CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Verordening 2021 - ll tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening, APV, Zaanstad 2013

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Verordening 2021-ll tot wijziging APV Zaanstad 20135.608 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2021/10212

Raadsvoorstel en besluitnota Onderwerp Verordening 2021-ll tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening, APV, Zaanstad 2013 Gevraagd besluit 1. Vaststellen van de Verordening 2021-ll tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013. 2. Akkoord te gaan met het delegeren van de bevoegdheid aan het college van burgemeester en wethouders om gebieden aan te wijzen als bedoeld in artikel 3:4 APV. 3. In te trekken de Nota prostitutiebeleid (vastgesteld op 21 september 2000) met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Verordening 2021-ll tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013. 4. Kennis te nemen van de volgende bijlagen: - Nota prostitutie en seksbranche gemeente Zaanstad – 2021 - Aanvraag- en selectieprocedure gemeente Zaanstad – 2021 - Nadere regels prostitutie en seksbranche gemeente Zaanstad – 2021 - Handhavingsmatrix prostitutie en seksbranche gemeente Zaanstad - 2021 Geheimhouding op grond van de Gemeentewet Openbaar Kernverhaal De Algemene plaatselijke verordening (hierna: APV) is een instrument om de gemeente veilig en leefbaar te kunnen houden en om regels voor het borgen van de openbare orde te kunnen handhaven. Regels zijn nodig om overlast en onveilige situaties te kunnen aanpakken en het algemeen belang te beschermen.

Tegelijkertijd brengen regels voor bedrijven en burgers kosten en administratieve lasten met zich mee. Uitgangspunt bij het maken van regels is simpel waar het kan. Dit betekent dat er gewerkt wordt met algemene regels als een situatie daar om vraagt en dat alleen een verbod of een vergunningplicht wordt ingevoerd als dat echt nodig is. Met deze wijzigingsronde worden o.a. de artikelen met betrekking tot de horecaexploitatievergunning ende aanpak woonoverlast aangepast. Tevens worden alle artikelen in hoofdstuk 3 gewijzigd. Deze artikelen hebben betrekking op nieuw beleid voor de prostitutie en seksbranche. In 2015 publiceerde de VNG het nieuwe ‘Prostitutie-hoofdstuk’ model APV. De gewijzigde artikelen (en de aanpassingen sinds 2015) waren tot op heden nog niet in de Zaanse APV opgenomen, omdat op landelijke (prostitutie)wetgeving werd gewacht. Omdat deze wetgeving te lang op zich laat wachten, wordt voorgesteld vooruit te lopen op de landelijke wetgeving en de gewenste wijzigingen, net zoals bij veel andere gemeenten, via het lokale beleid te realiseren. Aanleiding Om de verordening actueel te houden wordt de APV halfjaarlijks geëvalueerd en bijgesteld waar nodig, dit met als doel snel en efficiënt op problemen en actualiteiten in te kunnen spelen.

Hierbij worden naast beleidswensen ook de feitelijke ervaringen van de afgelopen periode meegenomen en ontwikkelingen in wetgeving en rechtspraak. De wijzigingen van de artikelen in hoofdstuk 3 maken deel uit van een wijziging van het beleid voor de prostitutie en seksbranche. Het voornemen was om het lokale beleid voor de prostitutie en seksbranche na vaststelling van landelijke wetgeving aan te passen, maar deze wetgeving laat te lang op zich wachten. Het wetsvoorstel ‘Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche’ (hierna Wrp) dat in 2009 werd ingediend, is na jarenlange discussie door de Eerste Kamer verworpen. Daarna is er gewerkt aan een

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10212

2/12

gemeente Zaanstad

nieuw wetsvoorstel voor de ‘Wet regulering sekswerk’ (hierna Wrs). Dit wetsvoorstel is in het najaar van 2019 in consultatie gebracht. Omdat het besluitvormingstraject waarschijnlijk opnieuw lange tijd gaat duren en er geen garantie bestaat dat de Wrs wel wordt aangenomen, is het voorstel van het college om vooruit te lopen op de landelijke wetgeving en de gewenste wijzigingen via het lokale beleid te realiseren. De gemeente Zaanstad volgt hierin een groot aantal andere gemeenten en geeft hiermee gehoor aan het verzoek aan de gemeenten binnen de politie-eenheid Noord-Holland om aan te sluiten bij het in 2016 opgestelde modelbeleid prostitutie. Beoogd resultaat Een actueel en goed handhaafbaar wettelijk kader dat instrumenten geeft om de gemeente veilig en leefbaar te kunnen houden en de openbare orde te kunnen handhaven. De doelstelling van het nieuwe lokale beleid voor de prostitutie en seksbranche is een veilige prostitutie en seksbranche binnen de gemeente Zaanstad.

