Stedelijk organiseren & lokaal uitvoeren Jongeren laten zich niet hinderen door grenzen van een wijk of een gemeente. Aan de andere kant is de wijk en hun gezin meestal wel hun thuisbasis. Dit is een spanningsveld dat vraagt om oplossingen op verschillende niveaus. Wijkopgaven vragen om wijkoplossingen (soms door Sociaal Wijkteams samen opgepakt) en wijkoverstijgende opgaven vragen om stedelijke oplossingen.
17
2021/686
4. Flexibele inzet op basis van een sterke informatiepositie Zet de beschikbare middelen daar in waar de opgaven het grootst zijn. Door het combineren van data van verschillende partijen kan worden bepaald waar de inzet van professionals het hardst nodig is. Als helder is welke gebieden de meeste inzet vragen, is het van belang om de capaciteit hier op af te stemmen. Deze aandachtsgebieden zijn dynamisch. Flexibiliteit in uitvoering passend bij de problematiek in de wijk is nodig. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van een stedelijke flexibele schil of ‘vliegende brigade’. Flexibele inzet kan zowel preventief als reactief van aard zijn.
5. Eenduidig pedagogisch kader & rijk opvoedklimaat Het is van belang dat diverse partijen vanuit een eenduidig pedagogisch kader werken. Binnen het Pact Poelenburg Peldersveld is gewerkt aan gedeelde uitgangspunten voor een gezond pedagogisch klimaat in de wijk. Deze uitgangspunten zijn voor heel Zaanstad toepasbaar. Hierbij is ook aandacht voor het betrekken van de omgeving bij de opvoeding van onze jeugd door het stimuleren van de pedagogische civil society⁸ . Zie voor de uitwerking van dit pedagogisch kader H6.
6. Ontmoetingsplekken voor de jeugd In Zaanstad is een beperkt aantal ontmoetingsplekken waar jongeren zich thuis voelen. In de buurthuizen komt de jeugd nauwelijks. Voor een deel van het preventief jongerenwerk is een locatie met vaste gezichten wenselijk. Tenminste drie ontmoetingsplekken worden in Zaanstad voor de jeugd gefaciliteerd dan wel in partnerschap met derden georganiseerd. Aandacht wordt hierbij besteed aan het slim gebruiken van bestaand vastgoed, het aansluiten bij bestaande partnerschappen en het aansluiten bij de bestuursopdracht ontmoeten. Naast fysieke ontmoeting is er ook aandacht voor digitaal ontmoeten.
7. Versterken verbinding onderwijs Op de verbinding tussen jongerenwerk en onderwijsinstellingen gaan wij actief inzetten. Daarbij zoeken we aansluiting bij de ambities zoals geformuleerd in het projectplan Back on Track 075. De pilot rond de aanstelling van een projectleider en enkele veiligheidscoördinatoren op het voortgezet onderwijs én de pilot intensivering samenwerking voortgezet onderwijs en Jeugdteams passen daarin.
⁸ Onder de 'pedagogische civil society' wordt verstaan: gemeenschappelijke activiteiten van burgers rond het grootbrengen van kinderen. Nederlands Jeugdinstituut (2011).
18
2021/686
8. Partnerschap ouders doelgroep Het jongerenwerk zal positie moeten bepalen in de verhouding naar de ouders van hun doelgroep toe. Ouders spelen vanzelfsprekend een belangrijke rol in het leven en de ontwikkeling van een jongere, ook wanneer ze niet aanwezig zijn. Ouders zijn een belangrijke schakel die nog onvoldoende worden ingezet om preventief en als rolmodel te fungeren. Zo zijn ouders niet alleen ouders van opgroeiende jeugd, maar kunnen ze in de wijk ook een belangrijke rol spelen als voorbeeld naar jeugd in het algemeen. Het is daarbij van belang dat ouders thuis, de leraar op school en de jongerenwerker op straat, jongeren op dezelfde manier aanspreken. Daarbij kunnen ouders en professionals elkaar versterken en schouder aan schouder staan.
