CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels bij Bp Aanpak verkeersdruk Thorbeckeweg

Raadsvergadering 25 november 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Bp Aanpak verkeersdruk Thorbeckeweg5.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2021/24755

Regels bij bestemmingplan “Aanpak verkeersdruk Thorbeckeweg (N516)” NL.IMRO.0479.STED3886BP-0301

2021/24755

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan Het bestemmingsplan ‘Aanpak verkeersdruk N516 Gemeente Zaanstad’ met identificatienummer NL.IMRO.0479.STED3886BP van de gemeente Zaanstad. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.6 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.7 Bevi-inrichting Inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.8 culturele voorzieningen Musea, (muziek)theaters, expositieruimten en de naar aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen. 1.9 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.10 detailhandel in volumineuze goederen Detailhandel in goederen van grote omvang, die vanwege de aard en omvang van de goederen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals bouwmarkten, grootschalige meubelbedrijven, keuken-, sanitair- en tegelbedrijven. 1.11 erf Al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en voor zover dit de regels van dit plan deze inrichting niet verbieden.

2021/24755

1.12 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.13 geluidgevoelig object Een geluidgevoelig object als bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder (Bgh), te weten een: a) woning; b) ander geluidsgevoelig gebouw, in artikel 1.2 Bgh uitgelegd als een; 1. onderwijsgebouw; 2. ziekenhuis of verpleeghuis; 3. verzorgingstehuis; 4. psychiatrische inrichting; 5. kinderdagverblijf; c) geluidsgevoelig terrein, in artikel 1.2 Bgh uitgelegd als een; 1. woonwagenstandplaats; 2. ligplaats voor woonschepen. 1.14 geluidzoneringsplichtige inrichting Een inrichting als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht die in belangrijke mate geluidshinder kan veroorzaken. 1.15 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.16 horeca Bedrijfsactiviteiten gericht op: het verstrekken van voedsel en/of dranken met de mogelijkheid deze ter plaatse te nuttigen, het exploiteren van zaalaccommodatie en/of het verstrekken van nachtverblijf. 1.17 huishouden Een persoon of groep personen, die een duurzame, gemeenschappelijke huishouding voer(t)(en) en wil(len) voeren.

Hierbij moet sprake zijn van onderlinge, met een gezinsverband vergelijkbare, verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. kamer(ver)huur wordt hieronder niet begrepen. 1.18 kunstobject Een bouwwerk, geen gebouw zijnde als uitingen van één der beeldende kunsten. 1.19 nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.20 speelvoorzieningen

2021/24755

Voorzieningen bedoeld voor kinderen om mee te spelen, zoals een schommel, glijbaan, wipwap, zandbak of speelweide. 1.21 verblijfsgebieden Gebieden waar het doen van verplaatsingen bij het gebruik van de weg of het plein ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie, zoals bijvoorbeeld de inrichting van de openbare ruimte die uitnodigt om in het gebied te verblijven. 1.22 verkeersvoorzieningen Gronden en bouwwerken die als verkeersruimte gebruikt worden zoals rijwegen, parkeervoorzieningen, fiets- en voetpaden en bermen. 1.23 wonen Gehuisvest zijn en duurzaam verblijven in een woning. 1.24 woning Een complex van ruimten bedoeld voor de huisvesting van één huishouden.

Artikel 2 Wijze van meten 2.1 bouwhoogte De bouwhoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van het bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2 breedte De breedte van een bijbehorend bouwwerk wordt gemeten over de zijde die het dichtst bij de voorgevel van het hoofdgebouw ligt. 2.3 goothoogte De goothoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4 oppervlakte 2.4.1 oppervlakte van een bouwwerk De oppervlakte van een bouwwerk wordt gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.4.2 oppervlakte van een activiteit De oppervlakte van een activiteit is de totale vloeroppervlakte van ruimten die ten dienste staan van die activiteit, met inbegrip van daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren.