Hierbij gelden de volgende uitgangspunten:  Het versterken van de positie van de prostituees en het bieden van zorg en ondersteuning waar nodig;  Het vroegtijdig signaleren en gericht aanpakken van misstanden en mensenhandel in de prostitutie en seksbranche;  Een beheersbare vergunde sector inclusief een transparante procedure voor de verdeling en verlening van de (schaarse) exploitatievergunningen;  Actueel beleid voor de prostitutie en seksbranche: aangepast aan de laatste inzichten, wetgeving en jurisprudentie. De ‘Nota prostitutie en seksbranche gemeente Zaanstad – 2021’ biedt handvatten bij de uitwerking van bovengenoemde uitgangspunten en de bepalingen die zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van de APV (met de nieuwe titel: ‘Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen’).

Kader Europese regelgeving  Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) Nationale regelgeving  De artikelen 149, 154 en 174 van de Gemeentewet  Algemene wet Bestuursrecht (Awb)  Bouwbesluit 2012  Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)  Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob)  Wet publieke gezondheid  Wet regulering sekswerk (nog niet inwerkingtreding getreden)  Wet strafbaarstelling misbruik prostitué(e)s die slachtoffer zijn van mensenhandel Lokale regelgeving  De Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013  Beleidslijn voor vergunningen in het kader van de Wet Bibob - 2019  Bestemmingsplannen en beheersverordeningen  Nota prostitutiebeleid (vastgesteld op 21 september 2000)  Nadere regels ex art. 3.3.1 APV ten behoeve van prostitutiebedrijven (vastgesteld op 10 oktober 2000) Overig  De model APV van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG)

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10212

3/12

gemeente Zaanstad

Argumenten en afwegingen De overheid streeft ernaar om regeldruk te verminderen en dienstverlening aan burgers en bedrijven te verbeteren. Dit kan bijvoorbeeld door regels te schrappen, maar ook door regels simpeler te maken of door regelgeving beter op elkaar of te stemmen. Soms zijn er situaties waarvoor wel regels nodig zijn, of waarbij onze burgers er zelfs om vragen. We willen niet te veel regels, maar wel nuttige regels. De APV is een omvangrijke verordening en dient als instrument voor verschillende beleidsterreinen. Alle in de APV opgenomen regels zijn getoetst aan regeldruk en het verminderen van administratieve lasten. De wijzigingsverordening bevat zowel technische wijzigingen als inhoudelijke wijzigingen en wijzigingen specifiek gericht op hoofdstuk 3 ten aanzien van het nieuwe beleid voor de prostitutie en seksbranche. Hieronder volgt allereerst een artikelsgewijze toelichting met betrekking tot de artikelen die geen onderdeel zijn van het nieuwe beleid voor de prostitutie en seksbranche en daarna volgt een artikelsgewijze toelichting met betrekking tot de artikelen uit hoofdstuk 3. De volgende wijzigingen worden voorgesteld met betrekking tot de artikelen die geen onderdeel zijn het nieuwe beleid voor de prostitutie en seksbranche: 1. Technische wijzigingen Inhoudsopgave De inhoudsopgave wordt met deze aanpassing weer geüpdatet.

Artikel 5:43a Verhalen anders dan op eigen aanvraag (z) In lid twee van dit artikel stond een onjuiste verwijzing. Het betreft hier het herstellen van deze verwijzing. Dit betreft geen inhoudelijke of beleidswijziging ten opzichte van het oude beleid. 2. Inhoudelijke wijzigingen Artikel 2:24 Begripsomschrijving (z) [Inhoudelijke wijziging] Met toevoeging van lid h wordt verduidelijkt dat een erotisch evenement onder de vergunningplicht valt en wat wordt verstaan onder erotisch evenement. Tevens wordt de toelichting op dit artikel aangepast. Dit betreft geen beleidswijziging ten opzichte van het oude beleid. Toelichting artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf (z) [Inhoudelijke wijziging] Per 1 april 2021 ligt het paraplubestemmingsplan toeristische verhuur van woonruimte, woningsplitsing en kamerverhuur voor ter zienswijze. Naar alle waarschijnlijkheid wordt dit bestemmingsplan in september vastgesteld. In dit paraplubestemmingsplan zijn uniforme regels voor toeristische verhuur van woonruimte opgesteld en is o.a. het aantal personen aan wie een nachtverblijf geboden mag worden gemaximaliseerd tot 4 personen. Dit houdt in dat na vaststelling van dit paraplubestemmingsplan de horecaexploitatievergunningsplicht voor B&B houders die verhuren aan meer dan 4 personen in meer dan 2 kamers een andere toepassing krijgt.

Na vaststelling van dit paraplubestemmingsplan, mogen er op grond van artikel 2:28b, eerste lid, sub a geen vergunningen meer verstrekt worden; wat nog wel mag aan B&B activiteiten is namelijk (exploitatie)vergunningsvrij. In verband met het overgangsrecht mag bestaand gebruik worden voortgezet. Om duidelijkheid te scheppen richting nieuwe aanbieders en bestaande aanbieders is aanpassing van artikel 2.28 lid 8 niet noodzakelijk, maar wordt wel de verhouding tussen het paraplubestemmingsplan en dit artikel in de toelichting uitgelegd. Het Paraplubestemmingsplan is op RIS te vinden via zaaknummer 2021/4997. Artikel 2:28a Vergunningsaanvraag (z) [Inhoudelijke wijziging]