9. Bewonersinitiatieven van onderop De dialoog met de jongeren zelf, met ouders en met buurtbewoners moet meer gezocht worden. In de uitwerking van een infrastructuur voor participatie wordt nagedacht over leuke, aansprekende vormen van inspraak waar jongeren zelf ook iets aan hebben of van kunnen leren (bijvoorbeeld in de vorm van storytelling). Initiatieven ‘van onderop’ - van jonge en oude bewoners zelf, en die zijn er! - zijn zeer welkom en waardevol. Hiervoor is het nodig middelen voor deze initiatieven beschikbaar te stellen.
19
2021/686
6. Voorwaarden voor een gezond pedagogisch klimaat
2021/686
Het pedagogisch kader zoals geformuleerd door lector Femke Kaulingfreks in het Actie-onderzoek ‘Kansrijk Poelenburg/Peldersveld’ bestaat uit uitgangspunten die voor heel Zaanstad van toepassing zijn. Met een paar kleine aanpassingen wordt dit kader overgenomen in deze visie. Doel is dat dit kader voor alle verschillende Zaanse professionals en inwoners van Zaanstad richtinggevend zal zijn in de benaderingswijze naar alle jongeren toe. Gedeelde waarden, duidelijke grenzen, hoge verwachtingen en een warme, betrokken omgang met elkaar zouden de brede sociale omgeving van de jeugd moeten kenmerken. Als niet alleen ouders zich verantwoordelijk voelen voor de opvoeding van hun kinderen, maar ook anderen in hun directe omgeving betrokken zijn bij het welzijn van de jeugd, dan wordt het makkelijker om een breed pedagogisch netwerk te vormen rondom jeugdigen. Dit netwerk biedt informele wederzijdse steun en sociale controle. Vragen rondom opgroeien en opvoeden zijn niet langer puur een privé zaak, maar worden gezamenlijk geadresseerd. We hebben hiertoe de volgende gedeelde uitgangspunten voor een gezond pedagogisch klimaat geformuleerd:
1. Oplossingsgericht en relatiegericht werken, redeneren vanuit wat een jongere kan en met oprechte interesse aansluiten bij de leefwereld van jongeren; 2. Gezonde levensstijl uitdragen in het contact met jongeren (zowel tijdens werk, maar ook privé op plekken waar jongeren komen);
3. Open vragen stellen en aansluiten bij wensen/interesses van jongeren, maar wel realistisch zijn vanuit de situatie van de jongere; 4. Communicatiestijl aanpassen aan wie je voor je hebt; 5. Diversiteit in pedagogische aanpak mag er zijn; 6. Elkaar niet afvallen als professionals/begeleiders, ook als er verschillen in stijl/aanpak zijn; 7. Voorspelbaar zijn naar jongeren toe: consequent zijn in wat je uitdraagt; 8. Zelfkennis, je eigen kwaliteiten/karakter/stijl kennen en van daaruit geloofwaardigheid uitstralen; 9. Stem onderling af hoe je uitlegt wat je regels en principes zijn; 10. Streng zijn op basis van een vertrouwensband tussen professional/begeleider en jongere; 11. Eerst een veilig klimaat realiseren, daarna jongeren aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid voor hun handelen.
21
2021/686
7. Programmatische uitvoering
2021/686
Uitwerking themalijnen Aan de opgave en uitgangspunten geformuleerd in deze visie willen we verder vorm en inhoud geven in een programma op basis van een drietal inhoudelijke themalijnen. Die themalijnen zijn domeinoverstijgend, daarin zit ook de grootste uitdaging voor de vernieuwde aanpak. De themalijnen worden verder uitgewerkt met betrokken partijen, jongeren en ouders. En beschreven in het nog op te leveren implementatieplan (verwachting Q1 2021). We hebben nu drie themalijnen voor ogen: 1.
Vernieuwde structuur en sturing
2.
Volg het ritme van de dag!
3.
