CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Voorstel oprichting stichting ten behoeve van een stedelijk jeugdteam in Zaanstad

Raadsvergadering 18 februari 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Voorstel oprichting stichting t.b.v. Stedelijk jeugdteam Zaanstad6.541 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2021/1150

Raadsvoorstel en besluitnota Onderwerp Voorstel oprichting stichting ten behoeve van een stedelijk jeugdteam in Zaanstad Gevraagd besluit 1. Een positieve zienswijze te geven op het oprichten van een, volledig onder de verantwoording van de Gemeente Zaanstad vallende, stichting voor de uitvoering van de werkzaamheden van een stedelijk jeugdteam. Overwegende dat: a. er in het advies ‘Doorontwikkeling jeugdhulp vanaf 2020’ is besloten, de opdracht voor de uitvoering van het stedelijk jeugdteam bij één organisatie neer te leggen; b. er afwegingen zijn gemaakt aan de hand van een aantal vragen om de best passende uitvoeringsvorm te kiezen; c. het uitvoeren van de werkzaamheden van de jeugdteams in een stichting per 2022 is afgestemd met de huidige uitvoerende partijen en zij zich hier in kunnen vinden; d. de stichting voor de nieuwe opdracht alle werknemers van de huidige aanbieders wil overnemen die voor het uitvoeren van de opdracht nodig zijn, conform de geldende cao voor jeugdzorg; e. de benodigde middelen voor de stichting vanaf 2022 en de extra gemeentelijke capaciteit voor het vervullen van de rol als faciliterende opdrachtgever blijft binnen het bestaande budget voor de jeugdteams. Geheimhouding op grond van de Gemeentewet Openbaar Kernverhaal Gemeente Zaanstad wil per 1 januari 2022 de uitvoering van het jeugdteam onderbrengen in een stichting.

Dan lopen de contracten af met de huidige vier aanbieders van het jeugdteam. Eerdere evaluaties hebben de criteria opgeleverd om een goede afweging te kunnen maken voor de beste vorm. De beslissing om één partij de uitvoering van de jeugdhulp te laten doen, is al eerder genomen. De vraag was echter hoe tot een keuze voor deze ene partij moest worden gekomen. Gewogen keuze De gemeente heeft uit drie mogelijkheden gekozen: aanbesteden, zelf doen of gecontroleerde uitvoering (onderbrengen in een door de gemeente gecontroleerde entiteit). De gecontroleerde uitvoering kwam daarbij als beste uit de bus. Het zelf uitvoeren van de werkzaamheden door de gemeente kwam als tweede uit de afweging. Door het brede takenpakket, inclusief het zelf uitvoeren van zeer specialistische jeugdzorgwerkzaamheden, waarvoor we de kennis en expertise niet in huis hebben, en de bijbehorende administratieve belasting, is dit niet gekozen. Dit voornamelijk omdat het risico dat de kosten dan te hoog blijven daarbij te groot is. De optie aanbesteden kwam als derde uit de afweging. Het voeren van regie, de continuïteit van dienstverlening en werkgelegenheid en het sturen op beleidsbeslissingen scoorden bij deze optie veel minder dan bij de andere twee opties. Beste rechtsvorm voor realiseren ambities Na de keuze voor gecontroleerde uitvoering, is bekeken welke rechtsvorm het best passend is.

Daarbij is gekozen voor een stichting. Het ideële karakter van een stichting, in combinatie met de structuur van een stichting (met bestuur, raad van toezicht en een uitvoerende directie) maakt dat deze beter aansluit bij de wensen en doelstellingen van de gemeente dan het enige voorhanden alternatief: de besloten vennootschap. Volgende stap in de transformatie Met de vorming van de stichting zetten we in op een robuuste eerstelijns organisatie. Die stevig kan acteren richting de gespecialiseerde jeugdhulp en een belangrijke samenwerkingspartner wordt voor het onderwijs, de Sociale wijkteams, Centrum Jong, GI’s,

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/1150

2/15

gemeente Zaanstad

specialistische jeugdhulp huisartsen en andere relevante partners in de wijk. De gemeente heeft meer mogelijkheden om te sturen, omdat de stichting onder de gemeente valt. We hebben niet meer te maken met nieuwe aanbestedingen en verschillende aanbieders. Daarmee behouden we deskundigheid, opgebouwde netwerken en medewerkers Met deze stabiele organisatie samen is de gemeente beter in staat om vanuit de regierol die zij heeft, de transformatie beter vorm te geven. Tevens kan de gemeente meer invloed uitoefenen de uitvoering. Dat is nodig om de alsmaar oplopende kosten in de jeugdhulp te beheersen. Ook helpt het aansluiting te houden bij de regionale inkoopstrategie specialistische jeugdhulp, waarin de lokale teams (jeugdteams) een grotere rol krijgen in de toegang naar en regie op jeugdhulp. Advies KPMG Na de keuze voor een stichting is KPMG gevraagd om, in het licht van de te behalen inhoudelijke en financiële doelen, een advies te geven over hoe de stichting ingericht kan worden en hoe de gemeente haar rol naar de stichting zo goed mogelijk kan invullen. KPMG adviseert de gemeente om te kiezen voor een rol waarbij de gemeente opdrachtgever en toezichthouder is, waarbij de gemeente in de beginfase een belangrijke faciliterende rol vervult.