2021/24755

2.5 peil Voor het vaststellen van het peil gelden de volgende regels en uitzonderingen: a) het peil is de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; b) indien de hoofdtoegang van een bouwwerk direct aan één weg grenst, dan is de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang het peil; c) indien een perceel direct grenst aan meerdere wegen, dan is de hoogte van de laagste weg het peil; d) indien een bouwwerk op of in een dijk is gebouwd, dan is de hoogte van de kruin van de dijk ter hoogte van de hoofdtoegang het peil; e) indien een bouwwerk op of in het water is gebouwd, dan is de waterlijn het peil; f) indien een bijbehorend bouwwerk geen aan- of uitbouw van het hoofdgebouw is, dan is het peil van dat bijbehorend bouwwerk de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 2.6 straatprofiel De verticale doorsnede van een straat, gemeten van gevel tot gevel. 2.7 voorgevelrooilijn Indien de voorgevelrooilijn niet op de verbeelding is aangegeven met een bouwaanduiding, dan wordt het volgende als de voorgevelrooilijn gezien: een lijn die evenwijdig aan de as van de weg, langs een wegzijde met een regelmatig ligging van de voorgevel van de bestaande bebouwing is gelegen, die zoveel mogelijk aansluit aan de voorgevels van de bestaande bebouwing en zoveel mogelijk overeenkomstig de richting van de weg loopt.

2021/24755

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijf - brandstofverkooppunt 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - brandstofverkooppunt' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a) b) c) d)

brandstofverkoop; wasboxen voor voertuigen detailhandel; horeca.

met daar aan ondergeschikt: e) f) g) h)

erven; reclameobjecten; verkeersvoorzieningen; oplaadmogelijkheden elektrische voertuigen.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen a) Op deze gronden mag uitsluitend gebouwd worden ten dienste van: 1. de functie(s) zoals omschreven in lid 3.1; 2. het specifiek toegestane gebruik zoals omschreven in lid 3.3; 3. het algemeen toegestane gebruik zoals omschreven in artikel 12. b) Voor het bouwen gelden de algemene bouwregels zoals opgenomen in artikel 11, aangevuld met de volgende specifieke bouwregels. 3.2.2 Gebouwen Het is toegestaan gebouwen te bouwen, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a) een gebouw mag alleen binnen een bouwvlak worden gebouwd; b) de maximale bouwhoogte voor een gebouw bedraagt 4,0 meter; c) de maximale bouwhoogte voor een overkapping bedraagt 6,0 meter. 3.2.3 Erfafscheidingen In afwijking van het overige bepaalde in dit artikel, gelden voor het bouwen van erfafscheidingen alleen de volgende regels: a. een erfafscheiding mag niet hoger zijn dan 2,5 meter. 3.2.4 Overige bouwwerken In aanvulling op het overige bepaalde in dit artikel, gelden voor het bouwen van overige bouwwerken die niet genoemd zijn in de andere bouwregels van dit artikel de volgende regels: a) het bouwwerk mag geen gebouw zijn; b) de bouwhoogte van het bouwwerk mag niet hoger zijn dan 3 meter. 3.3 Specifieke gebruiksregels

2021/24755

3.3.1 Algemeen a) Gronden en panden binnen deze bestemming mogen uitsluitend gebruikt worden overeenkomstig de functie(s) zoals omschreven in lid 3.1. b) Voor het gebruik gelden de algemene gebruiksregels zoals opgenomen in artikel 12, aangevuld met de volgende specifieke gebruiksregels. 3.3.2 Brandstofverkoop In aanvulling op het overige bepaalde in dit artikel, gelden voor het gebruik van panden en gronden ten behoeve van brandstofverkoop ook de volgende regels: a) Opslag en aflevering van LPG, LNG of H2 is niet toegestaan; 3.3.3 Detailhandel In aanvulling op het overige bepaalde in dit artikel, gelden voor het gebruik van panden en gronden ten behoeve van detailhandel ook de volgende regels a) de detailhandel mag niet de hoofdactiviteit zijn van een bedrijf of voorziening; b) de detailhandel moet direct gerelateerd zijn aan de hoofdactiviteit van een bedrijf of voorziening; c) de oppervlakte van de detailhandelsactiviteiten mag niet groter zijn dan 20% van het totale oppervlakte van een bedrijf of voorziening, met een maximum van 250m2; d) detailhandel in de vorm van een supermarkt is niet toegestaan; e) detailhandel in volumineuze goederen is niet toegestaan.

3.3.4 Horeca In aanvulling op het overige bepaalde in dit artikel, gelden voor het gebruik van panden en gronden ten behoeve van horeca ook de volgende regels: a) de horeca mag niet de hoofdactiviteit van een bedrijf of voorziening zijn; b) de horeca moet direct gerelateerd zijn aan de hoofdactiviteit van een bedrijf of voorziening; c) de openingstijden van de horeca mogen niet ruimer zijn dan de openingstijden van de hoofdactiviteit; d) de horeca mag alleen bereikbaar zijn via de ingangen behorend bij de hoofdactiviteit; e) de horeca is niet toegestaan op een terras aan of op openbaar gebied; f) de oppervlakte van de horeca-activiteiten mag niet groter zijn dan 25% van het totale oppervlakte van een bedrijf of voorziening, met een maximum van 300m2; g) horeca in de vorm van een hotel is niet toegestaan.

