Raadsvoorstel Definitieve vaststelling Afvalstoffenverordening 2020 en wijzigingsverordening APV
Tekst van het document
2021/2964
Raadsvoorstel en besluitnota Onderwerp Definitieve vaststelling Afvalstoffenverordening 2020 en wijzigingsverordening APV Gevraagd besluit 1. Vast te stellen de Afvalstoffenverordening Zaanstad 2020, onder gelijktijdige intrekking van de Afvalstoffenverordening Zaanstad 2010; 2. Vast te stellen de ‘Wijzigingsverordening van de Algemene Plaatselijke verordening’ ter intrekking van artikel 4:7 van de APV, ongeadresseerde reclame. Geheimhouding op grond van de Gemeentewet Openbaar Kernverhaal De huidige afvalstoffenverordening van Zaanstad is al 10 jaar ongewijzigd gebleven. Inmiddels heeft de VNG een nieuw model uitgebracht dat duidelijker en simpeler van opzet is dan de vigerende verordening. Daarnaast is de afvalinzameling in Zaanstad geëvolueerd naar een grondstoffeninzameling en zijn er nieuwe beleidsbehoeftes naar voren gekomen die een juridische basis behoeven in de afvalstoffenverordening; zoals de invoering van de ja-ja sticker. Gelet hierop wordt een geheel vernieuwde ‘Afvalstoffenverordening Zaanstad 2020’ aangeboden voor inspraak (hierna: de verordening). Daarnaast bestaat er ook een ‘Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Zaanstad’ (hierna: uitvoeringsbesluit). Dit zijn uitvoeringsregels vastgesteld door het college, gebaseerd op de bepalingen in de afvalstoffenverordening.
Ook deze regels worden hierbij integraal geactualiseerd; alle bepalingen zijn nagelopen op correctheid, alle tussentijdse partiële wijzigingen zijn tekstueel geïntegreerd en er zijn nieuwe bepalingen opgenomen om effectiever grondstoffen in te zamelen en de betrokkenheid van maatschappelijke instellingen hierbij te vergroten. Dit uitvoeringsbesluit wordt hierbij ter kennisname aangeboden en zal na vaststelling van de Afvalstoffenverordening 2020 inwerking treden. Tot slot is een wijziging van de Algemene Plaatselijke verordening (APV) nodig ter invoering van de ja-ja sticker. Aanleiding Ieder gemeenteraad heeft op basis van de Wet milieubeheer de wettelijke plicht om een afvalstoffenverordening vast te stellen met daarin regels over het inzamelen van huishoudelijk restafval dat vrijkomt in de gemeente (art 10.23 Wm). Op basis van deze verordening stelt het college uitvoeringsregels vast in het ‘Uitvoeringsbesluit’. Periodiek wordt een afvalstoffenverordening geactualiseerd en ook het onderliggende uitvoeringsbesluit om in lijn te brengen met actuele ontwikkelingen en/of beleidsinzichten. Beoogd resultaat Een geactualiseerde ‘Afvalstoffenverordening Zaanstad 2020’ en ‘Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening Zaanstad 2020’. Kader • Wet milieubeheer artikelen 10.23,10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26.