Gemeenteraad De raad kan een zienswijze geven aan het college ten aanzien van het oprichten van een stichting, waarna we werken aan een soepele overgang. Samen met het huidige Jeugdteam Ten behoeve van die overgang werken we samen met het bestuur en de managers van de huidige aanbieders van het Jeugdteam. In het licht van continuïteit is een soepele overgang immers belangrijk. Jeugdigen en gezinnen die nu hulp krijgen van het Jeugdteam moeten er zo min mogelijk hinder van ondervinden. Voor het opstellen van de opdracht voor de stichting betrekken we ook andere partners in de keten, zoals Centrum Jong, Sociale Wijkteams en Gecertificeerde instellingen, ervaringsdeskundige ouders en jeugdigen. De uitgangspunten van de opdracht voor het stedelijk jeugdteam worden ook nog voor een zienswijze voorgelegd aan de raad. Aanleiding In 2018 en 2019 heeft een evaluatie van de jeugdhulp (jeugdteams) plaatsgevonden met partners, cliënten en ervaringsdeskundigen en onderzoeken AEF en KPMG. De resultaten uit de evaluatie en het onderzoek zijn vertaald in een aantal uitgangspunten voor de volgende stappen in de doorontwikkeling:  Van specialistische naar meer preventieve hulp.  Beter toegankelijke hulp- en ondersteuning op vindplekken.  Versterking samenwerking en rolinvulling partners en gemeente.  Organisatorische vormen voor inrichten van de keten Jeugd.

 Financiële sturing binnen begroting van de gemeente. Hieruit is de Visie “Doorontwikkeling jeugdhulp vanaf 2020” voortgekomen, die in maart 2019 door het college is vastgesteld na een positieve zienswijze van de raad. In juni 2019 zijn de vier gecontracteerde aanbieders van de jeugdteams schriftelijk geïnformeerd, dat de gemeente gebruik maakt van de laatste mogelijkheid van verlenging van de overeenkomst. Deze verlenging is ingegaan op 1 januari 2020 en loopt af op 31 december 2021. Gelet op het beëindigen van de looptijd van de huidige overeenkomsten, en de gekozen richting zoals is opgenomen in het ‘Advies doorontwikkeling jeugdhulp 2020’ is nagedacht over de wijze van taakuitvoering in de toekomst. Dit is niet alleen noodzaak, het biedt ook een

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/1150

3/15

gemeente Zaanstad

kans. Een kans om alle wensen, eisen en relevante aspecten over de uitvoering van een stedelijk jeugdteam in kaart te brengen en tegen elkaar af te wegen. Hoe willen we vanaf 2022 invulling geven aan één Stedelijk Jeugdteam? Deze open vraag houdt uitdrukkelijk geen oordeel in over de wijze van contractuitvoering door de huidige partijen. In tegendeel: er is tevredenheid over de wijze waarop zij trachten tot één stedelijk jeugdteam te komen. Maar het reeds vermelde “advies doorontwikkeling jeugdhulp 2020” ligt er niet voor niets. Er is meer nodig. Context van dit besluit De opgave voor jeugd is de komende periode omvangrijk; naast het aflopen van het contract van de jeugdteams zullen ook de contracten voor de specialistische jeugdhulp dit jaar aflopen. Daarnaast vraagt de inzet op kostenbeheersing en het op orde brengen van de informatieketen n.a.v. het rekenkameronderzoek om stevige inzet van de gemeente. In het eerste kwartaal wordt een aantal besluiten gevraagd aan college en raad die invloed hebben op de jeugdketen en op de dienstverlening aan jeugdigen. Centraal in deze besluiten staan nog altijd de transformatiedoelstellingen vanuit de Jeugdwet (Preventie en eigen kracht, demedicaliseren en normaliseren, eerder de juiste hulp op maat, integrale hulp aan gezinnen en meer ruimte voor professionals zodat zij de juiste hulp kunnen bieden).

In januari zullen de volgende besluiten aan het college worden voorgelegd: - Dit besluit voor de opdrachtverlening voor het jeugdteam vanaf 2022: voorstel voor de oprichting van een stichting ten behoeve van een stedelijk jeugdteam in Zaanstad. - Inkoop specialistische jeugdhulp en een zienswijze op de uitgangspunten van dit traject - Een zienswijze op de voortgangsrapportage jeugd januari 2021 - En een besluit rondom de actualiteit van de normbudgetten In het voorjaar zullen nog een aantal besluiten volgen: - Het beleidskader jeugd - Het 2e deel van de besluitvorming van de inkoop specialistische jeugdhulp, waarin wordt ingegaan op de inkoopdocumenten - Het tweede besluit aangaande de stichting voor het jeugdteam waarin de uitgangspunten van de stichting zullen worden voorgelegd. De actualiteit rondom de jeugdhulp zal tussentijds om besluiten kunnen vragen, die we nu nog niet kunnen voorzien. De besluiten rondom de financiën zullen zoveel mogelijk in de P&C cyclus worden gedaan. Beoogd resultaat 

Kader         

Het oprichten van een, volledig onder de verantwoording van de Gemeente Zaanstad vallende, stichting die per 1 januari 2022 gereed is om het jeugdteam de gevraagde werkzaamheden uit te laten voeren.

Jeugdwet WMO Gemeentewet Aanbestedingswet 2012 & Algemene Wet Bestuursrecht 20-02-2019 ; B&W besluit nr. 2019/4958 Zienswijze behandeld in de raad op 19-03-2019; 2019/ 4940 Doorontwikkeling jeugdhulp vanaf 2020 10-10-2017; B&W besluit nr. 2017/31068 Zienswijze behandeld in raad op 16-11-2017; 2017/52531: doorontwikkeling sociale wijkteams en jeugdteams Zaans Beleid, o.a.: Gezamenlijke visie en opgave 3 decentralisaties in het maatschappelijk domein (2012/5959), Perspectief SWT (2013/153241) en Perspectief… ?