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10212

4/12

gemeente Zaanstad

Bij aanvraag van een exploitatievergunning moest op basis van lid 2 sub c een verklaring van de Belastingdienst worden overlegd. De verklaring van de Belastingdienst is in het kader om te kijken of een horecabedrijf deugdelijk is gefinancierd is geen goed meetinstrument. De verklaring geeft niks aan over de financiering van het horecabedrijf. Het dient dan ook geen indieningsvereisten meer te zijn. Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet [Inhoudelijke wijziging] De Wet aanpak woonoverlast is per 1 januari 2021 gewijzigd. De belangrijkste wijziging is dat een burgemeester direct de verhuurder aan kan spreken bij zeer overlastgevend gedrag van huurders. Hij kan een gedragsaanwijzing opleggen aan de verhuurder als deze zich niet, of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder. De burgemeester kan dit direct doen en hoeft daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Een gedragsaanwijzing kon al aan verhuurders worden opgelegd, als hun huurders niet waren ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Denk aan toeristen en arbeidsmigranten die korter dan 4 maanden in Nederland verblijven. Per 01-01-2021 is dat nu ook mogelijk voor alle verhuurders, ongeacht wel of geen BRP-inschrijving van hun huurders.

Dus ook voor huisjesmelkers en uitzendbureaus die panden verhuren en waar huurders ernstige en herhaaldelijk overlast veroorzaken. In artikel 151d, eerste lid, van de Gemeentewet vervalt ‘aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven’. Deze wijziging wordt ook in het huidige artikel 2:79 APV doorgevoerd. Om voor de burger duidelijk te maken dat we het instrument breed in kunnen zetten, en het tijdelijke karakter nu niet meer in het artikel zelf terug komt, wordt er met aanpassing van de toelichting op gewezen dat het instrument zowel bij tijdelijke, als bij permanente bewoning toegepast kan worden. De volgende wijzigingen worden voorgesteld met betrekking tot de artikelen die onderdeel zijn van hoofdstuk 3 van de APV (i.v.m. het nieuwe beleid voor de prostitutie en seksbranche): De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige regelgeving zijn de volgende: • •

• •

De looptijd van de vergunning wordt beperkt tot 5 jaar (artikel 3:3). Ter bescherming van de sekswerkers is een leeftijdsgrens van 21 jaar opgenomen (artikel 3:14); als er aanwijzingen zijn dat sekswerkers onder de 21 jaar worden tewerkgesteld krijgt de exploitant geen vergunning, of kan de verleende vergunning worden ingetrokken (artikel 3:7). De introductie van het bedrijfsplan (artikel 3:15). Seksbedrijven zijn verplicht dit op te stellen en hiernaar te handelen. Het bedrijfsplan dient bij de vergunningaanvraag overgelegd te worden. Er worden aan de exploitant verplichtingen opgelegd ter bescherming van het welzijn en de gezondheid van de sekswerkers (artikel 3:17). Hierdoor is er betere controle op de leef- en werkomstandigheden van de sekswerkers mogelijk.

Onderstaande wijzigingen zijn grotendeels conform de VNG model APV en het regionaal modelbeleid APV. Dit betekent dat dit in grote lijnen is overgenomen, maar dat er in bepaalde gevallen voor is gekozen om het artikel en/of de toelichting voor de leesbaarheid en helderheid (gedeeltelijk) anders te formuleren. Hoofdstuk 3 Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen (de huidige titel is: Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.) Afdeling 1 Algemene bepalingen

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10212

5/12

gemeente Zaanstad

Artikel 3:1 Afbakening [Nieuw artikel] Met dit artikel wordt aangegeven dat een aantal standaard artikelen in hoofdstuk 1 van de APV niet van toepassing is op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde. Artikel 3:2 Begripsbepalingen (z) [Inhoudelijke wijziging] In artikel 3:2 worden veel voorkomende begrippen gedefinieerd. Er worden ook enkele nieuwe begrippen geïntroduceerd. Veel van de begrippen kwamen nog niet, of niet in deze exacte bewoordingen voor in de APV. De toelichting van het artikel gaat uitgebreid in op de diverse gehanteerde begrippen. Hieronder worden daarom enkel enkele aandachtspunten aangestipt. In navolging van het wetsvoorstel voor de Wrs wordt er onderscheid gemaakt tussen het ‘seksbedrijf’ en de ‘seksinrichting’, waar de APV voor aanpassing enkel het begrip ‘seksinrichting’ kende. Het begrip ‘seksbedrijf’ duidt op een activiteit of op activiteiten, en niet op de locatie waar de verrichtingen of vertoningen plaatsvinden; daarvoor wordt de term ‘seksinrichting’ gebruikt. Een ‘prostitutiebedrijf’ is een specifiek type ‘seksbedrijf’; een ‘escortbedrijf’ is dan weer een specifiek type ‘prostitutiebedrijf’. Artikel 3:2a Bevoegd bestuursorgaan (z) [Technische wijziging] Artikel 3:2a was artikel 3:2. Dit betreft geen inhoudelijke of beleidswijziging ten opzichte van het oude beleid.