• Grondstoffenplan (2017/4384) • Motie raad (2017/53655) – invoering opt-insysteem. • Opt-insysteem (ja-ja sticker): RIB 2019/10702 en 2019/29461 • BBV inzake textielconcessie (B&W 2016/243458 en 2016/252937) • BBV aanpassing uitvoeringsbesluit WBO (B&W 2019/26571 en 2020/13674)
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/2964
2/8
gemeente Zaanstad
Argumenten en afwegingen Algemeen De huidige afvalstoffenverordening van Zaanstad is al 10 jaar ongewijzigd gebleven. Inmiddels heeft de VNG een nieuw model uitgebracht dat duidelijker en simpeler van opzet is dan de vigerende verordening. Daarnaast is de afvalinzameling in den landen en ook in Zaanstad geëvolueerd naar een grondstoffeninzameling en zijn er nieuwe beleidsbehoeftes naar voren gekomen die een juridische basis behoeven in de afvalstoffenverordening; zoals de invoering van de ja-ja sticker. Voor invoering is tevens een wijziging van de Algemene Plaatselijke verordening (APV) nodig, die tevens hierbij wordt aangeboden. Samenvattend wordt een geheel vernieuwde ‘Afvalstoffenverordening Zaanstad 2020’ aangeboden (hierna: de verordening). Daarnaast bestaat er ook een ‘Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Zaanstad’ (hierna: uitvoeringsbesluit). Dit zijn uitvoeringsregels vastgesteld door het college, gebaseerd op de bepalingen in de afvalstoffenverordening. Ook deze regels worden integraal geactualiseerd; alle bepalingen zijn nagelopen op correctheid, alle tussentijdse partiële wijzigingen zijn tekstueel geïntegreerd en er zijn nieuwe bepalingen opgenomen om effectiever grondstoffen in te zamelen en de betrokkenheid van maatschappelijke instellingen hierbij te vergroten.
Dit geactualiseerde uitvoeringsbesluit wordt, vanwege de verbondenheid met de afvalstoffenverordening, ter kennisname aangeboden. I. Ontwikkelingen. Het vastgestelde Grondstoffenplan en de uitvoering daarvan, was het startsein om de juridische instrumenten inzake afvalinzameling integraal tegen het licht te houden en te actualiseren. Immers, de afvalstoffeninzameling is geëvolueerd naar een grondstoffenverzameling; meer en meer verschillende fracties worden aan huis opgehaald of kunnen op de milieustraten (afvalbrengstations) worden ingeleverd. Het restafval neemt hierdoor af en wordt op centraal gelegen plaatsen in de wijk in ondergrondse containers ingezameld. De oude verordening en uitvoeringsbesluit stonden dit systeem niet in de weg, maar waren er ook niet op toegesneden; in de nieuwe verordening en uitvoeringsbesluit is daar waar nodig rekening gehouden met het Grondstoffenplan en wordt in de aanhef van de verordening ook verwezen naar het door de raad vastgestelde Grondstoffenplan. Diverse beleidswensen; opt-insysteem. De raad heeft een motie aangenomen om de hoeveelheid papier in restafval te verkleinen door invoering van het zogenaamde opt-in-systeem. Hierbij mag ongeadresseerde reclame niet meer verspreid worden tenzij de bewoner dit kenbaar maakt.
Door het college is hierop toegezegd in haar raadsinformatiebrieven (2019/10702 en 2019/29461) eerst af te wachten of het juridisch houdbaar is dit opt-in-systeem in de afvalstoffenverordening op te nemen en indien dit mogelijk is, dit te regelen in een integrale herziening van de afvalstoffenverordening (2019/29461). Het opt-insysteem heeft inmiddels aanleiding gegeven tot rechtszaken die nog niet allemaal zijn afgerond; de branchevereniging Maildb c.s. heeft tegen de gemeente Amsterdam nog een beroep in cassatie lopen en tegen de gemeente Utrecht loopt nog een zaak in het kader van schending art 3 EVRM (vrijheid van meningsuiting). Inzameling fracties door andere partijen dan HVC Een aantal fracties wordt al van oudsher door andere partijen ingezameld dan door de inzameldienst (i.c. HVC). Het college heeft de bevoegdheid deze inzamelaars aan te wijzen (art. 3 verordening) en doet dat in het uitvoeringsbesluit (zie art 2, lid 2). Het gaat hier om de fracties; textiel en oud papier en karton (opk). Met de aanwijzing van Wieland B.V. is een aantal jaren geleden al een professionalisering van de inzameling en verwerking van het textiel ingezet. Nu wil de gemeente op het gebied van de inzameling van oud papier en karton en ook frituurvet – een nieuw bestanddeel - een slag maken.