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/1150

4/15

gemeente Zaanstad

Raadsinformatiebrief Zaanse aanpak kosten jeugdhulp 2020/24230 Argumenten en afwegingen Als gemeenten werken we al sinds 2015 samen aan een toegankelijk en, ook in de toekomst, houdbaar en betaalbaar jeugdhulpstelsel. We geloven nog steeds in de uitgangspunten van de transformatie vanuit de Jeugdwet: Preventie en eigen kracht, demedicaliseren en normaliseren, eerder de juiste hulp op maat, integrale hulp aan gezinnen en meer ruimte voor professionals zodat zij de juiste hulp kunnen bieden. Maar het is ook duidelijk dat het op veel punten beter kan én ook moet. We willen kortere wachttijden voor jeugdhulp, lichtere hulp bieden waar dat net zo goed kan als dure hulp en dichtbij in de buurt. Dit vraagt ook om een verbetering van de aansluiting en samenwerking in de keten van de jeugdhulp. Het stedelijk jeugdteam heeft hier een centrale rol in. Het doel is om het jeugdteam nog beter te organiseren, zodat ouders en jeugdigen nog eenvoudiger en eerder de hulp krijgen die ze nodig hebben. Zo is het de bedoeling, dat het jeugdteam nog meer gaat samenwerken met scholen, kinderopvang, de Sociaal Wijkteams en dat het jeugdteam één werkwijze heeft doordat ze één organisatie is.

Doelstellingen voor het stedelijk jeugdteam;  Vorm geven aan vernieuwing, vanuit de transformatie;  de hulp zo te organiseren dat gezinnen en jeugdigen sneller weer zelfredzaam worden;  Door een goede en professionele samenstelling van het jeugdteam lukt het beter om meer zelf te doen in plaats van door te zetten naar specialistische jeugdhulp waardoor de hulp betaalbaar blijft.  zorgen voor een goede doorverwijzing naar specialistische hulp wanneer dat nodig is;  Stevig regie kunnen voeren op de ondersteuningsplannen zodat resultaten worden gehaald.  Door meer integraal samen te werken met de keten, het onderwijs en kinderopvangorganisaties (niet alleen elkaar informeren, maar meer samen optrekken/zelfde plan). De opgave is hierbij om nauwere samenwerking te organiseren met de Sociale Wijkteams en met het onderwijs via de aansluiting op de scholen  Versterken c.q. door ontwikkelen van het preventieve veld en het beperken van verwijzing naar specialistische hulp..  en niet in de laatste plaats om goed aan te sluiten bij de regionale aanbesteding van de specialistische jeugdhulp 2022 waarbij wordt uitgegaan van een stevigere rol voor toegang en regie. In het besluit op de doorontwikkeling is afgesproken dat de opdracht voor het stedelijk jeugdteam vanaf 2022 bij één partij wordt neergelegd.

De afwegingen daarbij waren het streven naar een dekkend en coherent ondersteuningsaanbod, dat eenvoudiger te bereiken is door te werken met één partij én vereenvoudiging in de aansturing door één partij aan te sturen en aan te spreken. Het jeugdteam verzorgt de toegang tot de specialistische jeugdhulp en heeft daarmee een cruciale rol in de in- door- en uitstroom bij de specialistische hulp. In de begroting is besproken dat we in het kader van kostenbeheersing steviger willen sturen op de toegang. Onder andere door het meegeven van een normatief afwegingskader welke hulp wanneer ingezet kan worden. Het kunnen sturen op het jeugdteam is een belangrijk criterium geworden bij de afweging hoe het jeugdteam georganiseerd gaat worden. Hoe hebben we het vraagstuk aangevlogen? Om de kernvraag “hoe willen we vanaf 2022 invulling geven aan één Stedelijk Jeugdteam?” te kunnen beantwoorden heeft een afweging plaats gevonden aan de hand van zes stappen. Die stappen draaien om de volgende vragen: 1. Is sprake van een publiek belang/taak;

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/1150

5/15

2. 3. 4. 5. 6.

gemeente Zaanstad

Aan welke eisen moet de uitvoering voldoen; Wat is nodig qua opdrachtgeverschap; Welke structuur past het best bij de antwoorden op de vragen 2 en 3; Welke juridische vorm past daar dan weer het meest bij; Wat is er nodig om goed te kunnen sturen (governance).

Bij de beantwoording van die vragen moet de volgende context worden meegenomen: 1. Bepaald wordt of er sprake is van een publiek belang en taak. In dit geval gaat het om de uitvoering van de Jeugdwet, dus is de publieke taak duidelijk. 2. Bekeken wordt aan welke eisen de uitvoering moet voldoen. Het gaat hier om wettelijke doelstellingen en voorwaarden die vertaald moeten worden in praktische eisen. 3. Er wordt inhoud gegeven aan het opdrachtgeverschap. In deze stap zet je op een rij welke aspecten voor ons als opdrachtgever van belang zijn. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de mate van afdwingbaarheid van de opdracht, de gewenste mate van sturing door de gemeente, de continuïteit van de dienstverlening en de mate van financiële verantwoording door de opdrachtnemer. 4. Gekozen wordt wie de taak uitvoert. De eisen uit stap 2 en de aspecten van het opdrachtgeverschap van stap 3 worden afgezet tegen de vier mogelijke wijzen van taakuitvoering: a) zelf doen; b) gecontroleerde uitvoering door een andere partij; c) we besteden de taak uit aan een derde partij; d) we stimuleren de taakuitvoering door middel van het verstrekken van leningen of garanties. 5. Een passende juridische vorm voor de uitvoering wordt gekozen. Deze stap wordt alleen doorlopen als in stap 4 voor de gecontroleerde uitvoering (b) of voor uitbesteding (c) wordt gekozen.