Jeugd en veiligheid
THEMALIJN
1
| Vernieuwde structuur en sturing
Deze eerste themalijn legt de basis. Het brengt de structuur op orde en creëert de randvoorwaarden om inhoudelijk aan de andere twee themalijnen te werken. In deze themalijn komen de volgende punten aan de orde:
•
structuuraanpassingen: vereenvoudigen ‘Zaanse bos’ met behoud van expertise
•
sturingsvraagstuk: versterken opdrachtgeverschap en sturing vanuit de gemeente
•
realiseren escalatiemogelijkheid: stedelijke flexibele brigade opzetten
•
informatiepositie verstevigen
•
regie op uitvoering en samenwerking
•
gezamenlijk pedagogisch kader definiëren
•
participatie jongeren & ouders
23
2021/686
THEMALIJN
2
| Volg het ritme van de dag!
Niet vanuit de systeemwereld redeneren, maar aansluiten bij het ritme van de jongeren en hun gezinnen. Deze themalijn bestaat uit drie onderdelen:
[A] Ontplooiing: kansen benutten en talenten
[B] Jeugd en arbeidsmarkt
[C] Ontmoeten (ontmoetingsplekken voor jongeren)
ontwikkelen
•
•
•
koppeling van het bedrijfsleven en andere
ontmoetingsplekken met openingstijden passend
brede inzet van jongerenwerk en werken met
organisaties met maatschappelijke initiatieven en
jongeren
vraagstukken in de wijken
•
gebruik maken van wat er al is
participatie jongeren & ouders
•
stedelijke activiteitenagenda
•
pionieren met integrale hub rond jongeren
•
talentontwikkeling (definiëren)
•
cultuur en sociaal-artistieke interventies
•
sport
•
werving & inzet rolmodellen
•
aansluiting op PACT Poelenburg Peldersveld & de
•
bij het ritme van de dag
Zaanstad-Noord •
participatie jongeren & ouders
verbreding daarvan •
koppeling aan scholen (bijv. huiswerkbegeleiding in de wijk)
•
balans tussen vraag en aanbod
•
participatie jongeren & ouders
24
2021/686
THEMALIJN
3
| Jeugd en veiligheid
Voor de uitvoering van deze themalijn wordt nauw aangesloten bij de doelstellingen van het projectplan Back on Track in 075 (BOTOC): •
Opzetten persoons- / systeemgerichte aanpak voor risicojongeren
•
Koppeling jongerenwerk met onderwijs
•
Vernieuwde aanpak jeugdoverlast inclusief overlegstructuur
25
2021/686
Nawoord Zaanse jongeren Beste gemeente en partijen die werken met jongeren, Wij hebben jullie gezamenlijke visie gelezen en besproken. Het is een beetje veel tekst, maar we begrijpen het aardig goed. Het Zaanse Bos herkennen wij. Er zijn veel partijen, kleurrijk, divers, maar ook complex. Het kan daardoor heel ingewikkeld zijn om de juiste hulp te vinden. Werken aan vertrouwen is iets ingewikkelds. Het gebeurt ook wel dat er een goede band is met een professional en dat deze dan vertrekt, zonder goede overdracht. Opnieuw beginnen, weer een band opbouwen op basis van vertrouwen, is erg lastig. Het zou ons helpen als er een loket zou zijn voor jeugdzaken, net zoiets als burgerzaken. Het volgen van het ritme van de dag van jongeren en hun gezinnen vinden wij een goed idee. Wel is het zo dat het leven van een 14-jarige er heel anders uitziet dan dat van een 24-jarige. Zij hebben ook andere vragen. Het is goed om daar rekening mee te houden. Het samenpakken van thema’s klinkt ook goed, maar ga dat dan niet alsnog in hokjes indelen. Op straat is het soms ‘overleven’. We maken ons zorgen over wat er allemaal gebeurt. Wij hebben een plek nodig om activiteiten te doen en ons niet te vervelen. Sommige plekken die er nu zijn, zien er niet echt uitnodigend uit en dan gaan we er eigenlijk niet echt naar toe. Op school leren we Nederlands en volgen we andere vakken.