Artikel 3:2b Nadere regels (z) [Inhoudelijke wijziging] Artikel 3:2b was artikel 3:3. In het artikel worden de artikelen 3:7, zesde lid, en artikel 3:15, eerste lid, genoemd. Artikel 3:15 is nieuw en heeft betrekking op het verplichte bedrijfsplan. Op grond van het nieuwe artikel 3:2b van de APV (nu nog artikel 3:3 van de APV) kan het bevoegd bestuursorgaan nadere regels stellen aan de exploitatie van een seksbedrijf. De nadere regels worden ten opzichte van de nadere regels uit 2000 gewijzigd en sluiten daarmee aan op het regionaal modelbeleid. De ‘Nadere regels prostitutie en seksbranche gemeente Zaanstad – 2021’ gaan over (brand)veiligheid, toezicht en inrichtingseisen. Afdeling 2 Exploitatievergunning seksbedrijf Artikel 3:3 Exploitatievergunning seksbedrijf (z) [Inhoudelijke wijziging] Artikel 3:3 was artikel 3:4. In dit nieuwe artikel wordt gesproken over de exploitatievergunning seksbedrijf waar voorheen werd gesproken over een vergunning voor een seksinrichting of escortbedrijf. Verder zijn lid 2, 3 en 5 nieuw. Artikel 3:3a Overgangsbepaling seksbedrijven (z) [Nieuw artikel] Om te beoordelen of de huidige seksbedrijven aan het nieuwe beleid voldoen, is het van belang dat de bestaande exploitatievergunningen door nieuwe worden vervangen.

Op grond van de overgangsbepaling blijven vergunningen die verleend zijn onder de nu nog huidige APV-voorschriften van kracht totdat op de aanvraag om een nieuwe vergunning is beslist. De oude vergunning vervalt van rechtswege indien de aanvraag niet is ingediend binnen 26 weken na de inwerkingtreding van het gewijzigde hoofdstuk 3 in de APV. Deze termijn wordt voldoende geacht om op de nieuwe omstandigheden voor te kunnen bereiden. De nieuwe aanvraag wordt, in het kader van het overgangsrecht eenmalig zonder tussenkomst van een lotingsprocedure, in behandeling genomen. Na afloop van de termijn van vijf jaar komen de vergunningen beschikbaar en zal de ‘Aanvraag- en selectieprocedure exploitatievergunning seksbedrijf – 2021’ worden gevolgd. Artikel 3:4 Concentratie seksbedrijven (z) [Nieuw artikel] Op grond van dit artikel kan het college delen van de gemeente aanwijzen waarbinnen voor het vestigen van seksbedrijven geen vergunning wordt verleend. Dit kan bijvoorbeeld gewenst zijn om daarop met voldoende intensiteit toezicht te kunnen uitoefenen of om deze bedrijven te weren uit woonwijken of andere gebieden die vanuit een oogpunt van woonen leefomgeving ‘gevoelig’ zijn. De aanwijzing van het college betreft een concretiserend besluit van algemene strekking waartegen bezwaar en beroep open staat.

Artikel 3:5 Maximum aantal vergunningen voor seksbedrijven (z) [Nieuw artikel] De vergunningen voor seksbedrijven zijn zogeheten schaarse vergunningen. Eind 2016 formuleerde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de uitspraak

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10212

6/12

gemeente Zaanstad

‘Speelautomatenhal Vlaardingen’ een algemeen kader voor de verdeling van schaarse vergunningen.1 Op grond hiervan moet het bestuur aan (potentiële) gegadigden ruimte bieden om naar de beschikbare vergunning(en) mee te dingen. Ook moet er een passende mate van openbaarheid worden verzekerd voor de beschikbaarheid van de schaarse vergunning, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria. Hiertoe is de ‘Aanvraag- en selectieprocedure exploitatievergunning seksbedrijf – 2021’ opgesteld. Het maximumstelsel, dat in 2000 in regionaal verband (binnen ZaanstreekWaterland) is afgestemd, wordt hiermee ook in de APV opgenomen. Dit artikel vervangt artikel 3:5 ‘Gedragseisen exploitant en beheerder’ waarvan de bepalingen in het nieuwe artikel 3:7 ‘Weigeringsgronden’ zijn opgenomen. Artikel 3:6 Aanvraag (z) [Nieuw artikel] Met dit artikel wordt de wijze van indiening van de aanvraag om een vergunning geregeld. De vereiste gegevens worden nodig geacht teneinde een weloverwogen beslissing te kunnen nemen over de aanvraag om de vergunning. Dit artikel vervangt artikel 3:6 ‘Sluitingstijden’. De sluitingstijden zijn opgenomen in het nieuwe artikel 3:12 ‘Sluitingstijden seksbedrijven, aanwezigheid en toegang’.