3.4 Afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 3.3.2 sub a, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a) met onderzoek naar en berekening van het individueel- en groepsrisco als gevolg van opslag en verkoop van andere brandstoffen wordt aangetoond dat deze risico’s binnen de normering van de geldende wet- en regelgeving is toegestaan; b) er door berekende veiligheidcontouren geen belemmeringen voor het gebruik van naastgelegen percelen optreden.

2021/24755

Artikel 4 Groen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a) groenvoorzieningen; met daar aan ondergeschikt: b) fiets- en voetpaden; c) watergangen met daarin gelegen duikers, dammen en bruggen; d) semiverharding voor incidenteel opstellen onderhoudsvoertuigen.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen a) Op deze gronden mag uitsluitend gebouwd worden ten dienste van: 1. de functie(s) zoals omschreven in lid 4.1; 2. het algemeen toegestane gebruik zoals omschreven in artikel 12. b) Voor het bouwen gelden de algemene bouwregels zoals opgenomen in artikel 11, aangevuld met de volgende specifieke bouwregels. 4.2.2 Kunstobjecten In afwijking van het overige bepaalde in dit artikel, gelden voor het bouwen van kunstobjecten alleen de volgende regels: a) de bouwhoogte van een kunstobject mag niet hoger zijn dan 5 meter.

4.2.3 Overige bouwwerken In aanvulling op het overige bepaalde in dit artikel, gelden voor het bouwen van overige bouwwerken die niet genoemd zijn in de andere bouwregels van dit artikel de volgende regels: a) het bouwwerk mag geen gebouw zijn; b) de bouwhoogte van het bouwwerk mag niet hoger zijn dan 3 meter. 4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Algemeen a) Gronden en panden binnen deze bestemming mogen uitsluitend gebruikt worden overeenkomstig de functie(s) zoals omschreven in lid 4.1. b) Voor het gebruik gelden de algemene gebruiksregels zoals opgenomen in artikel 12.

2021/24755

4.3.2 Uitsluiting algemene gebruiksregels In afwijking van het bepaalde in lid 12.2, is het niet toegestaan gronden en panden te gebruiken ten behoeve van: a) laad- en losvoorzieningen; b) manoeuvreerruimtes; c) parkeervoorzieningen.

Artikel 5 Verkeer 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a) b) c) d) e) f) g) h) i)

laad- en losvoorzieningen; manoeuvreerruimtes; parkeervoorzieningen; reclameobjecten; verkeersvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer; watergangen met daarin gelegen duikers, dammen en bruggen; ter plaatse van de functieaanduiding 'brug', tevens voor een brug; ter plaatse van de functieaanduiding 'onderdoorgang', tevens voor een onderdoorgang.

5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen a) Op deze gronden mag uitsluitend gebouwd worden ten dienste van: 1. de functie(s) zoals omschreven in lid 5.1; 2. het specifiek toegestane gebruik zoals omschreven in lid 5.3; 3. het algemeen toegestane gebruik zoals omschreven in artikel 12. b) Voor het bouwen gelden de algemene bouwregels zoals opgenomen in artikel 11, aangevuld met de volgende specifieke bouwregels. 5.2.2 Erfafscheidingen In afwijking van het overige bepaalde in dit artikel, gelden voor het bouwen van erfafscheidingen alleen de volgende regels: a) een erfafscheiding mag niet hoger zijn dan 2 meter. 5.2.3 Kunstobjecten In afwijking van het overige bepaalde in dit artikel, gelden voor het bouwen van kunstobjecten alleen de volgende regels: a) de bouwhoogte van een kunstobject mag niet hoger zijn dan 5 meter. 5.2.4 Overige bouwwerken

2021/24755

In aanvulling op het overige bepaalde in dit artikel, gelden voor het bouwen van overige bouwwerken die niet genoemd zijn in de andere bouwregels van dit artikel de volgende regels: a) het bouwwerk mag geen gebouw zijn; b) de bouwhoogte van het bouwwerk mag niet hoger zijn dan 3 meter.

5.3 Specifieke gebruiksregels 5.3.1 Algemeen a) Gronden en panden binnen deze bestemming mogen uitsluitend gebruikt worden overeenkomstig de functie(s) zoals omschreven in lid 5.1. b) Voor het gebruik gelden de algemene gebruiksregels zoals opgenomen in artikel 12.