Het huidige systeem wordt aangescherpt door striktere voorwaarden te stellen zoals een minimaal in te zamelen hoeveelheid. Het achterliggende doel is een gemotiveerde groep scholen en verenigingen voor wie het loont om zich hiervoor in te spannen zodat de inzameling verder kan professionaliseren. Indien het niet loont om nog mee te doen met
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/2964
3/8
gemeente Zaanstad
het oud papier en karton, kan men opteren om frituurvet in te zamelen. Het inzamelen van deze fractie is doorgaans lucratiever. Voor de gemeente is het interessant zoveel als mogelijk vetten gescheiden in te zamelen zodat dit niet door de gootsteen en dus in het gemeentelijke riool verdwijnt. De keuze of partijen oud papier en karton willen inzamelen of vetten willen inzamelen onder de nieuwe condities, is op basis van vrijwilligheid. Op verzoek plaatst de gemeente de partij op een lijst die onderdeel is van het uitvoeringsbesluit; daarmee heeft het college dan de betreffende partij aangewezen. Educatie rondom afvalscheiding Een andere ontwikkeling is het faciliteren van de betrokkenheid van instellingen die aan educatie willen doen op het gebied van afvalscheiding, zoals scholen. HVC heeft hiertoe een (les)pakket ontwikkeld dat op scholen ingezet kan worden. Als sluitstuk van dit pakket, wordt dan op de scholen ook zoveel als mogelijk het afval gescheiden opgehaald door HVC. De raad delegeert aan het college de mogelijkheid om bestandsdelen van bedrijfsafval aan te wijzen dat door HVC ingezameld mag worden (art 11). In het uitvoeringsbesluit (art 10, lid 2) wordt dan het inzamelen van dit bedrijfsafval door het college aangewezen. Hier gelden overigens wel voorwaarden aan de aard van de instellingen die gebruik willen maken van deze mogelijkheid.
Zo moet een instelling een openbaar belang te dienen, bereid zijn om aan educatie te doen en de door het college vastgestelde verschuldigde kosten betalen. Verordening Fysieke Leefomgeving. Een andere ontwikkeling waar naar gekeken is betreft de invoering van de Omgevingswet. De regels inzake de fysieke leefomgeving worden geacht bij elkaar gebracht te worden in één regeling; bij Zaanstad is dat de verordening fysieke leefomgeving (hierna VFL). Bij de nieuwe afvalstoffenverordening is nagedacht over welke artikelen zich zouden kunnen lenen voor opname in de VFL en welke regels zich naar hun aard en bedoeling daar niet voor lenen (zie de toelichting op de verordening). Omdat gemeenten nog tot 2029 hebben om hier een beslissing over te nemen, wordt voor nu een verordening voorgesteld waarin alle regels inzake afvalinzameling van huishoudens, zwerfafval en bedrijfsafval bij elkaar worden gehouden. In een toekomstige actualisatie van deze afvalstoffenverordening kan die keuze dan definitief gemaakt worden, indachtig ook de ontwikkelingen rondom de VFL en de invoering van de Omgevingswet. Wat verandert niet De verordening die voorligt is opgesteld naar het model van de VNG. Dit leidt tot een compactere verordening waarin veel bestaande bepalingen zijn samengevoegd tot één artikel, met andere formuleringen, maar niet tot een stelsel van inhoudelijk andere bepalingen.
De hoofdstructuur van de verordening wijkt ook niet af van de structuur van de vigerende verordening. Een overzicht van de artikelen uit de nieuwe verordening in relatie tot de artikelen uit de oude/vigerende is bijgevoegd (bijlage 2020/030543) waarbij ook is aangeven of er sprake is van inhoudelijke wijzigingen of verandering. II. Aanpassingen. Hieronder volgt een uitvoerige toelichting op de inhoudelijke wijzigingen of uitbreidingen.
4 Nieuwe bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die in ieder geval afzonderlijk ingezameld worden (art 7, lid 2 verordening), het betreft: metaal, gevaarlijke afvalstoffen (afgewerkte olie), spijsolie en-vetten, matrassen. En een uitbreiding van bestaande categorieën; Gft is ook inclusief etensresten en kunststof is verfijnd met verpakkingen, blik verpakkingen en drankenkartons (pbd). In het uitvoeringsbesluit stelt het college van deze categorieën een nader omschrijving vast, deze is omschrijvingen zijn in lijn gebracht met wettelijke omschrijvingen.