Artikel 3:7 Weigeringsgronden (z) [Inhoudelijke wijziging] Dit artikel is een uitbreiding van het vorige artikel 3:13 ‘Weigeringsgronden’ en vervangt artikel 3:7 ‘Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting. De bepalingen van het oude artikel 3:7 zijn opgenomen in het nieuwe artikel 3:13a ‘Tijdelijke afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting’. Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot de vergunning (z) [Nieuw artikel] In dit artikel wordt bepaald welke gegevens in ieder geval in een vergunning worden vermeld. Hiermee wordt getracht het toezicht op en de naleving van de vergunningsvoorwaarden te faciliteren. Dit artikel vervangt artikel 3:8 ‘Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder’. De bepalingen van het oude artikel 3:8 zijn opgenomen in het nieuwe artikel 3:13b ‘Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder’. Artikel 3:9 Intrekkingsgronden (z) [Nieuw artikel] In dit artikel zijn de van toepassing zijnde intrekkingsgronden opgenomen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen omstandigheden waaronder een vergunning voor een seksbedrijf zonder meer moet worden ingetrokken en omstandigheden waaronder een vergunning voor een seksbedrijf kan worden ingetrokken. Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden (z) [Nieuw artikel] Met dit artikel wordt expliciet gemaakt wat onder een ondergeschikte wijziging wordt verstaan.

Een gewijzigde vergunning kan namelijk alleen zonder tussenkomst van de geldende Aanvraag- en selectieprocedure voor de exploitatievergunningen van seksbedrijven worden verleend als het een ondergeschikte wijziging betreft. Onder een ondergeschikte wijziging wordt onder andere verstaan: wijziging van een beheerder (geen wijziging exploitant), een naamswijziging, een wijziging van het telefoonnummer of een wijziging in het bedrijfsplan. Deze opsomming is niet limitatief. Na verlening van de vergunning mogen geen nieuwe bestuurders of vennoten tot de bedrijfsvoering worden toegevoegd. Artikel 3:11 Geldigheidsduur vergunning (z) [Nieuw artikel] De vergunningen voor seksbedrijven worden niet langer voor onbepaalde tijd verleend, maar voor een periode van vijf jaar. Na afloop van de termijn van vijf jaar komen de vergunningen beschikbaar en zal de ‘Aanvraag- en selectieprocedure exploitatievergunning seksbedrijf – 2021’ worden gevolgd. De beperkte looptijd vloeit eveneens voort uit recente rechtspraak. Voor de geldigheidsduur van schaarse vergunningen is aansluiting gezocht bij de Concessierichtlijn. In artikel 18 van de Concessierichtlijn is bepaald dat de looptijd van een concessie wordt beperkt tot de geldigheidsduur van vijf jaar. De looptijd van vijf 1

ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927 (Speelautomatenhal Vlaardingen).

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10212

7/12

gemeente Zaanstad

jaar sluit tevens aan bij de looptijd die is opgenomen voor vergunningen voor seksbedrijven in het wetsvoorstel voor de ‘Wet regulering sekswerk’. Tot slot kan er met een looptijd van vijf jaar periodiek een afweging worden gemaakt omtrent de vergunning zonder dat de frequentie tot te zware administratieve lasten leidt. Afdeling 3. Uitoefenen seksbedrijf Artikel 3:12 Sluitingstijden seksbedrijven, aanwezigheid en toegang (z) [Inhoudelijke wijziging] De sluitingstijden stonden in artikel 3:6. Lid 3 is nieuw toegevoegd. Met deze toevoeging wordt het verboden personen onder de 18 jaar toe te laten tot of te laten verblijven in een seksbedrijf. Artikel 3:13 Adverteren (z) [Nieuw artikel] De verplichting in advertenties het nummer te vermelden van de vergunning die aan een seksbedrijf is verleend vergemakkelijkt het toezicht. Het telefoonnummer kan ook een mobiel nummer zijn. Artikel 3:13a Tijdelijke afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting (z) [Technische wijziging] De bepalingen van het oude artikel 3:7 zijn in dit artikel opgenomen. Dit betreft geen inhoudelijke of beleidswijziging ten opzichte van het oude beleid. Artikel 3:13b Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder (z) [Inhoudelijke wijziging] De bepalingen uit het oude artikel 3:8 zijn in dit artikel opgenomen. Lid 3 is daar nieuw aan toegevoegd.

Met deze toevoeging wordt expliciet gemaakt dat de exploitant(en) en beheerder(s) verplicht zijn te doen wat nodig is voor een goede gang van zaken in het seksbedrijf en in de directe omgeving daarvan en dat zij verantwoordelijk zijn voor een deugdelijke exploitatie. Artikel 3:13c Beëindiging exploitatie (z) [Inhoudelijke wijziging] De bepalingen uit het oude artikel 3:14 zijn in dit artikel opgenomen. Daarbij is in het nieuwe artikel expliciet gemaakt wat onder een feitelijke beëindiging van de exploitatie wordt verstaan. Artikel 3:13d Wijziging beheer (z) [Inhoudelijke wijziging] De bepalingen uit het oude artikel 3:15 zijn in dit artikel opgenomen. Lid 2 en 4 zijn daar nieuw aan toegevoegd. Met het tweede lid wordt aangegeven welke stukken overlegd moeten worden bij de aanvraag voor het wijzigen van beheer op de exploitatievergunning. Met het vierde lid wordt aangegeven dat de burgemeester in bijzondere gevallen van het bepaalde in artikel 3:13d kan afwijken. Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf (z) [Nieuw artikel] Met deze bepaling wordt onder meer een leeftijdseis voor prostituees geïntroduceerd. Hiertoe is besloten vanwege het gegeven dat jonge prostituees met name vatbaar voor en slachtoffer van misstanden als dwang, misbruik en mensenhandel zijn.