Artikel 6 Water 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a) water; b) waterhuishoudkundige voorzieningen; met daar aan ondergeschikt: c) kaden; d) oeverstroken.

6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen a) Op deze gronden mag uitsluitend gebouwd worden ten dienste van: 1. de functie(s) zoals omschreven in lid 6.1; 2. het specifiek toegestane gebruik zoals omschreven in lid 6.3; 3. het algemeen toegestane gebruik zoals omschreven in artikel 12. b) Voor het bouwen gelden de algemene bouwregels zoals opgenomen in artikel 11, aangevuld met de volgende specifieke bouwregels. 6.2.2 Gebouwen Het is niet toegestaan gebouwen te bouwen. 6.2.3 Kunstobjecten In afwijking van het overige bepaalde in dit artikel, gelden voor het bouwen van kunstobjecten alleen de volgende regels: a) de bouwhoogte van een kunstobject mag niet hoger zijn dan 5 meter.

2021/24755

6.2.4 Overige bouwwerken In aanvulling op het overige bepaalde in dit artikel, gelden voor het bouwen van overige bouwwerken die niet genoemd zijn in de andere bouwregels van dit artikel de volgende regels: a) het bouwwerk mag geen gebouw zijn; b) de bouwhoogte van het bouwwerk mag niet hoger zijn dan 5 meter. 6.3 Specifieke gebruiksregels 6.3.1 Algemeen a) Gronden en panden binnen deze bestemming mogen uitsluitend gebruikt worden overeenkomstig de functie(s) zoals omschreven in lid 6.1. b) Voor het gebruik gelden de algemene gebruiksregels zoals opgenomen in artikel 12. 6.3.2 Woonschepen Het is niet toegestaan gronden te gebruiken voor het aan- en afmeren en/of afgemeerd houden van woonschepen.

Artikel 7 Leiding – Riool 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Riool (dubbelbestemming)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a) b)

de instandhouding en de bescherming van rioolleidingen; en overige voorzieningen ten behoeve van deze bestemming.

7.2 Bouwregels Op en onder de in lid 7.1 genoemde gronden zijn uitsluitend toegestaan bouwwerken ten dienste van de leidingen. 7.3 Afwijken van de bouwregels 7.3.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 7.2 en toestaan dat bouwwerken ten behoeve de op deze gronden liggende primaire bestemmingen worden gebouwd. Bij het bouwen zijn de regels van de betreffende primaire bestemming van toepassing. 7.3.2 Voorwaarden Burgemeester en wethouders toetsen bij de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid genoemd in lid 7.3.1 of geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de leiding. Voorts dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

2021/24755

7.4.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: a) het ophogen van de bodem met meer dan 50 centimeter; b) het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c) het aanleggen en verbreden van sloten, vijvers en andere wateren; d) het verlagen of het verhogen van het waterpeil; e) het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; f) het bebossen van gronden die op het tijdstip van het kracht worden van dit plan niet als bosgrond kunnen worden aangemerkt; g) het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd; h) het aanleggen van bos of boomgaard; i) het scheuren van grasland; j) het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 50 centimeter, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen. 7.4.2 Uitzondering a) b) c) d)

Het in lid 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; noodzakelijk zijn voor het aansluiten van bouwwerken op het net van openbare, nutsvoorzieningen.

7.4.3 Voorwaarden voor verlening De in lid 7.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de leidingen en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. Artikel 8 Waarde - Archeologie 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de behoud en bescherming van archeologische waarden. Voor zover de dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen, gelden: a) in de eerste plaats de bepalingen van artikel 9 Waterstaat - Waterkering (dubbelbestemming); b) in de tweede plaats de bepalingen van artikel 8 Waarde - Archeologie (dubbelbestemming). 8.2 Bouwregels 8.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor de bouw van bouwwerken geldt, in aanvulling op de andere bouwregels die gelden voor deze gronden, dat door de aanvrager een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) moet worden overgelegd waarin:

2021/24755

a) de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b) in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 8.2.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in lid 8.2.1 genoemde rapport blijkt dat archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a) de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b) de verplichting tot het doen van opgravingen, die voldoen aan bij de vergunning te stellen kwalificaties; c) de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties. 8.2.3 Uitzonderingen a) Het bepaalde in lid 8.2.1 en 8.2.2 is niet van toepassing op bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 50 m² of die niet dieper gaan dan 70 cm onder peil. b) Bij het bouwen van de in lid a bedoelde bouwwerken zijn de regels van de betreffende primaire bestemming onverminderd van toepassing.