Opt-insysteem; Ja-ja sticker: (artikel 14 verordening) heeft als doel om de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk te voorkomen. De inwoners van Zaanstad hebben met de komst van deze nieuwe Ja/Ja sticker de volgende mogelijkheden om hun voorkeur ten aanzien van de ontvangst van commercieel reclamedrukwerk en/of de huis-aan-huisbladen kenbaar te maken:
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/2964
4/8
Overzicht stickers
gemeente Zaanstad
Ongeadreseerd reclamedrukwerk gewenst Ja
Ongeadreseerde huis aan huisbladen gewenst Ja
Nee/ja sticker (kan blijven zitten)
Nee
Ja
Geen sticker
Nee
Ja
Nee/nee sticker
Nee
Nee
Ja/ja sticker
Voor de definities van ongeadresseerd reclamedrukwerk is aangesloten bij de definitie zoals de gemeente Amsterdam die heeft opgenomen in haar afvalstoffenverordening. Voor de definitie van ongeadresseerde huis-aan-huisbladen is aangesloten bij de norm die landelijk door de Stichting Reclamecode wordt gehanteerd (10% van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame). De inwerkingtreding van dit artikel zal later plaatsvinden dan de inwerkingtreding van de afvalstoffenverordening, zodat geborgd wordt dat lokale bedrijven en de inwoners zich kunnen voorbereiden op de invoering (planning is 1 juli, circa 3 maanden na vaststelling verordening). Ook artikel 4:7 van de APV moet worden aangepast omdat hierin het optoutsysteem voor ongeadresseerde reclame drukwerk is geregeld; het opt-outsysteem en het opt-insysteem kunnen niet naast elkaar bestaan. Het opt-outsysteem betreft het huidige systeem waarin de inwoners expliciet moeten aangeven dat zij geen reclamedrukwerk wensen te ontvangen. Het opt-insysteem draait dit principe om; nu dienen inwoners expliciet aan te geven wel ongeadresseerd reclamedrukwerk te willen ontvangen. Voor huis-aan-huisbladen kan de gemeente niet zonder meer bepalen dat de verspreiding wordt ingeperkt in verband met de vrijheid van meningsuiting (art 10 EVRM).
Wel kan de gemeente een definitie vaststellen van wat een huis-aan-huisblad is ter onderscheiding van reclamedrukwerk. Inwoners kunnen altijd via de (bestaande) Nee/Nee sticker kenbaar maken geen prijs te stellen op huis-aan-huisbladen; de brancheverenigingen hebben zich aan deze sticker gecommitteerd (zelfregulering).
Inzameling oud papier en frituurvet (uitvoeringsbesluit) Artikel 2, lid 2 d en e uitvoeringsbesluit wordt een nieuw regime voor inzamelaars geïntroduceerd voor verenigingen en instellingen met een maatschappelijke karakter. Dit is een uitbreiding t.o.v. van vigerende definitie; verenigingen en scholen. Onder de nieuwe definitie vallen ook religieuze instellingen, buurthuizen en wijkcentra. Voorts zijn de voorwaarden aangescherpt: Minimaal 15.000 kg/per jaar Een leveringsovereenkomst met HVC (is nu ook al een eis), Verplichte jaarlijkse opgave aan de gemeente van de ingezamelde hoeveelheid. Spijsolie-en vetten, kent ook voorwaarden: Een overeenkomst met een erkende verwerker van frituurvet Verplichting jaarlijkse opgave aan de gemeente Men mag niet tevens ook oud papier/karton inzamelen (een of/of systeem). Het doel is om de lijst met verenigingen en instellingen die oud papier inzamelen terug te brengen; thans zijn dat tegen de 60, waarvan sommige voor minder dan € 50, per jaar inzamelen. Als er een paar grotere spelers overblijven kan het voor hen lonen om een structuur voor inzameling in stand te houden. Bedenk hierbij dat door de invoering van de rolcontainer voor papier al veel rechtstreeks wordt ingezameld.