Hierna wordt toegelicht wat gecontroleerde uitvoering (b) inhoudt. Bij uitbesteding (c) kan voor een aanbesteding op grond van de Aanbestedingswet 2012 worden gekozen. Twee andere mogelijkheden zijn het toekennen van subsidie, of de vorm waarbij alle zich meldende gegadigden (na een oproep daartoe), die aan bepaalde minimumeisen voldoen, een overeenkomst met de gemeente aangaan. Bij deze vorm (ook wel open house genoemd) kiest niet de gemeente wie de taak uitvoert, maar de betrokken inwoner die recht heeft op zorgverlening. 6. Afspraken worden gemaakt over governance en sturing. Er is een keus gemaakt voor wie, in welke vorm en langs welke procedure, de taak uitvoert. In deze laatste stap moeten alle afspraken en voorwaarden voor een goede uitvoering vastgelegd worden. Bij een subsidie moeten alle voorwaarden voor verlening worden vastgelegd. En bij een overeenkomst moeten afspraken worden gemaakt over bijvoorbeeld de opdrachtomschrijving, de duur van de overeenkomst en betalingsvoorwaarden.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/1150

6/15

gemeente Zaanstad

Figuur 1: Het afwegingskader Afwegingscriteria Het kunnen sturen op het jeugdteam is een belangrijk criterium geworden bij de afweging hoe het jeugdteam georganiseerd gaat worden, net als de continuïteit van diensterlening en de mate van financiële verantwoording door de opdrachtnemer en de mate van afdwingbaarheid. Voor het doorlopen van de afweging zijn de ambities, die hun oorsprong vinden in de transformatiegedachte, en de doelstellingen voor het jeugdteam, mede voortkomend uit de doorontwikkeling jeugdhulp vanaf 2020, vertaald naar sturingscriteria. Hieronder de belangrijkste criteria: • Het voeren van regie, coördinatie en monitoring; • Ruimte voor sturen op beleidsbeslissingen (ook van financiële aard); • Samenwerking in de keten kunnen afdwingen; • Werken vanuit de transformatiegedachte, kunnen innoveren; • Samen ontwikkelen en het kunnen afdwingen daarvan. • Behoud van deskundigheid, opgebouwde netwerken en personeel; Deze, en andere criteria die minder zwaar wogen, zijn vervolgens gescoord op de drie verschillende opties voor de uitvoering.  Zelf doen;  Gecontroleerde uitvoering;  Uitbesteden. Zelf doen In deze optie wordt het stedelijk jeugdteam uitgevoerd door ambtenaren van de gemeente. Meerdere criteria scoren hoog in deze optie. Het voeren van regie en het sturen op beleidsbeslissingen scoren hier maximaal.

Dat geldt ook voor het kunnen afdwingen van taakuitvoering of ontwikkelingen. Het brede takenpakket van het jeugdteam met het zelf leveren van specialistische jeugdzorg, inclusief het zelf uitvoeren van zeer specialistische jeugdzorgwerkzaamheden, waarvoor we de kennis en expertise niet in huis hebben, past beter bij professionele partijen. Hetzelfde geldt ook voor het verzorgen van de samenwerking in de keten en het behoud van deskundigheid en de innovatiewens. Een risico bij deze optie is dat de uitvoeringskosten hoger uitvallen. Het zelf uitvoeren van de werkzaamheden door de gemeente kwam als tweede uit de afweging. Gecontroleerde uitvoering

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/1150

7/15

gemeente Zaanstad

Hierbij wordt het stedelijk jeugdteam uitgevoerd door een zelfstandige entiteit, die los staat van de gemeente, maar wel door haar gecontroleerd wordt. Controleren betekent dat de gemeente toezicht uitoefent op de taakuitvoering. Zij moet daartoe invloed kunnen uitoefenen op strategische doelstellingen en belangrijke beslissingen van de entiteit. De entiteit voert de taak uit volgens de afspraken die tussen haar en de gemeente zijn vastgelegd in een overeenkomst van opdracht. Op deze manier staat de taakuitvoering los van de gemeente, waardoor sprake is van een duidelijke rolverdeling en de gemeente voldoende afstand behoudt om de bij de Jeugdwet toebedeelde regierol ook daadwerkelijk te kunnen pakken. Daarnaast staat de entiteit toch dicht genoeg bij de gemeente om er met name in de inregelfase wezenlijke invloed op te kunnen uitoefenen. De meeste criteria scoorden daarom hoog bij deze optie. Uitbesteden Bij deze optie wordt de opdracht verstrekt aan een volkomen los van de gemeente staande partij. Dit kan via een subsidieverlening of een aanbesteding. Omdat de opdracht tot uitvoering van het stedelijk jeugdteam niet past binnen de wettelijke omschrijving van subsidieverlening is bij de afweging uitsluitend gekeken naar de variant van aanbesteden. Hierbij wordt een marktpartij gecontracteerd na een daartoe gehouden aanbestedingsprocedure.

Vooral ten aanzien van deskundigheid en innovatief vermogen scoorde deze optie hoog. Het voeren van regie, de continuïteit van dienstverlening en het sturen op beleidsbeslissingen scoorden bij deze optie echter veel minder dan bij de andere twee opties. De verschillende aanbestedingsbeginselen brengen immers met zich mee dat we al bij de aanbestedingsprocedure duidelijk laten weten welke opdracht we willen verstrekken en hoe die moet worden uitgevoerd. Bovendien kent de opdracht per definitie een beperkte looptijd, zodat doorontwikkeling geremd zou kunnen worden. Ruimte voor sturing is er wel, maar vindt zijn grenzen in de omschrijving in de stukken en de regelgeving rondom aanbesteden. Dat strookt niet met de huidige doelstellingen om weer binnen het financieel kader te komen en de aanbevelingen van de rekenkamer waarin de aanbevelingen over sturing op de jeugdketen worden gedaan. Die doelstellingen en aanbevelingen maken de mogelijkheid van direct ingrijpen noodzakelijk. Meer invloed op de wijze van uitvoeren (het hoe) is dan ook zeer gewenst. Deze optie is dan ook als derde geëindigd bij de afweging. Conclusie De conclusie na de afweging is, dat het stedelijk jeugdteam het beste kan worden vormgegeven via een gecontroleerde uitvoering.