Bovendien zijn prostituees van 21 jaar en ouder weerbaarder dan zeer jonge prostituees en is de kans groter dat ze over een startkwalificatie beschikken waarmee ze een ander beroep kunnen kiezen dan dat van sekswerker, waarmee de eventuele economische druk om te kiezen voor de prostitutie lager is en bovendien een eventuele gewenste uitstap wordt vergemakkelijkt. Het stellen van een leeftijdsgrens wordt als een passend en noodzakelijk middel beschouwd om deze misstanden te bestrijden. Daarmee is het gemaakte onderscheid objectief gerechtvaardigd door een legitiem doel, bovendien zijn de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk. Hierdoor levert het onderscheid naar leeftijd geen strijd op met het verbod van leeftijdsdiscriminatie. Het is in de eerste plaats de exploitant die moet voorkomen dat er bij zijn bedrijf prostituees werkzaam zijn die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt. Zijn die daar toch werkzaam, dan is de exploitant in overtreding. Als de prostituee er onder de leeftijd van 21

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10212

8/12

gemeente Zaanstad

jaar bewust en vrijwillig voor kiest om te werken in de illegale prostitutie, dan is ook de prostituee in overtreding. Artikel 3:14a Overgangsbepaling minimale leeftijd prostituees (z) [Nieuw artikel] Dit artikel bevat een overgangsregeling voor prostituees tussen de 18 en 21 jaar die bij de inwerkingtreding van de nieuwe voorschriften al in een prostitutiebedrijf werkzaam zijn. Bij de onmiddellijke invoering van de minimum leeftijdsgrens van 21 jaar in deze bedrijven zouden zij hun werkzaamheden direct moeten staken en daardoor ernstig worden gedupeerd. Ook zouden ongewenste neveneffecten, zoals verplaatsing naar het illegale circuit of een hogere drempel naar hulpverlening, op kunnen treden. Om dit te voorkomen wordt voor deze groep prostituees de invoering van de minimum leeftijdseis, afhankelijk van de leeftijd van betrokkene, met maximaal drie jaar uitgesteld. De exploitant dient aan te kunnen tonen dat een prostituee al werkzaam was als prostituee voor de regeling van kracht is gegaan. Ten aanzien van personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening niet in een prostitutiebedrijf werken – of dit niet aan kunnen tonen – geldt de nieuwe minimum leeftijdseis met onmiddellijke ingang.

Artikel 3:15 Bedrijfsplan (z) [Nieuw artikel] Ter versterking van de maatschappelijke positie van de prostituee wordt in de Wet regulering sekswerk het bedrijfsplan geïntroduceerd. Seksbedrijven zijn verplicht dit op te stellen en hiernaar te handelen. Het dient bij de vergunningaanvraag overlegd te worden. Aan het bedrijfsplan kan worden getoetst of de exploitant voldoende oog heeft voor de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees (in het geval van een prostitutiebedrijf) en de goede hygiëne binnen het bedrijf. In de bijlagen van de ‘Nota prostitutie en seksbranche gemeente Zaanstad – 2021’ zijn respectievelijk een format van het vereiste bedrijfsplan voor prostitutie- en escortbedrijven en het bedrijfsplan voor overige seksbedrijven (niet zijnde prostitutie) opgenomen. Artikel 3:16 Minimale verhuurperiode werkruimte [Gereserveerd] Nieuw artikel waarvoor ruimte wordt gereserveerd om mogelijk in de toekomst verder in te vullen. Dit betreft geen inhoudelijke of beleidswijziging ten opzichte van het oude beleid. Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf (z) [Nieuw artikel] In dit artikel zijn enkele verdere zorgplichten van de exploitant geformuleerd, onder andere met betrekking tot de te voeren bedrijfsadministratie.

De exploitant moet in ieder geval gegevens opnemen van de in het bedrijf werkzame prostituees, de verhuuradministratie en getekende intakeformulieren. Vanwege de toevoeging "in ieder geval" is het mogelijk dat het bestuursorgaan om extra gegevens vraagt. Het is één van de instrumenten om te controleren of de exploitant zorgt voor een bedrijfsvoering conform het vastgestelde bedrijfsplan. De exploitant is verplicht een intake te houden met de prostituee zodat redelijkerwijs kan worden uitgesloten dat de prostituee een slachtoffer is van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting. Een kopie van de intake dient aan de prostituee te worden overhandigd. Daarnaast wordt in het artikel bepaald dat het bij het uitvoeren van voorlichtings- en preventieactiviteiten van belang dat prostituees de gelegenheid krijgen om één op één met de medewerkers te spreken en is de verplichting opgenomen om ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting onverwijld bij de burgemeester en de politie te melden. Richtinggevend hierbij is de Aanwijzing mensenhandel van het OM (Stcrt. 2013, 16816) en https://www.wegwijzermensenhandel.nl/. De meldplicht ziet uiteraard ook op de situatie dat een prostituee zich schuldig maakt aan mensenhandel of aan andere vormen van dwang en uitbuiting.