Het alternatief voor de kleinere spelers is dan het inzamelen van vetten; dit is op dit moment qua opbrengsten interessanter (€ 0,20 - € 0,30 ct per kilo) dan oud papier en neemt ook minder ruimte in beslag. Tot slot wordt onder ambtelijk mandaat de registratie van de verenigingen en
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/2964
5/8
gemeente Zaanstad
instelling bijgehouden en bekendgemaakt in de bijlages bij het uitvoeringsbesluit omdat jaarlijkse mutaties hierin te verwachten zijn. Het opnemen in de bijlage bij het uitvoeringsbesluit geldt als het aanwijzen. Om de invoering van dit nieuwe systeem geleidelijk te laten verlopen; wordt na vaststelling van het Uitvoeringsbesluit de huidige situatie in stand gehouden. In de loop van 2021 zullen de instellingen die oud papier inzamelen worden benaderd met de vraag waar de voorkeur naar uitgaat. Instellingen die willen stoppen met oud papier kunnen hiervoor een vergoeding krijgen van 2 maal de opbrengst uit 2019.
Educatie over afvalscheiding (Uitvoeringsbesluit) In artikel 10, lid 2 is de mogelijkheid neergelegd dat ook bedrijfsafval kan worden ingezameld bij instellingen met een maatschappelijk karakter die een dienst van algemeen belang leveren en die samen met HVC aan educatie en voorlichting over afvalscheiding doen. Deze formulering is gekozen om op basis van algemene criteria scholen maar ook andere instellingen die onder de definitie vallen, aan voorlichting te kunnen laten doen. Het sluitstuk is dan dat het (gescheiden) bedrijfsval door HVC kan worden ingezameld. Hier moet het college een aanwijzing voor geven omdat bedrijfsafval niet onder de zorgplicht van de gemeente valt. De Wet milieubeheer geeft de ruimte om bedrijfsafval in te zamelen, mits dit in het belang van de bescherming van het milieu is; educatie over gescheiden inzamelen kan bijdragen aan de bescherming van het milieu. Daarnaast moet het bedrijfsafval lijken op huishoudelijke afvalstoffen en de instelling dient het door het college vastgestelde verschuldigde kosten voor de inzameling aan de gemeente te betalen.
Nieuwe delegatie aan B&W Art. 7, lid 1: Burgemeester en wethouders stellen nadere regels over: a) de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, b) over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, c) en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel. Bovenstaande is een uitwerking van de artikelen 10. 21 Wet milieubeheer (Wm). In de vigerende verordening waren de elementen b en c nog deels in de verordening zelf geregeld voor de bestanddelen restafval en gft. Nu zijn alle nadere regels over alle bestanddelen naar het uitvoeringsbesluit overgezet, inclusief bepalingen omtrent de frequentie en locatie (bij of nabij) voor de bestanddelen restafval en gft-e. Immers, er zijn ook veel meer bestanddelen bijgekomen die gescheiden bij of nabij een perceel worden ingezameld; het is logisch dit bij elkaar te brengen zodat indien er iets mocht wijzigen dit snel kan worden aangepast. Het college houdt bij de uitoefening van haar bevoegdheid rekening met de kaders door de raad gesteld, zoals het Grondstoffenplan. Zie hiervoor artikel 5 van het uitvoeringsbesluit. Daar zijn de bepalingen over de frequentie per bestanddeel en of het bij of nabij een perceel wordt ingezameld opgenomen, conform de kaders uit het Grondstoffenplan.
