Reactie PoA
Tekst van het document
2021/6259
Havenbedrijf Amsterdam NV Postbus 19406 1000 GK Amsterdam Bezoekadres De Ruijterkade 7 1013 AA Amsterdam Telefoon: 020 - 523 45 00 info@portofamsterdam.com www.portofamsterdam.com KvK nr.: NL 57398879
Hembrug Zaandam B.V. T.a.v. Sabine Renders Verloren Spoor 1 1505 RD Zaandam
Datum: Ons kenmerk:
19 november 2020 R&M/LP/20/05897
IBAN: NL93 RABO 0385 2656 97 BIC: RABONL2U BTW nr.: NL 8525.63.528. B01
Behandeld door: Lennart Pompe Telefoon:
06-10349394 lennart.pompe@portofamsterdam.com
Uw kenmerk:
E-mail:
Onderwerp:
Schriftelijke reactie PoA op masterplan Hembrug
Geachte mevrouw Renders,
De afgelopen maanden zijn gemeente Zaanstad, bedrijven, ORAM en Port of Amsterdam op infinitief van Hembrug Zaandam B.V. met elkaar in gesprek gegaan over het concept-masterplan en de beoogde aanpak voor de ontwikkeling van het Hembrugterrein. Om het totstandkomingstraject van het masterplan af te ronden zijn de partijen verzocht een schriftelijke reactie te geven. Deze brief geeft daar invulling aan als toevoeging op hetgeen besproken is tijdens de bijeenkomsten. Herstart ontwikkeling Hembrug In februari 2020 presenteerden Hembrug Zaandam B.V. en de gemeente Zaanstad de eerste ideeën over het herstelproces voor het Hembrugterrein (na de vernietiging van het omgevingsplan). Een van de overwegingen is om het gebied op te delen (lees: faseren) zodat een deelgebied alvast kan worden uitgewerkt en voor een meer gevoelig deelgebied tijd genomen kan worden voor het dialoog en meer in detail gaan over de planvorming met een aantal stakeholders. Om de samenhang te bewaken is dit masterplan opgesteld en in augustus gedeeld met belanghebbenden. Het masterplan voor Hembrug beschrijft in hoofdlijnen de beoogde herontwikkeling van het terrein in onder meer ruimtelijke, landschappelijke en programmatische zin.
Het masterplan wordt onderdeel van de kaderstelleden documenten zoals deze in het verleden zijn vastgesteld door gemeente Zaanstad en fungeert als basis voor onder andere het stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan. Zoals bekend heeft Port of Amsterdam grote belangstelling voor de ontwikkeling op het Hembrugterrein. Daarom hebben wij met veel interesse kennisgenomen van het masterplan en hebben wij deelgenomen aan de recente bijeenkomsten. We willen onze waardering uitspreken voor het initiëren van deze overleggen en het betrekken van de belanghebbende partijen. Dit is een goede stap in de richting van een constructieve samenwerking en een gedragen eindresultaat. Het is daarnaast duidelijk geworden dat vertrouwen en transparantie constant de aandacht verdienen als we het participatietraject goed willen doorlopen. Reactie op masterplan In eerste instantie is voor ons van primair belang dat de continuïteit van de huidige bedrijven en het behoud
2021/6259 19 november 2020 Kenmerk R&M/LP/20/05897 Pagina 2 van 2
van de bestaande en toekomstige milieuruimte geborgd is. Het Amsterdamse havengebied staat, net als het Hembrugterrein, voor een grote transformatie. De haven speelt een belangrijke rol in de realisatie van de energietransitie en de circulaire economie en het faciliteren van de verstedelijkingsopgaven in de gemeente Amsterdam en Zaanstad. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken is de beschikbare fysieke en milieuruimte hard nodig. De ontwikkelingen aan beider zijden dienen rekening te houden met het belang van elkaars opgaven. In het masterplan wordt overwogen om het gebied op te delen. Betreft deze tweedeling en fasering merken wij het volgende op: • Wij kunnen deze keuze in beginsel volgen zolang dit geen negatieve consequenties heeft voor de continuïteit van de huidige bedrijven en het behoud van de bestaande en toekomstige milieuruimte. Of deze tweedeling mogelijk is, en zo ja waar de begrenzing van het noordelijk en zuidelijk gedeelte ligt, is afhankelijk van de relevante milieucontouren. In het masterplan wordt nu alleen van geluid uitgegaan, maar ook stof, geur en externe veiligheid zijn relevant. Uit de (deels nog te organiseren) werksessies moet de exacte begrenzing tussen het noordelijk en zuidelijk deel blijken.
• In het geval de daadwerkelijk ontwikkelde hoeveelheid woonprogramma op het noordelijk deel tegenvalt mag dit onzes inziens niet van invloed zijn op het woonprogramma van het zuidelijk deel. De twee delen fungeren dus niet als communicerende vaten. Ook mag het opsplitsen wat ons betreft geen middel zijn om in een later stadium de Zeehavennorm alsnog toe te passen. Daarnaast worden in de verschillende thematische uitwerkingen in het masterplan details en hoofdlijnen met elkaar vervlochten. Zo zijn op verschillende kaarten al indicaties van nieuwe bouwvelden en hoogteaccenten aangegeven en staat dat het woonprogramma hoofdzakelijk in de nieuwbouw gerealiseerd wordt. Tegelijkertijd blijft de exacte verdeling van het programma nog abstract en worden de milieucontouren als belangrijke ontwerpparameters gesteld die voorwaardelijk zijn voor inrichting, ontwerp en functie van gebouwen. Hierdoor is het op dit moment niet duidelijk welke keuzes onderdeel zijn van dit masterplan, en welke keuzes in een later stadium aan bod komen. Zo weten wij niet wanneer we onze ideeën en zorgen kunnen inbrengen. Vervolg Tot slot willen we benadrukken dat wij graag betrokken worden bij de totstandkoming van de verschillende deeluitwerkingen. Wij denken graag mee om de inhoudelijke kennis en onze belangen goed in te brengen. Daarnaast willen wij graag bijdragen aan het vertrouwen en transparantie.
Hoewel we met onze deelname aan het participatietraject ons zullen committeren aan het proces, geldt dat op niet voorhand niet voor het eindresultaat. Wij zien een constructieve samenwerking wel als de basis voor een duurzame relatie. Tijdens de afgelopen bijeenkomsten is aangegeven dat het masterplan ter goedkeuring aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. De overweging om het gebied op te delen kunnen wij volgen onder de voorwaarden dat 1) een procesplanning inclusief (formele) reactiemomenten en bestuurlijke besluitvorming op voorhand inzichtelijk zijn en 2) de exacte begrenzing tussen het noordelijk en zuidelijk deel moet blijken uit de (nog te organiseren) inhoudelijke werksessies.
Met vriendelijke groet,
Raymond Dubos Hoofd Ruimte & Milieu