8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Vergunningplichtige werken en werkzaamheden Voor het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig: a) het ophogen van de bodem met meer dan 50 centimeter; b) het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c) het aanleggen en verbreden van sloten, vijvers en andere wateren; d) het verlagen of het verhogen van het waterpeil; e) het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; f) het bebossen van gronden die op het tijdstip van het kracht worden van dit plan niet als bosgrond kunnen worden aangemerkt; g) het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen. 8.3.2 Onderzoeksplicht Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat door de aanvrager een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) is overgelegd waarin:

2021/24755

a) de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b) in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 8.3.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 8.3.4 Beoordelingscriteria Alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend moet er ten behoeve van de beoordeling van het rapport advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige. 8.3.5 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien uit de in lid 8.3.2 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden verbonden zijn aan de omgevingsvergunning: a) de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b) de verplichting tot het doen van opgravingen, die voldoen aan bij de vergunning te stellen kwalificaties; c) de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.

8.3.6 Uitzonderingen Het bepaalde onder 8.3.1 is niet van toepassing voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden die: a) het normale onderhoud betreffen, of; b) reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c) in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, moeten worden verricht door een daartoe bevoegde instantie; d) een oppervlakte beslaan kleiner dan 50 m² of die niet dieper gaan dan 70 cm onder peil

Artikel 9 Waterstaat - Waterkering 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a) dijklichaam; b) water met een functie voor de waterhuishouding, waterberging, waterlopen, waterhuishoudkundige werken en waterstaatkundige werken; met de daarbij behorende:

2021/24755

c) d) e) f)

oeverstroken, oevervoorzieningen, kaden en andere vormen van oeververdedigingswerken; bruggen, dammen, taluds, duikers en steigers; nutsvoorzieningen; en overige voorzieningen ten behoeve van deze bestemming.

Voor zover de dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen, gelden: a) in de eerste plaats de bepalingen van artikel 9 Waterstaat - Waterkering (dubbelbestemming); b) in de tweede plaats de bepalingen van artikel 8 Waarde - Archeologie (dubbelbestemming). 9.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de andere bestemmingen die gelden voor deze gronden is het ook toegestaan om bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen ten dienste van de in lid 9.1 genoemde functies, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a) een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mag niet hoger zijn dan 5 meter; b) een erfafscheiding mag niet hoger zijn dan 2,5 meter.

9.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.3.1 Algemeen Voor het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig: a) het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; b) het aanleggen en/of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, met een oppervlakte van meer dan 800 m²; c) het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en opgaande beplanting; d) het graven, dempen, verbreden of verdiepen van waterlopen, waterpartijen en andere wateren; e) het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse energie-, transport- en/of communicatieleidingen; f) het verwijderen van bomen, houtgewas, de verwijdering van bodemvegetaties, riet en andere oevervegetatie; g) het aanbrengen van oeverbeschoeiingen of aanleggelegenheden. 9.3.2 Uitzondering Het bepaalde in lid 9.3.1 is niet van toepassing op: a) het normale onderhoud van de gronden; b) werken en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van vaststelling van dit plan; c) werken en werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het aansluiten van bouwwerken op het net van openbare, nutsvoorzieningen.

9.3.3 Voorwaarden voor verlening Een omgevingsvergunning voor de in lid 9.3.1 genoemde werken en werkzaamheden kan alleen worden verleend, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a) er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de belangen van de waterkering;

2021/24755

b) vooraf moet schriftelijk advies zijn ingewonnen bij de waterbeheerder.

2021/24755

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 11 Algemene bouwregels 11.1 Parkeren Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw geldt dat: a) voldoende parkeervoorzieningen voor auto's en fietsen worden gerealiseerd op de betreffende locatie of in de directe omgeving daarvan in of buiten het plangebied; b) voldoende betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de “Uitvoeringsnota Parkeren Zaanstad 2016” en; c) indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, herzien of vervangen rekening wordt gehouden met de wijziging, herziening of vervangende beleidsregels. 11.2 Duikers en bruggen boven water Het is toegestaan duikers en bruggen boven water te bouwen, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a) de bouwhoogte van een brug of duiker mag niet hoger zijn dan 5 meter; b) de doorvaarthoogte van een brug mag niet minder zijn dan 1,20 meter; c) de doorvaartbreedte van een brug mag niet minder zijn dan 2,50 meter.