Ook is rekening gehouden met de (afwijkende) inzameling in het kader van de proef in Saendelft (2019/6732 en raadsbesluit van 27-2-2020). Praktisch gezien worden in Zaanstad iedere week de huishoudelijke afvalstoffen ingezameld; de grondstoffen bij een perceel, het restafval nabij een perceel
Hoogbouw Artikel 7, lid 4 in samenhang met artikel 8, lid 2 verordening geeft het college de mogelijkheid om af te zien van gescheiden inzameling en ontheffing te verlenen voor categorieën van personen of gevallen om gescheiden te moeten aanbieden. De grootste uitzondering op gescheiden aanbieden van afvalstoffen is voor de bewoners in de hoogbouw. Het gaat hier om de bestanddelen gft-e, pbd en opk. In het uitvoeringsbesluit (art. 6) is bepaald dat deze uitzondering slechts geldt voor zolang de afvalinzamelaar geen adequate voorziening/middel heeft aangebracht, zodra dat het geval is, vervalt de uitzondering.
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/2964
6/8
gemeente Zaanstad
II. Inspraak traject. Op de concept afvalstoffenverordening is de Inspraakverordening Zaanstad 2006 van toepassing. Ingevolge art. 2 van die verordening wordt ‘inspraak altijd verleend indien de wet daartoe verplicht’. De Wm stelt in artikel 10.21 lid 1 dat afvalstoffen ten minsten eenmaal per week bij elk perceel worden ingezameld. Indien de gemeenteraad wil inzamelen nabij elk perceel (OAC’s) of een andere frequentie dan éénmaal per week wil hanteren, dient de raad de Inspraakverordening toe te passen (art 10.23 Wm). In dit geval delegeert de raad de bevoegdheid aan het college (zie onder: Nieuwe delegatie aan B&W). Gelet daarop is de afvalstoffenverordening Zaanstad 2020 voor zienswijzeprocedure vrijgegeven (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht). Ook indien de raad de bevoegdheid om de frequentie van inzameling en de locatie van alle bestanddelen aan zichzelf zou houden, had zij de Inspraakverordening moeten toepassen. De wet milieubeheer (1979) is opgesteld voordat afvalinzameling een grondstoffeninzameling werd. Het concept afvalstoffenverordening heeft van 23 december tot en met 3 februari (6 weken) ter inzage gelegen. Er zijn geen reacties ontvangen en daarom ook geen eindverslag opgesteld. Draagvlak Voor wat betreft beleidswijzigingen heeft de beleidswijziging voor oud papier/karton en frituurvet tot navraag geleid door verenigingen.
Mede door de Coronasituatie is erop aangedrongen niet op korte termijn majeure veranderingen door te voeren. De scholen en verenigingen die nu oud papier inzamelen zullen na vaststelling van de verordening actief worden gevraagd waar de voorkeur naar uitgaat; doorgaan met oud papier of stoppen en dan overgaan op frituurvet? De insteek is om via de weg van vrijwilligheid dit systeem te professionaliseren en de (maatschappelijke) betrokkenheid bij afvalscheiding te vergroten. Voor wat betreft het uitvoeringsbesluit zijn met name de educatie en het aanwijssysteem voor andere inzamelaars van belang. De partijen (scholen) die graag aan educatie en gescheiden inzamelen willen doen, zijn enthousiast en zitten te wachten op deze mogelijkheid. Aansluiting externe ontwikkelingen De nieuwe afvalstoffenverordening is in lijn gebracht met het model van de VNG. Financiële consequenties Het vaststellen van de verordening op zichzelf heeft geen financiële consequenties. Nieuw uitvoeringsbeleid op basis van de het Uitvoeringsbesluit blijft binnen de begroting. De kosten voor de afkoopregeling voor scholen en verenigingen die willen stoppen met oud papier is geraamd op € 11.600,- Dit bedrag kan binnen de lopende begroting worden opgevangen.