Artikel 3:18 Raamprostitutie (z) [Nieuw artikel] Dit artikel richt zich, in tegenstelling tot de meeste artikelen, rechtstreeks tot de prostituee. Het is de prostituee verboden die handelingen te verrichten die gewoonlijk worden geassocieerd met raamprostitutie. Dit om de daarmee samenhangende overlast en uitstraling op de omgeving aan te kunnen pakken. Het verbod op raamprostitutie, dat in 2000 in regionaal verband (binnen Zaanstreek-Waterland) is afgestemd, wordt hiermee ook

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10212

9/12

gemeente Zaanstad

in de APV opgenomen. Artikel 3:19 Straatprostitutie (z) [Technische wijziging] Het verbod op straatprostitutie uit het oude artikel 3:9 ‘Straatprostitutie’ is in dit nieuwe artikel opgenomen. Dit betreft geen inhoudelijke of beleidswijziging ten opzichte van het oude beleid. Artikel 3:20 Handhaving straatprostitutie (z) [Technische wijziging] De bepalingen uit het oude artikel 3:9 ‘Straatprostitutie’ die betrekking hadden op de handhaving van straatprostitutie zijn in dit nieuwe artikel opgenomen. Dit betreft geen inhoudelijke of beleidswijziging ten opzichte van het oude beleid. Afdeling 4. Overige bepalingen Artikel 3:21 Verbodsbepaling klanten [Gereserveerd] Nieuw artikel waarvoor ruimte wordt gereserveerd om mogelijk in de toekomst, na vaststelling van de Wet regulering sekswerk, verder in te vullen. Dit betreft geen inhoudelijke of beleidswijziging ten opzichte van het oude beleid. Artikel 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke [Technische wijziging] De bepalingen uit het oude artikel 3:11 zijn in dit nieuwe artikel opgenomen. Dit betreft geen inhoudelijke of beleidswijziging ten opzichte van het oude beleid. Draagvlak Met het verminderen en versimpelen van regels wordt meer ruimte gegeven aan burgers en ondernemers.

Een actueel en goed handhaafbaar wettelijk kader geeft instrumenten om de gemeente veilig en leefbaar te kunnen houden en de openbare orde te kunnen handhaven. Verordeningen worden door de gemeenteraad vastgesteld. Hiervoor geldt op grond van de Gemeentewet geen verplichte burgerparticipatie zoals bijvoorbeeld bij het vaststellen van een omgevingsplan. Bij het prostitutiebeleid is aansluiting gezocht bij het in 2016 opgestelde modelbeleid prostitutie voor de gemeenten binnen de eenheid Noord-Holland en is ook naar het beleid van andere gemeenten (buiten de eenheid Noord-Holland) gekeken. Het nieuwe beleid voor de prostitutie en seksbranche zal naar verwachting maatschappelijk effecten met zich meebrengen. De huidige (twee) exploitanten van de seksbedrijven in Zaanstad exploiteren op basis van een vergunning voor onbepaalde tijd. Deze vergunning zal conform het overgangsrecht (na een nieuwe vergunningaanvraag) worden vervangen in een vergunning met een looptijd van vijf jaar welke na het verstrijken van deze termijn vrijkomt en opnieuw verdeeld zal worden. Tegen de besluiten van de intrekking van de huidige vergunning en het verlenen van de nieuwe vergunning kunnen de exploitant en/of belanghebbenden in bezwaar- en beroep gaan.

Aansluiting externe ontwikkelingen Wetsvoorstel regulering sekswerk (Wrs) Een conceptversie van het wetsvoorstel voor de Wet regulering sekswerk (hierna Wrs) is half oktober 2019 ter (internet)consultatie aangeboden. De consultatie heeft 350 online reacties opgeleverd. Ook de Afdeling advisering van de Raad van State heeft (kritisch) advies uitgebracht over het wetsvoorstel.2 De ontvangen adviezen hebben tot enkele wijzigingen in de tekst van het gepubliceerde wetsvoorstel geleid, maar het wetsvoorstel is op hoofdlijnen ongewijzigd gebleven. Ook de memorie van toelichting is op een aantal punten verduidelijkt en aangevuld. Het wetsvoorstel is controversieel verklaard en wordt 2

Zie https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@121782/w16-20-0238-ii/ voor het op 27 januari 2021 gepubliceerde advies van de Afdeling advisering van de Raad van State.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10212