Maar we kijken niet echt naar de toekomst. Wat wil ik later doen? Dat soort dingen - waar je mee te maken krijgt in de toekomst - leer je niet op school. Heel veel dingen moeten we in het leven zelf leren. Een beetje hulp daarbij is fijn. Talent ontwikkelen is echt iets heel slims. Iedereen heeft wel een talent. Dat kan helpen. Als je niet weet wat je wilt, is er nu niet echt begeleiding. Wij hebben dit document op mogen maken. Dat was leuk om te doen! Als u goed heeft gekeken is het misschien opgevallen dat de vormgeving het verhaal vertelt van het Zaanse Bos dat langzaam verandert in een bloeiende bloem. Met een schot in de roos en een opgave uit het hart vallen de tandwieltjes steeds beter in elkaar. We wensen u veel succes en zijn benieuwd naar wat er concreet gaat veranderen. En laat jongeren als ervaringsdeskundigen ook hun verhaal doen bij de uitwerking! De Zaanse jongeren, namens hen de Jongerenadviesraad van Raaz en de Local Heroes (Maatschappelijke DienstTijd)
26
2021/686
Bijlagen
2021/686
Gesproken partijen
Economie
Naleving - Leerplicht
Participatie
Jeugd
Onderwijs
Sport
Jongerenloket
Openbare Orde en Veiligheid
Straattoezicht
Ketenregie
PACT Poelenburg Peldersveld
Wijk- & Relatiemanagement
raadsleden Jeugdteam Zaanstad (GGD, namens alle aanbieders JBRA, YOUZ & Spirit)
28
2021/686
Literatuurlijst
Amsterdam ontwikkelagenda 2019-2022. Sterk en toegankelijk jongerenwerk en straathoekwerk in Amsterdam, 2019.
BOT! Back On Track in 075, september 2020.
De Meere, F., & Stoutjesdijk, F. (2019). Náást de jongeren. De staat van professioneel jongerenwerk in Nederland. Verwey-Jonker Instituut.
Goor, R. van & Wiersma, M (2019). Jongeren in overgang naar volwassenheid centraal. Een pleidooi voor een relationeel opvoedperspectief op professionele ondersteuning. Uit De mens centraal, geen probleem? Hogeschool InHolland.
Integraal beleidskader jeugd - concept ‘Jong zijn in Zaanstad’.
Kaulingfreks, F. & Duijndam, C (2019). Actie-onderzoek Kansrijk Poelenburg/Peldersveld. Hogeschool InHolland.
Licht, H. (2016). Netwerkregie. Scriptum Books.
Metz, J. (2011). Volwassen worden binnen de samenleving. Legitimatie en inhoudsbepaling Amsterdams jongerenwerk nieuwe stijl. Hogeschool van Amsterdam, Lectoraat Youth Spot.
Metz, J. (2014). Heeft talentontwikkeling betekenis voor eigen kracht? (Dis)continuïteit in beleid. Talentontwikkeling en veiligheid. Jeugdbeleid 8, 83.
Metz, J. (2017). Bijdrage jongerenwerk aan transformatie. Jeugdbeleid 11, 235–241.
Nederlands Jeugdinstituut (2020). Dossier Jongerenwerk. Van https://www.nji.nl/nl/Kennis/Dossier/jongerenwerk
OnderzoeksPlein Zaanstad (2020). Van https://zaanstad.incijfers.nl
Sonneveld, J., Metz, J., & Manders, W. (2019). De preventieve kracht van het jongerenwerk. bijdrage aan de transformatiedoelen van de Jeugdwet. Hogeschool van Amsterdam, Lectoraat Youth Spot.
Wiersma, M & Goor, R. van (2020). Kijk niet te ver vooruit met kwetsbare jongeren. Van https://www.socialevraagstukken.nl/kijk-niet-te-ver-vooruit-metkwetsbare-jongeren/
29
2021/686
Slim verbinden: samen meer