Juridische consequenties Afvalstoffenverordening In december 2020 heeft het college met besluit 2020/22655 besloten om de conceptAfvalstoffenverordening 2020 vrij te geven voor inspraak, conform afdeling 3.4 van de Algemene Wet Bestuursrecht. Er zijn geen reacties ontvangen, de Afvalstoffenverordening 2020 kan ongewijzigd worden vastgesteld. Tegen het besluit tot vaststelling van een verordening kan geen beroep of bezwaar worden ingesteld (art 8:3 Awb). Aansprakelijkheid gemeente inzake ja-ja sticker (artikel 14). Maildb c.s. stelt in haar procedure tegen de gemeente Amsterdam benadeeld te worden door de beleidswijziging en vraagt schadevergoeding. Het hof heeft op 24 september 2019 geoordeeld dat de gemeenten bevoegd zijn een opt-in systeem voor reclamedrukwerk op te nemen in hun afvalstoffenverordening. Daarnaast oordeelde het hof dat deze maatregel voorzienbaar moet zijn geweest voor een benadeelde partij en dat er een redelijke overgangstermijn gehanteerd wordt. Het hof oordeelde dat de overgangstermijn die is ontstaan tussen het aankondigen en uitvoeren van het
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/2964
7/8
gemeente Zaanstad
beleid een redelijke termijn is. Maildb c.s. heeft geen recht op schadevergoeding van de gemeente Amsterdam. Maildb c.s. heeft cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het hof. In een brief aan veel gemeenten, waaronder Zaanstad, hebben zij laten weten kritisch tegenover de invoering van het opt-in systeem te staan en hierdoor aansprakelijkheidstelling bij invoering niet uit te sluiten. Het instellen van cassatie heeft geen gevolgen voor de bevoegdheid van de gemeente om een opt-in systeem in te voeren. Zaanstad houdt rekening met een redelijke termijn om de nadelige effecten voorspelbaar te laten zijn. Het college acht het risico op een geslaagde aansprakelijkheidstelling door Maildb c.s., of een andere drukker en verspreider van ongeadresseerd reclamedrukwerk, aanvaardbaar. De Ja-Ja sticker wordt landelijk door veel gemeenten ingevoerd. Het effect van deelname van Zaanstad dient meegenomen te worden in dit grotere geheel. Het voorgenoemde biedt voldoende zekerheid voor het invoeren van het opt-in systeem in Zaanstad mits er voor de lokale ondernemers een redelijke overgangstermijn wordt gehanteerd. Overgangsrecht (artikel 24 verordening) In het overgangsrecht is rekening gehouden dat besluiten die genomen zijn onder de vigerende verordening niet hun rechtskracht verliezen bij inwerkingtreding van de nieuwe verordening. Uitvoeringsbesluit.
Volgens de Algemene wet bestuursrecht wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Het uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening 2020 Zaanstad valt onder deze definitie. De bepalingen in het uitvoeringsbesluit zijn dan ook appellabel voor belanghebbende wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Denk hierbij aan de aanwijzing van andere inzamelaars door het college, of het wijzigingen van deze aanwijzing. De wijzigingen die nu worden voorgesteld zijn gewenst door betrokkenen (educatie door scholen) of zijn op basis van vrijwilligheid (inzamelen opk of frituurvet). De risico op procedures wordt zeer laag ingeschat. Communicatie/ vervolgtraject Bekendmaking in Gemeenteblad (DROP) en publiceren op overheid.nl van de afvalstoffenverordening Zaanstad 2020 en het onderliggende uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening Zaanstad 2020, nadat de raad de afvalstoffenverordening Zaanstad 2020 heeft vastgesteld. Tevens bekendmaking en publiceren van de wijzigingsverordening APV. De planning voor invoering van de Ja-Ja sticker is 1 juli. Opsteller: Evers, E. Versie: 2-3-2021 11:47:00
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/2964
8/8
gemeente Zaanstad
Raadsbesluit De gemeenteraad van Zaanstad, Besluit: 1. Vast te stellen de Afvalstoffenverordening Zaanstad 2020, onder gelijktijdige intrekking van de Afvalstoffenverordening Zaanstad 2010; 2. Vast te stellen de ‘Wijzigingsverordening van de Algemene Plaatselijke verordening’ ter intrekking van artikel 4:7 van de APV, ongeadresseerde reclame. In de vergadering van …………………..…….-…………………..…………………………...- 2021 De griffier,
De voorzitter,