Hierbij is gekozen voor een stichting, omdat deze rechtsvorm de meeste flexibiliteit biedt bij het inrichten van de statuten, en daarmee de wijze waarop de gemeente haar invloed uitoefent. De alternatieve rechtsvorm die in aanmerking zou kunnen komen is de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Maar deze rechtsvorm is van geheel andere aard dan een stichting. De BV heeft aandeelhouders, die feitelijk de eigenaren zijn van de onderneming die de BV drijft, maar daar wel op behoorlijke afstand van staan. Een actieve rol van de aandeelhouders bij de uitvoering van de onderneming die de BV drijft, past niet bij het karakter van de BV, noch opent de wet daar mogelijkheden voor. Daarmee is het voor de gemeente niet mogelijk om de regierol op de transformatie op onze manier in te vullen. De statuten moeten immers worden ingericht conform de bepalingen daarvoor in het Burgerlijk Wetboek. De invloed die thans bij de uitvoering van het stedelijk jeugdteam gewenst is, is daarbij niet mogelijk. Daarbij komt nog dat het ideële karakter van een stichting beter past bij de aard van de opdracht dan de veel commerciëler van aard zijnde besloten vennootschap.

Na oprichting van de stichting, die onder toezicht van de Gemeente Zaanstad zal vallen, maar wel zelfstandig zal functioneren, wordt aan haar de opdracht verstrekt tot uitvoering van de werkzaamheden van een stedelijk jeugdteam. De opdracht wordt verstrekt per 1 januari 2022 wanneer de contracten met de huidige aanbieders aflopen. Voor het verstrekken van deze opdracht is geen aanbestedingsprocedure nodig. Zienswijze

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/1150

8/15

gemeente Zaanstad

Conform de Gemeentewet besluit het college slechts tot oprichting van een stichting, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Met de oprichting van een stichting willen wij dichter op het ‘hoe’ en het ‘wat’ zitten om zo meer grip te krijgen op de uitvoering van de Jeugdhulp, zodat wij alle jeugdigen in Zaanstad die een jeugdhulpvraag hebben, passende hulp kunnen bieden. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Derhalve wordt ook een zienswijze gevraagd aan de raad. Uitwerking van de inrichting en sturing van de stichting In navolging van de keuze na de afweging is aan KPMG gevraagd om op hoofdlijnen te adviseren over de inrichting en sturing van de stichting, en daarbij antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Hoe kan de gemeente Zaanstad het beste toezicht houden op de stichting (bijv. met welke rollen en KPI’s)? 2. Hoe kan de besturing van de stichting het beste ingericht worden en binnen welke bandbreedte? 3. Welke risico’s hangen samen met de inrichting en oprichting van deze stichting en wat zijn passende mitigerende maatregelen? 4. Wat is het advies op het gebied van financiën, bijv. ingeschatte kosten voor oprichting en overhead? 5.

Hoe worden inhoudelijke en financiële doelen op de meest optimale wijze bereikt. Aanpak KPMG Om tot een goed advies te komen heeft KPMG interviews afgenomen met de bestuurders en leidinggevenden van de uitvoerders van de jeugdteams, de wethouder en met gemeentelijke medewerkers. Ook is extern onderzoek gedaan en zijn interviews afgenomen met bestuurders van referentie gemeenten; Den Bosch, Amsterdam en Eindhoven. Rol van de gemeente bij de stichting De rol die de gemeente kan vervullen binnen de nieuw op te richten stichting kan worden onderscheiden in twee elementen:  Het “wat” element: hierbij wordt de inhoud van de te verlenen jeugdhulp bepaald. 

Het “hoe” element: hierbij wordt de wijze bepaald waarop de dienstverlening wordt uitgevoerd.

In het advies van KPMG zijn, uitgaande van een stichting voor de uitvoering van een stedelijk jeugdteam, de onderstaande vier verschillende rollen geanalyseerd (in mate van betrokkenheid bij de besluitvorming). 1. Gemeente is primair opdrachtgever: de gemeente legt zich in dit alternatief alleen toe op het ‘wat’ en bepaalt hiertoe de inhoud van de opdracht 2. Gemeente is opdrachtgever en toezichthouder: de gemeente kijkt in dit alternatief mee op het ‘hoe’, maar laat de stichting zelf aan zet om het ‘hoe’ in te vullen 3. Gemeente is opdrachtgever, toezichthouder en mede-ontwikkelaar de gemeente heeft een faciliterende rol en werkt in dit alternatief ook mee aan het ‘hoe’. 4. Gemeente is opdrachtgever, toezichthouder en manager: de gemeente neemt in dit alternatief een actieve rol in bij de stichting reikend tot aan de werkvloer.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/1150

9/15

gemeente Zaanstad

Tabel 1: Alternatieve rollen gemeente Afweging De alternatieven zijn gewogen langs een afwegingskader met de belangrijkste criteria voor de gemeente Zaanstad om een keuze voor een alternatief te maken. Deze criteria gaan over de mate waarin het voor de gemeente mogelijk is om:  de gewenste rol in de beoogde verbeteringen volgend vanuit de evaluatie te spelen (gewenste rol);  rollen en verantwoordelijkheden helder af te bakenen (complexiteit);  effectief te sturen op inhoud en financiën (sturing op effectiviteit);  kosten van de stichting en kosten vanuit doorverwijzingen naar de tweede lijn te beheersen (kosteneffectiviteit);  personele, inhoudelijke, financiële risico’s bij de overgang naar de stichting te beheersen (risicomanagement). Voorkeur gaat uit naar alternatief 3 als startscenario Op basis van de interviews en de onderzoeken adviseert KPMG scenario 3. Hierbij de opmerking dat het een startscenario is met een doorgroei naar alternatief 2. Het streven is om dit binnen twee jaar realiseren. Aan de hand van in te bouwen evaluatiemomenten wordt bepaald in hoeverre dit eerder of later mogelijk is. Bij alternatief 3 is de gemeente dicht betrokken bij de stichting en haar besluitvorming over hoe de stichting haar dienstverlening invult.