11.3 Gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen of waterhuishoudkundige voorzieningen Het is toegestaan te bouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen of waterhuishoudkundige voorzieningen, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a) de bouwhoogte van een gebouw mag niet hoger zijn dan 4 meter; b) de oppervlakteoppervlakte van een gebouw mag niet meer dan 15 m2.

Artikel 12 Algemene gebruiksregels 12.1 Strijdig gebruik a) Tenzij in de bestemmingsregels nadrukkelijk anders is bepaald, is het niet toegestaan gronden en panden te gebruiken, laten gebruiken of in gebruik geven ten behoeve van: 1. seksinrichtingen; 2. Bevi-inrichtingen; 3. de productie, opslag of verkoop van vuurwerk; 4. geluidzoneringsplichtige inrichtingen; 5. opslag anders dan ter plaatse noodzakelijk ten behoeve van de bestemming; 6. het storten van puin en afvalstoffen; 7. opslag van aan het oorspronkelijke gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen; 8. een permanente standplaats voor kampeermiddelen;

2021/24755

9. het voortdurend afgemeerd houden van woonschepen, woonarken of anderszins vaartuigen die zijn bestemd voor het wonen of het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten danwel daarvoor worden gebruikt. b) Het is niet toegestaan een bestaande woning te veranderen in, om te zetten tot en/of te vergroten tot twee of meer zelfstandige woningen. 12.2 Toegestaan ondergeschikt gebruik Het is toegestaan gronden en panden te gebruiken ten behoeve van de volgende functies, mits deze functies ondergeschikt zijn aan het ter plaatse geldende hoofdgebruik zoals opgenomen in de bestemmingsregels: a) b) c) d) e) f) g) h) i) j) k) l)

duikers en bruggen boven water; groenvoorzieningen; laad- en losvoorzieningen; manoeuvreerruimtes; nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; perceelsontsluitingen; speelvoorzieningen; verblijfsgebieden; voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens; water; waterhuishoudkundige voorzieningen.

Artikel 13 Voorwaardelijke verplichting ecologie 13.1 Beperking Ter plaatse van de ‘overige zone – voorwaardelijke verplichting’ geldt dat: a) het amoveren, verwijderen en oprichten van gebouwen en van bouwwerken geen gebouw zijnde, en b) het verwijderen of verplaatsen van houtopstanden, slechts is toegestaan indien uit ecologisch onderzoek is gebleken dat er geen aantasting plaats vindt van: a) kraamverblijven van vleermuizen; b) essentiële vliegroutes van vleermuizen; c) essentiële foerageergebieden van vleermuizen. 13.2 Vrijstelling beperking De beperking uit lid 13.1 is niet van toepassing indien de werkzaamheden worden uitgevoerd overeenkomstig een daartoe verleende ontheffing krachtens de Wet Natuurbescherming of diens opvolger(s).

Artikel 14 Algemene afwijkingsregels 14.1 Afwijking algemeen

2021/24755

Indien niet op grond van een andere bepaling van deze planregels een omgevingsvergunning kan worden verleend, dan kan bij omgevingsvergunning worden toegestaan dat: a) gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en elektriciteitsvoorzieningen met een maximum bouwhoogte van 5 meter, en een maximale brutovloeroppervlak van 30 m² worden gebouwd; b) wordt afgeweken van de in de planregels voorgeschreven maten, afmetingen, percentages met maximaal 10%; c) wordt afgeweken van de op de verbeelding aangegeven bestemmingsgrenzen en aanduidingen; d) bouwwerken ten behoeve van vlucht- en/of noodtrappen worden gebouwd; mits voldaan wordt aan de volgende regels: e) de afwijking in het belang is van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; f) slechts in geringe mate wordt afgeweken van de bestemmingsgrenzen en aanduidingen, met een maximum van 2 meter.

14.2 Afwijking ten behoeve van wegen Indien niet op grond van een andere bepaling van deze planregels een omgevingsvergunning kan worden verleend, dan kan bij omgevingsvergunning worden toegestaan dat wegen of de aansluiting van wegen in geringe mate buiten de bestemmingsgrens of aanduiding worden gerealiseerd, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a) de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit hier aanleiding toe geven; b) de leefkwaliteit ter plaatse van nabijgelegen geluidgevoelig objecten aanvaardbaar blijft.

2021/24755

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 15 Overgangsrecht 15.1 bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a) gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b) na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2 gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Artikel 16 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: regels van het bestemmingsplan ‘Aanpak verkeersdruk Thorbeckeweg (N516)’ van de gemeente Zaanstad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10711072/1