10/12

gemeente Zaanstad

door een nieuw kabinet behandeld. De Wrs stelt – in grote lijnen – drie maatregelen voor: 1. Iedere sekswerker in Nederland moet een vergunning hebben om te mogen werken. Het betreft een persoonsgebonden vergunning met een looptijd van vijf jaar die in het hele land geldig is en die door sekswerkers vanaf 21 jaar aangevraagd kan worden bij één van de twaalf tot achttien door de minister van Justitie en Veiligheid nader aan te wijzen gemeenten. In een verplicht vergunningengesprek wordt onder andere gekeken of de sekswerker voldoende zelfredzaam is en of er geen sprake lijkt te zijn van dwang. De afgegeven vergunningen worden in een landelijk register opgenomen; 2. Er komt een uniforme vergunningplicht voor alle seksbedrijven. De vergunningen krijgen een looptijd van vijf jaar en zijn persoons- en activiteit gebonden; 3. Strafbaarstelling van personen die betrokken zijn bij onvergunde bedrijfsmatige seksuele dienstverlening en daaruit financieel voordeel halen (het ‘pooierverbod’) en van klanten die gebruik maken van illegale prostitutie of dit faciliteren. Indien de Wrs in de toekomst wordt vastgesteld, dan betekent dit dat het lokale beleid voor de prostitutie en seksbranche op deze wetgeving moet worden aangepast. Financiële consequenties Er zijn geen financiële consequenties aan dit voorstel verbonden.

In de begroting is al budget voor de verlening van de schaarse vergunningen opgenomen. Het gaat om de schaarse vergunningen die worden verleend aan coffeeshops, shishalounges, vuurwerkverkooppunten, speelautomatenhallen en seksbedrijven. Juridische consequenties Delegatie Artikel 3:4 APV Op grond van dit artikel kan het college delen van de gemeente aanwijzen waarbinnen voor het vestigen van seksbedrijven geen vergunning wordt verleend. Dit betreft dus een delegatiebepaling. Inwerkingtreding De wijzigingsverordening wordt bekendgemaakt en gepubliceerd in het elektronische gemeenteblad, Zaanstad Journaal en op Overheid.nl. Dit geeft een nieuwe juridische basis voor het handelen op de diverse beleidsonderdelen. De wijzigingsverordening wordt integraal verwerkt in de APV. Toelichting en bijlage verordening De toelichting en de bijlage met daarin een verwijzingen naar de besluiten en/of beleidsstukken die op grond van de APV zijn genomen zal worden aangepast conform de wijzigingsverordening. De toelichting bij de artikelen die geschrapt worden, wordt verwijderd. Beleid voor de prostitutie en seksbranche De raad heeft op 21 september 2000 de Nota prostitutiebeleid vastgesteld.

Aangezien het vaststellen van de nota bevoegdheid is van het college en de burgemeester (voor zover het de eigen bevoegdheid betreft), wordt de raad gevraagd de nota uit 2000 in te trekken en worden het college en de burgemeester gevraagd in te stemmen met de Nota prostitutie en seksbranche gemeente Zaanstad – 2021 (voor zover het de eigen bevoegdheid betreft). Met de instemming is de vaststelling geregeld onder de opschortende voorwaarde van de intrekking door de raad. De nota treedt in werking met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Verordening 2021-ll tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 2 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2927) een belangrijk arrest gewezen wat nadrukkelijk ingaat op de eisen die aan het (gemeente)bestuur worden gesteld bij de verlening van schaarse

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10212

11/12

gemeente Zaanstad

vergunningen. Kenmerkend voor schaarse vergunningen is dat slechts een beperkt aantal vergunningen beschikbaar is, zodat het gemeentebestuur een verdelingsmechanisme moet toepassen om een goede en eerlijke verdeling van deze rechten over (private) partijen te realiseren. Het nieuwe beleid voor de prostitutie en seksbranche voldoet aan deze eisen, die overigens ook uit Unierecht voortvloeien. Deze eisen gelden uiteraard bij de verlening van alle schaarse vergunningen. Het vaststellen van de nota is een bevoegdheid van het college. Het vaststellen van de APV is een bevoegdheid van de raad. Communicatie/ vervolgtraject Zodra de wijzigingsverordening is vastgesteld wordt dit gepubliceerd op Zaanstad Journaal en op www.zaanstad.nl. Tevens wordt er, indien gewenst, een persbericht gepubliceerd waarbij een aantal belangrijke wijzigingen wordt behandeld. De huidige exploitanten van vergunde seksbedrijven worden geïnformeerd over de consequenties van het gewijzigde beleid voor de prostitutie en seksbranche. Opsteller: Elk, M. Versie: 25-5-2021 15:02:00

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10212

12/12

gemeente Zaanstad

Raadsbesluit De gemeenteraad van Zaanstad, Besluit: 1. Vaststellen van de Verordening 2021-ll tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013. 2. Akkoord te gaan met het delegeren van de bevoegdheid aan het college van burgemeester en wethouders om gebieden aan te wijzen als bedoeld in artikel 3:4 APV. 3. In te trekken de Nota prostitutiebeleid (vastgesteld op 21 september 2000) met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Verordening 2021-ll tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013. 4. Kennis te nemen van de volgende bijlagen: - Nota prostitutie en seksbranche gemeente Zaanstad – 2021 - Aanvraag- en selectieprocedure gemeente Zaanstad – 2021 - Nadere regels prostitutie en seksbranche gemeente Zaanstad – 2021 - Handhavingsmatrix prostitutie en seksbranche gemeente Zaanstad - 2021 In de vergadering van …………………..…….-…………………..…………………………...- 2021 De griffier,

De voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10193755/1