Zo kan de gemeente meer grip uitoefenen op de voorgestelde verbeteringen vanuit de evaluatie, plannings- en control processen (sturing op effectiviteit), de beheersing van kosten uit de tweede lijn en de beheersing van risico’s. En kan de gemeente bijvoorbeeld beter sturen op een goede uitvoering van de verordening en de beleidsregels. De stap naar scenario 2 is een logische; de gemeente wil vanuit haar regierol op de transformatie meer gaan sturen op het “wat” en de stichting meer in positie brengen om te sturen op het “hoe”. Vanuit de stichting geredeneerd zorgt dit alternatief ervoor dat de gemeente op voldoende afstand staat van de stichting, en de besluitvorming op de werkvloer. Op deze manier krijgt de gemeente de ruimte om haar rol als regisseur de strategievorming op het realiseren van de transformatieopgave door te ontwikkelen. En de stichting krijgt hiermee de ruimte om in cocreatie met de gemeente te innoveren in de wendbaarheid van haar bedrijfsvoering onder haar eigen verantwoordelijkheid. Daarbij is het aannemelijk dat het aantrekkelijker voor personeel is om bij een stichting te werken die in staat is eigen besluiten te nemen vanuit inhoudelijke professionaliteit.

Dit is ook de ervaring van andere gemeenten waaronder de gemeente Amsterdam; door de professionals het vertrouwen te geven hebben zij een aantrekkelijke werkomgeving voor professionals gecreëerd en zijn alle medewerkers vanuit de verschillende organisaties meegegaan naar de stichting. Met de vorming van de stichting zetten we in op een robuuste eerste lijns organisatie die stevig kan acteren richting de gespecialiseerde jeugdhulp en een belangrijke samenwerkingspartner wordt voor het onderwijs, de Sociale wijkteams, Centrum Jong, huisartsen en andere relevante partners in de wijk.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/1150

10/15

gemeente Zaanstad

De gemeente houdt de faciliterende rol die zij nu heeft ten aanzien van de ICT en de huisvesting. Dit maakt de opstart van de stichting per 1 januari 2022 eenvoudiger. De inrichting van het voorkeursmodel Hieronder gaan we in op het advies voor de inrichting van het voorkeursalternatief op het gebied van de governancestructuur van de stichting en de overlegstructuur tussen de stichting en de gemeente met de te hanteren sturingsmechanismen.

Figuur 2: Inrichting van de stichting Bijsturen in de praktijk De gemeente kan bijsturen vanuit haar rol als toezichthouder en vanuit haar rol als opdrachtgever. De sturing als toezichthouder begint bij de inrichting van de stichting. De gemeente bepaalt de inhoud van de statuten, benoemt het bestuur en werft een directeur (dit is de directie in het bovenstaande plaatje). Vervolgens wordt vanuit de rol van opdrachtgever een opdracht geformuleerd voor de stichting met de te behalen doelen en resultaten en de bijbehorende prestatie indicatoren. De verdere invulling van de toezicht rol van de gemeente vindt plaats in de statuten van de stichting. Naast de bevoegdheid het bestuur te benoemen (en trouwens ook te schorsen of ontslaan) wordt daarin opgenomen dat de volgende bestuursbesluiten pas kunnen worden genomen na goedkeuring van de gemeente: - het vaststellen van strategische plannen / het beleid; - het vaststellen van de begroting; - het vaststellen van de jaarrekening van de stichting; - het aanstellen, schorsen of ontslaan van een directeur; - het wijzigen van statuten; - het nemen van belangrijke besluiten ten aanzien van personeel of bedrijfsvoering van de stichting. Door te kiezen voor alternatief 3 wordt een overlegstructuur (via contractuele afspraken) tussen de gemeente en stichting op strategisch en tactisch niveau ingericht.

Waarbij opgemerkt dat de rol op tactisch niveau is beperkt tot advisering en er geen mandaat is over de invulling van de uitvoering. Binnen dit alternatief kan de gemeente wel actief deelnemen in projecten en verbindingen leggen met aanpalende domeinen. Zoals aangegeven is dit een

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/1150

11/15

gemeente Zaanstad

startscenario en werken we ernaar toe om na twee over te gaan naar scenario 2 waarbij de gemeente vanuit haar regierol op de transformatie meer gaat sturen op het “wat” en de stichting meer in positie gebracht wordt om te sturen op het “hoe”. Vanuit haar opdrachtgeversrol bewaakt de gemeente de te behalen resultaten zoals deze zijn afgesproken in het contract. Indien resultaten achterblijven wordt in eerste instantie overlegd op directieniveau (de directeur / het MT) welke acties / middelen ingezet worden om de resultaten te halen. Wanneer resultaten alsnog achterblijven, afspraken niet worden nagekomen en/of de situatie niet verbetert, kan de gemeente vanuit haar toezicht rol het stichtingsbestuur ter verantwoording roepen. In voorkomend geval kan zij er bij het stichtingsbestuur op aandringen om wijzigingen in de directie / het management team van de stichting aan te brengen. Als uiterste middel kan de gemeente het bestuur (of één of meer leden daarvan) ontslaan. Het jeugdteam dient samen te werken met de partners dit zich inzetten op de preventie, zoals Centrum Jong en Sociaal Wijkteam. Centrum jong heeft al een brede taak in preventie. In de notitie ‘Advies doorontwikkeling jeugdhulp vanaf 2020’ is al een nieuwe samenwerking tussen Centrum Jong, Sociaal Wijkteam en het Jeugdteam benoemd. We gaan op deze lijn door.

Vooralsnog kan Centrum Jong (GGD) dit binnen de huidige contracten. Bij de definitieve inrichting zal een scherpe afbakening worden gemaakt en zo nodig budget worden verschoven. Spanningsveld sturen De wens om dichter te sturen op de uitvoering van het jeugdteam creëert een spanningsveld met de regierol die wij ook als gemeente hebben op de transformatie in het jeugdstelsel. We hebben de wens om enerzijds dichter dan voorheen op de uitvoering te zitten zodat we daar tijdig op kunnen (bij)sturen en anderzijds blijft de hoofdopgave dat wij ook met systeeminterventies moeten kunnen sturen op de transformatiedoelstellingen. En dit vraagt dat wij afstand hebben tot het jeugdteam. Wij zijn ons bewust van dit spanningsveld. Om dit te minimaliseren, is de rol van de gemeente als mede-ontwikkelaar ook beperkt tot de inregelfase. Daarnaast zullen we hiervoor voorzieningen treffen in de nadere uitwerking van de governance, waarin o.a. afspraken vastgelegd worden over welke sturingsinformatie het bestuur (en daarmee het college) met welke regelmaat krijgt. Bij het opstellen van die afspraken zal aangestuurd worden op tenminste twee complementaire informatiestromen voor beide respectievelijke doelen.

En in de ambtelijke organisatie zal tenminste voorbereid worden dat functioneel gescheiden naar de respectievelijke te ontvangen informatie kan worden gekeken voordat beide lijnen worden verbonden, zodat op beide doelen zo volwaardig mogelijk gestuurd kan worden. Risico’s en beheersmaatregelen bij oprichting en inrichting van de stichting In het afwegingskader van KPMG waarlangs de verschillende alternatieven voor de invulling van de rol van de gemeente naar de stichting zijn gewogen, zijn de personele, inhoudelijke en financiële risico’s in kaart gebracht en zijn hiervoor beheersmaatregelen opgenomen. Zie pagina 41 van het rapport en deze beheersmaatregelen zullen we meenemen in de verdere uitwerking van de stichting. Procesrisico’s Tenslotte zijn er procesrisico’s verbonden aan de implementatie van de nieuwe stichting. Het belangrijkste risico dat speelt heeft betrekking op de tijd en aandacht die nodig is om de implementatie binnen gestelde tijdslijnen tot een succes te maken, en tegelijkertijd de continuïteit van dienstverlening, realisatie van besparende maatregelen en lopende innovatieprojecten te borgen. De belangrijkste te nemen mitigerende maatregel is het goed voorbereiden, tijdig aanvangen van de implementatie middels het zo snel mogelijk aanstellen

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/1150

12/15

gemeente Zaanstad

van een kwartiermaker. Indien het college akkoord gaat met oprichting van de stichting, is het voornemen om een vervolg advies te vragen aan KPMG over de op- en inrichting van de stichting, de inhoud, volgorde en tijdsplanning. Draagvlak Het inrichten van een stichting voor het uitvoeren van de jeugdhulp (jeugdteams) is besproken met de hoofdaannemers van de jeugdteams. Partners zijn positief, mede omdat je in deze variant niet aanbesteedt maar probeert te behouden wat je hebt opgebouwd. Zij hebben aangegeven hieraan te willen meewerken en zijn bereid om hun personeel onder te brengen in de stichting. Daarnaast zijn zij bereid de gemeente te ondersteunen bij het oprichten van de stichting, het formuleren van de opdracht, het inrichten van de bedrijfsvoering en bijvoorbeeld ook bij het vormgeven van een opleidingsprogramma. Het voorstel is besproken met de Sociale Wijkteams en de GGD als opdrachtnemer van Centrum Jong en we zijn in gesprek met cliëntenorganisaties en vrijwilligersorganisaties. Met de OR is afstemming gezocht. Een WOR advies of instemming is volgens hen niet nodig doordat er geen medewerkers van de gemeente Zaanstad verplicht worden overgeplaatst naar de stichting.

Aansluiting externe ontwikkelingen Aansluiting inkoopstrategie voor specialistische jeugdhulp De keuze voor de stichting sluit ook aan bij de keuzes die we nu maken in de inkoopstrategie voor specialistische jeugdhulp in Zaanstreek Waterland. Daarin willen gemeenten voortborduren op de transformatiegedachte van sterke, lokale teams, in de wijken en dichtbij inwoners. Als gemeente gaan we als opdrachtgever steviger sturen op resultaat. Met de keuze voor een stichting zetten we een robuuste eerste lijn neer en lukt het om hulpverleners vooral hun werk als hulpverlener te laten doen en is het voor gemeenten mogelijk meer te sturen op cijfers, kwaliteit en innovatie. We zien dat deze twee ontwikkelingen op elkaar en elkaar versterken. Kostenontwikkeling in het jeugddomein De kostenontwikkeling in het jeugddomein is zorgelijk te noemen. In de besparende maatregelen die we nu inzetten, speelt het jeugdteam een belangrijke rol. Zij kunnen mede sturen op de in- door en uitstroom van de specialistische hulp. Anders dan bij een contractrelatie kan de gemeente sterker sturen op de stichting en daarmee meer invloed hebben op de kostenontwikkeling. AEF heeft in 2020 in opdracht van het Rijk en de VNG een onderzoek uitgevoerd met als hoofdvraag hoeveel middelen gemeenten structureel nodig hebben om hun taken voor wat betreft de jeugdzorg goed uit te kunnen voeren.

Wij gaan de uitkomsten van dit onderzoek betrekken bij de verdere inrichting en opdracht aan het stedelijk jeugdteam. Financiële consequenties Investering oprichting stichting in 2021 Voor het oprichten van de stichting zijn in 2021 eenmalig extra middelen nodig. Het oprichten van de stichting heeft een hoge prioriteit binnen de organisatie. Door te prioriteren bij Bedrijfsvoering en Maatschappelijke Ontwikkeling wordt een deel van de benodigde inzet ca. 1,5 fte binnen de bestaande capaciteit geleverd. Dit wordt nader afgestemd met de afdelingshoofden. Daarnaast is een bedrag van € 400.000 nodig voor op- en inrichtingskosten zoals advies van KPMG voor de implementatiefase, het inhuren van een kwartiermaker en management, het aantrekken van een financieel adviseur, een HRM adviseur en voor de inrichting van de administratieve organisatie.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/1150

13/15

gemeente Zaanstad

Dekking oprichting stichting in 2021 Met de verlenging van de contracten met de huidige aanbieders wordt vanaf halverwege 2020 gewerkt met een stedelijk jeugdteam. Als gevolg hiervan kan efficiënter worden samengewerkt en is het budget voor de jeugdteams vanaf 2021 met 100k naar beneden bijgesteld. Omdat de kosten in 2021 gemaakt moeten worden en de voordelen later gerealiseerd worden, is het voorstel om de resterende 300k te dekken uit het budget slim investeren en in de jaren 2022 t/m 2024 per jaar 100k terug te laten vloeien naar slim investeren. Dit past binnen de doelstellingen van het budget Slim investeren omdat we verwachten dat met een stichting meer grip gaan krijgen op de kosten van de Jeugdhulp. Daarmee is het budget Slim Investeren wel (nagenoeg) uitgeput voor dit jaar. Dekking oprichting stichting in 2021 Met de verlenging van de contracten met de huidige aanbieders wordt vanaf halverwege 2020 gewerkt met een stedelijk jeugdteam. Als gevolg hiervan kan efficiënter worden samengewerkt en is het budget voor de jeugdteams vanaf 2021 met 100k naar beneden bijgesteld. Omdat de kosten in 2021 gemaakt moeten worden en de voordelen later gerealiseerd worden, is het voorstel om de resterende 300k te dekken uit het budget slim investeren en in de jaren 2022 t/m 2024 per jaar 100k terug te laten vloeien naar slim investeren.

Dit past binnen de doelstellingen van het budget Slim investeren omdat we verwachten dat met een stichting meer grip gaan krijgen op de kosten van de Jeugdhulp. Daarmee is het budget Slim Investeren wel (nagenoeg) uitgeput voor dit jaar.

Juridische consequenties Indien de raad een positieve zienswijze geeft, is het collegebesluit genomen en daarmee is er ambtelijk mandaat om verder te gaan met de voorbereidingshandelingen inzake het oprichten van de stichting. Na dit besluit volgt een advies op de uitgangspunten voor de opdracht aan de stichting. De uitgangspunten met betrekking tot de opdracht aan de stichting worden nog voor zienswijze aangeboden aan de raad. De statuten worden ter besluitvorming voorgelegd aan het college. Communicatie/ vervolgtraject Het proces voor de acties ter voorbereiding van de uitvoering door een stichting ziet er op hoofdlijnen als volgt uit:  Besluit college en wensen en bedenkingen raad januari 2021  Besluit college statuten stichting maart 2021  Officiële oprichting stichting maart 2021.  Opstellen uitgangspunten van de opdracht voor de Stichting en zienswijze vragen aan de raad april 2021  Opstellen uitvoeringsplan stichting april – mei 2021 (raadsinformatiebrief)  Inrichten stichting maart 2021 – december 2021  Voorbereiden overdracht werkzaamheden september 2021 – december 2021  Uitvoering werkzaamheden 1e lijns jeugdhulp door stichting januari 2022 Communicatie: - Voor publicatie van het besluit zijn goede afspraken gemaakt met de jeugdteams over het informeren van de medewerkers in de veranderingen komend jaar.

Gemeente heeft als boodschap: behoud van de medewerkers. - We kiezen een actief pers en mediabeleid, omdat met deze verandering we een belangrijke stap maken in een betere organisatie van jeugdhulp. - Raad: o er komt een raadsinformatiebrief die het teken staat van alle komende besluitvorming rondom jeugd voor informeren in januari (als er een Zaanstad

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/1150

14/15

o

gemeente Zaanstad

Beraad komt in het teken van alle ontwikkelingen rond jeugdhulp.) wensen en bedenkingen stichting: Zienswijze

Opsteller: Beekwielder, A. Versie: 26-1-2021 12:21:00

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/1150

15/15

gemeente Zaanstad

Raadsbesluit De gemeenteraad van Zaanstad, Besluit: 1. Een positieve zienswijze te geven op het oprichten van een, volledig onder de verantwoording van de Gemeente Zaanstad vallende, stichting voor de uitvoering van de werkzaamheden van een stedelijk jeugdteam. Overwegende dat: a. er in het advies ‘Doorontwikkeling jeugdhulp vanaf 2020’ is besloten, de opdracht voor de uitvoering van het stedelijk jeugdteam bij één organisatie neer te leggen; b. er afwegingen zijn gemaakt aan de hand van een aantal vragen om de best passende uitvoeringsvorm te kiezen; c. het uitvoeren van de werkzaamheden van de jeugdteams in een stichting per 2022 is afgestemd met de huidige uitvoerende partijen en zij zich hier in kunnen vinden; d. de stichting voor de nieuwe opdracht alle werknemers van de huidige aanbieders wil overnemen die voor het uitvoeren van de opdracht nodig zijn, conform de geldende cao voor jeugdzorg; e. de benodigde middelen voor de stichting vanaf 2022 en de extra gemeentelijke capaciteit voor het vervullen van de rol als faciliterende opdrachtgever blijft binnen het bestaande budget voor de jeugdteams. In de vergadering van …………………..…….-…………………..…………………………...- 2021 De griffier,

De voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9682728/1